36 446 Wijziging van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en enige andere wetten in verband met de invoering van regels voor het verlenen van toelating voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten (Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten)

Q VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 19 mei 2026

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid1 heeft schriftelijk overleg gevoerd met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over Voortgang invoering toelatingsstelsel Wtta. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:

  • De uitgaande brief van 31 maart 2026.

  • De antwoordbrief van 18 mei 2026.

  • De afschriftbrief van 18 mei 2026.

De griffier van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Van der Bijl

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Den Haag, 31 maart 2026

De leden van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid hebben met belangstelling kennisgenomen van het afschrift van de brief van uw voorganger van 12 februari 2026 over de voortgang van de invoering van het toelatingsstelsel dat met de Wtta wordt ingevoerd.2 De leden van de fracties van GroenLinks-PvdA en de fracties GroenLinks-PvdA, SP en OPNL gezamenlijk, de leden van de fractie van D66 en de leden van de fractie PVV hebben naar aanleiding van uw brief een aantal vragen. De leden van de SP-fractie sluiten zich graag aan bij de vragen van GroenLinks-PvdA. De leden van de fractie van BBB en het lid van de fractie-Van de Sanden sluiten zich aan bij zowel de vragen van de leden van de fractie van D66, als ook de vragen van de leden van de fractie van PVV.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA

De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA hebben enkele vragen over de uitvoerbaarheid in relatie tot de beoogde doelstelling van de wet.

Er wordt in de Stand van de invoering 2025 aangegeven dat in de beginfase van het toelatingsstelsel in het openbaar register van de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU) tijdelijk uitleners staan opgenomen die nog niet zijn gecontroleerd door een aangewezen inspectie-instelling. Juist in de overgangsperiode, wanneer nog niet iedere uitlener is gecontroleerd, is het delen van signalen voor het risicogericht toezicht erg belangrijk.3 Ook wordt door u gesteld dat de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) risicogericht toezicht houdt, waarbij eerdere klachten en signalen over ernstige tekortkomingen of overtredingen door uitleners worden meegenomen in de risicoanalyse die mede bepaalt waar de NLA haar inspectiecapaciteit inzet. Daarbij geeft u aan dat de NLA onafhankelijk is en zelfstandig keuzes maakt over haar toezicht, maar dat dit niet bekent dat zij solistisch werkt.4

  • Kunt u aangeven in hoeverre op grond van het overgangsrecht deze specifieke categorie uitleners -waar sprake is van eerdere klachten en signalen over ernstige tekortkomingen of overtredingen- mogelijk zonder controle worden toegelaten op grond van het hebben van een SNA-keurmerk?

  • Welke mogelijkheden ziet u om toelating van deze specifieke categorie «malafide uitleners» tot het openbaar register te voorkomen? In hoeverre worden daarvoor de inzichten en de gegevens van de stelselpartijen zoals de Belastingdienst en de NLA benut?

  • Op welke wijze krijgt het risicogericht toezicht van de NLA invulling wanneer het gaat om deze specifieke categorie «malafide uitleners» en bij uitleners waar sprake is van «malafide praktijken»? Dus uitleners waar sprake is van eerdere klachten en signalen over ernstige tekortkomingen of overtredingen? Betekent dit dat de NLA, de NAU en de Belastingdienst proactief samenwerken door gezamenlijke risicoanalyses en gegevensuitwisseling bij deze specifieke categorie uitleners?

  • In hoeverre is er sprake van een eenduidige gezamenlijke definitie van het begrip «malafide uitleners» en het begrip «malafide praktijken» vanuit de stelselpartijen de NAU, de NLA, de Belastingdienst en de regering? Is er in de voorziene samenwerkingsafspraken sprake van definiëring van het begrip «malafide uitleners» en «malafide praktijken»? Zo nee, hoe wordt deze specifieke categorie uitleners, waar sprake is van eerdere klachten en signalen over ernstige tekortkomingen of overtredingen, gedefinieerd en geduid?

  • Op welke wijze is in de voorziene samenwerkingsafspraken tussen de stelselpartners in de periode van het overgangsrecht specifiek voorzien in gezamenlijke risicoanalyses, gegevensuitwisseling en monitoring ten aanzien van de categorie uitleners waar sprake van eerdere klachten en signalen over ernstige tekortkomingen of overtredingen?

  • In hoeverre zijn de voorziene samenwerkingsafspraken ook expliciet gericht op uitleners die mogelijk zonder controle worden toegelaten op grond van het hebben van een SNA-keurmerk terwijl er sprake is van eerdere klachten en signalen over ernstige tekortkomingen of overtredingen? Wat is daarbij de doelstelling?

De fracties GroenLinks-PvdA, SP en OPNL hebben nog enkele vragen gezamenlijk over de uitvoering van de motie over tijdig signaleren van misbruik en schijnconstructies.5

  • De fracties GroenLinks-PvdA, SP, OPNL en D66 hebben bij de wetsbehandeling een motie ingediend waarbij is verzocht dat zowel de NLA, de Belastingdienst en de NAU als stelselpartijen regulier aan de Minister rapporteren op basis van monitoring van signalen over (nieuwe) constructies om de Wtta te omzeilen, vanaf het moment dat de wet is aangenomen.6 In de terugkoppeling van de regering staat dat deze motie is afgedaan omdat de NAU als autoriteit een centrale en coördinerende rol gaat vervullen in het verzamelen en analyseren van signalen en het adviseren van politiek en beleid.7 U geeft daarmee, volgens de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA ontoereikend invulling aan de motie die met 65 stemmen in de Eerste Kamer is aangenomen. Ten eerste betreft de motie niet alleen de rapportering door de NAU, maar ook reguliere rapportage van de NLA en de Belastingdienst als stelselpartijen aan de verantwoordelijke Minister. Ten tweede is er nog geen invulling gegeven aan de reguliere rapportering door de stelselpartijen. Er is slechts aangegeven dat de NAU in de jaarlijkse stand van de uitvoering rapporteert over knelpunten, trends en ontwikkelingen in de uitvoering van de Wtta. Ten derde is verzocht om monitoring van signalen door de stelselpartijen. In de beantwoording is niet aangegeven op welke wijze er in de monitoring door de stelselpartijen is voorzien. Ten vierde wordt gesteld dat de NAU een rol gaat vervullen in het verzamelen en adviseren van signalen. In de motie is verzocht vanaf het moment dat de wet is aangenomen vanuit de verschillende stelselpartijen invulling te geven aan de signaleringfunctie, vanwege de risico’s van het ontstaan van (nieuwe) constructies tijdens het overgangsrecht. Ook het rapport Gateway wijst op dit risico en het belang van tijdige signalering vanuit diverse (stelsel)partijen.8 Kunt u ingaan op deze vier punten ten aanzien van de uitvoering van de motie?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van D66

Met betrekking tot de uitvoerbaarheid lezen de leden van de D66-fractie dat de ontwikkeling van het zaaksysteem gefaseerd plaatsvindt.9 De aan het woord zijnde leden willen weten hoe wordt gewaarborgd dat besluiten van de NAU in deze fase zorgvuldig, navolgbaar en tijdig tot stand komen? Zij verzoeken u in het bijzonder toe te lichten hoe de kwaliteit en continuïteit van de besluitvorming wordt geborgd gedurende de gefaseerde oplevering van het zaaksysteem. Als laatst vragen voornoemde leden zich af op welke wijze wordt verzekerd dat een robuuste bezwaar- en beroepspraktijk vanaf de start goed kan functioneren?

Ten aanzien van het evenwicht tussen toezicht, lasten en de menselijke maat constateren de leden van de D66-fractie dat de invoering van de Wtta aanzienlijke gevolgen kan hebben voor uitleners, met name in de opstartfase. Deze leden vragen hoe wordt voorkomen dat de uitvoering leidt tot onevenredige (administratieve) lasten? Zij vragen u voorts toe te lichten hoe het evenwicht wordt bewaakt tussen effectief toezicht en werkbare verplichtingen voor uitleners. Welke maatregelen worden overwogen om onnodige regeldruk te beperken?

Met betrekking tot toezicht en handhaving ten behoeve van medewerkers achten de leden van de D66-fractie het van groot belang dat de bescherming van medewerkers daadwerkelijk tot zijn recht komt in de praktijk. De aan het woord zijnde leden vragen welke personele en organisatorische maatregelen worden getroffen om het toezicht en de handhaving effectief vorm te geven. In het bijzonder verzoeken zij u nader in te gaan op de wijze waarop wordt voorzien in voldoende capaciteit, expertise en slagkracht bij de betrokken toezichthouder.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van PVV

De leden van de fractie van PVV hebben enkele vragen over de NAU en haar organisatorische positie.

  • U stelt dat de NAU een onafhankelijke, deskundige en betrouwbare autoriteit moet zijn, maar tegelijkertijd een organisatieonderdeel blijft van het Ministerie van SZW.10 Bureau Gateway concludeert dat er bij diverse stakeholders uiteenlopende beelden bestaan over de term «autoriteit» – men noemt termen als kennisinstituut, handhaver, helper, toezichthouder en partner.11 Hoe waarborgt u de feitelijke onafhankelijkheid van de NAU ten opzichte van het ministerie? Op welke termijn wordt een definitief besluit genomen over een eventuele zelfstandige bestuursorganisatie?

  • Het Gateway Reviewrapport adviseert de discussie over de verzelfstandiging van de NAU op te pakken als de wet wordt geëvalueerd.12 Op welk moment is die evaluatie voorzien, en hoe verhoudt dat zich tot de beoogde inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2027?

Daarnaast hebben de aan het woord zijnde leden enkele vragen over de financiering en leges.

  • U stelt dat de NAU gefinancierd wordt uit leges, maar dat de definitieve leges voor uitleners pas begin 2027 worden vastgesteld.13 Hoe wordt de NAU gefinancierd in de opstartfase vóór 1 januari 2027, en welk bedrag is hiervoor gereserveerd op de begroting van SZW? Kunt u de Kamer inzicht geven in de verwachte kosten voor de opbouw van de NAU in de jaren 2025, 2026 en 2027?

  • De vergoeding voor de toelatingsprocedure is bij wet gemaximeerd op € 3.611.14 Op basis waarvan is dit maximum bepaald? Hoe is geborgd dat dit bedrag kostendekkend is voor de NAU? Bestaat het risico dat de maximumvergoeding onvoldoende is bij een aantal aanvragen dat lager is dan verwacht?

  • Tijdens de parlementaire behandeling in de Tweede Kamer is afgesproken dat de NAU volledige transparantie biedt over de berekening en besteding van de legesgelden. Op welke wijze en wanneer zal de NAU hierover aan de Kamers rapporteren?

Ook hebben de leden van de PVV-fractie enkele vragen over de personele bezetting en het zaaksysteem.

