36 800 XV Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026

D VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID1

Vastgesteld 28 april 2026

1. Inleiding

De leden van de BBB-fractie hebben met grote belangstelling kennisgenomen van de Begrotingsstaten Sociale zaken en Werkgelegenheid 2026 en maken graag van de gelegenheid gebruik om de regering hierover nog enkele vragen te stellen.

De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van het voorstel. Deze leden constateren dat de voorliggende begroting, in samenhang met voorgenomen beleidswijzigingen zoals aangekondigd in recente Kamerbrieven en het regeerakkoord, belangrijke gevolgen kan hebben voor de inkomenspositie van gezinnen en de positie van werkenden. Voor deze leden is van belang dat deze keuzes bijdragen aan het verkleinen van ongelijkheid en het ondersteunen van gezinnen die dat het hardst nodig hebben. Tegen deze achtergrond hebben deze leden enkele vragen, met name over de afbouw van de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK), de voorgenomen nieuwe kindregeling en de rol van vakbonden bij de uitvoering van beleid.

Het lid van de 50PLUS-fractie heeft kennisgenomen van het voorstel en heeft naar aanleiding van het debat over de regeringsverklaring van 7 april 2026 nog enkele vragen en opmerkingen op het gebied van de AOW en pensioenen.

2. Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie

De leden van de BBB-fractie lezen in de memorie van toelichting van de voorliggende begroting dat het aantal werkenden in absolute aantallen nog nooit zo hoog is geweest. Vervolgens wordt op dezelfde pagina voor het aantal mensen in armoede een percentage gehanteerd.2

1.

Deze leden vernemen graag wat het percentage (in plaats van het aantal) werkenden is over de jaren heen. Waarom heeft de regering voor dit verschil in weergave en benadering gekozen?

Deze leden lezen daarnaast in de memorie van toelichting dat het medisch advies van de bedrijfsarts leidend wordt bij de toets op re-integratie inspanningen.3 Hiermee wordt het stelsel eenvoudiger en het ontlast de verzekeringsartsen van het UWV. Deze leden merken op dat grote bedrijven in de regel een eigen bedrijfsarts op de loonlijst hebben staan, waardoor zij ook eenvoudig toegang hebben tot deze bedrijfsarts. Het midden- en kleinbedrijf (MKB) is voor de beoordeling door een bedrijfsarts afhankelijk van een externe (meestal via een arbodienst ingehuurde) bedrijfsarts waarmee in de praktijk geen korte lijnen bestaan. Ook bij (externe) bedrijfsartsen bestaan tekorten en een hoge werkdruk.

2.

Is de regering het met de leden van de BBB-fractie eens dat door meer verantwoordelijkheid te leggen bij de bedrijfsarts en de toets op re-integratie inspanningen door een onafhankelijke derde te schrappen, de situatie ontstaat dat de bedrijfsarts als het ware zijn eigen vlees keurt?

3.

Is de regering het met deze leden eens dat er ongelijkheid tussen bedrijven kan ontstaan wanneer grote bedrijven door een werkgever-werknemer relatie invloed uit kunnen oefenen op een bedrijfsarts, waar kleine bedrijven die afhankelijk zijn van een externe bedrijfsarts die invloed niet uit kunnen oefenen?

4.

Is de regering het met deze leden eens dat op deze wijze ook ongelijkheid tussen werknemers kan ontstaan, waarbij de grootte van het bedrijf en/of het in dienst hebben van een eigen bedrijfsarts een bepalende factor is?

Deze leden ontvangen graag een toelichting op bovenstaande vragen.

De leden van de BBB-fractie lezen in de memorie van toelichting dat er 60 miljoen euro beschikbaar wordt gesteld vanuit de SZW begroting voor cofinanciering van het Europese Social Climate Fund.4

5.

Kan de regering duiden waarom deze uitgave ten laste zou moeten gaan van de begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid in plaats van de begroting Klimaat en Groene Groei, waar miljarden zijn gereserveerd voor de energietransitie?

Deze leden lezen daarnaast in de memorie van toelichting dat de regering het cao-stelsel wil versterken.5 De laatste zin van die alinea luidt: «En we willen de onafhankelijkheid van vakbonden versterken».

6.

Wat wordt met deze zin exact bedoeld? Gaat het om de onafhankelijkheid van werknemers van vakbonden of gaat het om de onafhankelijkheid van vakbonden van werknemers? En wat zou, ongeacht om welke onafhankelijkheid het gaat, daarmee bereikt moeten worden? De leden van de BBB-fractie ontvangen graag een duidelijke en concrete uitleg.

3. Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie

Afbouw inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK)

De leden van de SP-fractie lezen in de beantwoording van de regering op vragen die in de Tweede Kamer over deze begroting zijn gesteld dat de afbouw van de IACK per 2027 doorgaat en hiermee met € 134 wordt verlaagd voor dat jaar.6 Tegelijkertijd constateren deze leden dat de invoering van de (bijna) gratis kinderopvang wederom is uitgesteld van 2027 naar 2029.7 Hierdoor ontstaat een situatie waarin de afbouw van de IACK al van start gaat terwijl de invoering van de (bijna) gratis kinderopvang nog niet is gerealiseerd. Dit kan in de tussenliggende periode gevolgen hebben voor de inkomenspositie van ouders met jonge kinderen. Gelet op het feit dat de effecten van beleid uit de voorliggende begroting doorwerken in de daaropvolgende jaren, achten deze leden het van belang om inzicht te krijgen in de gevolgen van deze samenloop voor de inkomenspositie van ouders met jonge kinderen.

1.

Is in de voorliggende begroting rekening gehouden met de afbouw van de IACK en het uitstel van de (bijna) gratis kinderopvang?

2.

Kan de regering toelichten welke gevolgen zij verwacht van de afbouw van de IACK in combinatie met het uitstel van de invoering van (bijna) gratis kinderopvang voor ouders met jonge kinderen?

