36 410 IV Vaststelling van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2024

Nr. 43 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR ARMOEDEBELEID, PARTICIPATIE EN PENSIOENEN EN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 februari 2024

Iedereen moet kunnen beschikken over voldoende middelen om van rond te komen en om mee te doen in de samenleving. Ongeacht of je werkt, gepensioneerd bent of tijdelijk moet terugvallen op sociale voorzieningen. En ongeacht waar je woont in Nederland. Een toereikend, voorspelbaar en toegankelijk sociaal minimum is essentieel. Tot op heden is het sociaal minimum voor inwoners in Caribisch Nederland nog onvoldoende geborgd. Een groot aantal inwoners in Caribisch Nederland leeft in armoede. Het kabinet heeft daarom de Commissie sociaal minimum Caribisch Nederland (hierna: de Commissie) verzocht om hierover advies uit te brengen.

De Commissie heeft op 6 oktober 2023 haar rapport «Een waardig bestaan: Een sociaal minimum dat voorziet in toenemend perspectief op zelfredzaamheid» gepubliceerd.1 De Commissie heeft onderzocht wat een aantal huishoudtypes nodig heeft om rond te komen en sociaal te participeren op Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Daarnaast heeft de Commissie zich gebogen over de systematiek van het sociaal minimum. Ook is de Commissie gevraagd te reflecteren op wat de implicaties van de uitkomsten zijn voor de bredere economische context. In haar analyse heeft de Commissie tevens inzichten betrokken uit beide rapporten van de commissie over het sociaal minimum voor het Europese deel van Nederland (hierna: Commissie sociaal minimum Europees Nederland).2

In deze brief geven wij u een reactie op het rapport van de Commissie sociaal minimum Caribisch Nederland. Voordat we daar op ingaan, vatten we de belangrijkste conclusies van de Commissie samen. Vervolgens gaan we in op de brede aanpak die nodig is. Daarna gaan we in op de aanbevelingen van de Commissie en de stappen die het kabinet in de afgelopen periode heeft gezet. Tot slot geven we inzicht in de financiële consequenties van enkele mogelijke maatregelen indien de lange termijnaanbevelingen van het rapport zouden worden opgevolgd. Hiermee geeft het kabinet invulling aan de moties Wuite/Ceder en Palland.3

Met deze brief sturen we u ook het rapport van het Nibud «Zicht op schulden in Caribisch Nederland». Het Nibud heeft op verzoek van het Ministerie van SZW de aard en omvang van de schuldenproblematiek in Caribisch Nederland onderzocht. In dit rapport doet het Nibud een aantal aanbevelingen waarop we in deze brief kort ingaan.

Samenvatting rapport Commissie sociaal minimum Caribisch Nederland4

De Commissie heeft per eiland voor tien huishoudtypen minimumvoorbeeldbegrotingen in kaart gebracht. Deze voorbeeldbegrotingen zijn samengesteld en begroot door het Nibud. Hiermee wordt inzichtelijk gemaakt wat huishoudens in Caribisch Nederland nodig hebben om rond te komen en te kunnen participeren. De Commissie sociaal minimum Europees Nederland heeft dezelfde methode gebruikt.5 De Commissie vindt, net zoals haar Europese zustercommissie, dat een uitsluitend op de minimumvoorbeeldbegroting gebaseerde norm niet zondermeer voldoende is om ruimte te bieden voor tegenvallers of kleine misrekeningen. Om financiële bestaansonzekerheid te voorkomen, adviseert zij daarom een «flexbudget» als opslag bovenop de minimumvoorbeeldbegroting.

Het onderzoek van de Commissie toont aan dat het grootste deel van de huishoudtypen een inkomen heeft dat ontoereikend is om te voorzien in de minimale kosten van levensonderhoud en om volledig mee te kunnen doen in de maatschappij. De tekorten zijn het grootst voor gezinnen met kinderen. De kern van het advies van de Commissie bestaat uit het verhogen van de inkomens en het verlagen van de kosten van levensonderhoud. In algemene zin zijn de kosten van levensonderhoud in Caribisch Nederland hoog in vergelijking met het Europese deel van Nederland. Dat komt onder meer door de aanzienlijk hogere kosten voor huisvesting in het Caribische deel van Nederland onder andere vanwege een beperkt aanbod aan sociale huurwoningen en door de hoge vervoerskosten vanwege het ontbreken van openbare vervoersverbindingen op de eilanden. Tegelijkertijd geldt dat de inkomens in Caribisch Nederland lager liggen dan in Europees Nederland en het sociale vangnet beperkter is.

Een hoger wettelijk minimumloon en hogere uitkeringen kunnen effectief zijn in de bestrijding van de armoede. Op korte termijn adviseert de Commissie om het minimumloon en de minimumuitkeringen op alle drie de eilanden fors te verhogen. De Commissie adviseert eveneens om de kinderbijslag te verhogen.

En om tijdelijk een inkomensafhankelijke toeslag te treffen voor minimahuishoudens, zoals via de huidige energietoelage voor huishoudens met een laag inkomen.

