Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36800-XXIII nr. 57 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36800-XXIII nr. 57 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 april 2026
In het coalitieakkoord hebben drie partijen – D66, VVD en CDA – afspraken gemaakt over de maatregelen die nodig zijn om Nederland weer vooruit te krijgen. Beleidsbrieven zoals deze zijn daar een nadere uitwerking van op specifieke beleidsonderwerpen. Dat laat onverlet dat de opgaven waar dit kabinet voor staat vragen om één overheid die duidelijk kiest, samenwerkt en levert. In gezamenlijkheid. Alleen door samen te werken kunnen we resultaten boeken waar mensen op rekenen. Daar is de inzet van de volledige Rijksdienst, de medeoverheden en de publieke dienstverleners keihard bij nodig. Hierbij hecht dit kabinet veel waarde aan de samenwerking met de Tweede en Eerste Kamer, medeoverheden en maatschappelijke organisaties.
Nederland staat voor grote opgaven. We kiezen voor een welvarend, schoon en weerbaar Nederland. We hebben alle reden om de handen ineen te slaan: voor meer huizen op schone energie, meer energieonafhankelijkheid én een concurrerende industrie. Dat gaat niet vanzelf en vraagt om actie, samenwerking, ambitie en realisme. Maar deze opgaven bieden juist ook kansen om te vernieuwen, te groeien en onze internationale positie te versterken. We moeten daarom aan de slag en als samenleving de kansen pakken die er liggen, zowel binnen Nederland als in Europa, waarbij geldt dat het nieuwe beleid in de basis niet alleen in Europees Nederland maar ook in Caribisch Nederland wordt ingevoerd. Een voortvarende transitie naar een duurzame samenleving is de beste manier om als Nederland en Europa onze economische kracht te behouden op zowel de korte- als de lange termijn. Zonder maatregelen die onze energiemix veranderen blijven we afhankelijk van import en kwetsbaar voor de gevolgen en kosten van klimaatverandering. De klimaat-, energie-, industrie- en circulaire transities (hierna: transities) pakken we daarom gezamenlijk aan, waarbij het van groot belang is dat deze zowel voor burgers als voor bedrijven en maatschappelijke organisaties haalbaar, uitlegbaar en draagbaar zijn.
Het conflict in het Midden-Oosten heeft de noodzaak van de transities alleen maar duidelijker gemaakt: we moeten zo snel mogelijk weerbaarder en minder kwetsbaar worden. Dit doen we onder andere door de uitrol van schone technologieën en de transitie naar een circulaire economie en duurzame consumptie. Onze beleidsagenda voor de komende jaren krijgt hierdoor nog meer urgentie. Zo verzwaren we de elektriciteitsnetten met voorrang, zetten we volop in op het oplossen van netcongestie, stimuleren we hernieuwbare, schone energie, elektrificeren bedrijven en verduurzamen we woningen met isolatie en warmtepompen. Ondertussen zorgen we voor een beter gelijk speelveld voor onze energie intensieve industrie. Dat is een ambitieuze agenda, want de uitdagingen zijn ook groot: schaarste aan (fysieke) ruimte, grondstoffen, arbeid en financiële middelen. Bovendien zijn vraag en aanbod van energie nog niet overal goed op elkaar afgestemd en zal dat ook in de toekomst een uitdaging blijven.
We moeten hierbij oog houden voor de draagkracht van verschillende groepen in de samenleving en het internationale speelveld voor onze bedrijven. Dus moeten we creatief zijn, tegenstrijdige belangen op tafel leggen en oplossen, door samen te werken binnen en buiten het kabinet en de krachten te bundelen met medeoverheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en burgers.
Dit alles doen we zo veel mogelijk gecoördineerd op Europees en internationaal niveau, ten behoeve van een gelijk speelveld voor bedrijven en het optimaal benutten van de interne Europese markt, met speciale aandacht voor leveringszekerheid, nieuw verdienvermogen, lagere energiekosten en meer autonomie. Daartoe moeten we elektrificatie en schonere productietechnologieën in de industrie rendabel maken en moeten we met een strategische blik kijken naar grondstoffen en goederen. Een voortvarende transitie naar een duurzame samenleving is de beste manier om als Nederland en Europa onze economische kracht te behouden. We werken daarom hard aan de doelen voor 2030 en zullen doen wat nodig is om de klimaatdoelen voor 2040 en 2050 te halen en een schaalsprong te maken in de circulaire economie.
Met ambitie, realisme, creativiteit en oog voor alle belangen in de samenleving gaan we gezamenlijk als bewindspersonen van Klimaat en Groene Groei én samen met de vele collega’s in het kabinet aan de slag! Met deze brief informeren wij u over de aanpak van de bovenstaande opgaven en de uitwerking van het coalitieakkoord «Aan de slag» voor de komende jaren. In het vervolg gaan we in op de volgende onderwerpen:
1. Europese en internationale aanpak;
2. Overkoepelende klimaataanpak;
3. Energieaanbod en ontwikkeling van het energiesysteem;
4. Leveringszekerheid en weerbaarheid;
5. Verduurzaming van de energie-intensieve industrie;
6. Versnellen van de circulaire economie;
7. Realisatiekracht.
In de bijlagen van deze brief vindt u de wetgevingsagenda van 2026 en een voorlopige planning en overzicht van de stukken die uw Kamer zal ontvangen in 2026 en begin 2027.
De Europese interne markt is een belangrijke afzetmarkt voor de vergroening van ons bedrijfsleven. En met partners buiten Europa versterken we onze handelsrelaties, onder andere om toegang tot kritieke materialen te behouden en uit te diepen. Voor effectieve verduurzaming van het energiesysteem en de industrie én behoud van een gelijk Europees speelveld, voeren we beleid voor de transities daarom zo veel mogelijk op EU- en internationaal niveau, zonder onnodige nationale koppen. Het rapport van Draghi1 toont bovendien aan dat concurrentievermogen, verduurzaming en weerbaarheid hand in hand kunnen en moeten gaan. Dit alles pleit daarmee voor een actieve opstelling in Europa, om onze open strategische autonomie te versterken, de concurrentiekracht van ons bedrijfsleven te verbeteren en kansen te creëren voor zowel bestaande als nieuwe bedrijven om te innoveren.
Later dit jaar komen er Europese voorstellen ter invulling van het klimaatdoel van netto 90% emissiereductie in 2040. Het kabinet zet in op een ambitieus pakket dat investeringszekerheid, marktvertrouwen en een gelijk speelveld biedt. Er is Europees ook al afgesproken om koolstofverwijdering2 en internationale kredieten een rol te geven in het EU-raamwerk ter compensatie van moeilijk reduceerbare emissies. We bepleiten actief binnen Europa dat zulke kredieten als sluitstuk van de reductieopgave eerlijk en kosteneffectief zijn en de opties daarvoor transparant en objectief in kaart worden gebracht. Het kabinet zal hierbij scherp zijn op de voorwaarden.
