36 945 XVI Jaarverslag en slotwet Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2025

Nr. 8 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 10 juni 2026

De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden.

De vragen zijn op 27 mei 2026 voorgelegd aan de Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport. Bij brief van 9 juni 2026 zijn ze door de Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport beantwoord.

Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.

De voorzitter van de commissie, Mohandis

Adjunct-griffier van de commissie, Heller

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Kunt u nader toelichten waarom bij artikel 1 Volksgezondheid sprake was van een correctie van € 204,4 miljoen op de verplichtingenruimte voor ZonMw? Waarom was eerder onduidelijk of deze correctie noodzakelijk was?

Antwoord 1

De afgelopen jaren is verplichtingen ruimte naar voren gehaald om de ZonMw verplichting vast te kunnen leggen. Hierdoor is de verhouding tussen het kasbudget en het verplichtingenbudget scheefgegroeid. Met deze technische correctie wordt dit rechtgezet. Voor een correcte aansluiting was onderzoek en afstemming met het Ministerie van Financiën nodig, waardoor een eerdere aanpassing niet mogelijk was.

Vraag 2

Kunt u specificeren welke onderdelen vanuit het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) en het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg hebben geleid tot de uitbreiding van de Brede SPUK met € 43,0 miljoen?

Antwoord 2

Vanuit het AZWA is voor 2026 € 25,0 miljoen toegevoegd aan de Brede SPUK voor de aanpak van overgewicht bij kinderen en volwassenen, mentale gezondheid en kansrijke start (nu niet zwanger). Vanuit het HLO is voor 2026 € 10,0 miljoen toegevoegd voor gelijkgerichte mantelzorgondersteuning en € 8,0 miljoen voor respijt- en logeerzorg.

Vraag 3

Wat waren de oorzaken van de vertraging bij het vastleggen van de SPUK versterking GGD’en, waardoor in 2025 € 32,4 miljoen minder verplichtingenruimte nodig was?

Antwoord 3

De regeling versterking GGD’en voor het jaar 2026 is in november 2025 gepubliceerd in de Staatscourant (Staatscourant 2025, 40150). De administratieve afhandeling van de aanvragen van de GGD’en heeft na 1 januari 2026 plaatsgevonden waardoor de gereserveerde verplichtingenruimte in 2025 niet nodig was. Voor de GGD’en zijn er geen gevolgen. De uitbetaling van de SPUK was al voorzien in 2026.

Vraag 4

Kunt u uiteenzetten welke Covid-19-opdrachten uiteindelijk niet of later zijn uitgevoerd, waardoor € 3,4 miljoen minder is uitgegeven aan ziektepreventie?

Antwoord 4

Er is geen sprake van opdrachten die niet zijn doorgegaan of later uitgevoerd. De € 3,4 miljoen betreft vrijval van middelen die gereserveerd waren op het begrotingsinstrument «opdrachten» voor juridische procedures die voortkomen uit de periode van de coronapandemie. Deze kosten zijn in 2025 lager uitgevallen.

Vraag 5

Waardoor vielen de ontvangsten op afrekeningen rondom Covid-19 uiteindelijk € 59,8 miljoen lager uit dan geraamd?

Antwoord 5

De afrekeningen van COVID-gerelateerde uitgaven uit eerdere jaren hebben plaatsgevonden in 2025, de daadwerkelijke teruggave van ontvangsten wordt in 2026 gerealiseerd.

Vraag 6

Kunt u toelichten waarom bij artikel 2 Curatieve Zorg uiteindelijk € 387,4 miljoen minder aan verplichtingen is gerealiseerd dan geraamd? Welke posten verklaren dit verschil voornamelijk?

Antwoord 6

De voornaamste posten die dit verschil verklaren hangen samen met het PALLAS-nieuwbouwprogramma. In de 1e suppletoire begroting van 2025 is het verplichtingenbudget van dit programma met € 422 miljoen verhoogd als gevolg van een herberekening van de verwachte bouwkosten. Omdat hiervoor nog een procedure loopt bij de Europese Commissie voor aanvullende staatsteungoedkeuring konden de betreffende middelen nog niet worden verplicht in 2025. Tezamen met kleinere mutaties maakt dat uiteindelijk € 387,4 miljoen minder aan verplichtingen is gerealiseerd dan geraamd.

Vraag 7

Waarom was bij ZonMw € 21,1 miljoen minder budget nodig voor de uitvoering van PharmaNL? Welke gevolgen heeft dit voor de voortgang van het project?

