36 915 XVII Wijziging van de begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (XVII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2026 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp.

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, S.W. Sjoerdsma

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1 Leeswijzer

De voorliggende suppletoire begroting bevat de voorgestelde wijzigingen ten opzichte van de vastgestelde begroting 2026 van hoofdstuk XVII van de begroting van het Rijk. Omdat deze begroting nog de naam «Buitenlandse Handel en Ontwikkelinghulp» had (BHO), zal deze naam ook voor deze suppletoire begroting gebruikt worden. Met ingang van de ontwerpbegroting 2027 zal de naam aangepast worden naar «Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking» (BHOS).

In hoofdstuk 2 is een overzicht opgenomen met de belangrijkste mutaties op de begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp met een toelichting op de substantiële verschillen.

Hoofdstuk 3 bevat per beleidsartikel een tabel budgettaire gevolgen van beleid. Na de tabel «budgettaire gevolgen van beleid» wordt een toelichting op de mutaties gegeven. Hierbij worden per artikel de mutaties die groter of gelijk zijn aan de ondergrenzen in onderstaande staffel (tabel 1) conform de Rijksbegrotingsvoorschriften toegelicht. De wijzigingen van de verplichtingen worden alleen toegelicht wanneer ze groter zijn dan 10% ten opzichte van de vorige stand op artikelniveau.

Tabel 1 Ondergrenzen conform RBV

Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting) in € miljoen

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 < 1000

5

10

=> 1.000

10

20

Middels de extrapolatie wordt het jaar 2031 toegevoegd aan de begrotingshorizon. Hierdoor bevat het jaar 2031 (t+5) in de tabellen «Budgettaire gevolgen van beleid» onder de beleidsartikelen zowel de mutaties uit deze eerste suppletoire begroting als een extrapolatie van de jaarbedragen.

2 Beleid

In dit wetsvoorstel is een aantal begrotingswijzigingen opgenomen die per saldo leiden tot een verhoging van de geraamde uitgaven op de begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (XVII) met EUR 5,4 miljoen in 2026. De geraamde ontvangsten stijgen bij eerste suppletoire begroting licht met EUR 0,7 miljoen in 2026.

De belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties bij eerste suppletoire begroting worden in onderstaande tabel weergegeven en toegelicht. De uitgebreide toelichtingen zijn per beleidsartikel opgenomen in hoofdstuk 3.

2.1 Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties

Tabel 2 Belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2026 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Artikelnummer

Uitgaven 2026

Uitgaven 2027

Uitgaven 2028

Uitgaven 2029

Uitgaven 2030

Uitgaven 2031

Vastgestelde begroting 2026

 

3.572.210

3.747.335

3.802.968

3.974.112

4.105.228

 

Mutaties Coalitieakkoord

             

1) Maatregel 4: Dekking steun Oekraïne vanuit BHO-begroting

5.4

 

– 419.000

       

2) Maatregel 61: Efficiencytaakstelling

div.

 

– 498

– 970

– 1.580

– 2.099

– 2.099

3) Maatregel 62: Vernieuwing Rijksdienst: slagvaardige overheid

div.

     

– 1.881

– 4.734

– 4.734

4) Maatregel 63: Subsidietaakstelling

div.

 

– 16.524

– 16.524

– 16.524

– 16.524

– 16.524

5) Maatregel 69: actualisatie ODA-toerekening eerstejaars asielopvang

5.4

620.000

– 106.000

– 201.000

– 235.000

– 257.000

– 257.000

               

Belangrijkste suppletoire mutaties

             

6) Intensivering handel en economie voor ontwikkeling

1.3

26.500

15.000

       

7) Intensivering klimaat

2.3

5.000

5.000

       

8) Intensivering mondiale gezondheid en SRGR

3.1

11.000

         

9) Intensivering vrouwenrechten en gendergelijkheid

3.2

5.000

5.000

       

10) Intensivering humanitaire hulp

4.1

30.000

         

11) Intensivering veiligheid en stabiliteit

4.3

30.000

14.000

       

12) Overboeking naar begroting A&M voor migratiepartnerschappen

4.2

 

– 12.000

– 12.000

     

13) Overboeking naar BZ-begroting voor inzet strategische partnerschappen (vanuit 5.4)

5.4

– 5.000

         

14) Actualisatie ODA-toerekening eerstejaars asielopvang

5.4

97.627

– 6.901

– 68.260

– 80.976

– 37.152

– 24.288

15) Bijstelling ODA-budget o.b.v. bni-ontwikkeling n.a.v. CEP 2026

5.4

– 79.672

– 100.211

– 87.515

– 87.081

– 86.953

– 114.506

16) Inzet op ODA-programma's vanuit artikel 5.4

5.4

– 107.500

– 39.000

       

17) Kasschuif op artikel 5.4 a.g.v. bijstelling asiel

5.4

– 545.000

245.000

75.000

225.000

   

18) Rijksbrede taakstelling prijsbijstelling

5.4

   

– 14.975

– 15.924

– 17.133

– 18.991

19) Ombuiging op ODA-programma's i.v.m. negatieve stand art. 5.4

div.

       

– 53.000

– 58.000

20) Amendement Kröger (36 800 XVII nr. 65)

3.3

01

750

750

750

750

 

21) Extrapolatie

           

4.116.683

22) Overige mutaties

div.

– 82.528

– 18.157

– 5.409

290

53.541

59.291

Stand 1e suppletoire begroting 2026

 

3.577.637

3.313.794

3.472.065

3.761.186

3.684.924

3.679.832

X Noot
1

= verwerking van Amendement Kröger (36 800 XVII nr. 65) is voor 2026 opgenomen in het overzicht van mutaties bij de begrotingsartikelen (zie pagina’s 22 en 33) omdat het geen mutatie van de 1e suppletoire begroting maar van de ontwerpbegroting betreft. De dekking voor de meerjarige verwerking van het amendement komt uit 5.4 en is hierboven weergegeven in het saldo van 21) overige mutaties.

Toelichting

  • 1) Conform maatregel 4 uit het Coalitieakkoord worden de aanvullende middelen voor non-militaire steun aan Oekraïne in 2027 voor EUR 419 miljoen ten laste gebracht van de BHO-begroting.

  • 2) + 3) De Rijksbrede apparaatstaakstellingen uit het Coalitieakkoord (61. Efficiencytaakstelling en 62. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid) zijn verdeeld over de apparaatsartikelen en de uitgaven aan uitvoering. Dat betekent dat de bijdragen aan RVO meelopen in de grondslag. Deze bijdragen zijn naar rato van het budget verlaagd.

  • 4) Als gevolg van de subsidietaakstelling uit het Coalitieakkoord (maatregel 63) zijn de subsidiebudgetten verlaagd naar rato van het subsidiebudget in de begroting 2026. Dit leidt tot een bezuiniging van ongeveer 1,5% op de subsidiebudgetten.

  • 5) Conform maatregel 69 uit het Coalitieakkoord worden de ramingen voor de uitgaven aan eerstejaars asielopvang meerjarig bijgesteld. In overeenstemming met de geldende systematiek worden de uitgaven aan eerstejaars asielopvang vanuit het ODA-budget gemaximeerd op 10% van het ODA-budget vanaf 2027.

  • 6–11) Aansluitend op de prioriteiten uit het Coalitieakkoord wordt geïntensiveerd op handel en economie voor ontwikkeling, klimaat, gezondheid, vrouwenrechten, humanitaire hulp en veiligheid en stabiliteit (goed bestuur en democratische rechtsorde). De uitgaven worden gedekt uit verdeelartikel 5.4. Deze inzet is in lijn met de CW3.1 – kaders zoals uiteengezet in de Kamerstukken 36 180, nr. 134 en 36 180, nr. 136.

  • 12) Van de middelen die gereserveerd stonden op de BHO-begroting voor migratiepartnerschappen wordt in zowel 2027 als in 2028 EUR 12 miljoen overgeheveld naar de begroting van Asiel en Migratie. Deze middelen worden omgelabeld van ODA naar non-ODA en ingezet voor niet-ODA'ble activiteiten ten behoeve van het bevorderen van terugkeer en het tegengaan van irreguliere migratie.

  • 13) Vanuit de middelen die in 2026 zijn toegevoegd op artikel 5.4 vanwege een bijgestelde raming voor de asieluitgaven wordt EUR 5 miljoen overgeheveld naar de BZ-begroting ten behoeve van ODA-inzet i.h.k.v. strategische partnerschappen.

  • 14) Vanwege een neerwaartse bijstelling van de raming voor de asieluitgaven op de begroting van Asiel en Migratie vloeit in 2026 een bedrag van EUR 97,6 miljoen terug naar de begroting van BHO, aanvullend op de EUR 620 miljoen uit het Coalitieakkoord. Daarnaast wordt de omvang van de cap op de ODA-toerekening voor asiel van 10% van het ODA-budget vanaf 2027 geactualiseerd n.a.v. fluctuaties in het ODA-budget. Dit leidt tot een tegenvaller op de BHO-begroting van cumulatief EUR 217,6 miljoen in de jaren 2027–2031.

  • 15) Het totale ODA-budget daalt cumulatief met EUR 555,9 miljoen in de jaren 2026–2031 vanwege koppeling van het ODA-budget aan de ontwikkeling van het Bruto Nationaal Inkomen.

  • 16) Vanuit de ruimte die in 2026 ontstond op artikel 5.4 vanwege een bijgestelde raming voor de asieluitgaven wordt EUR 107,5 miljoen ingezet in 2026 en EUR 39 miljoen in 2027 voor ODA-programma's binnen de BHO-begroting (zie ook 6–11).

  • 17) In 2026 stijgt het ODA-budget met cumulatief EUR 718 miljoen als gevolg van een bijstelling van de ramingen voor eerstejaars asielopvang (zie 5 en 7). Middels een kasschuif wordt een deel van deze middelen verdeeld over de jaren 2026–2030.

  • 18) Het ODA-budget daalt met structureel ca. EUR 18,9 miljoen vanwege de verwerking van een Rijksbrede taakstelling op loon- en prijsbijstellingen.

  • 19) In de jaren 2030 en 2031 ontstond een negatieve stand op verdeelartikel 5.4. Om hiervoor te corrigeren, moet worden omgebogen op ODA-programma's. Deze ombuiging is technisch verwerkt middels een pro rata verdeling over de beleidsartikelen en zal bij een volgend begrotingsmoment verder worden ingevuld.

  • 20) Vanwege amendement Kröger (36 800 XVII nr. 65) stijgt het verplichtingen en uitgavenbudget op artikel 3.3 per jaar t/m 2030 met EUR 750.000. Dit wordt gedekt vanuit artikel 5.4. Ook amendement Kröger (36 800 XVII nr. 61) is aangenomen maar betreft de reeds beschikbare financiering voor het maatschappelijk middenveld op artikel 3.3 van deze begroting, en heeft geen budgettair beslag.

  • 21) Conform reguliere systematiek is het jaar 2031 aan de begrotingshorizon toegevoegd.

Tabel 3 Belangrijkste suppletoire ontvangstenmutaties 2026 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Artikelnummer

Ontvangsten 2026

Ontvangsten 2027

Ontvangsten 2028

Ontvangsten 2029

Ontvangsten 2030

Ontvangsten 2031

Vastgestelde begroting 2026

 

48.354

44.749

42.908

41.922

41.919

 

Belangrijkste suppletoire mutaties

             

1) Extrapolatie

div.