Het is belangrijk dat het bredere klimaatpakket bijdraagt aan het Europese concurrentievermogen en open strategische autonomie. Een sterk en stabiel emissiehandelssysteem (EU-ETS1 en 2) is de hoeksteen van klimaatbeleid en stimuleert, samen met de koolstofheffing aan de grens (CBAM), op een kosteneffectieve manier bedrijven om te investeren in schone productie, groene markten en banen. Tegelijkertijd ziet Nederland dat de Europese Energie Intensieve Industrie (EII) te maken heeft met een «perfect storm»: hoge energieprijzen, grote internationale concurrentie, kleine marges en hoge eisen. Gerichte verbeteringen in het ETS in combinatie met betere bescherming tegen koolstoflekkage (o.a. via versterking CBAM), maatregelen ten behoeve van elektriciteitskosten en vraagcreatie, zijn nodig om het Europese concurrentievermogen te versterken en verduurzaming van energie-intensieve industrieën te stimuleren. We pleiten dan ook voor ambitie in Europa, via de Clean Industrial Deal en de verschillende uitwerkingen daarvan, zoals de Industrial Accelerator Act.3 Het kabinet pleit wat betreft energie voor Europese energiedoelen en energiebeleid dat bijdraagt aan energiezekerheid, open strategische autonomie, betaalbare energie, concurrentievermogen en verduurzaming. Het kabinet zet in op een Europese uitvoeringsagenda gericht op het versterken van de interne energiemarkt en het oplossen van knelpunten zoals vergunningverlening en netcongestie.
Op het gebied van circulaire economie wordt de aankomende periode eveneens relevante Europese wet- en regelgeving verwacht, die bijdraagt aan de Nederlandse inzet op concurrentievermogen, strategische autonomie en verduurzaming. De Circular Economy Act (CEA) is door de Europese Commissie reeds aangekondigd en moet de interne markt voor circulaire materialen versterken. Het kabinet zal zich hierbij inzetten voor Europese sectorale doelen. Het is belangrijk dat de EU naast de CEA ook blijft inzetten op productregelgeving en de implementatie daarvan. Zoals de uitrol van producteisen onder de Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR) en de implementatie van sectorale productregelgeving zoals voor verpakkingen en voertuigen.
Naast het versterken van de Europese samenwerking, is ook mondiale samenwerking op het gebied van klimaat en energie van groot belang. Zo blijft het kabinet zich inzetten om het gezamenlijke ambitieniveau hoog te houden, o.a. op de jaarlijkse VN-klimaattop. Mede daarom organiseert Nederland samen met Colombia eind april de eerste conferentie Transitioning away from fossil fuels (TAFF).4 De inzet is structurele versterking van de internationale samenwerking gericht op hervorming van vraag en aanbod van energie. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is het afbouwen van financiële prikkels voor fossiele brandstoffen, wat we zoveel mogelijk in Europees verband doen. Nederland werkt daarnaast aan transparantie en het overkomen van barrières voor uitfasering van financiële prikkels voor fossiele brandstoffen in COFFIS-verband.5 Deze coalitie is opgericht door Nederland in 2023 en Nederland zal voorzitter blijven tot in ieder geval de volgende klimaattop. Tijdens de TAFF-conferentie in Colombia zal de Marshall Islands (RMI) aangekondigd worden als covoorzitter van COFFIS. Het is belangrijk om steun te hebben van een invloedrijke eilandstaat. Het kabinet zet in op multilaterale en bilaterale samenwerking op het gebied van energie voor het vergroten van onze energiezekerheid, diversificatie van import en het bevorderen van de wereldwijde energietransitie. Ook zet het kabinet zich via meerdere samenwerkingsverbanden in voor kennisontwikkeling en -deling over koolstofverwijdering, Carbon, Capture and Storage (CCS) en Carbon Capture and Utilization (CCU).
Het kabinet houdt vast aan de klimaatdoelen uit de Klimaatwet, ondanks dat het doel van 2030 lastig wordt. We gaan onverminderd door met de realisatie van afgesproken maatregelen en versnellen doorbraken waar mogelijk. In de Voorjaarsbrief klimaat en energie is beschreven welke brede maatregelen we nu reeds inzetten in aanvulling op wat door eerdere kabinetten in gang is gezet.6 In de beleidsbrieven van de Ministers van VRO, IenW en LVVN staat welke inzet specifiek voor de gebouwde omgeving, mobiliteit en landbouw wordt geleverd. Het is van belang dat elke sector zich inspant om de doelen te behalen, waarbij de coördinerende verantwoordelijkheid ligt bij de Minister van KGG.
Ook voeren we de gezamenlijke klimaatagenda voor het Caribisch deel van het Koninkrijk voortvarend uit, Hierbij ondersteunen wij de landen, op hun verzoek, met kennis en capaciteit bij de uitvoering van de klimaatagenda van het Koninkrijk en werken we samen aan de organisatie van de Caribbean Climate and Energy Conference (CCEC), als platform voor samenwerking en kennisdeling. Voor Caribisch Nederland (Bonaire, St. Eustatius en Saba) wordt gewerkt aan klimaatplannen. Deze klimaatplannen zullen bestaan uit concrete adaptatie- en mitigatiemaatregelen in aanvulling op de bestaande inzet. Omdat de broeikasgasuitstoot in Caribisch Nederland beperkt is, zal het zwaartepunt van de klimaatplannen liggen op adaptatie (Minister van IenW). Het Rijk ondersteunt de eilanden bij de totstandkoming van de klimaatplannen met kennis, financiële middelen en expertise. Naast deze eilandelijke klimaatplannen wordt er gewerkt aan een nieuwe Nationale Klimaatadaptatiestrategie (NAS) waar Caribisch Nederland onderdeel van uit zal maken.
Voor aanvullende stappen richting 2040 richten we onze blik op de komende Europese voorstellen. Parallel werken we de routes voor de transitie naar klimaatneutraliteit in 2050 concreter uit, zoals beschreven in eerdergenoemde Voorjaarsbrief. De eerste contouren worden opgenomen in de Klimaat- en Energienota 2026. Deze routes geven richting, zowel voor onze inzet in de Europese onderhandelingen, als om in het voorjaar van 2027 aanvullende nationaal geborgde maatregelen te nemen om het Europese klimaatdoel van 2040 te halen, waar die nodig zijn en met oog voor betaalbaarheid en handelingsperspectief voor bedrijven en huishoudens. Het kabinet beseft dat er spanningsvelden bestaan tussen de klimaatopgave en andere maatschappelijke opgaven. In aanvulling op de reguliere inzet om die spanningen zoveel mogelijk weg te nemen, zal in genoemde routes expliciet met zulke spanningen rekening worden gehouden.