Antwoord 7

Bij het nationaal groeifondsprogramma PharmaNL is vertraging ontstaan doordat projecten te maken kregen met staatssteunproblematiek en sommige voorstellen niet aan de gestelde eisen voldeden. Hierdoor zijn aanvankelijk minder projecten gehonoreerd dan voorzien. Het budget dat niet is besteed, zal in latere jaren alsnog worden uitgegeven. De verwachting is dat dit de impact van PharmaNL niet zal benadelen.

Vraag 8

Kunt u toelichten waarom NRG Pallas een bedrag van € 4,5 miljoen bij het laatste trekkingsverzoek niet kon onderbouwen? Welke gevolgen heeft dit voor het project?

Antwoord 8

NRG PALLAS kon het bedrag van € 4,5 miljoen wel onderbouwen, maar in onvoldoende mate aantonen dat het zou worden uitgegeven in het eerste kwartaal van 2026. Dit heeft geen gevolgen voor het project: het bedrag van € 4,5 miljoen kan, indien voorzien van voldoende onderbouwing, bij een volgend trekkingsverzoek alsnog worden toegekend.

Vraag 9

Welke concrete maatregelen zijn genomen om de continuïteit van de gehandicaptenzorg in Drenthe/Groningen te waarborgen, waarvoor in 2025 een verplichting van € 25,8 miljoen is vastgelegd?

Antwoord 9

Op 15 december 2025 (Kamerstukken II 31 765, nr. 955) bent u geïnformeerd over het waarborgen van de continuïteit van zorg voor de cliënten van de Trans (een instelling uit de gehandicaptenzorg in financiële problemen) en het plan van een zorgvuldige overgang van het personeel, de cliënten en de activiteiten naar Cosis en Vanboeijen. Deze overgang is inmiddels sinds 1 januari 2026 een feit. De financiële bijdrage vanuit VWS bedraagt ten hoogste € 25,8 miljoen en deze zullen in latere jaren plaatsvinden. Het bedrag is bestemd voor het realiseren van 184 nieuwbouwplekken als onlosmakelijk onderdeel van het overnameplan voor het waarborgen van de continuïteit van zorg.

Vraag 10

Wat zijn de oorzaken van de vertraging binnen het project eOverdracht, waardoor € 2,9 miljoen is vrijgevallen? Wat betekent dit voor de planning van het project?

Antwoord 10

De oorzaken van de vertraging binnen het project eOverdracht zijn het ontbreken van randvoorwaarden en de komst van de EHDS. Op dit moment werkt het kabinet aan voorzieningen rond infrastructuur, techniek en eenheid van taal. Als voldaan is aan deze randvoorwaarden kan het gehele implementatieplan eOverdracht uitgevoerd en opgeschaald worden. Daarnaast zorgt de komst van de European Health Data Space (EHDS) en de bijbehorende aanpassingen aan de stelselwet ervoor dat de AMvB eOverdracht op zijn vroegst in 2028 in werking kan treden. Dit is drie jaar eerder dan dat voor de EHDS-tegenhanger Discharge reports nodig zou zijn.

Vraag 11

Kunt u toelichten welke gemeenten nog niet zijn aangesloten op PGB 2.0 en waarom er vertraging is ontstaan bij de overdracht van PGB 2.0?

Antwoord 11

Na de 8 gemeenten (Borger-Odoorn, De Ronde Venen, Dronten, Krimpen a/d IJssel, Oude IJsselstreek, Purmerend, Sluis en Wierden) die in april 2026 zijn aangesloten worden in juni opnieuw 8 gemeenten (De Fryske Marren, Gulpen-Wittem, Maastricht, Noordenveld, Sittard-Geleen, Stein, Valkenburg aan de Geul, Wijk bij Duurstede) aangesloten. De verwachting is dat de volgende 24 gemeenten in oktober van dit jaar worden aangesloten. Dat betekent dat er eind 2026 naar verwachting 46 gemeenten zullen zijn aangesloten, waaronder ook vier G40 gemeenten. Vanaf 2027 gaan we naar verwachting met grotere aansluittranches werken.

Het traject insourcing is een gezamenlijk traject met de SVB. Het heeft als doel het gehele PGB2.0-systeem duurzaam en efficiënt bij één partij onder te brengen. Het is belangrijk om dit zorgvuldig voor te bereiden en in het complexe traject rekening te houden met het geheel aan technische en organisatorische veranderingen die dit met zich meebrengt, ook gezien de andere verantwoordelijkheden en opgaven die reeds bij de SVB zijn belegd.