  • U erkent risico's op het gebied van tijdige werving van personeel en tijdige oplevering van het zaaksysteem.15 De NAU werft momenteel alleen medewerkers op sleutelfuncties, zoals beoordelaars, controllers en juristen. Hoeveel fte zijn er nodig voor de volledige uitvoering van de Wtta per 1 januari 2027, en hoeveel fte zijn er op dit moment geworven of aangesteld?

  • Het zaaksysteem wordt op maat ontwikkeld voor de NAU en gefaseerd opgeleverd. Het aanmeldportaal opent naar verwachting in Q3 van 2026. Wat zijn de concrete go/no-go-momenten in de systeemontwikkeling, en welke minimumeisen worden gesteld aan het zaaksysteem voordat het aanmeldloket in november 2026 opengaat? Wat zijn de gevolgen als het systeem niet tijdig gereed is?

  • Bureau Gateway stelt dat go-no-go-momenten ruimschoots voor de kritieke invoerdatums moeten worden bepaald, zodat tijdig bijgestuurd kan worden.16 Wanneer worden de go/no-go-besluiten genomen, en wie is eindverantwoordelijk voor deze besluiten: de Minister, de stuurgroep of de directie van de NAU?

Eveneens hebben de leden van de PVV-fractie enkele vragen over de samenwerking met handhavingspartners.

  • U vermeldt dat de NAU afspraken maakt met de NLA en de Belastingdienst over gegevensdeling.17 Zijn deze samenwerkingsafspraken reeds formeel vastgelegd? Zo nee, wanneer worden deze verwacht, en welke gegevens worden precies uitgewisseld? Hoe is de privacywetgeving hierbij geborgd?

  • Bureau Gateway beveelt aan te investeren in de samenwerking op uitvoeringsniveau binnen het stelsel om een gevoel te krijgen van wat er speelt in de markt.18 Op welke wijze geeft de NAU invulling aan deze aanbeveling? Welke concrete stappen zijn of worden gezet?

Daarnaast hebben de aan het woord zijnde leden enkele vragen over de publiekscampagne en het overgangsrecht.

  • De eerste publiekscampagne is voorzien voor Q2 van 2026. Welke doelgroepen worden bereikt met deze campagne? Hoe wordt specifiek de groep kleinere uitleners bereikt die mogelijk minder bekend is met de nieuwe wet- en regelgeving? Wordt hierbij ook aandacht besteed aan buitenlandse uitleners die actief zijn op de Nederlandse markt?

  • Uitleners die vóór 1 juli 2027 een aanvraag indienen bij de NAU mogen zonder inspectie-rapport blijven uitlenen zolang zij tijdig hebben aangemeld en zo spoedig mogelijk een inspectierapport aan de NAU verstrekt.19 Hoe wordt gecontroleerd of uitleners die gebruik maken van het overgangsrecht ook daadwerkelijk voldoen aan de overige vereisten van de Wtta? Welke sancties staan er op misbruik van het overgangsrecht?

Ook hebben de voornoemde leden enkele vragen over de tijdlijn en de haalbaarheid van de inwerkingtredingsdatum.

  • U schrijft dat u de Kamer vóór de zomer zal informeren of het tijdpad nog steeds passend is. Op welke datum of in welke week wordt de Kamer hierover geïnformeerd? Welke criteria hanteert u om te beoordelen of de datum van 1 januari 2027 realistisch is?

  • Bureau Gateway heeft de Delivery Confidence beoordeeld als «oranje», wat betekent dat er reeds aanzienlijke problemen zijn die managementaandacht vereisen.20 Deelt u deze risico-inschatting van Bureau Gateway? Zo ja, welke specifieke maatregelen heeft u genomen of voorziet u te nemen naar aanleiding van elk van de tien aanbevelingen van het reviewteam?

  • Wanneer wordt de volgende Gateway Review (de aanbevolen Health Check) uitgevoerd, en wordt dit rapport ook aan de Kamers aangeboden?

Als laatste hebben de leden van de PVV-fractie enkele vragen over de private inspectie-instellingen.

  • De NAU kan vanaf juli 2026 beginnen met het aanwijzen van private inspectie-instellingen. Hoeveel inspectie-instellingen zijn op dit moment in gesprek met de NAU over aanwijzing? Is er voldoende aanbod van kwalitatieve inspectie-instellingen om de verwachte aanvraaglast te kunnen verwerken, en welke drempel stelt de NAU aan de kwaliteit van deze instellingen?

  • Bureau Gateway adviseert een leerstructuur te organiseren met proefinspecties en expertisekringen.21 Is hier al uitvoering aan gegeven? Zo ja, wat zijn de eerste bevindingen uit proefinspecties?

De commissie ziet uit naar de beantwoording van bovenstaande vragen en verzoekt u deze uiterlijk over vier weken aan de Eerste Kamer aan te bieden.

Voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, R. van Gurp

BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 mei 2026

Met belangstelling heb ik kennisgenomen van uw brief van 31 maart 202622 waarin de leden van de vaste commissie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vragen hebben gesteld naar aanleiding van de brief over de voortgang van de invoering van de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta).23 Hierbij ontvangt u de beantwoording van de vragen.

Gelijktijdig ontvangt u ter kennisneming een afschrift van de brief over de inwerkingtredingsdatum van de Wtta die ik de Tweede Kamer voor de zomer heb toegezegd.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.A. Vijlbrief

Antwoorden op vragen van de vaste commissie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gesteld op 31 maart 202624 naar aanleiding van de brief over de voortgang van de invoering van de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta)25. Deze vragen zijn gesteld door de leden van GroenLinks-PvdA, D66 en de PVV. Daarnaast hebben GroenLinks-PvdA, SP en OPNL gezamenlijk enkele vragen gesteld. De leden van de SP hebben zich aangesloten bij de vragen van GroenLinks-PvdA en leden van de BBB en het lid van de fractie-Van de Sanden hebben zich aangesloten bij de vragen van D66 en de PVV.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA

De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA hebben enkele vragen over de uitvoerbaarheid in relatie tot de beoogde doelstelling van de wet.

Er wordt in de Stand van de invoering 2025 aangegeven dat in de beginfase van het toelatingsstelsel in het openbaar register van de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU) tijdelijk uitleners staan opgenomen die nog niet zijn gecontroleerd door een aangewezen inspectie-instelling. Juist in de overgangsperiode, wanneer nog niet iedere uitlener is gecontroleerd, is het delen van signalen voor het risicogericht toezicht erg belangrijk26. Ook wordt door u gesteld dat de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) risicogericht toezicht houdt, waarbij eerdere klachten en signalen over ernstige tekortkomingen of overtredingen door uitleners worden meegenomen in de risicoanalyse die mede bepaalt waar de NLA haar inspectiecapaciteit inzet. Daarbij geeft u aan dat de NLA onafhankelijk is en zelfstandig keuzes maakt over haar toezicht, maar dat dit niet bekent dat zij solistisch werkt.27

  • Kunt u aangeven in hoeverre op grond van het overgangsrecht deze specifieke categorie uitleners -waar sprake is van eerdere klachten en signalen over ernstige tekortkomingen of overtredingen- mogelijk zonder controle worden toegelaten op grond van het hebben van een SNA-keurmerk?

Antwoord:

Het overgangsrecht valt uiteen in twee onderdelen. Allereerst mag een uitlener onder bepaalde voorwaarden op grond van het overgangsrecht blijven uitlenen zolang de NAU nog geen besluit heeft genomen op de eerste aanvraag. Daarnaast regelt het overgangsrecht eenmalig aan welke voorwaarden de eerste aanvraag moet voldoen. Uitleners mogen bij de eerste aanvraag tot toelating eenmalig een vrijwillig certificaat voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten, afgegeven door de Stichting Normering Arbeid (SNA), overleggen in plaats van een inspectierapport voor het normenkader Wtta. Om voor dit overgangsrecht in aanmerking te komen, moet de uitlener de eerste aanvraag voor toelating uiterlijk op 30 juni 2027 indienen omdat de Wtta op 1 januari 2027 in werking treedt. In de brief die ik uw Kamer gelijktijdig met de beantwoording van deze vragen stuur, informeer ik beide Kamers over de beoogde datum van inwerkintreding van de wet op 1 januari 2027.

De NAU beoordeelt de eerste aanvraag voor toelating net als reguliere aanvragen, met dien verstande dat de toelating eenmalig beoordeeld wordt op basis van het SNA-certificaat in plaats van het inspectierapport. De Minister blijft te allen tijde verantwoordelijk voor het besluit of een uitlener wordt toegelaten. De NAU beoordeelt daarom ook bij de aanvraag op basis van een SNA-certificaat of de uitlener het normenkader naleeft. Indien er – bijvoorbeeld van de Arbeidsinspectie – signalen zijn dat de uitlener onderdelen van het normenkader niet naleeft, kan de NAU de aanvraag na een zorgvuldig onderzoek op die grond afwijzen. De groep uitleners met een SNA-certificaat krijgt daarmee niet zonder beoordeling van de NAU een toelating. Wel is het zo dat als een uitlener aan de daaraan gestelde voorwaarden voldoet, deze tijdelijk mag blijven uitlenen, totdat de beslissing op de aanvraag door de NAU is genomen. Dit is noodzakelijk met het oog op de rechtszekerheid. Maar als een besluit tot afwijzing wordt genomen voordat de Wtta handhaafbaar is geworden, dan vervalt het overgangsrecht.

  • Welke mogelijkheden ziet u om toelating van deze specifieke categorie «malafide uitleners» tot het openbaar register te voorkomen? In hoeverre worden daarvoor de inzichten en de gegevens van de stelselpartijen zoals de Belastingdienst en de NLA benut?

Antwoord:

Uitleners komen in het openbaar register wanneer zij door de NAU worden toegelaten. Ook uitleners met een ontheffing en uitleners die op grond van het overgangsrecht tijdelijk mogen blijven uitlenen, komen in het openbaar register. Daarnaast is in het openbaar register te zien welke uitleners een toelating hebben aangevraagd en of de aanvraag is geweigerd. Om een toelating te verkrijgen, beoordeelt de NAU of de uitlener voldoet aan de voorwaarden. De NAU weigert een toelating indien blijkt dat de uitlener niet voldoet aan de voorwaarden, waaronder de naleving van het normenkader. De NAU kan tot deze conclusie komen, bijvoorbeeld op basis van een intrekking van het SNA-certificaat of op basis van gegevensuitwisseling met stelselpartijen, zoals de Arbeidsinspectie en Belastingdienst. Van deze gegevensuitwisseling kan zo snel mogelijk na publicatie van het inwerkingtredingsbesluit van de wet gebruik worden gemaakt en die gegevens zijn een belangrijke bron voor de NAU in haar beoordelingen. De beoogde inwerkingtreding van de artikelen in de wet over gegevensuitwisseling is 1 juli 2026. Aan de technische uitwerking van de gegevensuitwisseling wordt op dit moment nog gewerkt; deze uitwisseling is dus belangrijk om met verschillende partijen in het stelsel zo goed mogelijk zicht te krijgen op malafide partijen en deze te weren.

