Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36865 nr. D |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36865 nr. D |
Vastgesteld 26 juni 2026
Op 23 juni 2026 heeft de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken de leden gelegenheid geboden tot het leveren van inbreng voor het tweede verslag inzake het wetsvoorstel houdende de herindeling van de gemeenten Hilversum en Wijdemeren.
De leden van de fracties van de BBB, de PVV en van de FVD hebben kennisgenomen van de nota naar aanleiding van het verslag van 12 juni 2026.2 Dit heeft de leden van deze fracties aanleiding gegeven tot het maken van de volgende opmerkingen en het stellen van de volgende vragen. Het lid van de Fractie-Walenkamp sluit zich bij alle gestelde vragen aan. Het lid van de Fractie-Van Gasteren sluit zich aan bij de vragen van de leden van de fractie van de BBB en de leden van de fractie van de PVV.
Vraag 1
De noodzaak voor deze fusie wordt vrijwel volledig opgehangen aan het gebrek aan bestuurskracht, stuurkracht en handelingskracht van het huidige gemeentebestuur van Wijdemeren. In de eerdere vraag die de leden van de fractie van de BBB stelden over een bestuurlijke samenwerking werd aangegeven dat de bestuurskracht alleen door een fusie verbeterd zou worden. BBB is vóór samenwerking. Ook gemeenten als Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland of Harderwijk en Ermelo bewijzen dat je uitstekend ambtelijk kunt fuseren om de uitvoeringskracht te vergroten, zónder de gemeenteraad en de onafhankelijkheid van de dorpen op te heffen. In de documenten wordt deze optie wel genoemd, maar ter zijde geschoven.
Waarom ziet de regering deze, voor de lokale bevolking veel minder ingrijpende, variant niet als een serieuze, duurzame oplossing voor middelgrote gemeenten als Wijdemeren?
Vraag 2
Het valt deze leden op dat bij gemeenten voorafgaand aan een fusie, vaak een «waarnemend burgemeester» aan het roer staat.
Erkent de regering dat het aanstellen van waarnemend burgemeesters in de praktijk een fusieproces kan versnellen? Deze leden ontvangen hier graag een toelichting op.
Vraag 3
Er moet door deze Kamer nog een beslissing worden genomen over de fusie, ondertussen heeft de waarnemend burgemeester van Wijdemeren in het kader van de spreidingswet besloten om 110 asielzoekers te huisvesten in het gemeentehuis dat door deze fusie leeg is komen te staan.
Begrijpt de regering dat dit gevoelig ligt bij de inwoners van Wijdemeren? Wat betekent dit voor het vertrouwen in de afspraken over «dorpsgerichte participatie» en «nabijheid van bestuur»?
Vraag 4
Inwoners geven aan dat zij fundamentele informatie over de totstandkoming van deze fusie, zoals de rol van het adviesbureau KokxDeVoogd3, niet tijdig hebben gekregen. Uit brieven blijkt dat er sprake is van vertragingen en twijfels over het mogelijk antidateren van besluiten in Woo-procedures, waardoor burgers hun recht op bezwaar niet goed konden inzetten.4
Vindt de regering het acceptabel dat, terwijl hier onduidelijkheid over is, een onomkeerbaar besluit als het opheffen van een gemeente wordt genomen? Is het mogelijk een voorlopig besluit te nemen en een definitief besluit te laten nemen door het nieuwe gemeentebestuur na de verkiezingen in november? Deze leden ontvangen hier graag een toelichting op.
Vraag 5
De Kamer is in de ogen van de leden van de BBB-fractie geen procesbegeleider die alleen controleert of het lokale logboekje is afgevinkt. Groter is niet automatisch beter; zo wil de regering voor de boerenbedrijven juist terug naar kleinschalig en dichtbij.
Wat vindt de regering, vanuit dit oogpunt, van de doorgaande gemeentelijke schaalvergroting in Nederland en het daarmee gepaard gaande verdwijnen van lokale voorzieningen?
Vraag 6
Gerenommeerde hoogleraren zoals Wim Voermans (Universiteit Leiden) en Maarten Alers waarschuwen dat gemeentelijke fusies structureel leiden tot een lagere verkiezingsopkomst en een daling van het vertrouwen van burgers in de politiek. De regering stelt dat dit «vanzelf wel weer normaliseert». Op welk onafhankelijk, wetenschappelijk bewijs baseert de regering die aanname? Wat gaat de regering concreet doen om dit vertrouwen te herstellen?
