Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | CLXXV nr. A |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | CLXXV nr. A |
Den Haag, 14 april 2026
Ter voldoening aan artikel 14 van het Reglement van Orde biedt het College van Voorzitter en Ondervoorzitters hierbij de Kamer de raming aan van de uitgaven ten behoeve van de Kamer in het jaar 2027, alsmede van de in dat jaar te verkrijgen ontvangsten.
De ramingen zijn bestemd om, na door de Kamer te zijn vastgesteld, bij de regering te worden ingezonden ten behoeve van de Rijksbegroting voor het jaar 2027.
Het College van Voorzitter en Ondervoorzitters,
Voorzitter, M.L. Vos
Ondervoorzitters, B.O. Dittrich H.J.J. Talsma
Griffier, R. Nehmelman
Taken en taakvervulling door de Kamer
De Eerste Kamer heeft drie taken. Allereerst toetst de senaat als medewetgever wetsvoorstellen, wat tot uitdrukking komt in artikel 81 en verder van de Grondwet. Daarnaast controleert de Eerste Kamer het Nederlandse regeringsbeleid, zoals dat onder meer tot uitdrukking komt in de artikelen 42, 44 en 46 (ministeriële verantwoordelijkheid) en 68 (ministeriële inlichtingenplicht) van de Grondwet. Ten derde heeft de Senaat een volksvertegenwoordigende taak, zoals blijkt uit artikel 50 van de Grondwet.
Met het oog op de uitoefening van deze taken streeft de Kamer naar een effectieve en efficiënte ondersteunende organisatie met toereikende faciliteiten en middelen. Ook wenst zij transparant en verantwoordelijk te zijn bij de uitoefening van haar taken.
Het wetgevingsproces kent verschillende actoren: de regering, Raad van State, de Tweede Kamer en de Eerste Kamer. De Eerste Kamer is de laatste schakel in de keten.
De Eerste Kamer voert haar medewetgevende taak nauwgezet uit en toetst wetsvoorstellen in het bijzonder op rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid. Deze aandachtspunten sluiten niet uit dat ook andere overwegingen bij Eerste Kamerleden een rol kunnen spelen. De Eerste Kamer is immers ook een politiek orgaan. Haar leden zijn gekozen op lijsten van politieke partijen. Er wordt daarom ook gekeken door een politieke bril: wetsvoorstellen worden ook in het licht van partijprogramma’s en partijbeginselen beoordeeld. De toetsing door de Eerste Kamer is dus ondanks de onmiskenbare focus op wetgevingskwaliteit uiteindelijk politiek van aard. Het «vrij mandaat» van Kamerleden (artikel 67, lid 3 Grondwet) brengt met zich mee dat zij naar eigen inzicht kunnen stemmen over wetsvoorstellen, moties en andere zaken.
De Grondwet bepaalt dat nationale wetsvoorstellen door de Eerste Kamer moeten worden afgehandeld, dat wil zeggen aangenomen of verworpen. Hier is geen sprake van een vrije keuze, dus is het vanzelfsprekend dat de behandeling van wetsvoorstellen tot de kern van het Kamerwerk gerekend wordt. Bij beleid is de keuzevrijheid van de Eerste Kamer om iets al dan niet te behandelen een stuk groter. Staatsrechtelijk bezien mag de Eerste Kamer uiteraard alles behandelen, maar een verplichting tot behandeling bestaat – anders dan voor wetsvoorstellen – niet.
Voortvloeiend uit artikel 62 van de Grondwet heeft de Voorzitter van de Eerste Kamer de leiding over de Verenigde Vergadering. Dit maakt de senaat ook verantwoordelijk voor de organisatie ervan, zoals met Prinsjesdag.
Nederland maakt samen met de landen Aruba, Curaçao en Sint-Maarten deel uit van het Koninkrijk der Nederlanden. Evenals voor Europees Nederland, zijn Eerste en Tweede Kamer medewetgever voor Caribisch Nederland (Bonaire, Sint-Eustatius en Saba).
