De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
De begrotingsstaat wordt als volgt gewijzigd:
I
In artikel 1 Versterkte internationale rechtsorde worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 300 (x € 1.000).
II
In artikel 1 Versterkte internationale rechtsorde worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 300 (x € 1.000).
Toelichting
Dit amendement beoogt structureel € 300.000 vrij te maken voor de Speciaal Gezant
voor Vrijheid van Religie en Levensovertuiging en deze daarmee een volwaardige en
structurele positie te geven binnen het buitenlandbeleid van de Nederlandse overheid.
«De Nederlandse Speciaal Gezant voor Religie en Levensovertuiging (SGRL) speelt een
sleutelrol in de diplomatieke coördinatie (...) om godsdienstvrijheid te bevorderen
en de vervolging van religieuze minderheden tegen te gaan,» zo stelt het kabinet zelf
in laatste Mensenrechtenrapportage.1 Indiener is het hier mee eens en beoogt met dit amendement de positie van de Speciaal
Gezant te bestendigen.
Eind 2018 werd door een brede Kamermeerderheid motie-Helvert c.s. aangenomen.2 Deze motie riep op om, in navolging van landen als het Verenigd Koninkrijk, Denemarken
en Duitsland, ook een Speciaal Gezant Godsdienst en Levensovertuiging aan te stellen.
Tot nu toe heeft deze Speciaal Gezant een formatieplaats binnen Buitenlandse Zaken.
Hij heeft echter niet de beschikking over eigen budget, wat het mogelijk zou maken
om met partners onderzoek te initiëren, voorlichting te geven over religieuze geletterdheid
binnen en buiten het ministerie en een koers uit te zetten voor de komende jaren.
Indiener ziet dit als gemis en meent dat met een klein, structureel budget, de Speciaal
Gezant nog meer werk dan nu zou kunnen verzetten.
Een stevigere positie van de Speciaal Gezant voor Vrijheid van Religie en Levensovertuiging
past binnen de prioriteiten van het Nederlands buitenlandbeleid, waar vrijheid van
religie en levensovertuiging er één van is. Hierbij is het belangrijk om op te merken
dat in de IOB-evaluatie van 2023 wordt gesteld dat de Speciaal Gezant in de onderzochte
periode niet sterk was geïntegreerd binnen het Ministerie van Buitenlandse Zaken en
slechts beperkt werd ingezet bij (digitale) landenbezoeken. Ook is in de evaluatie
onder meer te lezen dat de vrijheid van religie en levensovertuiging ten opzichte
van andere prioritaire thema’s het thema was dat in de praktijk de minste aandacht
kreeg (4% van de reacties ging over dit thema).3 Een versterking van de rol van de Speciaal Gezant zal, zo verwacht indiener, leiden
tot betere integratie van de Speciaal Gezant binnen het ministerie en draagt er tevens
aan bij om het opkomen voor de vrijheid van religie en levensovertuiging de aandacht
te geven die het verdient.
Dekking voor dit amendement wordt gevonden in de niet-juridisch verplichte middelen
van artikel 1.
Ceder