Vraag 7
De regering geeft aan dat een referendum ook vanwege de daarvoor benodigde tijd niet meer mogelijk is.
Welke mogelijkheid ziet de regering dan wel om de inwoners de niet eerder gestelde vraag, namelijk voor of tegen een fusie met Hilversum, te stellen? Deze leden ontvangen hier graag een toelichting op.
In de nota naar aanleiding van het verslag laat de regering enkele malen begrippen als «stuurkracht» en «handelingskracht» vallen.
Vraag 1
a. Wat verstaat de regering precies onder «stuurkracht»?
b. Waaruit blijkt de aan- of afwezigheid van «stuurkracht» precies?
c. Wat verstaat de regering precies onder «handelingskracht»?
d. Waaruit blijkt de aan- of afwezigheid van «handelingskracht» precies?
e. Toegespitst op de situatie van Hilversum en Wijdemeren, vragen de leden van de PVV-fractie waaruit precies een «gebrek aan stuurkracht» blijkt?
f. Wie heeft dit vastgesteld en op welke wijze?
g. Zijn er indicatoren om een «gebrek aan stuurkracht» te duiden? Zo ja, welke?
h. Toegespitst op de situatie van Hilversum en Wijdemeren, vragen deze leden waaruit precies een «gebrek aan handelingskracht» blijkt?
i. Wie heeft dit vastgesteld en op welke wijze?
j. Zijn er indicatoren om een «gebrek aan handelingskracht» te duiden? Zo ja, welke?
De regering erkent dat er voor het besluit voor de herindeling geen meting is verricht naar het draagvlak voor de herindeling. Ook geeft de regering aan dat zij wil bezien of het Beleidskader gemeentelijke herindeling5 ten aanzien van het punt van de participatie momenteel volstaat.
Vraag 2
a. Ziet de regering ook, gezien het feit dat de inwoners van Wijdemeren niet vooraf zijn bevraagd en pas net voor de besluitvorming zijn geïnformeerd over de fusie, dat de participatie schromelijk tekort is geschoten, zo vragen deze leden.
b. Kan de regering aangeven hoe zij, gezien dit evidente gebrek aan participatie, onderbouwt dat er sprake is van maatschappelijk draagvlak?
c. Kan de regering aangeven waaruit precies het maatschappelijk draagvlak blijkt waaraan de regering refereert in haar beantwoording?
d. Gezien de gebrekkige participatie en niet aangetoond draagvlak bij de inwoners van Wijdemeren: is de regering bereid de procedure voor de herindeling in de pauzestand te zetten, zodat eerst op een zorgvuldige wijze kan worden vastgesteld of de inwoners van Wijdemeren deze herindeling wenselijk vinden, ofwel, of er sprake is van het benodigde draagvlak voor deze herindeling?
e. Zo nee, waarom niet?
De regering geeft aan dat het uitgangspunt voor een gemeentelijke herindeling is dat er voldoende maatschappelijk draagvlak is. 6
Vraag 3
a. Bedoelt de regering dat zij aanneemt dat er in deze casus sprake is van voldoende maatschappelijk draagvlak, of dat zij in het algemeen van mening is dat er altijd sprake moet zijn van voldoende maatschappelijk draagvlak?
b. Als de regering bedoelt dat er in deze casus sprake is van voldoende draagvlak, waaruit blijkt dit dan concreet?
Ten aanzien van de vraag of de regering ook het verband ziet tussen het preventief financieel toezicht als gevolg van financiële problemen en de bijna gedwongen keuze van de gemeente om in te stemmen met fusie, merkt de regering op dat zij dit een verkeerde voorstelling van zaken vindt, om vervolgens te erkennen dat dit verband inderdaad bestaat.7
Vraag 4
a. Is de regering van oordeel dat het verantwoord is dat een gemeente die onder dit toezicht staat feitelijk in de positie gedwongen wordt om te kiezen voor een fusie?
b. Waarom vindt de regering een ambtelijke fusie of een regionaal-ambtelijke samenwerking geen geschikte oplossingen?
c. Welk concreet probleem wordt er ingeval van een ambtelijke fusie of samenwerking niet opgelost, en waarom niet volgens de regering?