Een toereikend sociaal minimum is volgens de Commissie niet mogelijk zonder een aanzienlijke verlaging van de kosten van levensonderhoud. Op de korte termijn ziet de Commissie kansen in het verlagen van de kosten met name door de introductie en/of uitbreiding van een (particuliere) verhuurderssubsidie voor huurwoningen en het introduceren van een openbaar vervoersvoorziening. De openbare lichamen kunnen een rol spelen in het beheersbaar houden van de prijzen door een maximumprijzenbeleid te voeren op levensmiddelen. Met deze combinatie van inkomensverhogende en kostenverlagende maatregelen, verwacht de Commissie dat op korte termijn alleenstaanden in de onderstand, gepensioneerden en werkenden op minimumloonniveau een inkomen ontvangen dat toereikend is voor de minimale kosten van levensonderhoud.

Dit is niet het eindbeeld. De Commissie adviseert voor de langere termijn verdere, stapsgewijze verhogingen van het minimumloon en uitkeringen zodat alle huishoudtypen boven een norm voor het sociaal minimum komen. Volgens de Commissie is dit mogelijk binnen één kabinetsperiode, mits dit gepaard gaat met kostenverlagingen onder andere op het terrein van wonen, openbaar vervoer en nutsvoorzieningen. De inkomens kunnen dan in meer gematigde stappen worden verhoogd dan de verhoging op korte termijn. Het is belangrijk om bij een verhoging van het minimumloon rekening te houden met de lokale draagkracht van werkgevers om te voorkomen dat toekomstige loonsverhogingen in de prijzen worden doorberekend. Ook acht de Commissie een inkomensafhankelijke kindregeling noodzakelijk om minima met kinderen extra te ondersteunen. In tegenstelling tot Europees Nederland is er in Caribisch Nederland geen kindgebonden budget. Een alternatieve inkomensafhankelijke toeslag, zoals de energietoelage voor huishoudens met een laag inkomen, kan fungeren als tijdelijk alternatief voor een kindgebondenbudget.

De Commissie neemt als uitgangspunt dat inkomens gelijk dienen te zijn aan de werkelijke kosten. Bij de hoogte van het sociaal minimum mag niet rekening worden gehouden met toekomstige kostenverlagingen. De komende jaren kan het niveau van de minimumvoorbeeldbegrotingen slinken door reducties in de kosten. Tot slot stipt de Commissie aan dat een actiever mededingingsbeleid wenselijk is waarin betere marktregulering centraal staat.

Een brede aanpak is nodig

Net zoals in Europees Nederland, benadrukt de Commissie dat vele aspecten van bestaanszekerheid van belang zijn en dat bestaanszekerheid (en sociale participatie) niet alleen als een financieel vraagstuk beschouwd kan worden. Daarbij vraagt de Commissie ook aandacht voor de verscheidenheid aan tijdelijke subsidies en tegemoetkomingen die het Rijk aan de eilanden toekent; en de onzekerheid, stress en wantrouwen die dit oplevert. De Commissie pleit – naast het garanderen van voldoende inkomen – voor een met het Europees deel van Nederland zo gelijkwaardig mogelijk voorzieningenniveau voor de openbare lichamen van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Ook vraagt de Commissie aandacht voor kansengelijkheid, waarin onder meer goede kwaliteit van onderwijs en (toegang tot) zorg een belangrijke rol in spelen. Bij al deze aspecten is betere samenwerking tussen openbare lichamen, Rijk en andere organisaties van essentieel belang.

De oproep om breder te kijken dan alleen bestaanszekerheid als financieel vraagstuk is onlangs nog onderschreven door de Nationale ombudsman in zijn reflectie op drie eerder door hem uitgebrachte onderzoeken naar armoedeproblematiek onder respectievelijk ouderen (2019), jongvolwassenen (2020) en alleenstaande ouders en hun kinderen (2022) in Caribisch Nederland. De Ombudsman constateert dat «financiële steun noodzakelijk [is], maar op zichzelf niet voldoende [is] om de cyclus van armoede te doorbreken».6 Ook de Ombudsman pleit daarbij voor een meer integrale aanpak bij (de toegang tot) hulpverlening. De aanbevelingen en reflectie van de Nationale ombudsman zal dit kabinet, voor zover dat binnen diens demissionaire rol past, betrekken bij de verdere uitwerking van adviezen van de Commissie sociaal minimum Caribisch Nederland.7

Het kabinet blijft zich inspannen om Bonaire, Sint Eustatius en Saba een gelijkwaardig deel van Nederland te laten zijn. Het kabinet onderschrijft de conclusie van de Commissie en Ombudsman dat er meer aspecten van bestaanszekerheid meewegen. Het versterken van bestaanszekerheid vergt een bredere inzet dan alleen het verhogen van de inkomens en uitbreiding van het huidige flankerend beleid. Het is daarnaast nodig om de kosten van levensonderhoud te verlagen, betere voorzieningen te realiseren en te werken aan een meer diverse economie en dynamische en weerbare arbeidsmarkt. Dit vergt een nauwe, integrale aanpak tussen de verschillende betrokken ministeries, de openbare lichamen, werkgevers en andere stakeholders. Hier gaan we later in deze brief op in.

