Kamervragen zonder Antwoord

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVraagDatum indiening
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-20202020Z02628

Vragen van het lid Alkaya (SP) aan de Minister van Financiën en de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat over het bericht dat banken het mkb leeg melken (ingezonden 11 februari 2020).

Vraag 1

Kent u het artikel «Banken melken het mkb leeg en komen ermee weg» van het platform voor onderzoeksjournalistiek Follow The Money1, en de antwoorden op de in 2015 gestelde Kamervragen hierover, waarin het kabinet aangeeft dat banken opslagverhogingen adequaat dienen te onderbouwen?2

Vraag 2

Deelt u de mening dat een specifieke, gekwantificeerde en verifieerbare onderbouwing van banken om opslagverhogingen door te voeren aan het mkb vereist is? Zo ja, wat gaat u eraan doen om banken te bewegen alsnog deugdelijke onderbouwingen te verstrekken aan het mkb, waar die tot nu toe ontbraken?

Vraag 3

Klopt het dat renteopslagen altijd te maken moeten hebben met het klantspecifieke kredietrisico dat de bank op de klant loopt?

Vraag 4

Op welke manier dient een bank te onderbouwen dat het klantspecifieke risico gedurende een contractperiode hoger is geworden?

Vraag 5

Zijn veranderende omstandigheden in een sector waarin een bedrijf opereert een legitieme grond om renteopslagverhogingen door te voeren? Zo ja, op welke manier moet de bank dan het verhoogde risico in de sector onderbouwen om te kunnen spreken van een deugdelijke informatievoorziening richting een klant?

Vraag 6

Deelt u de opvatting van een aantal hoogleraren in het artikel dat «hogere kapitaal- en liquiditeitskosten» voor banken geen legitieme grondslag vormen voor opslagverhogingen binnen een contracttermijn en dus niet mogen worden doorberekend aan mkb-klanten? Als u van mening bent dat dit wel een legitieme grondslag is, op welke manier dienen banken dan volgens u de verhoogde liquiditeitskosten te onderbouwen en te communiceren zodat het verifieerbaar is voor hun klanten?

Vraag 7

Deelt u de observatie van veel ondernemers dat opslagverhogingen bij het mkb vóór de kredietcrisis nauwelijks voorkwamen, en zeker niet als jaarlijks terugkerend fenomeen? Wat vindt u hiervan?

Vraag 8

Bent u van mening dat de opslagverhogingen die banken sinds de crisis hebben doorgevoerd qua omvang en frequentie buiten de grenzen vallen van wat het mkb op grond van het verleden had mogen verwachten?

Vraag 9

Bent u bereid om te onderzoeken hoe legitiem de opslagverhogingen van banken aan het mkb de afgelopen jaren zijn geweest? En als deze op grote schaal illegitiem blijken te zijn, bent u dan bereid om met de banken in gesprek te gaan over compensatie voor alle onrechtmatige opslagverhogingen? Zo nee, waarom niet?

Vraag 10

Wat vindt u van het feit dat de Gedragscode Kleinzakelijke Financiering alleen geldig is voor financieringen na 1 juli 2018 en klanten met een omzet lager dan 5 miljoen euro? Waarom geldt de informatieplicht uit deze code niet voor alle financieringen?

Vraag 11

Klopt het dat de Autoriteit Financiële Markten (AFM) geen enkel wettelijk mandaat heeft om toezicht te houden op mkb-financiering? Waar kunnen gedupeerde mkb-ondernemers terecht met hun signaal en/of klacht?

Vraag 12

Wat vindt u ervan dat banken de gronden waarop zij opslagen kunnen doorvoeren uitbreiden in hun standaardcontracten en de (nieuwe) algemene bankvoorwaarden?

Vraag 13

Is hier sprake van een ongelijke onderhandelingspositie, waarbij het mkb altijd de uitgebreide voorwaarden van de bank moet slikken om gebruik te kunnen maken van bankfinanciering?

Vraag 14

Wat gaat u eraan doen om te voorkomen dat er stelselmatig opslagverhogingen aan mkb-klanten doorgevoerd worden, maar dat opslagverlagingen nauwelijks voorkomen? Bent u in ieder geval bereid om banken ertoe te bewegen om ook opslagverlagingen door te voeren?


X Noot
2

Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2014–2015, nr. 1378