Vragen van de leden Van Gerven en Kooiman (beiden SP) aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het gesteggel rond de financiering van de extra ambulance op de Kop van Walcheren en het geboortecentrum in Vlissingen (ingezonden 12 januari 2012).

Vraag 1

Wat is uw reactie op het bericht dat er nog steeds gesteggel is rond de financiering van de extra ambulance op de Kop van Walcheren en het geboortecentrum in Vlissingen?1

Vraag 2

Blijf u nog steeds bij uw eerdere mening: «In het licht van de zeer specifieke situatie ter plaatse zoals de geografie, de bevolkingsdichtheid en de spreiding van de ziekenhuislocaties vind ik het ongewenst als deze ambulance zou verdwijnen»? Zo nee, wat is er plotseling veranderd aan de zeer specifieke situatie op de Kop van Walcheren?2

Vraag 3

Hoe is het mogelijk dat er wordt gesteggeld tussen uw ministerie, de zorgverzekeraars en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) over de financiering van de ambulancepost, terwijl u in uw brief van februari 20112 vermeldt reeds extra middelen ter beschikking te hebben gesteld voor een structurele financiering van deze ambulance? Kunt u uitleggen hoe het geld dat u reeds in het voorjaar van 2011 ter beschikking heeft gesteld wordt besteed?

Vraag 4

Erkent u dat u politiek verantwoordelijk bent voor de NZa? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe is het mogelijk dat een jaar nadat u de NZa heeft verzocht om de door u ter beschikking gestelde middelen toe te voegen aan het budget van de Regionale Ambulance Voorziening Zeeland (RAVZ), de NZa uw verzoek nog niet heeft uitgevoerd?3

Vraag 5

Indien de NZa weigert aan uw verzoek te voldoen, bent u dan bereid een aanwijzing te geven of op andere wijze een einde te maken aan de onzekerheid over financiering van de ambulance op de Kop van Walcheren, conform de wens van de Kamer? Zo nee, waarom niet?4

Vraag 6

Wat is de rol van de verzekeraars in de discussie over financiering van de ambulancepost? Wilt u uw antwoord toelichten?

Vraag 7

Erkent u dat, naast de extra ambulance, ook het geboortecentrum Walcheren in Vlissingen deel uitmaakt van een geheel aan afspraken ter behoud van de geboortezorg op Walcheren ondanks de concentratie van acute verloskundige zorg in Goes? Zo ja, hoe ziet u erop toe dat deze afspraken worden nagekomen? Zo nee, waarom niet?

Vraag 8

Hoe verhouden uw beleidsdoelstellingen «zorg dichtbij» en «keuzevrijheid» zich tot het mogelijk verdwijnen van het geboortecentrum, waardoor vrouwen van Walcheren uitsluitend nog in Goes terecht kunnen om te bevallen, aangezien thuisbevallingen in een deel van Walcheren niet meer mogelijk zijn na het sluiten van de afdeling gynaecologie in Vlissingen? Wilt u uw antwoord toelichten?

Vraag 9

Hoe beoordeelt u het gedrag van zorgverzekeraar CZ die, nu de buit van concentratie van de ziekenhuizen en verloskunde binnen is, in strijd met het akkoord met verloskundigen de stekker uit het Geboortecentrum Walcheren dreigt te trekken? Wilt u uw antwoord toelichten?

Vraag 10

Op grond waarvan acht zorgverzekeraar CZ het geboortecentrum niet rendabel? Is dit op basis van volumenormen? Zo ja, hoe kunt u volhouden te streven naar «zorg dichtbij» als in het hele land ziekenhuizen en afdelingen worden gesloten louter omdat er in het verzorgingsgebied te weinig mensen wonen naar de smaak van de zorgverzekeraar? Wilt u uw antwoord toelichten?

Vraag 11

Bent u bereid maatregelen te treffen zodat het Geboortecentrum Walcheren open kan blijven? Zo nee, waarom niet?


X Noot
1

Provinciaalse Zeeuwse Courant, 10 januari 2012.

X Noot
2

Brief minister van de aan de heer Westerlaken, voorzitter Regionaal Overleg Acute Zorg Zuidwest Nederland, februari 2011.

X Noot
3

Antwoorden op eerdere vragen van de Kamerleden Van der Staaij (SGP), Van der Veen (PvdA), Van Gerven (SP) en Voortman (GroenLinks), 28 december 2011, 2011D64819.

X Noot
4

Kamerstuk 29 247, nr. 121.

Naar boven