Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2024-2025 | 36600-XXIII nr. B |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2024-2025 | 36600-XXIII nr. B |
Vastgesteld 23 januari 2025
Inleiding
De leden van de fracties van BBB, SP, ChristenUnie, PvdD en OPNL hebben met belangstelling kennisgenomen van de begrotingsstaat. Dit heeft de leden van deze fracties aanleiding gegeven tot het maken van de volgende opmerkingen en het stellen van de volgende vragen. De leden van de fracties van GroenLinks-PvdA, CDA, D66, SP, ChristenUnie en PvdD sluiten zich aan bij gestelde vragen door het lid van de fractie van OPNL. Het lid van de fractie van OPNL sluit zich aan bij de gestelde vraag door de leden van de fractie van ChristenUnie.
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
Naar aanleiding van de afhandeling van en de recente aandacht voor de mijnsluiting en de ingrijpende gevolgen daarvan voor Limburg hebben de fractieleden van de BBB een aantal vragen aan de regering.
Er bestaan duidelijke paralellen tussen het beëindigen van de gaswinning nu en de sluiting van de mijnen. Sinds het begin van de 20ste eeuw heeft de steenkoolwinning een stempel gedrukt op het dagelijks leven in Zuid-Limburg. Het bracht welvaart en werkgelegenheid, echter gebeurde dit onder zware en ongezonde omstandigheden. Na het sluiten, 50 jaar geleden, van de mijnen dook de mijnstreek economisch en sociaal in een diep dal, en nu nog zijn onder andere de werkloosheid en armoede in de voormalige mijnstreek significant hoger dan in de Randstad, aldus de fractieleden van de BBB. Is de regering het met de fractieleden van de BBB en JA21 eens dat door het sluiten van de mijnen de economische gevolgen, tot op de dag van vandaag merkbaar zijn? Deze fractieleden ontvangen graag een toelichting hierop. Is de regering bereid dit onderwerp te bespreken met de daarvoor (mede)verantwoordelijke collega’s in het kabinet?
Met de sluiting van de mijnen kwam niet alleen een einde aan een belangrijke industrietak, maar ook aan een unieke cultuur. Waar Groningen een Nij Begun krijgt verdient ook het Limburgs cultureel erfgoed meer ondersteuning. Is de regering het met de fractieleden van de BBB eens dat het goed zou zijn als provincies/regio’s meer wettelijke en financiële mogelijkheden krijgen om de eigen cultuur te beschermen en bevorderen? Welke mogelijkheden ziet de regering daarvoor? Is de regering bereid dit onderwerp te bespreken met de daarvoor (mede)verantwoordelijke collega’s in het kabinet?
Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie
Landspecifieke afspraken HVP
«Nederland heeft op 24 mei 2024 het eerste betalingsverzoek ter waarde van € 1,3 miljard ingediend bij de Europese Commissie».2 Deze is inmiddels goedgekeurd. Er volgt nog een tweede betalingsverzoek in dit kader.
De fractieleden van de SP vragen welke deel van de € 1,3 miljard ten goede komt aan het Ministerie van Klimaat en Groene Groei en voor welke projecten deze middelen worden ingezet.
Algemeen
Wat is de relatie tussen noodzakelijke maatregelen om de gestelde klimaatdoelen te halen en de betaalbaarheid van deze maatregelen?
Voor het energiebeleid is de inzet van het kabinet op: kernenergie, innovatie, energiebesparing, waterstof, diepe ondergrond, aanpak van netcongestie en het verduurzamen van Nederland en de industrie.
Hoeveel megawatt (hierna: MW) aan kernenergie is nodig om een substantiële bijdrage te leveren aan de energietransitie? Hoeveel kerncentrales zijn hiervoor nodig, tegen welke kosten en op welke reële termijn kunnen deze centrales worden opgeleverd?
Van welke landen buiten de Europese Unie wordt Nederland, als het gaat om kernenergie en de levering van splijtstof, afhankelijk?
