Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 mei 2026
Hierbij stuur ik uw Kamer een afschrift van mijn brief van 11 mei jl. aan de Tweede
Kamer over de stand van zaken onderhandelingen van de Terugkeerverordening.
De Minister van Asiel en Migratie,
G. van den Brink
BRIEF VAN MINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 mei 2026
Op 9 april jl. heeft de vaste commissie voor Asiel en Migratie van uw Kamer verzocht
om brief over de stand van zaken van de onderhandelingen over het voorstel van de
Europese Commissie voor een Terugkeerverordening, alsook het kabinetsstandpunt, door
het kabinet gegeven aanwijzingen en/of rode lijnen aan het Cypriotisch Voorzitterschap
en de geschatte planning. Met deze brief doe ik dit verzoek gestand.
De inzet van het kabinet voor de gehele onderhandelingen is erop gericht dat de nieuwe
Terugkeerverordening het terugkeerproces simpeler, efficiënter en doeltreffender maakt
met als doel meer terugkeer van vertrekplichtige vreemdelingen. Vanzelfsprekend moeten
hierbij de kaders van het Europees en internationaal recht in acht worden gehouden.
Het kabinetstandpunt over het voorstel van de Commissie voor een Terugkeerverordening
is uiteengezet in het BNC-fiche.1 Op basis van het BNC-fiche heeft Nederland in kunnen stemmen met de Algemene Oriëntatie
op 8 december 2025.
Het Europees Parlement heeft op 26 maart jl. ingestemd met het rapport over het voorstel
voor een Terugkeerverordening en met het openen van de onderhandelingen met de Raad.
Het Cypriotisch Voorzitterschap leidt op basis van de Algemene Oriëntatie van de Raad,
die op 8 december 2025 is vastgesteld en op steun van Nederland kon rekenen, de onderhandelingen
namens de Raad. Het Cypriotisch Voorzitterschap en het Parlement beogen een vlot onderhandelingsproces
en sturen aan op het bereiken van een akkoord onder het Cypriotische Voorzitterschap
(uiterlijk eind juni). Dat is in lijn met de inzet van het kabinet en zou ook mogelijk
moeten zijn, omdat de beide onderhandelingsposities niet wezenlijk van elkaar afwijken.
Het Voorzitterschap informeert de Raad over de voortgang van de onderhandelingen en
toetst – waar noodzakelijk en opportuun – bij lidstaten de marges met het oog op het
bereiken van compromissen. Na een eerste politieke triloogbijeenkomst tussen de Raad,
het Europees Parlement en de Europese Commisie op 26 maart jl. wordt er op technisch
niveau intensief onderhandeld over verschillende compromisteksten. Op 22 april jl.
vond een tweede politieke triloogbijeenkomst plaats. Op het moment van schrijven zijn
nagenoeg alle artikelen van de verordening besproken, inclusief verschillende varianten
ten behoeve van een compromis.
Gedurende de momenten waarop het Cypriotisch Voorzitterschap de Raad voorziet van
informatie over de onderhandelingen en compromisvoorstellen deelt, heeft Nederland
de prioriteiten uit het BNC-fiche benadrukt. Het gaat dan bijvoorbeeld om de beoordeling
van het beginsel van non-refoulement, de goede werking van het systeem voor het nemen
van een terugkeer- en verwijderingsbesluit en de mogelijkheid voor het ontwikkelen
van een terugkeerhub. Zoals ook aangegeven in mijn antwoorden op vragen van de Leden
Ceulemans en Boomsma (beiden JA21) heeft het kabinet – vanwege de gevolgen van het
arrest Aroja van het Hof van Justitie van de EU – benadrukt dat het mogelijk moet worden om na
verloop van de maximale bewaringsduur van 24 maanden, opnieuw voor maximaal 6 maanden
terugkeerbewaring te kunnen opleggen wanneer zich een onderduikrisico voordoet en
er een redelijk uitzicht op uitzetting is ontstaan, bijvoorbeeld omdat de terugkeersamenwerking
met een derde land is verbeterd of er een reisdocument is verkregen.2 Op deze wijze moet voorkomen worden dat lidstaten na het vollopen van de maximale
bewaringsduur geen instrumenten meer in handen hebben om de vreemdeling beschikbaar
te houden voor gedwongen vertrek. Ten slotte heb ik in een gesprek met mijn Cypriotische
collega op 4 mei jl. gepleit voor voldoende tijd voordat de verordening van toepassing
wordt om nationale wet- en regelgeving en de uitvoeringspraktijk in lijn te brengen
met de definitieve wettekst.
Vanzelfsprekend zal het kabinet uw Kamer informeren wanneer Nederland, in het Comité
van Permanente Vertegenwoordigers, wordt gevraagd om in Raadsverband in te stemmen
met de compromistekst. Het kabinet verwacht dat dit op korte termijn gebeurt.
De Minister van Asiel en Migratie,
G. van den Brink