Vragen van het lid Van Tongeren (GroenLinks) aan de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie over uitlatingen van de staatssecretaris over de dood van een verdachte van inbraak (ingezonden 27 september 2012).

Vraag 1

Herinnert u zich uw publieke uitlatingen over de dood van een verdachte van inbraak in het Noord-Brabantse Diessen? Wat bedoelt u er precies mee dat dit sterfgeval een inbrekersrisico is?

Vraag 2

Is het waar dat u zich publiekelijk heeft uitgelaten over de schuldvraag in dit incident? Zo ja, hoe verhouden zich uw uitlatingen tot de ruimte die de strafrechter heeft om in deze individuele strafzaak tot een juridisch juist en rechtvaardig strafrechtelijk oordeel te komen? Vindt u ook niet dat u voor uw beurt heeft gesproken en daarmee op onaanvaardbare wijze de beoordelingsvrijheid van de rechterlijke macht heeft geschonden?

Vraag 3

Wat kunnen de potentiële gevolgen zijn van uw uitlatingen? Deelt u de mening dat uw uitlatingen kunnen worden opgevat als een apologie voor en misschien zelfs als een aanmoediging tot strafwaardig gedrag en daardoor aangemerkt zou kunnen worden als een overtreding van artikel 131 van het Wetboek van Strafrecht?

Vraag 4

Heeft u spijt van uw uitlatingen? Zo nee, waarom niet?

Vraag 5

Bent u bereid om met serieuze maatregelen ter vergroting van de veiligheid en bescherming van eigendommen te komen of volstaat u ermee dat feitelijk burgers aan zichzelf en het recht van de sterkste zijn overgeleverd?

Toelichting:

Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid Kooiman (SP), ingezonden 27 september 2012 (vraagnummer 2012Z16322)

Naar boven