De parlementen van de vier landen zijn zelf medeverantwoordelijk voor de totstandkoming van nationale wet- en regelgeving, met uitzondering van de in het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden opgesomde Koninkrijksaangelegenheden (artikel 3 Statuut). Deze aangelegenheden worden behartigd door de Raad van Ministers voor het Koninkrijk (Rijksministerraad). Eerste en Tweede Kamer zijn medewetgever bij de totstandkoming van rijkswetgeving en rijksbeleid. Dit is vastgelegd in het Statuut en praktisch verankerd in hoofdstuk XIII van het Reglement van Orde.
De Eerste Kamer kent een bestendige praktijk van parlementaire behandeling van Europese ontwerpregelgeving en parlementaire controle op de totstandkoming van Europees beleid, waarbij de senaat in het bijzonder aandacht heeft voor de rol van de Nederlandse regering daarin. De bevoegdheden van de Kamer op dit terrein zijn geregeld in het Verdrag van de Europese Unie (artikelen 5 en 12), het Protocol over de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie en het Protocol over de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid (artikel 6: de subsidiariteitstoets door nationale parlementen). De artikelen 3 en 4 van de rijkswet houdende goedkeuring van het Verdrag van Lissabon regelen ten slotte het beperkte parlementaire instemmingsrecht en het parlementair voorbehoud. De Europese werkwijze van de Kamer is gecodificeerd in hoofdstuk XI van het Reglement van Orde.
Tot slot participeert de Eerste Kamer in het kader van internationale samenwerking en parlementaire diplomatie in parlementaire assemblees van internationale organisaties en onderhoudt zij contacten met parlementen en regeringen van andere landen.
Budget- of begrotingsrecht van de Kamer
De Kamer beschikt over het budget- of begrotingsrecht. De begroting van het Rijk wordt bij de wet vastgesteld. De verantwoording van de ontvangsten en de uitgaven van het Rijk wordt aan de Staten-Generaal gedaan overeenkomstig de bepalingen van de wet. Dit is vastgelegd in artikel 105 van de Grondwet.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer is in artikel 4.4, lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 bepaald dat afspraken worden gemaakt (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de Minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.
Artikel 4.5 van de Comptabiliteitswet 2016 ziet op de begroting van de Staten-Generaal. Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de door de Eerste Kamer opgestelde raming ongewijzigd opneemt in de wet tot vaststelling van de begrotingsstaten van de Staten-Generaal, tenzij er een evident zwaarwegende reden is om dit niet te doen. Als de Minister (onderdelen van) de raming wegens evident zwaarwegende redenen niet of niet geheel opneemt, dan licht de Minister dit gemotiveerd toe in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel.
Begrotingsproces en planning
• December – april: het College van Voorzitter en Ondervoorzitters van de Eerste Kamer raamt de uitgaven en ontvangsten van de Eerste Kamer voor het volgende begrotingsjaar en formuleert de bijbehorende toelichting op deze ontwerpbegroting, volgens artikel 14, lid 1 van het Reglement van Orde Eerste Kamer. Deze biedt zij vervolgens aan de Eerste Kamer aan, waarna de procedure van artikel 14, lid 2 wordt gevolgd.
• April–juni: de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) houdt het voorbereidend onderzoek van de voorgestelde raming waarna deze ter vaststelling wordt doorgeleid naar de plenaire vergadering van de Eerste Kamer.
• De raming wordt, nadat zij door de Eerste Kamer is goedgekeurd, vóór 1 juli toegezonden aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
• Juli: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties neemt de raming over en verwerkt deze in het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten Staten-Generaal voor het komende begrotingsjaar.
Parallel aan de totstandkoming van de raming van het komende begrotingsjaar en verwerking daarvan in een wetsvoorstel, kan de lopende begroting van de Eerste Kamer worden gewijzigd bij de Voorjaars- en/of Najaarsnota. Hiertoe worden afzonderlijke wetsvoorstellen ingediend om de lopende begroting te wijzigen. Dit komt tot uitdrukking in de meerjarencijfers. Om de samenhang inzichtelijk te maken, wordt in deze raming gerefereerd aan het budget van de Eerste Kamer, en aan het wijzigingsvoorstel op de lopende begroting 2026 dat de Kamer naar verwachting binnen enkele maanden als wetsvoorstel in verband met de Voorjaarsnota 2026 ter goedkeuring krijgt voorgelegd.