Reactie op de aanbevelingen van de Commissie

Het kabinet heeft, vooruitlopend op de adviezen van de Commissie, met Prinsjesdag 30 miljoen euro voor 2024 (en 32 miljoen euro structureel vanaf 2025) gereserveerd voor het verbeteren van de koopkracht en het bestrijden van armoede in Caribisch Nederland.

In lijn met het advies van de Commissie zet dit kabinet deze middelen in om de inkomens te verhogen en kosten van levensonderhoud te verlagen.

Inzet op kostenverlagende maatregelen verschilt per beleidsonderwerp qua aanpak en tijdsduur. Het kabinet beseft dat die inzet niet in alle gevallen per direct merkbaar is in de portemonnee van de burger. Het is dus essentieel om vaart te maken met het verlagen van de kosten van levensonderhoud om op termijn de gewenste effecten te sorteren. In 2024 wordt de energietoelage voor minimahuishoudens gecontinueerd, net als de aanvullende subsidie voor het vaste elektratarief. De subsidie voor het vaste tarief van het drinkwater en de subsidie voor internet zijn in 2024 verhoogd. Het kabinet maakt daarnaast ook in 2024, middels een specifieke regeling passend bij de Caribische context, gratis schoolmaaltijden mogelijk. Tot slot is er structureel € 700.000 voor openbaar vervoer op de eilanden beschikbaar gesteld en krijgt de Voedselbank Bonaire er in 2024 één ton extra bij waarmee de jaarlijkse bijdrage vanaf 2024 structureel € 300.000 euro wordt.

Tegelijkertijd dient een forse stap vooruit te worden gezet door de besteedbare inkomens in Caribisch Nederland aanzienlijk te verhogen. Structureel worden het minimumloon, de minimumuitkeringen en de kinderbijslag verhoogd. Dat gebeurt voor het minimumloon en -uitkeringen in twee stappen: per 1 januari 2024 en 1 juli 2024. Ook stelt het kabinet ook in 2024 € 1 mln. beschikbaar ter ondersteuning van het lokale armoedebeleid van de openbare lichamen.

Hieronder gaan we meer gedetailleerd in op de al getroffen maatregelen in reactie op de aanbevelingen van de Commissie. Deze maatregelen zijn in lijn met de korte termijnadviezen van de Commissie. Ook de komende tijd zal het kabinet zich, voor zover dat bij de demissionaire status van dit kabinet past, blijven inspannen om bestaanszekerheid in Caribisch Nederland verder te verbeteren. Verdere besluitvorming over de meer lange termijn aanbevelingen van de Commissie, zijn in eerste aanleg aan een nieuw kabinet.

Verhogen van het besteedbaar inkomen

In de Voortgangsrapportage ijkpunt sociaal minimum Caribisch Nederland 2023 van 12 juli 2023 is de Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen al ingegaan op de maatregelen die in 2023 zijn genomen, waaronder de verdere verhoging van de onderstand en Algemene Weduwe- en Wezenverzekering (AWW) BES per 1 oktober 2023.8 Een volgende stap hebben we per 1 januari 2024 getroffen. Op Bonaire is het minimumloon bij een 40-urige werkweek gestegen naar 1.570 dollar per maand, op Sint Eustatius naar 1.555 dollar en op Saba naar 1.654 dollar. De onderstand voor een alleenstaande die zelfstandig woont, de Algemene ouderdomsverzekering (AOV) BES en AWW zijn per 1 januari 2024 gestegen naar 1.335 dollar per maand op Bonaire, 1.322 dollar op Sint Eustatius en 1.406 dollar per maand op Saba.

De Commissie concludeert dat een verhoging van het minimumloon naar 1.750 dollar op alle drie de eilanden op korte termijn haalbaar is zonder grote effecten voor de economie, arbeidsmarkt en regio, mits een aantal flankerende maatregelen genomen worden om de effecten te mitigeren. Vanaf 1 juli 2024 stijgt het minimumloon, in lijn met dat advies, verder naar dat niveau. De onderstandsuitkering voor een alleenstaande die zelfstandig woont, de AOV en AWW stijgen naar 1.488 dollar per maand. Dit is tijdelijk 85% van het minimumloon, zoals de Commissie voor de korte termijn adviseert. De bedragen gelden voor alle drie de eilanden. Deze verhoging is mogelijk gemaakt door het bij de begrotingsbehandeling van SZW aangenomen amendement Ceder/Wuite.9

Tabel 1. Ontwikkeling van inkomensbedragen

Bedragen in USD p/m

01/2023

10/2023

01/2024

07/2024

WML Bonaire

$ 1.236

$ 1.236

$ 1.570

$ 1.750

WML Sint Eustatius

$ 1.446

$ 1.446

$ 1.555

$ 1.750

WML Saba

$ 1.434

$ 1.434

$ 1.654

$ 1.750

 

Onderstand Bonaire1

$ 894

$ 1.031

$ 1.334

$ 1.488

Onderstand Sint Eustatius

$ 1.055

$ 1.102

$ 1.321

$ 1.488

Onderstand Saba

$ 1.046

$ 1.172

$ 1.406

$ 1.488

 

AOV Bonaire

$ 1.047

$ 1.047

$ 1.335

$ 1.488

AOV Sint Eustatius2

$ 1.113

$ 1.113

$ 1.322

$ 1.488

AOV Saba

$ 1.175

$ 1.175

$ 1.406

$ 1.488

X Noot
1

Bedragen gelden voor een alleenstaande in de onderstand die zelfstandig woont.

