Vragen van het lid Mei LiVos (PvdA) aan de Minister van Economische Zaken over de
bescherming van de UPD en werkgelegenheid (ingezonden 17 februari 2017)
Vraag 1
Herinnert u zich de antwoorden op eerdere vragen over de bescherming van de universele
postdienst (UPD) en werkgelegenheid bij PostNL van 6 februari 2017?1
Vraag 2
Klopt het dat niet alleen tijdens het moratorium van vijf jaar op de verkoop van staatsgrond,
maar ook nu al de staat een recht van eerste koop heeft bij alle koop- en verkooptransacties
tussen twee private partijen bij landbouwgrond van meer dan 3.000 vierkante meter?
Vraag 3
Klopt het dus dat bij alle verkooptransacties, op een aantal uitzonderingen na, de
staat via het staatslandbouwgrondagentschap ANR de grond kan opkopen en in het bezit
ervan komen en daarmee de oorspronkelijk beoogde transactie (tussen twee private partijen)
kan blokkeren?
Vraag 4
Deelt u de mening dat de juridische gevolgen van dit «recht van eerste koop» hetzelfde
zijn als bij een toestemmingvereiste waarnaar is gevraagd tijdens het plenaire debat
over de mogelijke overname van PostNL door op 15 november 20162, in de zin dat het eigendom niet overgaat in ongewenste handen?
Vraag 5
Wat is de stand van zaken met betrekking tot het door u genoemde onderzoek dat de
Europese Commissie is gestart naar de Poolse Wet opschorting verkoop staatslandbouwgronden
en aanpassing van enige andere wetten (UWSN) / Wet op de vorming van het landbouwstelsel
(UKUR)? Wanneer is dat onderzoek gestart en wanneer wordt het afgerond? Kunt u de
Kamer informeren over van de uitkomst hiervan?
Vraag 6
Klopt het dat zowel «voedselveiligheid» als het «behoud van de boerenstand» en de
«bestrijding van grondaankoop door buitenlanders uit andere EU-lidstaten» (in bepaalde
delen van Noord-West-Polen, bladzijde 2 en 3) als aanleiding worden genoemd in de
toelichting bij de Poolse landbouwwet UWSN?3
Vraag 7
Klopt het echter dat in de toelichting bij de UWSN geen poging ondernomen wordt om
aan te tonen waarom op basis hiervan inbreuk gemaakt zou mogen worden op de vrijheid
van kapitaalverkeer (art. 63 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese
Unie (VwEU)) en de vrijheid van vestiging (art. 49 VwEU)? Klopt het dat deze verdragsartikelen
niet eens genoemd of besproken worden in de toelichting?
Vraag 8
Klopt dat de Poolse wetgever in de toelichting bij de UWSN (bladzijde 9) met een eenvoudig
beroep op art. 345 VwEU (regulering van eigendom) deze hele wetgeving rechtvaardigt?
Vraag 9
Klopt de stelling van de Poolse wetgever dat art. 345 VwEU betekent dat «het verkrijgen
en beperken van eigendom een volledig soevereine bevoegdheid van de lidstaten is»
(bladzijde 9 van de toelichting bij de UWSN)? Zo ja, dan geldt dit toch ook voor Nederland?
Zo nee, op welke manier klopt de redenering van de Poolse wetgever niet?
Vraag 10
Klopt het dat nergens in de toelichting van de UWSN onderbouwd wordt dat de beperkingen
van deze wet4 «noodzakelijk» en5 «geschikt» zijn om het beoogde doel te bereiken, en dat6 ook niet onderbouwt wordt dat de beperking van het vrije verkeer «niet verder gaat
dan strikt noodzakelijk genomen noodzakelijk is om het doel te bereiken»?
Vraag 11
Kunt u, analoog aan de Poolse staat, wet- en regelgeving opstellen waarin voor de
Nederlandse staat een recht van eerste koop wordt geregeld voor het bedrijf PostNL
en andere door de staat aan te wijzen bedrijven met een groot publiek belang?
Vraag 12
Deelt u de mening dat een dergelijke regeling in Europa makkelijk stand zal houden,
gelet op het feit dat andere lidstaten dit ook mogen en omdat ook de Europese Commissie
in deze het gelijkheidsbeginsel zal moeten erkennen?
Vraag 13
Kunt u daarbij regelen dat de op te richten Nationale Investeringsbank (Invest NL)
een vergelijkbare rol krijgt als het Poolse staatslandbouwgrondagentschap ANR om namens
de staat uitvoering te geven aan het recht van eerste koop?
Vraag 14
Kunt u deze regeling ontwerpen buiten het traject om van de Wet ongewenste zeggenschap,
die toegespitst is op nationale veiligheid en openbare orde? Deelt u de mening dat
dit niet de enige publieke belangen zijn die behartigt moeten worden en dat daarop
dus ook niet onnodig gefixeerd moet worden?
X Noot
1Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2016–2017, nr. 1135.
X Noot
2Handelingen Tweede Kamer, vergaderjaar 2016, 2017, nr. 22.
X Noot
3Memorie van toelichting bij de Poolse Wet opschorting verkoop staatslandbouwgronden
en aanpassing van enige andere wetten.
X Noot
4Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2016–2017, nr. 1135.
X Noot
5Handelingen Tweede Kamer, vergaderjaar 2016, 2017, nr. 22.
X Noot
6Memorie van toelichting bij de Poolse Wet opschorting verkoop staatslandbouwgronden
en aanpassing van enige andere wetten.