36 045 Situatie in Oekraïne

Nr. 269 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 februari 2026

Al sinds de eerste Russische invasie van Oekraïne in 2014 worden Oekraïense kinderen door Rusland gedeporteerd en gedwongen verplaatst. Deze praktijk is aanzienlijk toegenomen na de start van de grootschalige agressieoorlog van Rusland in 2022. Ook onderwerpt Rusland de kinderen op agressieve wijze aan indoctrinatie, «heropvoeding» en in sommige gevallen zelfs militaire training. Daarnaast zijn gevallen bekend van kinderen die illegaal en onder dwang ter adoptie zijn afgestaan of onder voogdij zijn geplaatst.

Meerdere onafhankelijke internationale organisaties hebben de illegale deportatie en gedwongen verplaatsing van Oekraïense kinderen door Rusland gedocumenteerd, waaronder de VN speciaal vertegenwoordiger voor kinderen en gewapende conflicten1, het Bureau van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten2, en de OVSE3.

Het kabinet is voornemens om uit de nog onverplichte middelen voor niet-militaire steun voor Oekraïne in 2.026 EUR 2 miljoen extra vrij te maken voor de Nederlandse inzet op het opsporen van door Rusland illegaal gedeporteerde Oekraïense kinderen. De bijdrage zal ook worden ingezet ten behoeve van het herenigen van deze kinderen met hun families en voor psychosociale zorg die aansluit op hun behoeften. Dit doet het kabinet via het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP). Het voorgenomen project ondersteunt Oekraïne in capaciteitsversterking van de Nationale Politie in het gebruik van identificatiemethoden op grond van DNA voor hereniging van ontvoerde kinderen met hun families. Het project bouwt voort op een eerder project dat werd uitgevoerd door UNDP. Met de extra financiële steun wordt invulling gegeven aan de moties Van der Werf c.s.4 en Dobbe5. De hieruit volgende mutatie zal worden verwerkt bij de 1e suppletoire begroting 2026 van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp.

De Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, A. de Vries


X Noot
1

United Nations, Report of the Secretary-General on Children and Armed Conflict [A/78/842-S/2024/384], 3 juni 2024, ingediend bij de Algemene Vergadering en de Veiligheidsraad.

X Noot
2

Office of the United Nations High Commissioner for Human Rights (OHCHR), The Impact of the Armed Conflict and Occupation on Children’s Rights in Ukraine, 24 February 2022–31 December 2024.

X Noot
3

OSCE Office for Democratic Institutions and Human Rights (ODIHR), Moscow Mechanism: «Report on Violations and Abuses of International Humanitarian and Human Rights Law, War Crimes and Crimes Against Humanity, related to the Forcible Transfer and/or Deportation of Ukrainian Children to the Russian Federation», mission report, 4 mei 2023.

X Noot
4

Motie Van der Werf c.s. over psychosociale steun aan ontvoerde Oekraïense kinderen, Kamerstuk 36 045, nr. 253

X Noot
5

Motie van het lid Dobbe over organisaties ondersteunen die zich inspannen voor het opsporen van ontvoerde Oekraïense kinderen, Kamerstuk 21 501-20, nr. 2335


X Noot
1

United Nations, Report of the Secretary-General on Children and Armed Conflict [A/78/842-S/2024/384], 3 juni 2024, ingediend bij de Algemene Vergadering en de Veiligheidsraad.

X Noot
2

Office of the United Nations High Commissioner for Human Rights (OHCHR), The Impact of the Armed Conflict and Occupation on Children’s Rights in Ukraine, 24 February 2022–31 December 2024.

X Noot
3

OSCE Office for Democratic Institutions and Human Rights (ODIHR), Moscow Mechanism: «Report on Violations and Abuses of International Humanitarian and Human Rights Law, War Crimes and Crimes Against Humanity, related to the Forcible Transfer and/or Deportation of Ukrainian Children to the Russian Federation», mission report, 4 mei 2023.

X Noot
4

Motie Van der Werf c.s. over psychosociale steun aan ontvoerde Oekraïense kinderen, Kamerstuk 36 045, nr. 253

X Noot
5

Motie van het lid Dobbe over organisaties ondersteunen die zich inspannen voor het opsporen van ontvoerde Oekraïense kinderen, Kamerstuk 21 501-20, nr. 2335

Naar boven