Inleiding
De leden van de fracties van de BBB, het CDA en het lid van de Fractie-Visseren-Hamakers hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel en de achterliggende
stukken. Naar aanleiding hiervan wensen deze leden nog een aantal vragen en opmerkingen
aan de regering voor te leggen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie juichen een verbetering van de transparantie in de relatie
tussen overheid en burger toe, zeker waar het gaat om documentatie die de overheid
gebruikt bij het vaststellen van heffingen en belastingen. Het nieuwe voorstel verbindt
de beschikbaarheidsstelling via het actief inzagerecht aan de archiefwet.
Deze leden vragen hoe de Belastingdienst voornemens is om documenten die fiscaal gezien
een relevantie hebben langer dan de termijnen van de archiefwet, ook over die langere
termijn onderdeel te laten zijn van het actief inzagerecht. Voorbeelden van dergelijke
documenten zijn: besluiten, beschikkingen, rulings vanuit de overheid, maar ook documentatie
van derden, waaronder verzekerings- of lijfrentepolissen of hypotheekdocumentatie.
Wanneer de fiscus in zijn beleid slechts de bewaartermijn van de archiefwet volgt,
hoe gaat de fiscus dan om met (het niet kunnen documenteren van) bewijsvoering op
basis van documentatie die de termijn van de archiefwet overschrijdt, zo vragen deze
leden.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De Wet stroomlijning fiscaal inzagerecht vloeit voort uit het amendement Omtzigt.2 De leden van de CDA-fractie menen dat tijdens de behandeling in de Eerste Kamer al
duidelijk was dat dit amendement – net als andere amendementen – niet uitvoerbaar
was. De wet is toen toch aangenomen, omdat volgens deze leden het gevolg van het niet
aannemen van het Belastingplan tot ontwrichting van de samenleving zou leiden.
De Raad van State heeft er in een briefadvies3 eerder al op gewezen dat als de concrete gevolgen van een amendement niet goed kunnen
worden ingeschat, er spanning ontstaat tussen tijd en (wetgevings-)kwaliteit. Deze
spanning is met de genoemde maatregelen ook zichtbaar in het pakket Belastingplan
2026. Door de RvS wordt aanbevolen amendementen bij een pakket Belastingplan zo vroeg
mogelijk te toetsen op constitutionaliteit, verenigbaarheid met ander hoger recht,
uitvoerbaarheid, financiële consequenties en gevolgen voor samenleving en burgers.
Dit om reparatiewetgeving zoals in het voorliggende pakket Belastingplan aan de orde
is te voorkomen.
Ter ondersteuning bij het opstellen van amendementen stelt het kabinet jaarlijks de
amendementenservice van het Ministerie van Financiën ter beschikking aan de leden
van de Tweede Kamer. Deze service biedt Kamerleden hulp bij het opstellen van een
juridisch, technisch juist en uitvoerbaar amendement, inclusief een quickscan door
Belastingdienst, Douane en Dienst Toeslagen. De leden van de CDA-fractie zijn echter
van mening dat deze amendementenservice te weinig gebruikt wordt.
Kunt u aangeven of er gewerkt wordt aan suggesties om dit proces van amendementen
beter te begeleiden, zodat de Eerste Kamer niet voortdurend geconfronteerd wordt met
wat deze leden zien als ondeugdelijke wetgeving?
Vragen en opmerkingen van het lid van de Fractie-Visseren-Hamakers
Het lid van de Fractie-Visseren-Hamakers vraagt op welke manier de overheid invulling
geeft aan het inzagerecht voor minder digitaal vaardige belastingplichtigen.
De leden van de vaste commissie voor Financiën zien de nota naar aanleiding van het
verslag met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk 5 december 2025.
De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën, Van Ballekom
De griffier van de vaste commissie voor Financiën, Karthaus