Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36865 nr. C |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36865 nr. C |
Ontvangen 12 juni 2026
De regering dankt de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken voor het verslag dat zij heeft uitgebracht bij het wetsvoorstel houdende de herindeling van de gemeenten Hilversum en Wijdemeren. Met veel belangstelling heb ik kennisgenomen van de opmerkingen en vragen van de leden van de fracties van BBB, PVV en FVD. Hierna ga ik in op de gestelde vragen en gemaakte opmerkingen. Daarbij volg ik zoveel mogelijk de indeling en volgorde van het verslag. De oorspronkelijke tekst van het verslag is integraal opgenomen in deze nota en is cursief weergegeven. Na de passages met vragen en opmerkingen uit het verslag volgt telkens de reactie van de regering.
Vragen van de leden van de fractie van de BBB
1.
Is een ambtelijke samenwerking onderzocht? Zo nee waarom niet?
In de toekomstvisie «Niets doen is geen optie meer» uit 2023 zijn verschillende opties onderzocht. Ook de ambtelijke samenwerking. Hierover is opgemerkt dat dit wel een positief effect zou kunnen hebben op de dienstverlening, professionalisering van de organisatie en de mogelijkheden om maatschappelijke opgaven het hoofd te bieden. Voor de raad en het college van de gemeente Wijdemeren zou dit echter niet direct een oplossing zijn. Het gebrek aan stuurkracht en handelingskracht zou er immers niet mee verholpen worden. Ook zou de financiële situatie van de gemeente er niet mee geholpen zijn, terwijl de invloed van het gemeentebestuur beperkter zou worden. Er werd dan ook geconcludeerd dat een ambtelijke fusie niet verenigbaar was met de door de raad van Wijdemeren gestelde doelen.
2.
Is er een internetconsultatie gehouden? Zo ja waarom zit deze niet bij de stukken?
Nee, het wetsvoorstel voor deze herindeling is niet op internetconsultatie geplaatst. Hoewel dat met de meeste wetsvoorstellen wel staande praktijk is, wordt hier bij herindelingen niet voor gekozen, nu in het voortraject al verschillende momenten zijn waarop betrokkenen hun reacties kunnen geven op een voorstel tot herindeling. De wijze waarop dat in dit geval is gebeurd, is beschreven in de memorie van toelichting. In het bijlagenboek behorende bij het herindelingsadvies Wijdemeren en Hilversum is in bijlage A2 (logboek draagvlakactiviteiten) toegelicht op welke wijze inwoners en maatschappelijke organisaties betrokken zijn bij het herindelingsproces en op welke wijze het maatschappelijk draagvlak is vastgesteld.
3.
Waarom is inwoners tijdens de participatieavonden, via de website en in straatinterviews alleen gevraagd hoe de fusie vorm moest krijgen, en is de fundamentele vraag of zij überhaupt wel wilden fuseren nooit rechtstreeks aan hen voorgelegd?
Waren de inwoners op dat moment op de hoogte van het feit dat zijn niet konden meepraten over het besluit tot fusie?
Een herindelingsproces kent verschillende fases. De eerste vraag die daarbij wordt beantwoord is «of» een herindeling wenselijk en/of noodzakelijk is. Daarna pas wordt de vraag beantwoord «hoe» dat vorm te geven. Het besluit om tot een herindeling over te gaan betekent de start van de formele Arhi-procedure. In deze procedure wordt een herindelingsontwerp en herindelingsadvies opgesteld waarin, in samenspraak met inwoners, wordt opgeschreven hoe de nieuwe gemeente eruit moet komen te zien. Ik erken dat het van belang is om goed voor ogen te hebben wanneer inspraak opportuun is en duidelijk te maken waarover inspraak gaat, om het risico van schijninspraak te ondervangen. Ook voorafgaand aan het principebesluit is veelvuldig gesproken over de bestuurlijke toekomst van de gemeente Wijdemeren. De «of-vraag» is daarbij niet expliciet aan inwoners gesteld, maar de regering is van mening dat de gemeenteraad voldoende heeft gedaan om op andere manieren tot een oordeel over het maatschappelijk draagvlak te komen.