In het (eerste) verslag vroegen deze leden aan de regering in hoeverre de bestuurskracht van de nieuwe fusiegemeente zal toenemen en of dit getoetst en geëvalueerd wordt. De regering geeft in de nota naar aanleiding van het verslag aan dat, omdat Hilversum een centrumgemeente is, dit dáárom een logische en gewenste fusiepartner voor Wijdemeren is. Ook acht de regering dat het voldoende aannemelijk is gemaakt dat de herindeling tot versterking van de bestuurskracht zal leiden.8
Vraag 5
a. De regering gaat niet in op de vraag of dit getoetst en geëvalueerd wordt. Is de regering bereid zorg te dragen voor toetsing en evaluatie van de gemaakte claims die als grondslag en onderbouwing voor het besluit voor herindeling zijn gehanteerd, zo vragen de leden van de PVV-fractie.
b. Zo nee, waarom niet?
c. Als onderbouwing voor hoe de voorgestelde herindeling bijdraagt aan de versterking van de bestuurskracht, oftewel het vermogen om de taken naar behoren uit te voeren, wordt in het herindelingsadvies gesteld: «Bestuurskracht gaat om een juiste balans tussen de kerntaken, maatschappelijke opgaven en bestuurlijke ambities enerzijds en de kracht van gemeentebestuur, ambtelijke organisatie en samenleving anderzijds. De gemeente Hilversum zal deze balans na 1 januari 2027 aanbrengen voor het gehele gebied en haar wijken en dorpen».9 Ziet de regering ook dat hier geen enkele sprake is van onderbouwing? Zo nee, hoe ziet de regering dit dan wel?
d. Kan de regering haar stelling onderbouwen dat «Hilversum een logische en gewenste fusiepartner voor Wijdemeren is, omdát Hilversum een centrumgemeente is», zo vragen deze leden.10
Op de vraag van de leden van de PVV of de regering met behulp van feitelijke gegevens de mate van succes van alle herindelingen van de afgelopen 25 jaar kan onderbouwen, geeft de regering aan dat er geen sprake is van structurele monitoring of meting van indicatoren hierover.11 Toch worden herindelingen stelselmatig onderbouwd met bijvoorbeeld claims over betere sturing en betere financiën.
Vraag 6
a. Kan de regering aangeven op welke wijze zij de claims, die als argumenten en onderbouwing voor een herindeling worden ingebracht, geloofwaardig acht in het licht van het feit dat er géén meting of monitoring plaatsvindt ter toetsing van het daadwerkelijk behalen van de doelen en claims?
b. Vindt de regering het te verdedigen dat er stelselmatig argumenten en claims worden gehanteerd om een herindeling te rechtvaardigen, terwijl niet duidelijk is of er enige onderbouwing is voor dergelijke argumenten en claims?
c. Is de regering bereid om een degelijk toetsings- en evaluatiekader verplicht te stellen bij elke herindeling? Zo nee, waarom niet?
Uit wetenschappelijke studies over herindelingen blijkt stelselmatig dat herindelingen vaak meer nadelen dan voordelen kennen, en dat de beoogde doelen zoals lagere lasten voor de burgers, een betere financiële positie of een betere bedrijfsvoering niet of nauwelijks worden gerealiseerd.
Bij bestuurskracht (de mate waarin de gemeente in staat is de taken uit te voeren die ze geacht wordt uit te voeren) gaat het om het resultaat van die taakuitvoering, en niet om de organisatie, de coördinatie of de ambtenaren. Prof Wim Derksen, emeritus-hoogleraar bestuurskunde in Leiden en Rotterdam, maakte in zijn werk duidelijk waarom het willen vergelijken van bestuurskracht van verschillende soorten gemeenten mank gaat.
Ook blijkt uit wetenschappelijk onderzoek dat de betrokkenheid van burgers bij hun omgeving verslechtert bij gemeentelijke schaalvergroting. Prof Denters van de Universiteit Twente concludeerde samen met collega's wereldwijd op basis van meerdere onderzoeken dat betrokkenheid, participatie en vertrouwen in de overheid afnemen bij gemeentelijke schaalvergroting. Dat blijkt overigens ook uit opkomstcijfers van verkiezingen.
Herindelingen hebben daarnaast gebleken géén positieve invloed op de financiën of de efficiency van een gemeente. Na herindelingen dalen de uitgaven niet en worden de voorzieningen voor de burgers niet beter. Diverse studies van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO)12 en Berenschot13 of individuele proefschriften laten dat zien.