Daarnaast zijn er ook drempels in het stelsel die het voor dit soort partijen moelijker maken om het stelsel binnen te komen. Naast het naleven van het normenkader moet de uitlener met een SNA-certificaat voldoen aan de overige voorwaarden, zoals het overleggen van een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) en het storten van een waarborgsom (tenzij de uitlener in aanmerking komt voor het overgangsrecht voor de waarborgsom). Wanneer een uitlener hier niet aan voldoet, zal de toelating worden geweigerd. Ook kan de NAU een toelating weigeren op grond van de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob) indien er sprake is van een ernstig gevaar dat deze wordt misbruikt voor criminele doeleinden.

  • Op welke wijze krijgt het risicogericht toezicht van de NLA invulling wanneer het gaat om deze specifieke categorie «malafide uitleners» en bij uitleners waar sprake is van «malafide praktijken»? Dus uitleners waar sprake is van eerdere klachten en signalen over ernstige tekortkomingen of overtredingen? Betekent dit dat de NLA, de NAU en de Belastingdienst proactief samenwerken door gezamenlijke risicoanalyses en gegevensuitwisseling bij deze specifieke categorie uitleners?

Antwoord:

De NAU is bezig met de uitwerking van de samenwerkingsafspraken met de stelselpartners, zoals de Arbeidsinspectie en de Belastingdienst. Onderdeel van deze afspraken is de gegevensuitwisseling met deze stelselpartijen. In de wet- en lagere regelgeving zijn grondslagen opgenomen voor de uitwisseling van gegevens tussen de NAU, de Belastingdienst en de Arbeidsinspectie. Momenteel wordt gewerkt aan het geautomatiseerd kunnen verstrekken van gegevens. De gegevensuitwisseling met inachtneming van voormelde grondslagen helpt de NAU met het beoordelen van aanvragen. Ook kan gegevensuitwisseling signalen opleveren die aanleiding kunnen zijn om nader onderzoek te doen of om een (voorlopige) toelating of ontheffing te schorsen of in te trekken. Daarbij mogen de gegevens van de Belastingdienst als contragegeven worden ingezet om de door de uitlener verstrekte informatie te toetsen. Omgekeerd kunnen signalen van de NAU bijvoorbeeld ook de Arbeidsinspectie helpen om haar risicogerichte toezicht verder vorm te geven.

Naast de structurele gegevensuitwisseling worden er ook casustafels ingericht waarin op casus-niveau informatie kan worden gedeeld. Aan deze casustafels kunnen ook fenomenen rondom ontwijkconstructies worden besproken en invulling worden gegeven aan de samenwerking op risicoanalyses.

De Arbeidsinspectie werkt verder samen met verschillende partijen, zoals in het programma Aanpak Misstanden Uitzendbureaus (AMU). AMU is een samenwerking met het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), Sociale verzekeringsbank (SVB) en de Belastingdienst (BD) op basis van een convenant. Voor internationale zaken werkt de Arbeidsinspectie samen met de European Labour Authority (ELA) en waar nodig met andere lidstaten.

  • In hoeverre is er sprake van een eenduidige gezamenlijke definitie van het begrip «malafide uitleners» en het begrip «malafide praktijken» vanuit de stelselpartijen de NAU, de NLA, de Belastingdienst en de regering? Is er in de voorziene samenwerkingsafspraken sprake van definiëring van het begrip «malafide uitleners» en «malafide praktijken»? Zo nee, hoe wordt deze specifieke categorie uitleners, waar sprake is van eerdere klachten en signalen over ernstige tekortkomingen of overtredingen, gedefinieerd en geduid?

Antwoord:

Er is geen gezamenlijke definitie van de term «malafide» en deze is ook niet voorzien. Bij de totstandkoming van de Wtta is de omschrijving van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten als uitgangspunt genomen. Het Aanjaagteam benoemt in haar rapport situaties waarin het «misgaat bij werkgevers en dat ook bewust gebeurt». Het Aanjaagteam noemde hier als voorbeelden: situaties waarin de huisvesting ver ondermaats is en gebruikt wordt om zwart geldt wit te wassen, arbeidsmigranten onderbetaald worden zonder het zelf te weten, vakantiegeld niet uitbetaald krijgen etc.

Voor de beoordeling of een uitlener een (voorlopige) toelating of ontheffing krijgt, is de beoordeling niet of een uitlener malafide is of niet. Hoewel de aanleiding van de Wtta de misstanden in de uitleensector zijn, gaat de Wtta verder dan alleen het aanpakken van extreme gevallen. Het uitgangspunt is dat alleen uitleners tot de markt worden toegelaten als zij arbeidskrachten behandelen in overeenstemming met geldende wet- en regelgeving.

  • Op welke wijze is in de voorziene samenwerkingsafspraken tussen de stelselpartners in de periode van het overgangsrecht specifiek voorzien in gezamenlijke risicoanalyses, gegevensuitwisseling en monitoring ten aanzien van de categorie uitleners waar sprake van eerdere klachten en signalen over ernstige tekortkomingen of overtredingen?

Antwoord:

In samenspraak met de stelselpartners worden de samenwerkingsafspraken over structurele- en incidentele gegevensuitwisseling vormgegeven en uitgewerkt. In de Wtta, de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Wet SUWI) en daarbij behorende lagere regelgeving zijn de grondslagen voor gegevensuitwisseling opgenomen die ook van toepassing zijn voor uitleners die onder het overgangsrecht vallen. Er vinden momenteel gesprekken plaats tussen de NAU en de stelselpartijen over de inhoud en vormgeving van deze samenwerkingsafspraken, waaronder de mogelijkheden voor gezamenlijke risicoanalyses, gegevensuitwisseling en monitoring van uitleners waar eerder overtredingen zijn geconstateerd. Ook worden, zoals hiervoor al aangegeven, casustafels ingericht, zodat deze categorie uitleners daar specifiek kan worden besproken.

  • In hoeverre zijn de voorziene samenwerkingsafspraken ook expliciet gericht op uitleners die mogelijk zonder controle worden toegelaten op grond van het hebben van een SNA-keurmerk terwijl er sprake is van eerdere klachten en signalen over ernstige tekortkomingen of overtredingen? Wat is daarbij de doelstelling?

Antwoord:

De Wtta voorziet in overgangsrecht om rechtszekerheid te bieden aan uitleners die tijdig hun aanvraag voor een (voorlopige) toelating of ontheffing hebben ingediend, maar waarover nog geen besluit is genomen voorafgaand aan inwerkingtreding van de toelatingsplicht. Daarnaast draagt het overgangsrecht bij aan de uitvoerbaarheid van het stelsel. Juist in de overgangsperiode, wanneer nog niet iedere uitlener gecontroleerd is door een inspectie-instelling, is het delen van signalen, het onderzoeken en vervolgens acteren erg belangrijk. Daar is dan ook expliciet aandacht voor in de samenwerking tussen de verschillende partijen waartussen signalen en gegevens worden uitgewisseld. Dergelijke signalen zullen tussen de stelselpartners worden besproken op bijvoorbeeld een casustafel. Eerdere klachten en signalen kunnen na een zorgvuldig onderzoek ook leiden tot een weigering van een toelatingsaanvraag, ook al is bijvoorbeeld nog geen inspectierapport overgelegd. Een dergelijk besluit vergt een onderbouwde beoordeling, en zal dus niet lichtzinnig worden genomen. Het is daarom niet uit te sluiten dat in sommige gevallen een signaal niet voldoende basis vormt om een toelating te weigeren. Uiteraard worden alle signalen die binnenkomen met zorgvuldigheid onderzocht en geregistreerd.

De fracties GroenLinks-PvdA, SP en OPNL hebben nog enkele vragen gezamenlijk over de uitvoering van de motie over tijdig signaleren van misbruik en schijnconstructies28.

  • De fracties GroenLinks-PvdA, SP, OPNL en D66 hebben bij de wetsbehandeling een motie ingediend waarbij is verzocht dat zowel de NLA, de Belastingdienst en de NAU als stelselpartijen regulier aan de Minister rapporteren op basis van monitoring van signalen over (nieuwe) constructies om de Wtta te omzeilen, vanaf het moment dat de wet is aangenomen.29 In de terugkoppeling van de regering staat dat deze motie is afgedaan omdat de NAU als autoriteit een centrale en coördinerende rol gaat vervullen in het verzamelen en analyseren van signalen en het adviseren van politiek en beleid.30 U geeft daarmee, volgens de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA ontoereikend invulling aan de motie die met 65 stemmen in de Eerste Kamer is aangenomen. Ten eerste betreft de motie niet alleen de rapportering door de NAU, maar ook reguliere rapportage van de NLA en de Belastingdienst als stelselpartijen aan de verantwoordelijke Minister. Ten tweede is er nog geen invulling gegeven aan de reguliere rapportering door de stelselpartijen. Er is slechts aangegeven dat de NAU in de jaarlijkse stand van de uitvoering rapporteert over knelpunten, trends en ontwikkelingen in de uitvoering van de Wtta. Ten derde is verzocht om monitoring van signalen door de stelselpartijen. In de beantwoording is niet aangegeven op welke wijze er in de monitoring door de stelselpartijen is voorzien. Ten vierde wordt gesteld dat de NAU een rol gaat vervullen in het verzamelen en adviseren van signalen. In de motie is verzocht vanaf het moment dat de wet is aangenomen vanuit de verschillende stelselpartijen invulling te geven aan de signaleringfunctie, vanwege de risico’s van het ontstaan van (nieuwe) constructies tijdens het overgangsrecht. Ook het rapport Gateway wijst op dit risico en het belang van tijdige signalering vanuit diverse (stelsel)partijen.31 Kunt u ingaan op deze vier punten ten aanzien van de uitvoering van de motie?

Antwoord:

Allereerst betreur ik dat er een verschil in inzicht is over de uitvoering van deze motie. Anders dan de bijlage bij de brief van 12 februari jl.32 doet vermoeden, zal doorlopend aan de betreffende motie uitvoering worden gegeven. Met de eerste stand van de invoering van de NAU heeft mijn voorganger inzicht gegeven in waar de NAU nu staat en welke uitdagingen nog op het pad liggen. Eind van dit jaar zal ik u wederom een stand van de invoering doen toekomen.