X Noot
2

Bedragen voor de AOV zijn met inbegrip van de duurtetoeslag op Sint Eustatius en Saba.

Met het amendement is tevens voorzien in het advies van de Commissie om werkgevers vanuit het Rijk voor een deel tegemoet te komen in de verhoging van het minimumloon naar 1.750 dollar. Het amendement bevat een lastenverlichting voor werkgevers door de werkgeverpremies te verlagen met in totaal 3,1%-punt van 13,4% naar 10,3% (-23%). Omdat de minimumloonsverhoging pas per 1 juli 2024 ingaat, terwijl de werkgeverspremies al op 1 januari jl. moesten worden vastgesteld, betreft het voor 2024 een verlaging van de premies met 1,5% over het gehele jaar. Op 1 januari 2025 worden de premies verder verlaagd met 1,6%.

Het kabinet onderschrijft het uitgangspunt van de Commissie dat werken (meer) moet lonen. Verhogingen van het minimumloon en de uitkeringen dienen daarom in de besluitvorming in samenhang met elkaar te worden bezien. Verdere verhogingen van bijvoorbeeld de onderstand zijn dus afhankelijk van de ontwikkeling van het minimumloon. Daarnaast is de onderstand gemaximeerd op 100% minimumloon. Hierdoor ontvangt een paar in de onderstand een uitkering ter hoogte van 100% minimumloon. De Commissie adviseert om komende jaren het minimumloon verder te verhogen, het zij in meer gematigde stappen dan in 2024. Een verdere verhoging acht de Commissie niet alleen nodig om werken (meer) lonend te maken, maar ook om het inkomen van paren in onderstand op een niveau te krijgen dat toereikend is voor de kosten van die desbetreffende huishoudcategorie. De Commissie doet geen uitspraak over de concrete, verdere verhoging van het minimumloon en de uitkeringen.

De Commissie adviseert de belastingvrije som aan de hoogte van het wettelijk minimumloon te koppelen voor een optimaal effect van de verhoging van het minimumloon voor huishoudens. Met het amendement op het Belastingplan 2024 hebben de leden Grinwis en Van Weyenberg, in lijn met dat advies, de belastingvrije som verhoogd van 17.352 naar 20.424 dollar per jaar, zodat het bedrag beter aansluit bij de verhoging van het minimumloon naar 1.750 dollar per 1 juli aanstaande.10 Tevens is de motie Grinwis c.s. aangenomen waarin de regering wordt verzocht ervoor te zorgen dat een minimumloonstijging in het vervolg niet meer fiscaal wordt afgeroomd.11 Op dit moment wordt onderzocht onder welke voorwaarden invulling aan deze motie kan worden gegeven.

De Commissie wijst erop dat vooral gezinnen geld tekortkomen en benadrukt het belang van toereikende kindregelingen voor Caribisch Nederland. Per 1 januari 2024 heeft het kabinet in lijn met dit advies de kinderbijslag fors verhoogd. De kinderbijslag is met circa 90 dollar per kind per maand omhooggegaan naar respectievelijk 225, 218 en 225 dollar op Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Daarmee ligt het bedrag omgerekend flink hoger dan de bedragen voor de Algemene Kinderbijslagwet in Europees Nederland. Dat is te verklaren, omdat er in Caribisch Nederland een inkomensafhankelijke kindregeling ontbreekt, zoals we voor Europees Nederland het kindgebonden budget kennen.

Tot slot acht de Commissie de introductie van inkomensafhankelijke instrumentaria een noodzakelijk element voor Caribisch Nederland. Momenteel kent Caribisch Nederland geen kindgebonden budget of huurtoeslag. De Commissie adviseert om op korte termijn bestaande maatregelen hiervoor te benutten zoals de energietoelage voor minimahuishoudens en (de pilot voor) de particuliere verhuurdersubsidie te introduceren op de Bovenwinden en deze op Bonaire uit te breiden (zie onder «woonlasten»). In lijn met dit advies continueert het kabinet in 2024 de energietoelage voor huishoudens met een laag inkomen. Dat levert een inkomensondersteuning op van 1.300 dollar per jaar. De invulling van het advies om een inkomensafhankelijke kindregeling te introduceren, is aan een nieuw kabinet. Wel start het Ministerie van SZW op korte termijn met een verkenning naar de mogelijkheden die passen binnen de context van Caribisch Nederland. De precieze vormgeving van een dergelijke regeling is bij uitstek een uitvoeringsvraagstuk en vraagt nauwe samenwerking met de uitvoeringsorganisatie in Caribisch Nederland, de RCN-unit SZW, en de Belastingdienst Caribisch Nederland. Een belangrijk uitzoekpunt is of hier de juiste gegevens voor aanwezig zijn. Zoals de Commissie in haar onderzoek constateert, ontbreken namelijk veel (inkomens)gegevens in Caribisch Nederland. Over het gebrek aan deze gegevens gaan we verderop in deze brief nog in.