Een succesvolle Europese en internationale aanpak vraagt om nationale regie, om een weerbaar energiesysteem met schone energie van eigen bodem te realiseren. Nederland werkt aan een toekomst met duurzame energie. Voor onder andere huizen op schone energie, een concurrerende industrie en mobiliteit. Het energiesysteem moet duurzaam, betaalbaar én betrouwbaar zijn. De transitie naar dit systeem doen we zodat we een schone en veilige toekomst voor onze kinderen kunnen nalaten.
Nationaal Plan Energiesysteem (NPE)
Het kabinet kijkt met een integrale blik naar de energietransitie. Daarbij zet het kabinet de rol van mensen steeds meer centraal: als gebruiker, bewoner en initiatiefnemer en ondernemer, met aandacht voor betaalbaarheid, maatschappelijke betrokkenheid en eerlijke verdeling van lusten en lasten, zodat iedereen kan meedoen. Met de actualisatie van het NPE geeft het kabinet een overkoepelende strategie voor de bouw van het nieuwe energiesysteem richting 2050, waarbij ingegaan wordt op de uitrol van vier energieketens (elektriciteit, warmte, waterstof en koolstof). Rond de zomer, uiterlijk met Prinsjesdag, wordt de NPE-actualisatie gepubliceerd. Hierin richt het kabinet zich vooral op de concrete keuzes die nodig zijn richting 2040. Verdere uitrol van wind op zee, zon en wind op land en kernenergie is daarvoor cruciaal. Hierbij wordt een uitroltempo gekozen dat haalbaar is, en dat in evenwicht is met de verwachte vraagontwikkeling. Het tempo wordt tussentijds bijgestuurd indien nodig.
Elektriciteit
De elektriciteitsketen is de ruggengraat van het toekomstige energiesysteem. Veel zaken die nu andere energiebronnen gebruiken, zullen in de toekomst overgaan op elektriciteit, denk bijvoorbeeld aan koken en mobiliteit. De verdere uitrol van wind op zee is een belangrijke factor in de doorontwikkeling van de elektriciteitsketen. Om komende jaren wind op zee te blijven stimuleren hebben ontwikkelaars prijszekerheid nodig. Tegelijkertijd willen we zo efficiënt mogelijk omgaan met subsidie om kosten te beperken. Daarom maken we Contracts for Difference (CfD’s) mogelijk.7 Het kabinet stuurt nog voor de zomer een voorstel naar de Kamer. Daarbij houden we rekening met de financiële risico’s indien de realisatie van infrastructuur vooruitloopt op de ontwikkeling van de vraag naar elektriciteit. Tevens wordt rekening gehouden met de ruimtelijke inpassing van wind op zee in lijn met het programma Noordzee.8 Dit beleid moet uitvoering geven aan de ambitie om in totaal 40GW wind op zee te installeren. Daarnaast is het kabinet reeds gestart met de voorbereidingen voor het nog dit jaar vergunnen van twee nieuwe windparken op zee van ieder 1 GW met subsidie.9 Ook hernieuwbare energie op land is essentieel in de transitie. Om de doorgroei van zon-PV en wind op land te stimuleren bereidt het kabinet tweezijdige CfD’s voor. Om het proces richting het gebruik van CfD’s in 2027 voorspoedig te laten verlopen, vraagt het kabinet de Kamer alvast om een voortvarende behandeling van het wetsvoorstel.10
Een elektriciteitssysteem met verschillende soorten energieaanbod (een aanbod gedreven energiesysteem) kan knelpunten met zich meebrengen bij piek- en dal momenten. Voor piekmomenten introduceert het kabinet een capaciteitsmarkt, dit is een mechanisme dat vraag en aanbod van elektriciteit beter in balans brengt om de leveringszekerheid (voorzieningszekerheid) in Nederland te waarborgen voor mensen en bedrijven. Daarnaast zet het kabinet voor een stabiel aanbod van elektriciteit, juist ook op momenten – wanneer het niet waait of de zon niet schijnt – in op het vergroten van het aandeel kernenergie in de energiemix. Het richtpunt hiervoor is 7 GW kernenergie in 2050. Hiervoor komt het kabinet, richting de zomer, met een routekaart. Er wordt zowel ingezet op de bouw van grootschalige kerncentrales als het versnellen van het SMR-programma. Het kabinet verwacht uiterlijk september een ontwerpvoorkeursbesluit te kunnen nemen over de locatie van de twee kerncentrales.11 Ook brengt het kabinet in kaart hoe het nucleaire innovaties kan ondersteunen en versnellen. Op dit moment is € 13,4 miljard voor kernenergie beschikbaar in het Klimaat- en Energiefonds. De kosten voor de bouw van twee kerncentrales wordt geschat op € 20–30 miljard. Het kabinet brengt daarom gedurende de ontwikkeling van het financieringspakket in kaart of en welke elementen hiervan EMU-relevant zijn. Tot slot, ligt er op dit moment een wetsvoorstel in de Tweede Kamer voor behandeling om de Kerncentrale Borssele (KCB) open te houden na 2033.12
Warmte
Naast elektriciteit is ook de warmteketen essentieel in de energietransitie, vooral voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Duurzame warmte, samen met het verlagen van energieverbruik door het isoleren van woningen en gebouwen, is een van de manieren waarop huishoudens en organisaties invulling geven aan de opgave om klimaatneutraal en aardgasvrij te worden. Daarom werken we nauw samen met de Minister van VRO op de verduurzaming van de gebouwde omgeving. De inzet is dat bewoners kunnen rekenen op een betaalbare, betrouwbare en comfortabele warmtevoorziening, met duidelijke keuzes en goede ondersteuning vanuit hun gemeente. Het kabinet zet daartoe in op warmtenetten in wijken waar dit het de meest geschikte oplossing is, niet alleen in het kader van duurzaamheid en betaalbaarheid maar ook als middel om het net verder te ontlasten. Gemeenten stellen hiertoe uiterlijk eind 2027 een warmteprogramma vast. Om de uitrol van warmtenetten te versnellen is de overheid bereid om via een staatsdeelneming binnen de huidige financiële kaders private warmtebedrijven over te nemen en te participeren in nieuwe ontwikkelingen. Op plekken waar een warmtenet niet de meest geschikte oplossing is, worden warmtepompen de standaard. Het kabinet blijft warmtepompen stimuleren met onder meer de ISDE en werkt aan het normeren van slimme, hybride warmtepompen per 2029. Aardwarmte (geothermie) wordt hierbij gezien als een van de belangrijkste bronnen voor het voeden van de warmtenetten en -pompen.