         

41.916

2) Overige mutaties

5.20

678

405

41

960

937

749

Stand 1e suppletoire begroting 2026

 

48.354

44.749

42.908

41.922

41.919

41.916

Toelichting

1) Conform reguliere systematiek is het jaar 2031 aan de begrotingshorizon toegevoegd.

3 Beleidsartikelen

Artikel 1: Duurzame economische ontwikkeling, handel en investeringen

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 4 Budgettaire gevolgen van beleid art. 1 Duurzame economische ontwikkeling, handel en investeringen (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting t

(1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB

(2)

Vastgestelde begroting t

(3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting

(4)

Stand 1e suppletoire begroting

(5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Art.

Verplichtingen

392.864

0

392.864

86.329

479.193

31.446

66

31.206

7.337

448.754

                       
 

Uitgaven

607.279

0

607.279

29.479

636.758

12.668

– 3.509

– 5.644

– 16.913

629.626

                       

1.1

Duurzaam handels- en investeringssysteem, inclusief MVO

33.535

0

33.535

– 230

33.305

174

157

82

– 308

37.377

 

Subsidies (regelingen)

17.288

0

17.288

– 735

16.553

– 315

– 315

– 315

– 601

21.647

 

MVO en beleidsondersteuning (ODA)

9.872

0

9.872

0

9.872

– 189

– 189

– 189

– 475

12.881

 

MVO en beleidsondersteuning (non-ODA)

7.416

0

7.416

– 735

6.681

– 126

– 126

– 126

– 126

8.766

 

Opdrachten

2.231

0

2.231

0

2.231

0

0

0

0

2.294

 

MVO en beleidsondersteuning (non-ODA)

2.231

0

2.231

0

2.231

0

0

0

0

2.294

 

Bijdrage aan agentschappen

2.760

0

2.760

0

2.760

– 16

– 33

– 108

– 212

3.088

 

Rijksdienst voor ondernemend Nederland

2.760

0

2.760

0

2.760

– 16

– 33

– 108

– 212

3.088

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

11.256

0

11.256

505

11.761

505

505

505

505

10.348

 

MVO en beleidsondersteuning (ODA)

4.661

0

4.661

0

4.661

0

0

0

0

3.648

 

Contributies internationaal ondernemen (non-ODA)

6.595

0

6.595

505

7.100

505

505

505

505

6.700

 

Nog te verdelen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

Nog te verdelen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

1.2

Nederlandse Handels- en Investeringsbevordering

99.487

0

99.487

3.209

102.696

115

– 939

– 2.080

– 3.669

93.549

 

Subsidies (regelingen)

30.781

0

30.781

– 3.000

27.781

– 3.436

– 3.436

– 3.436

– 3.436

27.345

 

Programma's internationaal ondernemen

10.000

0

10.000

0

10.000

– 142

– 142

– 142

– 142

9.858

 

Versterking concurrentiepositie Nederland

6.502

0

6.502

– 3.000

3.502

– 3.092

– 3.092

– 3.092

– 3.092

3.410

 

Invest Internationaal

9.780

0

9.780

0

9.780

– 138

– 138

– 138

– 138

9.642

 

Dutch Trade and Investment Fund

4.499

0

4.499

0

4.499

– 64

– 64

– 64

– 64

4.435

 

Garanties

4.500

0

4.500

0

4.500

0

0

0

0

4.500

 

Dutch Trade and Investment Fund

4.500

0

4.500

0

4.500

0

0

0

0

4.500

 

Opdrachten

13.752

0

13.752

3.000

16.752

3.000

3.000

3.000

3.000

14.752

 

Programma's internationaal ondernemen

10.566

0

10.566

3.000

13.566

3.000

3.000

3.000

3.000

13.566

 

Dutch Trade and Investment Fund

1.186

0

1.186

0

1.186

0

0

0

0

1.186

 

Wereldtentoonstelling

2.000

0

2.000

0

2.000

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan agentschappen

50.454

0

50.454

3.209

53.663

551

– 503

– 1.644

– 3.233

46.952

 

Rijksdienst voor ondernemend Nederland

50.454

0

50.454

3.209

53.663

551

– 503

– 1.644

– 3.233

46.952

 

Nog te verdelen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

Nog te verdelen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

1.3

Handel en economie voor ontwikkeling

474.257

0

474.257

26.500

500.757

12.379

– 2.727

– 3.646

– 12.936

498.700

 

Subsidies (regelingen)

174.908

0

174.908

13.378

188.286

– 3.866

– 5.466

– 3.615

– 4.216

171.962

 

Marktontwikkeling en markttoegang

29.791

0

29.791

0

29.791

– 368

– 368

– 368

– 368

25.603

 

Economic governance and institutions

28.596

0

28.596

600

29.196

265

– 335

– 335

– 335

23.315

 

Financiële sector ontwikkeling

36.522

0

36.522

10.000

46.522

– 754

– 754

– 754

– 754

52.003

 

Infrastructuurontwikkeling

37.492

0

37.492

– 19

37.473

– 3.112

– 3.603

– 1.455

– 2.056

21.544

 

Duurzame productie en handel

39.482

0

39.482

0

39.482

– 703

– 703

– 703

– 703

48.997

 

Nexus onderwijs en werk

300

0

300

2.100

2.400

0

0

0

0

0

 

Lokale private sector ontwikkeling

2.725

0

2.725

697

3.422

806

297

0

0

500

 

Leningen

56.000

0

56.000

0

56.000

6.000

0

0

0

68.161

 

Infrastructuurontwikkeling

10.000

0

10.000

10.000

20.000

6.000

0

0

0

10.000

 

Financiële sector ontwikkeling

46.000

0

46.000

– 10.000

36.000

0

0

0

0

58.161

 

Garanties

7.500

0

7.500

0

7.500

0

0

0

0

10.000

 

Financiële sector ontwikkeling

7.500

0

7.500

0

7.500

0

0

0

0

10.000

 

Opdrachten

70.350

0

70.350

– 9.900

60.450

0

0

0

0

77.650

 

Marktontwikkeling en markttoegang

9.000

0

9.000

0

9.000

0

0

0

0

12.000

 

Economic governance and institutions

18.000

0

18.000

0

18.000

0

0

0

0

18.300

 

Financiële sector ontwikkeling

1.000

0

1.000

0

1.000

0

0

0

0

1.000

 

Infrastructuurontwikkeling

15.750

0

15.750

0

15.750

0

0

0

0

14.750

 

(Jeugd)werkgelegenheid

26.600

0

26.600

– 10.000

16.600

0

0

0

0

31.600

 

Lokale private sector ontwikkeling

0

0

0

100

100

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan agentschappen

33.618

0

33.618

10.150

43.768

– 5

– 261

– 1.180

– 2.321

33.695

 

Rijksdienst voor ondernemend Nederland

33.618

0

33.618

10.150

43.768

– 5

– 261

– 1.180

– 2.321

33.695

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

131.881

0

131.881

12.872

144.753

10.250

3.000

1.149

– 6.399

137.232

 

International Labour Organisation

5.800

0

5.800

0

5.800

0

0

0

0

5.800

 

Lokale private sector ontwikkeling

42.325

0

42.325

1.657

43.982

2.000

3.000

1.149

1.750

24.850

 

Marktontwikkeling en markttoegang

10.833

0

10.833

– 5.000

5.833

0

0

0

0

18.600

 

Partnershipprogramma ILO

4.600

0

4.600

0

4.600

0

0

0

0

4.600

 

Economic governance and institutions

6.000

0

6.000

0

6.000

0

0

0

0

6.000

 

Financiële sector ontwikkeling

16.000

0

16.000

0

16.000

0

0

0

0

16.000

 

Infrastructuurontwikkeling

44.323

0

44.323

10.750

55.073

6.000

0

0

– 8.149

59.382

 

Nexus onderwijs en werk

0

0

0

465

465

0

0

0

0

0

 

Duurzame productie en handel

2.000

0

2.000

5.000

7.000

2.250

0

0

0

2.000

 

Nog te verdelen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

Nog te verdelen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

                       
 

Ontvangsten

14.000

0

14.000

0

14.000

0

0

0

0

14.000

Tabel 5 Uitsplitsing ontvangsten voor beleid art. 1 Duurzame economische ontwikkeling, handel en investeringen (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting t

(1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB

(2)

Vastgestelde begroting t

(3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting

(4)

Stand 1e suppletoire begroting

(5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Art.

Ontvangsten

14.000

0

14.000

0

14.000

0

0

0

0

14.000

                       

1.10

Duurzame economische ontwikkeling, handel en investeringen

7.000

0

7.000

0

7.000

0

0

0

0

7.000

 

Duurzame economische ontwikkeling, handel en investeringen

7.000

0

7.000

0

7.000

0

0

0

0

7.000

 

Duurzame economische ontwikkeling, handel en investeringen

7.000

0

7.000

0

7.000

0

0

0

0

7.000

1.30

Ontvangsten DGGF

7.000

0

7.000

0

7.000

0

0

0

0

7.000

 

Ontvangsten DGGF

7.000

0

7.000

0

7.000

0

0

0

0

7.000

 

Ontvangsten DGGF

7.000

0

7.000

0

7.000

0

0

0

0

7.000

Tabel 6 Uitsplitsing verplichtingen voor beleid art. 1 Duurzame economische ontwikkeling, handel en investeringen (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Stand ontwerp begroting

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB

Vastgestelde begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

 

2026

2026

2026

2026

2026

2027

2028

2029

2030

2031

 

(1)

(2)

(3)=(1+2)

(4)

(5)=(3+4)

         

Verplichtingen

392.864

0

392.864

56.620

449.484

15.140

– 439

30.701

15.267

457.480

garantieverplichtingen

129.000

0

129.000

0

129.000

0

0

0

0

0

overige verplichtingen

263.864

0

263.864

56.620

320.484

48.325

40.357

2.670

2.713

2.713

Toelichting

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget wordt meerjarig geactualiseerd. Dit leidt tot een opwaartse bijstelling. De meerjarige bijstelling op basis van de offerte voor 2026 van RVO leidt tot een verhoging van het verplichtingenbudget. Ook het verplichtingenbudget voor de uitvoeringskosten van Invest International wordt geregistreerd. Daarnaast wordt het verplichtingenbudget opgehoogd met EUR 26,5 miljoen in 2026 en EUR 15 miljoen in 2027 als gevolg van de intensiveringen op Handel en economie voor ontwikkeling. (zie uitgaven).

Uitgaven

Artikelonderdeel 1.3 Handel en economie voor ontwikkeling

Het budget op artikel 1.3 stijgt in 2026 door een intensivering van EUR 26,5 miljoen ten behoeve van inzet op kritieke grondstoffen, de hulp- en handelagenda en beurzen. Deze uitgaven worden gedekt uit verdeelartikel 5.4.

Verder zijn als gevolg van de subsidietaakstelling uit het Coalitieakkoord (maatregel 63) de subsidiebudgetten verlaagd naar rato van het subsidiebudget in de begroting 2026. Dit leidt tot een bezuiniging van ongeveer 1,5% op de subsidiebudgetten.