Energietransitie
Worden er door de regering achterstanden verwacht als het gaat om de te behalen klimaat- en energiedoelen en zo ja welk alternatief beleid is de regering voornemens te nemen dit voorjaar?
Hoeveel van de voor 2025 gereserveerde SDE++ subsidie van € 555 miljoen verdwijnt er naar buitenlandse investeerders?
Wordt bij het evenwichtiger verdelen van de kosten en opbrengsten ook de Opslag Duurzame Energie (hierna: ODE) eerlijker verdeeld tussen huishoudens en grootverbruikers, zo ja op welke wijze, zo nee waarom niet?
Hoeveel MW gaat de Rijksoverheid naar verwachting opwekken op Rijksgronden en welke ruimtelijke procedures worden hierbij doorlopen?
Aan welke versnellingsopties wordt gedacht als het gaat om de realisatie en implementatie van cruciale energie-infrastructuurprojecten?
Kernenergie
Is er de verwachting dat deze zonder subsidies ontwikkeld kunnen worden?
Aan hoeveel kleinere centrales wordt gedacht, welke type locatie zou hiervoor geschikt zijn en welke veiligheidsmaatregelen moeten in welke straal rond deze centrales in acht worden genomen?
Welke veiligheidsmaatregelen en binnen welke straal zullen rond de twee grote centrales nodig zijn?
Welke mogelijkheid bestaat er bij de nieuw te bouwen kerncentrales, in relatie tot het voor de exploitatie benodigde rendement, deze uitsluitend in te zetten als er onvoldoende stroom wordt opgewekt uit wind- en zonne-energie?
Waterstof en groene batterijen en groene waterstof
Welke investeringen stelt de regering voor als het gaat om het transport van waterstof via pijpleidingen?
Welke voordelen en mogelijkheden ziet de regering voor het transport van waterstof middels ammoniak (NH3) in pijpleidingen?
Welk effect heeft de bezuiniging van € 1,2 miljard op de realisatie van de ambities als het gaat om de productie, transport en opslag van groene waterstof?
Netcongestie
Welk effect op de laag- en hoogspanningsnetten is te verwachten als er op termijn meerdere kerncentrales in gebruik worden genomen?
Welk deel van de netcongestie wordt veroorzaakt door de handel op de internationale energiemarkt?
Welk doel streeft de regering na als het gaat om de productie van energie in Nederland? Is dit zelfvoorzienend, importerend of exporterend?
Verduurzaming industrie
Welke verantwoordelijkheid hebben bedrijven zelf als het gaat om het verduurzamen van hun productieproces, de verwerking van afval ontstaan bij het productieproces en het verduurzamen en verlagen van de energiebehoefte?
Hoe wordt voorkomen dat nieuwe duurzame groeimarkten ontstaan «naast» huidige markten voor reguliere producten, zodat per saldo geen verduurzamingswinst wordt gemaakt?
CCS
Voor hoeveel jaar denkt de regering dat CO2 opslag onder de Noordzee toereikend kan zijn voor de reductie van onze klimaatdoelen?
Welke maatregelen worden genomen om te voorkomen dat door de opslag van CO2 onder de Noordzee er niet langer voor 100% wordt gewerkt aan het reduceren van de CO2 uitstoot?
Welk effect heeft het opslaan van CO2 onder de Noordzee op de prijs van de CO2 -emissiemarkt?
Versnelling gaswinning Noordzee
Wordt het aardgas dat geproduceerd wordt door de versnelde gaswinning op de Noordzee uitsluitend ingezet voor gebruik in eigen land of is (deels) sprake van levering van gas via de internationale markt voor aardgas?
Ten slotte vragen de fractieleden van de SP welke concrete kansen de regering ziet als het gaat om de klimaat- en energietransitie.