Vraag 7
a. Is de regering bekend met de diverse en gevarieerde bronnen waarin stelselmatig wordt aangetoond dat herindelingen vaker niet dan wel brengen wat ze beloven?
b. Kan de regering aangeven waarom zij, gezien de veelheid aan feitelijk bewijs tegen de veronderstelde voordelen van een herindeling, koste wat kost deze herindeling wil doorvoeren, dit zelfs duidelijk tegen de wens van de inwoners van Wijdemeren?
Uit de vele ontvangen brieven van verontruste burgers en burgers die zich niet gehoord voelen in dit voor hen zeer impactvolle dossier, blijkt ook dat relevante informatie met betrekking tot het onderzoeksrapport op basis waarvan besloten werd om een fusieproces te starten, niet overhandigd is. Hierover loopt nog een bezwaarprocedure.14
Vraag 8
a. Ziet de regering ook dat deze mogelijk cruciale informatie betrokken zou moeten worden bij de besluitvorming over dit dossier?
b. Zo nee, waarom niet?
c. Kent de regering de betreffende informatie waar deze burgers om hebben gevraagd?
d. Is de regering bereid de procedure in de pauzestand te zetten totdat de betreffende informatie is gepubliceerd, dan wel door de rechter is besloten dat deze niet openbaar gemaakt hoeft te worden, zodat burgers in de procedure op de juiste wijze van hun rechtsmiddelen gebruik hebben kunnen maken, en de volksvertegenwoordiging in de gelegenheid is de betreffende informatie in hun besluitvorming mee te laten wegen?
e. Zo nee, waarom niet?
Uit brieven van burgers kan worden opgemaakt dat er wordt getwijfeld aan de juiste toepassing van de Woo-procedure (bij het opvragen van relevante stukken). Er wordt getwijfeld of de procedure rondom bekendmaking is toegepast conform de wetgeving en tevens worden vermoedens over antedatering opgeworpen.15
Vraag 9
a. Kan de regering aangeven of haar signalen van dergelijke handelwijzen bekend zijn?
b. Is de regering bereid om onderzoek te doen naar mogelijk laakbaar handelen in deze procedure?
c. Is de regering bereid om de herindelingsprocedure in de pauzestand te zetten totdat helder is gemaakt of burgers in de procedure op de juiste wijze van hun rechtsmiddelen gebruik hebben kunnen maken?
d. Zo nee, waarom niet?
Uit brieven van inwoners blijkt dat Hilversum bij de herindeling voorwaarden zou hebben gesteld ten aanzien van stijging van de woonlasten. Volgens de berekening zou Hilversum fors méér middelen uit het gemeentefonds ontvangen voor de «centrumfunctie» te weten € 5,7 miljoen, ten koste van de middelen van andere gemeenten. Naar aanleiding van vragen uit de Tweede Kamer over deze herverdeling in het gemeentefonds, gaf de regering aan dat er voor de gestegen baten ook meer lasten voor de centrumfunctie zouden zijn.16 Blijkens de opgestelde Kadernota voor Hilversum en Wijdemeren is er helemaal geen sprake van een stijging van de uitgaven voor de centrumfunctie, maar blijkt dat deze middelen ingezet zijn ter dekking van niet-verhoging respectievelijk verlaging van de OZB voor Hilversum en Wijdemeren.17
Vraag 10
a. Kan de regering aangeven hoe zij aankijkt tegen deze uitwerking van de modeldynamiek van het gemeentefonds, meer in het bijzonder het effect op andere gemeenten?
b. Kan de regering aangeven hoe zij aankijkt tegen het feit dat haar stelling over de hogere uitgaven voor de centrumfunctie onhoudbaar is, nu blijkt dat de extra opbrengsten uit het gemeentefonds linea recta worden ingezet om de OZB te verlagen?
c. Acht de regering het wenselijk dat er op dergelijke wijze met de bedoelingen van het gemeentefonds kan worden gemarchandeerd?
De leden van de FVD-fractie constateren dat de regering in haar eerdere beantwoording stelt dat zij het «allerminst problematisch» acht dat de opdrachtverlening, sturing en inkadering van het onderzoek op deze wijze hebben plaatsgevonden, omdat uiteindelijk de raad als geheel beslist.18 Deze leden vragen echter niet naar de formele eindbevoegdheid van de raad, maar naar de democratische kwaliteit van het besloten voortraject waarin de richting van het besluit is gevormd.