De Rijksbrede apparaatstaakstellingen uit het Coalitieakkoord (61. Efficiencytaakstelling en 62. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid) zijn verdeeld over de apparaatsartikelen en de uitgaven aan uitvoering. Dat betekent dat de bijdragen aan RVO meelopen in de grondslag. Deze bijdragen zijn naar rato van het budget verlaagd.

In de jaren 2030 en 2031 ontstond een negatieve stand op verdeelartikel 5.4. Om hiervoor te corrigeren, moet worden omgebogen op ODA-programma's. Deze ombuiging is technisch verwerkt middels een pro rata verdeling over de beleidsartikelen en zal bij een volgend begrotingsmoment verder worden ingevuld. Voor artikel 1 gaat het om een bedrag van EUR 8,4 miljoen in 2030 en EUR 9,2 miljoen in 2031.

Budgetflexibiliteit

Tabel 7 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 1
 

2026

Juridisch verplicht

69%

Bestuurlijk gebonden

27%

Beleidsmatig gereserveerd

0%

Nog niet ingevuld / vrij te besteden

4%

Artikel 1.1 Duurzaam handels- en investeringssysteem inclusief MVO is voor 51% juridisch verplicht. Meerjarige subsidies zijn verstrekt voor de verdere implementatie van de IMVO convenanten. Aan RVO is een opdracht verleend om de subsidieregeling sectorale samenwerking uit te voeren. Bij bijdragen gaat het om de verdragscontributies voor WTO en OESO.

Artikel 1.2 Nederlandse handels- en investeringsbevordering is voor 49% juridisch verplicht. De juridische verplichte uitgaven betreffen onder anderen de subsidie voor de ontwikkeltaak van Invest International, de uitvoering van de regeling DTIF en de uitvoeringskosten RVO.

Artikel 1.3 Handel en economie voor ontwikkeling is bedoeld om de private sector en dan vooral het MKB en de arbeidsmarkt in ontwikkelingslanden te versterken, door hulp, handel en investeringen aan elkaar te verbinden. Dit artikel is 75% juridisch verplicht door de getekende meerjarige overeenkomsten en de opdrachtverlening aan RVO en Invest International.

Artikel 2: Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid, water en klimaat

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 8 Budgettaire gevolgen van beleid art. 2 Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid, water en klimaat (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting t

(1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB

(2)

Vastgestelde begroting t

(3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting

(4)

Stand 1e suppletoire begroting

(5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Art.

Verplichtingen

1.044.894

0

1.044.894

74.788

1.119.682

109.037

– 63.695

3.741

84.173

818.284

                       
 

Uitgaven

875.352

0

875.352

6.850

882.202

4.040

– 2.102

– 3.955

– 19.807

1.020.681

                       

2.1

Voedselzekerheid

379.572

0

379.572

1.562

381.134

– 145

– 165

– 251

– 6.920

472.626

 

Subsidies (regelingen)

119.966

0

119.966

904

120.870

– 835

– 1.877

– 126

– 127

119.236

 

Realiseren ecologische houdbare voedselsystemen

8.000

0

8.000

0

8.000

– 283

– 283

– 283

– 283

19.717

 

Bevorderen inclusieve, duurzame groei in de agrarische sector

21.250

0

21.250

1.562

22.812

1.133

1.132

1.133

1.132

31.495

 

Kennis & capaciteitsopbouw ten behoeve van voedselzekerheid

3.000

0

3.000

0

3.000

– 42

– 42

– 42

– 42

2.958

 

Uitbannen huidige honger en voeding

15.000

0

15.000

0

15.000

– 934

– 934

– 934

– 934

11.066

 

Voedselzekerheid

72.716

0

72.716

– 658

72.058

– 709

– 1.750

0

0

54.000

 

Opdrachten

12.100

0

12.100

190

12.290

150

0

0

0

11.500

 

Kennis & capaciteitsopbouw ten behoeve van voedselzekerheid

11.100

0

11.100

0

11.100

0

0

0

0

10.000

 

Realiseren ecologische houdbare voedselsystemen

1.000

0

1.000

0

1.000

0

0

0

0

1.500

 

Voedselzekerheid

0

0

0

190

190

150

0

0

0

0

 

Bijdrage aan agentschappen

3.930

0

3.930

0

3.930

– 19

– 38

– 125

– 244

3.551

 

Rijksdienst voor ondernemend Nederland

3.930

0

3.930

0

3.930

– 19

– 38

– 125

– 244

3.551

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

243.576

0

243.576

468

244.044

559

1.750

0

– 6.549

338.339

 

Voedselzekerheid

115.100

0

115.100

6.895

121.995

– 2.991

0

0

0

126.400

 

Realiseren ecologische houdbare voedselsystemen

31.000

0

31.000

0

31.000

0

0

0

0

48.500

 

Bevorderen inclusieve, duurzame groei in de agrarische sector

43.208

0

43.208

– 6.427

36.781

3.550

1.750

0

– 6.549

74.139

 

Kennis & capaciteitsopbouw ten behoeve van voedselzekerheid

28.000

0

28.000

0

28.000

0

0

0

0

45.300

 

Uitbannen huidige honger en voeding

26.268

0

26.268

0

26.268

0

0

0

0

44.000

 

Nog te verdelen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

Nog te verdelen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

2.2

Water

253.325

0

253.325

0

253.325

– 2.432

– 2.494

– 2.735

– 7.441

354.323

 

Subsidies (regelingen)

98.036

0

98.036

– 2.361

95.675

– 2.962

– 7.000

– 8.450

– 14.253

154.896

 

Waterbeheer

67.533

0

67.533

– 344

67.189

– 3.125

– 7.100

– 7.828

– 14.539

90.053

 

Drinkwater en sanitatie

30.503

0

30.503

– 2.017

28.486

163

100

– 622

286

64.843

 

Opdrachten

1.400

0

1.400

100

1.500

100

0

50

0

50

 

Waterbeheer

1.400

0

1.400

100

1.500

100

0

50

0

50

 

Bijdrage aan agentschappen

6.521

0

6.521

0

6.521

– 32

– 94

– 335

– 688

9.999

 

Rijksdienst voor ondernemend Nederland

6.521

0

6.521

0

6.521

– 32

– 94

– 335

– 688

9.999

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

147.368

0

147.368

2.261

149.629

462

4.600

6.000

7.500

189.378

 

Waterbeheer

92.256

0

92.256

– 1.410

90.846

– 2.038

2.100

4.000

6.000

111.605

 

Drinkwater en sanitatie

55.112

0

55.112

3.671

58.783

2.500

2.500

2.000

1.500

77.773

 

Nog te verdelen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

Nog te verdelen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

2.3

Klimaat

242.455

0

242.455

5.288

247.743

6.617

557

– 969

– 5.446

193.732

 

Subsidies (regelingen)

108.468

0

108.468

0

108.468

– 1.146

– 1.146

– 1.146

– 1.146

79.870

 

Klimaat algemeen

19.393

0

19.393

0

19.393

– 297

– 297

– 297

– 297

20.719

 

Hernieuwbare energie

43.075

0

43.075

0

43.075

0

0

0

0

0

 

Dutch Fund for Climate and Development

10.000

0

10.000

0

10.000

0

0

0

0

0

 

Klimaatfonds

17.000

0

17.000

0

17.000

– 566

– 566

– 566

– 566

39.434

 

Bosbehoud

19.000

0

19.000

0

19.000

– 283

– 283

– 283

– 283

19.717

 

Bijdrage aan agentschappen

8.000

0

8.000

0

8.000

– 25

– 40

– 66

– 129

1.871

 

Rijksdienst voor ondernemend Nederland

8.000

0

8.000

0

8.000

– 25

– 40

– 66

– 129

1.871

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

125.987

0

125.987

5.288

131.275

7.788

1.743

243

– 4.171

111.991

 

Contributie IZA/IZT

365

0

365

45

410

45

0

0

0

358

 

Klimaatprogramma's (non-ODA)

1.050

0

1.050

0

1.050

2.500

1.500

0

0

1.555

 

Klimaat algemeen

5.130

0

5.130

0

5.130

– 1.858

– 1.858

– 1.858

– 1.858

5.642

 

Hernieuwbare energie

16.500

0

16.500

5.000

21.500

5.000

0

0

0

0

 

UNEP

2.142

0

2.142

2.101

4.243

2.101

2.101

2.101

1.858

4.000

 

Bosbehoud

2.800

0

2.800

0

2.800

0

0

0

0

15.000

 

Multilaterale klimaatfondsen

98.000

0

98.000

– 1.858

96.142

0

0

0

– 4.171

85.436

 

Nog te verdelen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

Nog te verdelen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

                       
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

                       

Toelichting

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget wordt met name verhoogd voor het aangaan van het Land at Scale programma dat gecommitteerd zal worden in 2026. Ook is het verplichtingenbudget van de ambassade in Kampala verhoogd voor het starten van nieuwe activiteiten. Verder wordt verplichtingenbudget toegevoegd in verband met de intensivering op klimaat van EUR 5 miljoen in zowel 2026 als 2027 (zie uitgaven).

Uitgaven

Artikelonderdeel 2.3

Het budget op artikel 2.3 stijgt in 2026 door een intensivering van EUR 5 miljoen ten behoeve van de inzet op klimaat. Deze uitgaven worden gedekt uit verdeelartikel 5.4.

Verder zijn als gevolg van de subsidietaakstelling uit het Coalitieakkoord (maatregel 63) de subsidiebudgetten verlaagd naar rato van het subsidiebudget in de begroting 2026. Dit leidt tot een bezuiniging van ongeveer 1,5% op de subsidiebudgetten.

De Rijksbrede apparaatstaakstellingen uit het Coalitieakkoord (61. Efficiencytaakstelling en 62. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid) zijn verdeeld over de apparaatsartikelen en de uitgaven aan uitvoering. Dat betekent dat de bijdragen aan RVO meelopen in de grondslag. Deze bijdragen zijn naar rato van het budget verlaagd.

In de jaren 2030 en 2031 ontstond een negatieve stand op verdeelartikel 5.4. Om hiervoor te corrigeren, moet worden omgebogen op ODA-programma's. Deze ombuiging is technisch verwerkt middels een pro rata verdeling over de beleidsartikelen en zal bij een volgend begrotingsmoment verder worden ingevuld. Voor artikel 2 gaat het om een bedrag van EUR 15,1 miljoen in 2030 en EUR 16,5 miljoen in 2031.

Budgetflexibiliteit

Tabel 9 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 2
 

2026

Juridisch verplicht

76%

Bestuurlijk gebonden

5%

Beleidsmatig gereserveerd

18%

Nog niet ingevuld / vrij te besteden

1%

Voor het thema voedselzekerheid (artikel 2.1) zijn de geplande uitgaven voor het grootste deel juridisch verplicht. Onder het instrument subsidies zijn o.a. verplicht de programma’s met SNV, IFDC, GAIN, CARE, Agriterra, One Acre Fund, programma’s die door RVO worden uitgevoerd, alsmede activiteiten die door de ambassades worden uitgevoerd. Onder het instrument bijdragen zijn o.a. verplicht de programma’s met IFAD, de Wereldbank, CABI, UNICEF, AfDB en de CGIAR, alsmede programma’s waarvoor de ambassades middelen gedelegeerd hebben gekregen.