Nieuwe kindregeling

In de memorie van toelichting van de voorliggende begroting lezen de leden van de SP-fractie dat de regering werkt aan een vereenvoudiging van inkomensondersteuning als onderdeel van de bestaanszekerheid.8 Hierin wordt verwezen naar de Hervormingsagenda Inkomensondersteuning en een uitwerking hiervan in de Kamerbrief van 11 juli 2025. In deze brief wordt gerefereerd naar de eerdergenoemde optie voor één vereenvoudigde regeling (kindgebonden budget en kinderbijslag) met één wettelijk kader.9 Inmiddels is bekend dat de regering streeft naar de invoering van een nieuwe kindregeling met een hoger vast en een lager variabel bedrag.10

Hoewel een versimpeling van het toeslagensysteem voordelen met zich meebrengt, hebben deze leden hun zorgen over de kindregeling die de regering in gedachten heeft. Uit berekeningen van het Centraal Planbureau (CPB) is gebleken dat hogere inkomens meer van deze nieuwe regeling zullen profiteren dan de lagere.11 Hogere inkomens zullen er per saldo meer op vooruitgaan dan lagere inkomens. Bovendien gaan lagere inkomens er qua mediane koopkracht meer op achteruit dan hogere inkomens, onder andere omdat zij minder profiteren van de nieuwe kindregeling.12

Voornoemde leden vinden dit een ongewenste ontwikkeling aangezien hierdoor het verschil tussen hogere en lagere inkomens toeneemt en de inkomensondersteuning minder gericht wordt op gezinnen die deze het hardst nodig hebben. Hierover hebben deze leden de volgende vragen:

3.

Kan de regering toelichten waarom de voorgestelde kindregeling zodanig is vormgegeven dat hogere inkomens per saldo meer profiteren dan lagere inkomens?

4.

Hoe weegt de regering de voordelen van deze specifieke vereenvoudiging van het stelsel af tegen het nadeel dat de ondersteuning minder terechtkomt bij gezinnen met de laagste inkomens?

5.

Acht de regering het wenselijk dat een vereenvoudiging van het stelsel van inkomensondersteuning gepaard gaat met een relatieve verslechtering van de positie van lagere inkomens?

6.

Welke alternatieve varianten heeft de regering overwogen, en waarom is niet gekozen voor een variant waarbij de ondersteuning sterker gericht blijft op lage inkomens en een grotere bijdrage levert aan het verminderen van kinderarmoede?

7.

Hoe beoordeelt de regering de constatering van het CPB dat de kindregeling bijdraagt aan het uitblijven van koopkrachtverbetering voor lagere inkomens?

8.

Acht de regering het wenselijk dat een maatregel binnen het stelsel van inkomensondersteuning bijdraagt aan het uitblijven van koopkrachtverbetering voor huishoudens met lage inkomens?

9.

Deelt de regering de opvatting dat inkomensondersteuning voor gezinnen in de eerste plaats gericht moet zijn op het ondersteunen van de laagste inkomens? Hoe verhoudt de voorgestelde kindregeling zich tot dit uitgangspunt?

10.

Hoe verhoudt de voorgestelde kindregeling zich tot de doelstelling van de regering om met ambitieuze inzet zoveel mogelijk mensen uit de armoede te halen of te voorkomen dat ze hierin belanden13, nu uit doorrekeningen blijkt dat lagere inkomens er relatief minder op vooruitgaan?

11.

In de memorie van toelichting van de voorliggende begroting wordt voorgesteld het kindgebonden budget sterker te richten op lagere en middeninkomens door een steilere afbouw bij hogere inkomens (Verhoging afbouwpercentage kindgebonden budget voor inkomens vanaf € 60.000).14 Hoe verhoudt deze keuze zich tot de voorgenomen kindregeling, waarbij hogere inkomens per saldo relatief meer profiteren dan lagere inkomens?

Vakbonden

12.

De regering benadrukt in de memorie van toelichting van deze begroting het belang van samenwerking met sociale partners en het overleg met hen bij de uitvoering van beleid. Hoe beoordeelt de regering de huidige stand van overleg met vakbonden? Acht zij dit toereikend om de geformuleerde doelstellingen, zoals beschreven in de memorie van toelichting, te realiseren?

13.

Welke gevolgen heeft het uitblijven van deelname van vakbonden aan overleg met de regering voor de uitvoering van de voorliggende begroting SZW-begroting 2026?

14.

Is de regering van mening dat zij een actieve verantwoordelijkheid heeft om vakbonden weer volwaardig aan tafel te krijgen? Zo ja, welke concrete stappen heeft zij daartoe gezet of is zij voornemens te zetten onder andere in het kader van de uitvoering van deze begroting?

4. Vragen en opmerkingen van het lid van de 50PLUS-fractie

Het lid van de fractie van 50PLUS heeft naar aanleiding van het debat van 7 april 2026 over de regeringsverklaring nog een aantal openstaande vragen op het gebied van de AOW en pensioenen.15 In het debat is aangegeven dat de Minister van SZW deze vragen per brief zal beantwoorden. Ten behoeve van de volledigheid en gelet op de actualiteit brengt dit lid de vragen opnieuw in dit verslag.

Het plan uit het coalitieakkoord om de AOW-leeftijd te verhogen stuit op veel (maatschappelijke) weerstand, meent dit lid. De Tweede Kamer roept middels de motie van de leden Stoffer en Markuszower daarom op tot verzachting van de voorgenomen versnelde stijging van de AOW-leeftijd.16 De coalitiepartijen steunen deze motie ook, wat betekent dat de regering de plannen moet herzien om de lasten voor ouderen te beperken, meent dit lid. CNV is bijvoorbeeld fel tegenstander van deze motie.17

Er wordt in het Algemeen Dagblad (AD) aangegeven dat er alternatieven zijn voor plannen uit het coalitieakkoord om de AOW-leeftijd te verhogen.18 Klopt deze bewering van het AD? Op welke alternatieven wordt gedoeld en waar liggen deze nu klaar?

In een interview met het AD geeft de Minister van SZW aan dat hij nadrukkelijk aan fiscalisering van de AOW denkt.19 Denkt de regering na over ingrijpen in de AOW-uitkeringen zelf? Zo ja, aan welke maatregelen denkt de regering, naast fiscalisering uit de lijst van de 18e Studiegroep begrotingsruimte20 of de Ombuigingslijst 2025?21 Zo nee, zoekt de regering dan de alternatieven buiten de AOW-uitkeringen zelf? Waar wordt dan aan gedacht?

