Vragen van de leden Smaling (SP), Dik-Faber (ChristenUnie), Van Tongeren (GroenLinks)
en Van Veldhoven (D66) aan de Minister van Economische Zaken over mogelijke over-subsidiëring
van biomassa bijstook (ingezonden 16 april 2015).
Vraag 1
Is de hoogte van de Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+) voor de 15% bijstook
van andere stromen dan houtpellets een expliciet onderdeel van de overeenkomst tussen
non governemental organisations (NGO’s) en energiebedrijven?
Vraag 2
Is er op enige wijze een garantie dat niet een groot deel van de 25 peta-joule (PJ)
reeds dit jaar via de SDE+ wordt aangevraagd en dus gebruik kan maken van de geboden
kans om een vergoeding op basis van houtpelletprijzen te krijgen voor de 15% goedkopere
reststromen?
Vraag 3
Kunt u bevestigen in lijn met het ECN-rapport1, dat de biomassakosten allesbepalend zijn voor de uiteindelijke werkelijke kosten?
Vraag 4
Wat is de bron van de door u genoemde bedragen die genoemd staan in antwoord 18 op
de vragen gesteld door de vaste commissie voor Economische Zaken: « Voor diermeel
is een prijs aangenomen van ca. 50–80 €/ton»?2 Heeft u in de markt gecontroleerd of deze prijzen nu ook nog gelden?
Vraag 5
Bent u op de hoogte van het feit dat tijdens de Milieukwaliteit en Elekticiteitsproductie
(MEP) geadviseerd is door ECN om geen subsidie te geven voor de bijstook van diermeel
omdat de prijzen van deze biomassavorm zo laag waren?3 Bent u op de hoogte van het feit dat sindsdien de prijzen voor diermeel zelfs zijn
gedaald?
Vraag 6
Kent u nota 12–087 van het Landbouw Economische Instituut (LEI) die prijzen voor verwerking
van producten voor diermeel op een negatieve 22 Euro/ton stelt?4
Vraag 7
Kunt u de in het verzamel Algemeen overleg Energie van 9 april jl. genoemde 1,3 tot
3,8% bij gebruik reststromen in plaats van houtpellets onderbouwen?
Vraag 8
Kunt u, na het zenden van het ECN rapport naar aanleiding van eerder gestelde vragen5 ook het rapport zenden van ECN6 dat werkelijk tijdens de onderhandelingen is gebruikt, en waar de over subsidiering
door de subsidie op reststromen niet op 3,8% maar op 4,8% werd verondersteld?
Vraag 9
Waar is dit opeens ontstane verschil door te verklaren en klopt het dat de door u
gezonden ECN notitie niet dezelfde ECN notitie is die u noemt in antwoord 2: «Deze
verkennende notitie hebben ECN en DNV GL op mijn verzoek opgesteld ten behoeve van
de vertrouwelijke gesprekken met de energiebedrijven en natuur- en milieuorganisaties.»?
Vraag 10
Kunt u vraag 3 van de eerder gestelde7 vragen dat u geen aparte basisbedragen kunt noemen voor de categorieën diermeel,
agro-residuen, etc. nogmaals bezien, daar ECN heeft aangegeven wat de percentuele
veranderingen van de totale basisbedragen (bij 85% houtpellets plus 15% diermeel)
zijn in geval van het bijstoken van 15% diermeel en dat er wel aannames zijn gedaan
over de aparte basisbedragen ofwel onrendabele top van diermeel? Kunt u dit aparte
basisbedrag voor diermeel geven? Zo niet, kunt u dan aangeven wat de achterliggende
berekening is van de 3,8% wijziging van het totale basisbedrag in geval van diermeel
of andere reststromen?
Vraag 11
Kunt u vraag 6 van diezelfde eerder gestelde vragen8 beantwoorden met een concreet bedrag; uitgaande van het (theoretische) geval dat
de 25 PJ dit jaar beschikt wordt inclusief 15% aan diermeel? Kunt u de achterliggende
berekening geven van het geschatte subsidiebedrag van € 3 miljard voor 25 PJ bijstook
in uw antwoord op deze vraag 6? Welke basisbedragen, Vollasturen, etc. zijn verondersteld?
Vraag 12
Kunt u aangeven wat het geschatte cumulatieve SDE+ basisbedrag is in miljarden euro’s
voor het bijstoken van 25 PJ (dus niet het cumulatieve subsidiebedrag, maar het cumulatieve
basisbedrag)?
Vraag 13
Gezien uw antwoord 8 op de vragen «Omdat de effecten van alternatieve brandstoffen
op de basisbedragen binnen de onzekerheidsmarges vallen die bestaan bij het berekenen
van de basisbedragen, gaf dit geen aanleiding om de melding aan te passen.», kunt
u aangeven in hoeverre er sprake is van slechts een onzekerheidsmarge indien voor
de betreffende 15% er potentieel miljoenen meer worden uitgekeerd uitgaande van houtpellets
dan de werkelijke biomassa zal kosten?9
Vraag 14
Bent u bereid om de 15% als aparte SDE+ categorie te bezien en deze apart te melden
aan de Europese Commissie in het kader van de staatssteun regeling? Zo nee, waarom
niet?
Vraag 15
Moeten de 15% alternatieve biomassastromen – waarvoor boscertificatie niet van toepassing
is – wel aan duurzaamheidseisen voldoen en gecertificeerd worden volgens de NTA8080
norm zoals in het SER-akkoord is overeengekomen? Zo nee waarom niet?
X Noot
3ECN advies MEP tarieven, 26 september 2003
X Noot
4LEI ontwikkelt sociaaleconomische kennis op het gebied van voedsel, landbouw en groene
ruimte.
X Noot
5Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2014–2015, nr. 1887
X Noot
6Rapport gedateerd 26 februari 2014