Aan welke scherpe keuzes wordt gedacht als het gaat om het beleid waarin we de kans moeten pakken om een positieve verandering te maken?
Vraag van de fractieleden van de ChristenUnie mede namens het fractielid van OPNL
Kan de regering aangeven wat het effect is voor klimaat en energie om de generieke taakstelling van budgetten voor subsidies structureel met één miljard euro te verlagen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractie
De fractieleden van de PvdD stellen dat in de beantwoording op hun schriftelijk gestelde vragen in het kader van de Algemene Financiële Beschouwingen de regering een overzicht heeft gegeven over verschillende investeringen en kosten ten behoeve van kernenergie. Die bedragen volgens het overzicht € 14,1 miljard (tot en met 2035) in het Klimaatfonds.3
Daar bovenop zijn er al middelen uit het Klimaatfonds (ongeveer € 350 miljoen) overgeheveld naar de begroting van Klimaat en Groene Groei voor Small Module Reactors (SMR’s), voorbereidende werkzaamheden voor nieuwe kerncentrales en het versterken van de kennisinfrastructuur. Onderdeel hiervan is € 12,8 miljoen voor het langer openhouden van de kerncentrale in Borssele.
De fractieleden van de PvdD vragen of dit inderdaad alle kosten zijn voor kernenergie van de Rijksoverheid. Zijn er niet bijvoorbeeld lopende reserveringen/voorzieningen et cetera voor de huidige kerncentrale in Borssele, COVRA of andere bedrijven in de kernenergieketen waarmee de Rijksoverheid een relatie heeft? Zo staat bijvoorbeeld in de begroting van Financiën een garantstelling van € 9,2 miljard euro in het kader van de Wet aansprakelijkheid kernongevallen (WAKO). Het bovengenoemde overzicht was dus nog niet compleet, aldus deze leden. Graag ontvangen zij alsnog een compleet overzicht van de kosten/reserveringen/voorzieningen op het gebied van kernenergie in de Rijksbegroting, met nadere informatie waar deze kunnen worden gevonden op de begroting.
In het verlengde hiervan ontvangen deze leden graag een overzicht welke ministeries verantwoordelijk zijn voor welke aspecten inzake kernenergie (ontwikkeling, risico’s, afvalvoorzieningen et cetera). Kunnen deze verantwoordelijkheden worden uitgesplitst per ministerie en per onderdeel van de kernenergie-agenda (Borssele, plan om Borssele langer open te houden, plan voor nieuwe kerncentrales, SMR’s, kernafval, garantstelling et cetera)?
De kerncentrale in Borssele is eigendom van de Elektriciteits Produktiemaatschappij Zuid-Nederland (hierna: EPZ). 70% van de aandelen van EPZ zijn in handen van de Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij (hierna: ZEH) (met provincies en gemeenten als aandeelhouders).De andere 30% is in handen van Energy Resources Holding B.V. (hierna: ERH B.V.).
Wie zijn de aandeelhouders van ERH B.V.?
Wat zijn de geschatte kosten voor ontmanteling van Borssele? Heeft de Nederlandse Staat verantwoordelijkheden bij de ontmanteling, zo ja welke?
Welke kosten maakt de Nederlandse Staat voor de definitieve opslag van kernafval (inclusief het afval dat wordt geproduceerd bij ontmanteling), bijvoorbeeld via de staatsdeelneming COVRA?
De fractieleden van PvdD vragen hoe Nederlandse overheden (Rijk, provincies, gemeenten) zijn betrokken bij de ontwikkeling en productie van kernenergie en -afval en de ontmanteling van kerncentrales? Met andere woorden; welke rollen hebben zij, en hoe groot zijn de financiële belangen van de verschillende overheden bij de kernenergie keten?
In aanvulling op de vragen van de fractieleden van OPNL ten aanzien van gaswinning en mijnbouwschade, waar leden van deze fractie zij bij hebben aangesloten hebben de fractieleden van de PvdD nog de volgende vragen.
