Vragen van de leden Van Nispen (SP), Groothuizen (D66) en Van den Berge (GroenLinks) aan de Minister voor Rechtsbescherming over de werkwijze van de meervoudige kamers van de Hoge Raad (ingezonden 20 januari 2020).

Vraag 1

Kent u de publicatie «Een boekje open over de Hoge Raad en zijn reservisten»?1

Vraag 2

Ziet u het dilemma dat voor de beantwoording van rechtsvragen overleg en afstemming van belang kan zijn, maar dat de facto deelname aan beraadslaging en besluitvorming in strijd lijkt met artikel 75 juncto artikel 5 van de Wet op de Rechterlijke Organisatie (Wet RO)? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat is uw reflectie op dat dilemma?

Vraag 3

Is het beraadslagen van de overige leden, die niet tot de wettelijk voorgeschreven drie of vijf raadsheren behoren, de «reservisten» genoemd, naar uw oordeel, in overeenstemming met het doel en de strekking van de wet? Zo niet, wat is hiervan dan volgens u de consequentie? Kunt u uw antwoord toelichten?

Vraag 4

Vindt u het wenselijk dat de gang van zaken met de reservisten in ieder geval niet overeenstemt met wat men zou verwachten als men artikel 75 Wet RO leest? Zo nee, bent u dan bereid met een voorstel te komen om de wet hierop aan te passen, om deze praktijk in overeenstemming met de wet te brengen?


X Noot
1

«Een boekje open over de Hoge Raad en zijn «reservisten». Een fundamenteel recht gedeukt, de rechtsstaat aangetast». Hans Ulrich Jessurun d’Oliveira. Ars Aequi Libri 2019

Naar boven