Het uitgangspunt voor de Raming 2027 van de Eerste Kamer is het meerjarencijfer voor dat jaar zoals opgenomen in de memorie van toelichting bij de Vaststelling van de begrotingsstaten van de Staten-Generaal (IIA) voor het jaar 2026. In deze meerjarencijfers zijn de eerder vastgestelde begrotingen en wijzigingen daarop bij voorjaarsnota’s verwerkt. Het in de memorie van toelichting geschetste meerjarenkader van het budget van de Kamer is hieronder opgenomen in tabel 1.1 Zoals kan worden afgelezen uit deze tabel wordt voor 2026 en 2027 ervan uitgegaan dat de uitgaven van de Eerste Kamer respectievelijk € 28.286.000 en € 27.040.000 bedragen. De ontvangsten zijn voor beide jaren begroot op € 140.000.
|
Budget per artikelonderdeel |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|---|---|---|---|---|---|
|
1.1 Apparaat |
22.192.000 |
20.954.000 |
20.650.000 |
18.923.000 |
18.923.000 |
|
1.2 Vergoeding Voorzitter/leden |
5.602.000 |
5.602.000 |
5.602.000 |
5.602.000 |
5.602.000 |
|
1.3 Verenigde Vergadering |
492.000 |
484.000 |
485.000 |
485.000 |
207.000 |
|
Totaal Uitgaven |
28.286.000 |
27.040.000 |
26.737.000 |
25.010.000 |
24.732.000 |
|
Totaal Ontvangsten |
140.000 |
140.000 |
140.000 |
140.000 |
140.000 |
In tabel 2 is geschetst dat er vanaf 2026 drie activiteiten zijn waarvoor aanvullend budget gereserveerd wordt. Voor het overgrote deel hangt dit samen met de vertraging van de renovatie van het Binnenhof, zoals de noodzakelijke vervangingsinvesteringen van de audiovisuele- en beveiligingssystemen in de Tijdelijke Huisvesting van de Eerste Kamer en het reserveren van aanvullend budget voor deze Tijdelijke Huisvesting voor de jaren 2029 en 2030 omdat de Eerste Kamer er langer verblijft. Voor deze jaren is nog niet eerder een wijziging voor de begroting ingediend. Het aanvullende budget is nodig, omdat de tijdelijke huisvesting groter is dan de ruimte op het Binnenhof hetgeen meer bedrijfsvoeringkosten met zich meebrengt.
Daarnaast wordt structureel extra budget gereserveerd voor de toename van kosten voor de Kamer(leden) en tot slot incidenteel voor de implementatie van een nieuw financieel systeem.
De hieronder te presenteren mutaties in het kader van de Voorjaarsnota 2026 hebben betrekking op de jaren 2026 en verder. In tabel 2 staan de aanpassingen die van invloed zijn op de lopende Begroting 2026 en de Ramingen van 2027 en verder. Deze worden uiterlijk in de zomer van 2026 aan de Eerste Kamer voorgelegd als wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaten Staten-Generaal voor het jaar 2027 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota). Omdat de Raming 2027 van de Eerste Kamer vóór 1 juli 2026 bij de Minister van BZK moet zijn ingezonden, kan niet worden gewacht op aanvaarding van genoemd wijzigingswetsvoorstel. Wél is met het indienen van het voorstel van de Raming 2027 in de Eerste Kamer gewacht tot het moment van indienen van genoemd wijzigingswetsvoorstel bij de Tweede Kamer, zodat zekerheid bestaat over verwerking van de gevraagde mutaties in het wijzigingswetsvoorstel.2 Wanneer het wijzigingswetsvoorstel ongewijzigd wordt aanvaard, betekent dit dat de Raming 2026 met € 3.170.000 naar boven wordt bijgesteld. Het betreft een stijging van € 28.286.000 (zie tabel 1) naar € 31.456.000 (zie tabel 3, voorlaatste kolom).
