Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36865 nr. E |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36865 nr. E |
Ontvangen 26 juni 2026
Inleidende opmerkingen
De regering dankt de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken voor het (tweede) verslag dat zij heeft uitgebracht bij het wetsvoorstel houdende de herindeling van de gemeenten Hilversum en Wijdemeren. Met belangstelling heb ik kennisgenomen van de opmerkingen en vragen van de leden van de fracties van BBB, PVV en FVD. Hierna ga ik in op de gestelde vragen en gemaakte opmerkingen. Daarbij volg ik zoveel mogelijk de indeling en volgorde van het verslag. De oorspronkelijke tekst van het verslag is integraal opgenomen in deze nota en is cursief weergegeven. Na de passages met vragen en opmerkingen uit het verslag volgt telkens de reactie van de regering.
Vragen van de leden van de fractie BBB
Vraag 1
De noodzaak voor deze fusie wordt vrijwel volledig opgehangen aan het gebrek aan bestuurskracht, stuurkracht en handelingskracht van het huidige gemeentebestuur van Wijdemeren. In de eerdere vraag die de leden van de fractie van de BBB stelden over een bestuurlijke samenwerking werd aangegeven dat de bestuurskracht alleen door een fusie verbeterd zou worden. BBB is vóór samenwerking. Ook gemeenten als Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland of Harderwijk en Ermelo bewijzen dat je uitstekend ambtelijk kunt fuseren om de uitvoeringskracht te vergroten, zónder de gemeenteraad en de onafhankelijkheid van de dorpen op te heffen. In de documenten wordt deze optie wel genoemd, maar ter zijde geschoven.
Waarom ziet de regering deze, voor de lokale bevolking veel minder ingrijpende, variant niet als een serieuze, duurzame oplossing voor middelgrote gemeenten als Wijdemeren?
In antwoord op een vraag van de BBB-fractie naar een ambtelijke samenwerking in de nota naar aanleiding van het verslag, heb ik verwezen naar de toekomstvisie «Niets doen is geen optie meer» uit 2023 van de gemeente Wijdemeren. Hieruit blijkt dat Wijdemeren in het doorlopen proces meerdere bestuurlijke vormen heeft onderzocht, waaronder een ambtelijke fusie. Uit dit rapport blijkt dat een ambtelijke fusie naar verwachting een positief effect zal hebben op het dienstverleningsniveau, de mogelijkheden om maatschappelijke opgaven op te pakken en op het professionaliseren van de organisatie. Maar dat het gebrek aan stuurkracht van de gemeenteraad en handelingskracht van het college van B&W en de financiële situatie er niet mee geholpen zouden zijn. De gemeenteraad van Wijdemeren had zelf op voorhand doelen gedefinieerd voor het toekomstperspectief en concludeerde dat een ambtelijke fusie niet verenigbaar was met deze doelen. Een bestuurlijke fusie werd als best passende variant gezien. De afweging van het gemeentebestuur is wat mij betreft leidend.
Vraag 2
Het valt deze leden op dat bij gemeenten voorafgaand aan een fusie, vaak een «waarnemend burgemeester» aan het roer staat.
Erkent de regering dat het aanstellen van waarnemend burgemeesters in de praktijk een fusieproces kan versnellen? Deze leden ontvangen hier graag een toelichting op.
Vooropgesteld: het vaststellen van een herindelingsadvies betreft een bevoegdheid van de gemeenteraad, de gekozen volksvertegenwoordiging. De burgemeester, of dit nu een kroonbenoemde of een waarnemend burgemeester betreft, heeft hierin geen bevoegdheden. Oorzaak en gevolg moeten hier bovendien nadrukkelijk van elkaar worden gescheiden. Het klopt dat bij gemeenten die op het punt staan te fuseren vaak een waarnemend burgemeester wordt aangesteld. Dat gebeurt onder meer om het vaststellen van een profielschets en het doen van een aanbeveling voor een kroonbenoemde burgemeester aan de nieuwe raad te laten. De na een herindeling aangestelde kroonbenoemde burgemeester kan dan bovendien tenminste een volle ambtsperiode diens functie uitoefenen. Voorkomen wordt zodoende het tijdrovende en inspannende proces van een kroonbenoeming te doorlopen voor een burgemeester die slechts tijdelijk in functie zal blijven. Het is een tijdelijke oplossing in de situatie dat al tot een herindeling is besloten en er vervolgens een burgemeestersvacature ontstaat. Hoewel het dus klopt dat er meer dan eens een waarnemend burgemeester werkzaam is in een herindelingsgemeente, is de causale relatie hier precies andersom dan in de vraag wordt gesuggereerd: het aanstellen van een waarnemend burgemeester betreft een gevolg en juist niet de oorzaak van een besluit tot herindeling.
Vraag 3
Er moet door deze Kamer nog een beslissing worden genomen over de fusie, ondertussen heeft de waarnemend burgemeester van Wijdemeren in het kader van de spreidingswet besloten om 110 asielzoekers te huisvesten in het gemeentehuis dat door deze fusie leeg is komen te staan.
Begrijpt de regering dat dit gevoelig ligt bij de inwoners van Wijdemeren? Wat betekent dit voor het vertrouwen in de afspraken over «dorpsgerichte participatie» en «nabijheid van bestuur»?
Ik hecht net als de betrokken gemeentebesturen sterk aan het betrekken van de inwoners van de verschillende dorpen en aan de aanspreekbaarheid en toegankelijkheid van het gemeentebestuur. Al vroeg in het proces hebben de gemeentebesturen zelf gezamenlijk vastgesteld dat ieders identiteit en bijbehorende kenmerken ook na de fusie behouden moeten blijven. De verschillen in karakter tussen de gemeenten worden gezien als waardevol en juist een kracht voor de nieuwe gemeente. Dat er daarbij soms besluiten worden genomen waarmee niet iedere inwoner het eens zal zijn, of waarbij de ene kern directer betrokken is dan de andere, is onvermijdbaar. Het feit dat het gemeentehuis deels leeg is komen te staan en daardoor ruimte bood voor de opvang van mensen die in afwachting zijn van de uitkomst van hun asielprocedure betreft echter een toeval. Het feit dat het college van de gemeente Wijdemeren hiertoe heeft besloten, staat los van het al eerder genomen besluit tot het vaststellen van het herindelingsadvies.