Voor het thema water (artikel 2.2) zijn de in 2026 geplande uitgaven voor het grootste deel juridisch verplicht. Onder het instrument subsidies zijn o.a. verplicht de programma’s met IHE Delft, VEI B.V., de Unie van Waterschappen, Aqua4All, stichting WASTE, programma’s die door RVO worden uitgevoerd, alsmede activiteiten die door de ambassades worden uitgevoerd. Onder het instrument bijdragen zijn o.a. verplicht de programma’s met de Wereldbank, FAO, UNICEF en UNOPS, alsmede programma’s waarvoor de ambassades middelen gedelegeerd hebben gekregen.

De in 2026 geplande uitgaven voor klimaat (artikel 2.3) zijn voor het merendeel juridisch verplicht. Onder het instrument subsidies zijn dit o.a. bijdragen aan het Access to Energy Fund (AEF), Energising Development (EnDev), Mobilising Finance for Forests (MFF), Water at the Heart of Climate Action en Partnering for Green Growth (P4G). Onder het instrument bijdragen gaat het om middelen voor o.a. het Green Climate Fund, de Global Environment Facility, het Africa Adaptation Acceleration Program van de Afrikaanse ontwikkelingsbank, het Least Developed Country Fund (LDCF), de Climate Investment Funds (CIFs), het Energy Sector Management Assistance Program (ESMAP) van de Wereldbank en het Amazone Initiative van de Inter-American Development Bank. Een deel van de activiteiten onder artikel 2.3 richt zich op de mobilisatie van private investeringen. Met publieke middelen gemobiliseerde private klimaatinvesteringen kwalificeren net als klimaatrelevante publieke middelen als de Nederlandse bijdrage aan klimaatfinanciering.

Artikel 3: Sociale vooruitgang

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 10 Budgettaire gevolgen van beleid art. 3 Sociale vooruitgang (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting t

(1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB

(2)

Vastgestelde begroting t

(3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting

(4)

Stand 1e suppletoire begroting

(5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Art.

Verplichtingen

986.565

750

987.315

25.750

1.013.065

15.330

122.605

223.430

– 8.615

167.621

                       
 

Uitgaven

548.154

750

548.904

16.000

564.904

1.111

– 3.889

– 3.891

– 10.489

578.340

                       

3.1

Mondiale gezondheid en seksuele en reproductieve gezondheid en rechten

384.154

0

384.154

10.685

394.839

– 3.301

– 2.971

– 2.973

– 9.571

482.008

 

Subsidies (regelingen)

109.453

0

109.453

40.109

149.562

3.196

2.265

2.270

– 3.663

216.527

 

Mondiale gezondheid en SRGR

109.453

0

109.453

40.109

149.562

3.196

2.265

2.270

– 3.663

216.527

 

Opdrachten

24.825

0

24.825

12.000

36.825

0

0

0

0

24.975

 

Mondiale gezondheid en SRGR

24.825

0

24.825

12.000

36.825

0

0

0

0

24.975

 

Bijdrage aan agentschappen

142

0

142

0

142

– 1

– 1

– 3

– 6

94

 

Rijksdienst voor ondernemend Nederland

142

0

142

0

142

– 1

– 1

– 3

– 6

94

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

249.734

0

249.734

– 41.424

208.310

– 6.496

– 5.235

– 5.240

– 5.902

240.412

 

WHO/PAHO

8.765

0

8.765

0

8.765

0

0

0

0

7.122

 

Mondiale gezondheid en SRGR

149.067

0

149.067

11.378

160.445

– 594

667

662

0

147.290

 

UNFPA

60.000

0

60.000

– 35.000

25.000

– 6.300

– 6.300

– 6.300

– 6.300

53.700

 

UNAIDS

18.000

0

18.000

– 18.000

0

200

200

200

200

18.200

 

Partnershipprogramma WHO

9.402

0

9.402

198

9.600

198

198

198

198

9.600

 

UNICEF

4.500

0

4.500

0

4.500

0

0

0

0

4.500

 

Nog te verdelen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

Nog te verdelen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

3.2

Vrouwenrechten en gendergelijkheid

22.000

0

22.000

5.000

27.000

5.000

0

0

0

0

 

Subsidies (regelingen)

20.710

0

20.710

– 7.750

12.960

– 7.705

0

0

0

0

 

Vrouwenrechten

20.710

0

20.710

– 7.750

12.960

– 7.705

0

0

0

0

 

Opdrachten

0

0

0

200

200

100

0

0

0

0

 

Vrouwenrechten

0

0

0

200

200

100

0

0

0

0

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

1.290

0

1.290

12.550

13.840

12.605

0

0

0

0

 

Vrouwenrechten

1.290

0

1.290

10.550

11.840

10.605

0

0

0

0

 

UNWOMEN

0

0

0

2.000

2.000

2.000

0

0

0

0

 

Nog te verdelen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

Nog te verdelen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

3.3

Maatschappelijk middenveld

141.000

750

141.750

0

141.750

– 918

– 918

– 918

– 918

96.332

 

Subsidies (regelingen)

137.406

750

138.156

– 30.109

108.047

–  6.578

– 51.521

– 51.496

– 30.199

83.010

 

Versterking maatschappelijk middenveld

137.406

750

138.156

– 30.109

108.047

– 46.578

– 51.521

– 51.496

– 30.199

83.010

 

Opdrachten

3.000

0

3.000

707

3.707

632

657

632

657

2.000

 

Versterking maatschappelijk middenveld

2.000

0

2.000

1.707

3.707

632

657

632

657

2.000

 

Versterking maatschappelijk middenveld Monitoringsfonds

1.000

0

1.000

– 1.000

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan agentschappen

0

0

0

17.946

17.946

17.946

17.946

17.946

13.459

4.487

 

Rijksdienst voor ondernemend Nederland

0

0

0

17.946

17.946

17.946

17.946

17.946

13.459

4.487

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

594

0

594

11.456

12.050

27.082

32.000

32.000

15.165

6.835

 

Versterking maatschappelijk middenveld

594

0

594

11.456

12.050

27.082

32.000

32.000

15.165

6.835

 

Nog te verdelen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

Nog te verdelen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

3.4

Onderwijs

1.000

0

1.000

315

1.315

330

0

0

0

0

 

Subsidies (regelingen)

300

0

300

– 300

0

300

0

0

0

0

 

Onderzoeksprogramma's

300

0

300

– 300

0

300

0

0

0

0

 

Opdrachten

685

0

685

0

685

0

0

0

0

0

 

Onderwijs

200

0

200

0

200

0

0

0

0

0

 

Hoger Onderwijs

485

0

485

0

485

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

15

0

15

615

630

30

0

0

0

0

 

Onderwijs

15

0

15

615

630

30

0

0

0

0

                       
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

                       

Toelichting

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget op artikel 3 wordt in 2026 (EUR 16 miljoen) en 2027 (EUR 5 miljoen) opgehoogd, aansluitend op de prioriteiten uit het Coalitieakkoord wordt geïntensiveerd op gezondheid en vrouwenrechten. In 2026 en 2027 vindt daarnaast een correctie plaats op het verplichtingenbudget omdat in deze jaren nog niet voldoende verplichtingenbudget beschikbaar was om de verplichtingen aan te gaan voor de extra uitgaven a.g.v. amendement Hirsch. De ophoging in 2028 betreft met name het toevoegen van het verplichtingenbudget (EUR 125 miljoen) voor de voorziene bijdrage aan UNFPA Supplies voor 2029 t/m 2033. Het kasbudget is reeds aanwezig. De ophoging in 2029 betreft met name het verplichtingenbudget voor de kernfinanciering voor UNFPA (EUR 115 miljoen), UNAIDS (EUR 73 miljoen) en de WHO (EUR 38 miljoen) van 2030 t/m 2033, zodat de verplichting in 2029 kan worden aangegaan. Hiertoe wordt het verplichtingenbudget dat hiervoor gereserveerd stond in 2030 naar 2029 geschoven. Tot slot stijgt vanwege amendement Kröger (36 800 XVII, nr. 65) het verplichtingenbudget op artikel 3.3 structureel met EUR 750.000.

Uitgaven

Het budget op artikel 3.1 (Mondiale gezondheid en SRGR) en 3.2 (Vrouwenrechten en gendergelijkheid) stijgt in 2026 met EUR 11 miljoen en EUR 5 miljoen ten behoeve van de inzet op gezondheidszorg en vrouwenrechten respectievelijk. In 2027 stijgt het budget op artikel 3.2 met EUR 5 miljoen. Daarnaast stijgt het uitgavenbudget op artikel 3.3 structureel met EUR 750.000 vanwege de motie Kröger (36 800 XVII, nr. 65). Deze uitgaven worden gedekt uit verdeelartikel 5.4. Ook amendement Kröger (36 800 XVII, nr. 61) is aangenomen maar betreft de reeds beschikbare financiering voor het maatschappelijk middenveld op artikel 3.3 van deze begroting, en heeft geen budgettair beslag.

Verder zijn als gevolg van de subsidietaakstelling uit het Coalitieakkoord (maatregel 63) de subsidiebudgetten verlaagd naar rato van het subsidiebudget in de begroting 2026. Dit leidt tot een bezuiniging van ongeveer 1,5% op de subsidiebudgetten.

In de jaren 2030 en 2031 ontstond een negatieve stand op verdeelartikel 5.4. Om hiervoor te corrigeren, moet worden omgebogen op ODA-programma's. Deze ombuiging is technisch verwerkt middels een pro rata verdeling over de beleidsartikelen en zal bij een volgend begrotingsmoment verder worden ingevuld. Voor artikel 3 gaat het om een bedrag van EUR 6,6 miljoen in 2030 en EUR 7,2 miljoen in 2031.

Budgetflexibiliteit

Tabel 11 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 3
 

2026

Juridisch verplicht

52%

Bestuurlijk gebonden

24%

Beleidsmatig gereserveerd

21%

Nog niet ingevuld / vrij te besteden

3%

Op artikel 3.1 Mondiale gezondheid en SRGR zijn alle middelen voornamelijk vastgelegd in meerjarige bijdrage-overeenkomsten en beschikkingen. Bijdrages aan multilaterale organisaties beslaan bijna de helft van het budget. Hierdoor worden GFF, GAVI, GFATM, WHO, UNFPA en UNAIDS gesteund in de uitvoering van hun activiteiten. Het instrument subsidies is deels ingezet voor slotbetalingen op het aflopende VMM kader alsmede voor nieuwe initiatieven zoals activiteiten in Oekraïne. Via de ambassades worden bijdrages en subsidies verstrekt met behulp van gedelegeerde middelen voor lokale en regionale programma’s. Alle activiteiten zijn in lijn met de Mondiale Gezondheidsstrategie 2023–2030.

Vanuit artikel 3.2 Vrouwenrechten en gendergelijkheid ontvangt onder andere UN Women en het Ukrainian Women’s Fund een rechtstreekse bijdrage. De beleidsmatig gereserveerde middelen hebben betrekking op de nieuw te ontwikkelen programma’s die invulling geven aan de motie Hirsch c.s. bij de 1e suppletoire begroting (Kamerstuknr. 36 725 XVII, nr. 21).