Hoeveel kost gas- en oliewinning in Nederland de Nederlandse Staat momenteel? Hoeveel inkomsten verkrijgt de Nederlandse Staat door gas- en oliewinning? Graag deze gegevens uitsplitsen per soort energie en per jaar. Waar staan deze gegevens op de Rijksbegroting?
Wat zijn de te verwachten kosten en opbrengsten van de versnelling van de realisatie van de productie van gaswinning van de regering? Graag uitsplitsen per locatie. Wat is de te verwachten gasopbrengst van deze versnelling en realisatie? Op welke termijn verwacht de regering deze versnelde productie? Wat zijn de financiële en milieurisico’s van deze realisatie en productie?
In de antwoorden op de schriftelijk gestelde vragen van de leden van de PvdD-fractie over groen gas in het kader van de behandeling van de Energiewet zegt de regering het volgende:
«Het kabinet stimuleert de opschaling van groen gas via verschillende instrumenten, waaronder de SDE++, de DEI en de voorziene bijmengverplichting groen gas. Deze ondersteuning is van belang om de bijdrage van vergisting en vergassing aan hernieuwbare energieproductie en het verduurzamen van de landbouwsector mogelijk te maken (zie ook Kamerstukken II, 2022/23, 32 813, nr. 1146). Er is geen gereserveerd budget specifiek voor groen gas productie als geheel of voor individuele soorten van groen gas. Via de DEI+ wordt ondersteuning gegeven aan innovatieprojecten waarbij vergassingstechnologie gedemonstreerd en opgeschaald wordt, waarbij groen gas een eindproductie kan zijn. Vanuit het Klimaatfonds is er € 600 miljoen beschikbaar voor meerjarige DEI+-rondes.
In de regeling van de Minister van Economische Zaken, de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselkwaliteit en Natuur en de Minister van Klimaat en Groene Groei van 18 december 2024, nr. WJZ/ 95850148 tot vaststelling van de subsidieplafonds en termijnen van openstelling van subsidie-instrumenten op hun respectievelijke beleidsterreinen (Regeling openstelling EZK- en LNV-subsidies 2025) staat dat € 109 miljoen euro subsidie beschikbaar komt voor «vergassing van reststromen»».4
Kan de regering de definitie «vergassing van reststromen» toelichten? Welke reststromen vallen hier exact onder? Is deze subsidie bedoeld voor het stimuleren van de productie van «groen» gas? Zo nee, onder welke subsidie valt de productie van «groen» gas? Zo ja, zijn er nog andere subsidies bedoeld voor de ontwikkeling van de productie van «groen» gas? Zo ja, welke subsidies zijn dit?
Omvatten de Meerjarig Missiegedreven Innovatie Programma’s (MMIP’s) ook «groen» gas? Zo ja, voor welke soorten «groen» gas en wat is de omvang van dit budget?
Graag ontvangt de fractieleden van de PvdD het totaalbedrag dat gaat naar het stimuleren/ontwikkelen/subsidiëren van projecten van «groen» gas in de begrotingsstaten van Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei van 2025.
Waarom spreekt de regering van «hernieuwbare energieproductie» als het gaat om «groen» gas? Mest of kadavers zijn toch niet hernieuwbaar?
Vragen en opmerkingen van het lid van de fractie van OPNL, mede namens de fractieleden van GroenLinks-PvdA, CDA, D66, SP, ChristenUnie en PvdD
Naar aanleiding van de begrotingsstaat van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei maakt de fractie van OPNL, mede namens GroenLinks-PvdA, CDA, D66, ChristenUnie, SP en PvdD van de gelegenheid gebruik om de volgende opmerkingen te maken en een aantal vragen te stellen. Genoemde fracties zien met belangstelling de antwoorden van de regering tegemoet.
