Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2024-2025 | 36600-VII nr. F |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2024-2025 | 36600-VII nr. F |
Vastgesteld 25 februari 2025
De leden van de PvdD-fractie hebben kennisgenomen van de nota naar aanleiding van het verslag en hebben naar aanleiding daarvan de volgende vragen. De leden verzoeken de regering om de (sub)vragen afzonderlijk te beantwoorden.
De leden van de Volt-fractie hebben in het verslag een aantal vragen gesteld naar aanleiding van de begrotingsstaten BZK 2025 die inmiddels zijn beantwoord, waarvoor zij de regering danken. Over een aantal antwoorden hebben de leden aanvullende vragen.
De leden van de Volt-fractie hebben in het verslag gevraagd hoe en wat er wordt gedaan om discriminatie binnen de rijksoverheid op te lossen. In de beantwoording wordt ingegaan op allerlei plannen die er nog aan komen. Op 4 februari 2025 berichtte vakbond FNV dat op het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, waaronder ook Rijkswaterstaat valt, de werkvloer onvoldoende veilig is.2 Veel ambtenaren hebben bij FNV aangegeven te maken te krijgen met intimidatie, pesten en discriminatie. De leden zijn van mening dat er meer haast gemaakt moet worden om discriminatie aan te pakken binnen de rijksoverheid. Daarom vragen deze leden wat de regering heeft gedaan naar aanleiding van de berichtgeving van de FNV? De leden hebben ook gevraagd of er specifiek middelen gericht zijn op bepaalde groepen binnen de rijksoverheid die discriminatoir gedrag vertonen. Heeft de regering naar aanleiding van het onderzoek van FNV zicht op wie of welke groep het is die er voor zorgt dat er sprake is van discriminatie bij I&W? Hebben de bewindspersonen van I&W invloed op de ontstane werksituatie bij het Ministerie van I&W? Waarom denkt de regering dat dat wel of niet zo is?
De leden van de PvdD-fractie hebben een drietal vragen over het slavernijverleden.
Vraag 1: Kan de regering bevestigen dat de gelden uit het Slavernijfonds besteed dienen te worden aan «kennis en bewustwording, erkenning en herdenken en de doorwerking en verwerking van het trans-Atlantisch slavernijverleden»?
Vraag 2: De 1,7 miljoen euro waarop de vragen 6 en 7 in de nota naar aanleiding van het verslag betrekking hadden, wordt besteed aan een publiekscampagne die betrekking heeft op discriminatie in het algemeen.
Vraag 2a: Kan de regering bevestigen dat die campagne betrekking heeft op alle vormen van discriminatie en niet specifiek op de doorwerking van het trans-Atlantische slavernijverleden?
Vraag 2b: In de nota naar aanleiding van het verslag lezen de leden: «De publiekscommunicatie zal gericht zijn op het vergroten van kennis van burgers over de mogelijkheden om discriminatie te melden, het vergroten van het vertrouwen in de instanties die deze meldingen verwerken en het wegnemen van eventuele drempels voor het doen van aangifte of melding.».
Strekt dat doel zozeer tot «kennis en bewustwording, erkenning en herdenken en de doorwerking en verwerking van het trans-Atlantisch slavernijverleden», dat een beslag op het Slavernijfonds van 1,7 miljoen euro te rechtvaardigen is? Zo ja, op grond van welke argumenten komt de regering tot dat oordeel? Zo nee, is de regering dan bereid om de 1,7 miljoen euro geheel of gedeeltelijk aan te zuiveren?
Vraag 3: Vraag 8 is in de nota naar aanleiding van het verslag niet beantwoord.
Vraag 3a: De leden verzoeken de regering om te bevestigen dat het «investeren in tastbare projecten die direct bijdragen aan de economie en levensstandaard van de bevolking» niet vallen onder de voorwaarden voor subsidie uit het Slavernijfonds.
Deze zijn overigens uitgewerkt in artikel 2 van de Subsidieregeling maatschappelijke initiatieven van 1 juli 2024, waarin is bepaald:
«De Minister kan subsidie verstrekken voor initiatieven in het Caribisch deel van het Koninkrijk ten behoeve van nazaten van tot slaaf gemaakten, die in navolging van de gemaakte excuses voor het trans-Atlantisch slavernijverleden één of meer van de volgende doelen dienen:
a. het verwerven van een beter begrip van de doorwerking van het slavernijverleden en het tegengaan van de gevolgen van de doorwerking van het slavernijverleden in het heden;
b. de verwerking van het slavernijverleden;
c. het bevorderen van kennis en bewustwording over het slavernijverleden; of
d. de erkenning en herdenking van het slavernijverleden.».
Vraag 3b: Als moet worden vastgesteld dat de projecten waarover de Staatssecretaris Digitalisering en Koninkrijksrelaties sprak tijdens de viering van 70-jarig bestaan van het Statuut niet vallen onder de voorwaarden voor subsidiëring uit het Slavernijfonds, kunt u dan bevestigen dat – anders dan in de speech werd aangegeven – het niet zo is dat «de 66 miljoen euro uit het fonds slavernijverleden mogelijkheden voor de eilanden» biedt voor ondersteuning van de door de Staatssecretaris aangegeven projecten?
De leden van de fractie van Volt hebben enkele aanvullende vragen over de consequenties van het amendement van het lid Eerdmans c.s, voor de uitvoering van artikel 14 «Slavernijverleden: fonds en herdenkingscomité».3
De regering geeft in de beantwoording van vragen van de leden van de fractie van de PvdD aan dat «de inzet voor 2025 vanuit het directoraat-generaal Koninkrijksrelaties waarvoor de genoemde 800.000 euro was gereserveerd (...) binnen de staande organisatie [zal] worden opgevangen zonder een beroep te doen op het slavernijfonds».4 De leden van de fractie van Volt vragen of de regering kan aangeven waar de 800.000 euro vandaan komt. In het verlengde hiervan informeren zij of de regering hier overleg met betrokken partners over heeft gehad en welke consequenties dit heeft binnen het Directoraat-generaal Koninkrijksrelaties.
De vaste commissies voor Binnenlandse Zaken en Digitalisering zien met belangstelling uit naar de nota naar aanleiding van het tweede verslag en ziet deze graag uiterlijk vrijdag 28 februari 2025, 10.00 uur, tegemoet.
De voorzitter van de commissie voor Binnenlandse Zaken, Lagas
De voorzitter van de commissie voor Digitalisering, Veldhoen
De griffier voor dit verslag, Bergman
Samenstelling:
Kemperman (BBB), Lagas (BBB) (voorzitter), Kroon (BBB),Van Langen-Visbeek (BBB), Lievense (BBB), Fiers (GroenLinks-PvdA), Recourt (GroenLinks-PvdA), Janssen-Van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Roovers (GroenLinks-PvdA), Geerdink (VVD), Van de Sanden (VVD), Meijer (VVD) (ondervoorzitter), Doornhof (CDA), Prins (CDA), Van Toorenburg (CDA), Dittrich (D66), Aerdts (D66), Van Hattem (PVV), Nicolaï (PvdD), Nanninga (JA21), Janssen (SP), Talsma (CU), Dessing (FVD), Schalk (SGP), Perin-Gopie (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Van der Goot (OPNL)
L. Rietman, Onveilige werksfeer op Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Pesten, intimidatie en vriendjespolitiek onder ambtenaren en leidinggevenden., 4 februari 2025 via https://www.fnv.nl/nieuwsbericht/sectornieuws/fnv-overheid/2025/02/onveilige-werksfeer-op-ministerie-van-infrastructu
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36600-VII-F.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.