|
Omschrijving |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|---|---|---|---|---|---|
|
Artikelonderdeel 1.1 Apparaat |
|||||
|
Vertraging renovatie: huisvesting, audiovisueel en veiligheid |
2.240.000 |
1.800.000 |
1.800.000 |
||
|
Implementatie nieuw financieel systeem |
600.000 |
||||
|
Stijging kosten Kamer: Toename aantal fracties |
70.000 |
||||
|
Artikelonderdeel 1.2 Vergoeding Voorzitter/leden |
|||||
|
Stijging kosten Kamer: Hogere kosten WKR, reis- en verblijfskosten en Vergoedingen. (Structurele claim) |
200.000 |
200.000 |
200.000 |
200.000 |
200.000 |
|
Artikelonderdeel 1.3 Verenigde Vergadering |
|||||
|
Vertraging renovatie: Prinsjesdag |
60.000 |
60.000 |
60.000 |
60.000 |
360.000 |
|
Totaal |
3.170.000 |
260.000 |
260.000 |
2.060.000 |
2.360.000 |
De voorgestelde mutaties zoals beschreven in tabel 2 zijn verwerkt in tabel 3.
Onderstaande tabel 3 geeft een overzicht van de realisatie over het jaar 2025, de – met de Voorjaarsnota 2026 – bij te stellen Raming 2026 en de nu voorgestelde Raming 2027.
Ten aanzien van de realisatie 2025 kan worden opgemerkt dat een budget van circa € 300.000 niet is benut. Dit komt onder andere doordat facturen pas in 2026 worden ontvangen, waardoor het gereserveerde budget in 2025 niet hoefde te worden aangesproken.
|
Volgnummer |
Activiteiten |
Realisatie 2025 |
Bij te stellen Begroting 2026 (in kader Voorjaarsnota 2026) |
Raming 2027 |
|---|---|---|---|---|
|
A |
Artikelonderdeel 1.1. Apparaat |
21.995.621 |
25.102.000 |
22.192.000 |
|
1 |
HR & apparaat |
9.637.486 |
9.627.000 |
9.627.000 |
|
2 |
Informatievoorziening & digitale veiligheid |
4.925.718 |
5.856.000 |
4.656.000 |
|
3 |
Informatievoorziening (CIP) |
290.986 |
304.700 |
304.700 |
|
4 |
Fysieke Veiligheid |
1.430.995 |
1.355.500 |
1.355.500 |
|
5 |
Facilitaire zaken en huisvesting |
2.587.623 |
3.949.100 |
2.839.100 |
|
6 |
Strategie, protocol en publieksbereik |
640.193 |
551.000 |
551.000 |
|
7 |
Fractieondersteuning |
1.994.201 |
2.382.000 |
2.382.000 |
|
8 |
Internationaal |
275.106 |
328.400 |
328.400 |
|
9 |
Overig griffie |
213.314 |
748.300 |
148.300 |
|
B |
Artikelonderdeel 1.2. Vergoedingen Voorzitter/leden |
5.760.996 |
5.802.000 |
5.802.000 |
|
Vergoedingen Kamerleden en pensioenen oud-Voorzitters |
5.760.996 |
5.802.000 |
5.802.000 |
|
|
C |
Artikelonderdeel 1.3. Verenigde Vergadering |
842.304 |
552.000 |
552.000 |
|
Verenigde Vergadering |
842.304 |
552.000 |
552.000 |
|
|
Eindtotaal |
28.598.922 |
31.456.000 |
28.546.000 |
Hieronder zullen met name de ramingen van uitgaven in het begrotingsjaar 2027 (tabel 3, laatste kolom) worden toegelicht waarvan de hoogte substantieel afwijkt (meer dan 100.000 euro) van het bedrag dat daarvoor in het jaar 2025 is uitgegeven (tabel 3, derde kolom). Dit geldt voor de posten «Informatievoorziening & digitale veiligheid» (A2), «Facilitaire zaken en huisvesting» (A5), «Fractieondersteuning» (A7) en «Verenigde Vergadering».