Vraag 4
Inwoners geven aan dat zij fundamentele informatie over de totstandkoming van deze fusie, zoals de rol van het adviesbureau KokxDeVoogd1, niet tijdig hebben gekregen. Uit brieven blijkt dat er sprake is van vertragingen en twijfels over het mogelijk antidateren van besluiten in Woo-procedures, waardoor burgers hun recht op bezwaar niet goed konden inzetten.2
Vindt de regering het acceptabel dat, terwijl hier onduidelijkheid over is, een onomkeerbaar besluit als het opheffen van een gemeente wordt genomen? Is het mogelijk een voorlopig besluit te nemen en een definitief besluit te laten nemen door het nieuwe gemeentebestuur na de verkiezingen in november? Deze leden ontvangen hier graag een toelichting op.
Openbaarheid van bestuur is een groot goed. Over de wijze waarop een gemeentebestuur stukken openbaar maakt doe ik echter geen uitspraken, dit betreft een lokale aangelegenheid waarover het gemeentebestuur zelf – binnen de kaders van de wet – besluiten dient te nemen. Hiertegen staat rechtsbescherming open en ik zie daarin voor mijzelf uitdrukkelijk geen rol. Tot het moment dat de herindeling een feit is, blijft het huidige gemeentebestuur zelf bevoegd besluiten te nemen. Daarbij kan een afweging zijn dat bepaalde beslissingen aan het volgende gemeentebestuur worden gelaten. Echter gelden ten aanzien van sommige zaken wettelijke termijnen die in acht genomen dienen te worden. Ik acht het niet mijn rol om het gemeentebestuur in de beoordeling wat mogelijk of wenselijk is suggesties aan te reiken.
Uit informatie op de website van de gemeente blijkt overigens dat de gemeente Wijdemeren aan de indiener van het Woo-verzoek heeft toegelicht dat van antidateren geen sprake is, maar dat een datum waarop de initiële brief is aangemaakt is blijven staan in de brief die uiteindelijk later is verstuurd.3
Vraag 5
De Kamer is in de ogen van de leden van de BBB-fractie geen procesbegeleider die alleen controleert of het lokale logboekje is afgevinkt. Groter is niet automatisch beter; zo wil de regering voor de boerenbedrijven juist terug naar kleinschalig en dichtbij.
Wat vindt de regering, vanuit dit oogpunt, van de doorgaande gemeentelijke schaalvergroting in Nederland en het daarmee gepaard gaande verdwijnen van lokale voorzieningen?
Ik onderschrijf de stellingname van de BBB-fractie dat uw Kamer veel meer is dan een procesbegeleider met een afvinklijstje is. Ook onderschrijf ik dat groter niet automatisch beter is. Tegelijker ben ik van mening dat groter ook niet automatisch slechter is. En dat schaalvergroting niet een oorzaak voor het verdwijnen van voorziening is of hoeft te zijn. De betrokken gemeenten hebben in mijn optiek goed onderbouwd waarom groter in dit geval verstandig is en te verkiezen valt boven het behoud van zelfstandigheid. Mijn voorganger heeft medio vorig jaar in de voortgangsbrief goed bestuur de Tweede Kamer toegezegd voor het einde van 2026 met een visie op de regionalisering van het openbaar bestuur te komen.4 In het plenaire debat met de Tweede Kamer over het voorliggende wetsvoorstel heb ik toegezegd dat deze visie een bredere scope zal hebben en ook gaat over de veranderende positie van gemeenten en provincies, de bestuurs- en uitvoeringskracht en ook de schaalgrootte van gemeenten. In die brief zal ik nader ingaan op uw vraag over schaalvergroting.
Vraag 6
Gerenommeerde hoogleraren zoals Wim Voermans (Universiteit Leiden) en Maarten Alers waarschuwen dat gemeentelijke fusies structureel leiden tot een lagere verkiezingsopkomst en een daling van het vertrouwen van burgers in de politiek. De regering stelt dat dit «vanzelf wel weer normaliseert». Op welk onafhankelijk, wetenschappelijk bewijs baseert de regering die aanname? Wat gaat de regering concreet doen om dit vertrouwen te herstellen?
Het is bekend dat herindelingen ook nadelige effecten hebben, zoals een lagere verkiezingsopkomst. Deels lijken deze effecten echter tijdelijk van aard. Hoewel de opkomst bij verkiezingen zich in de loop der tijd vaak wel degelijk herstelt, heb ik niet gezegd, noch de suggestie willen wekken dat betrokkenheid van inwoners bij het gemeentebestuur «vanzelf» goedkomt. Sterker nog, dit vergt van alle betrokkenen bij het lokaal bestuur dag in dag uit inspanningen, juist na een herindeling. De regering kan hier naar zijn aard slechts in ondersteunende zin aan bijdragen. De opkomst bij (gemeenteraads-)verkiezingen wisselt, ook los van herindelingen, sterk van gemeente tot gemeente waarbij ook grote verschillen kunnen bestaan tussen gemeenten van vergelijkbare grootte. Hoewel het Ministerie van BZK zich altijd inspant om in algemene zin de opkomst bij verkiezingen te bevorderen, ben ik niet in staat vervolgens de relatie tussen de inwoners en het bestuur van de nieuwe gemeente vorm te geven. Ik sluit me hiervoor aan bij wat het COELO aangeeft; een samenspel van factoren moet leiden tot beleid waar burgers mee geholpen worden en waar de publieke welvaart door omhoog gaat.5
Vraag 7
De regering geeft aan dat een referendum ook vanwege de daarvoor benodigde tijd niet meer mogelijk is.
Welke mogelijkheid ziet de regering dan wel om de inwoners de niet eerder gestelde vraag, namelijk voor of tegen een fusie met Hilversum, te stellen? Deze leden ontvangen hier graag een toelichting op.
