Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 april 2024
Op 12 maart 2024 heeft de Kamer, op advies van de vaste commissie voor Immigratie
en Asiel/JBZ-Raad, besloten dat zij de behandeling van het voorstel voor een Richtlijn
tot vaststelling van minimumvoorschriften ter voorkoming en bestrijding van mensensmokkel
COM(2023)755 van zodanig politiek belang acht dat zij over de behandeling daarvan
op bijzondere wijze wenst te worden geïnformeerd. Bij brief van 15 maart 20241 heeft de Kamer dit besluit aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid medegedeeld
en is de Staatssecretaris verzocht om bij voormeld voorstel een parlementair behandelvoorbehoud
te maken, zoals bedoeld in artikel 4 van de Goedkeuringswet van het Verdrag van Lissabon.
In dit kader heeft de vaste commissie voor Immigratie en Asiel/JBZ-Raad met de Staatssecretaris
van Justitie en Veiligheid in de Kamer op 26 maart 2024 een mondeling overleg gevoerd
waarbij tot aanvullende specifieke informatieafspraken, zoals bedoeld in artikel 4
lid 3 van de Goedkeuringswet bij het Verdrag van Lissabon, is gekomen. Deze afspraken
worden bij de als bijlage bij deze brief gevoegde brief gericht aan de Staatssecretaris
van Justitie en Veiligheid bevestigd. Daarnaast wordt de Staatssecretaris in deze
brief medegedeeld dat met de gemaakte informatieafspraken de voortzetting van het
parlementair behandelvoorbehoud bij bovengenoemd voorstel niet langer noodzakelijk
wordt geacht.
Namens de vaste commissie voor Immigratie en Asiel / JBZ-Raad wil ik u verzoeken deze
door de commissie vastgestelde brief voor akkoord aan de Kamer voor te leggen.
De Voorzitter van de vaste commissie voor Immigratie en Asiel / JBZ-Raad, A.W.J.A. van Hattem
BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE EERSTE KAMER DER STATEN-GENERAAL
Aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Den Haag, 9 april 2024
Op voorstel van de fractie van GroenLinks-PvdA heeft de commissie Immigratie en Asiel/JBZ-Raad
de Kamer geadviseerd u te verzoeken een parlementair behandelvoorbehoud te maken,
zoals bedoeld in artikel 4 van de Goedkeuringswet van het Verdrag van Lissabon, bij
het voorstel voor een Richtlijn tot vaststelling van minimumvoorschriften ter voorkoming
en bestrijding van mensensmokkel COM(2023)755. De Kamer heeft op 12 maart 2024 besloten
dat zij het aan de orde zijnde voorstel van zodanig politiek belang acht dat zij over
de behandeling daarvan op bijzondere wijze wenst te worden geïnformeerd.
Bij brief van 12 maart 20242 heeft de Kamer dit besluit aan u medegedeeld en bent u verzocht om voor bedoeld voorstel
een parlementair behandelvoorbehoud te maken. Daarnaast werd u bij deze brief verzocht
om geen onomkeerbare stappen te zetten in de onderhandelingen over het betreffende
voorstel totdat voormelde commissie een mondeling overleg met u heeft kunnen voeren.
Dit mondeling overleg heeft op 26 maart 2024 in de Kamer plaatsgevonden.
Tijdens dit mondeling overleg hebben fracties kenbaar kunnen maken welk politiek belang
zij hechten aan het onderhavige richtlijnvoorstel. Dit spitste zich toe op de vraag
naar de eventuele mogelijkheid om explicieter duidelijk te maken – ook ter inkadering
van het minimaal te handhaven rechtsstatelijk niveau alle lidstaten bij de implementatie
– hoe humanitaire hulpverlening niet gerekend wordt tot de «hulpverlening bij» illegale
binnenkomst, illegale doortocht en illegaal verblijf in de Unie die strafbaar gesteld
moet worden op basis van de onderhavige richtlijn ter bestrijding van mensensmokkel.
Met verwijzing naar artikel 4, lid 3, van de Goedkeuringswet bij het Verdrag van Lissabon
bevestig ik u hierbij dat tijdens voormeld mondeling overleg tot de volgende aanvullende
specifieke informatieafspraken is gekomen.
Bovenop bestaande afspraken rondom de informatievoorziening bij de JBZ-Raad zal de
Kamer bij alle verslagen van de JBZ-Raad in detail geïnformeerd worden over (de voortgang
van) de onderhandelingen, het krachtenveld en de actuele kabinetsinzet met betrekking
tot het voorstel voor een Richtlijn tot vaststelling van minimumvoorschriften ter
voorkoming en bestrijding van mensensmokkel COM(2023)755, specifiek op de dimensie
van humanitaire hulpverlening, ook wanneer deze in andere overleggremia dan de JBZ-Raad
staat geagendeerd.
Voor de goede orde wijs ik u erop dat met deze afspraken de voortzetting van het parlementair
behandelvoorbehoud bij bovengenoemd voorstel niet langer noodzakelijk wordt geacht.
De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, Bruijn