In reactie op het tweede punt worden op dit moment samenwerkingsafspraken met stelselpartijen voorbereid. In eerste instantie met de Arbeidsinspectie en Belastingdienst en daaropvolgend ook met gemeenten, UWV, SVB en andere partijen die een rol spelen in het toelatingsstelsel. In deze afspraken wordt vastgelegd hoe en welke signalen over en weer kunnen worden uitgewisseld. Aangezien de Wtta nog niet in werking is getreden, is het op dit moment nog niet mogelijk om een (sluitende) analyse te geven van ontwijkconstructies. Alle partijen zijn zich ervan bewust dat er uitleners zullen zijn die gaan proberen om onder (de verplichtingen van) het toelatingsstelsel uit te komen. De stelselpartners zijn hier dan ook alert op. Indien de Wtta in werking is getreden, zal ook gerapporteerd worden over eventuele signalen. Dit in lijn met de genoemde motie.

In reactie op het derde en vierde punt zal de NAU de ontvangen signalen monitoren en registreren, evenals de vervolgacties. Dit proces wordt momenteel uitgewerkt en kent net als de rest van het toelatingsstelsel een ingroeipad. Onderdeel van deze uitwerking is ook de manier waarop de conclusies van deze signalen aan mij en aan uw Kamer worden teruggekoppeld.

Ook de Arbeidsinspectie gebruikt risicoanalyses onder andere om haar inspectiecapaciteit zo effectief mogelijk in te zetten en om constructies om de toelatingsplicht te ontwijken te ontdekken.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van D66

  • Met betrekking tot de uitvoerbaarheid lezen de leden van de D66-fractie dat de ontwikkeling van het zaaksysteem gefaseerd plaatsvindt.33 De aan het woord zijnde leden willen weten hoe wordt gewaarborgd dat besluiten van de NAU in deze fase zorgvuldig, navolgbaar en tijdig tot stand komen? Zij verzoeken u in het bijzonder toe te lichten hoe de kwaliteit en continuïteit van de besluitvorming wordt geborgd gedurende de gefaseerde oplevering van het zaaksysteem. Als laatst vragen voornoemde leden zich af op welke wijze wordt verzekerd dat een robuuste bezwaar- en beroepspraktijk vanaf de start goed kan functioneren.

Antwoord:

Het zaaksysteem van de NAU is momenteel in ontwikkeling om gefaseerd in 2026 en 2027 te worden opgeleverd en in gebruik te worden genomen. De fasering is gebaseerd op de momenten waarop de wettelijke taken van de NAU beginnen. Bij iedere mijlpaal dient er een onderdeel van het zaaksysteem opgeleverd te worden, zodanig dat het besluitvormingsproces van dat onderdeel van de taak van de NAU zorgvuldig, navolgbaar en tijdig kan worden uitgevoerd. Uitzondering hierop is het aanwijzingsproces van inspectie-instellingen. Het zaaksysteem is nog niet gereed bij de start van de aanwijzing van de inspectie-instellingen. De besluiten tot aanwijzing van de inspectie-instellingen worden daarom buiten het zaaksysteem genomen, intern geregistreerd en op een later moment alsnog in het zaaksysteem opgenomen. Het gaat hier slechts om naar verwachting maximaal tientallen besluiten, waardoor dit mogelijk is en de bestaande planning in stand kan blijven.

Het bezwaar- en beroepsproces wordt momenteel vormgegeven en ingericht. Omdat nu nog onduidelijk is hoeveel aanvragen er daadwerkelijk zullen worden gedaan, en hoeveel uitleners (en inspectie-instellingen) bezwaar maken en/of beroep instellen, wordt voor de inschatting van het aantal bezwaar- en beroepszaken gewerkt met aannames. Op basis van deze aannames wordt het bezwaar- en beroepsproces ingericht. De planning is dat dit voor de start van de besluitvorming door de NAU zal zijn ingericht.

  • Ten aanzien van het evenwicht tussen toezicht, lasten en de menselijke maat constateren de leden van de D66-fractie dat de invoering van de Wtta aanzienlijke gevolgen kan hebben voor uitleners, met name in de opstartfase. Deze leden vragen hoe wordt voorkomen dat de uitvoering leidt tot onevenredige (administratieve) lasten? Zij vragen u voorts toe te lichten hoe het evenwicht wordt bewaakt tussen effectief toezicht en werkbare verplichtingen voor uitleners. Welke maatregelen worden overwogen om onnodige regeldruk te beperken?

Antwoord:

Bij de uitvoering van het stelsel staan zorgvuldigheid en evenredigheid voorop, zodat de NAU de juiste besluiten neemt en daarbij de betrokken belangen juist weegt. Vanzelfsprekend is ook doelmatigheid van belang, zodat uitleners niet onnodig op kosten worden gejaagd en onnodig administratief en financieel worden belast.

Gezien de hardnekkige problematiek waarop de Wtta is gericht, zijn ingrijpende maatregelen nodig om de problemen op te lossen. Om deze problematiek op te lossen is het onvermijdelijk dat dit tot extra kosten en administratieve lasten leidt. Er is kritisch gekeken naar manieren om de administratieve lasten zo veel mogelijk te beperken. Zoals bij de mogelijkheden tot uitzondering en ontheffing.

Hoewel het stelsel in de basis een brede reikwijdte kent, bevat het enkele uitzonderingen voor groepen waarvoor de administratieve lasten en de verplichtingen niet proportioneel worden geacht. Zo valt collegiale uitleen, waarin – kort gezegd – arbeidskrachten incidenteel tegen maximaal de loonkosten ter beschikking worden gesteld, niet onder de Waadi en daarmee niet onder de toelatingsplicht. Ook biedt de wet de mogelijkheid om bij algemene maatregel van bestuur sectoren of segmenten van de arbeidsmarkt uit te zonderen van de toelatingsplicht indien zij redelijkerwijs niet kunnen voldoen aan de vereisten van de Wtta. Daarnaast is er een ontheffingsregeling voor ondernemingen die slechts in zeer beperkte mate aan ter beschikkingstelling van arbeidskrachten doen. Ten slotte heeft de Tweede Kamer bij amendement uitzonderingen toegevoegd voor sociaal werkbedrijven, stichtingen die BBL-studenten ter beschikking stellen en private beveiligingsorganisaties en recherchebureaus.

Daarnaast bevat het stelsel meerdere waarborgen om de kosten voor uitleners te beheersen. In de wet wordt bepaald dat bij de uitlener niet meer kosten in rekening mogen worden gebracht, dan die worden gemaakt voor de uitvoering van het stelsel. Bij het vaststellen van deze vergoeding gelden de waarborgen die het kabinetsbeleid «Maat houden»34 stelt, waaronder de uitgangspunten dat de vergoeding transparant moet zijn opgebouwd, op basis van een duidelijke grondslag, en dat deze vergoeding redelijk moet zijn voor de werkelijke kosten die worden gemaakt. Bij de uitvoering van het stelsel dient de NAU zich daaraan te houden.

Daarnaast kent de Wtta zelf ook nog een aantal aanvullende waarborgen: de leges zijn gemaximeerd op € 3.611 en worden gedifferentieerd naar bedrijfsgrootte zodat deze ook voor kleine uitleners proportioneel zijn. De hoogte van de kosten voor uitleners voor een inspectierapport volgt uit de inhoud van het normenkader en inspectieschema. De sociale partners zijn nauw betrokken geweest bij de totstandkoming hiervan en houden ook in de toekomst een zwaarwegende adviesrol. Als in de praktijk blijkt dat inspectie-instellingen ongerechtvaardigd hoge tarieven hanteren voor hun diensten, biedt het wetsvoorstel een grondslag om deze tarieven bij ministeriële regeling te maximeren.

Voor de zomer start er een brede communicatiecampagne. Het doel van deze campagne is het informeren van uitleners over de verplichtingen van de Wtta en hen te activeren een toelating aan te vragen. Hiermee worden uitleners zo veel mogelijk geholpen om te bepalen of zij aan de toelatingsplicht moeten voldoen.

  • Met betrekking tot toezicht en handhaving ten behoeve van medewerkers achten de leden van de D66-fractie het van groot belang dat de bescherming van medewerkers daadwerkelijk tot zijn recht komt in de praktijk. De aan het woord zijnde leden vragen welke personele en organisatorische maatregelen worden getroffen om het toezicht en de handhaving effectief vorm te geven. In het bijzonder verzoeken zij u nader in te gaan op de wijze waarop wordt voorzien in voldoende capaciteit, expertise en slagkracht bij de betrokken toezichthouder.

Antwoord:

Het toezicht en handhaving op de naleving van de toelatingsplicht is belegd bij de Arbeidsinspectie. Voor het toezicht op en de handhaving van de Wtta heeft de Arbeidsinspectie eerst 90 fte en later nog eens 45 fte extra capaciteit gekregen. Dit is een forse uitbreiding. De uitbreiding van in totaal 135 fte omvat naast capaciteit voor extra inspecteurs ook capaciteit voor andere onderdelen van de handhavingsketen, zoals voor de beoordeling van meldingen, juridische ondersteuning bij handhaving en het opleggen van boetes, en voor de Opsporingsdienst wanneer als uitvloeisel van de Wtta zaken in de strafrechtelijke sfeer opgepakt moeten worden.

Ook wordt een deel van de extra capaciteit ingezet om grensoverschrijdende zaken op te kunnen pakken, zoals buitenlandse uitleners die zonder een toelating of ontheffing in Nederland optreden als uitlener en hun in Nederland gevestigde inleners.

De nieuwe inspecteurs zijn inmiddels geworven en volgen eerst de algemene opleiding voor inspecteur arbeidsmarktfraude (gericht op oneerlijk werk zoals onderbetaling en illegale tewerkstelling) aangevuld met lesmodules toegespitst op de handhaving van de Wtta.

De nieuwe inspecteurs die hun opleiding hebben afgerond worden nu al ingezet in het Programma Uitzendbureaus van de Arbeidsinspectie, waardoor zij tot de invoering van de Wtta kennis en ervaring op kunnen doen met het onderzoeken van uit- en inleners op grond van de huidige arbeidswetten. Daarmee is de handhavingscapaciteit in de uitzendbranche ook al voor de inwerkingtreding van de Wtta flink uitgebreid.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van PVV

De leden van de fractie van PVV hebben enkele vragen over de NAU en haar organisatorische positie.

  • U stelt dat de NAU een onafhankelijke, deskundige en betrouwbare autoriteit moet zijn, maar tegelijkertijd een organisatieonderdeel blijft van het Ministerie van SZW.35 Bureau Gateway concludeert dat er bij diverse stakeholders uiteenlopende beelden bestaan over de term «autoriteit» – men noemt termen als kennisinstituut, handhaver, helper, toezichthouder en partner.36 Hoe waarborgt u de feitelijke onafhankelijkheid van de NAU ten opzichte van het ministerie? Op welke termijn wordt een definitief besluit genomen over een eventuele zelfstandige bestuursorganisatie?