Het is op dit moment in het proces niet meer mogelijk om een referendum te houden. Dit komt door de wettelijke termijnen die de Wet arhi voorschrijft en het feit dat een referendum geen onderdeel van dit proces uitmaakt. Mochten wij het als wetgever wenselijk vinden een referendum bij herindelingen te houden, zullen we dat proces anders moeten inrichten. Ik benadruk dat het houden van een referendum geen wettelijke verplichting is. In het plenaire debat met de Tweede Kamer over het voorliggende wetsvoorstel heb ik toegezegd naar het beleidskader gemeentelijke herindeling en de Wet arhi te zullen kijken en te bezien of de huidige wijze waarop inwoners bij herindelingen worden betrokken, voldoet.
Vragen van de leden van de fractie PVV
In de nota naar aanleiding van het verslag laat de regering enkele malen begrippen als «stuurkracht» en «handelingskracht» vallen.
Vraag 1
a. Wat verstaat de regering precies onder «stuurkracht»?
b. Waaruit blijkt de aan- of afwezigheid van «stuurkracht» precies?
c. Wat verstaat de regering precies onder «handelingskracht»?
d. Waaruit blijkt de aan- of afwezigheid van «handelingskracht» precies?
e. Toegespitst op de situatie van Hilversum en Wijdemeren, vragen de leden van de PVV-fractie waaruit precies een «gebrek aan stuurkracht» blijkt?
f. Wie heeft dit vastgesteld en op welke wijze?
g. Zijn er indicatoren om een «gebrek aan stuurkracht» te duiden? Zo ja, welke?
h. Toegespitst op de situatie van Hilversum en Wijdemeren, vragen deze leden waaruit precies een «gebrek aan handelingskracht» blijkt?
i. Wie heeft dit vastgesteld en op welke wijze?
j. Zijn er indicatoren om een «gebrek aan handelingskracht» te duiden? Zo ja, welke?
Voor de gemeente Wijdemeren stond de bestuurlijke en organisatorische continuïteit al langere tijd onder druk. De afgelopen tien jaar hebben er meerdere onderzoeken plaatsgevonden naar de bestuurskracht van de gemeente. Om te komen tot een toekomstperspectief heeft de gemeenteraad van Wijdemeren daarom in 2023 een bestuurlijke begeleidingsgroep samengesteld, met een externe procesregisseur. De procesregisseur heeft aan het begrip «bestuurskracht» nader inhoud gegeven door onderscheid te maken tussen de «stuurkracht» van de gemeenteraad en de «handelingskracht» van het college van B&W. Maar ook de «uitvoeringskracht» van de ambtelijke organisatie, de «financiële draagkracht» van de gemeente en de «kracht van het samenspel» tussen raad, college en organisatie.
In de toekomstvisie «Niets doen is geen optie meer» uit 2023 blijkt dat een ambtelijke fusie geen oplossing zou bieden voor het ervaren gebrek aan «stuurkracht» van de gemeenteraad en «handelingskracht» van het college. Waar ik in mijn eerdere beantwoording de begrippen «stuurkracht» en «handelingskracht» heb gebruikt, heb ik dit parafraserend gedaan om de conclusies van Wijdemeren toe te lichten.
De regering toetst het herindelingsadvies onder andere aan het criterium «bestuurskracht». In het beleidskader gemeentelijke herindeling wordt dit nader gedefinieerd als «het vermogen van gemeenten om hun wettelijke en niet-wettelijke taken uit te voeren en daarvoor de benodigde maatschappelijke en bestuurlijke relaties aan te gaan». In het beleidskader zijn enkele kenmerken opgenomen waaraan een herindeling in termen van bestuurskracht zou kunnen bijdragen. Die opsomming is niet uitputtend. Wat er in een gemeente nodig is om bestuurskrachtig te zijn, verschilt per gemeente en is onder andere afhankelijk van het lokale en regionale opgavenprofiel, de ambities op korte en lange termijn en de gemeentelijke visie op samenwerking en democratische legitimiteit.
De regering erkent dat er voor het besluit voor de herindeling geen meting is verricht naar het draagvlak voor de herindeling. Ook geeft de regering aan dat zij wil bezien of het Beleidskader gemeentelijke herindeling6 ten aanzien van het punt van de participatie momenteel volstaat.
Vraag 2
a. Ziet de regering ook, gezien het feit dat de inwoners van Wijdemeren niet vooraf zijn bevraagd en pas net voor de besluitvorming zijn geïnformeerd over de fusie, dat de participatie schromelijk tekort is geschoten, zo vragen deze leden.
b. Kan de regering aangeven hoe zij, gezien dit evidente gebrek aan participatie, onderbouwt dat er sprake is van maatschappelijk draagvlak?
c. Kan de regering aangeven waaruit precies het maatschappelijk draagvlak blijkt waaraan de regering refereert in haar beantwoording?
d. Gezien de gebrekkige participatie en niet aangetoond draagvlak bij de inwoners van Wijdemeren: is de regering bereid de procedure voor de herindeling in de pauzestand te zetten, zodat eerst op een zorgvuldige wijze kan worden vastgesteld of de inwoners van Wijdemeren deze herindeling wenselijk vinden, ofwel, of er sprake is van het benodigde draagvlak voor deze herindeling?
e. Zo nee, waarom niet?
Met mijn toezegging het beleidskader tegen het licht te houden heb ik absoluut niet willen zeggen dat de gemeentebesturen van Wijdemeren en Hilversum tekort zijn geschoten in de wijze waarop zij inwoners hebben betrokken. Wel kan worden opgemerkt dat de wijze waarop naar herindelingen wordt gekeken, verandert. Waar vóór 2018 nog vaker herindelingen van hogerhand werden geïnitieerd, is het zwaartepunt in het beleidskader nadien komen te liggen bij de gemeentebesturen zelf. Ik merk nu op dat zowel vanuit de Tweede als vanuit de Eerste Kamer nadrukkelijk wordt gekeken naar specifiek het meten van maatschappelijk draagvlak voor een herindeling. Het lijkt mij goed te bezien in hoeverre het beleidskader daar bij aansluit. Daarmee is allerminst gezegd dat de gemeentebesturen onvoldoende aandacht hebben besteed aan het maatschappelijk draagvlak.