Hoewel het aan de regering en parlement is om het uiteindelijke oordeel te vellen over welke mijnbouwactiviteiten voortgezet worden en welke niet, dragen de omwonenden de lasten. Mijnbouwactiviteiten kunnen aanzienlijke fysieke schade en een gevoel van onveiligheid voor omwonenden met zich meebrengen. Het Rijk zal daarom de verantwoordelijkheid moeten dragen voor deze politieke keuze en alle getroffenen rechtvaardig behandelen.
Een rechtvaardige behandeling zou betekenen dat er bijvoorbeeld een algemeen recht op compensatie komt. Dit kan worden bereikt met het instellen van een fonds welke inwoners de garantie biedt dat hun schade ook daadwerkelijk zal worden gecompenseerd, ook na het vertrek van de mijnbouwbedrijven, die uiteraard wel verantwoordelijk en aansprakelijk blijven voor eventuele schade, aldus deze leden.
Deelt de regering de bovenstaande visie? Deze leden ontvangen graag een uitgebreide toelichting hierop.
Wanneer een bewoner boven een van de kleinere gasvelden een schadeclaim wil indienen, moet deze zich eerst wenden tot de Commissie Mijnbouwschade (CM). Dat advies wordt vervolgens al dan niet overgenomen door de concessiehouder. Indien de bewoner het ook niet eens is met het besluit van de NAM of een andere concessiehouder, resteert slechts een procedure bij de civiele rechter, waar hoge financiële drempels gelden en in beginsel geen omgekeerde bewijslast van toepassing is.
Is de regering het met de genoemde fractieleden eens dat deze complexe structuur, met meerdere betrokken instanties, de schadeafhandeling onnodig ingewikkeld en belastend maakt voor bewoners?
Kan de regering het verschil toelichten in de behandeling tussen gedupeerden van mijnbouwschade boven/nabij het Groningenveld (IMG; Instituut Mijnbouwschade Groningen) en gedupeerden boven/nabij kleinere gasvelden (CM), waarbij laatstgenoemden naar de civiele rechter moeten zonder omgekeerde bewijslast?5
De Staat van de Uitvoering heeft in augustus vorig jaar een rapport uitgebracht waarin wordt gepleit voor een algemene wet rond de mijnbouwschade.6 Met deze algemene wet zou de zojuist geschetste problematiek rondom de schadeclaims bij kleine gasvelden verholpen worden. Overweegt de regering de invoering van een uniforme aanpak en afhandeling waarbij alle mijnbouwschades volgens hetzelfde laagdrempelige bestuursrechtelijke model, inclusief een omgekeerde bewijslast, worden afgehandeld?7
Hoe beoordeelt de regering het instellen van één landelijke instantie die verantwoordelijk is voor álle vormen van mijnbouwschades, inclusief die door zoutwinning en voormalige mijnbouwlocaties?
Is de regering bereid om onderzoek te laten doen naar het vereenvoudigen van de schadeafhandeling? Zo ja, op welke termijn?
Op verzoek van de toenmalige Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat heeft de Afdeling Advisering van de Raad van State (hierna: de Afdeling) op 20 november jongsleden haar voorlichting over uitbreiding van de reikwijdte van het wettelijke bewijsvermoeden van artikel 6:177a van het Burgerlijk Wetboek naar alle mijnbouwactiviteiten gepubliceerd.8 De Afdeling stelt dat uitbreiding van dit bewijsvermoeden geen gerechtvaardigd belang dient.
De Afdeling constateert onder andere dat «Anders dan in het Groningenveld is in Nederland niet op grote schaal sprake van door een bodembeweging veroorzaakte schade als gevolg van mijnbouwactiviteiten, ook niet in de gebieden waar mijnbouwactiviteiten in enigerlei vorm plaatsvinden.»9 Is de regering het hiermee eens? Zo ja, wat zijn de effecten als in de toekomst blijkt dat er wél op grote(re) schaal schade is ontstaan? Zo nee, wat is de visie van de regering?
