Vragen van het lid Thieme (PvdD) aan de Staatssecretaris van Economische Zaken over
massale dodingen door gesjoemel met veevoer (ingezonden 29 juli 2014).
Vraag 1
Kent u de berichten «Ruimingen dreigen»1 en «2.474 kalveren gedood om furazolidon»2, over de duizenden dieren die massaal afgemaakt worden vanwege de vondst van het
verboden middel furazolidon in veevoer?
Vraag 2
Klopt het dat de vier kalverhouders van de besmette bedrijven niet bereid zijn om
hun kalveren individueel te laten testen omdat het testen duurder is dan de slachtopbrengst
zoals het artikel «Ruimingen dreigen» suggereert? Zo nee, welke andere redenen spelen
hierbij een rol?
Vraag 3
Erkent u dat het testen van individuele dieren kan voorkomen dat er onnodig dieren
worden afgemaakt? Zo ja, bent u bereid vanwege het respect voor dieren en het dierenwelzijn
om de veehouders op het individueel testen aan te spreken en dit in toekomstige gevallen,
indien het individueel testen van dieren mogelijk is, te verplichten? Zo nee, welk
belang acht u zwaarder dan de respectvolle omgang met dieren en dierenwelzijn?
Vraag 4
Bent u bereid om maatregelen te treffen zodat de kosten van dit individueel testen
in de toekomst verhaald kunnen worden op degene die de wet heeft overtreden? Zo nee,
waarom niet?
Vraag 5
Kunt u aangeven hoe het mogelijk is dat het verboden middel furazolidon in veevoer
terecht is gekomen en vervolgens aan meer dan 100 bedrijven is geleverd in Nederland
en Duitsland? Zo nee, waarom niet?
Vraag 6
Kunt u de Kamer informeren over de resultaten van het strafrechtelijk onderzoek? In
hoeverre wordt de rol en de verantwoordelijkheid van de veehouders in dit onderzoek
meegenomen? Zo nee, waarom niet?
Vraag 7
Hoe ziet u de vondst van het verboden furazolidon in het licht van andere schandalen
zoals onder andere de MPA-affaire, dioxinekippen, hormoonvarkens en aflatoxinekoeien
waar geknoeid was met verboden middelen en kunt u aangeven of er overeenkomsten zijn
in deze schandalen en welke consequenties dit heeft voor het fraude- en handhavingsbeleid?
Vraag 8
Kunt u aangeven hoe de vondst van furazolidon zich verhoudt tot eerder onderzoeken
naar de veevoerindustrie, waaronder het onderzoek van het Korps landelijke politiediensten
(2003)3 waarin wordt gesteld dat: 1. «de diervoedersector zich structureel schuldig maakt
aan overtreding van de wet», 2. «het wegmengen van afval in veevoer een potentiële
bedreiging is voor de volksgezondheid en voedselveiligheid» en 3. «er is sprake van organisatiecriminaliteit en ketencriminaliteit»?
Vraag 9
Kunt u aangeven of de bevindingen van KLPD (2003) over de spaghettistructuur van de
veevoerindustrie ook in de huidige situatie van toepassing zijn? Erkent u dat deze
spaghettistructuur in de veevoerindustrie de handhaving bemoeilijkt zoals het KLPD-rapport
stelt?
Vraag 10
Deelt u de mening dat een positieflijst voor veevoeringrediënten duidelijkheid zal
verschaffen voor veevoerproducenten, veehouders en handhavers en bent u bereid om
een positieflijst op te stellen voor veevoeringrediënten ter verduidelijking en ter
vereenvoudiging van de handhaving? Zo ja, op welke termijn? Zo nee, waarom niet?
Vraag 11
Bent u bereid om bij mogelijke massale «ruimingen» de Kamer vooraf informatie te verschaffen
over de toegepaste dodingsmethode en de uitvoering hiervan per diersoort en per bedrijf
en bent u bereid om de controle op het welzijn van individuele dieren te vergroten
door de mogelijke «ruimingen» in de stal te filmen? Zo nee, waarom niet? Is het voor
de pers mogelijk om bij de dodingen aanwezig te zijn? Zo ja, is dit gecommuniceerd?
Zo nee, waarom niet?
Vraag 12
Kunt u aangeven hoe groot het risico is dat het besmette veevoer nog veel wijder verspreid
is dan tot nu toe is bekend gemaakt? Zo ja, hoe wordt de consument en de producent
van dit risico de hoogte gebracht?
Vraag 13
Erkent u dat het gesleep met dieren naar het buitenland een extra risico met zich
meebrengt voor de verspreiding van furazolidon in de internationale voedselproductie?
Zo nee, waarom niet?
Vraag 14
Kunt u bevestigen dat furazolidon vrij te koop is in dierenwinkels en vooral gebruikt
wordt bij duivenhouders? Kunt u aangeven wat dit betekent voor de resistentieontwikkeling
bij duiven en hun houders? Bent u bereid om de toepassing van furazolidon ook bij
duivenhouders te verbieden? Zo ja, op welke wijze en op welke termijn? Zo nee, waarom
niet?
Toelichting:
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van de leden Smaling en
Van Gerven (beiden SP), ingezonden 24 juli 2014 (vraagnummer 2014Z13661)
X Noot
3[PDF] Inventarisatie milieucriminaliteit – Behoud de Parel