Maatschappelijk draagvlak is een van de zaken die in het grotere geheel van afwegingen rondom een herindeling een rol speelt. Het is daarbij één van de in het beleidskader genoemde aandachtsgebieden bij het in beeld brengen van draagvlak, naast bestuurlijk en regionaal draagvlak. De wijze waarop dit wordt gewogen is in de eerste plaats aan de gemeenteraad zelf. Gelet op de duur van de aanloop tot het principebesluit is het gemeentebestuur van Wijdemeren niet over één nacht ijs gegaan. Vanaf juli 2023 zijn uiteenlopende activiteiten ondernomen om de inwoners bij de uitwerking van dit principebesluit te betrekken. De regering deelt het oordeel van de provincie Noord-Holland dat «de twee gemeenten een transparant, intensief en zorgvuldig proces hebben doorlopen (...) om te komen tot het opstellen van het Herindelingsontwerp».
Maatschappelijk draagvlak is één van de vele zaken die wordt afgewogen door een gemeenteraad wanneer een herindelingsadvies wordt vastgesteld. Conform het huidige beleid is het aan gemeenten zelf om invulling te geven aan de manier waarop zij maatschappelijk draagvlak voor een herindeling vaststellen en niet aan mij als Minister om dat proces over te doen of hier nog per deelgebied van het beleidskader een eigen oordeel over te vormen.
Het lijkt mij zeer onwenselijk om dit herindelingsproces, waar de betrokken gemeentebesturen al jaren hard aan werken, nu op de pauzestand te zetten. Nog los van het feit dat ik meen dat het gemeentebestuur inwoners wel degelijk bij het herindelingstraject heeft betrokken, meen ik in de eerste plaats dat een volksvertegenwoordiging er in vertrouwd mag worden dat deze niet lichtzinnig over een herindelingsadvies besluit. Ik ben dus sterk genegen dit oordeel van de lokale volksvertegenwoordiging te volgen, ook wanneer er signalen zijn dat niet iedere inwoner dit besluit steunt. De urgentie voor de herindeling is groot en een pauzestand zou tot onzekerheid en onduidelijkheid leiden, terwijl de inspanningen nu juist gericht zouden moeten zijn op de aanstaande verkiezingen en de vorming van een nieuw gemeentebestuur voor de nieuwe gemeente.
De regering geeft aan dat het uitgangspunt voor een gemeentelijke herindeling is dat er voldoende maatschappelijk draagvlak is.7
Vraag 3
a. Bedoelt de regering dat zij aanneemt dat er in deze casus sprake is van voldoende maatschappelijk draagvlak, of dat zij in het algemeen van mening is dat er altijd sprake moet zijn van voldoende maatschappelijk draagvlak?
b. Als de regering bedoelt dat er in deze casus sprake is van voldoende draagvlak, waaruit blijkt dit dan concreet?
De opmerking in de nota naar aanleiding van het verslag was bedoeld in de zin dat dit een algemeen uitgangspunt is dat dient te worden gewogen bij iedere herindeling. Juist in het tweede zinsdeel is getracht tot uitdrukking te brengen dat er echter zeer veel uiteenlopende zaken dienen te worden gewogen bij een eventueel voornemen tot herindeling, waarbij maatschappelijk draagvlak één, maar niet hét criterium is om tot een herindeling te besluiten. De regering heeft zich bij de beoordeling van het draagvlakcriterium gebaseerd op het proces dat de gemeenten hebben doorlopen en het geringe aantal negatieve reacties dat dit in de zienswijzeprocedure heeft opgeleverd. Als gezegd spelen naast maatschappelijk draagvlak ook andere criteria een rol.
Ten aanzien van de vraag of de regering ook het verband ziet tussen het preventief financieel toezicht als gevolg van financiële problemen en de bijna gedwongen keuze van de gemeente om in te stemmen met fusie, merkt de regering op dat zij dit een verkeerde voorstelling van zaken vindt, om vervolgens te erkennen dat dit verband inderdaad bestaat.8
Vraag 4
a. Is de regering van oordeel dat het verantwoord is dat een gemeente die onder dit toezicht staat feitelijk in de positie gedwongen wordt om te kiezen voor een fusie?
b. Waarom vindt de regering een ambtelijke fusie of een regionaal-ambtelijke samenwerking geen geschikte oplossingen?
c. Welk concreet probleem wordt er ingeval van een ambtelijke fusie of samenwerking niet opgelost, en waarom niet volgens de regering?
Het verband dat in de beantwoording werd gelegd zag op de financiële situatie waarvoor de gemeente Wijdemeren zich gesteld ziet. Die situatie heeft geleid tot preventief financieel toezicht door het provinciebestuur volgens de daarvoor geldende wettelijke kaders. Dezelfde financiële situatie is één van de aanleidingen die de gemeenteraad er uiteindelijk toe heeft doen besluiten een herindelingsadvies vast te stellen. Het toezicht zelf heeft dus uitdrukkelijk geen aanleiding gegeven tot de herindeling.
Met betrekking tot het alternatief van een ambtelijke fusie is eerder richting Tweede Kamer en ook in antwoord van de BBB-fractie in de Eerste Kamer opgemerkt dat in de aanloop naar het herindelingsadvies inderdaad is onderzocht of een ambtelijke fusie een oplossing voor de bestaande problemen zou zijn. Een ambtelijke fusie zou volgens de conclusies van het uitgevoerde onderzoek wel een positief effect kunnen hebben op de dienstverlening, professionalisering van de organisatie en de mogelijkheden maatschappelijke opgaven het hoofd te bieden. Tegelijkertijd zouden de doelen van de raad en het college van Wijdemeren zelfstandig gerealiseerd moeten worden, wat gelet op het gebrek aan stuurkracht, handelingskracht en gebrekkig samenspel niet realistisch werd geacht. Een ander belangrijk negatief gevolg zou zijn dat de financiële problemen van Wijdemeren alsnog zelf moet worden opgelost, terwijl de invloed van het gemeentebestuur beperkter zal worden. In de praktijk zouden de meeste ambtenaren immers in dienst zijn van de gemeente Hilversum, waardoor het college van Wijdemeren een minder directe werkgeversverantwoordelijkheid zou dragen. Er werd dan ook geconcludeerd dat een ambtelijke fusie niet verenigbaar was met de door de raad van Wijdemeren gestelde doelen.