Subsidies zijn de voornaamste vorm van financiering in artikel 3.3. Maatschappelijk Middenveld. Het overgrote deel van het budget wordt juridisch vastgelegd in subsidiebeschikkingen en bijdragen voor het FOCUS programma en een klein gedeelte in de vorm van opdrachten voor de monitoring van het kader. Ten slotte worden bijdragen gedaan voor andere activiteiten op het gebied van het maatschappelijk middenveld.

Voor artikel 3.4 zijn middelen juridisch vastgelegd ter afronding van verplichtingen.

Artikel 4: Vrede, veiligheid en duurzame ontwikkeling

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 12 Budgettaire gevolgen van beleid art. 4 Vrede, veiligheid en duurzame ontwikkeling (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting t

(1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB

(2)

Vastgestelde begroting t

(3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting

(4)

Stand 1e suppletoire begroting

(5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Art.

Verplichtingen

1.290.

933

0

1.290.

933

109.

141

1.400.

074

16.555

– 158.

862

473.

754

– 403.

762

1.200.

321

                       
 

Uitgaven

1.089.

896

0

1.089.

896

58.

438

1.148.

334

– 4.436

– 18.

435

– 6.

436

– 25.

135

1.202.

424

                       

4.1

Humanitaire Hulp

474.877

0

474.877

31.500

506.377

– 1.727

– 1.727

– 1.727

– 9.912

485.373

 

Subsidies (regelingen)

115.000

0

115.000

5.000

120.000

– 1.727

– 1.727

– 1.727

– 1.727

120.273

 

Noodhulpprogramma's

115.000

0

115.000

5.000

120.000

– 1.727

– 1.727

– 1.727

– 1.727

120.273

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

359.877

0

359.877

26.500

386.377

0

0

0

– 8.185

365.100

 

Noodhulpprogramma's

252.860

0

252.860

26.500

279.360

5.000

0

0

– 8.185

268.083

 

Noodhulpprogramma's non-ODA

1.017

0

1.017

0

1.017

0

0

0

0

1.017

 

UNHCR

35.000

0

35.000

0

35.000

– 2.000

0

0

0

35.000

 

UNRWA

11.000

0

11.000

0

11.000

0

0

0

0

1.000

 

Wereldvoedselprogramma

60.000

0

60.000

0

60.000

– 3.000

0

0

0

60.000

 

Nog te verdelen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

Nog te verdelen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

4.2

Migratie

384.815

0

384.815

0

384.815

– 12.184

– 12.184

– 184

– 6.796

444.590

 

Subsidies (regelingen)

14.650

0

14.650

3.700

18.350

3.381

251

– 184

– 184

12.816

 

Opvang in de regio

11.650

0

11.650

3.700

15.350

3.423

293

– 142

– 142

9.858

 

Migratie en ontwikkeling

3.000

0

3.000

0

3.000

– 42

– 42

– 42

– 42

2.958

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

370.165

0

370.165

– 3.700

366.465

– 15.565

– 12.435

0

– 6.612

431.774

 

Opvang in de regio

292.165

0

292.165

– 3.700

288.465

– 3.565

– 435

0

– 6.612

323.774

 

Migratie en ontwikkeling

78.000

0

78.000

0

78.000

– 12.000

– 12.000

0

0

108.000

 

Nog te verdelen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

Nog te verdelen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

4.3

Veiligheid en stabiliteit

230.204

0

230.204

26.938

257.142

9.475

– 4.524

– 4.525

– 8.427

272.461

 

Subsidies (regelingen)

69.940

0

69.940

35.934

105.874

8.984

– 1.462

– 487

– 487

102.884

 

Legitieme stabiliteit

13.000

0

13.000

3.500

16.500

– 4.966

– 7.666

– 9.666

– 9.666

12.684

 

Inclusieve vredes- en politieke processen

13.300

0

13.300

17.700

31.000

13.812

7.124

10.099

10.099

26.099

 

Functionerende rechtsorde

43.640

0

43.640

14.734

58.374

138

– 920

– 920

– 920

64.101

 

Opdrachten

300

0

300

450

750

– 750

– 875

– 975

– 975

350

 

Inclusieve vredes- en politieke processen

300

0

300

450

750

– 750

– 875

– 975

– 975

350

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

159.964

0

159.964

– 9.446

150.518

1.241

– 2.187

– 3.063

– 6.965

169.227

 

Legitieme stabiliteit

31.700

0

31.700

– 17.200

14.500

– 7.600

15.300

13.800

13.800

30.000

 

Functionerende rechtsorde

88.204

0

88.204

– 7.246

80.958

– 5.159

– 17.487

– 16.863

– 20.765

83.922

 

Inclusieve vredes- en politieke processen

40.060

0

40.060

15.000

55.060

14.000

0

0

0

55.305

 

Nog te verdelen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

Nog te verdelen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

                       
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget op artikel 4 stijgt in 2026 en 2027 met cumulatief EUR 74 miljoen als gevolg van de intensiveringen op humanitaire hulp en veiligheid en stabiliteit in 2026 en 2027.

Verder wordt in de jaren 2026, 2027 en 2029 het verplichtingenbudget op artikel 4 opgehoogd en in de jaren 2028, 2030 en 2031 wordt het verplichtingenbudget verlaagd. Dit betreffen met name verplichtingenschuiven om de verplichtingen voor de bijdragen aan WFP, UNHCR en UNRWA (art. 4.1 Humanitaire hulp), het COMPASS programma en een nieuw subsidiekader voor migratie (art. 4.2 Migratie) en de bijdragen aan UNDP en IDLO (art. 4.3 Veiligheid en stabiliteit) in het juiste ritme te zetten.

Uitgaven

Artikelonderdeel 4.1 Humanitaire hulp

Het budget op artikel 4.1 stijgt in 2026 met EUR 31,5 miljoen. Dit komt met name door een intensivering van EUR 30 miljoen ten behoeve van humanitaire hulp en de bescherming van mensen en hulpverleners gezien crises wereldwijd. Deze uitgaven worden gedekt uit verdeelartikel 5.4.

Artikelonderdeel 4.2 Migratie

In het voorjaar van 2025 zijn op de BHO-begroting middelen vrijgemaakt voor migratiepartnerschappen, in samenwerking met het Ministerie van Asiel en Migratie. Van deze middelen wordt in zowel 2027 als in 2.028 EUR 12 miljoen overgeheveld naar de begroting van AenM. Deze middelen worden omgelabeld van ODA naar non-ODA en ingezet voor niet-ODA'ble activiteiten ten behoeve van het bevorderen van terugkeer en het tegengaan van irreguliere migratie.

Artikelonderdeel 4.3 Veiligheid en stabiliteit

Het budget op artikel 4.3 stijgt in 2026 met EUR 26,9 miljoen. Dit is met name het gevolg van een intensivering van EUR 30 miljoen ten behoeve van inzet op het gebied van democratie, goed bestuur en conflictpreventie en vredesopbouw. Deze uitgaven worden gedekt uit verdeelartikel 5.4.

Verder zijn als gevolg van de subsidietaakstelling uit het Coalitieakkoord (maatregel 63) de subsidiebudgetten verlaagd naar rato van het subsidiebudget in de begroting 2026. Dit leidt tot een bezuiniging van ongeveer 1,5% op de subsidiebudgetten.

In de jaren 2030 en 2031 ontstond een negatieve stand op verdeelartikel 5.4. Om hiervoor te corrigeren, moet worden omgebogen op ODA-programma's. Deze ombuiging is technisch verwerkt middels een pro rata verdeling over de beleidsartikelen en zal bij een volgend begrotingsmoment verder worden ingevuld. Voor artikel 4 gaat het om een bedrag van EUR 18,7 miljoen in 2030 en EUR 20,5 miljoen in 2031.

Budgetflexibiliteit

Tabel 13 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 4
 

2026

Juridisch verplicht

76%

Bestuurlijk gebonden

2%

Beleidsmatig gereserveerd

17%

Nog niet ingevuld / vrij te besteden

5%

Het budget voor humanitaire hulp is voor het merendeel juridisch verplicht.

De bijdragen aan UNHCR, UNRWA en het Wereldvoedselprogramma zijn voor 2026 geheel juridisch verplicht. Voor wat betreft de bijdragen noodhulpprogramma’s is ca. EUR 242 miljoen juridisch verplicht voor 2026.

In 2022 zijn meerjarige subsidies verleend aan de Dutch Relief Alliance (DRA) en het Nederlandse Rode Kruis onder het subsidiebeleidskader Humanitaire hulp 2022–2026. Dit subsidieplafond is geheel benut. Daarnaast zijn voor de versterking van de Humanitaire sector 2024–2027 subsidies verstrekt. Het begrote bedrag voor subsidies is voor EUR 100 miljoen juridisch verplicht.

Het artikelonderdeel Migratie is voor 74% juridisch verplicht.

De subsidies zijn geheel juridisch verplicht, volgend uit toekenningen uit het subsidiebeleidskader «Migration and Displacement 2023–2028».

De bijdragen zijn juridisch verplicht voor ca. EUR 267 miljoen en lopen door t/m 2027, dit betreft met name:

  • Het bilaterale partnerschapsprogramma PROSPECTS met de Wereldbank, IFC, UNHCR, UNICEF en ILO.

  • Het bilaterale partnerschap programma COMPASS met IOM.

  • Bijdragen aan de opvang van vluchtelingen in de Afghanistan regio, Mena en Hoorn van Afrika.

De programma's op het gebied van veiligheid en stabiliteit (artikel 4.3) zijn voor ca. 54% juridisch verplicht.

Subsidies verstrekt uit centrale middelen betreft onder meer het strategische partnerschap met VNG-I. In 2024 zijn subsidies toegekend onder het subsidiebeleidskader «Contributing to safe and peaceful societies». Onder functionerende rechtsorde zijn subsidies begroot voor o.a. The Hague Institute for Innovation of Law (HiiL), het International Center for Transitional Justic, Impunity Watch.

De bijdragen verstrekt uit centrale middelen voor veiligheid en rechtsstaatontwikkeling betreft o.a. het VN Peace Building Fund. Hiernaast zijn bijdragen voor veiligheid en rechtsorde verplicht aan het UN programma Global Programme Rule of Law & Human Rights, UNDP-DPPA Joint programme conflict prevention, het Multi-Year Appeal van UNDPPA, IDEA, ICMP en IDLO.

Onder opdrachten is het begrote bedrag volledig verplicht in een opdracht aan de leerpartner voor het programma «Contributing to safe and peaceful societies».

Artikel 5: Multilaterale samenwerking en overige inzet

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 14 Budgettaire gevolgen van beleid art. 5 Multilaterale samenwerking en overige inzet (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting t

(1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB

(2)

Vastgestelde begroting t

(3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting

(4)

Stand 1e suppletoire begroting

(5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Art.

Verplichtingen

667.

303

– 750

666.553

– 7.121

659.432

– 927

12.528

365.878

– 89.

918

45.

576

                       
 

Uitgaven

451.529

– 750

450.779

– 105.

340

345.439

– 446.

924

– 302.

968

– 193.

000

– 347.

960

248.

