Vragen van het lid Spekman (PvdA) aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het aantal kinderen dat in armoede opgroeit (ingezonden 11 oktober 2010).

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van het bericht «11 procent kinderen groeit op in armoede?»1

Vraag 2

Is het waar – dat uit cijfers van het Centraal Planbureau blijkt – dat in totaal 382 000 minderjarige kinderen in armoede opgroeien, en dat dit 11% procent is van het totaal aantal minderjarige kinderen?

Vraag 3

Wat is de oorzaak van dit aanzienlijke aantal? Hoe komt het dat de doelstellingen van het kabinet, om de armoede onder minderjarige kinderen fors te verminderen en 50% van kinderen uit arme gezinnen maatschappelijk meer mee te laten doen, niet gehaald zijn?

Vraag 4

Acht u de doelstelling uit de begroting voor 2010, om het aantal kinderen dat vanwege armoede maatschappelijk onvoldoende meedoet met 50% te verminderen, nog steeds wenselijk en haalbaar, ondanks de geplande forse bezuinigingen van 3,2 miljard euro?

Vraag 5

Hoe verhoudt het grote aantal kinderen dat in armoede opgroeit zich met het voorstel in het regeer- en gedoogakkoord om 230 miljoen euro te bezuinigen op het kindgebonden budget?

Vraag 6

Hoe verhoudt het grote aantal kinderen dat in armoede opgroeit zich met het voorstel in het regeer- en gedoogakkoord om de bijstand structureel met 1 miljard euro te verlagen?

Vraag 7

Hoe verhoudt het grote aantal kinderen dat in armoede opgroeit zich met het gevolg van de plannen in het regeer- en gedoogakkoord dat de koopkracht voor uitkeringsgerechtigden daalt?


XNoot
1

De Telegraaf, »11 procent kinderen groeit op in armoede», 4 oktober 2010.

Naar boven