In het (eerste) verslag vroegen deze leden aan de regering in hoeverre de bestuurskracht van de nieuwe fusiegemeente zal toenemen en of dit getoetst en geëvalueerd wordt. De regering geeft in de nota naar aanleiding van het verslag aan dat, omdat Hilversum een centrumgemeente is, dit dáárom een logische en gewenste fusiepartner voor Wijdemeren is. Ook acht de regering dat het voldoende aannemelijk is gemaakt dat de herindeling tot versterking van de bestuurskracht zal leiden.9
Vraag 5
a. De regering gaat niet in op de vraag of dit getoetst en geëvalueerd wordt. Is de regering bereid zorg te dragen voor toetsing en evaluatie van de gemaakte claims die als grondslag en onderbouwing voor het besluit voor herindeling zijn gehanteerd, zo vragen de leden van de PVV-fractie.
b. Zo nee, waarom niet?
Het is in beginsel aan gemeenten zelf om met enige regelmaat te reflecteren op hun eigen bestuurskracht, de mate waarin ze in staat zijn wettelijke taken uit te voeren, de mate waarin het lukt voorzieningen in stand te houden en of het gemeentebestuur voldoende in staat is vorm en inhoud te geven aan eigen ambities. In die zin worden de aannames die ten grondslag lagen aan de herindeling straks doorlopend getoetst. Ik acht het niet wenselijk om bij iedere afzonderlijke herindeling vooraf een verplichte evaluatie voor te schrijven. Wel heb ik tijdens de plenaire behandeling in de Tweede Kamer de toezegging gedaan het Beleidskader gemeentelijke herindelingen uit 2018 tegen het licht te houden en meer in algemene zin het net van geleerde lessen op te halen.
c. Als onderbouwing voor hoe de voorgestelde herindeling bijdraagt aan de versterking van de bestuurskracht, oftewel het vermogen om de taken naar behoren uit te voeren, wordt in het herindelingsadvies gesteld: «Bestuurskracht gaat om een juiste balans tussen de kerntaken, maatschappelijke opgaven en bestuurlijke ambities enerzijds en de kracht van gemeentebestuur, ambtelijke organisatie en samenleving anderzijds. De gemeente Hilversum zal deze balans na 1 januari 2027 aanbrengen voor het gehele gebied en haar wijken en dorpen».10 Ziet de regering ook dat hier geen enkele sprake is van onderbouwing? Zo nee, hoe ziet de regering dit dan wel?
De onderbouwing die de gemeentebesturen in het herindelingsadvies geven is een stuk rijker dan enkel de passage die door de fractie van de PVV wordt aangehaald. Door de voorgestelde herindeling beschikt de gemeente Hilversum in de toekomst, naast over een grotere schaal (zowel in inwonertal als in oppervlakte), over versterkte financiële slagkracht en een stevigere ambtelijke en bestuurlijke organisatie. De combinatie van deze element maakt het naar mijn oordeel aannemelijk dat deze herindeling leidt tot een toename van de bestuurskracht in de huidige gemeente Wijdemeren.
d. Kan de regering haar stelling onderbouwen dat «Hilversum een logische en gewenste fusiepartner voor Wijdemeren is, omdát Hilversum een centrumgemeente is», zo vragen deze leden.11
In mijn eerdere antwoorden op vragen van de fractie PVV heb ik aangegeven dat Hilversum een robuuste centrumgemeente is en daarom een logische fusiepartner voor Wijdemeren. Dat Hilversum tevens een centrumgemeente is, heeft mogelijk voordelen, maar is niet van doorslaggevend belang. Wel kan de regio als geheel profiteren van een centrumgemeente met meer stevigheid en mogelijkheden.
Op de vraag van de leden van de PVV of de regering met behulp van feitelijke gegevens de mate van succes van alle herindelingen van de afgelopen 25 jaar kan onderbouwen, geeft de regering aan dat er geen sprake is van structurele monitoring of meting van indicatoren hierover.12 Toch worden herindelingen stelselmatig onderbouwd met bijvoorbeeld claims over betere sturing en betere financiën.
Vraag 6
a. Kan de regering aangeven op welke wijze zij de claims, die als argumenten en onderbouwing voor een herindeling worden ingebracht, geloofwaardig acht in het licht van het feit dat er géén meting of monitoring plaatsvindt ter toetsing van het daadwerkelijk behalen van de doelen en claims?
Nederlanders hebben over het algemeen tamelijk tot heel veel vertrouwen in hun lokale overheid.13 Daar leid ik uit af dat gemeenten in algemene zin in staat zijn een schaal en manier van samenwerking te vinden die het mogelijk maakt van betekenis te zijn voor hun inwoners. Meting en montering van de specifieke en directe gevolgen van een herindeling vindt niet structureel plaats. Relevante factor hierbij is dat je de nieuwe situatie nooit zal kunnen vergelijken met hoe de situatie geweest zou zijn als de herindeling niet had plaatsgevonden.
b. Vindt de regering het te verdedigen dat er stelselmatig argumenten en claims worden gehanteerd om een herindeling te rechtvaardigen, terwijl niet duidelijk is of er enige onderbouwing is voor dergelijke argumenten en claims?
Ik herken me niet in de stelling van de fractie van de PVV dat er geen onderbouwing is voor de argumenten die worden gehanteerd. Zoals al vaker opgemerkt betreft de overweging om tot een herindeling te besluiten geen wiskundige formule. De argumenten om hiertoe te besluiten zijn in de eerste plaats aan het lokaal bestuur zelf. Welke argumenten de doorslag geven voor het gemeentebestuur zijn dus ook aan hen.
c. Is de regering bereid om een degelijk toetsings- en evaluatiekader verplicht te stellen bij elke herindeling? Zo nee, waarom niet?
Nee, ik ben hier niet toe bereid. Bij mijn antwoord op de hiervoor gestelde vragen heb ik aangegeven dat het verplichtende karakter niet past bij de rol en verantwoordelijkheid van gemeentebesturen in een kwestie als deze, en dat dit onvoldoende recht zou doen aan de inzet die gemeenten doorgaans zelf plegen om te toetsen en evalueren.