761

                       

5.1

Multilaterale samenwerking

142.093

0

142.093

2.604

144.697

552

552

552

– 1.934

153.331

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

142.093

0

142.093

2.604

144.697

552

552

552

– 1.934

153.331

 

UNIDO

1.950

0

1.950

0

1.950

0

0

0

0

1.950

 

UNDP

10.000

0

10.000

0

10.000

0

0

0

0

10.000

 

UNICEF

10.000

0

10.000

0

10.000

0

0

0

0

13.000

 

Speciale multilaterale activiteiten

7.217

0

7.217

0

7.217

0

0

0

– 2.486

18.842

 

Assistent deskundigenprogramma

4.500

0

4.500

0

4.500

0

0

0

0

4.500

 

Internationale Financiële Instellingen

5.264

0

5.264

1.500

6.764

0

0

0

0

4.324

 

Middelenaanvullingen multilaterale banken en fondsen

94.479

0

94.479

0

94.479

0

0

0

0

91.480

 

Kapitaalaanvullingen bij regionale ontwikkelingsbanken

8.683

0

8.683

1.104

9.787

552

552

552

552

9.235

 

Nog te verdelen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

Nog te verdelen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

5.2

Overig armoedebeleid

101.842

0

101.842

– 4.191

97.651

– 3.244

– 568

– 8

– 1.719

92.586

 

Subsidies (regelingen)

4.709

0

4.709

– 952

3.757

– 161

– 161

– 61

– 61

3.993

 

Kleine activiteiten posten en cultuur en ontwikkeling

4.059

0

4.059

– 952

3.107

– 152

– 152

– 52

– 52

3.352

 

Nationale SDG implementatie

650

0

650

0

650

– 9

– 9

– 9

– 9

641

 

Opdrachten

290

0

290

0

290

0

0

0

0

290

 

Nationale SDG implementatie

290

0

290

0

290

0

0

0

0

290

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

96.843

0

96.843

– 3.239

93.604

– 3.083

– 407

53

– 1.658

88.303

 

UNESCO

4.400

0

4.400

0

4.400

0

0

0

0

4.400

 

Diverse ondersteunende activiteiten

36.361

0

36.361

– 2.350

34.011

48

3.133

133

– 1.578

20.191

 

Kleine activiteiten posten en cultuur en ontwikkeling

300

0

300

1.492

1.792

100

100

0

0

300

 

Schuldverlichting

55.579

0

55.579

– 3.560

52.019

– 3.560

– 3.560

0

0

63.275

 

Voorlichting op het terrein van Ontwikkelingssamenwerking

203

0

203

– 80

123

– 80

– 80

– 80

– 80

137

 

Verdragsmiddelen Suriname

0

0

0

1.259

1.259

409

0

0

0

0

 

Nog te verdelen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

Nog te verdelen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

5.3

Oekraïne (XVII)

234.000

0

234.000

0

234.000

0

0

0

0

0

 

Subsidies (regelingen)

17.000

0

17.000

0

17.000

0

0

0

0

0

 

Private Sector Ondersteuning

15.000

0

15.000

0

15.000

0

0

0

0

0

 

Verbeteren drinkwater en sanitatie

2.000

0

2.000

0

2.000

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

0

0

0

19.635

19.635

0

0

0

0

0

 

Energieherstel

0

0

0

19.635

19.635

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan agentschappen

365

0

365

0

365

0

0

0

0

0

 

Rijksdienst voor ondernemend Nederland

365

0

365

0

365

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

166.635

0

166.635

30.365

197.000

0

0

0

0

0

 

Humanitaire hulp

18.000

0

18.000

1.000

19.000

0

0

0

0

0

 

Steun en wederopbouw Oekraïne via IFIs

55.000

0

55.000

58.000

113.000

0

0

0

0

0

 

Energieherstel

72.635

0

72.635

– 29.635

43.000

0

0

0

0

0

 

Legitieme stabiliteit

10.000

0

10.000

1.000

11.000

0

0

0

0

0

 

Gezondheidszorg

10.000

0

10.000

0

10.000

0

0

0

0

0

 

OESO

1.000

0

1.000

0

1.000

0

0

0

0

0

 

Nog te verdelen

50.000

0

50.000

– 50.000

0

0

0

0

0

0

 

Onverdeelde programmamiddelen Oekraïne (XVII)

50.000

0

50.000

– 50.000

0

0

0

0

0

0

5.4

Nog te verdelen i.v.m.wijzigingen BNI en/of toerekeningen

– 26.406

– 750

– 27.156

– 103.

753

– 130.

909

– 444.

232

– 302.

952

– 193.

544

– 344.

307

2.844

 

Nog te verdelen i.v.m.wijzigingen BNI en/of toerekeningen

– 26.406

0

– 26.406

– 103.753

– 130.159

– 443.482

– 302.202

– 192.794

– 343.557

2.844

 

Nog te verdelen i.v.m.wijzigingen BNI en/of toerekeningen

– 26.406

0

– 26.406

– 103.753

– 130.159

– 443.482

– 302.202

– 192.794

– 343.557

2.844

                       
 

Ontvangsten

34.354

0

34.354

678

35.032

405

41

960

937

28.665

Tabel 15 Uitsplitsing ontvangsten voor beleid art. 5 Multilaterale samenwerking en overige inzet (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting t

(1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB

(2)

Vastgestelde begroting t

(3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting

(4)

Stand 1e suppletoire begroting

(5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Art.

Ontvangsten

34.354

0

34.354

678

35.032

405

41

960

937

28.665

                       

5.20

Ontvangsten en restituties met betrekking tot leningen

13.078

0

13.078

678

13.756

405

41

960

937

7.489

 

Ontvangsten en restituties met betrekking tot leningen

13.078

0

13.078

678

13.756

405

41

960

937

7.489

 

Ontvangsten en restituties met betrekking tot leningen

13.078

0

13.078

678

13.756

405

41

960

937

7.489

5.21

Ontvangsten OS

21.276

0

21.276

0

21.276

0

0

0

0

21.176

 

Ontvangsten OS

21.276

0

21.276

0

21.276

0

0

0

0

21.176

 

Ontvangsten OS

21.276

0

21.276

0

21.276

0

0

0

0

21.176

Tabel 16 Uitsplitsing verplichtingen voor beleid art. 5 Multilaterale samenwerking en overige inzet (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Stand ontwerp begroting

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB

Vastgestelde begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

 

2026

2026

2026

2026

2026

2027

2028

2029

2030

2031

 

(1)

(2)

(3)=(1+2)

(4)

(5)=(3+4)

         

Verplichtingen

667.303

– 750

666.553

– 7.121

659.432

– 927

12.528

365.878

– 85.721

50.170

garantieverplichtingen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

overige verplichtingen

667.303

0

667.303

– 7.121

660.182

– 177

13.278

366.628

– 84.971

50.170

Tabel 17

x EUR duizend

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand MJN2026

– 26.406

398.027

314.911

214.224

346.193

             

A) Extrapolatie

         

357.648

B) Asieltoerekening

717.627

– 112.901

– 269.260

– 315.976

– 294.152

– 281.288

C) BNI-koppeling

– 79.672

– 100.211

– 87.515

– 87.081

– 86.953

– 114.506

D) ODA-overschrijding 2025

– 46.909

         

E) Overboekingen naar andere begrotingen binnen de HGIS

– 37.733

– 16.316

– 4.807

1.832

2.326

2.326

F) ODA kasschuif

– 545.000

245.000

75.000

225.000

G) Overboekingen binnen de BHO-begroting

– 112.816

– 40.804

– 1.395

– 1.395

51.605

57.655

H) Effect Rijksbrede prijsbijstellingstaakstelling

– 14.975

– 15.924

– 17.133

– 18.991

I) Effect coalitieakkoord dekking steun aan Oekraïne

– 419.000

             

Stand VJN2026

– 130.909

– 46.205

11.959

20.680

1.886

2.844

Toelichting

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget op artikel 5 wordt bij deze Eerste suppletoire begroting gewijzigd. Het verplichtingenbudget ten behoeve van de kernbijdragen aan UNDP en UNICEF wordt van 2030 naar 2029 geschoven waardoor het verplichtingenbudget in 2030 wordt verlaagd met EUR 86 miljoen en in 2029 wordt verhoogd met EUR 86 miljoen. Daarnaast wordt in 2.029 EUR 280 miljoen aan verplichtingenbudget opgeboekt vanwege voorziene middelenaanvullingen aan multilaterale banken en fondsen. Tot slot daalt vanwege amendement Kröger (36 800 XVII, nr. 65) het verplichtingenbudget op artikel 5.2 met EUR 750.000 tot en met 2030.

Uitgaven

In de jaren 2030 en 2031 ontstond een negatieve stand op verdeelartikel 5.4. Om hiervoor te corrigeren, moet worden omgebogen op ODA-programma's. Deze ombuiging is technisch verwerkt middels een pro rata verdeling over de beleidsartikelen en zal bij een volgend begrotingsmoment verder worden ingevuld. Voor artikel 5 gaat het om een bedrag van EUR 4,2 miljoen in 2030 en EUR 4,6 miljoen in 2031.

Verder zijn als gevolg van de subsidietaakstelling uit het Coalitieakkoord (maatregel 63) de subsidiebudgetten verlaagd naar rato van het subsidiebudget in de begroting 2026. Dit leidt tot een bezuiniging van ongeveer 1,5% op de subsidiebudgetten.

Artikelonderdeel 5.2 Overig armoedebeleid

Het kasbudget op artikelonderdeel 5.2 wordt per saldo verlaagd van 2026 tot en met 2029 vanwege een overboeking naar het Ministerie van Financien in verband met de Nederlandse bijdrage aan IDA21. Daar staat tegenover dat het budget in 2026 – en in beperkte mate ook in 2027 – ook stijgt doordat het budget voor de Verdragsmiddelen Suriname opnieuw beschikbaar wordt gesteld.

Artikelonderdeel 5.3 Oekraïne

Op artikelonderdeel 5.3 worden de technische mutaties verwerkt die voortkomen uit eerder aangekondigde energiesteun ten behoeve van Oekraïne. Hierdoor wordt in totaal EUR 48 miljoen technisch herschikt binnen het artikelonderdeel, in lijn met de inzet uit Kamerbrief 36 045, nummer 239 en Kamerbrief 36 045, nummer 265. Daarnaast wordt EUR 2 miljoen gealloceerd voor de bestrijding van kindontvoering via UNDP (in lijn met Kamerbrief 36 045, nummer 269).

Artikelonderdeel 5.4 Nog te verdelen i.v.m. wijzigingen BNI en/of toerekeningen

Hieronder wordt een overzicht gepresenteerd van de mutaties die hebben plaatsgevonden op het verdeelartikel. Het totaal van de tabel komt overeen met de mutatie die is opgenomen in de eerste suppletoire begroting.

Bovenstaande tabel wordt hieronder toegelicht.

  • A) De extrapolatie is een technische mutatie in verband met het toevoegen van het jaar 2031 aan de begrotingshorizon.

  • B) Het budget op verdeelartikel 5.4 stijgt in 2026 met EUR 718 miljoen vanwege de neerwaartse bijstelling van de raming voor asieluitgaven op de begroting van Asiel en Migratie. Hier staat tegenover dat er meeruitgaven verwacht worden vanaf 2027.

