Vragen van het lid Van Rooijen (50 PLUS) medegedeeld aan de Minister-President over de staatsrechtelijke aspecten van het volgen van de zgn. SGH route bij de afwikkeling van de toeslagenaffaire (ingezonden 9 juli 2024).

Vraag 1

Is de Minister-President bekend met de wijze waarop de Stichting (Gelijk)waardig Herstel («SGH») betrokken is bij de afwikkeling van de toeslagenaffaire?

Vraag 2

Is dit onderwerp aan de orde geweest bij de ambtsoverdracht van de Minister-President? Zo ja, is het als een voldongen besluit aan de nieuwe premier gepresenteerd?

Vraag 3

Beschikt de Minister-President naar zijn oordeel op dit moment nog over beleidsruimte op dit onderwerp?

Vraag 4

Is de Minister-President van oordeel dat de betrokkenheid van SGH leidt tot een beter resultaat inzake de individuele uitkeringen? Zo ja, op welke gronden is dat oordeel gebaseerd?

Vraag 5

In welk opzicht zou het hier gaan om een verbetering ten opzichte van de andere, door het Ministerie van Financiën gevolgde, procedures: in de snelheid van de procedure, in de kwaliteit van de procedure, in de hoogte van de in individuele gevallen uitgekeerde en nog uit te keren bedragen, in de rechtvaardigheid van de beslissingen in de individuele gevallen, in het volgen van de relevante rechtsbeginselen of in de gevolgen voor ’s Rijks Schatkist?

Vraag 6

Is de Minister-President bekend met de inhoud van het artikel in De Correspondent van 11 juni van de hand van Jesse Frederik1, waarin wordt gesteld dat de compensatieregeling voor de toeslagenaffaire via de SGH route onuitlegbaar, onuitvoerbaar en onbetaalbaar is?

Vraag 7

Erkent de Minister-President de risico’s die zijn verbonden aan het volgen van de SGH route? Welke risico’s ziet de Minister-President in het bijzonder?

Vraag 8

Acht de Minister-President het verstandig en verantwoord dat leden van het Koninklijk Huis inhoudelijk bij deze procedure worden betrokken en aldus medeverantwoordelijkheid dragen voor de inhoud van de regeling en de wijze van uitvoering?

Vraag 9

Indien burgers niet tevreden zijn met het resultaat van de SGH in hun specifieke geval, tot wie kunnen zij zich dan wenden?

Vraag 10

Is de Minister-President van oordeel dat hier in staatsrechtelijk opzicht risico’s worden gelopen, door de combinatie van betrokkenheid van deze leden van het Koninklijk Huis en de ministeriële verantwoordelijkheid van de regering, in het bijzonder de Minister-President, voor handelingen van leden van het Koninklijk Huis?

Vraag 11

Is van regeringszijde met de betrokken leden van het Koninklijk Huis gesproken over deze risico’s? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wanneer is dat gebeurd, voorafgaande aan de daadwerkelijke betrokkenheid of in een later stadium?

Vraag 12

Waarom is van regeringszijde geen actie ondernomen om deze leden van het Koninklijk huis te weerhouden van actieve betrokkenheid? Is een dergelijk ingrijpen bij de regering op enig moment in overweging geweest?

Vraag 13

Realiseert de Minister-President zich dat deze betrokkenheid van leden van het Koninklijk Huis ook impliceert dat deze leden (mede)verantwoordelijkheid dragen voor miljarden euro’s aan uitgaven ten laste van de Rijksbegroting, de wijze waarop de gelden worden verdeeld en de regels die daarbij al dan niet worden toegepast dan wel al dan niet worden nageleefd?

Vraag 14

Op welke wijze zouden naar het oordeel van de Minister-President de verantwoordelijkheid van deze leden van het Koninklijk Huis kunnen worden gemitigeerd dan wel voorkomen?

Vraag 15

In welke mate zou de Minister-President bereid zijn om leden van het Koninklijk Huis (enige) vrijheid te geven om maatschappelijke activiteiten die risico’s en externe verantwoordelijkheid met zich brengen uit te oefenen?

Vraag 16

Verwacht de Minister-President nog verdere aanbiedingen van de zijde van het Koninklijk Huis om ambtelijke taken anders, beter en sneller uit te voeren?

Vraag 17

Welke consequenties zou de Minister-President te zijner tijd willen verbinden jegens deze leden van het Koninklijk Huis aan een resultaat van de SGH route wanneer dit resultaat maatschappelijk, juridisch en/of politiek onaanvaardbaar is?

Naar boven