4.
Is huidige beoordeling van participatie in het Beleidskader gemeentelijke herindeling voldoende robuust? Deze leden ontvangen graag een toelichting.
Zoals ik in reactie op de motie-Flach1 heb aangegeven, ben ik voornemens te bezien of het Beleidskader op dit moment volstaat, in het bijzonder met betrekking tot het onderzoeken van maatschappelijk draagvlak. Ik heb toegezegd dat ik zal verkennen of er in de Wet ARHI of in het beleidskader meer richting gegeven kan worden aan de wijze waarop het maatschappelijk draagvlak voor een herindeling kan worden vastgesteld.
5.
Hilversum heeft 90.000 inwoners en Wijdemeren 20.000. In hoeverre is er sprake van een fusie of wordt Wijdemeren opgeslokt door Hilversum? Deze leden ontvangen graag een toelichting.
De voorgestelde samenvoeging van Wijdemeren en Hilversum betreft een zogenaamde «lichte samenvoeging», waarbij de gemeente Hilversum niet wordt opgeheven. Het grondgebied van de gemeente Wijdemeren wordt aan dat van de gemeente Hilversum toegevoegd. Zodoende blijven de rechtsgevolgen die zijn verbonden aan opheffing voor de gemeente Hilversum achterwege. Deze herindelingsvariant heeft pragmatische voordelen, maar hoeft gelijkwaardigheid in het herindelingsproces niet in de weg te staan. Van «opslokken» is in dit geval geen sprake. Beide gemeenten hebben beargumenteerd voor deze herindelingsvariant gekozen.
6.
Artikel 5 van het Europees Handvest inzake lokale autonomie roept op om gemeenschappen vooraf te raadplegen bij grenswijzigingen, zo mogelijk via een referendum. Waarom staat de regering niet achter het voorstel van het Tweede Kamerlid Vermeer om een raadgevend referendum te houden, en hoe verhoudt dit zich tot de rechtmatigheid en de geest van het Europese Handvest? Deze leden ontvangen graag een toelichting.
Mijn bezwaren tegen dit amendement heb ik uiteengezet tijdens de plenaire behandeling in de Tweede Kamer en zijn van tweeërlei aard. In dit geval vind ik het met name bezwaarlijk dit nog zo laat in het proces in te voegen. Mochten wij als wetgever het wenselijk vinden een referendum te houden bij herindelingen, zullen we dat proces anders moeten inrichten. Ik heb ook aangegeven daar op voorhand geen voorstander van te zijn. Een referendum is wat mij betreft één manier, maar zeker niet dé manier om inwoners te betrekken. Zoals ook tijdens de plenaire behandeling in de Tweede Kamer is besproken, verplicht artikel 5 van het Handvest niet tot het houden van een referendum waar dat niet wettelijk is geregeld. In Nederland is dat niet wettelijk geregeld.
Wel heb ik toegezegd te bezien of de wijze waarop inwoners bij herindelingen worden betrokken op een goede manier is geregeld in het beleidskader en in de wet. Hierover zal ik uw Kamer dit najaar informeren.
7.
De provincie Noord-Holland heeft Wijdemeren onder preventief financieel toezicht gesteld en kortingen opgelegd, wat de gemeente feitelijk richting de fusie duwde. Hoe verhoudt het uitgangspunt van een «herindeling van onderop» zich met genoemde opstelling van de provincie? Deze leden ontvangen graag een toelichting.
De suggestie dat de fusie een gevolg is van het financieel toezicht door de provincie gaat mijns inziens uit van een verkeerde voorstelling van zaken. Het onder preventief toezicht plaatsen van een gemeente gebeurt op grond van wettelijke kaders wanneer hiertoe een financiële noodzaak bestaat. De toepassing van dit instrument is dus geen stap in een herindelingsproces maar staat daar los van. Wel kan worden vastgesteld dat de sombere financiële situatie die het provinciebestuur er toe bracht het preventief toezicht toe te passen, het gemeentebestuur uiteindelijk heeft doen besluiten een fusieproces te starten.
8.