  • C) Het ODA-budget daalt omdat de BNI-groei bij CEP2026 neerwaarts is bijgesteld ten opzichte van de laatst verwerkte raming (CEP2025). Dit leidt tot een verlaging van het totale ODA-budget.

  • D) De ODA-overschrijding van 2025 wordt in 2026 in mindering gebracht op het ODA-budget conform gebruikelijke systematiek.

  • E) Als gevolg van de HGIS-besluitvorming worden diverse overboekingen binnen de HGIS verwerkt. Dit betreft onder meer budget voor loon- en prijsbijstellingen, de bijdrage van de HGIS aan de kosten voor medische evacuaties uit Gaza in 2025 en een intertemporele herschikking met het non-ODA budget.

  • F) Een deel van de middelen die in 2026 beschikbaar komen op artikel 5.4 vanuit de begroting van Asiel en Migratie wordt doorgeschoven naar latere jaren ten behoeve van doelmatige besteding.

  • G) Dit is het saldo van diverse overboekingen binnen de BHO-begroting. In 2026 wordt een deel van het budget ingezet voor aanvullende programmering. Verder daalt het uitgavenbudget op 5.4 jaarlijks met EUR 750.000 t/m 2030 vanwege amendement Kröger (36 800 XVII, nr. 65).

  • H) In de augustusbesluitvorming 2025 is besloten tot een Rijksbrede taakstelling op de prijsbijstellingstranche van 2026. Deze taakstelling heeft ook effect op het beschikbare ODA-budget.

  • I) Met het coalitieakkoord tussen D66, VVD en CDA is afgesproken dat Nederland onverminderde steun blijft leveren aan Oekraïne. In 2027 wordt een deel van de dekking hiervoor gevonden binnen de BHO-begroting, waardoor het budget op artikel 5.4 wordt verlaagd met EUR 419 miljoen.

Budgetflexibiliteit

Tabel 18 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 5
 

2026

Juridisch verplicht

45%

Bestuurlijk gebonden

42%

Beleidsmatig gereserveerd

13%

Nog niet ingevuld / vrij te besteden

0%

Binnen artikel 5.1 multilaterale samenwerking is 69% juridisch verplicht en dit heeft betrekking op de verplichte UNIDO-contributie; het JPO-programma en diverse TA-fondsen op basis van reeds aangegane verplichtingen; en middelen- en kapitaalaanvullingen van regionale ontwikkelingsbanken op basis van overeengekomen betaalschema’s. Voor artikel 5.2 geldt dat 63% juridisch verplicht is voor de verplichte UNESCO-contributie en de schuldverlichting (MDRI-compensatie) op basis van overeengekomen betaalschema’s.

Voor artikel 5.3 Oekraïne geldt dat 20% juridisch verplicht is, met name voor de bijdrage aan het Ukraine Energy Support Fund (UESF). De overige uitgaven voor niet-militaire steun aan Oekraïne zijn bestuurlijk gebonden.

Berekening ODA-budget 2026–2031 en raming ODA-prestatie 2026–2031

Conform de vorig jaar opgestelde Kabinetsreactie op het AIV-advies «Een stabiel en voorspelbaar ODA-budget», wordt het ODA-budget één keer per jaar bijgesteld.2 Hierdoor wordt het ODA-budget bij HGIS-nota 2026 niet langer geactualiseerd op basis van de bni-koppeling. Dit voorjaar wordt het ODA-budget wel geactualiseerd op basis van de bni-koppeling. Dat leidt tot een aanpassing van het Rijksbrede ODA-budget. Ook de verwerking van het coalitieakkoord en de voorjaarsbesluitvorming 2026 leiden tot aanpassingen van het budget. De wijzigingen in de omvang van het ODA-budget en de effecten op de ODA-prestatie zijn hieronder weergegeven.

 

x EUR miljoen

2026

2027

2028

2029

2030

2031

 

ODA-stand HGIS-nota 2026

6.746.

6.118.

5.784.

6.123.

6.343.

 
               

A)

Extrapolatie

         

6.429

B)

BNI-bijstelling CEP2025-CEP2026

– 80

– 100

– 88

– 87

– 87

– 115

C)

ODA-overschrijding 2025

– 47

         

D)

ODA kasschuif voorjaarsnota 2026

– 545

245

75

225

   

E)

Kasschuif intensivering ontwikkelingssamenwerking coalitieakkoord

 

– 245

60

 

185

 

F)

Effect Rijksbrede prijsbijstellingstaakstelling

   

– 15

– 16

– 17

– 19

G)

Overig

7

– 20

– 12

 

– 1

– 1

               

H)

Effect coalitieakkoord intensivering ontwikkelingssamenwerking

 

257

257

257

257

257

I)

Effect coalitieakkoord dekking Oekraïne 2027 (BHO)

 

– 419

0

0

   

J)

Effect coalitieakkoord niet-militaire steun Oekraïne (saldo)

 

231

410

415

   

K)

Effect coalitieakkoord taakstellingen op apparaat en subsidie

 

– 17

– 18

– 23

– 30

– 30

               
 

ODA-budget voorjaarsnota 2026

6.082.

6.050.

6.454.

6.894.

6.650.

6.521

 

af: geraamde ontvangsten

– 31

– 30

– 30

– 29

– 29

– 29

               
 

Netto ODA / ODA Grand Equivalent

6.051.

6.020.

6.424.

6.865.

6.621.

6.493

               
 

Raming bni (op basis van CEP2026, in miljarden euro)

1218,92

1262,14

1315,65

1365,06

1415,72

1461,36

               
 

Netto ODA in % van het bni

0,50%

0,48%

0,49%

0,50%

0,47%

0,44%

In bovenstaande tabel wordt een overzicht gepresenteerd van de opbouw van het ODA-budget en de hieraan gekoppelde ODA-prestatie. Door afronding kan een verschil ontstaan. Hieronder volgt een toelichting op de onderdelen, die gezamenlijk de omvang van het totale ODA-budget bepalen, waarbij de stand HGIS-nota 2026 als startpunt wordt genomen:

  • A: Begrotingsjaar 2031 is toegevoegd aan de meerjarenperiode.

  • B: Het kabinet actualiseert het ODA-budget op basis van de bni-koppeling.

  • C: De overschrijding van het ODA-budget in 2025 is zoals gebruikelijk in het voorjaar van 2026 in mindering gebracht op het totale ODA-budget.

  • D: Zoals toegelicht in deze begroting is er een kasschuif doorgevoerd op het ODA-budget.

  • E: Zoals toegelicht in de Voorjaarsnota is er een kasschuif doorgevoerd op het ODA-budget op de Aanvullende Post.

  • F: Bij Miljoenennota 2026 is een deel van de reservering voor de prijsbijstelling 2026 vanaf 2028 ingezet ter dekking van structurele problematiek. Het ODA-budget deelt ook in deze taakstelling.

  • G: Betreft overige en kleinere mutaties die een effect hebben op het totaal beschikbare ODA-budget.

  • H t/m K: Dit zijn de budgettaire effecten van het coalitieakkoord op het rijksbrede ODA-budget.

Bovenstaande resulteert in de raming van het ODA-budget 2026–2031. Het gerealiseerde ODA-budget in 2025 en de bijbehorende ODA-prestatie zullen zoals gebruikelijk worden opgenomen in het HGIS-jaarverslag 2025.

Bijlage 1: Meerjarige juridische verplichtingen

Tabel 19
 

2026 BUDGET

2027 BUDGET

2028 BUDGET

2029 BUDGET

2030 BUDGET

2031 BUDGET

Totaal budget artikel 1

637

618

606

643

630

630

Totaal vrije ruimte artikel 1

27

15

0

0

0

0

1.1 Duurzaam handels- en investeringssysteem, inclusief MVO

33

34

36

38

37

37

wv. Juridisch verplicht

17

3

0

0

0

0

wv. Bestuurlijk verplicht

16

16

16

16

16

16

wv. Beleidsmatig gereserveerd

0

15

20

22

21

21

Totaal vrije ruimte

0

0

0

0

0

0

1.2 Nederlandse handels- en investeringsbevordering

103

97

96

95

94

94

wv. Juridisch verplicht

49

27

13

13

13

13

wv. Bestuurlijk verplicht

54

70

70

70

70

70

wv. Beleidsmatig gereserveerd

0

0

13

12

11

11

Totaal vrije ruimte

0

0

0

0

0

0

1.3 Handel en economie voor ontwikkeling

501

487

474

510

499

499

wv. Juridisch verplicht

374

325

219

219

219

219

wv. Bestuurlijk verplicht

100

147

255

255

255

255

wv. Beleidsmatig gereserveerd

0

0

0

36

25

25

Totaal vrije ruimte

27

15

0

0

0

0

 

2026 BUDGET

2027 BUDGET

2028 BUDGET

2029 BUDGET

2030 BUDGET

2031 BUDGET

Totaal budget artikel 2

882

866

960

1.038

1.022

1.021

Totaal vrije ruimte artikel 2

5

7

18

117

169

291

2.1 Voedselzekerheid

381

386

437

480

473

473

wv. Juridisch verplicht

273

193

92

36

23

0

wv. Bestuurlijk verplicht

17

17

17

17

17

17

wv. Beleidsmatig gereserveerd

92

176

320

331

313

260

Totaal vrije ruimte

0

0

9

96

120

195

2.2 Water

253

274

322

359

355

354

wv. Juridisch verplicht

173

115

66

46

28

0

wv. Bestuurlijk verplicht

17

34

34

34

34

34

wv. Beleidsmatig gereserveerd

64

125

223

280

269

261

Totaal vrije ruimte

0

0

0

0

24

59

2.3 Klimaat

248

207

200

199

194

194

wv. Juridisch verplicht

228

116

19

8

4

4

wv. Bestuurlijk verplicht

11

38

80

78

78

76

wv. Beleidsmatig gereserveerd

4

45

93

91

87

77

Totaal vrije ruimte

5

7

9

21

25

36

 

2026 BUDGET

2027 BUDGET

2028 BUDGET

2029 BUDGET

2030 BUDGET

2031 BUDGET

Totaal budget artikel 3

565

529

550

586

580

578

Totaal vrije ruimte artikel 3

16

40

110

192

236

353

3.1 Mondiale gezondheid en SRGR

395

381

430

467

461

482

wv. Juridisch verplicht

259

241

203

115

64

64

wv. Bestuurlijk verplicht

20

20

20

20

20

20

wv. Beleidsmatig gereserveerd

105

86

97

141

141

141

Totaal vrije ruimte

11

34

110

191

236

257

3.2 Vrouwenrechten en gender

27

26

0

0

0

0

wv. Juridisch verplicht

8

3

       

wv. Bestuurlijk verplicht

0

0

       

wv. Beleidsmatig gereserveerd

14

18

       

Totaal vrije ruimte

5

5

0

0

0

0

3.3 Maatschappelijk middenveld

142

121

120

119

119

96

wv. Juridisch verplicht

26

15

15

15

0

0

wv. Bestuurlijk verplicht

115

105

104

103

118

0

wv. Beleidsmatig gereserveerd

1

1

1

1

1

0

Totaal vrije ruimte

0

0

0

0

0

96

3.4 Onderwijs

1

0

0

0

0

0

wv. Juridisch verplicht

1

         

wv. Bestuurlijk verplicht

0

         

wv. Beleidsmatig gereserveerd

0

         