Waterstof en koolstof
Waterstof zal in 2050 een systeemrol vervullen voor het energiesysteem en wordt vooral ingezet in de industrie en voor (internationale) mobiliteit zodat moeilijk te elektrificeren processen in deze sectoren ook kunnen verduurzamen.13 Het kabinet blijft daarom investeren in de opschaling van hernieuwbare waterstof, koolstofarme (blauwe) waterstof en duurzame koolstof. De waterstofmarkt bevindt zich echter in een uitdagende opstartfase: randvoorwaarden moeten op orde gebracht worden voor de marktontwikkeling. Het kabinet dient daarom in het najaar van 2026 het voorstel bij de Kamer in dat het Europese waterstof- en gasdecarbonisatiepakket omzet in nationale wetgeving. Daarnaast zal de overheid regie moeten nemen op het aanleggen van cruciale infrastructuur (waaronder waterstofopslag) voor waterstof. Er wordt onderzocht hoe de kosten hiervoor eerlijk gespreid kunnen worden tussen nu en later. Verdere ontwikkeling van de koolstofketen in lijn met het NPE is van belang, de uitwerking hiervan zal terugkomen in de NPE-actualisatie en de Aanpak Aanbod Duurzame Koolstofdragers. Er wordt onder andere gewerkt aan het vergroten van de inzet op de groen gasproductie. Een belangrijk instrument hiervoor is de bijmengverplichting groen gas.
Carbon, Capture and Storage (CCS)
Het zal onverminderd belangrijk blijven om in te zetten op het voorkomen en verminderen van emissies. Desalniettemin is CCS voor CO2-reductie in de Nederlandse industrie en voor de realisatie van negatieve emissies richting 2050 essentieel. Tevens laten verschillende Europese scenario’s en IPCC-rapporten zien dat CCS nodig zal zijn voor het behalen van klimaatdoelen.14 Het kabinet ondersteunt de ontwikkeling van CCS onder andere via de deelnemingen Gasunie en Energie Beheer Nederland (EBN). Voor de tijdige ontwikkeling van CCS is het een randvoorwaarde dat er zowel op land als op de Noordzee transportinfrastructuur wordt ontwikkeld. Ook hierbij zal de overheid de aanleg van de benodigde infrastructuur blijven faciliteren en aanjagen. Aramis is het belangrijkste Nederlandse CCS-project. Richting de definitieve investeringsbeslissing in 2027 werkt het kabinet in samenhang met de deelnemingen toe naar tijdige besluitvorming voor Aramis.
Kosten en financiering van de energietransitie
De ontwikkeling van een nieuw energiesysteem is een lange termijn opgave met een grote financieringsvraag. Uit het rapport Financiële Impact Energietransitie voor Netbeheerders (FIEN2026) van Netbeheer Nederland volgt bijvoorbeeld dat de geraamde investeringsopgave alleen al voor het elektriciteitsnet tussen nu en 2040 toeneemt tot naar schatting een totale investeringsopgave van € 212 miljard tot € 246 miljard. Deze prognoses zijn met grote onzekerheid omgeven. Voor andere klimaatsectoren is dit beeld nog in opbouw. Om meer grip te krijgen op de financiële consequenties van keuzes voor het toekomstige energiesysteem en de verdeling van de kosten over huishoudens, bedrijven en de overheid werkt het kabinet samen met de publieke kennisinstellingen PBL, CPB, TNO, CBS en RVO via het meerjarige kennisprogramma Energietransitie Integraal Kostenbeeld (EIK) aan het opbouwen van een robuuste kennisbasis van data, modellen en methodieken. Het kabinet komt hierop terug in de actualisatie van het NPE.
De SDE++ is een cruciaal instrument voor het kosteneffectief realiseren van de klimaat- en energietransitie in Nederland. Daarom heeft het kabinet in het coalitieakkoord afgesproken de SDE++ te verlengen met zes nieuwe openstellingsrondes in de jaren 2027 t/m 2032 ten behoeve van de uitrol van duurzame energieproductie en CO2-reductie. Er zijn middelen gereserveerd voor een indicatief jaarlijks openstellingsbudget van € 8 miljard. Daarnaast blijft het kabinet mogelijke verbeteringen van de SDE++ doorlopend onderzoeken. Onder andere voor het verder stimuleren van elektrificatie. Naast de SDE++ blijven ook verduurzamings- en innovatieregelingen als de DEI+, VEKI en NIKI, met openstellingen tot 2027, belangrijk voor het financieren van de transitie en het opschalen van technologieën.15 Deze subsidies zijn tevens belangrijk voor het mogelijk maken van publiek-private financieringsconstructies. Voor verdere inzet hierop wordt met onder andere het Ministerie van EZ en Invest-NL samengewerkt.
Hoewel de ontwikkeling van het nieuwe duurzame energiesysteem in volle gang is, blijft leveringszekerheid van gas en olie tijdens de transitie cruciaal, zodat huishoudens en bedrijven kunnen blijven rekenen op warmte, vervoer en continuïteit in het dagelijks leven. Dit blijft gedurende de transitie, zeker gegeven het huidige geopolitieke klimaat, een belangrijk aandachtspunt. Rond de zomer komt het kabinet met een visie op strategisch gasbeleid, daarin zal het kabinet ook ingaan op de rol van kussengas. In de tussentijd werkt het kabinet samen met EBN, door middel van een subsidie en lening, om maximaal 80 TWh gas in de seizoensopslagen op te slaan voor zover marktpartijen dat niet doen. Het kabinet reserveert daarnaast € 154 miljoen euro voor het aanleggen van een noodvoorraad van 5 TWh in gasopslag Alkmaar.
We werken naast de snelle opschaling van schone-energieproductie ook aan het versterken van de fysieke en digitale weerbaarheid van energie en energie infrastructuur. Weerbaarheid van het energiesysteem zet in op het beperken van verstoringsrisico’s en het versterken van herstelvermogen bij storingen. De energietransitie geeft Nederland meer energiezekerheid maar er ontstaan ook nieuwe afhankelijkheden en risico’s, zoals netcongestie, digitalisering en de beperkte mate van beschikbaarheid van hernieuwbare energie. Het systeem moet dus fysiek, digitaal en economisch robuust zijn om leveringszekerheid en betaalbaarheid te waarborgen. Door middel van wet- en regelgeving, waaronder spoedige implementatie van de Cyberbeveiligingswet en de Wet Weerbaarheid Kritieke Entiteiten werken we aan deze weerbaarheid.16 Ook wordt de Actieagenda Digitalisering van het Energiesysteem samen met stakeholders uitgevoerd om de voordelen en bedreigingen van digitalisering van het energiesysteem te benutten dan wel te ondervangen.
