Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36812 nr. V |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36812 nr. V |
Vastgesteld 17 maart 2026
De vaste commissie voor Financiën1 heeft schriftelijk overleg gevoerd met de Staatssecretaris van Financiën over toezegging overgangstermijn versoberen youngtimerregeling. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:
• De uitgaande brief van 17 februari 2026.
• De antwoordbrief van 16 maart 2026.
De griffier van de vaste commissie voor Financiën, Karthaus
Aan de Staatssecretaris Financiën – Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane
Den Haag, 17 februari 2026
In haar vergadering van 27 januari 2026 heeft de vaste commissie voor Financiën besloten om in schriftelijk overleg te treden met u over de overgangstermijn van het versoberen van de youngtimerregeling.2 In dit kader wenst het lid van de fractie van 50PLUS u de volgende vraag voor te leggen.
Vragen en opmerkingen van het lid van de fractie van 50PLUS
In uw brief van 16 december 2025 meldt u dat «de mogelijkheid om in deze fase nog een overgangsregeling toe te zeggen die ingaat per 1 januari 2026, zich beperkt tot het publiceren van een goedkeurend besluit vooruitlopend op wetgeving».3
Het lid van de 50PLUS-fractie vraagt zich af waarom u niet heeft gekozen voor indiening van een wetsvoorstel dat uitsluitend ziet op deze overgangsregeling, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026. Bent u het niet met dit lid eens dat deze oplossing eleganter is dan het goedkeurend beleidsbesluit en bovendien eerder had kunnen worden gerealiseerd dan de beoogde datum van 1 januari 2027 voor de formele wetswijziging?
Bovendien zou een wetsvoorstel rechtskracht hebben, in tegenstelling tot het goedkeurend beleidsbesluit. Ook inhoudelijk acht voornoemd lid deze oplossing uitvoerbaar, aangezien het een regeling betreft met werking uitsluitend voor 2026, die van toepassing is op een zeer beperkte groep belastingplichtigen en waarbij de fiscale verrekening kan plaatsvinden via de aangifte en aanslag over dat jaar. Kunt u uw besluit met inachtneming van bovenstaande argumenten toelichten?
De commissie ziet uit naar de beantwoording van bovenstaande vragen en verzoekt u deze uiterlijk over vier weken aan de Eerste Kamer aan te bieden.
De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën, Pim van Ballekom
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 16 maart 2026
In deze brief ga ik in op vragen over de overgangstermijn van het versoberen van de youngtimerregeling uit uw brief van 17 februari jl. Het lid van de fractie van 50PLUS wenst deze vraag voor te leggen.
Vragen van het lid van de fractie 50PLUS
Het lid van de fractie van 50PLUS verwijst naar de brief van mijn ambtsvoorganger van 16 december 20254 en vraagt waarom het kabinet niet heeft gekozen voor het indienen van een wetsvoorstel dat uitsluitend ziet op deze overgangsregeling, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026. Het lid van de fractie van 50PLUS vraagt of deze oplossing niet eleganter is dan een goedkeurend beleidsbesluit en eerder gerealiseerd had kunnen worden dan de beoogde datum van 1 januari 2027 voor de formele wetswijziging. Het lid van de fractie van 50PLUS benoemt daarbij dat deze oplossing ook uitvoerbaar is, omdat het een regeling is die alleen voor het jaar 2026 van toepassing is voor een beperkte groep belastingplichtigen en de fiscale verrekening kan plaatsvinden via de aangifte en aanslag over dat jaar.
Beantwoording
Het heeft de voorkeur om – indien mogelijk – een beleidsbesluit vooruitlopend op wetgeving te vermijden en te opteren voor een wetsvoorstel dat met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 in werking treedt. Een goedkeurend beleidsbesluit vooruitlopend op wetgeving is een instrument waar terughoudend gebruik van moet worden gemaakt. Het indienen van een afzonderlijk wetsvoorstel zou er echter niet toe leiden dat de formele wetswijziging eerder gerealiseerd kan worden dan de beoogde datum van 1 januari 2027. Zo’n wetsvoorstel zonder goedkeurend beleidsbesluit vooruitlopend op wetgeving brengt rechtsonzekerheid met zich voor belastingplichtigen. Het overgangsrecht zou dan niet kunnen worden toegepast tot het moment dat de wet in werking zou zijn getreden. De toezegging via een beleidsbesluit is gepubliceerd voordat de eerste loonaangifte moest worden ingediend, dat was zelfs met spoedwetgeving niet op tijd gerealiseerd.