Met deze wet wordt de naam «Wijdemeren» geschrapt en artikel 14, lid 3 van de wet Gemeenschappelijke regelingen buiten toepassing verklaard op de verhouding tussen het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur van de veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek. Kunt u aangeven waarom hiervoor is gekozen en deelt u de zorg van de leden van de BBB-fractie dat hiermee de burgemeesters wellicht een te grote invloed krijgen binnen de regeling?
Het klopt dat er voor de veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek een uitzondering ten aanzien van de numerieke verhouding tussen algemeen en dagelijks bestuur van de veiligheidsregio is geregeld. Deze uitzondering wordt opgenomen in artikel 11a van de Wet veiligheidsregio’s en houdt in dat er ten aanzien van de verhouding tussen het dagelijks en algemeen bestuur, zoals de Wet gemeenschappelijke regelingen deze voorschrijft, specifiek voor de veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek een ander regime gaat gelden. Deze uitzondering is noodzakelijk omdat er door de herindeling nog slechts vijf deelnemers aan de veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek zijn. Omdat het dagelijks bestuur uit tenminste drie leden moet bestaan, maakt het dagelijks bestuur daarmee per definitie de meerderheid van het algemeen bestuur uit. Dat is op basis van artikel 14, derde lid, Wet gemeenschappelijke regelingen niet toegestaan. In artikel 14, derde lid, Wet gemeenschappelijke regelingen wordt ook een uitzonderingsgrond genoemd: namelijk bij burgemeestersregelingen. De wet veiligheidsregio’s is op basis van artikel 9, Wet veiligheidsregio’s geen burgemeesters-, maar een collegeregeling. Omdat op grond van de Wet veiligheidsregio’s uitsluitend burgemeesters zitting hebben in het algemeen bestuur van een veiligheidsregio, is ervoor gekozen de uitzondering voor de veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek op de uitzondering van artikel 14, derde lid Wet gemeenschappelijke regelingen aan te laten sluiten.
Ondanks de numerieke verandering, wijzigt er niets in de uitvoeringspraktijk of de bevoegdheidsverdeling binnen de Veiligheidsregio. Het dagelijks bestuur heeft in de veiligheidsregio Gooi & Vechtstreek niet meer bevoegdheden dan het wettelijk vereiste en vergadert in aanwezigheid van alle algemeen bestuursleden. Het algemeen bestuur blijft het kaderstellende orgaan en de leden van het algemeen bestuur blijven verantwoordingsplichtig aan de colleges en gemeenteraden. De regering deelt de zorg dat burgemeesters door deze uitzondering een te grote invloed zouden krijgen dan ook niet.
9.
Om het dorpse karakter te bewaren, belooft de regering «dorps-cv’s», wijkagenda’s en «dorpscoördinatoren». Hoe handhaafbaar zijn deze instrumenten? In hoeverre zijn deze zaken vastgelegd in bijvoorbeeld verordeningen en/of de Omgevingsvisie/het Omgevingsplan? Hoe wordt de dorpsidentiteit juridisch gewaarborgd na de fusie? Deze leden ontvangen graag een toelichting.
Op 18 november 2026 vinden de herindelingsverkiezingen plaats. Dan wordt een nieuwe raad gekozen die voor de nieuwe gemeentelijke verordeningen vast kan stellen Dit is nadrukkelijk aan de nieuwe raad. De plannen die bestaan om het dorpse karakter te bewaren, zullen dus door de nieuwe raad moeten worden omgezet in concrete besluiten. Dergelijke keuzes zijn overigens bij uitstek overgelaten aan de gemeentelijke autonomie en als zodanig dus niet door mij te handhaven.
10.
In de uitgestrekte natuur- en recreatiegebieden zoals de Loosdrechtse Plassen is nu al behoefte aan meer handhaving tegen vandalisme en ondermijning. Verwacht de regering dat de handhavingscapaciteit in dit enorme plassen- en buitengebied straks voldoende is? Zo nee, bent u bereid hier extra in te investeren? Deze leden ontvangen graag een toelichting.