Gelijk speelveld als basis voor groene groei
De verduurzaming van de industrie is een cruciale opgave voor zowel het klimaat als voor een weerbare economie die minder afhankelijk is van fossiele brand- en grondstoffen van buiten Europa. Een zo veel mogelijk gelijk speelveld binnen Europa is daarbij van belang voor Nederlandse bedrijven om in een koolstofarme toekomst te kunnen concurreren en om het risico op weglek te beperken. Voor een gelijker speelveld binnen Europa op het vlak van elektriciteitskosten heeft het kabinet tot en met 2035 significante middelen gereserveerd, oplopend tot 1 miljard per jaar vanaf 2029. Het kabinet breidt de IKC vanaf 2025 uit met 22extra (sub)sectoren, conform de door de EC begin dit jaar geboden mogelijkheid. De uitbreiding richt zich specifiek op sectoren die door hoge elektriciteitskosten in zwaar weer verkeren, zoals de chemie. Daarnaast worden maatregelen voor de envelop elektriciteitskosten uitgewerkt. Om het gelijk speelveld verder te verbeteren, wordt daarnaast de nationale CO2-heffing afgeschaft. Hierbij is het streven om deze zo snel mogelijk af te schaffen.17 Aanvullend gaat het kabinet voortaan standaard kijken naar de effecten op het gelijke speelveld bij het invoeren van nieuw beleid. Dit wordt geïmplementeerd bij besluitvorming over klimaat- en energiemaatregelen in het voorjaar van 2027.
De rapporten van Draghi18 en Wennink19 geven handvatten om de Europese en Nederlandse economie te versterken. In de Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat (TTWV) gaat het kabinet actiegericht aan de slag met de ambitie dat Nederland de sterkste economie van Europa wordt. Energie- en klimaattechnologieën zijn daarin één van de focusgebieden waarmee een versnelling van strategische initiatieven beoogd wordt die bijdraagt aan het opzetten van een nieuwe duurzame industrie. Innovatie is bovendien cruciaal voor het reduceren van netcongestie, voor weerbaarheid van het energiesysteem, verduurzaming van de industrie en leveringszekerheid. Zo kunnen mensen profiteren van nieuwe banen, stabiele en betaalbare energie en een toekomstbestendige economie waarin hun werk, inkomen en kwaliteit van de leefomgeving worden versterkt. Aanvullend wordt ingezet op innovatie via het nieuw op te richten Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI) en een Nationale Investeringsinstelling. Hierover wordt u geïnformeerd via de beleidsbrief Economische Zaken en Klimaat (EZK).
Bestuurlijke afspraken, maatwerk en ruimte in de industrieclusters
We zullen met alle relevante partijen moeten samenwerken voor een weerbare, duurzame en concurrerende industrie. Het kabinet is daarom voornemens om bestuurlijke afspraken te maken met de industrie over verduurzaming. Daarbij willen we samen stappen zetten op basis van wederkerigheid. Ook gaat het kabinet in dit kader door met de bestaande maatwerkafspraken. Met Tata Steel Nederland, Alco Energy Rotterdam en Cosun (tweede deel) worden op dit moment afspraken uitgewerkt. Daarnaast zijn er in het Klimaat- en Energiefonds nog middelen beschikbaar voor afspraken met Anqore, Zeeland Refinery en OCI. De maatwerkafspraken met Nobian en Cosun bevinden zich in de uitvoeringsfase. Ook in die fase hebben deze afspraken de volle aandacht van het kabinet. Het kabinet zal nieuwe maatwerkafspraken richten op clusters en gebieden. Deze aanpak wordt momenteel nog verder uitgewerkt. Deze afspraken moeten passen binnen de nationale ruimtelijk-economische strategie voor de energie intensieve haven- en industrieclusters, in lijn met de ontwerpNota Ruimte. Meerdere industrieclusters werken daarnaast aan een clusterplan, bijvoorbeeld het cluster Chemelot. Zodra de nieuwe aanpak, of de concrete plannen van clusters, voldoende concreet zijn, zal de Kamer nader worden geïnformeerd.
Om onze welvaart en welzijn op langere termijn te behouden is een strategische blik op grondstoffen en goederen noodzakelijk. Het kabinet streeft daarom naar een volledig circulaire economie in 2050, daarvoor is Europese samenwerking onmisbaar. Het kabinet wil deze kabinetsperiode samen met bedrijven, instellingen, inwoners en maatschappelijke partners werken aan een schaalsprong van de circulaire economie in de context van het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE). Door circulaire businessmodellen competitief te maken stimuleren we innovatie en marktontwikkeling, versterken we de concurrentiepositie van Europese en Nederlandse ondernemers en bieden we bedrijven langetermijn zekerheid en investeringsruimte.
Vanuit mijn rol als coördinerend Minister voor circulaire economie versterken we het NPCE met meer focus op de uitvoering en opschaling van circulaire oplossingen in de praktijk en creëren we een gelijk speelveld door knelpunten weg te nemen. Naast de Europese inzet op de CEA en circulaire productwetgeving versterken en ontwikkelen we nationale circulaire instrumenten, zoals de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid en ook het NPCE20 zal worden verankerd.21 We onderzoeken daarnaast de mogelijkheden om een circulaire hefboom te introduceren. We benutten onze sterke uitgangspositie in de circulaire economie, met kansen voor circulaire bouwmaterialen, groene chemie, circulair plastic en de maritieme sector. Zo kunnen mensen profiteren van duurzame en betaalbare producten, nieuwe banen en een schonere leefomgeving met minder afval en vervuiling. Concreet doen we dit door de samenwerking met medeoverheden en de financiële sector te versterken. Daarnaast zet de overheid als «launching customer» in op een selectie prioritaire productketens via de Agenda en Uitvoeringsprogramma Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) 2026–2030.
Zoals met een transitie van elk groot systeem, vraagt ook de overgang van het systeem van fossiele energie naar een systeem met schone energie veel aanpassingen. We werken tegelijkertijd aan onder andere de planning van meer windmolens op zee, het vergroenen van de industrie, de bouw van kerncentrales en het inrichten van een circulaire economie. Dit moet bovendien allemaal gebeuren zonder dat er uitval is van stroom of gas, met de laagst mogelijke kosten en terwijl we opereren op een ongelijk internationaal speelveld. Dat vraagt continu sturen en bijsturen, een lange adem en steeds prioriteren.
Samenwerking en menselijk kapitaal
De rijksoverheid is een belangrijke, maar lang ook niet de enige speler in de transities. Samenwerking met medeoverheden (provincies, gemeenten en waterschappen), bedrijven, maatschappelijke organisaties, collectieven en burgerinitiatieven is daarom essentieel. Samen moeten we creatief zoeken naar versnelling van bijvoorbeeld vergunningen en mogelijkheden om van het stikstofslot te komen. Realisatie en uitvoering van de transities kan bovendien niet zonder menselijk talent. Het kabinet verkent instrumenten voor onderwijs, arbeidsmarkt, fiscaliteit en gerichte migratie. U ontvangt voor de zomer de kabinetsinzet gebundeld in de Talentstrategie.