Vindt de regering het feit dat schade niet op grote schaal voor zou komen een valide argument om de reikwijdte van het wettelijke bewijsvermoeden van artikel 6:177a van het Burgerlijk Wetboek niet uit te breiden?
De Afdeling stelt verder dat «Als het moeten vergoeden van schade het gevolg is van de uitbreiding van het wettelijk bewijsvermoeden, zonder dat de feiten daartoe aanleiding geven, bestaat het risico dat er sprake is van een ongerechtvaardigde beperking van het recht op eigendom van de mijnbouwonderneming.»10 Omgekeerd kan hetzelfde gesteld worden voor gedupeerden; het risico bestaat dat zij niet aan de bewijslast kunnen voldoen en zo geen schade vergoed krijgen. Is de regering het hiermee eens? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.
Hoe kijkt de regering aan tegen de suggesties van de Afdeling om de positie van schademelders te versterken, te weten de voorstellen van de Commissie Mijnbouwschade (loslaten twaalfmaandentermijn, uitbreiding groep meldingsgerechtigden)?
De gevolgen van de gaswinning uiten zich in de provincie Groningen met name in aardbevingen. Elders, vooral in delen van de provincie Fryslân zorgt gaswinning voor een veelal geleidelijke bodemdaling. Hierdoor stijgt in relatieve zin het grondwaterpeil en wordt het gebied geleidelijk natter. Jarenlang compenseerde het Wetterskip Fryslân dit door het waterpeil naar beneden aan te passen. Dit leidt evenwel in het veengebied tot een stijging van CO2-uitstoot en een nog verdere bodemdaling, door inklinking van het veen. Bovendien neemt vanuit de Waddenzee de verzilting toe omdat ook grondwater vanuit de hoger liggende kustgebieden wordt aangetrokken. Ten slotte wordt het steeds lastiger om overtollig water via het boezemsysteem af te voeren naar zee. Om deze redenen heeft het Wetterskip Fryslân laten weten dat het onacceptabel is en maatschappelijk en economisch onverantwoord om het waterpeil verder te verlagen.
Is de regering bekend met deze overwegingen van het Wetterskip Fryslân en deelt de regering deze zorgen? Gelet op de onwenselijkheid van verdere verlaging van het waterpeil, welke oplossingen ziet de regering dan bij toekomstige winningsplannen voor gas en zout? Worden deze oplossingen vooraf vastgelegd of worden de provincie Fryslân, de betrokken gemeente(n), het Wetterskip Fryslân en de omgeving hier pas achteraf mee geconfronteerd? Anders gezegd, worden deze problemen al aan de voorkant in de vergunningsverlening in goed overleg met de Friese medeoverheden en de lokale bevolking meegenomen en geregeld? En kan dit op zich genomen een doorslaggevende reden zijn om de winning niet te vergunnen dan wel stop te zetten om verdere schade te voorkomen? Is hiervoor ruimte in de wet of moet die hierop worden aangepast?
Wie is verantwoordelijk voor de problemen die ontstaan met het watersysteem door de verdere bodemdaling als gevolg van gas- en zoutwinning? Zijn dat de concessiehouders voor de winning van gas of zout, of zijn dat het Rijk, de provincie, het Wetterskip of de gemeente en hoe verhoudt dit zich tot de wettelijke taken van provincie, gemeente en Wetterskip m.b.t. het watersysteem en het grondwater? Ten slotte, wie is financieel verantwoordelijk voor schade wanneer de bodemdaling leidt tot problemen rond de (infrastructuur van) leidingen van de waterbedrijven? Deelt de regering de mening van deze leden dat de vergunninghouder uiteindelijk alle schade dient te voldoen (vervuiler betaalt).