Het aanpakken van vandalisme en ondermijnende criminaliteit is voor beide gemeenten een belangrijke opgave. De Loosdrechtse plassen zijn hierbij een complex risicogebied. De verwachting is dat het samenvoegen van de ambtelijke capaciteit van beide gemeenten leidt tot meer mogelijkheden in het gebied om te handhaven en zichtbaar te zijn. Het is niet aan mij om aan de hand van dit herindelingsvoorstel te beoordelen of dat in dit specifieke geval toereikend zal zijn.
11.
De nieuwe gemeente erft enorm achterstallig onderhoud in de openbare ruimte van Wijdemeren, wat op termijn (2035) leidt tot hoge beheerlasten en risico’s voor de vermogenspositie en het verdwijnen van voorzieningen in de dorpen. Wat gaat de regering doen om dit te voorkomen?
Ik heb begrepen dat het risico dat voorzieningen verdwijnen voor de betrokken bestuurders een speerpunt is en ga ervan uit dat dit ook voor het nieuwe gemeentebestuur zal gelden. Met zijn financiële positie kan de nieuw gevormde gemeente in principe risico’s dragen. Hoe met de risico’s en beheerlasten wordt omgegaan, en welke afwegingen hierbij worden gemaakt ten aanzien van het in stand houden van voorzieningen, is aan het nog te vormen gemeentebestuur. Ik als Minister ben niet in de positie mij daarin te mengen. Juist dit betreft immers een autonome aangelegenheid, die in de woorden van de Grondwet aan het gemeentebestuur is overgelaten.
12.
De ambtelijke organisatie van Wijdemeren wordt al in 2026 – dus nog vóór de officiële fusie – geïntegreerd in het stadskantoor van Hilversum. Waarom is hiervoor gekozen? Wat betekent dit voor de inwoners van Wijdemeren? Op welke wijze wordt ervoor gezorgd dat de dienstverlening voor ouderen en kwetsbaren in de verst van het gemeentehuis liggende dorpen op peil blijft?
Op 10 juli 2024 hebben de gemeenteraden van Hilversum en Wijdemeren het principebesluit genomen tot een lichte samenvoeging van beide gemeenten, met als beoogde herindelingsdatum 1 januari 2027. Daarmee ontstond een «overbruggingsperiode» van circa 2,5 jaar tot deze herindelingsdatum. Meerdere varianten om in deze periode ambtelijk samen te werken zijn onderzocht. De beperkte realisatiekracht (kwaliteit en kwantiteit) van de ambtelijke organisatie van Wijdemeren was één van de aanleidingen om de bestuurlijke zelfstandigheid in Wijdemeren ter discussie te stellen. Ondanks het doorvoeren van een organisatieherstelplan, zag Wijdemeren de reële risico’s voor de continuïteit van dienstverlening aan inwoners en ondernemers in Wijdemeren. Om die reden daarom is gekozen voor een ambtelijke fusie op 1 januari 2026. In 2026 is de dienstverlening voor inwoners Wijdemeren grotendeels ongewijzigd gebleven. Zij kunnen voor producten zoals rijbewijzen en paspoorten terecht op het gemeentehuis in Loosdrecht. In een ambtelijk project Dienstverlening wordt gewerkt om de dienstverlening vanaf 1 januari 2027 te optimaliseren, ook voor inwoners die ouder en kwetsbaar zijn, of verder weg wonen.
Vragen van de leden van de fractie van de PVV
1.
Noch in de gemeente Wijdemeren, noch in de gemeente Hilversum, hebben de inwoners de gelegenheid gehad om een formeel oordeel te geven over de herindeling. Kan de regering nader beargumenteren in hoeverre de inwoners voldoende betrokken zijn geweest bij dit proces en in hoeverre is aangetoond dat er daadwerkelijk draagvlak onder de inwoners van beide gemeenten bestaat? Kan de Minister ook feitelijk boekstaven in hoeverre de inwoners zich ook daadwerkelijk betrokken voelen bij deze besluitvorming en deze keus ook ondersteunen?