Antwoord:

Onafhankelijkheid, deskundigheid en betrouwbaarheid kunnen en moeten te allen tijde worden geborgd, ook als een orgaan onderdeel is van een departement. Denk hierbij bijvoorbeeld aan ook rijksinspecties. Van belang is dat een beoordelingsinstantie, een inspectie of een autoriteit zonder politieke of bestuurlijke inmenging haar taken kan uitvoeren doordat het beschikt over kennis en doorzettingsmacht en doordat het opereert op grond van en binnen de voor die taken gestelde wettelijke kaders. Binnen SZW is de onafhankelijkheid nu gewaarborgd door een duidelijke rolverdeling en gescheiden verantwoordelijkheden tussen de opdrachtgever, opdrachtnemer en eigenaar. Op dit moment is er geen aanleiding om een andere constructie te kiezen. Met de evaluatie van de wet wordt opnieuw bekeken of de nu gekozen ophanging afdoende is.

  • Het Gateway Reviewrapport adviseert de discussie over de verzelfstandiging van de NAU op te pakken als de wet wordt geëvalueerd.37 Op welk moment is die evaluatie voorzien, en hoe verhoudt dat zich tot de beoogde inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2027?

Antwoord:

De evaluatie van de wet is voorzien binnen drie jaar na inwerkingtreding van de wet en vervolgens iedere vijf jaar. Deze evaluatie richt zich op de doelmatigheid en doeltreffendheid van de wet en de praktische effecten op de uitleensector en de arbeidsmarkt. Ter voorbereiding hierop is reeds een nulmeting uitgevoerd en is een beleidstheorie opgesteld door onderzoeksbureau Regioplan. Deze zijn in 2025 aan beide Kamers aangeboden.38

Daarnaast hebben de aan het woord zijnde leden enkele vragen over de financiering en leges.

  • U stelt dat de NAU gefinancierd wordt uit leges, maar dat de definitieve leges voor uitleners pas begin 2027 worden vastgesteld.39 Hoe wordt de NAU gefinancierd in de opstartfase vóór 1 januari 2027, en welk bedrag is hiervoor gereserveerd op de begroting van SZW? Kunt u de Kamer inzicht geven in de verwachte kosten voor de opbouw van de NAU in de jaren 2025, 2026 en 2027?

Antwoord:

De uitgaven voor de inrichting en opbouw van de NAU zijn onderdeel van het apparaatsartikel 96 op de begroting SZW. Dat betreft bijvoorbeeld de kosten voor de bouw van het zaaksysteem, huisvestingskosten en opbouw van het personeelsbestand van de NAU. De verwachte uitgaven in de jaren 2025, 2026 en 2027 voor de opbouw van de NAU betreffen als volgt:

Uitgaven stand 1e suppletoire begroting SZW

(Bedragen x € 1.000)

2025

2026

2027

Inrichting en opbouw NAU

8.734

20.090

6.449

Na inwerkingtreding van de Wtta worden de uitgaven aan de NAU bekostigd uit de heffing van leges bij uitleners en inspectie instellingen. Er is een reservering geboekt van de verwachte leges-ontvangsten vanaf het jaar 2027 als ontvangst op het apparaatsartikel 96 in de 1e suppletoire begroting van SZW 2026.

  • De vergoeding voor de toelatingsprocedure is bij wet gemaximeerd op € 3.611.40 Op basis waarvan is dit maximum bepaald? Hoe is geborgd dat dit bedrag kostendekkend is voor de NAU? Bestaat het risico dat de maximumvergoeding onvoldoende is bij een aantal aanvragen dat lager is dan verwacht?

Antwoord:

Door een aangenomen amendement van de Tweede Kamer is de maximale vergoeding van € 3.611 bij wet geregeld.41 De indiener van het amendement heeft in de toelichting bij het amendement beargumenteerd dat de hoogte van het bedrag gebaseerd is op het gemiddelde van de mogelijke scenario’s voor kosten voor uitleners die op 23 januari 2025 met beide Kamers is gedeeld42, vermenigvuldigd met een factor 1,5.

Deze mogelijke scenario’s zijn in januari 2025 opgesteld op basis van de toen beschikbare informatie. Hier lagen echter nog verschillende aannames aan ten grondslag voor variabelen die ook op dit moment nog niet duidelijk zijn. Zo werden er in deze scenario’s verschillende aannames gedaan over de verhouding tussen werkstromen voor meer of minder complexe zaken, het aantal bezwaarzaken tegen afwijzingsbesluiten, en het aantal werkdagen per zaak.

Meer informatie over de juistheid van deze aannames zal beschikbaar zijn na sluiting van het aanmeldloket, op zijn vroegst in januari 2027. Dan kan de NAU een betere inschatting maken over onder andere de verwachte aanmeldingen, de omvang van de bedrijven en de complexiteit van de beoordelingen.

Indien blijkt dat de maximumvergoeding onvoldoende is, voorziet het amendement in de mogelijkheid om bij ministeriële regeling af te wijken van het maximumbedrag als blijkt dat de NAU door de maximering haar werkzaamheden niet voldoende kan uitvoeren.

Tijdens de parlementaire behandeling in de Tweede Kamer is afgesproken dat de NAU volledige transparantie biedt over de berekening en besteding van de legesgelden. Op welke wijze en wanneer zal de NAU hierover aan de Kamers rapporteren?

Antwoord:

Ieder jaar stelt de NAU een meerjarenplan vast. Dit plan bevat de begroting voor het komende jaar, een meerjarenraming voor de komende vijf jaren, het overzicht van de kostendekkendheid per taak en het tarievenvoorstel. Aan de hand van en tegelijk met de vaststelling van de begroting van de NAU wordt het tarief voor de leges voor het komende jaar berekend op basis van de verwachte kosten van de aanvraagprocedure en het verwachte aantal aanvragen. De leges worden jaarlijks verantwoord in het jaarverslag dat de NAU in het eerste kwartaal van het volgende jaar opstelt en publiceert. De vaststelling van de leges vindt plaats bij ministeriële regeling, die steeds in december wordt gepubliceerd.

Ook hebben de leden van de PVV-fractie enkele vragen over de personele bezetting en het zaaksysteem.

  • U erkent risico's op het gebied van tijdige werving van personeel en tijdige oplevering van het zaaksysteem.43 De NAU werft momenteel alleen medewerkers op sleutelfuncties, zoals beoordelaars, controllers en juristen. Hoeveel fte zijn er nodig voor de volledige uitvoering van de Wtta per 1 januari 2027, en hoeveel fte zijn er op dit moment geworven of aangesteld?

Antwoord:

De opbouw van de NAU vindt gefaseerd plaats. Dit heeft verschillende redenen. Allereerst vindt er hierdoor een gezonde opbouw van de organisatie plaats. Daarnaast is er een toenemende werklast en zullen er ook andere type werkzaamheden plaatsvinden wanneer de Wtta in werking treedt.

Daarom is er begonnen met de werving van medewerkers op sleutelfuncties, zij vervullen in de fase waarin de opbouw van de NAU zich nu bevindt een essentiële rol. Op dit moment werkt er 31 fte bij de NAU. Regelmatig staan er vacatures open. Deze vacatures betreffen nieuwe functies passend bij de fase waarin de opbouw van de NAU zich op dat moment bevindt. Per medio 2027 zal de NAU uitgegroeid zijn naar een organisatie met circa 150 fte. Het precieze aantal is afhankelijk van onder andere: het aantal (voor)aanmeldingen, het aantal aanvragen voor een toelating en ontheffing en het aantal bezwaar- en beroepsprocedures. Om beter inzicht te krijgen in de hoeveelheid te verwachten werkzaamheden wordt momenteel een nieuw onderzoek door Regioplan uitgevoerd naar het aantal te verwachten aanvragen. Dit onderzoek blijft echter een schatting van de benodigde capaciteit. Het onderzoek wordt voor de zomer afgerond en gedeeld met beide Kamers.

  • Het zaaksysteem wordt op maat ontwikkeld voor de NAU en gefaseerd opgeleverd. Het aan-meldportaal opent naar verwachting in Q3 van 2026. Wat zijn de concrete go/no-go-momenten in de systeemontwikkeling, en welke minimumeisen worden gesteld aan het zaaksysteem voordat het aanmeldloket in november 2026 opengaat? Wat zijn de gevolgen als het systeem niet tijdig gereed is?

Antwoord:

De systeemontwikkeling van het zaaksysteem voor de NAU vindt op agile-werkwijze plaats. Er wordt ontwikkeld op basis van sprints van twee weken. Bij de afronding van een sprint wordt beoordeeld of er opgeleverd is wat gepland was en hoe zich dit verhoudt tot de totaalplanning. De systeemontwikkeling is ingesteld op het bouwen van de laagst mogelijke functionaliteit om de wettelijke taak te kunnen uitvoeren. Hiertoe behoren tenminste werkende koppelingen zoals eHerkenning voor authenticatie, Berichtenbox-voor-Bedrijven voor digitale correspondentie en KvK voor gegevensuitwisseling. Het op tijd opleveren van het zaaksysteem is noodzakelijk voor het uitvoeren van de wettelijke taken door de NAU. Indien de systeemontwikkeling van het zaaksysteem niet op tijd gereed is, is de kans groot dat de NAU haar wettelijke taken niet kan uitvoeren. Op dit moment loopt de ontwikkeling van het zaaksysteem volgens planning.

  • Bureau Gateway stelt dat go-no-go-momenten ruimschoots voor de kritieke invoerdatums moeten worden bepaald, zodat tijdig bijgestuurd kan worden.44 Wanneer worden de go/no-go-besluiten genomen, en wie is eindverantwoordelijk voor deze besluiten: de Minister, de stuurgroep of de directie van de NAU?

Antwoord:

De voorbereiding op het toelatingsstelsel door de NAU wordt op zowel medewerkers- als bestuurdersniveau nauwgezet gemonitord. Als Minister van SZW ben ik eindverantwoordelijk voor de besluitvorming over de inwerkingtreding van de Wtta en de mijlpalen die daarmee samenhangen, de go/no-go momenten uit het rapport van Bureau Gateway. De voorbereiding van deze besluitvorming vindt plaats in een interne ambtelijke driehoek waarin de rollen van eigenaar, opdrachtgever en opdrachtnemer gelijkwaardig zijn belegd. De directeur NAU fungeert daarbij als «opdrachtnemer». In de brief die ik uw Kamer gelijktijdig met de beantwoording van deze vragen stuur, informeer ik beide Kamers dat dit go/no-go moment heeft plaatsgevonden en dat het daarop gebaseerde besluit is om vast te houden aan de beoogde datum van inwerkintreding van de wet op 1 januari 2027.