Ruimte voor realisatie
Fysieke ruimte is een belangrijke randvoorwaarde voor de realisatie van de transities. Locatiesturing van energie-infrastructuur en -opslag kan leiden tot het dempen van de kosten van de energietransitie. Met het Programma Energiehoofdstructuur (PEH) reserveert het kabinet voldoende ruimte. Met het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK) zal deze infrastructuur worden geprogrammeerd. Door op tijd keuzes te maken, waar nodig met overheidsgaranties, wordt ruimte voor de transities gerealiseerd.
Netcongestie
Het aanpakken van de netcongestieproblemen heeft de hoogste prioriteit van het kabinet, zodat huishoudens, maatschappelijke organisaties en bedrijven sneller toegang krijgen tot voldoende en betrouwbare energie, kunnen verduurzamen en niet worden belemmerd in wonen, werken en ondernemen. Dit probleem wordt langs twee lijnen aangepakt: sneller bouwen van nieuwe infrastructuur en beter benutten van het net. De Kamer is hierover uitgebreid geïnformeerd in de Kamerbrief Voortgang aanpak Netcongestie.22
Om de realisatie van energieprojecten te versnellen, is in april 2025 een versnellingsaanpak gestart. Deze aanpak wordt doorgezet met extra inzet op het Wetgevingsprogramma Stroomlijnen energieprojecten, in nauwe samenwerking met het Ministerie van BZK. Met de aanpak worden procedures versneld, wordt grondbeleid effectiever ingezet en wordt ruimte vrijgemaakt voor energie-infrastructuurprojecten, zodat essentiële projecten zo snel mogelijk kunnen worden gerealiseerd. Het is cruciaal dat het kabinet meer regie neemt in het kiezen van netefficiënte locaties met oog voor de schaarse ruimte in Nederland. In het eerdergenoemde PEH wijzen we ruimte aan voor de aanvullende ambities uit het coalitieakkoord voor kernenergie en de aanlanding van wind op zee. Het PEH wordt in 2028 vastgesteld, mede door de Ministers van I&W en VRO.
Echter, fysieke ruimte voor netuitbreidingen is niet eindeloos beschikbaar en de kosten van het net kunnen niet onbeperkt oplopen. Het energiesysteem van de toekomst vraagt dan ook om vraag en aanbod van energie – zowel op lokaal, regionaal als nationaal niveau – dichter bij elkaar te brengen. Het aansluitoffensief dat begin dit jaar tot stand is gekomen brengen we voortvarend tot uitvoering.23 Het kabinet werkt in dit verband met netbeheerders aan verbetering van de contractvoorwaarden voor flexcontracten, zodat dit een aantrekkelijke optie wordt voor bedrijven en instellingen. Dit kan worden ondersteund door verlenging en verbreding van de huidige Flex-e regeling, besluitvorming hierover volgt met Prinsjesdag.24 Een andere belangrijke route is het invoeren van tijdsafhankelijke nettarieven voor groot- en kleinverbruikers. Ook wordt verder gekeken naar de mogelijkheid om afspraken met bedrijven te maken om druk op het net te verlichten op piekmomenten. Met behulp van onder andere het Stimulerings-programma Energiehubs wordt deze ontwikkeling versterkt.25 Lokale initiatieven, zoals energiegemeenschappen, geven op diverse plekken in het land vorm aan een duurzaam energiesysteem.26 Het kabinet werkt interbestuurlijk en met maatschappelijke partners aan een regionale doorvertaling van het NPE en maakt indien nodig energieafspraken op provinciale schaal. De aanpak voor netcongestie komt ook aan de orde in de Taskforce Versnelling Woningbouw onder coördinatie van de Minister van VRO.
We doen het samen
De opgaven waar we voor staan overstijgen de grenzen van onze portefeuilles en vragen om een breed draagvlak. Daarom werken we nauw samen binnen het kabinet, met medeoverheden en het parlement. Daarbij zoeken we naar synergie en koppelkansen met andere maatschappelijke transities. Zo draagt de aanpak van netcongestie bij aan de taskforce Versnelling woningbouw en in de taskforce Landbouw, natuur en stikstof kijken we naar maatregelen die zowel bijdragen aan stikstofreductie als klimaatmitigatie. Met het Ministerie van IenW werken we samen aan synergie tussen klimaatmitigatie en -adaptatie en mogelijkheden om zowel grondstoffen als het milieu te sparen.
Tegelijk wil het kabinet de kansen aangrijpen om de kracht en energie van de samenleving beter te benutten. Van burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Zo willen we het draagvlak en de participatie vergroten, een eerlijke en inclusieve transitie bevorderen en het doenvermogen versterken. We benutten daarvoor onder meer de adviezen van het Nationaal Burgerberaad Klimaat en het netwerk van het Nationaal Klimaat Platform. De transities betekenen grote veranderingen, onder meer waar we ons geld mee verdienen en waar we het aan uitgeven, maar ook bij wie de lusten en lasten neerkomen. Het kabinet heeft expliciet oog voor een eerlijke verdeling en stuurt bij waar ongewenste effecten optreden. Alle groepen in de samenleving moeten de transitie immers mee kunnen maken, of je nu een multinational of een sociaal huurder bent.
Voor de ondersteuning van de transities zijn bovendien onze uitvoerders en toezichthouders essentieel. Zoals aangegeven in de brief van de Minister van EZK doen zij belangrijk werk, maar staat de kwaliteit onder druk door oplopende kosten en complexiteit. Daarom zetten wij, net als de Minister van EZK, in op vier leidende principes: de maatschappelijke opgave centraal bij vorming van beleid; vereenvoudiging van regelgeving, zoals minder doelgroepspecifiek; weerbaarheid en wendbaarheid van uitvoerders en toezichthouders; benadering van vraagstukken vanuit één ICT-ecosysteem. Voor Staatstoezicht op de Mijnen zal dit jaar een evaluatie worden opgestart gericht op de maatschappelijke oriëntatie en kwaliteitsborging van het toezicht.