Op welke wijze betrekt de regering de overheden in de provincie Drenthe bij de problemen rond het waterbeheer die daar ontstaan als gevolg van de gaswinning in Fryslân? Immers, door de diepere grondwaterstromen van het Drents plateau naar het lage midden van Fryslân lopen de hoge zandgronden in Drenthe serieus risico nog droger te worden. Overigens, ook de zandgronden en rivieren en beken in het oosten en zuidoosten van de provincie Fryslân (de Fryske Wâlden en de Stellingwerven) lopen tegen dezelfde problemen aan.
De regering kijkt bij het beoordelen van gaswinningsplannen nu primair naar de bodemdaling door gaswinning. Echter, in de provincie Fryslân daalt de bodem ook door andere ontwikkelingen zoals veenoxidatie en verdroging. Verdere gaswinning kan dit nog verergeren. Om die reden vindt het Wetterskip Fryslân, dit proces van sluipende bodemdaling onaanvaardbaar, omdat de gevolgen voor de waterhuishouding ingrijpend en onomkeerbaar zijn.
De regering is op grond van de Mijnbouwwet (artikel 9 onder f) bevoegd om winning te weigeren op grond van onder andere de veiligheid van de omwonende of infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan. Waarom heeft de regering, ondanks de bodemdaling in Fryslân, besloten om hier geen gebruik van te maken?
Welke lessen heeft de regering geleerd uit de vergunning voor het gaswinningsplan Tietjerk van 30 juli 2020, waarin uitdrukkelijk werd gerefereerd aan de mogelijk grote gevolgen voor de waterhuishouding in dat gebied? Heeft deze vergunning naar het oordeel van de regering het beoogde effect bereikt en zijn de zorgen van de lokale bevolking en overheden voldoende weggenomen? Zo ja, waar blijkt dat uit?
Op welke wijze gaat de regering borgen dat bij verdere gas- en zoutwinning in Fryslân schade aan gebouwen, infrastructuur en functieverlies van de bodem wordt gecompenseerd richting (agrarische) bedrijven, burgers en de medeoverheden in de provincie Fryslân?
Staatstoezicht op de Mijnen (hierna: SodM) heeft het verzoek van de NAM om gaswinning bij Warffum vanaf 1 januari 2025 te gedogen, afgewezen. In het licht van de parlementaire enquête aardgaswinning Groningen vindt SodM het belangrijk dat er naar lokale bestuurders en inwoners wordt geluisterd. Volgens SodM is ten gevolge van de aangevraagde gaswinning een beving van 3,7 op de Richterschaal mogelijk en kan dit schade aan woningen veroorzaken.11
Kan de regering reflecteren op dit negatieve advies van het SodM om de winning in Warffum te gedogen?
Op welke wijze implementeert de regering de adviezen van de enquête aardgaswinning Groningen bij het besluit tot het gedogen van de winning in Warffum? De enquêtecommissie heeft destijds geconcludeerd dat de belangen van Groningers structureel werden genegeerd, wat heeft geleid tot wantrouwen richting de overheid. Hoe wordt voorkomen dat het Rijk hier dezelfde fout begaat?
Het kabinet heeft aangeven het komende half jaar met de NAM te willen proberen tot een oplossing te komen waarbij de NAM mogelijkerwijs zal afzien van de gaswinning bij Ternaard.12
Welke stappen gaat de regering nemen voor wat betreft de gaswinning in Ternaard en de schadeafhandeling wanneer de regering er niet in slaagt om binnen een half jaar overeenstemming te bereiken met de NAM en er ook geen onderhandelingsmandaat wordt opgesteld?
SodM oordeelt negatief over de gaswinning bij Ternaard vanwege de ernstige gevolgen voor natuur en milieu in dit UNESCO Werelderfgoed.13 Is de regering het met deze leden eens dat ook wanneer het niet lukt om overeenstemming te bereiken met de NAM de winning niet door mag gaan.