Eveneens hebben de leden van de PVV-fractie enkele vragen over de samenwerking met handhavingspartners.

  • U vermeldt dat de NAU afspraken maakt met de NLA en de Belastingdienst over gegevensdeling.45 Zijn deze samenwerkingsafspraken reeds formeel vastgelegd? Zo nee, wanneer worden deze verwacht, en welke gegevens worden precies uitgewisseld? Hoe is de privacywetgeving hierbij geborgd?

Antwoord:

De afspraken over de samenwerking op de gegevensdeling worden vastgelegd in samenwerkingsafspraken met de beide stelselpartijen. De overleggen hiertoe zijn inmiddels gestart en verlopen constructief. Het streven is om de samenwerkingsafspraken voor inwerkingtreding van de wet te publiceren. In de Wtta, de Wet Suwi en de bijbehorende lagere regelgeving is uitgewerkt welke gegevens mogen worden gedeeld. De fiscale gegevens van de Belastingdienst (zoals loon- en omzetbelasting) mogen alleen als contragegeven worden gebruikt door de NAU. De Arbeidsinspectie mag gegevens delen met de NAU over overtredingen van wetten die zijn opgenomen in het normenkader Dit gebeurt uiteraard binnen de kaders van de privacywetgeving, met waar nodig een DPIA en betrokkenheid van de Functionaris Gegevensbescherming.

  • Bureau Gateway beveelt aan te investeren in de samenwerking op uitvoeringsniveau binnen het stelsel om een gevoel te krijgen van wat er speelt in de markt.46 Op welke wijze geeft de NAU invulling aan deze aanbeveling? Welke concrete stappen zijn of worden gezet?

Antwoord:

De NAU is op dit moment al structureel in gesprek met de belangrijke stakeholders binnen het stelsel. Met de stelselpartijen Arbeidsinspectie en Belastingdienst worden samenwerkingsovereenkomsten voorbereid, waarbij het streven is deze bij inwerkingtreding van de Wtta gereed te hebben. Ook met de inspectie-instellingen, brancheverenigingen, sociale partners en diverse belangenorganisaties is structureel overleg om afspraken te maken en om gevoel te krijgen bij wat er in de markt speelt. Daarnaast gaat – nu het besluit genomen is dat de Wtta per 1 januari 2027 in werking treedt – de NAU «het land in» om voorlichting te geven en om in gesprek te gaan met uitlenende maar ook met inlenende organisaties. Ook vindt overleg plaats met gemeenten. Er is inmiddels een contactcentrum bij de NAU ingericht (te bereiken via www.toelatinguitleenmarkt.nl) waar vragen en meldingen kunnen worden gedaan en hier wordt al goed gebruik van gemaakt.

Daarnaast hebben de aan het woord zijnde leden enkele vragen over de publiekscampagne en het overgangsrecht.

  • De eerste publiekscampagne is voorzien voor Q2 van 2026. Welke doelgroepen worden bereikt met deze campagne? Hoe wordt specifiek de groep kleinere uitleners bereikt die mogelijk minder bekend is met de nieuwe wet- en regelgeving? Wordt hierbij ook aandacht besteed aan buitenlandse uitleners die actief zijn op de Nederlandse markt?

Antwoord:

De website www.toelatinguitleenmarkt.nl is kort na het aannemen van de Wtta door de Eerste Kamer online gegaan. Ook zijn brancheorganisaties al druk bezig met de informatievoorziening aan hun leden. Voor de zomer start een brede campagne gericht op uitleners en inleners. Hierbij wordt gebruik gemaakt van onder andere radio, online video of advertenties en sociale media. Het doel van de campagne is om twee groepen te bereiken. Ondernemers die arbeidskrachten uitlenen (uitleners) en ondernemers die arbeidskrachten inlenen (inleners). De uitleners worden geactiveerd om tijdig en juist een toelating of ontheffing aan te vragen. De inleners worden geïnformeerd over wat de Wtta voor hen betekent. De campagne is breed met focus op MKB-ondernemers. Extra aandacht gaat naar uitleners die de Wtta nog niet kennen en mogelijk nog niet weten dat zij ook een toelating of ontheffing moeten aanvragen. Dit gebeurt door middel van praktijkverhalen en artikelen in landelijke en regionale media, vakbladen, platforms, nieuwsbrieven en media van brancheorganisaties. Er is ook aandacht voor buitenlandse uitleners, deze worden vooral bereikt via de inleners en bijvoorbeeld via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

  • Uitleners die vóór 1 juli 2027 een aanvraag indienen bij de NAU mogen zonder inspectierapport blijven uitlenen zolang zij tijdig hebben aangemeld en zo spoedig mogelijk een inspectierapport aan de NAU verstrekt.47 Hoe wordt gecontroleerd of uitleners die gebruik maken van het overgangsrecht ook daadwerkelijk voldoen aan de overige vereisten van de Wtta? Welke sancties staan er op misbruik van het overgangsrecht?

Antwoord:

De kern van het overgangsrecht is dat een uitlener die tijdig een eerste aanvraag voor een toelating (of voorlopige toelating, of ontheffing) heeft ingediend, maar waarover nog niet op tijd een besluit is genomen door de NAU, arbeidskrachten mag blijven uitlenen zonder daarbij de Waadi te overtreden. Indien de uitlener geen SNA-certificaat heeft, zijn de voorwaarden hiervoor dat de uitlener vóór de inwerkingtreding van het toelatingsstelsel bij de NAU moet melden dat hij voornemens is een aanvraag in te dienen en dat de uitlener de aanvraag binnen zes maanden na inwerkingtreding van het toelatingsstelsel indient.

Daarnaast moet een uitlener die niet over een SNA-certificaat beschikt zo spoedig mogelijk na de aanvraag een inspectierapport aanleveren en zich hiervoor inspannen. Daarnaast moet de uitlener om een toelating te krijgen ook aan de overige voorwaarden voldoen, zoals de financiële zekerheidsstelling en de VOG.

Op verzoek van de NAU moet een uitlener laten zien op welke manier deze zich inspant om zo snel mogelijk een inspectierapport te verkrijgen. Wanneer dit evident niet het geval is en bij de aanvraag (langdurig) geen inspectierapport wordt overgelegd, kan de aanvraag buiten behandeling worden gesteld of (op een andere grond) worden afgewezen.

Ook hebben de voornoemde leden enkele vragen over de tijdlijn en de haalbaarheid van de inwerkingtredingsdatum.

  • U schrijft dat u de Kamer vóór de zomer zal informeren of het tijdpad nog steeds passend is. Op welke datum of in welke week wordt de Kamer hierover geïnformeerd? Welke criteria hanteert u om te beoordelen of de datum van 1 januari 2027 realistisch is?

Antwoord:

Tegelijkertijd met deze beantwoording deel ik met uw Kamer de Kamerbrief waarin ik aankondig dat het toelatingsstelsel op 1 januari 2027 in werking treedt. In die brief neem ik zowel de Eerste Kamer als de Tweede Kamer mee in de afweging die tot dit besluit heeft geleid.

Voor inwerkingtreding op 1 januari 2027 is een aantal kritische succesfactoren van belang: de operationele gereedheid van de NAU, de tijdige gegevensuitwisseling met stelselpartijen en voldoende inspectiecapaciteit bij private inspectie-instellingen. Daarnaast is de beschikbaarheid van de IV-infrastructuur (techniek, applicaties en gegevensuitwisseling) een essentiële randvoorwaarde. In de brieven van 12 februari 202648, 24 april 202549 en 23 januari 202550 hebben mijn voorgangers deze risico’s en afhankelijkheden toegelicht. In de brief over de inwerkingtreding Wtta licht ik toe dat meer ontwikkeltijd voor de NAU slechts marginale winst oplevert in het mitigeren van deze risico’s. Daarom vind ik het belangrijk om de Wtta zo snel als mogelijk in werking te laten treden. Uitstel van de Wtta zou betekenen dat uitleners die zich niet aan de regels houden, de huidige praktijken langer kunnen voortzetten.

Een nieuw stelsel invoeren kost tijd en niet alles zal vanaf dag één perfect verlopen. Dit vraagt van alle betrokken partijen geduld en inzet. Het overgangsrecht borgt de rechtszekerheid voor uitleners wanneer zij door omstandigheden buiten hun macht niet kunnen voldoen aan de Wtta bij de start van het toelatingsstelsel.

  • Bureau Gateway heeft de Delivery Confidence beoordeeld als «oranje», wat betekent dat er reeds aanzienlijke problemen zijn die managementaandacht vereisen.51 Deelt u deze risico-inschatting van Bureau Gateway? Zo ja, welke specifieke maatregelen heeft u genomen of voorziet u te nemen naar aanleiding van elk van de tien aanbevelingen van het reviewteam?

Antwoord:

Bureau Gateway definieert de status «oranje» als «een geslaagde implementatie van het toelatingsstelsel is waarschijnlijk, maar er zijn aanzienlijke, maar oplosbare problemen die direct managementaandacht vereisen». Nu de wet door het parlement is aangenomen, betreden we een cruciale fase waarin de NAU haar rol in het stelsel moet invullen. Bureau Gateway doet concrete aanbevelingen voor deze fase, die vooral inzetten op een betrouwbare, verbindende, deskundige, zichtbare en voorspelbare positionering van de NAU. De aanbevelingen onderschrijf ik volledig, net zoals de NAU. De NAU heeft in haar stand van de invoering52 uiteengezet welke maatregelen al worden genomen om deze aanbevelingen op te volgen, zoals het inrichten van een strategisch go/no-go moment (dat reeds heeft plaatsgevonden) en samenwerking met stakeholders en marktpartijen. Samen met inspectie-instellingen, stelselpartners en sociale partners werkt de NAU nu aan de operationele inrichting van de organisatie. Dit omvat onder meer de (verdere) ontwikkeling van werkprocessen en kwaliteitsborging, het maken van afspraken over samenwerking en gegevensuitwisseling en het borgen van capaciteit en expertise binnen het stelsel. Daarnaast voert Regioplan een geactualiseerd onderzoek uit naar het aantal uitleners dat een toelating wil aanvragen. Ik verwacht de resultaten voor de zomer met uw Kamer te delen. De NAU zal die geactualiseerde informatie gebruiken voor het preciseren van de implementatie en haar operationele voorbereidingen.

  • Wanneer wordt de volgende Gateway Review (de aanbevolen Health Check) uitgevoerd, en wordt dit rapport ook aan de Kamers aangeboden?

Antwoord:

De Health Check is beoogd in november 2026. Uiteraard zal ik dit rapport ook aanbieden aan beide Kamers, naar verwachting met de stand van de invoering eind dit jaar.