Uit de onderlegger bij het raadsbesluit blijkt dat dit voortraject werd begeleid door een bestuurlijke begeleidingsgroep bestaande uit de zeven fractievoorzitters, de griffier en de burgemeester, dat deze groep de opdracht aan de externe procesregisseur formuleerde, dat de vraagstelling vervolgens is aangepast, en dat bewust is gekozen voor besloten gesprekken omdat een «veilige omgeving» nodig werd geacht. Daarbij wordt vermeld dat het ging om «een traject van de fracties, niet van de raad, in formele zin».19
Hierover hebben de leden van de FVD de volgende vragen.
1. Kan de regering aangeven hoe, in dit besloten voortraject, is gewaarborgd dat fractievoorzitters en fracties niet juist werden losgemaakt van de normale democratische druk van openbaarheid, kiezers, leden en achterban, waardoor eerder ingenomen standpunten tegen fusie gemakkelijker konden worden ingeruild?
2. Kan de regering aangeven welke rol de burgemeester, de griffier en de externe procesregisseur precies hebben gespeeld bij de agendering, vraagstelling, informatievoorziening en beoordeling van bestuurlijke varianten?
3. Heeft de regering onderzocht of deze functionarissen uitsluitend procesmatig hebben gehandeld, of ook inhoudelijk richting hebben gegeven aan de keuze voor bestuurlijke fusie?
Deze leden benadrukken dat zij hiermee niet vragen of de regering het lokale proces had moeten sturen of corrigeren. Zij vragen welke zelfstandige beoordeling de regering als indiener van een herindelingswet heeft verricht, nu dit wetsvoorstel niet slechts een lokale keuze bevestigt, maar bij wet een zelfstandige gemeente opheft.
4. Kan de regering aangeven welke feiten zij zelfstandig heeft vastgesteld over dit besloten voortraject voordat zij concludeerde dat sprake was van voldoende democratische legitimatie?
5. Als de regering dit niet zelfstandig heeft onderzocht, klopt het dan dat haar oordeel in hoofdzaak steunt op de latere formele raadsbesluiten, zo vragen de leden van FVD-fractie.
De leden van de FVD-fractie constateren dat uit de «Reactienota zienswijzen» blijkt dat slechts een beperkt deel van de zienswijzen afkomstig was van inwoners van Wijdemeren (10), de gemeente die door het wetsvoorstel wordt opgeheven.20
6. Kan de regering toelichten waarom zij deze zienswijzen toch gebruikt als aanwijzing voor maatschappelijk draagvlak, zonder afzonderlijk gewicht toe te kennen aan het draagvlak in juist de gemeente die verdwijnt?
7. Erkent de regering dat draagvlak uit Hilversum, waar de gemeente blijft bestaan, niet gelijk kan worden gewogen met draagvlak uit Wijdemeren, waar de zelfstandige gemeente wordt opgeheven? Zo nee, waarom niet?
Bij tijdige ontvangst van de nota naar aanleiding van het tweede verslag, uiterlijk vrijdag 26 juni 2026, 16.30 uur, acht de commissie het wetsvoorstel gereed voor plenaire behandeling op dinsdag 30 juni 2026.
De voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, Lagas
De griffier van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, Bergman
Samenstelling:
Beukering (Fractie-Beukering), Dessing (FVD), Dittrich (D66), Doornhof (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Van Hattem (PVV), Janssen (SP), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Karaaslan (D66), Kroon (BBB), Lagas (BBB) (voorzitter), Van Langen-Visbeek (BBB), Lievense (BBB), Meijer (VVD) (ondervoorzitter), Moonen (D66), Nicolaï (PvdD), Perin-Gopie (Volt), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Straus (VVD), Talsma (ChristenUnie), Van Toorenburg (CDA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)
Rapport: «Samen Sterker. Herindelingsadvies Wijdemeren en Hilversum. Voor krachtige dorpen, wijken, gemeente en regio», van 12 februari 2025, pagina 62.
«Coelo: Fusies leveren geen geld op», Binnenlands Bestuur, 4 juli 2014; «Coelo: Grote gemeenten kosten meer geld, Gemeente.nu, 5 november 2012.
Berenschot: «Effecten van gemeentelijke herindelingen. Onderzoek naar twaalf Zuid-Hollandse
Herindelingen», 18 juni 2008, pagina 57.
Gemeenten Hilversum en Wijdemeren, «Gezamenlijke Kadernota 2027», gemeente Hilversum en Wijdemeren, wijdemeren.raadsinformatie.nl.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36865-D.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.