Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36843 nr. B |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36843 nr. B |
Vastgesteld 7 juli 2026
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel. Deze leden onderschrijven de doelstelling van het voorstel om werknemers beter te beschermen tegen blootstelling aan asbest. Tegelijkertijd is het voor de Eerste Kamer van belang dat de voorgestelde regelgeving ook uitvoerbaar, handhaafbaar en controleerbaar is. Deze leden hebben hierover een aantal vragen. Het lid van de Fractie-Visseren-Hamakers sluit zich bij deze vragen aan.
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel en hebben hierover een aantal vragen. Het lid van de Fractie-Van Gasteren sluit zich bij deze vragen aan.
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel en hebben naar aanleiding van de behandeling van het voorstel in de Tweede Kamer en de brief van de Minister van Werk en Participatie d.d. 8 juni 20262 nog enkele verhelderende vragen.
De leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel en hebben een aantal vragen. Het lid van de Fractie-Van Gasteren sluit zich bij deze vragen aan.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen in de memorie van toelichting dat een belangrijk deel van het uiteindelijke vergunningstelsel pas bij algemene maatregel van bestuur (AMvB) en ministeriële regeling wordt uitgewerkt. Ook wordt aangegeven dat de impactanalyse pas bij die nadere uitwerking zal plaatsvinden.3 Deze leden vragen zich daarom af hoe de regering op dit moment de uitvoerbaarheid van het totale vernieuwde asbeststelsel beoordeelt. Kan de regering toelichten waarom ervoor is gekozen eerst over de wettelijke grondslag te laten besluiten, terwijl de uitvoerbaarheid van belangrijke onderdelen van het stelsel pas in een later stadium wordt beoordeeld?
Daar komt bij dat deze leden constateren dat gemeenten en omgevingsdiensten aangeven dat een integrale beoordeling van de uitvoerbaarheid van het wetsvoorstel op dit moment nog niet mogelijk is.4 De eerdere uitvoeringstoetsen zijn inmiddels ingehaald door de verdere uitwerking van het vergunningstelsel en de onderliggende regelgeving. Kan de regering toelichten waarom er geen geactualiseerde uitvoeringstoets is uitgevoerd? Is de regering bereid, voorafgaand aan de inwerkingtreding van de wet en de daarop gebaseerde AMvB's en ministeriële regelingen, een geactualiseerde uitvoeringstoets door gemeenten en omgevingsdiensten te laten uitvoeren waarin de uitvoerbaarheid wordt beoordeeld? Is de regering bereid deze uitvoeringstoets gelijktijdig met de impactanalyse en de concept-AMvB's, naar beide Kamers te sturen zodat de uitvoerbaarheid van het gehele stelsel integraal kan worden beoordeeld, voordat de lagere regelgeving definitief wordt vastgesteld?
Tot slot vernemen deze leden graag op basis van welke uitvoeringstoetsen en gegevens de regering concludeert dat de voorgestelde inrichting van het stelsel in de praktijk voldoende uitvoerbaar en handhaafbaar is. De aan het woord zijnde leden denken daarbij onder meer aan de aandachtspunten op het punt van uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid ten aanzien van de informatievoorziening voorafgaand aan saneringen, de overgang van het Landelijk Asbestvolgsysteem naar het Digitaal Stelsel Omgevingswet, de borging van een sluitende registratie van asbeststromen en de mogelijkheden voor effectief toezicht bij de vrijgave van een saneringslocatie.
De leden van de BBB-fractie constateren dat het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) aangeeft dat er niet is gekozen voor een lastenluwe implementatie.5 Zo is er volgens deze leden niet beoordeeld op daadwerkelijke risico's, maar op alle mogelijke potentiële risico's. Het regeldrukonderzoek van het ATR bevestigt dat de Nederlandse regering wederom een richtlijn van de Europese Unie zwaarder interpreteert dan nodig. Dit impliceert een verzwaarde regeldruk en heeft volgens deze leden een negatief effect op de uitvoerbaarheid.
1. Graag ontvangen de leden van de BBB-fractie een reflectie van de regering waarom de Eerste Kamer ondanks deze negatieve effecten op de uitvoerbaarheid toch voor dit wetvoorstel zou moeten stemmen.
Deze leden lezen dat de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft geconstateerd dat de stappen van de Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden (UDO) met betrekking tot dit wetsvoorstel niet goed zijn doorlopen. Het VNG-advies met betrekking tot dit wetsvoorstel is uiteindelijk «ja mits» geworden, omdat tussen SZW, I&W en VRO en de VNG afspraken zijn gemaakt over de toepassing van de UDO-werkwijze in het vervolgtraject richting de uitwerking in de AMvB’s en regelingen.6 De aan het woord zijnde leden plaatsen vraagtekens bij deze werkwijze. Deze leden menen dat een uitvoeringstoets op voorhand gedaan moet worden en niet achteraf.