Vraag 12

Kunt u nader toelichten waarom het Nationaal Groeifondsproject DUTCH vertraging heeft opgelopen en welke gevolgen dit heeft voor de uitvoering in 2026?

Antwoord 12

Bij de toekenning van het budget vanuit het Nationaal Groeifonds aan VWS is een inschatting gemaakt van het ritme van de kasuitgaven. Stichting DUTCH heeft vervolgens (aanvullende) subsidieaanvragen ingediend bij VWS voor de verschillende werkstromen binnen het project. De vertraging in de uitvoering ten opzichte van het vooraf ingeschatte kasritme heeft verschillende oorzaken. Zo is er onder andere in de eerste helft van 2025 meer tijd nodig geweest van de beoordeling van de subsidieaanvragen en waren er minder inschrijvingen op de door Stichting DUTCH uitgezette calls dan verwacht. Hierdoor verschuift een deel van de uitgaven naar latere jaren, maar inhoudelijk heeft dit geen gevolgen voor de uitvoering of doelstellingen van het project. Eerder heeft de Minister van LJS de Kamer gemeld voor de in 2025 niet bestede middelen een beroep te doen op de eindejaarsmarge zodat deze in 2026 beschikbaar blijven voor dit project. Bij eerste suppletoire begroting 2026 worden deze middelen opnieuw beschikbaar gesteld. Hiermee blijft het totale meerjarige budget voor het project ongewijzigd.

Vraag 13

Wordt het vrijgevallen bedrag van eOverdracht nu besteed aan andere initiatieven die bijdragen aan het gestandaardiseerd en elektronisch laten verlopen van de verpleegkundige overdracht of andere relevante deling van medische informatie?

Antwoord 13

Nee, het vrijgevallen bedrag wordt nu niet besteed aan andere initiatieven die bijdragen aan de digitale gegevensuitwisseling binnen de langdurige zorg. Conform de begrotingsregels worden vrijgevallen middelen ingezet om tegenvallers te compenseren of vloeien terug naar de staatskas.

Vraag 14

Waarom zijn de geplande activiteiten rondom Generieke functies, persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO) en het Landelijk dekkend netwerk vertraagd, waardoor € 12,8 miljoen is vrijgevallen?

Antwoord 14

Een deel van de geplande activiteiten voor Generieke functies, persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO) en het Landelijk dekkend netwerk, waar deze middelen voor waren begroot, konden niet voor het einde van het jaar worden uitgevoerd. De redenen hiervoor lopen uiteen. Een gemene deler is echter dat de noodzakelijke procedures om de activiteiten op een rechtmatige manier te bekostigen, meer tijd in beslag namen en/of later konden starten dan waar rekening mee was gehouden bij het opstellen van de begroting. De geldende begrotingsregels dicteren dat als middelen niet uitgevoerd of verplicht zijn voor het einde van het boekjaar, deze vrijvallen in de Rijksbegroting.

Vraag 15

Welke subsidies, waaronder Sectorplanplus, zijn uiteindelijk lager vastgesteld waardoor € 31,3 miljoen hogere ontvangsten zijn gerealiseerd?

Antwoord 15

Van de hogere ontvangsten betrof ca. € 20 miljoen de lagere vaststelling van SectorplanPlus en ca. € 5 miljoen de herziening van de subsidie voor het Nationaal Groeifonds (NGF) project DUTCH in 2024. Dit bedrag is bij tweede suppletoire begroting 2025 opnieuw beschikbaar gekomen voor het project in 2025. De resterende ontvangsten boven het geraamde bedrag betroffen terugvorderingen uit vaststellingen en herzieningen van de subsidieregeling Kwaliteitsimpuls personeel ziekenhuiszorg (KiPZ) uit 2024, de projectsubsidie Sterk in je Werk en enkele kleinere projectsubsidies.

Vraag 16

Kunt u toelichten waarvoor de ophoging van het verplichtingenbudget met € 31 miljoen voor de SPUK transformatie gesloten jeugdhulp 2026 precies wordt ingezet, en welke concrete resultaten hiermee in 2026 moeten worden bereikt?

Antwoord 16

Dit is ingezet voor bovenregionale afspraken die gemeenten hebben gemaakt over de transformatie in bovenregionale plannen die lopen van 2024 tot en met 2030. Er wordt in de verschillende landsdelen op dit moment hard gewerkt aan de uitvoering van deze plannen.