Het kabinet realiseert zich dat veel van de initiatieven in deze brief lange termijn trajecten zijn, maar dat mensen zich juist nú zorgen maken over de gasrekening van komende winter en de hoge prijzen aan de pomp deze week, ook vanwege de crisis in het Midden-Oosten. Het kabinet staat voor een samenhangende en evenwichtige aanpak van de crisis, die past bij verschillende scenario’s volgens welke de situatie zich verder kan ontwikkelen. De Kamerbrief «Acties Weerbaarheid Energiesector» van maandag 20 april jl. gaat hier verder op in.27
We gaan vol energie aan de slag. Om de crisis van nu het hoofd te bieden en vaart te maken met de transities voor de lange termijn. Zo kunnen we gezamenlijk resultaten boeken voor een welvarend, schoon en weerbaar Nederland en het Caribisch deel van het Koninkrijk.
De Minister van Klimaat en Groene Groei, S. van Veldhoven-van der Meer
De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, J. de Bat
Voorlopige planning Kamerstukken 2026
|
Soort stuk |
Onderwerp |
Planning |
|---|---|---|
|
Kamerbrief |
Capaciteitsmarkt |
Q2 2026 |
|
Kamerbrief & beleidsdocument |
Aanpak Aanbod Duurzame Koolstofdragers en Visie Brandstoffen- en Chemiegrondstoffenproductie |
Q2 2026 |
|
Kabinetsreactie |
Adviezen Nationaal Burgerberaad Klimaat |
Q2 2026 |
|
Kamerbrief |
Intertemporele kostenverdeling waterstoftransportnet |
Q2 2026 |
|
Onderzoek |
Onderzoek naar mogelijkheden om subsidie voor warmtepompen uit te sluiten in (toekomstige) warmtenetgebieden |
Q2 2026 |
|
Kamerbrief |
Contouren van de Nationale Ruimtelijk-economische Strategie voor de Energie-Intensieve Haven en Industrieclusters |
Q2 2026-Q3 2026 |
|
Kabinetsreactie |
WKR-advies «Aan de slag met gedrag!» |
Q2 2026 |
|
Kabinetsreactie |
WKR-advies «Circulair versterkt» |
Q2 2026 |
|
Kamerbrief |
Wegnemen knelpunten maatschappelijke initiatieven |
Q2 2026 |
|
Kabinetsreactie |
Rli-advies «Eerlijk verduurzamen» |
Q2 2026 |
|
Kamerbrief |
Voortgang waterstofbeleid |
Q2 2026 |
|
Beleidsdocument |
Actualisatie Nationaal Plan Energiesysteem |
Q2-Q3 2026 |
|
Kamerbrief |
Afwegingskader overheidsinterventies in de gasmarkt |
Q2-Q3 2026 |
|
Kamerbrief |
Gezamenlijke kamerbrief met VRO m.b.t. warmtetransitie |
Q2-Q3 2026 |
|
Ontwerp/voorkeursbesluit |
Locatie eerste twee kerncentrales |
Q3 2026 |
|
Augustus-besluitvorming |
Besluitvorming besteding middelen IKC (openstelling 2027 e.v.) en envelop uit het coalitieakkoord |
Q3 2026 |
|
Kamerbrief |
Klimaat- en Energienota |
Q3 2026 |
|
Beleidsdocument |
Definitief Meerjarenprogramma 2027 en ontwerpbegroting Klimaat- en Energiefonds |
Q3 2026 |
|
Beleidsdocument |
Actieplan Circulariteit Kritieke Grondstoffen |
Q3 2026 |
|
Kamerbrief |
Normering warmtepompen |
Q3-Q4 2026 |
|
Kamerbrief |
IBO-energietransitie van de woningvoorraad richting 2050 |
Q3-Q4 2026 |
|
BNC-fiche |
Circular Economy Act (CEA) |
Q3-Q4 2026 |
|
Beleidsdocument |
Agenda en Uitvoeringsprogramma Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) 2026–2030 |
Q3-Q4 2026 |
|
Kamerbrief |
Verwachtingen en inzet VN-klimaattop COP31 |
Q4 2026 |
|
Kamerbrief |
Openstelling tweerichtingscontracten zon-PV en windenergie |
Q1 2027 |
|
Kamerbrief |
Jaarlijkse SDE++ openstelling |
Q1 2027 |
|
Kamerbrief |
Start implementatie doorontwikkelen Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV) |
Q1 2027 |
|
Kamerbrief |
Voortgang uitwerking 4 leidende principes voor uitvoerbaar beleid |
Q1 2027 |
|
Kamerbrief |
Hoofdlijnen Plan Energie Hoofdinfrastructuur (PEH) |
Q1-Q2 2027 |
Wetgevingsagenda 2026
|
Titel |
Oorsprong |
Eerstvolgende fase |
|---|---|---|
|
Wetsvoorstel ter implementatie van EED richtlijn 2023/1791 |
Implementatie |
Nota n.a.v. verslag |
|
Wetsvoorstel tot wijziging van de Omgevingswet, Algemene wet bestuursrecht en de Wet windenergie op zee ter implementatie van onderdelen van de met Richtlijn 2023/2413 gewijzigde richtlijn hernieuwbare energie (REDIII, vergunnen) |
Implementatie |
Nota n.a.v. verslag |
|
Wetsvoorstel ter uitvoering van de sanctiebepaling van de verordening 2024/1787 inzake de beperking van methaanemissies in de energiesector |
Implementatie |
Nota n.a.v. verslag |
|
Wijziging Kernenergiewet ivm bedrijfsduurverlenging Borssele |
Coalitieakkoord |
Nota n.a.v. verslag |
|
Wetsvoorstel ter implementatie van richtlijn 2024/1711 en Verordening (EU) 2024/1747 inzake verbeteren van de opzet van de elektriciteitsmarkt van de Unie (EMD) en Verordening (EU) 2024/1106 ter verbetering van de bescherming van de Unie tegen marktmanipulatie op de groothandelsmarkt voor energie (EMD) |
Implementatie |
Aanbieding aan TK |
|
Wetsvoorstel tot wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met een jaarverplichting hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong voor de waterstofgebruikende industrie (uitvoering artikel 22bis van de gewijzigde richtlijn hernieuwbare energie (richtlijn 2023/2413; RED III) |
Implementatie |
Aanbieding aan TK |
|
Wijziging Wet milieubeheer i.v.m. jaarverplichting groengaseenheden voor leveranciers aan eindgebruikers met een kleine aansluiting (Wetsvoorstel bijmengverplichting groen gas) |
Coalitieakkoord |
Nader rapport |
|
Wetsvoorstel ter implementatie van verordening 2024/1252 (Critical raw materials act) |
Implementatie |
Nader rapport |
|
Wetsvoorstel ter implementatie van richtlijn 2024/1711 (EMD) voor onderdeel «Contracts for Difference» Hernieuwbare energie |
Implementatie |
Raad van State |
|
Uitvoeringswet verordening certificeringskader voor permanente koolstofverwijderingen, koolstoflandbeheer en koolstofopslag in producten |
Implementatie |
Raad van State |
|
Wetsvoorstel milieuprestatie-eisen in de Grond-, weg- en waterbouw |
Nationaal beleid |
Raad van State |
|
