Kamervragen zonder Antwoord

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVraagDatum indiening
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-20112011Z00817

Vragen van de leden Marcouch en Recourt (beiden PvdA) aan de minister van Veiligheid en Justitie over oproepen tot jihad en invoering van de shariah (ingezonden 18 januari 2011).

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van een op internet gepubliceerd interview met A. I., die zegt te spreken namens Sharia4Belgium?1

Vraag 2

Deelt u de mening dat in dit interview al dan niet impliciet opgeroepen wordt tot geweld en discriminatie, in het bijzonder in Nederland, tegen vrije meningsuiting en homo’s? Hoe wilt u de Nederlandse burgers en rechtstaat beschermen tegen de dreigementen die hier geuit worden?2

Vraag 3

Op welke manier wilt u voorkomen dat uitlatingen van dit soort extremistische groeperingen de kloof tussen bevolkingsgroepen vergroten? Wilt u de moslimgemeenschap oproepen zich publiekelijk te distantiëren van dit soort extremistische groeperingen die hun geloof in diskrediet brengen en angst aanwakkeren onder de overige bevolkingsgroepen?

Vraag 4

Deelt u de mening dat Sharia4Belgium en aanverwante groepen met hun uitlatingen bewust de randen van het strafrecht opzoeken? Wordt de strafbaarheid van de dreigementen, in dit geval van de geïnterviewde, serieus onderzocht of worden andere maatregelen overwogen om deze uitingen aan te pakken? Zo nee, waarom niet? Zo ja, heeft u hierover contact met uw Belgische collega? Heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht over eventuele in het interview gepleegde strafbare feiten?

Vraag 5

Is het waar dat enkele personen die in november in België en Nederland opgepakt werden op verdenking van het voorbereiden van een terroristische aanslag betrokken waren bij Sharia4Belgium? Is dit voor u een signaal dat deze organisatie en de mensen die erbij betrokken zijn niet terugdeinzen voor het in de praktijk brengen van hun dreigementen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe wilt u daarop reageren?

Vraag 6

Heeft u zicht op of onderzoekt u de banden die bestaan tussen Sharia4Belgium en de onlangs voor het voetlicht getreden groep Shariah4Holland? Bent u van mening dat Shariah4Holland oproept tot het gebruik van geweld? Wilt u Shariah4Holland nauwgezet volgen en aansluitend op de Kamervragen van 23 december 2010 beoordelen welke stappen tegen deze groep genomen kunnen worden?

Vraag 7

Op welke wijze werkt u samen met de regeringen van andere Europese landen om de verbanden in kaart te brengen tussen groepen die de invoering van de shariah nastreven? Hoe vergroot u de weerbaarheid van de Europese samenlevingen tegen deze destabiliserende groeperingen?


XNoot
1

http://www.youtube.com/watch?v=8gccdozv5kc

XNoot
2

Enkele citaten uit het interview: «Niemand kan ontkennen dat Nederland het bolwerk is van het beledigen van de Oemma, de islam, de profeet»; «Dat Marcouch bijvoorbeeld, die zich voordoet als moslim, oproept om homofilie te accepteren in moskeeën. Dat de imams moeten oproepen om mee te leven met de homo’s en de lesbiënnes. ... Is het zover gekomen met de Oemma dat we zelfs de meest perverse, ziekelijke zaken moeten accepteren in ons geloof?»; «Als ik een radicale uitspraak mag doen. Ik heb liever dat dagelijks een moslim wordt neergeschoten dan dat onze geliefde boodschapper wordt beledigd. Liever ons bloed verliezen dan dat onze profeet wordt beledigd door een vervloekte ongelovige»; «Als u vraagt is de Oemma klaar dan zeg ik de Oemma moet er klaar voor zijn. Als wij moslims zijn moeten zaken kunnen opgeven voor ons geloof. Dit is onderwerping aan Allah».