Zoals in de nota naar aanleiding van het verslag van de Tweede Kamer is aangegeven, is in het bijlagenboek behorende bij het herindelingsadvies Wijdemeren en Hilversum in bijlage A2 (logboek draagvlakactiviteiten) toegelicht op welke wijze inwoners en maatschappelijke organisaties betrokken zijn bij het herindelingsproces en op welke wijze het maatschappelijk draagvlak is vastgesteld. De gemeenten hebben in dit logboek activiteiten vanaf juli 2023 opgenomen, het moment waarop in de gemeente Wijdemeren het principebesluit werd genomen over de wens om tot een bestuurlijke fusie te komen. Het logboek ziet daarmee niet op de (jarenlange) discussie die aan dit moment vooraf is gegaan, en waarin de «of-vraag» centraal heeft gestaan. Echter, ook voor juli 2023 is er publiekelijk gesproken over de bestuurlijke toekomst van Wijdemeren. De gemeenteraad van Wijdemeren is gelet op de duur van de aanloop tot het principebesluit niet over één nacht ijs gegaan. Ook het aantal activiteiten dat vanaf juli 2023 is ondernomen om de inwoners bij de uitwerking van dit principebesluit te betrekken is groot en zeer divers. De regering deelt het oordeel van de provincie Noord-Holland dat «de twee gemeenten een transparant, intensief en zorgvuldig proces hebben doorlopen (...) om te komen tot het opstellen van het Herindelingsontwerp».2
Het uitgangspunt is dat er voldoende maatschappelijke draagvlak is. Unanieme steun is een utopie. Naast het draagvlakcriterium zijn er meerdere criteria die een rol spelen bij het maken van de afweging of een herindeling wenselijk is.
2.
Kan de regering nader duiden in hoeverre de bestuurskracht van de nieuwe fusiegemeente toeneemt, in hoeverre dit getoetst en geëvalueerd wordt en op basis van welke concrete aspecten dit aan te tonen is?
Uit onderzoeken die de gemeenten hebben laten uitvoeren blijkt dat Hilversum een robuuste centrumgemeente is en daarom een logische en gewenste fusiepartner voor Wijdemeren. In het herindelingsadvies hebben de gemeenten voldoende aannemelijk gemaakt dat de herindeling tot versterking van de bestuurskracht zal leiden. De nieuwe fusiegemeente beschikt over een grotere schaal (zowel in inwonertal als in oppervlakte), over versterkte financiële slagkracht, een stevigere ambtelijke en bestuurlijke organisatie en stevige centrumfunctie in de regio.
3.
De gemeente Wijdemeren is eerder in 2002 ontstaan uit een fusie. Kan de regering aangeven in hoeverre die fusie destijds aantoonbaar extra bestuurskracht heeft opgeleverd en waarom dit nu al na nog geen 25 jaar niet meer toereikend is?
In 2002 werd de gemeente Wijdemeren gevormd door een fusie van de dorpen ’s-Graveland, Loosdrecht en Nederhorst den Berg. De betrokken gemeenten geven in het herindelingsadvies aan dat de samenwerking met de regiogemeenten in die periode makkelijker is geworden, waardoor Wijdemeren inmiddels onlosmakelijk aan deze regio is verbonden en ook deze herindeling dus een functie heeft gehad. De grote opgaven waar de gemeente Wijdemeren zich thans voor gesteld ziet zorgen er echter voor dat een nieuwe herindeling nodig is om ook in de toekomst te kunnen voldoen aan lokale ambities en wettelijke taken.
4.
Destijds is Loosdrecht overgegaan van de provincie Utrecht naar Noord-Holland. Kan de regering aangeven in hoeverre inzichtelijk is of de inwoners van Loosdrecht zich thans meer verbonden voelen met Noord-Holland, zich daarmee ook identificeren als «Noord-Hollander» of nog steeds met Utrecht en zich identificeren als «Utrechter»? In hoeverre wordt met dit aspect rekening gehouden bij deze herindeling?
In het kader van deze herindeling heeft een groot aantal draagvlakactiviteiten plaatsgevonden. Sommigen waren gericht op beide gemeenten, sommigen op één van de gemeenten, sommigen op individuele kernen van de gemeente Wijdemeren. In de inwonersbijeenkomsten, straatinterviews en inloopbijeenkomsten die in (nieuws en oud) Loosdrecht hebben plaatsgevonden, is de provinciale oriëntatie geen relevant criterium gebleken.
