Vragen van het lid Recourt (PvdA) aan de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie over het verschoningsrecht van bedrijfsjuristen (ingezonden 22 maart 2012).

Vraag 1

Kent u het bericht «Bedrijfsjurist mag niets verzwijgen»1 en herinnert u zich de antwoorden op eerdere vragen over de onafhankelijkheid van de advocaat in loondienst?2

Vraag 2

Wat is de stand van zaken ten aanzien van de relevante Nederlandse en Europese jurisprudentie over verschoningsrecht van bedrijfsjuristen die tevens als advocaat zijn ingeschreven?

Vraag 3

Waartoe heeft uw bezinning over de onafhankelijkheid en het verschoningsrecht van advocaten in dienstbetrekking geleid?

Vraag 4

Deelt u de mening van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) dat op basis van de uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie (EU-Hof) en de recente uitspraak van de rechtbank in Groningen bedrijfsjuristen annex advocaten nog steeds een verschoningsrecht voor wat betreft mededingingszaken? Zo ja, waarom? Zo nee, bent u bereid om met betrokken partijen, zoals als de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA), het Verbond van Verzekeraars, het Nederlands Genootschap van Bedrijfsjuristen en de NMa, te overleggen over de reikwijdte van deze uitspraken voor het verschoningsrecht?

Vraag 5

Deelt u de mening dat advocaten die als bedrijfsjurist in loondienst zijn niet onafhankelijk kunnen worden genoemd en zich ook niet meer zouden mogen verschuilen achter een verschoningrecht? Zo ja, op welke termijn gaat u deze mening in wet- en regelgeving verankeren? Zo nee, waarom niet?


X Noot
1

Het Financieele Dagblad, 21 maart 2012.

X Noot
2

Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2010–2011, nr. 274.

Naar boven