Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201935000-V nr. 26

35 000 V Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2019

Nr. 26 MOTIE VAN HET LID VAN HELVERT C.S.

Voorgesteld 15 november 2018

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging een van de prioriteiten vormt van het mensenrechtenbeleid van de regering;

constaterende dat wereldwijd individuen en gemeenschappen worden gediscrimineerd, behandeld als tweederangsburgers of zelfs vervolgd, gevangengezet of vermoord vanwege hun religieuze overtuiging, hun wens van overtuiging te veranderen, of omdat zij niet geloven of afstand nemen van religie;

constaterende dat de EU in de Richtlijnen voor het bevorderen en beschermen van vrijheid van godsdienst en levensovertuiging erkent dat «vrije uitoefening vrijheid van godsdienst en levensovertuiging direct bijdraagt aan democratie, ontwikkeling, rechtsstaat, vrijheid en stabiliteit»;

constaterende dat zowel de EU als een toenemend aantal landen om ons heen, zoals het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en Duitsland, een speciaal gezant voor vrijheid van godsdienst en levensovertuiging aangesteld hebben, met als doel het vragen van aandacht voor vervolging wereldwijd en het zoeken naar manieren om deze vervolging aan de kaak te stellen en aan te pakken;

verzoekt de regering, naar voorbeeld van de EU en landen om ons heen een speciaal gezant voor vrijheid van godsdienst en levensovertuiging aan te stellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Helvert

Voordewind

Van der Staaij