5.
In de aanloop naar deze fusie is door de waarnemend burgemeester van Wijdemeren zonder inspraak van de bevolking een asielopvang doorgedrukt in Loosdrecht. Kan de regering duiden hoe dit besluit zich verhoudt tot de positie van de lokale bevolking en hun vertrouwen in het fusieproces?
Ik neem afstand van de suggestie dat een burgemeester asielopvang kan «doordrukken.» De bevoegdheid om asielopvang op een bepaalde plaats in de gemeente mogelijk te maken, heeft een burgemeester niet. Afhankelijk van welk besluit er genomen moet worden, ligt de bevoegdheid hiertoe bij het college of bij de raad. Ook in het fusieproces als zodanig neemt de burgemeester niet de hiervoor benodigde besluiten. Werken aan vertrouwen van inwoners is goed. Het verdacht maken van lokale bestuurders die dag in dag uit hun uiterste best doen het beste te doen voor hun inwoners draagt daar naar mijn mening niet aan bij. Daarnaast vind ik het belangrijk om te benadrukken dat gemeenten volgens de Spreidingswet een wettelijke taak tot het realiseren van asielopvangplekken hebben. Het is aan lokale bestuurders hoe zij hier invulling aan willen geven.
6.
Kan de regering duiden welke effecten deze herindeling heeft op de uitvoering van de Spreidingswet en de taakstelling huisvesting statushouders voor de nieuwe fusiegemeente?
Geen. De nieuwe gemeente Hilversum zal van rechtswege alle rechten en plichten van de oude gemeenten Hilversum en Wijdemeren overnemen. Resterende taakstellingen onder de Huisvestingswet of onder de Spreidingswet gaan over, nieuwe verdeelbesluiten zullen zien op de nieuwe gemeente als geheel.
7.
Kan de regering nader duiden of de onderlinge bestuurlijke samenwerking in de nieuwe fusiegemeente beter of slechter zal worden, gelet op de recente spanningen over met name de asielopvang?
Voor de raad van de nieuwe gemeente zullen op 18 november 2026 verkiezingen worden gehouden. Hierna zal een college worden gevormd. Ik heb er alle vertrouwen in dat alle betrokken partijen het belang van een goede start van de nieuwe gemeente zullen onderschrijven en zich zullen inzetten voor een goede bestuurlijke samenwerking. Daarnaast ga ik er van uit dat zij zich zullen houden aan de wettelijke taken van de nieuwe gemeente.
8.
In de memorie van toelichting wordt op pagina 5 gesteld dat er en website was waar inwoners meningen op konden delen. Hoe zijn die meningen gewogen en in hoeverre is dit representatief? Is er bovendien gecontroleerd of deze reacties daadwerkelijk van inwoners van de gemeente afkomstig zijn?
Hoewel ik vanuit mijn rol wel controleer of het proces dat heeft geleid tot een herindelingsadvies goed is verlopen, acht ik het niet mijn rol om dat te doen op een detailniveau dat feitelijk neerkomt op het toetsen van iedere afzonderlijke handeling die heeft plaatsgevonden voorafgaand aan het herindelingsadvies. Een dergelijke verhouding past niet in de verhouding tussen het Rijk en de besturen van gemeenten, ook niet waar het een herindeling betreft.
In het bijlageboek bij het herindelingsadvies zijn in het logboek alle participatieactiviteiten terug te vinden. Het logboek in zijn totaliteit geeft een goed beeld van de wijze waarop de gemeenten aan maatschappelijk draagvlak hebben gewerkt. Representativiteit bij alle afzonderlijke activiteiten is niet nodig. De gemeenten hebben geen indicaties ontvangen dat deze mogelijkheden zijn aangegrepen door mensen van buiten de gemeenten om het besluitvormingsproces te beïnvloeden.
9.
Ook wordt gesproken over straatinterviews. Kan de regering aangeven waar en wanneer deze plaatsvonden, hoe de locaties hiervoor geselecteerd zijn en in hoeverre deze representatief zijn?
