Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 december 2025
Hierbij ontvangt u nadere toelichting op de samenwerking tussen de Verenigde Staten
en Nederland ten aanzien van het project «Collaborative Combat Aircraft» (CCA), zoals verzocht door de VCD tijdens de procedurevergadering van 27 november
jongstleden.
In de Defensienota 2024 is aangegeven, dat Defensie meer investeringen in onbemenste
systemen in het land-, maritiem en luchtdomein wil plegen. De noodzaak hiertoe is
ingegeven door inzichten uit recente conflicten, waaronder die in de Oekraïne, en
versnelling van innovatieve activiteiten.
Defensie wil kennis opdoen over mogelijke toepassingsgebieden en innovatieve toekomstige
operationele concepten met de nieuwste generatie onbemenste vliegtuigen ter aanvulling
op bestaande en toekomstige (bemenste en onbemenste) platformen waardoor in het luchtdomein
effectiever kan worden opgetreden. Om aan deze ambitie invulling te geven heeft Defensie
de Letter of Intent concerning Autonomy and Collaborative Combat Aircraft Cooperation met de Verenigde Staten ondertekend op 16 oktober 2025.
Naast het opzetten van de samenwerking ten aanzien van CCA-ontwikkeling en -tests met de Verenigde Staten, wil Defensie ook de mogelijkheden
van samenwerking verkennen op het gebied Uncrewed Aerial Systems (UAS) binnen Europa. Binnen Europa verkeren de ontwikkelingen zich nog niet in het
stadium waarin die zich in de Verenigde Staten verkeren.
De samenwerking en de verkenningen dragen ook bij aan de ontwikkelingen van toekomstige
jachtvliegtuigcapaciteit, waarin ook de mogelijkheden voor een onbemenste variant
worden meegenomen.
Gegeven dit feit wil Defensie in de samenwerking met de Verenigde Staten vroegtijdig
relevante kennis opdoen, zoveel mogelijk in samenwerking met Nederlandse kennisinstellingen
en industrie. De Verenigde Staten acht kennis op dit gebied vanuit de kennisinstellingen
een belangrijke bijdrage in het project, waarmee mede wisselwerking kan worden gerealiseerd.
De samenwerking zal worden ingericht op basis van het Memorandum of Understanding voor Research, Development, Testing & Evaluation, dat Nederland en de Verenigde Staten medio juni 2025 hebben ondertekend.
F-35 en CCA
In mijn Kamerbrief over de aanschaf van Anti-A2/AD-wapens en het voornemen om extra
F-35’s aan te schaffen (Kamerstuk 27 830, nr. 452, 15 oktober 2024), heb ik aangegeven, dat we een extra inspanning gaan leveren op
het gebied van onbemenste jachtvliegtuigcapaciteit. Voor het zesde toestel wordt de
haalbaarheid onderzocht van een onbemenste jachtvliegtuigcapaciteit door maximaal
op innovatie en ontwikkeling in te steken met onze partners en industrie.
De CCA-ontwikkeling maakt nog geen deel uit van het F-35 project, maar er is wel interesse
vanuit meerdere partners, waaronder Nederland, om te kijken wat de samenwerkings-
en eventuele integratiemogelijkheden zijn voor onbemenste jachtvliegtuigcapaciteit.
Om de industrie te stimuleren sneller deze nieuwe concepten te concretiseren, wordt
de benodigde zesde F-35 niet direct besteld, maar wordt onderzocht of op korte termijn
een alternatieve, innovatieve en volwaardige invulling mogelijk is. Uiterlijk in de
tweede helft van 2026 volgt dan een validatie met een of meerdere fabrikanten of met
een of meerdere partnerlanden om een Government-to-Government (G2G)-samenwerkingsverband aan te gaan inzake innovatie. Deze validatie is tevens
een criterium voor het besluit van Defensie om wel of niet de zesde F-35 af te roepen.
De innovatie in het F-35 programma en de ontwikkeling van onbemenste systemen zal
uiteraard blijven doorgaan, ook wanneer Defensie besluit het extra toestel af te roepen.
De Staatssecretaris van Defensie,
G.P. Tuinman