36 812 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2026)

Q MOTIE VAN HET LID BEUKERING C.S.

Voorgesteld 16 december 2025

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de voorgestelde accijnsverhogingen op brandstoffen en de stijgende indirecte lasten op primaire levensbehoeften onevenredig drukken op huishoudens met lage en middeninkomens, alsmede op bewoners van grensregio's waar uitwijkgedrag leidt tot omzetverlies en lagere belastingopbrengsten;

overwegende dat deze lastenstijgingen de koopkracht van ouderen, werkenden en gezinnen aantoonbaar verlagen, terwijl de beoogde opbrengsten van de accijnsverhogingen in de praktijk aanzienlijk lager uitvallen;

overwegende dat versneld doorgevoerde onderdelen van de energietransitie – waaronder subsidies, stimuleringstrajecten, verplichtingsschema's en investeringssubsidies – financieel zeer omvangrijk zijn en tot hoge begrotingsdruk leiden;

van mening dat de energietransitie maatschappelijk draagvlak vereist, en dat dit draagvlak ondermijnd wordt wanneer burgers tegelijkertijd geconfronteerd worden met stijgende lasten voor mobiliteit en boodschappen;

verzoekt de regering om de lastenstijging door accijnsverhogingen en dure basisboodschappen niet bij burgers neer te leggen, maar hiervoor compensatie te vinden binnen het temporiseren, faseren of doelmatiger uitvoeren van kostbare onderdelen van de energietransitie;

en verzoekt de regering daarbij:

  • expliciet in kaart te brengen welke klimaat- en energiemiddelen in 2026–2028 verantwoord kunnen worden vertraagd of herschikt zonder dat nationale of EU doelstellingen in gevaar komen;

  • de vrijgevallen middelen te gebruiken voor gerichte lastenverlichting op brandstofaccijnzen en primaire levensbehoeften;

  • de Kamer hierover uiterlijk 1 april 2026 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Beukering

Walenkamp

Van den Oetelaar

Van de Sanden

Naar boven