Als laatste hebben de leden van de PVV-fractie enkele vragen over de private inspectie-instellingen.

  • De NAU kan vanaf juli 2026 beginnen met het aanwijzen van private inspectie-instellingen. Hoeveel inspectie-instellingen zijn op dit moment in gesprek met de NAU over aanwijzing? Is er voldoende aanbod van kwalitatieve inspectie-instellingen om de verwachte aanvraaglast te kunnen verwerken, en welke drempel stelt de NAU aan de kwaliteit van deze instellingen?

Antwoord:

Om inspecties uit te voeren in het kader van de Wtta moeten inspectie-instellingen allereerst geaccrediteerd worden door de Raad van Accreditatie en vervolgens aangewezen worden door de NAU. Dit proces van accreditatie en aanwijzing borgt de kwaliteit van de inspectie-instellingen. Ter voorbereiding op de Wtta voert de NAU gesprekken met inspectie-instellingen in een periodiek technisch overleg. Dit overleg vindt momenteel plaats met zeven inspectie-instellingen die geaccrediteerd zijn voor het SNA-keurmerk. Daarnaast is de NAU in gesprek met twee andere organisaties die mogelijk inspecties voor de Wtta uit willen voeren. De Beleidsregel aanwijzing inspectie-instellingen is op 6 mei gepubliceerd in de Staatscourant.53 In de Wtta en in de lagere regelgeving is geregeld aan welke voorwaarden de inspectie-instellingen moeten voldoen om in aanmerking te komen voor een aanwijzing. Een belangrijke voorwaarde is dat de inspectie-instelling is geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie. Daarnaast wordt de deskundigheid en onafhankelijkheid van inspectie-instellingen gewaarborgd en worden eisen gesteld ten behoeve van de bescherming van belangen van uitleners, waaronder het waarborgen van de geheimhouding van informatie die voortvloeit uit inspectieactiviteiten. Ook nadat inspectie-instellingen aangewezen zijn, dienen zij te blijven voldoen aan bovenstaande voorwaarden. De Minister kan een aanwijzing schorsen of intrekken als de inspectie-instelling niet meer aan de voorwaarden voldoet.

Op dit moment is het lastig inschatten of de inspectiecapaciteit van de uiteindelijk toegewezen inspectie-instellingen toereikend zal zijn. De benodigde inspectiecapaciteit is namelijk sterk afhankelijk van het precieze aantal uitleners dat een aanvraag indient. Om vooraf al beter inzicht te krijgen in het aantal uitleners dat voornemens is een toelating aan te vragen voert Regioplan een onderzoek uit naar het aantal te verwachten aanvragen. Hiermee kan een betere inschatting worden gemaakt voor de benodigde inspectiecapaciteit. Ik verwacht de resultaten van dit onderzoek voor de zomer met uw Kamer te delen.

  • Bureau Gateway adviseert een leerstructuur te organiseren met proefinspecties en expertisekringen.54 Is hier al uitvoering aan gegeven? Zo ja, wat zijn de eerste bevindingen uit proefinspecties?

Antwoord:

Deze leerstructuur wordt op dit moment opgezet, waarbij gebruikt wordt gemaakt van de kennis en ervaring die bij het verstrekken van SNA-certificaten is opgedaan. Onderdeel hiervan zullen ook proefinspecties zijn. De NAU voert samen met de Arbeidsinspectie een verkenning uit of het door de Arbeidsinspectie ontwikkelde opleidingsprogramma voor de Wtta kan voorzien in de kennisbehoefte van de NAU.

BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 mei 2026

Begin dit jaar heeft uw Kamer een brief ontvangen over de voortgang van de invoering van de wet toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten (Wtta) bij de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU).55 In die brief is toegezegd uw Kamer voor de zomer te informeren over het tijdpad voor inwerkingtreding van de Wtta.

De gedeelde urgentie onder sociale partners voor de invoering van het toelatingsstelsel sterkt mij in de overtuiging dat de Wtta zo snel als verantwoord mogelijk moet worden ingevoerd. In navolging van de aanbevelingen van Bureau Gateway is de beoogde planning opnieuw tegen het licht gehouden. Op basis hiervan houd ik vast aan de ingezette koers van gefaseerde inwerkingtreding van de wet en de start van het toelatingsstelsel per 1 januari 2027. Dit omdat de urgentie van het tegengaan van de misstanden in de uitzendsector zwaarder weegt dan het geringe profijt van uitstel. Het Koninklijk besluit waarmee de inwerkingtreding wordt geregeld, verwacht ik eind juni te publiceren.

In deze brief neem ik uw Kamer mee in de afwegingen die tot dit besluit hebben geleid. Ik ga eerst in op de risico’s die verbonden zijn aan de inwerkingtreding van het toelatingsstelsel en vervolgens hoe ik die betrokken heb in de afweging over de inwerkingtredingsdatum.

Risico’s

Om de haalbaarheid van de planning te bewaken, is het essentieel om periodiek de risico’s te toetsen die de inwerkingtreding en uitvoering van het stelsel beïnvloeden, evenals de voortgang van de genomen beheersmaatregelen. Dit conform het advies van Bureau Gateway.56 De risico’s zijn in eerdere brieven aan uw Kamer van 12 februari 202657, 24 april 202558 en 23 januari 202559 toegelicht. Hieronder licht ik de belangrijkste risico’s kort toe.

1. Beschikbaarheid informatievoorziening infrastructuur

De infrastructuur (techniek en applicaties) om de informatievoorziening mogelijk te maken is een randvoorwaarde voor de NAU om de wettelijke taken, zoals afgeven, schorsen en intrekken van toelatingen, te kunnen uitvoeren. Het zaaksysteem van de NAU is momenteel in ontwikkeling en wordt gefaseerd in 2026 en 2027 opgeleverd en in gebruik genomen. De fasering is gebaseerd op de mijlpalen (opening (voor)aanmeldloket, aanvraagloket) waarop de wettelijke taken van de NAU beginnen. De doorlooptijd is krap. Er zijn op dit moment echter geen aanwijzingen dat de huidige planning niet wordt gehaald.

2. Operationele gereedheid NAU

De NAU moet aanvragen tijdig en correct verwerken. Dat vraagt om mensen, middelen en processen die de uitvoeringskwaliteit waarborgen. De inrichting van processen is mede afhankelijk van het aantal (voor)aanmeldingen, het aantal aanvragen voor een toelating en ontheffing en het aantal bezwaar- en beroepsprocedures. Om beter inzicht te krijgen in de omvang van de benodigde mensen, middelen en processen, voert Regioplan een herijkingsonderzoek uit naar het aantal te verwachten aanvragen. De resultaten volgen voor deze zomer en deel ik met uw Kamer. Bij de inrichting van de werkprocessen is de NAU ook afhankelijk van andere partijen in het stelsel. De afstemming hierover met onder andere Justis, de Nederlandse Arbeidsinspectie en de Belastingdienst vindt op dit moment plaats en verloopt constructief. Met name de afgifte van een tijdige VOG voor Rechtspersonen in een kort tijdsbestek vraagt nadere afspraken tussen de NAU en Justis.

3. Gegevensuitwisseling met stelselpartijen

De gegevensuitwisseling met stelselpartijen is belangrijk voor de NAU vanwege de informatiepositie die nodig is om aanvragen te beoordelen. Momenteel werkt de NAU met de stelselpartners, zoals de Nederlandse Arbeidsinspectie en de Belastingdienst, de samenwerkingsafspraken en gegevensuitwisseling uit.

4. Inspectiecapaciteit private inspectie-instellingen

Voldoende inspectiecapaciteit is van belang om te waarborgen dat uitleners periodiek gecontroleerd worden op de naleving van het normenkader Wtta. Op dit moment is nog onduidelijk of de inspectiecapaciteit toereikend is bij de inwerkingtreding van de Wtta. De groei van de private inspectiecapaciteit is sterk afhankelijk van de omvang van de vraag vanuit de markt. Met een definitieve inwerkingtredingsdatum en intensieve communicatiecampagne verwacht ik dat er beweging komt op deze markt en dat inspectie-instellingen anticiperen op de verwachte vraag en investeren in groei van capaciteit.60 De NAU voert structureel overleg met inspectie-instellingen die interesse hebben in Wtta-inspecties over onder meer de benodigde capaciteit.

Afweging

De beschikbaarheid van de infrastructuur voor de informatievoorziening is een essentiële randvoorwaarde voor de NAU om haar wettelijke taken uit te kunnen voeren en heeft direct invloed op de inwerkingtredingsdatum. De planning is krap. Uitstel van de Wtta zou meer tijd bieden voor het opvangen van mogelijke vertragingen in de planning, maar er zijn vooralsnog geen aanwijzingen dat de planning niet kan worden gehaald. De geslaagde inwerkingtreding van het toelatingsstelsel is daarnaast afhankelijk van een aantal kritische succesfactoren: de mate van operationele gereedheid van de NAU, de tijdige gegevensuitwisseling met stelselpartijen en voldoende inspectiecapaciteit bij private inspectie-instellingen. Deze elementen hebben impact op de kwaliteit van de uitvoering van het toelatingsstelsel door de NAU, maar vormen op basis van de huidige inzichten geen blokkade voor de inwerkingtreding van het toelatingsstelsel per 1 januari 2027. Uitstel van de inwerkingtreding van het toelatingsstelsel zou eerder een remmend effect kunnen hebben op de benodigde stappen die, vanuit de markt en andere betrokkenen, worden gezet op deze onderwerpen. Inwerkingtreding van het toelatingsstelsel per 1 januari 2027 biedt goedwillende werkgevers een eerlijke kans en draagt direct bij aan de bescherming van kwetsbare arbeidskrachten. Uitstel van de inwerkingtreding van de Wtta weegt daarom niet op tegen de effecten van een zo snel mogelijke inwerkingtreding.

Daarbij is het volgende van belang. De NAU is volop in ontwikkeling naar een operationele organisatie en werkt toe naar de situatie waarin alle processen, systemen, mensen en middelen zo zijn georganiseerd dat de NAU haar wettelijke taken kan uitvoeren conform de gefaseerde inwerking van het toelatingsstelsel. De invoering van het toelatingsstelsel is voor alle betrokken partijen een grote en uitdagende operatie. Dat was zo, en zal de komende tijd zo blijven. Daarbij zullen onvermijdelijk opstartproblemen optreden, ongeacht de datum van inwerkingtreding. Pas bij de feitelijke start van het toelatingsstelsel wordt duidelijk hoe de geïdentificeerde risico’s de kwaliteit van de uitvoering daadwerkelijk beïnvloeden. Het uitgangspunt is uiteraard een kwalitatief goede uitvoering.