Totaal vrije ruimte

0

0

0

0

0

0

 

2026 BUDGET

2027 BUDGET

2028 BUDGET

2029 BUDGET

2030 BUDGET

2031 BUDGET

Totaal budget artikel 4

1.148

1.084

1.097

1.223

1.204

1.202

Totaal vrije ruimte artikel

60

76

75

239

406

744

4.1 Humanitaire Hulp

506

444

454

494

486

485

wv. Juridisch verplicht

448

21

5

5

0

0

wv. Bestuurlijk verplicht

0

0

0

0

0

0

wv. Beleidsmatig gereserveerd

28

423

449

451

451

122

Totaal vrije ruimte

30

0

0

38

35

363

4.2 Migratie

385

385

393

452

445

445

wv. Juridisch verplicht

283

287

38

5

0

0

wv. Bestuurlijk verplicht

3

11

9

9

9

9

wv. Beleidsmatig gereserveerd

99

44

318

315

313

302

Totaal vrije ruimte

0

43

28

124

123

134

4.3 Veiligheid en stabiliteit

257

256

251

277

273

272

wv. Juridisch verplicht

140

57

38

35

25

25

wv. Bestuurlijk verplicht

21

10

10

10

0

0

wv. Beleidsmatig gereserveerd

66

155

155

155

0

0

Totaal vrije ruimte

30

34

48

77

248

247

             
 

2026 BUDGET

2027 BUDGET

2028 BUDGET

2029 BUDGET

2030 BUDGET

2031 BUDGET

Totaal budget artikel 5

476

262

247

251

247

246

Totaal vrije ruimte artikel 5

0

0

3

0

0

0

5.1 Multilaterale samenwerking

145

140

150

156

154

153

wv. Juridisch verplicht

104

94

59

36

31

27

wv. Bestuurlijk verplicht

13

18

44

29

29

29

wv. Beleidsmatig gereserveerd

28

28

47

91

94

97

Totaal vrije ruimte

0

0

0

0

0

0

5.2 Overig armoedebeleid

98

104

92

95

93

93

wv. Juridisch verplicht

63

63

63

60

53

53

wv. Bestuurlijk verplicht

0

4

4

4

4

4

wv. Beleidsmatig gereserveerd

35

37

22

31

36

36

Totaal vrije ruimte

0

0

3

0

0

0

5.3 Oekraïne (XVII)

234

19

5

0

0

0

wv. Juridisch verplicht

47

0

0

0

0

0

wv. Bestuurlijk verplicht

187

19

5

0

0

0

wv. Beleidsmatig gereserveerd

0

0

0

0

0

0

Totaal vrije ruimte

0

0

0

0

0

0

Conform de toezegging tijdens de begrotingsbehandeling van de begroting BHOS 2024 d.d. 31 januari 2024 bevat dit onderdeel een meerjarige uitwerking van de juridisch verplichte budgetten inclusief een toelichting. Daarnaast zijn de bedragen weergegeven die bestuurlijk gebonden zijn op grond van bestuursovereenkomsten, convenanten met koepels en/of decentrale overheden, politieke toezeggingen e.d., de bedragen die beleidsmatig gereserveerd zijn en de bedragen die vrij te besteden zijn.

Toelichting

Artikel 1: Duurzame economische ontwikkeling, handel en investeringen

De programmering van artikel 1 bestaat uit meerjarige juridische overeenkomsten waaruit een verdeling van de uitgaven over de jaren plaatsvindt waarvoor de overeenkomst is aangegaan.

Voor sub-beleidsartikel 1.1 Duurzame handelsystemen, zijn er diverse programma's ter bestrijding van kinderarbeid en ter bevordering van IMVO.

Voor sub-beleidsartikel 1.2 Nederlandse handels- en investeringsbevordering, gaat het om programma's met uitvoeringspartners RVO (o.a. Starters International Business, handelsmissies) en Invest International (o.a. Dutch Trade and Investment Fund). De programma's met RVO zijn in het lopende jaar juridisch verplicht en in de jaren erna bestuurlijk gebonden.

Voor sub-beleidsartikel 1.3 Handel en economie voor ontwikkeling, zijn meerjarige verplichtingen aangegaan op het terrein van onder andere financiële sector ontwikkeling en duurzame productie en handel. Voor infrastructuur ontwikkeling worden de regelingen DRIVE, D2B en ORIO door Invest International uitgevoerd. Tevens worden een aantal programma's door RVO uitgevoerd, waaronder de programma's voor de combi-aanpak. RVO en Invest International gaan verplichtingen aan die in latere jaren tot uitbetaling komen. Deze zijn juridisch verplicht. Verplichtingen die onder deze programma's in 2027 en verder worden aangegaan zijn bestuurlijk gebonden. De uitvoeringskosten die RVO en Invest International maken voor de uitvoering van de programma's zijn in 2026 juridisch verplicht en in 2027 en verder bestuurlijk gebonden.

Artikel 2: Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid, water en klimaat

De programmering onder artikel 2 bestaat uit meerjarige juridische overeenkomsten waaruit een verdeling van de uitgaven over de jaren plaatsvindt waarvoor de overeenkomst is aangegaan.

Voor de sub-beleidsartikelen 2.1 Voedselzekerheid en 2.2 Water wordt een groot deel van de budgetten gealloceerd op basis van meerjarige landenstrategieën van posten, voor zover deze kaders nog niet juridisch zijn verplicht, valt het overige deel van dit financiële meerjarige kader onder beleidsmatige verplichtingen omdat Nederland daarover bilaterale afspraken maakt als een betrouwbare en voorspelbare partner in ontwikkelingssamenwerking.

Het sub-beleidsartikel 2.3 Klimaat bevat verplichtingen voor multilaterale klimaatfinanciering en klimaatafspraken zoals bijdragen aan de Global Environment Facility, Green Climate Fund, UNEP en verdragscontributies in het kader van het Kyoto en Montreal protocol.

Artikel 3: Sociale vooruitgang

Op artikel 3.1 Gezondheidszorg zijn alle middelen voornamelijk vastgelegd in meerjarige bijdrage-overeenkomsten en beschikkingen. Bijdrages aan multilaterale organisaties beslaan bijna de helft van het budget. Hierdoor worden GFF, GAVI, GFATM, WHO, UNFPA en UNAIDS gesteund in de uitvoering van hun activiteiten. Het instrument subsidies is deels ingezet voor slotbetalingen op het aflopende VMM kader alsmede voor nieuwe initiatieven zoals activiteiten in Oekraïne. Via de ambassades worden bijdrages en subsidies verstrekt met behulp van gedelegeerde middelen voor lokale en regionale programma’s. Alle activiteiten zijn in lijn met de Mondiale Gezondheidsstrategie 2023–2030.

Vanuit artikel 3.2 Vrouwenrechten en gendergelijkheid ontvangen onder andere UN Women en het Ukrainian Women’s Fund een rechtstreekse bijdrage. De beleidsmatig gereserveerde middelen hebben betrekking op de nieuw te ontwikkelen programma’s die invulling geven aan de motie Hirsch c.s. bij de 1e suppletoire begroting (Kamerstuknr. 36 725 XVII, nr. 21).

Subsidies zijn de voornaamste vorm van financiering in artikel 3.3. Maatschappelijk Middenveld. Het overgrote deel van het budget wordt juridisch vastgelegd in subsidiebeschikkingen en bijdrages voor het FOCUS programma en een klein gedeelte in de vorm van opdrachten voor de monitoring van het kader. Ten slotte worden subsidies voor andere activiteiten op het gebied van het maatschappelijk middenveld beschikt.

Voor artikel 3.4 zijn enkel middelen beschikbaar voor de afronding van juridische verplichtingen.

Artikel 4: Vrede, veiligheid en duurzame ontwikkeling

De programmering onder artikel 4 bestaat uit meerjarige juridische overeenkomsten waaruit een verdeling van de uitgaven over de jaren plaatsvindt waarvoor de overeenkomst is aangegaan.

Voor artikel 4.1 Humanitaire hulp wordt in 2026 een groot deel van het budget t/m 2029 meerjarig juridisch verplicht. Dit betreft onder andere de bijdragen aan VN-organisaties (WFP, UNHCR, UNRWA), CERF, UNICEF-thematische humanitaire financiering en UNOCHA. Subsidies aan de Dutch Relief Alliance en het Rode Kruis zijn t/m 2026 toegekend. Daarnaast zijn er subsidies uit hoofde van het subsidiebeleidskader «Versterking van de Humanitaire Sector 2024–2027» t/m 2027 toegekend.

Voor artikel 4.2 Migratie liggen de middelen meerjarig juridisch vast. Het betreft hier met name het PROSPECTS programma (2024–2027), COMPASS (t/m 2027) en programmering in de Afghanistan regio (t/m 2027). Vanaf 2028 wordt hiervoor nieuwe programmering voorzien. Subsidies die zijn toegekend op het subsidiebeleidskader «Migration and Displacement 2023–2028» lopen uiterlijk tot en met 2029.

Met betrekking tot artikel 4.3 Veiligheid en stabiliteit is een deel van het programma via gedelegeerde landenprogramma’s vastgelegd. Het deel wat van deze gedelegeerde middelen niet juridisch is vastgelegd is opgenomen onder bestuurlijk gebonden. De bijdrage aan het Peace Building Fund is verplicht t/m 2026. Er zijn subsidies toegekend uit het subsidiebeleidskader «Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–2031» die uiterlijk in 2031 aflopen.

Artikel 5: Multilaterale samenwerking en overige inzet

Binnen artikel 5.1 zijn de verplichtingen voor de middelen- en kapitaalaanvullingen die vanaf 2027 worden aangegaan met de regionale ontwikkelingsbanken als beleidsmatig gereserveerd aangegeven, er is nog geen zicht op hoe hoog deze aanvullingen zullen zijn, de reserveringen zijn ter grootte van de voorgaande aanvullingen. De jaarlijkse bijdrage aan MOPAN is bestuurlijk verplicht gezien het lidmaatschap. De kernfinancieringen van UNDP en UNICEF zijn per 2026 opgenomen als beleidsmatig gereserveerd, na goedkeuring van de BHO-begroting 2026 door het parlement worden deze verplichtingen aangegaan. De financiering van overige (m.n. Technische Assistentie) programma’s is voor de komende jaren beleidsmatig gereserveerd. De bijdragen aan UNESCO in 2026 en verder zijn verplichte bijdragen die als juridisch verplicht zijn aangemerkt binnen artikel 5.2 De uitgaven voor schuldverlichting liggen tot en met 2029 grotendeels juridisch vast; de nieuwe verplichtingen voor schuldverlichting HIPC IDA-22 is als beleidsmatig gereserveerd aangegeven evenals de voorgenomen overige programma’s.

Van de uitgaven voor niet-militaire steun aan Oekraïne is een deel juridisch verplicht, met name voor de bijdrage aan het Ukraine Energy Support Fund (UESF). De overige uitgaven voor niet-militaire steun aan Oekraïne zijn bestuurlijk gebonden.


X Noot
2

Kamerstuk 36 600 XVII, nr. 79


X Noot
2

Kamerstuk 36 600 XVII, nr. 79

Naar boven