2. Wat als uit de UDO-stappen alsnog blijkt dat de uitvoering (op onderdelen) onvoldoende is, op basis waarvan kan de Eerste Kamer op dit moment constateren of de uitvoerbaarheid van onderhavig wetsvoorstel deugdelijk is?
1. De leden van de CDA-fractie constateren dat vanaf het moment van inwerkingtreding van dit wetsvoorstel het systeem dat op dit moment ontwikkeld wordt, het risicomodel, kan worden gevoed met data. Daarmee valt er op het risicogerichte gedeelte een gat van driekwart jaar. Dat gat kan volgens de regering niet worden gedicht, omdat het huidige systeem hoge jaarlijkse kosten met zich meebrengt voor beheer, onderhoud en noodzakelijke doorontwikkeling (€ 2,3 miljoen).7 Kan de regering iets meer duiding daarbij geven? Als er niets meer geïnvesteerd zou worden in beheer, onderhoud en doorontwikkeling, kan het huidige systeem dan niet nog driekwart jaar in de lucht worden gehouden waardoor het gat niet hoeft te vallen?
2. Wordt het nieuwe systeem volgens de regering net zo goed als het huidige systeem als het gaat om het inschatten van risico's en de handhaving?
1. De leden van de JA21-fractie lezen dat het ATR stevige kritiek heeft geuit op de uitvoerbaarheid en de regeldruk van dit wetsvoorstel.8 De regering heeft destijds aangegeven dat een belangrijk deel van die kritiek zou worden betrokken bij de uitwerking van de lagere regelgeving. Kan de regering aangeven welke concrete aanbevelingen van het ATR inmiddels zijn overgenomen en welke niet?
2. Deze leden constateren dat de regering tijdens de behandeling van dit wetsvoorstel in de Tweede Kamer geen harde toezegging kon doen dat de lagere regelgeving de door het ATR gesignaleerde extra regeldruk daadwerkelijk zal voorkomen. Kan de regering die zekerheid inmiddels wél geven? Zo nee, waarom vraagt zij de Eerste Kamer dan nu al met het wetsvoorstel in te stemmen?
3. Is de regering bereid de lagere regelgeving, inclusief een actuele beoordeling van de uitvoerbaarheid en de regeldruk door de betrokken uitvoeringsorganisaties en het ATR indien mogelijk, eerst aan beide Kamers voor te leggen voordat het vergunningenstelsel daadwerkelijk in werking treedt?
4. Fenelab, de branchevereniging van geaccrediteerde laboratoria en inspectie-instellingen die verantwoordelijk zijn voor de onafhankelijke eindbeoordeling van asbestsaneringen, onderschrijft de hoofdlijnen van het wetsvoorstel, maar uit ernstige zorgen over de uitwerking in de lagere regelgeving.9 Op welke punten heeft de regering deze zorgen inmiddels weggenomen en op welke punten niet?
5. Fenelab stelt dat de impactanalyse van Panteia een belangrijke rol speelt bij de onderbouwing van dit stelsel, terwijl de branche van geaccrediteerde laboratoria en inspectie-instellingen daarbij niet is gehoord.10 Kan de regering toelichten waarom zij deze impactanalyse desondanks voldoende betrouwbaar acht? Is de regering bereid deze analyse alsnog te actualiseren voordat de lagere regelgeving wordt vastgesteld?
De leden van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid zien de nota naar aanleiding van het verslag met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag binnen vier weken.
De voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid Van Gurp
De griffier van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid Van der Bijl
Samenstelling:
Van Apeldoorn (SP), Bakker-Klein (CDA), Van Ballekom (VVD), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Bezaan (PVV), Bovens (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Gurp (GroenLinks-PvdA) (voorzitter), Huizinga-Heringa (ChristenUnie), Karaaslan (D66), Koffeman (PvdD), Lagas (BBB), Van der Linden (VVD), Moonen (D66) (ondervoorzitter), Van den Oetelaar (FVD), Perin-Gopie (Volt), Petersen (VVD), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp), Van Wijk (BBB)
Fenelab, Zorgen asbestlaboratoria over implementatie wetgeving inzake asbest, ingekomen brief aan de Eerste Kamer (griffienummer: 181563), 18 juni 2026, te raadplegen via: https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/36843_implementatiewet_richtlijn/ingekomen_brieven
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36843-B.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.