Vraag 17

Kunt u aangeven waarom het noodzakelijk was om via de Veegbrief het verplichtingenbudget al in 2025 op te hogen om de verplichting voor de SPUK transformatie gesloten jeugdhulp 2026 tijdig aan te kunnen gaan?

Antwoord 17

Gemeenten konden in 2024 een aanvraag doen voor de SPUK. Dit betrof een aanvraag voor middelen voor het jaar 2025 en 2026. Om deze middelen in 2025 te verlenen, aan gemeenten voor toekomstige jaren was het noodzakelijk om het verplichtingenbudget op te hogen.

Vraag 18

Kunt u uitsplitsen welke subsidies en SPUK’s binnen artikel 5 Jeugd niet volledig zijn uitgeput en daardoor hebben geleid tot € 4,3 miljoen hogere ontvangsten?

Antwoord 18

Het gaat hierbij voornamelijk om terugontvangsten van SPUKS voor Bovenregionale expertisenetwerken uit de periode 2021–2023 en om ontvangsten vanuit reguliere project- en instellingssubsidies, waarbij er bij de verantwoording is vastgesteld, dat er minder kosten zijn gemaakt dan er aan subsidie is bevoorschot. Deze middelen zijn daarom teruggevorderd en als ontvangst geboekt.

Vraag 19

Kunt u toelichten of de niet volledig uitgeputte subsidies en SPUK’s binnen artikel 5 Jeugd gevolgen hebben gehad voor de uitvoering van jeugdzorgbeleid, waaronder de transformatie van gesloten jeugdhulp?

Antwoord 19

Nee, dit heeft verder geen gevolgen gehad voor het Jeugdzorgbeleid in het algemeen en de transformatie van gesloten jeugdhulp in het bijzonder. De terugontvangsten zijn voornamelijk veroorzaakt doordat de Bovenregionale expertisenetwerken in de periode 2021–2023 nog in opbouw waren en de daadwerkelijke kosten lager zijn uitgevallen dan vooraf begroot.

Vraag 20

Waarom is de nabetaling aan gemeentes in het kader van de SPUK stimulering niet doorgegaan? Wordt de € 2,5 miljoen die nu vrijvalt besteed aan andere sportactiviteiten?

Antwoord 20

Het niet doorgaan van de nabetaling volgt voornamelijk uit de vaststelling van één gemeente. Op basis van door de gemeente ingediende SiSa verantwoording zou een bedrag nabetaald moeten worden. Echter, uit de controle bleek dat de betreffende gemeente niet de juiste rekenfactor voor het bepalen van de maximale hoogte van subsidiabele kosten had toegepast. Hierdoor is conform de oorspronkelijke verlening vastgesteld en het gehele nabetalingsbedrag niet alsnog uitbetaald.

Het bedrag van € 2,5 miljoen dat hierdoor eind 2025 is vrijgevallen, is niet aan andere sportactiviteiten besteed. Deze middelen zijn door het moment van vrijvallen een incidentele financiële meevaller voor de rijksfinanciën.

Vraag 21

Wordt de instroom in de opleiding artsen maatschappij en gezondheid voldoende gestimuleerd, gezien het belang van deze artsen en het feit dat het gereserveerde bedrag niet volledig is benut?

Antwoord 21

Het Ministerie van VWS vindt het belangrijk dat er voldoende artsen maatschappij en gezondheid worden opgeleid. VWS neemt de instroomadviezen van het Capaciteitsorgaan voor deze opleidingen daarom zoveel mogelijk over, mits dat budgettair inpasbaar is en haalbaar is voor de sector. Bij dit laatste wordt betrokken of er voldoende opleidingscapaciteit en kandidaten zijn.

De afgelopen jaren zijn voor niet alle door VWS beschikbaar gestelde instroomplaatsen voor de (profiel)opleidingen tot arts maatschappij en gezondheid ingevuld, waardoor ook niet alle gereserveerde middelen zijn benut. Daarbij is het goed om te benoemen dat niet alleen de instroom van dat jaar, maar ook de instroom in eerdere jaren effect heeft op de uitgaven in 2025 omdat het meerjarige opleidingen betreft.

Gelet op het belang van voldoende artsen maatschappij en gezondheid en extramurale artsen in het algemeen heeft VWS de afgelopen jaren de campagne Next Level Dokter financieel ondersteund. Doel van deze campagne is om de bekendheid en aantrekkelijkheid van extramurale artsenberoepen, zoals arts maatschappij en gezondheid en huisartsen, te vergroten. Inmiddels is er een licht stijgende trend te zien bij enkele van deze opleidingen. Mede daarom is in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord afgesproken om de financiering van de Next Level Dokter-campagne voor de komende periode voort te zetten.