Van 23 tot en met 27 oktober jl. heeft de Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen met respectievelijk Saba, Sint Eustatius en Bonaire gesproken over de door het kabinet voorgenomen maatregelen. Op ieder eiland is gesproken met de bestuurscolleges en eilandsraden en met werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers, op Bonaire en Sint Eustatius bij monde van de Centraal Dialoog Bonaire en Central Dialogue Statia. Op Bonaire zijn de gesprekken samen met de Staatssecretaris van BZK gevoerd. In de gesprekken stonden de verhogingen van het minimumloon en uitkeringen centraal. Tevens is er gesproken over de rol die de openbare lichamen zelf kunnen innemen ten aanzien van het verlagen van de kosten van levensonderhoud, onder meer op terrein van openbaar vervoer, wonen en door het voeren van prijsbeleid. Partijen verwelkomden de stappen die het kabinet zet, maar hebben ook hun zorgen geuit voor de eventuele neveneffecten voor economie en arbeidsmarkt. We onderschrijven het belang van goede monitoring van de maatregelen die het kabinet treft. Het Ministerie van SZW en BZK bezien op wat voor wijze we de ontwikkelingen in 2024 en verder kunnen monitoren. Daar zullen we de openbare lichamen en sociale partners op de eilanden nauw bij betrekken, zodat we tijdig adequate cijfers hebben om hierop te kunnen anticiperen.

Verlagen van de kosten van levensonderhoud

Woonlasten

De Commissie adviseert om het systeem van de inkomensafhankelijke verhuurderssubsidie uit te breiden naar alle eilanden. In de sociale huursector is deze verhuurderssubsidie reeds op alle eilanden beschikbaar, voor de particuliere huursector wordt momenteel de pilot bijdrage particulier verhuur (BPV) op Bonaire geëvalueerd. Het streven is om deze BPV, of een vergelijkbare vorm van (inkomensafhankelijke) huurlastenverlichting in de particuliere huursector, ook op Sint Eustatius en Saba te introduceren. Hiervoor moeten diverse knelpunten worden weggenomen onder meer met betrekking tot de uitvoeringscapaciteit en randvoorwaardelijke eilandelijke regelgeving. In navolging van motie Wuite/Ceder12 is het Ministerie van BZK het gesprek aangegaan met de openbare lichamen van Sint Eustatius en Saba over het wegnemen van deze knelpunten. In de komende tijd krijgt dit een vervolg. Tevens adviseert de Commissie de regeling voor de verhuurderssubsidie zodanig aan te passen dat meer huishoudcategorieën binnen de regeling vallen. We onderzoeken samen met de openbare lichamen of en hoe dit op een verantwoorde manier kan worden uitgewerkt, zodat gevolgen als een prijsopdrijvend effect of een armoedeval beperkt blijven. Daarnaast geeft de Commissie aan dat er afspraken moeten komen over een significante groei van het aantal sociale huurwoningen. Deze afspraken zijn reeds gemaakt in de «Woondeal» op Bonaire en een Letter of Intent voor elk Sint Eustatius en Saba.

Transport

Momenteel geldt dat er geen tot nauwelijks openbaar vervoersverbindingen in Caribisch Nederland aanwezig zijn. De Commissie onderstreept de noodzaak voor het introduceren van openbaar vervoer op de eilanden, omdat uit het noodzakelijke alternatief – het gebruik van een auto – hoge kosten volgen. De Commissie adviseert het Rijk in gezamenlijkheid met de openbare lichamen verantwoordelijkheid te nemen voor het opzetten van een voldoende dekkend stelsel van openbaar vervoer en daar de financiële verantwoordelijkheid voor te dragen. Om die reden heeft het kabinet vanaf 2024 structureel € 700.000 voor de eilanden beschikbaar gesteld om een vorm van openbaar vervoer te ontwikkelen en te subsidiëren. Ook de subsidie op de ferry op de bovenwinden is voor 2 jaar verlengd. Het is aan het openbaar lichaam om daadwerkelijk het initiatief te nemen tot het opzetten van een OV-verbinding. Het Rijk is uiteraard bereid om daar desgewenst ondersteuning in te bieden.

Bereikbaarheid door intereilandelijk vervoer door de lucht is momenteel voor de verbindingen met Saba en Sint Eustatius geborgd door een staatsdeelneming in Winair. Eerder wees een evaluatie naar deze staatsdeelneming uit dat een openbare dienstverplichting (public service obligation, PSO) een geschikter instrument is om het publieke belang van bereikbaarheid te borgen. Binnen een openbare dienstverplichting kan de aanbestedende dienst voorwaarden stellen aan onder andere de ticketprijs en de vluchtfrequentie. Deze evaluatie is in december 2021 aan de Kamer gestuurd.13 In de eerste helft van 2023 is in opdracht van het Ministerie van IenW een verkenning gemaakt van opties voor invulling van een PSO. Om een wettelijke grondslag voor een PSO te creëren, is een wijziging van de Luchtvaartwet BES benodigd. De Kamer is in juni geïnformeerd over het onderzoek en het wetgevingsproces14 en in december 2023 over de voortgang.

