36 812 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2026)

W BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 maart 2026

Bij de behandeling van het Belastingplan 2026 heeft mijn voorganger aan uw Kamer toegezegd om de raming voor het verhogen van de leeftijdsgrens van de youngtimerregeling te laten certificeren door het Centraal Planbureau. Ook is de motie Kroon c.s. aangenomen in uw Kamer waarin wordt gevraagd om niet beoogde meeropbrengsten die volgen uit deze certificering terug te sluizen naar de doelgroep1.

De raming is inmiddels gecertificeerd door het CPB, bijgevoegd vindt u de certificeringsnotitie. De raming is tijdens het certificeringsproces gewijzigd n.a.v. enkele opmerkingen van het CPB (zie tabel 1). Deze opmerkingen gingen primair over de doorwerking van de maatregel naar andere belastingsoorten (de belasting van personenauto’s en motorrijwielen en de brandstofaccijnzen), het aantal youngtimers en het gedragseffect van gebruikers van de youngtimerregeling.

Tabel 1: wijziging raming verhogen leeftijdsgrens youngtimerregeling

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Structureel

Oorspronkelijke raming

3

54

54

54

54

54

54

Gewijzigde raming

16

77

41

41

41

41

41

Verschil

13

23

– 13

– 13

– 13

– 13

– 13

De gewijzigde raming laat een gemengd beeld zien. In 2026 en 2027 worden er in totaal € 36 miljoen meer inkomsten verwacht, maar die worden in de drie jaar daarna teniet gedaan. Ook worden er op de langere termijn juist minder inkomsten verwacht. Op basis hiervan zijn er geen meeropbrengsten die teruggesluisd kunnen worden. Ik ben dus ook niet voornemens om hier wetgeving voor op te stellen.

Wel heb ik tijdens het commissiedebat Fiscaliteit van 11 maart jl. aangegeven met een open blik te kijken naar het aangekondigde voorstel van de leden Grinwis en Oosterhuis op dit punt. Uit de certificering volgen echter geen opbrengsten die hiervoor gebruikt kunnen worden.

Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

De Staatssecretaris van Financiën, E. Eerenberg


X Noot
1

Kamerstukken II, 2025/2026, 36 812, S


X Noot
1

Kamerstukken II, 2025/2026, 36 812, S

Naar boven