Vraag 22

Waarom heeft het toekennen van de verleningsbrief Programmakosten en Uitvoeringskosten SVB niet meer plaatsgevonden in 2025 maar in 2026?

Antwoord 22

De SVB heeft eind oktober 2025 het Jaarplan en begroting Zorg 2026 ingediend bij het ministerie. Op basis van dit ingediende Jaarplan en begroting Zorg 2026 hebben in de maand november nog enkele gesprekken met de SVB plaatsgevonden over de uitvoering van de trekkingsrechten van het pgb, de kosten voor pgb2.0 en de programmakosten V&O. De goedkeuringsbrief voor het Jaarplan en begroting van de SVB is uiteindelijk begin januari verstrekt, waarmee formeel instemming is verleend. In beginsel is altijd het uitgangspunt om goedkeuring voorafgaand aan een jaar te verlenen. Gelukkig heeft het moment van vaststellen, begin 2026, niet geleid tot enige vertraging in de bevoorschotting.

Vraag 23

Kunt u nader toelichten waarom de uitgaven voor de Tegemoetkoming Specifieke Zorgkosten (TSZ) € 7 miljoen hoger zijn uitgevallen dan geraamd?

Antwoord 23

Bij de aangifte inkomstenbelasting bestaat de mogelijkheid om binnen bepaalde grenzen specifieke zorgkosten af te trekken, ook wel de aftrek specifieke zorgkosten genoemd (ASZ). Personen die mede als gevolg van heffingskortingen deze aftrek niet (geheel) kunnen gebruiken, ook wel verzilvering genoemd, ontvangen het onbenutte deel via de TSZ-regeling. De hogere uitgaven aan de TSZ zijn te verklaren doordat het gebruik van de regeling aftrek specifieke zorgkosten over belastingjaar 2024 is toegenomen. Dit hogere gebruik komt in latere jaren tot uiting qua uitgaven, daar de aangifte achteraf wordt ingediend.

Vraag 24

Waardoor zijn de uitgaven voor de zorgtoeslag € 17,3 miljoen lager uitgevallen dan geraamd?

Antwoord 24

Een afwijking van € 17,3 miljoen is een beperkte afwijking ten opzichte van de totale uitgaven van € 7,4 miljard. In de verantwoording worden de uitgaven aan zorgtoeslag gerapporteerd op kasbasis, waarbij alle uitgaven aan lopend toeslagjaar of eerdere toeslagenjaren bij elkaar zijn opgeteld. De uitgaven op kasbasis zijn afhankelijk van wat er precies op welk moment in de uitvoering gebeurt, waardoor kaspatronen waaronder dus ook nabetalingen over eerdere toeslagjaren lastig exact zijn te voorspellen in welk jaar deze vallen. Met een dergelijke beperkte afwijking is het dan ook lastig om precies aan te geven wat de exacte verklaring is.

Vraag 25

Waarom is de verhuizing van het RIVM in 2025 niet doorgegaan, waardoor € 20,2 miljoen aan verhuiskosten niet nodig was? Wat betekent dit voor de nieuwe planning?

Antwoord 25

Eind 2025 heeft de Minister van VWS de Kamer geïnformeerd dat de oplevering van het gebouw meer tijd kost dan aanvankelijk voorzien en dat de verhuizing nu in 2026 is voorzien.

Vraag 26

Kunt u toelichten waarom vacatures binnen het apparaat van het Ministerie van VWS moeilijk ingevuld konden worden en welke functies hierdoor open zijn blijven staan?

Antwoord 26

VWS is voor het merendeel van de vacatures van vorig jaar goed in staat geweest passende kandidaten te vinden. Door de krapte op de arbeidsmarkt zijn functies soms lastiger in te vullen, met name binnen de IT-, juridische en financiële doelgroepen.

Vraag 27

Waarom zijn er aanzienlijk minder externe juristen ingehuurd dan geraamd, waardoor sprake was van € 4,7 miljoen onderuitputting?

Antwoord 27

De onderuitputting is veroorzaakt als een gevolg van het aflopen van een omvangrijke inhuurovereenkomst voor juridische ondersteuning. Hierbij zijn middelen vrijgevallen die gedurende de gehele looptijd van de overeenkomst niet zijn uitgenut.

Naar boven