Aangegeven is dat voor invoering van een PSO hoogstwaarschijnlijk een structurele financiële overheidsbijdrage nodig is, waarvoor op dit moment geen financiële middelen zijn begroot. Ook is gemeld dat de Ministeries van BZK en IenW gezamenlijk in overleg met andere partijen de mogelijkheden voor financiering van een PSO voor de luchtverbindingen met Sint Eustatius en Saba verkennen.

Kinderopvang

De Commissie acht het van belang dat het gebruik van kinderopvang gestimuleerd wordt; juist voor huishoudens met lage inkomens. Zij roept de openbare lichamen en de Rijksoverheid op om te zorgen dat er voldoende kinderopvang is voor alle kinderen en dat de kinderopvang voor in elk geval de minima de facto gratis is of blijft. Het kabinet is het met de Commissie eens dat kinderopvang zowel een belangrijke bijdrage levert aan het verbeteren van het ontwikkelingsperspectief van kinderen als aan het mogelijk maken dat ouders zonder zich zorgen te maken over veiligheid en kwaliteit van de kinderopvang kunnen deelnemen aan het arbeidsproces. Mede om deze redenen zijn de openbare lichamen en de Ministeries van SZW, OCW, VWS en BZK in 2019 samen het programma BES(t) 4 kids gestart om de kinderopvang kwalitatief te versterken en voor alle kinderen (financieel) toegankelijk te maken. Dat programma richt zich op het verbeteren van de kwaliteit van de kinderopvang, het aanbieden van vakopleidingen en bijscholingsprogramma’s voor medewerkers inclusief een verbetering van hun arbeidsvoorwaarden. Tegelijkertijd wordt met een huisvestingsprogramma gepoogd de huisvesting van kinderopvangorganisaties te verbeteren en uit te breiden zodat daadwerkelijk elk kind van de kinderopvang gebruik kan maken.

Het wetsvoorstel Wet kinderopvang BES is tegen die achtergrond in 2023 bij de Tweede Kamer aangeboden. Uitgangspunt in het wetsvoorstel is dat kinderopvang net als in Europees Nederland kinderopvang niet gratis is. De ouderbijdrage bedraagt vanaf 2027, in lijn met de voorstellen voor de beoogde hoogte van de ouderbijdrage van de kinderopvang in Europees Nederland, 4% van de kostprijs en is niet inkomensafhankelijk. In samenspraak met de openbare lichamen is in het wetsvoorstel in Caribisch Nederland wel de mogelijkheid opgenomen dat voor ouders die zelf deze ouderbijdrage niet kunnen dragen, het openbaar lichaam deze kan betalen. In lijn met wat de Commissie over de betaalbaarheid van kinderopvang adviseert, zal voor deze groep de kinderopvang dus gratis blijven. Het risico van niet-gebruik van deze regeling, zoals door de Commissie wordt gesignaleerd, wordt onderkend. Door de acceptatieplicht bij kinderopvangorganisaties en het feit dat openbare lichamen en de kinderopvangorganisaties zich bewust zijn van de mogelijkheid om de ouderbijdrage door het openbaar lichaam te betalen, wordt het risico beperkt geacht. Dat geldt zeker als er geen tekort meer is aan opvangplaatsen op de eilanden.

Nutsvoorzieningen

De Commissie adviseert de kosten van nutsvoorzieningen (gas, elektra, drinkwater en telecom) te beperken en vindt dat deze (per eenheid) niet hoger zouden moeten zijn dan voor mensen in Europees Nederland.

De lijn die voor drinkwater de afgelopen jaren gehanteerd is met subsidies voor het verlagen van de vaste drinkwatertarieven, aangevuld met de extra middelen uit het koopkrachtpakket, sluit aan bij de aanbevelingen van de Commissie om (extra) subsidie aan de drinkwaterproducenten toe te kennen om de kosten van nutsvoorzieningen te drukken en de prijzen (voor iedereen) te verlagen. De vaste tarieven liggen daarmee ongeveer op niveau van Europees Nederland.

Voor wat betreft de energiekosten worden de nettarieven sinds 2014 gelijk getrokken met de Europees Nederlandse tarieven. Tijdens de Coronajaren (2020–2021) en ten tijde van het energieplafond (2022–2023) is deze regeling geïntensiveerd. Toen was het gehele nettarief voor alle aansluitingen naar nul dollar gesubsidieerd (en tijdens het prijsplafond betaalde het kabinet de helft van het variabele tarief voor elektriciteit als dat boven de 0,38 dollar per KWh uitkwam). Omdat de nettariefmaatregel een maatregel is die een vaste som bespaart (dus onafhankelijk van de verbruikte kWh) helpt dit huishoudens met een kleine beurs relatief meer dan huishoudens die veel verbruiken. Voor 2024 is gekozen voor een voortzetting van het beleid voor alleen kleine aansluitingen, waarmee meer wordt toegespitst op huishoudens (bedrijven met grote aansluitingen profiteren nu bijvoorbeeld niet mee).