De mogelijke invloed van de hierboven genoemde risico’s op de kwaliteit van het toelatingsstelsel, zoals de wachtrijen als gevolg van onvoldoende inspectiecapaciteit of opschalingsmogelijkheden bij de NAU, zijn bekend en waar mogelijk worden maatregelen getroffen om die te beheersen. Ook geldt er overgangsrecht, om te voorkomen dat uitleners door omstandigheden die buiten hun macht liggen bij de start van het toelatingsstelsel niet kunnen voldoen aan de Wtta. Uitleners die tijdig een aanvraag indienen, mogen blijven uitlenen zolang de NAU nog niet over de aanvraag heeft beslist.

Slot

De transitie naar een nieuw stelsel is onlosmakelijk verbonden met een zekere mate van onzekerheid. Ik zal de risico’s zoals hierboven beschreven en de getroffen beheersmaatregelen nauwgezet blijven volgen. Daarbij word ik ondersteund door een «health check» van Bureau Gateway die dit najaar in opvolging van de Gateway review plaatsvindt. Hiermee vindt een onafhankelijk onderzoek plaats of de invoering op koers ligt. Voor de ontwikkeling van het zaaksysteem heb ik zoals gebruikelijk een advies gevraagd aan het Adviescollege ICT-toetsing.

Ik heb vertrouwen in de voorbereidingen die worden getroffen om van de invoering van het toelatingsstelsel een succes te maken. De beoogde inwerkingtredingsdatum is en blijft 1 januari 2027. Met de inzet van alle betrokken partijen zie ik deze datum met vertrouwen tegemoet. Eind 2026 informeer ik uw Kamer nader met een nieuwe Stand van de invoering NAU. Indien ontwikkelingen daar aanleiding toe geven, dan stel ik uw Kamer daarvan eerder op de hoogte.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.A. Vijlbrief


X Noot
1

Samenstelling:

Van Apeldoorn (SP), Bakker-Klein (CDA), Van Ballekom (VVD), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Bezaan (PVV), Bovens (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Gurp (GroenLinks-PvdA) (voorzitter), Huizinga-Heringa (ChristenUnie), Karaaslan (D66), Koffeman (PvdD), Lagas (BBB), Van der Linden (VVD), Moonen (D66) (ondervoorzitter), Van den Oetelaar (FVD), Perin-Gopie (Volt), Petersen (VVD), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp), Van Wijk (BBB)

X Noot
2

Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
3

Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, Stand van de invoering 2025, februari 2026, blz. 6, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
4

Moties en toezeggingen Wtta, blz. 2, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
5

Kamerstukken I, 2025/26, 36 446, O.

X Noot
6

Kamerstukken I, 2025/26, 36 446, O.

X Noot
7

Moties en toezeggingen Wtta, blz. 2, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
8

Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, Stand van de invoering 2025, februari 2026, blz. 6, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
9

Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P, blz. 3.

X Noot
10

Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P, blz. 2.

X Noot
11

Gateway Review, Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, november 2025, blz. 9, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
12

Gateway Review, Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, november 2025, blz. 12, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
13

Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P, blz. 2.

X Noot
14

Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P, blz. 2.

X Noot
15

Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P, blz. 2.

X Noot
16

Gateway Review, Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, november 2025, blz. 12, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
17

Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P, blz. 2.

X Noot
18

Gateway Review, Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, november 2025, blz. 10, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
19

Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, Stand van de invoering 2025, februari 2026, blz. 5, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
20

Gateway Review, Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, november 2025, blz. 5, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
21

Gateway Review, Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, november 2025, blz. 10, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
22

Brief Verzoek vaste cie SZW EK d.d. 31-03-2026 aan MSZW.

X Noot
23

Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
24

Brief Verzoek vaste cie SZW EK d.d. 31-03-2026 aan MSZW.

X Noot
25

Kamerstukken II, 2025/26, 36 446, nr. 90.

X Noot
26

Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, Stand van de invoering 2025, februari 2026, blz. 6, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
27

Moties en toezeggingen Wtta, blz. 2, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
28

Kamerstukken I, 2025/26, 36 446, O.

X Noot
29

Kamerstukken I, 2025/26, 36 446, O.

X Noot
30

Moties en toezeggingen Wtta, blz. 2, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
31

Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, Stand van de invoering 2025, februari 2026, blz. 6, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
32

Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, Stand van de invoering 2025, februari 2026, blz. 6, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
33

Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P, blz. 3.

X Noot
34

Kamerstukken I, 2013/2014, 24 036, nr. 407.

X Noot
35

Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P, blz. 2.

X Noot
36

Gateway Review, Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, november 2025, blz. 9, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
37

Gateway Review, Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, november 2025, blz. 12, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
38

Kamerstukken II, 2024/2025, 36 446, nr. 89.

X Noot
39

Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P, blz. 2.

X Noot
40

Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P, blz. 2.

X Noot
41

Kamerstukken II, 2024/2025, 36 446, nr. 83.

X Noot
42

Kamerstukken II, 2024/2025, 36 446, nr. 29.

X Noot
43

Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P, blz. 2.

X Noot
44

Gateway Review, Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, november 2025, blz. 12, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
45

Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P, blz. 2.

X Noot
46

Gateway Review, Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, november 2025, blz. 10, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
47

Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, Stand van de invoering 2025, februari 2026, blz. 5, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
48

Kamerstukken II, 2025/26, 36 446, nr. 90.

X Noot
49

Kamerstukken II, 2024/25, 36 446, nr. 88.

X Noot
50

Kamerstukken II, 2024/25, 36 446, nr. 29.

X Noot
51

Gateway Review, Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, november 2025, blz. 5, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
52

Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, Stand van de invoering 2025, februari 2026, blz. 5, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
54

Gateway Review, Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, november 2025, blz. 10, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
55

Kamerstukken II 2025/26, 36 446, nr. 90.

X Noot
56

Kamerstukken II 2025/26, 36 446, nr. 90.

X Noot
57

Kamerstukken II 2025/26, 36 446, nr. 90.

X Noot
58

Kamerstukken II 2024/25, 36 446, nr. 88.

X Noot
59

Kamerstukken II 2024/25, 36 446, nr. 29.

X Noot
60

Uit het jaarverslag van SNA (2025) volgt dat het aantal aangemelde ondernemingen tussen 2023 en 2025 gegroeid is van jaarlijks 866 naar 1.490.


X Noot
1

Samenstelling:

Van Apeldoorn (SP), Bakker-Klein (CDA), Van Ballekom (VVD), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Bezaan (PVV), Bovens (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Gurp (GroenLinks-PvdA) (voorzitter), Huizinga-Heringa (ChristenUnie), Karaaslan (D66), Koffeman (PvdD), Lagas (BBB), Van der Linden (VVD), Moonen (D66) (ondervoorzitter), Van den Oetelaar (FVD), Perin-Gopie (Volt), Petersen (VVD), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp), Van Wijk (BBB)

X Noot
2

Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
3

Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, Stand van de invoering 2025, februari 2026, blz. 6, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
4

Moties en toezeggingen Wtta, blz. 2, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
5

Kamerstukken I, 2025/26, 36 446, O.

X Noot
6

Kamerstukken I, 2025/26, 36 446, O.

X Noot
7

Moties en toezeggingen Wtta, blz. 2, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
8

Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, Stand van de invoering 2025, februari 2026, blz. 6, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
9

Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P, blz. 3.

X Noot
10

Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P, blz. 2.

X Noot
11

Gateway Review, Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, november 2025, blz. 9, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
12

Gateway Review, Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, november 2025, blz. 12, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
13

Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P, blz. 2.

X Noot
14

Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P, blz. 2.

X Noot
15

Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P, blz. 2.

X Noot
16

Gateway Review, Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, november 2025, blz. 12, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
17

Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P, blz. 2.

X Noot
18

Gateway Review, Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, november 2025, blz. 10, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
19

Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, Stand van de invoering 2025, februari 2026, blz. 5, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
20

Gateway Review, Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, november 2025, blz. 5, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
21

Gateway Review, Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, november 2025, blz. 10, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
22

Brief Verzoek vaste cie SZW EK d.d. 31-03-2026 aan MSZW.

X Noot
23

Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
24

Brief Verzoek vaste cie SZW EK d.d. 31-03-2026 aan MSZW.

X Noot
25

Kamerstukken II, 2025/26, 36 446, nr. 90.

X Noot
26

Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, Stand van de invoering 2025, februari 2026, blz. 6, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
27

Moties en toezeggingen Wtta, blz. 2, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
28

Kamerstukken I, 2025/26, 36 446, O.

X Noot
29

Kamerstukken I, 2025/26, 36 446, O.

X Noot
30

Moties en toezeggingen Wtta, blz. 2, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
31

Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, Stand van de invoering 2025, februari 2026, blz. 6, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
32

Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, Stand van de invoering 2025, februari 2026, blz. 6, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
33

Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P, blz. 3.

X Noot
34

Kamerstukken I, 2013/2014, 24 036, nr. 407.

X Noot
35

Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P, blz. 2.

X Noot
36

Gateway Review, Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, november 2025, blz. 9, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
37

Gateway Review, Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, november 2025, blz. 12, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
38

Kamerstukken II, 2024/2025, 36 446, nr. 89.

X Noot
39

Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P, blz. 2.

X Noot
40

Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P, blz. 2.

X Noot
41

Kamerstukken II, 2024/2025, 36 446, nr. 83.

X Noot
42

Kamerstukken II, 2024/2025, 36 446, nr. 29.

X Noot
43

Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P, blz. 2.

X Noot
44

Gateway Review, Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, november 2025, blz. 12, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
45

Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P, blz. 2.

X Noot
46

Gateway Review, Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, november 2025, blz. 10, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
47

Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, Stand van de invoering 2025, februari 2026, blz. 5, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
48

Kamerstukken II, 2025/26, 36 446, nr. 90.

X Noot
49

Kamerstukken II, 2024/25, 36 446, nr. 88.

X Noot
50

Kamerstukken II, 2024/25, 36 446, nr. 29.

X Noot
51

Gateway Review, Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, november 2025, blz. 5, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
52

Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, Stand van de invoering 2025, februari 2026, blz. 5, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
54

Gateway Review, Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, november 2025, blz. 10, bijlage bij Kamerstukken I, 2025/2026, 36 446, P.

X Noot
55

Kamerstukken II 2025/26, 36 446, nr. 90.

X Noot
56

Kamerstukken II 2025/26, 36 446, nr. 90.

X Noot
57

Kamerstukken II 2025/26, 36 446, nr. 90.

X Noot
58

Kamerstukken II 2024/25, 36 446, nr. 88.

X Noot
59

Kamerstukken II 2024/25, 36 446, nr. 29.

X Noot
60

Uit het jaarverslag van SNA (2025) volgt dat het aantal aangemelde ondernemingen tussen 2023 en 2025 gegroeid is van jaarlijks 866 naar 1.490.

Naar boven