Het aan het woord zijnde lid wijst in dit verband op een aantal artikelen en publicaties van deskundigen, die allen laten zien dat de AOW als percentage van het BNP betaalbaar blijft en juist niet stijgt maar zelfs daalt ten opzichte van 1980.22

In de prognoses van het Centraal Plan Bureau voor 2040 (waarin het aandeel van de AOW-uitgaven oploopt tot 5,7% van het BBP) zit zelfs de aanname zit dat de AOW-uitkeringen worden gekoppeld aan de reële loonstijgingen.23 Acht de regering dit niet hoogst onwaarschijnlijk, gezien de weerstand die diverse partijen al hebben met koppeling aan het minimumloon?

Uit de zelfgekozen persmomenten van het kabinet lijkt het dat de AOW onbetaalbaar dreigt te worden: «Het klinkt boekhouderig, maar de vraag blijft echt hoe we de lasten blijven betalen in de toekomst,» aldus de Minister van SZW.24

Hoe kan de regering volhouden dat de lasten van de AOW niet meer betaalbaar zijn in de toekomst, als je naar berekeningen van een aantal deskundigen kijkt? Econoom Martin Visser noemt de stijging van de AOW ten opzichte van de zorgkosten «een muis vergeleken met de vergrijzingsolifant die de gezondheidszorg is25 Visser stelt dat er geen probleem met de AOW is. Kan de regering aangeven waar het kabinet eventuele knelpunten ziet ten aanzien van de toekomstige betaalbaarheid?

Het CBS meldt, op basis van cijfers over 2024 van de overheidsfinanciën, dat in 2024 voor het eerst in de geschiedenis de AOW-uitkeringen voor meer dan de helft uit de algemene belastingmiddelen moesten worden betaald.26 Het kwam op dit lid over alsof het een natuurverschijnsel is als gevolg van de vergrijzing. Maar is de regering het eens met dit lid, dat het pure regie is van de wetgever, door het verlagen van de grondslag van de AOW-premie van werkenden?

Met name het verschil in heffingskortingen voor werkenden in de eerste schijf van de inkomstenbelasting ten opzichte van die van uitkeringsgerechtigden en AOW-gerechtigden wordt steeds groter. Hoogleraar Algemene Staatsleer Jos Teunissen legt dit fenomeen al in 2019 uit. Hij noemt het «stiekem belastingen verhogen», en doelt daarmee, volgens dit lid, op de hógere belasting van uitkeringsgerechtigden en AOW-gerechtigden als gevolg van die lágere kortingen.27 Het verschil is inmiddels, zes jaar later, verder toegenomen, volgens het aan het woord zijnde lid. Dit hangt met name samen met de arbeidskorting die ten laste komt van de eerste schijf in de inkomstenbelasting en die feitelijk druk zet op de opbrengst van de AOW-premie. Hierdoor betalen werkenden in de lage en middeninkomens nog slechts circa 40% van de volledige AOW-premie. Dit verklaart dat de financiering van de AOW steeds vaker uit algemene middelen plaatsvindt. Is de regering het eens met de verklaring van dit lid? Waarom wordt deze onderliggende oorzaak van de dalende premie-inkomsten niet expliciet benoemd door de regering?

Voor de totale belastingdruk van werkenden maakt het niets uit als AOW-gerechtigden weer AOW-premie zouden moeten gaan betalen. Maar de last wordt dan eenzijdig bij AOW-gerechtigden gelegd, omdat zij in het geval van fiscalisering28 veel meer AOW-premie gaan betalen dan werkenden.29 Met name de armere AOW-gerechtigden betalen veel meer vanwege het verlies aan heffingskortingen. Is dit ook de bedoeling?30 Zij betalen dan toch belasting over het kleinste deel van hun pensioen? Is dit beoogd en zo ja, wat is hiervan dan de motivering?

Het lid van de fractie van 50PLUS wijst hierbij op het feit dat AOW-gerechtigden niets meer opbouwen. Zij genieten de AOW-uitkering en hebben daar al in hun werkzame leven voor betaald. Dit lid vraagt de regering wat er wordt gestimuleerd door AOW-gerechtigden opnieuw (zelfs veel meer) AOW-premie te laten betalen dan werkenden? Hoe ziet de regering het voor zich dat AOW-gerechtigden zich aanpassen aan de forse inkomensderving van ongeveer 15% netto? Als het doel is alleen eenzijdig en specifiek ten koste van deze groep een begrotingstekort te dichten, kan de regering dan nog wel spreken over een rechtvaardige belastingheffing? Wat is de motivering om bij alleen deze groep een heffing van nominaal 17,9% neer te leggen?31

Kan de regering aangeven of het risico wordt onderkend dat op grond van artikel 1 en artikel 14 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens in combinatie, evenals bij box 3, een rechter tot de beoordeling komt dat er een individuele en buitensporige belasting wordt opgelegd bij een specifieke bevolkingsgroep, zonder fundamenteel en specifiek doel (discriminatie)? Kan de regering hier nog spreken van proportionaliteit?

Kan de regering reageren op het voorstel van het lid van de fractie van 50PLUS, zoals genoemd in het debat van 7 april 2026, om personen die in Nederland AOW-rechten hebben opgebouwd maar vervolgens terugkeren naar hun land van herkomst, de betaalde AOW-premie in de vorm van een eenmalige afkoop te laten verrekenen?32 Kan de regering daarbij ingaan op de uitvoerbaarheid, de verwachte aantallen betrokken personen en de budgettaire consequenties, en de Sociale Verzekeringsbank hierbij betrekken?

De grote groep gepensioneerden met een aanvullend pensioen heeft ook sinds 2009 een koopkrachtverlies opgelopen, bijvoorbeeld een koopkrachtverlies tot maar liefst 25% bij het Pensioenfonds Metaal en Techniek33, dat, volgens dit lid, nooit meer «gerepareerd» wordt omdat het pensioenstelsel ingrijpend gewijzigd wordt. De pensioentransitie waar Nederland middenin zit, lijkt volgens dit lid niet goed uit te pakken, terwijl daar bij de wetsbehandeling in de Tweede en Eerste Kamer nadrukkelijk door de oppositie voor is gewaarschuwd.34 Hoe kijkt de regering naar deze ontwikkeling?