Sinds 2023 is er een structurele subsidie voor vast internet voor alle eindgebruikers (consument en zakelijke klant). Voor Bonaire is dat 25 dollar per aansluiting per maand, voor Sint Eustatius en Saba is dat 35 dollar. In 2024 komt hier incidenteel 15 dollar per eindgebruiker bij. Hiermee komen de goedkoopste abonnementen op of zelfs onder het Europees Nederlands niveau te liggen. Daarnaast is in 2020 data/internet toegevoegd aan het Besluit Opgedragen Diensten BES om ook toe te kunnen zien op de tarieven die voor vast internet worden gerekend. In augustus 2023 is het besluit Algemene richtlijnen concessiehouders Caribisch Nederland gepubliceerd. Hiermee worden de voorwaarden geharmoniseerd die aan de telecomaanbieders op de eilanden (concessiehouders) worden gesteld. Daarbij wordt tevens gezorgd voor een betere borging van de bescherming van consumenten en worden ook beperkingen gesteld aan tariefstijgingen.

Mededingingsbeleid

De Commissie adviseert om mededingingsinstrumenten te organiseren, omdat in het Caribisch deel van Nederland nauwelijks sprake is van marktregulering. Prijsregulering voor de eerste levensbehoefte bewaakt dat het effect van de maatregelen die het Rijk treft optimaal behouden blijft. Een boodschappenmandje met maximumprijzen voor een aantal basisproducten voorkomt dat inwoners met lage inkomens bezuinigen op eerste levensbehoeften. Dit is een bevoegdheid van de openbare lichamen die is vastgelegd in de Prijzenwet BES. Het openbaar lichaam Bonaire heeft recent een dergelijke maatregel ingevoerd.

Het Ministerie van EZK is daarnaast voornemens om in 2024 met de ACM te bezien welke mededingingsrechtelijke uitgangspunten vastgesteld kunnen worden voor Caribisch Nederland, met daarbij oog voor de regionale context. Het kabinet wil samen met openbare lichamen en de ACM verkennen of een Mededingingsleidraad tot de mogelijkheden behoort. Het doel van de Mededingingsleidraad is om een set aan meer generieke uitgangspunten rondom mededinging vast te stellen om zo eerlijke concurrentie en transparante prijzen in Caribisch Nederland na te streven.

Flankerend beleid

De Commissie heeft zich in haar onderzoek niet beperkt tot alleen de vraag wat huishoudens nodig hebben om van rond te komen, maar heeft ook gekeken wat er breder nodig is voor een toenemend perspectief op zelfredzaamheid. De Commissie doet aanbevelingen op een breed aantal onderwerpen die hier zijn gebundeld als flankerend beleid.

Het Rijk heeft een achterstand als het gaat om wetgeving in Caribisch Nederland. Met de introductie van het uitgangspunt «Comply or Explain» is een begin gemaakt met het wegwerken van deze achterstand.15 Niet alles kan tegelijkertijd, maar de noodzaak om het sociale zekerheidsstelsel verder te ontwikkelen is evident. Dit komt bij verschillende aanbevelingen van de Commissie terug.

De Commissie constateert dat er in het Caribisch deel van Nederland geen specifieke inkomensvoorzieningen zijn voor mensen met beperkingen (anders dan door ziekte of ongeval). De aanbeveling van de Commissie om flankerend beleid te formuleren voor deze groep, kan betrokken worden bij besluitvorming over de toekomstige modernisering en uitbreiding van het sociale zekerheidsstelsel in Caribisch Nederland. De Wijzigingswet SZW-wetten Caribisch Nederland die de Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen binnenkort aan uw Kamer aanbiedt, draagt hier ook aan bij, onder meer door het uitbreiden van zorgverlof en de introductie van de dubbele kinderbijslag intensieve zorg. Daarnaast wijst de Commissie op de introductie van een instrument voor maatschappelijke ondersteuning als iets waar mensen met een beperking baat bij zullen hebben. Daar werkt momenteel het Ministerie van VWS aan.

De Commissie adviseert specifiek om de instrumenten voor werken met een beperking te verduurzamen. Deze instrumenten hebben in Europees Nederland een basis in de Participatiewet, maar hebben in Caribisch Nederland nog geen wettelijke basis. Dit kabinet heeft meerjarige financiering beschikbaar gesteld waarmee de openbare lichamen deze kabinetsperiode instrumenten voor werken met een beperking (verder) hebben kunnen ontwikkelen. Een volgend kabinet kan desgewenst de financiering voor deze instrumenten structureel maken en zorgen voor een wettelijke basis. Zo kunnen de openbare lichamen instrumenten als beschut werk en loonkostensubsidie blijven inzetten om te zorgen dat mensen met een beperking naar vermogen mee kunnen doen op de arbeidsmarkt.