Wetsvoorstel bestrijding energieleveringscrisis (i.v.m. EU-verordening gasleveringszekerheid) |
Implementatie en nationaal beleid |
Toetsen |
|
Wijziging Energiewet i.v.m. Herschikking Gasrichtlijn 2009/73/EU Herschikking Gasverordening 715/2009/EU (decarbonisatiepakket) |
Implementatie |
Toetsen |
|
Kaderwet Circulaire Economie |
Nationaal beleid |
Internetconsultatie |
|
Implementatie NZIA |
Implementatie |
Interne voorbereiding loopt |
|
Herziening Mijnbouwwet |
Nationaal beleid |
Interne voorbereiding loopt |
|
Wijziging CO2-heffing industrie: tarief op € 0 (opschorting van het instrument) |
Nationaal beleid |
Interne voorbereiding loopt |
|
Wetgevingsprogramma en aanpak netcongestie |
Nationaal beleid |
Interne voorbereiding loopt |
|
Wetsvoorstel implementatie wijziging Europese verordening overbrenging afvalstoffen |
Implementatie |
Interne voorbereiding loopt |
|
Wetsvoorstel implementatie Ecodesign vereisten voor duurzame producten 2024/1781 |
Implementatie |
Interne voorbereiding loopt |
|
Wetsvoorstel implementatie herziening Kaderrichtlijn afvalstoffen 2025/1892 |
Implementatie |
Interne voorbereiding loopt |
|
AMvB Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid luiers en incontinentiemateriaal |
Nationaal beleid |
Voorhang |
|
AMvB voor aanwijzen categorieën projecten van zwaarwegend maatschappelijk belang (onder Versterking regie volkshuisvesting van VRO) |
Netcongestie |
Nader rapport |
|
AMvB ter implementatie van Batterijenverordening 2023/1542 |
Implementatie |
Nader rapport |
|
Besluit collectieve warmte |
Coalitieakkoord |
Raad van State |
|
AMvB ter uitvoering van Wet bestrijding energieleveringscrisis |
Implementatie en nationaal beleid |
Interne voorbereiding loopt |
|
AMvB ter implementatie van EED richtlijn 2023/1791 |
Implementatie |
Interne voorbereiding loopt |
|
AMvB houdende regels met betrekking tot de Wet jaarverplichting brandstoffen van niet-biologische oorsprong industrie (uitvoering artikel 22bis van de gewijzigde richtlijn hernieuwbare energie (richtlijn 2023/2413; REDIII) |
Implementatie |
Interne voorbereiding loopt |
|
AMvB ter uitvoering van verordening 2024/1787 inzake de beperking van methaanemissies in de energiesector |
Implementatie |
Interne voorbereiding loopt |
|
AMvB ter implementatie van richtlijn 2024/1711 inzake verbeteren van de opzet van de elektriciteitsmarkt van de Unie (EMD) |
Implementatie |
Interne voorbereiding loopt |
|
AMvB houdende regels m.b.t. Wetsvoorstel bijmengverplichting groen gas |
Nationaal beleid |
Interne voorbereiding loopt |
|
Verzamel AMvB KGG-LVVN tbv inhoudelijke wijzigingen AMvB’s onder de Omgevingswet |
Versnelling, noodzakelijk onderhoud |
Interne voorbereiding loopt |
|
Wetgevingsprogramma en aanpak netcongestie |
Nationaal beleid |
Interne voorbereiding loopt |
|
Wijziging van het Bal, Ob en het Bbl ivm actualisatie en vereenvoudiging energiebesparingsplicht |
Nationaal beleid |
Interne voorbereiding loopt |
|
Verzamel AMvB onder Verzamelwet KGG 2026 |
Nationaal beleid |
Interne voorbereiding loopt |
|
Besluit duurzaamheid biomassa |
Nationaal beleid |
Interne voorbereiding loopt |
|
Wijziging van het Besluit beheer verpakkingen 2014 ivm wijzigingen statiegeld |
Nationaal beleid |
Interne voorbereiding loopt |
|
AMvB milieuprestatie-eisen in de Grond-, weg- en waterbouw |
Nationaal beleid |
Interne voorbereiding loopt |
|
AMvB implementatie Verordening verpakkingen en verpakkingsafval 2025/40 |
Implementatie |
Interne voorbereiding loopt |
|
AMvB implementatie wijziging Europese verordening overbrenging afvalstoffen |
Implementatie |
Interne voorbereiding loopt |
|
AMvB implementatie herziening Kaderrichtlijn afvalstoffen 2025/1892 |
Implementatie |
Interne voorbereiding loopt |
|
AMvB implementatie verordening circulaire voertuigen |
Implementatie |
Interne voorbereiding loopt |
|
Wijziging van het Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik |
Nationaal beleid |
Interne voorbereiding loopt |
COFFIS staat voor de Coalition on Phasing Out Fossil Fuel Incentives Including Subsidies. Deze coalitie heeft op dit moment 17 lidstaten. Nederland spreekt in nationaal beleid over «fossiele regelingen of prikkels». In internarionaal verband wordt echter nog vaak de term fossiele subsidies gebruikt.
Een contract for difference, een zogenaamd tweerichtingscontracten, geeft elektriciteitsproducenten de prijszekerheid van een minimale elektriciteitsprijs. Bij lagere prijzen ontvangen producenten steun van de overheid. Bij hoge prijzen betalen producten de overheid.
Zie ook Kamerbrief «Uitvoering Pakket voor Groene Groei» Kamerstukken II 2025/2026, 33 043, nr. 119.
De Flex-e regeling is een Nederlandse subsidie voor bedrijven en instellingen om hun elektriciteitsverbruik flexibeler te maken en netcongestie te verminderen.
COFFIS staat voor de Coalition on Phasing Out Fossil Fuel Incentives Including Subsidies. Deze coalitie heeft op dit moment 17 lidstaten. Nederland spreekt in nationaal beleid over «fossiele regelingen of prikkels». In internarionaal verband wordt echter nog vaak de term fossiele subsidies gebruikt.
Een contract for difference, een zogenaamd tweerichtingscontracten, geeft elektriciteitsproducenten de prijszekerheid van een minimale elektriciteitsprijs. Bij lagere prijzen ontvangen producenten steun van de overheid. Bij hoge prijzen betalen producten de overheid.
Zie ook Kamerbrief «Uitvoering Pakket voor Groene Groei» Kamerstukken II 2025/2026, 33 043, nr. 119.
De Flex-e regeling is een Nederlandse subsidie voor bedrijven en instellingen om hun elektriciteitsverbruik flexibeler te maken en netcongestie te verminderen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36800-XXIII-57.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.