Het gevaar voor de transitie zit, volgens dit lid, in het feit dat het invaarmoment afhankelijk is van de rekenrente van het stelsel van de Pensioenwet 2007. De lange termijn rente ligt op dit moment rond 3,6%, het hoogste niveau in 15 jaar. Dit lid tekent aan dat het afrenten op dit renteniveau ook tot oprenten op hetzelfde niveau moet leiden. Dit is met name van belang voor de waardeoverdracht naar het nieuwe stelsel, «invaren» genaamd.

De timing van deze pensioentransitie kan, volgens dit lid, nauwelijks slechter. Pensioenfondsen die vanaf 2027 overgaan op het nieuwe stelsel zullen dat naar alle waarschijnlijkheid doen tegen een aanzienlijk hogere rekenrente. Ziet de regering ook dat dat een direct gevolg heeft? Deelnemers, vooral gepensioneerden, krijgen in 2027 een veel kleiner vermogen overgeboekt ter dekking van hun opgebouwde – maar feitelijk «verdampte» – pensioentoezegging. Dat lagere startvermogen vormt vervolgens de basis voor hun toekomstige pensioen, dat daardoor ook lager uitvalt. Is dat niet simpelweg het onvermijdelijke gevolg van een hogere rekenrente?

Voor die waardeoverdracht meldde PensioenPro op 13 april 2026 dat de Gas Unie in januari 2026 aandelenputopties en swaptions aangekocht heeft om de dekkingsgraad te beschermen.35 Kan de regering aangeven hoe het de eventuele dreigende kortingen van pensioenen gaat uitleggen?

Het AFM en Bas Werker (hoogleraar finance en econometrie) waarschuwden er herhaaldelijk voor dat duidelijk gecommuniceerd moet worden dat onder het nieuwe stelsel grotere verlagingen van de pensioenen kunnen optreden dan onder het oude stelsel met de rekenrente.36 Tot op heden wordt daar, volgens dit lid, geen gehoor aangegeven. Waarom geeft de regering geen gehoor aan deze oproep?

Is de keuze van de wetgever om de rekenrente en dus de boekhoudkundige koppeling in de Pensioenwet 2007 als uitgangspunt te nemen voor de waardeoverdracht (het invaren) naar de Wet toekomst pensioenen niet verantwoordelijk voor de afhankelijkheid van dat moment van rente en beurzen? Er werd, volgens dit lid, toch juist aangegeven dat men af wilde van het systeem van de rekenrente? Waarom is dat «weggaan» van de rekenrente niet gelukt en is gekozen het invaarmoment met alle onzekerheden over wat het pensioen in de toekomst gaat worden juist te koppelen aan die «vermaledijde» rekenrente?

De voorzitter van het ABP, Harmen van Wijnen, zegt dat «pensioenfondsen er zijn voor de lange termijn»37 Hoe kijkt de regering naar de koppeling aan korte termijn renteschommelingen en aandelenbewegingen op de beurs in het licht van de logica van bestuursvoorzitter Van Wijnen? Kan hier nog iets aan gedaan worden door de regering? Dit lid wijst in dit verband ook naar het artikel «Karaktermoord» van actuaris Arno Eijgenraam.38

De regering geeft, volgens het aan het woord zijnde lid, steeds aan dat de sociale partners de regels bepalen, maar de regering als medewetgever en zorgplichtdrager ten behoeve van de pensioengerechtigden bepaalt toch de wetgeving en dus de regels? Zo niet, kan de regering dan aangeven waarom dit niet het geval is? Dit lid doelt ook op het feit dat de spelregels voor bepaalde groepen expliciet onrechtvaardig uitpakken. Is de regering het hiermee eens? Wat maakt dat de regering niet ingrijpt?

Een voorbeeld van dit feit ligt in de juridische analyse voor de Tweede Kamer door professor Niek Peters in juni 2024, waarin hij nadrukkelijk waarschuwt voor een inbreuk op het eigendomsrecht zoals genoemd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, als er met vermogens geschoven wordt.39 Op basis van vele transitieplannen gebeurt het tóch dat vermogen van gepensioneerden wordt gebruikt om de pensioenpremies voor werkgevers te verlagen ten koste van het vermogen dat is opgebouwd door gepensioneerden. Herkent de regering dat de waarschuwing van prof. Peters ook hierop kan doelen?

Het hoorrecht voor gepensioneerden werd, volgens de gepensioneerdenverenigingen, door een aantal pensioenfondsen, waaronder het ABP, niet serieus genomen, waardoor gepensioneerden, volgens hen, geen zeggenschap hebben gehad op wat er gebeurde en nu gebeurt.40 Wat maakt dat de regering niet ingrijpt op deze ontwikkeling? Het mag kennelijk allemaal van de regering, De Nederlandsche Bank als toezichthouder en aangestelde regeringscommissaris.

Dit lid vraagt tevens of de regering erkent dat die spelregels van sociale partners toch in hoge mate het beleggingsbeleid van de pensioenfondsen bepalen? Zo nee, waarom niet? Het aan het woord zijnde lid wijst ook op de consequenties die deskundigen schetsen voor pensioengerechtigden, die daardoor gewoon veel lagere pensioenen krijgen.

Zo reageerde op 16 april 2026 opnieuw oud-hoofdeconoom van ABN-Amro Han de Jong in Wynia’s Week: «Het duurzaamheidsdenken lijkt inmiddels zo ingebakken te zitten in het DNA, de cultuur en de dagelijkse praktijk bij APG dat het een focus op het behalen van tenminste marktconforme rendementen danig in de weg zit. Feitelijk is APG verworden tot een activistische duurzaamheids-NGO die het beheer van de pensioenen van bijna vijf miljoen mensen als een enigszins irritante nevenactiviteit beschouwt. Activisten hebben meer invloed op het beleggingsbeleid dan de deelnemers aan de pensioenfondsen die de eigenaren van het geld zijn. Door weinig transparantie te verschaffen blijft het onder de deelnemers van de pensioenfondsen rustig. Het zal niet meevallen om de koers van zo’n groot schip te verleggen.»41

De miljoenen pensioengerechtigden bij het ABP zijn nog rustig, omdat, volgens dit lid, het slechte nieuws niet richting hen gecommuniceerd wordt. Mensen weten het niet. Het kabinet doet, volgens dit lid, niets om de beeldvorming te nuanceren en te verhelderen dat het bij het invaren niet uitsluitend om grote verhogingen gaat.