Uit wetenschappelijke studies over herindelingen blijkt stelselmatig dat herindelingen vaak meer nadelen dan voordelen kennen, en dat de beoogde doelen zoals lagere lasten voor de burgers, een betere financiële positie of een betere bedrijfsvoering niet of nauwelijks worden gerealiseerd.
Bij bestuurskracht (de mate waarin de gemeente in staat is de taken uit te voeren die ze geacht wordt uit te voeren) gaat het om het resultaat van die taakuitvoering, en niet om de organisatie, de coördinatie of de ambtenaren. Prof Wim Derksen, emeritus-hoogleraar bestuurskunde in Leiden en Rotterdam, maakte in zijn werk duidelijk waarom het willen vergelijken van bestuurskracht van verschillende soorten gemeenten mank gaat.
Ook blijkt uit wetenschappelijk onderzoek dat de betrokkenheid van burgers bij hun omgeving verslechtert bij gemeentelijke schaalvergroting. Prof Denters van de Universiteit Twente concludeerde samen met collega’s wereldwijd op basis van meerdere onderzoeken dat betrokkenheid, participatie en vertrouwen in de overheid afnemen bij gemeentelijke schaalvergroting. Dat blijkt overigens ook uit opkomstcijfers van verkiezingen.
Herindelingen hebben daarnaast gebleken géén positieve invloed op de financiën of de efficiency van een gemeente. Na herindelingen dalen de uitgaven niet en worden de voorzieningen voor de burgers niet beter. Diverse studies van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO)14 en Berenschot15 of individuele proefschriften laten dat zien.
Vraag 7
a. Is de regering bekend met de diverse en gevarieerde bronnen waarin stelselmatig wordt aangetoond dat herindelingen vaker niet dan wel brengen wat ze beloven?
b. Kan de regering aangeven waarom zij, gezien de veelheid aan feitelijk bewijs tegen de veronderstelde voordelen van een herindeling, koste wat kost deze herindeling wil doorvoeren, dit zelfs duidelijk tegen de wens van de inwoners van Wijdemeren?
Ik ben er bekend mee dat in wetenschappelijke publicaties de nodige nadelen van gemeentelijke herindelingen worden aangedragen. Nergens wil ik dan ook de indruk wekken dat herindelingen een panacée zijn voor alle uitdagingen waarvoor een gemeente zich gesteld kan zien. Dat gezegd hebbende, wil ik nogmaals benadrukken dat ook een gemeenteraad zelf niet lichtzinnig besluit een herindelingsadvies vast te stellen. Het vraagt van een volksvertegenwoordiging immers het nodige om vast te moeten stellen dat een zelfstandig voortbestaan echt niet meer kan. Juist wanneer de raad weet dat een dergelijk besluit bij een deel van de inwoners gevoelig ligt, vind ik het van een groot verantwoordelijkheidsgevoel getuigen wanneer de raad een dergelijk besluit neemt. Vervolgens is het aan het nieuw te vormen gemeentebestuur om de nadelen van herindelingen zo goed als mogelijk te ondervangen. Door inwoners nadrukkelijk te betrekken bij het lopende en bij het nieuwe beleid en bij de belangrijke keuzes die voor de nieuwe gemeente gemaakt moeten worden.
Uit de vele ontvangen brieven van verontruste burgers en burgers die zich niet gehoord voelen in dit voor hen zeer impactvolle dossier, blijkt ook dat relevante informatie met betrekking tot het onderzoeksrapport op basis waarvan besloten werd om een fusieproces te starten, niet overhandigd is. Hierover loopt nog een bezwaarprocedure.16
Vraag 8
a. Ziet de regering ook dat deze mogelijk cruciale informatie betrokken zou moeten worden bij de besluitvorming over dit dossier?
b. Zo nee, waarom niet?
c. Kent de regering de betreffende informatie waar deze burgers om hebben gevraagd?
d. Is de regering bereid de procedure in de pauzestand te zetten totdat de betreffende informatie is gepubliceerd, dan wel door de rechter is besloten dat deze niet openbaar gemaakt hoeft te worden, zodat burgers in de procedure op de juiste wijze van hun rechtsmiddelen gebruik hebben kunnen maken, en de volksvertegenwoordiging in de gelegenheid is de betreffende informatie in hun besluitvorming mee te laten wegen?
e. Zo nee, waarom niet?
Over de wijze waarop informatie gedeeld wordt met inwoners en belanghebbenden kan en wil ik geen uitspraken doen. Dergelijke aangelegenheden betreffen bij uitstek een lokale afweging waarover lokaal – uiteraard binnen de grenzen van de wet – keuzes gemaakt worden. Dat moet ook zo zijn. Zoals de PVV-fractie terecht opmerkt speelt ook de rechter een onafhankelijke rol in de toetsing van de handelwijze van het gemeentebestuur en die onafhankelijkheid wil ik juist eerbiedigen door mij niet met kwesties als deze te bemoeien. Zoals ik eerder heb aangegeven overweeg ik niet dit proces in dit stadium nog op de pauzestand te zetten.
Uit brieven van burgers kan worden opgemaakt dat er wordt getwijfeld aan de juiste toepassing van de Woo-procedure (bij het opvragen van relevante stukken). Er wordt getwijfeld of de procedure rondom bekendmaking is toegepast conform de wetgeving en tevens worden vermoedens over antedatering opgeworpen.17
Vraag 9
a. Kan de regering aangeven of haar signalen van dergelijke handelwijzen bekend zijn?
b. Is de regering bereid om onderzoek te doen naar mogelijk laakbaar handelen in deze procedure?
c. Is de regering bereid om de herindelingsprocedure in de pauzestand te zetten totdat helder is gemaakt of burgers in de procedure op de juiste wijze van hun rechtsmiddelen gebruik hebben kunnen maken?
d. Zo nee, waarom niet?
