Vragen van het lid De Lange (VVD) aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport over de rapportage «Onderzoek naar goed bestuur binnen de Zorggroep Alliade
te Heerenveen» (ingezonden 12 augustus 2016).
Vraag 1
Hoe kijkt u, na de conclusie van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) dat er
sprake is van de schijn van belangenverstrengeling1, naar de rol van de Raad van Bestuur en Raad van Toezicht, en hadden deze naar uw
oordeel zelfstandig maatregelen moeten treffen? Zou dit wat u betreft nog consequenties
moeten hebben voor de samenstelling van de Raad van Bestuur en de Raad van Toezicht?
Vraag 2
Bent u ervan op de hoogte dat op de site van Alliade een persbericht staat met als
kop: «Onderzoek bij Alliade geeft positief beeld over zorgkwaliteit en organisatie»2? Wat is uw mening over de toon en inhoud van het persbericht, in relatie tot uw oordeel
over de werkwijze van Alliade en de betrokken BV’s?
Vraag 3
Deelt u de mening dat een meer berouwvolle en meer bescheiden reactie van de Alliade
Zorggroep op zijn plaats was geweest?
Vraag 4
Worden ook alle andere betrokken BV’s in de vervolgactiviteiten van de IGZ, waarin
nadrukkelijk verbinding wordt gelegd tussen het toezicht op kwaliteit en de geconstateerde
schending van de norm van goed bestuur, meegenomen?
Vraag 5
Bent u van mening dat de constatering dat vergelijkbare constructies niet voorkwamen
bij andere instellingen3 had moeten leiden tot extra alertheid bij de leden van de Raad van Bestuur en de
Raad van Toezicht op de kennelijk binnen de zorg afwijkende constructie?
Vraag 6
Kunt u in uw reactie uitgebreid toelichten hoe het mogelijk is gebleken dat deze situatie
is ontstaan, en op welke wijze garanties kunnen worden afgegeven dat dergelijke constructies
in de toekomst niet meer kunnen voorkomen?
Vraag 7
Kunt u een toelichting geven waarop uw verwachting is gebaseerd dat een duidelijke
norm wordt gezet in de nieuwe versie van de Zorgbrede Governancecode door ook aandacht
te besteden aan de onderliggende managementlagen binnen een organisatie?
Vraag 8
Waarom is er in het onderzoek4 door de IGZ en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) voor gekozen alleen te kijken
naar «het hanteren van niet-marktconforme voorwaarden», en niet naar het brede financiële
effecten die de gekozen BV-structuur heeft opgeleverd?
Vraag 9
Kunt u alsnog inzicht geven en in een uitgebreide toelichting onderbouwen wat de financiële
voordelen voor de Alliade Zorggroep, de Freya-groep en de betrokken BV’s zijn geweest,
door te kiezen voor een dergelijke constructie?
Vraag 10
Wat is uw oordeel over de constatering dat bij het beoordelen van de kosten van diensten
deze voorheen niet werden vergeleken met de aangevraagde offertes van derden? Hoe
is het mogelijk aan de hand van deze gehanteerde werkwijze de marktconforme prijs
vast te stellen?
Vraag 11
Hoe is het mogelijk dat in de rapportage de conclusie wordt getrokken dat geen feiten
naar voren zijn gekomen die doen vermoeden dat tussen de Freya-groep en de Alliade
Zorggroep gesloten contracten niet marktconform zouden zijn? Kunt u uw antwoord uitgebreid
toelichten?
Vraag 12
Deelt u de mening dat het nagenoeg onmogelijk is toetsbaar een marktconforme prijs
vast te stellen in de onderhavige gekozen constructie? Zo nee, wat is uw oordeel over
het feit dat gebruik gemaakt wordt van dergelijke constructies?
Vraag 13
Kunt u aangeven waarop de delegatie van het toezicht op het sluiten van contracten
met derden door de concerncontroller is gebaseerd, nu blijkt dat dit niet gebaseerd
is op interne regels van de Alliade Zorggroep? Geeft dit naar uw mening voldoende
waarborgen?
Vraag 14
Kunt u specifiek aangegeven naar welke mogelijke misstanden het Openbaar Ministerie
en de Inspectie Sociale Zaken nog apart kijken?5 Op welke wijze zijn deze mogelijke misstanden aan het licht gekomen? Kunt u in een
uitgebreide toelichting het nadere verloop van dit onderzoek schetsen? Kunt u de Kamer
informeren zodra meer informatie over deze onderzoeken beschikbaar is?
Vraag 15
Kunt u inzicht geven in de onderzochte transacties rondom Supper&Co, en onderbouwen
waarom deze niet verder worden onderzocht?
Vraag 16
Deelt u de mening dat een zorgorganisatie niet risicodragend zou moeten investeren
in supermarkten, daar dit geen taak is van een zorginstelling? Kunt u uw antwoord
toelichten?