Zie het antwoord op vraag 8.
10.
Hoe duidt de regering het gegeven dat in diversie petities de afgelopen jaren een grote meerderheid van de bevolking van Wijdemeren zich uitsprak tegen een fusie en dit ook het politieke signaal was bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 (afwijkend stemgedrag en opzichte van verkiezingsprogramma’s op dit punt ten spijt)?
Ik ben ermee bekend dat in 2022 er zeer beperkt lokaal-bestuurlijk draagvlak was voor een gemeentelijke herindeling. Uit het herindelingsadvies en de zienswijze van provincie Noord-Holland komt duidelijk naar voren dat er sprake is geweest van een langjarig proces waarbij het accent geleidelijk is verschoven van «zelfstandig, maar met zorgen», via «twijfel, maar er moet iets gebeuren», naar een meerderheid in de gemeenteraad die voor een bestuurlijke fusie is. Het feit dat partijen die in beginsel geen voorstander van een herindeling waren hun standpunt hebben bijgesteld, zie ik juist als een onderstreping van de noodzaak te fuseren.
Gemeenteraadsleden worden in Nederland geacht zelfstandig tot een oordeel te komen. Het kan dus voorkomen dat de gemeenteraad een besluit neemt dat afwijkt van hetgeen een deel van de inwoners van de gemeente Wijdemeren verstandig acht. Naast maatschappelijke draagvlak zijn ook andere criteria belangrijk in het maken van de afweging.
11.
Kan de regering van alle herindelingen in Nederland van de afgelopen 25 jaar aangeven in hoeverre deze succesvol zijn geweest, hoe de lokale bevolking deze herindelingen ervaart, wat het effect is op de lokale lastendruk en dit op basis van welke feitelijke gegevens? Kan de regering daarbij ook meer specifiek aangeven hoe in heringedeelde gemeenten het personeelsbestand zich heeft ontwikkeld ten opzichte van het aantal inwoners?
De gevraagde gegevens worden niet structureel gemeten of periodiek gemonitord. Wel heb ik de Tweede Kamer toegezegd het Beleidskader gemeentelijke herindelingen tegen het licht te zullen houden, specifiek op de lessen die er sinds de vaststelling van het meest recente kader in 2019 te trekken zijn. Uiteraard kan ik de uitkomsten ook met uw Kamer delen. Voor de goede orde merk ik op dat hierbij niet specifiek zal worden ingegaan op het personeelsbestand van herindelingsgemeenten. Ontwikkelingen in dat bestand zijn afhankelijk van tal van factoren, waarvan het oorzakelijk verband met herindelingen niet valt aan te tonen.
12.
Kan de regering aangeven hoe de uitzonderingsconstructie voor de Veiligheidsregio in paragraaf 4.1 van de memorie van toelichting zich verhoudt tot de bedoeling van de wetgever in de Wet gemeenschappelijke regelingen?
Blijkens de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 14, derde lid, Wgr is het doel van deze bepaling om de interne verantwoording van het dagelijks bestuur jegens het algemeen bestuur geen dode letter te laten worden. Om reële interne verantwoording mogelijk te maken dient het dagelijks bestuur als regel zowel in personele omvang als in stemgewicht geen meerderheid uit te maken van het algemeen bestuur. Maar nu het dagelijks bestuur van een veiligheidsregio tenminste uit drie burgemeesters moet bestaan en de betreffende veiligheidsregio bestaat uit vijf deelnemende gemeenten, moest hiervoor een bijzondere voorziening worden getroffen. De gekozen oplossing past in die zin bij de bedoeling van de wetgever dat in de betreffende veiligheidsregio het staande praktijk is dat het dagelijks bestuur vergadert in aanwezigheid van het algemeen bestuur. Dit biedt voldoende ruimte voor de door de wetgever gewenste interne controle
Vragen van de leden van de fractie FVD
In de memorie van toelichting bij het voorliggende wetsvoorstel wordt in paragraaf 3 benadrukt dat de herindeling van Hilversum en Wijdemeren voldoet aan het Beleidskader gemeentelijke herindeling 2018, waarbij de voorkeur uitgaat naar herindelingen die «van onderop» tot stand komen op initiatief van de gemeenten zelf3. Ter onderbouwing van de noodzaak hiervan wordt in voetnoot 4 verwezen naar het onderzoek ««Niets doen» is geen optie meer! Toekomstperspectief 2026»4. Uit de bronnen die ten grondslag liggen aan dit traject rijzen echter vragen over de feitelijke autonomie van dit proces en de democratische representativiteit van het uitgevoerde onderzoek.