Indien er twijfels zijn over de correcte toepassing van de WOO, dan kan hier met toepassing van die wet een besluit van het gemeentebestuur worden gevraagd. Is een belanghebbende het met dit besluit niet eens, dan staat hiertegen rechtsbescherming open. Het is in onze gedecentraliseerde eenheidsstaat niet de bedoeling dat ik mij als Minister met dergelijke lokale aangelegenheden bemoei, in het bijzonder niet wanneer de rechter de benodigde rechtsbescherming kan bieden. Als gezegd overweeg ik niet om het herindelingsproces te pauzeren.
Bij de beantwoording van de vragen van de leden van de fractie van de BBB heb ik benoemd dat de gemeente Wijdemeren de indiener van het Woo-verzoek heeft toegelicht dat van antidateren geen sprake is,
Uit brieven van inwoners blijkt dat Hilversum bij de herindeling voorwaarden zou hebben gesteld ten aanzien van stijging van de woonlasten. Volgens de berekening zou Hilversum fors méér middelen uit het gemeentefonds ontvangen voor de «centrumfunctie» te weten € 5,7 miljoen, ten koste van de middelen van andere gemeenten. Naar aanleiding van vragen uit de Tweede Kamer over deze herverdeling in het gemeentefonds, gaf de regering aan dat er voor de gestegen baten ook meer lasten voor de centrumfunctie zouden zijn.18 Blijkens de opgestelde Kadernota voor Hilversum en Wijdemeren is er helemaal geen sprake van een stijging van de uitgaven voor de centrumfunctie, maar blijkt dat deze middelen ingezet zijn ter dekking van niet-verhoging respectievelijk verlaging van de OZB voor Hilversum en Wijdemeren.19
Vraag 10
a. Kan de regering aangeven hoe zij aankijkt tegen deze uitwerking van de modeldynamiek van het gemeentefonds, meer in het bijzonder het effect op andere gemeenten?
De omvang van het gemeentefonds blijft gelijk. Het betreft hier dus een herverdeling van middelen binnen het gemeentefonds ten gunste van de gemeente Hilversum van 0,01% van de totale omvang van het gemeentefonds. Het effect op de uitkering van andere gemeenten is dan ook zeer beperkt.
Het budget van de algemene uitkering van het gemeentefonds wordt over de gemeenten verdeeld via een systeem van verdeelmaatstaven. Dit verdeelsysteem heeft als doel gemeenten in staat te stellen hun voorzieningen op een onderling gelijkwaardig niveau te brengen tegen globaal gelijke lastendruk en rekening houdend met de structuurkenmerken van de gemeenten.
Allereerst wil ik graag benadrukken dat de maatstaven niet gelieerd zijn aan een specifieke taak of functie. De maatstaf regionale centrumfunctie komt in het verdeelmodel dan ook in meerdere clusters terug. Te weten de clusters in het sociaal domein zoals de clusters sociale basisvoorzieningen, jeugdzorg, Wmo, maar bijvoorbeeld ook in het cluster sport, cultuur en recreatie. Voor de maatstaven geldt dat deze in de eerste plaats de noodzakelijke kosten en draagkracht van gemeenten volgen (kostenoriëntatie). Daarnaast dienen de maatstaven niet onnodig gedetailleerd te zijn (globaliteit), om zo te voorkomen dat de verdeling onbedoeld normerend gaat werken.
Op het moment dat een gemeente fuseert, zal deze gefuseerde gemeente net zoveel middelen ontvangen als een andere gemeente met dezelfde objectieve kenmerken (mensen in de bijstand, aantal ouderen, bodemgesteldheid enzovoort).
b. Kan de regering aangeven hoe zij aankijkt tegen het feit dat haar stelling over de hogere uitgaven voor de centrumfunctie onhoudbaar is, nu blijkt dat de extra opbrengsten uit het gemeentefonds linea recta worden ingezet om de OZB te verlagen?
Over de besteding van de middelen uit het gemeentefonds hoeft geen verantwoording te worden afgelegd aan het Rijk. Het is vanuit staatsrechtelijk perspectief niet gepast om als bewindspersoon te treden in een discussie over de besteding van de middelen uit het gemeentefonds en de lokale lasten in een specifieke gemeente. Het is aan de gemeenteraden hierin keuzes te maken, waarbij onder meer belastingdruk, voorzieningenniveau en andere zaken tegen elkaar worden afgewogen.
c. Acht de regering het wenselijk dat er op dergelijke wijze met de bedoelingen van het gemeentefonds kan worden gemarchandeerd?
Zoals onder b. aangegeven hoeft over de besteding van de middelen uit het gemeentefonds geen verantwoording te worden afgelegd aan het Rijk. Het is van uit staatsrechtelijk perspectief niet gepast om als bewindspersoon te treden in een discussie over de besteding van de middelen uit het gemeentefonds en de lokale lasten in een specifieke gemeente.
Vragen van de leden van de fractie FVD
De leden van de FVD-fractie constateren dat de regering in haar eerdere beantwoording stelt dat zij het «allerminst problematisch» acht dat de opdrachtverlening, sturing en inkadering van het onderzoek op deze wijze hebben plaatsgevonden, omdat uiteindelijk de raad als geheel beslist.20 Deze leden vragen echter niet naar de formele eindbevoegdheid van de raad, maar naar de democratische kwaliteit van het besloten voortraject waarin de richting van het besluit is gevormd.
Uit de onderlegger bij het raadsbesluit blijkt dat dit voortraject werd begeleid door een bestuurlijke begeleidingsgroep bestaande uit de zeven fractievoorzitters, de griffier en de burgemeester, dat deze groep de opdracht aan de externe procesregisseur formuleerde, dat de vraagstelling vervolgens is aangepast, en dat bewust is gekozen voor besloten gesprekken omdat een «veilige omgeving» nodig werd geacht. Daarbij wordt vermeld dat het ging om «een traject van de fracties, niet van de raad, in formele zin».21
Hierover hebben de leden van de FVD de volgende vragen.
1. Kan de regering aangeven hoe, in dit besloten voortraject, is gewaarborgd dat fractievoorzitters en fracties niet juist werden losgemaakt van de normale democratische druk van openbaarheid, kiezers, leden en achterban, waardoor eerder ingenomen standpunten tegen fusie gemakkelijker konden worden ingeruild?