In de Telegraaf van 17 april 2026 berichtte ook Prisco Battes het volgende: «De koerswinsten die pensioenfondsen mislopen door «duurzaam» beleggen lopen in de miljarden. APG vernietigt evenveel kapitaal als er tijdens de financiële crisis van 2008 aan staatssteun moest worden uitgegeven.»42

Hoe kijkt de regering naar de harde feiten van mogelijk flink lagere pensioenen voor miljoenen deelnemers, slapers en gepensioneerden die nog moeten invaren, omdat het verplicht is? Hoe kijkt de regering naar het feit dat hier, volgens dit lid, nauwelijks over wordt gecommuniceerd door de pensioenfondsen, terwijl er wel optimistische verwachtingen worden gewekt waarvan bij «inzoomen» blijkt dat het veel genuanceerder ligt? Wat maakt dat de regering die beelden niet bijstelt, maar juist aanmoedigt?43 Loopt de regering geen gevaar op juridische «zeperds?» Dit lid wijst daarbij ook op het ontwikkelende consumentenrecht. Bedenk daarbij dat de aanvullende pensioenen verplicht zijn en dat de Wet toekomst pensioenen de autonome contractpartij deelnemer, slaper en gepensioneerde, geheel uitschakelt bij de sluiting van de uitkeringsovereenkomsten en het aangaan van de premieovereenkomst zonder behoud van rechten. Zie in dit verband het artikel van Ilona van Mechelen en Anne de Groot in de Actuaris van april 2026.44 Zo nee, waarom niet?

In de Tweede Kamer werd de motie Struijs en Van Brenk ingediend om onafhankelijk onderzoek te laten verrichten door onder anderen niet-Nederlandse deskundigen naar de omvang en oorzaken van de slechtere prestaties van de Nederlandse pensioenfondsen sinds 2020 in vergelijking met de relevante internationale indexen en benchmarks, en de Kamer hierover voor Prinsjesdag te informeren.45 Heeft de regering een verklaring voor uitstellen van het onderzoek? Kan de regering aangeven of er een commissie wordt ingesteld? Zo ja, wat wordt de exacte opdracht, wat is de samenstelling en zullen ook gepensioneerden daarin vertegenwoordigd zijn? Is de regering bereid De Nederlandsche Bank (DNB) als adviseur te betrekken? Wanneer wordt het onderzoek afgerond en wanneer wordt de Eerste Kamer daarover geïnformeerd? Indien geen commissie wordt ingesteld, wat is dan, mede gezien de teleurstellende beleggingsresultaten, de onderbouwing daarvan?

Dit lid diende al op 25 november 2025 twee moties in met het verzoek om halfjaarlijks inzicht te geven in de vermogensontwikkeling van Nederlandse pensioenfondsen, inclusief de achterliggende oorzaken.46 Was het dan niet in het licht van het bovenstaande voor deelnemers van groot belang te weten hoe hun pensioenaanspraken zijn omgezet in pensioenvermogen («het pensioenpotje») en welk feitelijk rendement sinds de transitie is behaald? Zo nee, waarom niet?

De hiervoor genoemde moties benadrukken dat deze informatie actief met deelnemers moet worden gedeeld en verzoeken de regering de ingevaren pensioenfondsen daartoe te verplichten en de Kamers hierover tijdig te informeren. Hoewel deze twee moties zijn aangehouden, onderstrepen recente ontwikkelingen en toenemende berichtgeving ook de noodzaak ervan. Het lid van de 50PLUS-fractie verzoekt daarom om uitvoering van deze aangehouden moties. Kan de regering dit toezeggen?

Over de beleggingsresultaten zelf heeft dit lid de volgende vragen: is het beleggingsresultaat van APG negatief 1,6%? Het totaal van de actief beheerde portefeuilles boekte vorig jaar niet de beoogde «sterke outperformance», maar een rendement dat liefst 3,0% achterbleef bij de benchmark. Klopt dat? Is dan het overig rendement negatief 5%? Dit lid wenst graag een toelichting.

Het aan het woord zijnde lid heeft voorspeld dat het op een complete loterij zou uitdraaien en dat is, volgens dit lid, precies wat er naar alle waarschijnlijkheid gaat gebeuren. Kunnen sociale partners dit zo maar laten gebeuren of heeft het kabinet als medewetgever hier geen eigenstandige verantwoordelijkheid naar haar burgers? Wat gaat de regering doen als het invaren in de Wet toekomst pensioenen inderdaad een loterij is? Welke concrete maatregelen worden genomen om deze grote risico’s te beperken?

Met hetgeen nu gebeurt bij de pensioenfondsen als gevolg van de «wettelijke regels» verdwijnt helaas ook een deel van onze toekomstige belastingopbrengsten. Zelfs bij een bescheiden rendement van 3% over de afgelopen 5 jaar, zou het pensioenvermogen volgens dit lid zijn gestegen tot zo’n 1950 miljard euro. Hadden alleen de extra inkomsten van dat hogere vermogen, met andere regels zich niet vertaald naar hogere pensioenuitkeringen en persoonlijke pensioenrekeningen? Had je dan niet in de toekomst meer dan voldoende belasting kunnen heffen om de AOW-leeftijd niet te hoeven verhogen? Lijkt dat de regering geen hele wrange conclusie? Had dan de wet er niet juist voor kunnen zorgen dat de aanvullende pensioenen zouden zorgen voor een «pensioenboost» van onze economie met een knipoog naar de vele reclames en marketting nu van commerciële bedrijven?47 Daar gaat de winst (rendement) naar de private aandeelhouders en niet naar pensioengerechtigden. Kijk naar het lot van de havenpensioenen.48 Vindt de regering dat wenselijk?

De leden van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid zien de nota naar aanleiding van het verslag met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag binnen vier weken.

De voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Van Gurp

De griffier van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Van der Bijl


X Noot
1

Samenstelling:

Van Apeldoorn (SP), Bakker-Klein (CDA), Van Ballekom (VVD), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Bezaan (PVV), Bovens (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Gurp (GroenLinks-PvdA) (voorzitter), Huizinga-Heringa (ChristenUnie), Karaaslan-Kilic (D66), Koffeman (PvdD), Lagas (BBB), Van der Linden (VVD), Moonen (D66) (ondervoorzitter), Van den Oetelaar (FVD), Perin-Gopie (Volt), Petersen (VVD), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp), Van Wijk (BBB)

X Noot
2

Kamerstukken II 2025–2026, 36 800 XV, nr. 2, p. 10.