(A2) Informatievoorziening & digitale veiligheid
In de toelichting op de Raming 2024 staat dat het Contentmanagementsysteem (CMS) van de Kamer vervangen wordt. In 2024 is hiervoor een Europese aanbesteding uitgevoerd. In de jaren 2025 en 2026 wordt dit systeem ingericht en geïmplementeerd. Vanaf 2027 wordt het systeem in gebruik genomen De geraamde uitgaven voor 2027 vallen dan € 270.000 lager uit dan in 2025 (zie tabel 3).
Het CMS kan gezien worden als de hoofdapplicatie van de Eerste Kamer en zorgt ervoor dat op de website en in de VergaderApp alle relevante vergaderstukken, dossiers, livestreams van de vergaderingen en informatie over de Eerste Kamer raadpleegbaar zijn.
(A) Facilitaire zaken en huisvesting
Vanaf april 2025 is een verdere professionalisering van de facilitaire dienstverlening doorgevoerd. Hierdoor wordt de continuïteit en kennis van de facilitaire dienstverlening verbeterd en wordt voldaan aan wet- en regelgeving.
Om dit te kunnen bereiken laat de griffie deze diensten voor een groot deel uitvoeren door FMHaaglanden (FMH).
De kosten nemen ten opzichte van 2025 toe met € 250.000. Dit komt voornamelijk door indexering van de prijzen. Binnen het budget van de Eerste Kamer is hiervoor ruimte gevonden.
(A7) Fractieondersteuning
Vanaf 2024 is de bijdrage aan de fracties vanuit de Regeling financiële ondersteuning fracties Eerste Kamer 2023 verhoogd. Hierdoor worden fracties beter in staat gesteld om hun taken als werkgever te vervullen. Jaarlijks worden deze bedragen geïndexeerd. Voor 2027 wordt de indexering bekend rond april van dat jaar. De verwachte kosten zijn in 2027 hoger, omdat het beeld is dat de ontvangsten in het kader van de afwikkeling van de voorschotten van de fracties afneemt. Hierdoor nemen de kosten t.o.v. 2025 toe met ongeveer € 390.000.
Ten laste van dit begrotingsartikelonderdeel worden de vergoedingen, reiskosten en overige kosten voor Voorzitter en leden verantwoord. De kosten voor de inzet van de Voorzitter en de Kamerleden zijn geraamd op het prijsniveau van 2025.
Daarnaast wordt het budget ingezet voor de APPA (Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers), een pensioenvoorziening voor oud-Voorzitters en voor de Werkkostenregeling met betrekking tot de verstrekte vergoedingen aan Voorzitter en leden.
Organisatie van de Verenigde Vergadering
De jaarlijkse organisatie van de Verenigde Vergadering op Prinsjesdag vindt plaats in de Koninklijke Schouwburg van Den Haag vanwege de renovatie van het Binnenhof. Zolang de Verenigde Vergadering niet in de Ridderzaal kan plaatsvinden, is een hoger budget noodzakelijk om in de benodigde faciliteiten en noodzakelijke beveiliging te kunnen voorzien.
De kosten in 2027 dalen ten opzichte van 2025 met € 290.000. Dit komt omdat in 2025 in het kader van 80 jaar vrijheid een Bijzondere Verenigde Vergadering is gehouden. Voor 2027 is geen tweede Bijzondere Verenigde Vergadering voorzien.
TOELICHTING ONTVANGSTEN OP DE BEGROTING (Artikelonderdeel 04)
De verwachte ontvangsten op de begroting zijn geraamd op € 140.000 euro.
Conform het verzoek vanuit de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken tijdens de behandeling van het voorstel voor de Raming 2026.
Conform het verzoek vanuit de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken tijdens de behandeling van het voorstel voor de Raming 2026.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-CLXXV-A.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.