De belangrijkste besluiten zijn zoals het hoort in openbare vergaderingen genomen. Dat eerdere gesprekken tussen fractievoorzitters hebben plaatsgevonden in beslotenheid doet daar niets aan af. Uit het feit dat iedere fractie in het overleg betrokken was, blijkt ook dat verschillende ideeën die binnen de raad leefden ten aanzien van een mogelijke herindelingen, van meet af aan een plaats aan tafel hebben gekregen. Als gezegd zijn de daadwerkelijke besluiten door de raad zelf in alle openbaarheid genomen. Dat partijen daarbij een ander standpunt hebben ingenomen dan zij eerder deden, is mij bekend. Tegelijkertijd is dat als zodanig eigen aan een democratisch proces, waar op basis van nader onderzoek, als gevolg van nieuwe verantwoordelijkheden of naar aanleiding van gesprekken met andere partijen een heroverweging van eerdere standpunten plaats kan vinden. Dat is meen ik juist een kracht van een representatieve democratie.
2. Kan de regering aangeven welke rol de burgemeester, de griffier en de externe procesregisseur precies hebben gespeeld bij de agendering, vraagstelling, informatievoorziening en beoordeling van bestuurlijke varianten?
3. Heeft de regering onderzocht of deze functionarissen uitsluitend procesmatig hebben gehandeld, of ook inhoudelijk richting hebben gegeven aan de keuze voor bestuurlijke fusie?
De fractie van de FVD vraagt heel precies wie, wat, wanneer heeft gedaan en of de regering dat heeft onderzocht. Deze mate van gedetailleerde informatie past naar mijn oordeel niet bij een proces dat vertrouwen in medeoverheden veronderstelt. De begeleidingsgroep heeft een rapport opgesteld dat als onderlegger heeft gefungeerd bij besluitvorming, zodat de gemeenteraad een afgewogen en gefundeerde afweging heeft kunnen nemen. Ik stel vast dat daarover een openbaar debat heeft plaatsgevonden en dat het raadsvoorstel vervolgens met een zeer ruime meerderheid is aangenomen.
Deze leden benadrukken dat zij hiermee niet vragen of de regering het lokale proces had moeten sturen of corrigeren. Zij vragen welke zelfstandige beoordeling de regering als indiener van een herindelingswet heeft verricht, nu dit wetsvoorstel niet slechts een lokale keuze bevestigt, maar bij wet een zelfstandige gemeente opheft.
4. Kan de regering aangeven welke feiten zij zelfstandig heeft vastgesteld over dit besloten voortraject voordat zij concludeerde dat sprake was van voldoende democratische legitimatie?
5. Als de regering dit niet zelfstandig heeft onderzocht, klopt het dan dat haar oordeel in hoofdzaak steunt op de latere formele raadsbesluiten, zo vragen de leden van FVD-fractie.
Op eerdere vragen van de PVV-fractie in uw Kamer heb ik aangegeven dat, hoewel ik vanuit mijn rol controleer of het proces dat heeft geleid tot een herindelingsadvies goed is verlopen, ik het niet mijn rol acht om dat te doen op een detailniveau dat feitelijk neerkomt op het toetsen van iedere afzonderlijke handeling die heeft plaatsgevonden voorafgaand aan het herindelingsadvies. Een dergelijke verhouding past niet in de verhouding tussen het Rijk en de besturen van gemeenten, ook niet waar het een herindeling betreft.
De regering komt eigenstandig tot een oordeel over hetgeen is gebeurd en baseert zich daarbij goeddeels op de informatie die door anderen is aangereikt. Op de onderdelen waar aanvullende informatie nodig of gewenst is, is aanvullende informatie opgevraagd of zijn toelichtende vragen gesteld.
De leden van de FVD-fractie constateren dat uit de «Reactienota zienswijzen» blijkt dat slechts een beperkt deel van de zienswijzen afkomstig was van inwoners van Wijdemeren (10), de gemeente die door het wetsvoorstel wordt opgeheven.22
6. Kan de regering toelichten waarom zij deze zienswijzen toch gebruikt als aanwijzing voor maatschappelijk draagvlak, zonder afzonderlijk gewicht toe te kennen aan het draagvlak in juist de gemeente die verdwijnt?
7. Erkent de regering dat draagvlak uit Hilversum, waar de gemeente blijft bestaan, niet gelijk kan worden gewogen met draagvlak uit Wijdemeren, waar de zelfstandige gemeente wordt opgeheven? Zo nee, waarom niet?
In lijn met de Wet arhi heeft het herindelingsontwerp van 13 december 2024 tot 9 februari 2025 ter inzage gelegen en konden inwoners en organisaties hun zienswijzen indienen. De gemeenten hebben hun inwoners actief op deze mogelijkheid gewezen. Als inwoners ontevreden zijn met een voorgenomen herindeling, is de zienswijze een belangrijk moment om hun zorgen te uiten, naast andere inspraakmomenten die de gemeenten Wijdemeren en Hilversum ook hebben georganiseerd. Het aantal uitgesproken kritische en afwijzende reacties is daarmee een indicatie voor de mate waarin er maatschappelijke weerstand tegen de herindeling is.
In het geval van Hilversum en Wijdemeren in sprake van een lichte samenvoeging. Ook in die gevallen is het van belang dat het draagvlak van inwoners en maatschappelijke organisaties van alle betrokken gemeenten worden opgehaald.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, P.E. Heerma
Rapport: «Samen Sterker. Herindelingsadvies Wijdemeren en Hilversum. Voor krachtige dorpen, wijken, gemeente en regio», van 12 februari 2025, pagina 62.
«Coelo: Fusies leveren geen geld op», Binnenlands Bestuur, 4 juli 2014; «Coelo: Grote gemeenten kosten meer geld, gemeente.nu, 5 november 2012.
Berenschot: «Effecten van gemeentelijke herindelingen. Onderzoek naar twaalf Zuid-Hollandse Herindelingen», 18 juni 2008, pagina 57.
Gemeenten Hilversum en Wijdemeren, «Gezamenlijke Kadernota 2027», gemeente Hilversum en Wijdemeren, wijdemeren.raadsinformatie.nl.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36865-E.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.