X Noot
3

Kamerstukken II 2025–2026, 36 800 XV, nr. 2, p. 89.

X Noot
4

Kamerstukken II 2025–2026, 36 800 XV, nr. 2, p. 13.

X Noot
5

Kamerstukken II 2025–2026, 36 800 XV,

X Noot
6

Kamerstukken II 2025–2026, 36 800 XV, nr. 7, p. 5.

X Noot
7

De Volkskrant, Plan voor bijna gratis kinderopvang opnieuw uitgesteld, 20 april 2026, geraadpleegd via: https://www.volkskrant.nl/politiek/plan-voor-bijna-gratis-kinderopvang-opnieuw-uitgesteld~bb88a464/

X Noot
8

Kamerstukken II 2025–2026, 36 800 XV, nr. 2, p. 11–12.

X Noot
9

Kamerstukken II 2024–2025, 26 448, nr. 849, p. 21.

X Noot
10

Regeerakkoord 2026–2030, «Aan de Slag. Bouwen aan een beter Nederland», p. 46.

X Noot
11

CPB, Analyse coalitieakkoord 2026–2030, februari 2026, p. 13, geraadpleegd via: https://www.cpb.nl/publicatie/analyse-coalitieakkoord-2026-2030

X Noot
12

Ibid.

X Noot
13

Regeerakkoord 2026–2030, «Aan de Slag. Bouwen aan een beter Nederland», p. 46.

X Noot
14

Kamerstukken II 2025–2026, 36 800 XV, nr. 2, p. 144.

X Noot
15

Dit betreft het debat naar aanleiding van de regeringsverklaring, geraadpleegd via: https://www.eerstekamer.nl/verslag/20260407/verslag.

X Noot
16

Kamerstukken II, 2025/2026, 36 848, nr. 57.

X Noot
18

«De alternatieve AOW-plannen liggen allang klaar, maar doen gepensioneerden óók pijn», Laurens Kok, Algemeen Dagblad, 28 februari 2026, geraadpleegd via: https://www.ad.nl/politiek/de-alternatieve-aow-plannen-liggen-allang-klaar-maar-doen-gepensioneerden-ook-pijn~a5dab557/.

X Noot
19

«Minister Vijlbrief wil niemand pesten, maar het mes gaat wél in de uitkeringen», Laurens Kok en Hans van Soest, Algemeen Dagblad, 11 april 2026, geraadpleegd via: Minister Vijlbrief wil niemand pesten, maar het mes gaat wél in de uitkeringen | Nieuws | AD.nl

X Noot
20

Rapport 18e Studiegroep Begrotingsruimte, «De toekomst begint nu», 2024, p. 32 en 33, geraadpleegd via: https://open.overheid.nl/documenten/5c71238d-ee9a-43e7-86ff-8fe29bc19938/file

X Noot
21

Ombuigingslijst 2025 (bijlage bij Miljoenennota), p. 81, nrs. 51–62,

X Noot
22

Zie onder meer: «Opinie: coalitiepartijen schatten toekomstige kosten van AOW hoger in dan nodig is», de Volkskrant, geraadpleegd via: https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-coalitiepartijen-schatten-toekomstige-kosten-van-aow-hoger-in-dan-nodig-is~becea4c5/, «De AOW wordt helemaal niet onbetaalbaar», Crystal Clear Economics, 22 juli 2025, geraadpleegd via: https://crystalcleareconomics.nl/index.php/2025/07/22/de-aow-wordt-helemaal-niet-onbetaalbaar/, «Ingrijpen in de AOW maakt mensen kwaad en is ook helemaal niet nodig», Wynia’s Week, geraadpleegd via: https://www.wyniasweek.nl/ingrijpen-in-de-aow-maakt-mensen-kwaad-en-is-ook-helemaal-niet-nodig/ en «Nieuw AOW-plan onnodig, want betaalbaarheid is geen probleem», De Telegraaf, geraadpleegd via: https://www.telegraaf.nl/financieel/martin-visser-nieuw-aow-plan-onnodig-want-betaalbaarheid-is-geen-probleem/145542869.html

X Noot
23

Rapport 18e Studiegroep Begrotingsruimte, «De toekomst begint nu», 2024, p. 32 en 33, geraadpleegd via: https://open.overheid.nl/documenten/5c71238d-ee9a-43e7-86ff-8fe29bc19938/file

X Noot
24

«Minister Vijlbrief wil niemand pesten, maar het mes gaat wél in de uitkeringen», Laurens Kok en Hans van Soest, Algemeen Dagblad, 11 april 2026, geraadpleegd via: https://www.ad.nl/politiek/minister-vijlbrief-wil-niemand-pesten-maar-het-mes-gaat-wel-in-de-uitkeringen~a7b312fb/

X Noot
25

«Nieuw AOW-plan onnodig, want betaalbaarheid is geen probleem», De Telegraaf, geraadpleegd via: https://www.telegraaf.nl/financieel/martin-visser-nieuw-aow-plan-onnodig-want-betaalbaarheid-is-geen-probleem/145542869.html

X Noot
26

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), «AOW voor het eerst meer dan de helft bekostigd uit belastinggeld», 17 juli 2025, geraadpleegd via: https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2025/29/aow-voor-het-eerst-meer-dan-de-helft-bekostigd-uit-belastinggeld.

X Noot
27

Jos Teunissen, «Stiekem belastingen verhogen», Me Judice, 9 april 2019, geraadpleegd via: https://www.mejudice.nl/artikelen/detail/stiekem-belastingen-verhogen.

X Noot
29

Waarom AOW-ers met een klein pensioen meer betalen.

X Noot
30

Achterliggende berekening is bij griffie bekend.

X Noot
31

Achterliggende berekening is bij griffie bekend.

X Noot
32

Dit betreft het debat naar aanleiding van de regeringsverklaring, geraadpleegd via: https://www.eerstekamer.nl/verslag/20260407/verslag.