1.
Hoe beoordeelt de regering de methodische zorgvuldigheid en de democratische representativiteit van het rapport «Niets doen» is geen optie meer! (2026), wetende dat de opdrachtverlening, sturing en inkadering van dit onderzoek volledig berustten bij een «bestuurlijke begeleidingsgroep» bestaande uit uitsluitend de zeven fractievoorzitters, de burgemeester en de griffier?
Het is binnen de kaders die de Gemeentewet stelt goed gebruik dat de voorbereiding van raadsbesluiten geschiedt met behulp van structuren waarin niet ieder lid van de raad steeds aanwezig is. Soms is dat geformaliseerd, soms niet. In dit geval zijn alle in de raad vertegenwoordigde fracties bij het genoemde onderzoek betrokken. Hoewel ik niet wil ontkennen dat bij de opdrachtverlening, sturing en inkadering van onderzoeken keuzes gemaakt moeten worden, acht ik het zelf allerminst problematisch dat dit gebeurt op de wijze waarop dit in dit geval is gegaan. Het is en blijft immers de raad als geheel die de uitkomsten weegt en de daadwerkelijke beslissingen neemt.
2.
Kan de regering reflecteren op de passage in het genoemde rapport waarin wordt gesteld dat er bewust is gekozen voor een aanpak waarbij fracties in «beslotenheid» spraken om een «veilige omgeving te creëren», en dat dit een traject was van «de fracties, niet van de raad, in formele zin»? In hoeverre is een dergelijk besloten traject volgens de regering een toereikende basis voor een wet die een democratische entiteit opheft?
Tussen genoemde bijeenkomsten en de wet liggen gelukkig enkele tussenstappen die in alle openbaarheid hebben plaatsgevonden. Zoals mijn ambtsvoorgangers al hebben aangegeven, is het wel van belang dat gemeentebesturen en in het bijzonder de raad en haar leden, de openbaarheid van de vergaderingen die de Grondwet vereist zelf ook hoog in het vaandel houden.5 Dat laat onverlet dat fracties ook onderling wel in overleg kunnen treden. Zolang daarbij geen sprake is van een vergadering, is openbaarheid geen vereiste.
In de Herindelingsadvies «Samen Sterker»6 wordt verwezen naar bijlage A5, waarin de 29 zienswijzen van inwoners bij het herindelingsontwerp zouden zijn opgenomen. Deze bijlage lijkt echter niet te zijn toegevoegd aan de stukken van de gemeente en is ook niet terug te vinden in het bijlagenboek van de gemeente.
3.
Heeft de regering inzicht in waar dit document zich bevindt? Zo niet, kan de regering ons dan informeren over de herkomst van deze 29 zienswijzen van burgers?
Uit welke dorpen, steden en/of gemeenten zijn deze zienswijzen afkomstig, bijvoorbeeld uit Hilversum of uit andere gemeenten?
In het bijlagenboek is in bijlage A5 de «reactienota zienswijzen» opgenomen. In de zienswijzeperiode zijn 48 zienswijzen ingediend. Deze zijn afkomstig van zowel inwoners, als van maatschappelijke organisaties of andere overheden. In de reactienota zijn de belangrijkste thema’s behandeld én zijn alle ingediende zienswijzen integraal opgenomen. De een link naar de juiste versie van dit bijlagenboek is volledigheidshalve bijgevoegd in de voetnoot7.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, P.E. Heerma
Zienswijze van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Holland, 5 juni 2025, kenmerk 2395610/2410380. Vindplaats: open.overheid.nl.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36865-C.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.