Vragen van de leden Dik-Faber (ChristenUnie) en Van der Staaij (SGP) aan de Minister
en Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over jong ouderschap naar
aanleiding van het congres Jong en Ouder (ingezonden 9 juni 2016).
Vraag 1
Kent u de taskforce Jong Ouderschap, Onbedoeld Zwanger (JOOZ)? Werkt u hiermee samen
in het vormgeven van uw beleid om tienerzwangerschappen te voorkomen en om te borgen
dat er voldoende gespecialiseerde ondersteuning en zorg beschikbaar komt om tienermoeders
te begeleiden?
Vraag 2
Herkent u de vier belangrijkste knelpunten die naar voren komen in het bieden van
de juiste zorg en ondersteuning van jonge ouders, te weten: 1. schotten in de lokale
financiering, 2. tekort aan huisvesting, 3. onvoldoende afstemming 18- en 18+ en 4.
onvoldoende integrale aanpak?
Vraag 3
Herkent u de signalen dat de financiering van de zorg en ondersteuning voor jonge
ouders nu versnipperd is, waarbij bijvoorbeeld lokale middelen voor huisvesting van
jonge ouders en geld voor ondersteuning en zorg uit verschillende «geldpotjes» komt?
Welke stappen wilt u, in overleg met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG)
en het zorgveld, zetten om ervoor te zorgen dat niet de systemen maar de vraag van
de jonge ouder(s) en het bijbehorende noodzakelijke zorg- en ondersteuningsaanbod
leidend zijn?
Vraag 4
Herkent u de signalen dat het ontbreken van passende huisvesting (bij voorkeur in
de wijk, met steun uit het netwerk en ambulante begeleiding) een belangrijk knelpunt
is waar jonge ouders tegenaan lopen? Bent u bereid in gesprek te gaan met gemeenten
over mogelijkheden om samen met wijkteams passende woonruimte beschikbaar te stellen?
Hoe beoordeelt u in dit licht de ontwikkeling dat tienermoederhuizen momenteel worden
gesloten in plaats van uitgebreid?
Vraag 5
Herkent u de signalen vanuit het zorgveld dat de Wet maatschappelijke ondersteuning
en de Jeugdwet onvoldoende op elkaar aansluiten, bijvoorbeeld als jonge – meerderjarige
– ouders behoefte hebben aan pedagogische ondersteuning terwijl dit valt onder de
Jeugdwet? Herinnert u zich de motie Dik-Faber/Voordewind1 over de zorg aan jongeren van 18 tot 23 jaar? Kunt u aangeven wat de stand van zaken
is bij de uitvoering van deze motie?
Vraag 6
Herkent u de signalen dat, ondanks de decentralisatie, jonge ouders vastlopen in een
wirwar van organisaties en instellingen? Bent u bereid om met gemeenten te overleggen
over één integraal loket waar jonge ouders (in spé) worden doorverwezen naar (ervarings)deskundigen
en gespecialiseerde professionele zorg en ondersteuning?
Vraag 7
Bent u bereid in overleg met de bewindspersoon van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
en het onderwijs- en zorgveld om te bezien op welke manier het onderwijs beter kan
worden aangehaakt bij het voorkomen en begeleiden van tienerzwangerschappen?
Vraag 8
Herkent u signalen dat de samenwerking van huisartsen en verloskundigen met zorgaanbieders
op het terrein van ondersteuning en zorg bij onbedoelde zwangerschap en jong ouderschap
verbeterd kan worden? Op welke manier kunt u ervoor zorgdragen dat er een aangesloten
netwerk van hulpverleners rond jonge ouders ontstaat?
Vraag 9
Herkent u de signalen dat de hulpverlening vooral gericht is op meisjes en jonge vrouwen?
Waar kunnen jonge vaders terecht?
Vraag 10
Is het u bekend dat meisjes en jonge vrouwen in de gesloten jeugdzorg relatief vaak
te maken hebben met tienerzwangerschappen? Zijn hierover cijfers bekend? Bent u bereid
in overleg met de jeugdzorg en gespecialiseerde aanbieders van ondersteuning en zorg
bij onbedoelde zwangerschap en jong ouderschap een preventie- en ondersteuningsprogramma
te ontwikkelen, speciaal gericht op jongeren in jeugdzorginstellingen?
Vraag 11
Herkent u de signalen dat in gesloten jeugdzorg aangedrongen wordt op het uitvoeren
van een abortus bij een onbedoelde zwangerschap? Op welke manier kunnen jonge vrouwen
beter begeleid worden in het maken van een keuze, waarbij ook alternatieven voor een
zwangerschapsafbreking aan de orde komen en welke middelen stelt u daarvoor beschikbaar?
Vraag 12
Herinnert u zich uw toezeggingen, gedaan op 9 maart 2016 in het Algemeen overleg Maatschappelijke
opvang, om nog eens heel goed te kijken of het tot landelijke inkoopafspraken zou
moeten komen met betrekking tot hulp en opvang van jonge moeders? Wat is hiervan de
stand van zaken?
Vraag 13
Herinnert u zich uw toezegging dat u in een voortgangsbrief zult stilstaan bij de
vraag hoe voorkomen kan worden dat de bovenregionale specialistische hulp en opvang
van jonge moeders tussen wal en schip terecht komt? Wanneer kan die brief tegemoet
worden gezien?
Vraag 14
Herinnert u zich uw toezegging zeer bereid te zijn om te kijken naar de mogelijkheid
van een onderzoek naar de vraagzijde van de voorlichting, hulp en opvang van jonge
moeders? Wat is hiervan de stand van zaken?