X Noot
33

«Gepensioneerden gaan strijd aan: «Pensioenfonds PMT heeft geld genoeg»», De Telegraaf, geraadpleegd via: https://www.telegraaf.nl/financieel/gepensioneerden-gaan-strijd-aan-pensioenfonds-pmt-heeft-geld-genoeg

X Noot
34

Zie de handelingen van het debat over de Wet Toekomst Pensioenen: Kamerstukken I, 2022/2023, 36 067, nr. 32, item 3; Kamerstukken I, 2022/2023, 36 067, nr. 33, item 2; Kamerstukken I, 2022/2023, 36 067, nr. 33, item 8; Kamerstukken I, 2022/2023, 36 067, nr. 34, item 2.

X Noot
35

«Ook fonds Gasunie beschermt dekkingsgraad», Pensioen Pro, geraadpleegd via: https://pensioenpro.nl/ook-fonds-gasunie-beschermt-dekkingsgraad/.

X Noot
36

Zie onder meer Olaf Boschman. (17 maart, 2026). AFM: communicatie over kans op verlaging in Wtp moet beter. Pensioen Pro, geraadpleegd via: https://pensioenpro.nl/afm-communicatie-over-kans-op-verlaging-in-wtp-moet-beter/ en «Deelnemer heeft recht op realistische communicatie over pensioen», FD.nl, 17 december 2024, geraadpleegd via: https://fd.nl/opinie/1540403/deelnemer-heeft-recht-op-realistische-communicatie-over-pensioen?utm_source en AFM: «Wie 20 jaar pensioen ontvangt, loopt gerede kans een forse daling mee te maken», geraadpleegd via https://www.afm.nl/nl-nl/sector/actueel/2025/okt/tb-bas-werker

X Noot
37

Een goed gesprek, Blog Harmen, 22 december 2025, geraadpleegd via: Blog van Harmen: Een goed gesprek | ABP.

X Noot
38

Arno Eijgenraam, Karaktermoord, Pensioen & Praktijk (PensioenBelangen) 2023, nr. 2 (PB2)

X Noot
39

Peters, N. e.a., Juridische analyse inzake Motie Joseph over risico’s van invaren, rapport opgesteld in opdracht van de Commissie Parameters (Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid), 2023, p. 63.

X Noot
41

M. van Andel, «APG is verworden tot een activistische duurzaamheids-NGO die het beheer van de pensioenen van vijf miljoen mensen als een enigszins irritante nevenactiviteit beschouwt», Wynia’s Week, 16 april 2026. Zie ook: M. Tamminga, «Het eigen gelijk van pensioengigant ABP kost werknemers bij overheid en onderwijs miljarden», Wynia’s Week, 14 april 2026

X Noot
44

Ilona van Mechelen en Anne de Groot, Gemiddelden bestaan niet: het nieuwe stelsel biedt kans om de stap te zetten van model naar mens», Actuaris, april 2026, p. 22–23.

X Noot
45

Kamerstukken II, 2025/2026, 36 848, nr. 98.

X Noot
46

Kamerstukken I, 2025/2026, 36 578, D en Kamerstukken I, 2025/2026, 36 578, E.


X Noot
1

Samenstelling:

Van Apeldoorn (SP), Bakker-Klein (CDA), Van Ballekom (VVD), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Bezaan (PVV), Bovens (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Gurp (GroenLinks-PvdA) (voorzitter), Huizinga-Heringa (ChristenUnie), Karaaslan-Kilic (D66), Koffeman (PvdD), Lagas (BBB), Van der Linden (VVD), Moonen (D66) (ondervoorzitter), Van den Oetelaar (FVD), Perin-Gopie (Volt), Petersen (VVD), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp), Van Wijk (BBB)

X Noot
2

Kamerstukken II 2025–2026, 36 800 XV, nr. 2, p. 10.

X Noot
3

Kamerstukken II 2025–2026, 36 800 XV, nr. 2, p. 89.

X Noot
4

Kamerstukken II 2025–2026, 36 800 XV, nr. 2, p. 13.

X Noot
5

Kamerstukken II 2025–2026, 36 800 XV,

X Noot
6

Kamerstukken II 2025–2026, 36 800 XV, nr. 7, p. 5.

X Noot
7

De Volkskrant, Plan voor bijna gratis kinderopvang opnieuw uitgesteld, 20 april 2026, geraadpleegd via: https://www.volkskrant.nl/politiek/plan-voor-bijna-gratis-kinderopvang-opnieuw-uitgesteld~bb88a464/

X Noot
8

Kamerstukken II 2025–2026, 36 800 XV, nr. 2, p. 11–12.

X Noot
9

Kamerstukken II 2024–2025, 26 448, nr. 849, p. 21.

X Noot
10

Regeerakkoord 2026–2030, «Aan de Slag. Bouwen aan een beter Nederland», p. 46.

X Noot
11

CPB, Analyse coalitieakkoord 2026–2030, februari 2026, p. 13, geraadpleegd via: https://www.cpb.nl/publicatie/analyse-coalitieakkoord-2026-2030

X Noot
12

Ibid.

X Noot
13

Regeerakkoord 2026–2030, «Aan de Slag. Bouwen aan een beter Nederland», p. 46.

X Noot
14

Kamerstukken II 2025–2026, 36 800 XV, nr. 2, p. 144.

X Noot
15

Dit betreft het debat naar aanleiding van de regeringsverklaring, geraadpleegd via: https://www.eerstekamer.nl/verslag/20260407/verslag.

X Noot
16

Kamerstukken II, 2025/2026, 36 848, nr. 57.

X Noot
18

«De alternatieve AOW-plannen liggen allang klaar, maar doen gepensioneerden óók pijn», Laurens Kok, Algemeen Dagblad, 28 februari 2026, geraadpleegd via: https://www.ad.nl/politiek/de-alternatieve-aow-plannen-liggen-allang-klaar-maar-doen-gepensioneerden-ook-pijn~a5dab557/.

