Vragen van het lid Van Rooijen (50 PLUS) medegedeeld aan de Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen naar aanleiding van de op 2 september 2022 ontvangen antwoorden van de Minister op de vragen bij het artikel «Koopkrachtbehoud toch een illusie»1Zie Aanhangsel van de Handelingen van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, 2021–2022, nr. 11 (ingezonden 6 september 2022).

Vraag 1

Kan de Minister een onderbouwing leveren van haar keuze om te rekenen met een projectierendement van 0%?

Vraag 2

Kan de Minister aangeven wat de dekkingsgraad van een gemiddeld pensioenfonds voor invaren moet zijn om zonder pensioenrechten te verlagen na invaren een projectierendement te kunnen hanteren van 1,7% onder de RTS?

Vraag 3

Kan de Minister aangeven met hoeveel procent de premie ongeveer stijgt als wordt overgestapt van de huidige rekenrente naar een projectierendement van 1,7% onder de RTS?

Vraag 4

Kan de Minister aangeven van hoeveel fondsen zij verwacht dat ze straks een projectierendement kiezen van 1,7% of meer onder de RTS?

Vraag 5

Kan de Minister aangeven van hoeveel fondsen zij verwacht dat ze straks een projectierendement kiezen die groter dan of gelijk is aan de RTS?

Vraag 6

De Minister geeft aan dat het nieuwe stelsel aanvullende voordelen biedt in de vorm van het wegvallen van buffers. Acht de Minister de solidariteitsreserve dan geen vorm van een buffer? En zou indien in het huidige uitkeringsstelsel alle zekerheden worden weggenomen, zoals bij het oorspronkelijke pensioenakkoord het geval was, door het wegvallen van de buffers niet hetzelfde voordeel zijn ontstaan?

Vraag 7

Kan de Minister de vragen beantwoorden op zo kort mogelijke termijn?


X Noot
1

Zie Aanhangsel van de Handelingen van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, 2021–2022, nr. 11

Naar boven