Inleiding
De leden van de commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hebben met belangstelling
kennisgenomen van de nota naar aanleiding van het verslag inzake het wetsvoorstel
Verbetering aansluiting beroepsonderwijs-arbeidsmarkt.2
De leden van de fractie van het CDA steunen de doelstelling van het wetsvoorstel om de aansluiting van het beroepsonderwijs
op de arbeidsmarkt te verbeteren. Naar aanleiding van de ontvangen beantwoording hebben
deze leden nog een aantal aanvullende vragen aan de regering met betrekking tot de
uitvoerbaarheid en handhaving van het wetsvoorstel. De leden van de fractie van de
ChristenUnie sluiten zich bij deze vragen aan.
Vragen van de leden van de fractie van het CDA
De leden van de fractie van het CDA hebben zorgen over het moment van de invoering
van de wet per 1 augustus 2026, met name ten aanzien van de onderdelen verkorte opleidingen
en het loskoppelen van keuzedelen, de verregaande gevolgen daarvan en de werkdruk
die bij scholen wordt gelegd.
Met betrekking tot verkorte opleidingen vragen deze leden of de betrokken opleidingen,
publiek en privaat, gebruik kunnen maken van het overgangsrecht gedurende het schooljaar
2026–2027. Zo ja, kan dit overgangsrecht vertaald worden in de benodigde algemene
maatregel van bestuur en de ministeriële regeling toelatingscriteria? Klopt het dat
deze vertaling nog niet bekend is gemaakt dan wel gepubliceerd, waardoor het voor
de onderwijsinstellingen onmogelijk is per 1 augustus 2026 de verkorte opleidingen
gereed te hebben? Wanneer moeten de studenten inzicht hebben in hun opleidingsprogramma
voor het studiejaar 2026–2027?
Met betrekking tot keuzedelen merken deze leden op dat de opdracht om te bepalen of
er overlap is, formeel bij de scholen wordt neergelegd. Wat is de administratieve
last met betrekking tot de overlapcheck? Is hierop een regeldruktoets uitgevoerd?
In hoeverre raakt dit aan de rechtsgelijkheid en de landelijke vergelijkbaarheid van
mbo-diploma’s?
Deze leden vragen tot slot naar de rol van de Inspectie van het Onderwijs in het kader
van toezicht in het schooljaar 2026–2027. Kan de regering duidelijkheid geven over
de toezichtsrol van de Inspectie van het Onderwijs in het schooljaar 2026–2027 en
daarmee tevens duidelijkheid bieden aan de onderwijsinstellingen?
De leden van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zien de beantwoording
van de vragen met belangstelling tegemoet en ontvangen de nota naar aanleiding van
het tweede verslag graag uiterlijk 12 juni 2026, 16.00 uur.
De voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Rietkerk
De griffier van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, De Graag