X Noot
19

«Minister Vijlbrief wil niemand pesten, maar het mes gaat wél in de uitkeringen», Laurens Kok en Hans van Soest, Algemeen Dagblad, 11 april 2026, geraadpleegd via: Minister Vijlbrief wil niemand pesten, maar het mes gaat wél in de uitkeringen | Nieuws | AD.nl

X Noot
20

Rapport 18e Studiegroep Begrotingsruimte, «De toekomst begint nu», 2024, p. 32 en 33, geraadpleegd via: https://open.overheid.nl/documenten/5c71238d-ee9a-43e7-86ff-8fe29bc19938/file

X Noot
21

Ombuigingslijst 2025 (bijlage bij Miljoenennota), p. 81, nrs. 51–62,

X Noot
22

Zie onder meer: «Opinie: coalitiepartijen schatten toekomstige kosten van AOW hoger in dan nodig is», de Volkskrant, geraadpleegd via: https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-coalitiepartijen-schatten-toekomstige-kosten-van-aow-hoger-in-dan-nodig-is~becea4c5/, «De AOW wordt helemaal niet onbetaalbaar», Crystal Clear Economics, 22 juli 2025, geraadpleegd via: https://crystalcleareconomics.nl/index.php/2025/07/22/de-aow-wordt-helemaal-niet-onbetaalbaar/, «Ingrijpen in de AOW maakt mensen kwaad en is ook helemaal niet nodig», Wynia’s Week, geraadpleegd via: https://www.wyniasweek.nl/ingrijpen-in-de-aow-maakt-mensen-kwaad-en-is-ook-helemaal-niet-nodig/ en «Nieuw AOW-plan onnodig, want betaalbaarheid is geen probleem», De Telegraaf, geraadpleegd via: https://www.telegraaf.nl/financieel/martin-visser-nieuw-aow-plan-onnodig-want-betaalbaarheid-is-geen-probleem/145542869.html

X Noot
23

Rapport 18e Studiegroep Begrotingsruimte, «De toekomst begint nu», 2024, p. 32 en 33, geraadpleegd via: https://open.overheid.nl/documenten/5c71238d-ee9a-43e7-86ff-8fe29bc19938/file

X Noot
24

«Minister Vijlbrief wil niemand pesten, maar het mes gaat wél in de uitkeringen», Laurens Kok en Hans van Soest, Algemeen Dagblad, 11 april 2026, geraadpleegd via: https://www.ad.nl/politiek/minister-vijlbrief-wil-niemand-pesten-maar-het-mes-gaat-wel-in-de-uitkeringen~a7b312fb/

X Noot
25

«Nieuw AOW-plan onnodig, want betaalbaarheid is geen probleem», De Telegraaf, geraadpleegd via: https://www.telegraaf.nl/financieel/martin-visser-nieuw-aow-plan-onnodig-want-betaalbaarheid-is-geen-probleem/145542869.html

X Noot
26

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), «AOW voor het eerst meer dan de helft bekostigd uit belastinggeld», 17 juli 2025, geraadpleegd via: https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2025/29/aow-voor-het-eerst-meer-dan-de-helft-bekostigd-uit-belastinggeld.

X Noot
27

Jos Teunissen, «Stiekem belastingen verhogen», Me Judice, 9 april 2019, geraadpleegd via: https://www.mejudice.nl/artikelen/detail/stiekem-belastingen-verhogen.

X Noot
29

Waarom AOW-ers met een klein pensioen meer betalen.

X Noot
30

Achterliggende berekening is bij griffie bekend.

X Noot
31

Achterliggende berekening is bij griffie bekend.

X Noot
32

Dit betreft het debat naar aanleiding van de regeringsverklaring, geraadpleegd via: https://www.eerstekamer.nl/verslag/20260407/verslag.

X Noot
33

«Gepensioneerden gaan strijd aan: «Pensioenfonds PMT heeft geld genoeg»», De Telegraaf, geraadpleegd via: https://www.telegraaf.nl/financieel/gepensioneerden-gaan-strijd-aan-pensioenfonds-pmt-heeft-geld-genoeg

X Noot
34

Zie de handelingen van het debat over de Wet Toekomst Pensioenen: Kamerstukken I, 2022/2023, 36 067, nr. 32, item 3; Kamerstukken I, 2022/2023, 36 067, nr. 33, item 2; Kamerstukken I, 2022/2023, 36 067, nr. 33, item 8; Kamerstukken I, 2022/2023, 36 067, nr. 34, item 2.

X Noot
35

«Ook fonds Gasunie beschermt dekkingsgraad», Pensioen Pro, geraadpleegd via: https://pensioenpro.nl/ook-fonds-gasunie-beschermt-dekkingsgraad/.

X Noot
36

Zie onder meer Olaf Boschman. (17 maart, 2026). AFM: communicatie over kans op verlaging in Wtp moet beter. Pensioen Pro, geraadpleegd via: https://pensioenpro.nl/afm-communicatie-over-kans-op-verlaging-in-wtp-moet-beter/ en «Deelnemer heeft recht op realistische communicatie over pensioen», FD.nl, 17 december 2024, geraadpleegd via: https://fd.nl/opinie/1540403/deelnemer-heeft-recht-op-realistische-communicatie-over-pensioen?utm_source en AFM: «Wie 20 jaar pensioen ontvangt, loopt gerede kans een forse daling mee te maken», geraadpleegd via https://www.afm.nl/nl-nl/sector/actueel/2025/okt/tb-bas-werker

X Noot
37

Een goed gesprek, Blog Harmen, 22 december 2025, geraadpleegd via: Blog van Harmen: Een goed gesprek | ABP.

X Noot
38

Arno Eijgenraam, Karaktermoord, Pensioen & Praktijk (PensioenBelangen) 2023, nr. 2 (PB2)

X Noot
39

Peters, N. e.a., Juridische analyse inzake Motie Joseph over risico’s van invaren, rapport opgesteld in opdracht van de Commissie Parameters (Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid), 2023, p. 63.

X Noot
41

M. van Andel, «APG is verworden tot een activistische duurzaamheids-NGO die het beheer van de pensioenen van vijf miljoen mensen als een enigszins irritante nevenactiviteit beschouwt», Wynia’s Week, 16 april 2026. Zie ook: M. Tamminga, «Het eigen gelijk van pensioengigant ABP kost werknemers bij overheid en onderwijs miljarden», Wynia’s Week, 14 april 2026

X Noot
44

Ilona van Mechelen en Anne de Groot, Gemiddelden bestaan niet: het nieuwe stelsel biedt kans om de stap te zetten van model naar mens», Actuaris, april 2026, p. 22–23.

X Noot
45

Kamerstukken II, 2025/2026, 36 848, nr. 98.

X Noot
46

Kamerstukken I, 2025/2026, 36 578, D en Kamerstukken I, 2025/2026, 36 578, E.

Naar boven