Het formele wetgevingsproces is een proces waar veel belangrijke waarborgen en stappen bij moeten worden doorlopen. Denk hierbij onder andere aan het toetsen van de uitvoerbaarheid door middel van uitvoeringstoetsen, het uitvoeren van een doenvermogen- en regeldruktoets en het doorlopen van de wetgevingstoets van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Voorafgaand aan de indiening van het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer wordt ieder wetsvoorstel voor advies voorgelegd aan de Afdeling advisering van de Raad van State (de Afdeling), hetgeen ook enige tijd in beslag zal nemen. Hierna volgt de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel door beide Kamers. Door deze stappen en de daaraan verbonden termijnen is de eerst mogelijke, haalbare, inwerkingtredingsdatum van de beoogde wetswijziging 1 januari 2027,5 mits deze overgangsregeling wordt ondergebracht in het Belastingplanpakket 2027. Het pakket Belastingplan 2027 volgt namelijk een spoedwetgevingstraject. Hierbij worden de verschillende onderdelen van het wetgevingsproces, waaronder de advisering door de Afdeling, in een verkort tijdsbestek doorlopen. Het kabinet is van plan om de wijziging mee te nemen in het pakket Belastingplan 2027 (OFM 2027). De wetswijziging zal terugwerken tot en met 1 januari 2026. Dit is in lijn met het afwegingskader voor goedkeurende beleidsbesluiten, waarin de waarborg is opgenomen dat het goedkeurend beleidsbesluit zo spoedig mogelijk wordt omgezet in wetgeving die, zo mogelijk, met terugwerkende kracht in werking treedt tot het tijdstip waarop de goedkeuring in werking trad.6
Een werkgever moet na afloop van een tijdvak (veelal na een maand of na vier weken) via de loonaangifte rekening houden met het toepassen van de juiste bijtelling. Een IB-ondernemer dient uiterlijk na afloop van het kalenderjaar de bijtelling voor het privégebruik van de auto van de zaak aan te geven bij het indienen van de aangifte inkomstenbelasting (in de vorm van een privéonttrekking). Veel IB-ondernemers kiezen er echter voor om de belastingheffing over deze bijtelling via een voorlopige aanslag inkomstenbelasting al gedurende het kalenderjaar af te dragen. De belastingheffing over de bijtelling wordt daardoor (veelal) al gedurende het kalenderjaar betaald. Het is wenselijk werkgevers, werknemers en IB-ondernemers zo snel mogelijk en niet pas aan het eind van het kalenderjaar duidelijkheid te geven over hun situatie.
Ten slotte is het kabinet van mening dat deze toezegging aansluit bij de bedoeling van het amendement dat door de Tweede Kamer is aangenomen en in lijn is met de oproep vanuit de Eerste Kamer om een overgangsregeling te treffen voor gebruikers van de youngtimerregeling die door het amendement geen ruimte hadden om op de versobering te anticiperen.7
De Staatssecretaris van Financiën, E. Eerenberg
Samenstelling:
Van Apeldoorn (SP), Bakker-Klein (CDA), Van Ballekom (VVD) (voorzitter), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Bovens (CDA), Crone (GroenLinks-PvdA), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Hartog (Volt), Holterhues (ChristenUnie), Karimi (GroenLinks-PvdA), Koffeman (PvdD), Kroon (BBB) (ondervoorzitter), Van der Linden (VVD), Martens (GroenLinks-PvdA), Moonen (D66), Van den Oetelaar (FVD), Van Rooijen (50PLUS), Rosenmöller (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Van Strien (PVV), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Vogels (VVD), Walenkamp (Fractie-Walenkamp), Van Wijk (BBB)
Samenstelling:
Van Apeldoorn (SP), Bakker-Klein (CDA), Van Ballekom (VVD) (voorzitter), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Bovens (CDA), Crone (GroenLinks-PvdA), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Hartog (Volt), Holterhues (ChristenUnie), Karimi (GroenLinks-PvdA), Koffeman (PvdD), Kroon (BBB) (ondervoorzitter), Van der Linden (VVD), Martens (GroenLinks-PvdA), Moonen (D66), Van den Oetelaar (FVD), Van Rooijen (50PLUS), Rosenmöller (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Van Strien (PVV), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Vogels (VVD), Walenkamp (Fractie-Walenkamp), Van Wijk (BBB)
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36812-V.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.