De regering gebruikt nu verschillende manieren om inwoners te informeren over nieuwe gaswinningsplannen. Bij een projectbesluit wordt er een participatietraject doorlopen met onder andere inspraakavonden. Wanneer de nieuwe winning vanuit een bestaande locatie plaatsvindt, wordt er enkel via het vergunningstraject en de lokale media geïnformeerd.
Moet echter, gezien de maatschappelijke gevoeligheid van het onderwerp en in de geest van de Contourennota aanpassing Mijnbouwwet van Staatssecretaris Vijlbrief,14 hier niet één lijn in worden getrokken? Zo nee, waarom niet? Op welke wijze wil de regering de omgeving beter bij de besluitvorming betrekken?
Vijftig jaar na de sluiting van de steenkolenmijnen in Limburg wachten bewoners nog steeds op een schadeloket voor mijnbouw-gerelateerde schade. De ambitie om in 2024 van start te gaan werd in oktober 2023 gepresenteerd door bestuurders van de tien Limburgse mijnbouwgemeenten en van de provincie Limburg alsmede door Staatssecretaris Vijlbrief.15 Het loket is echter tot op heden niet operationeel.16
Welke concrete stappen onderneemt de regering om de oprichting van het Instituut voor Mens, Milieu en Mijnbouw in Limburg (I3ML) te versnellen, zodat gedupeerden niet langer hoeven te wachten op adequate schadeafhandeling?
Wat is de huidige stand van zaken betreffende de beslissing over de rechtsvorm van het schadeloket?
Kan de regering een concrete tijdlijn geven waarbinnen dit besluit wordt genomen en het schadeloket operationeel zal zijn? Wat is de verwachte opleverdatum?
De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei zien de beantwoording van de vragen met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk 31 januari 2025.
De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei, Kluit
De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei, Karthaus
Samenstelling:
Kemperman (BBB), Van Langen-Visbeek (BBB) (ondervoorzitter), Panman (BBB), Crone (GroenLinks-PvdA), Kluit (GroenLinks-PvdA) (voorzitter), Thijsssen (GroenLinks-PvdA), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Vos (GroenLinks-PvdA), Van Ballekom (VVD), Van de Sanden (VVD), Petersen (VVD), Bovens (CDA), Prins (CDA), Aerdts (D66), Dittrich (D66), Van Strien, (PVV), Visseren-Hamakers (PvdD), Baumgarten (JA21), Van Aelst-den Uijl (SP), Holterhues (CU), Dessing (FVD), Schalk (SGP), Perin-Gopie (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Van der Goot (OPNL)
Dijkstra en Van der Meer, «Bestuurlijke spaghetti of een fatsoenlijke algemene wet mijnbouwschade?», geraadpleegd op www.montesquieuinstituut.nl
Dijkstra en Van der Meer, «Van euforie tot misère: wat valt er te leren uit «affaires»?», geraadpleegd op www.staatvandeuitvoering.nl
Bijvoorbeeld Dijkstra en Van der Meer, «Stel één algemene wet rond mijnbouwschade in», geraadpleegd op www.fd.nl.
Raad van State, «Voorlichting over uitbreiding van de reikwijdte van het wettelijke bewijsvermoeden van artikel 6:177a van het Burgerlijk Wetboek», W18.24.00172/IV, geraadpleegd op www.raadvanstate.nl.
Raad van State, «Voorlichting over uitbreiding van de reikwijdte van het wettelijke bewijsvermoeden van artikel 6:177a van het Burgerlijk Wetboek», W18.24.00172/IV, geraadpleegd op www.raadvanstate.nl, p. 8.
Raad van State, «Voorlichting over uitbreiding van de reikwijdte van het wettelijke bewijsvermoeden van artikel 6:177a van het Burgerlijk Wetboek», W18.24.00172/IV, geraadpleegd op www.raadvanstate.nl, p. 11.
«Limburg wacht 50 jaar na einde mijnbouw nog steeds op schadeloket», geraadpleegd op www.binnenlandsbestuur.nl.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36600-XXIII-B.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.