Daarnaast wijst de Commissie op de behoefte aan een betere balans tussen werk en privé. De eerder genoemde Wijzigingswet SZW-wetten Caribisch Nederland, met daarin de uitbreiding van het verlofstelsel en de introductie van de dubbele kinderbijslag bij intensieve zorg, draagt hieraan bij. De Commissie adviseert verder om een werkloosheidsvoorziening te introduceren. Zo worden mensen die tijdelijk zonder werk zitten beter ondersteund, zoals dit in Europees Nederland ook het geval is. De Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen werkt op dit moment met de RCN-unit SZW aan de contouren van een werkloosheidsvoorziening.

Bij de ontwikkeling van het sociale zekerheidsstelsel ontbreekt het ons in Caribisch Nederland aan goede, actuele gegevens die helpen om een regeling op basis van inkomen en arbeidsverleden uit te kunnen voeren. Het belang van voldoende (betrouwbare) data, zowel voor de uitvoering van beleid als het ontwerpen en onderhouden daarvan, wordt door de Commissie benadrukt. In Europees Nederland maakt de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (SUWI) een brede gegevensuitwisseling mogelijk die bijvoorbeeld wordt gebruikt om het recht op een WW-uitkering of een bijstandsuitkering vast te stellen. Hierbij is de polisadministratie essentieel. Alle gegevens in de polisadministratie worden ontleend aan gegevens uit de loonaangifte. Het register wordt in Europees Nederland beheerd door het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV). Op dit moment verkent het Ministerie van SZW of en hoe de loonaangifteketen in Caribisch Nederland gebruikt kan worden om te komen tot een polisadministratie. Het invoeren van een werkloosheidsvoorziening is hierbij het eerste doel. Vervolgens kan gekeken worden welke andere regelingen gebruik zouden kunnen maken van een polisadministratie en wat hier voor nodig is.

Daarnaast hebben we de volgende stappen gezet om de gegevenshuishouding in Caribisch Nederland beter op orde te maken:

  • Het is voor Caribisch Nederland niet mogelijk om het effect van genomen maatregelen te duiden in een koopkrachtcijfer omdat ramingen van toekomstige prijs- en loonontwikkelingen voor Caribisch Nederland ontbreken. Wel is het mogelijk om per maatregel het inkomenseffect te weergeven.16 Ondanks beperkingen in de beschikbaarheid van gegevens, kan hiermee enig inzicht worden verkregen in het effect van maatregelen op het besteedbaar inkomen van huishoudens. Deze berekeningen zal het Ministerie van SZW jaarlijks met uw Kamer delen. De berekeningen voor het jaar 2024 delen we met u in bijlage 1.

  • In het meerjarenprogramma Caribisch Nederland (2024–2028) van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) staan maatschappelijke opgaven centraal. Het CBS legt hierbij de focus op armoede, wonen en brede welvaart. Ook wordt de nadruk gelegd op het vergroten van de toegang tot data.

  • Het CBS onderzoekt daarnaast in opdracht van het Ministerie van BZK of de inflatiecijfers per maand (in plaats van per kwartaal) kunnen worden ontsloten. En daarnaast meer gespecificeerd (bijvoorbeeld uitgesplitst naar kosten de voor nutsvoorzieningen, woonlasten etc.). Hiermee kunnen we prijsontwikkelingen nauwkeuriger monitoren.

Investeer in de integrale aanpak van armoede in de openbare lichamen.

Mensen met een laag inkomen kunnen naast inkomen uit landelijke regelingen ook inkomen ontvangen uit lokale regelingen. De openbare lichamen geven hier op dit moment ieder op eigen wijze vorm aan. De Commissie adviseert om te investeren in de integrale aanpak van armoede in de openbare lichamen. Het Rijk heeft volgens de Commissie een verantwoordelijkheid om de maatregelen van de verschillende ministeries en de openbare lichamen te coördineren om de armoede te verminderen. De Commissie beveelt tevens aan huishoudens in armoede dusdanig te begeleiden zodat zij maximaal gebruikmaken van beschikbare regelingen en om gebruik te maken van één loket in de vorm van een front office.

In lijn met de adviezen van de Commissie heeft het kabinet bestuurlijke afspraken gemaakt met alle drie de eilanden om te investeren in de integrale aanpak van armoede. De Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen heeft hiervoor ook financiële middelen ter beschikking gesteld: € 1 mln. voor 2023 en € 1 mln. voor 2024. De ministeries in het sociaal domein – SZW, OCW, BZK en VWS – hebben met de openbare lichamen en de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN) afgesproken met elkaar een meer integrale aanpak te ontwikkelen en meer opgavegericht aan de slag te gaan. Voor Saba en Sint Eustatius geldt dat de komende periode wordt benut voor planontwikkeling. Bonaire start begin 2024 met de uitvoering van een armoedeprogramma, waarin het openbaar lichaam, de RCN en de ministeries meer als één overheid gaan samenwerken. Daarbij wordt ingezet op het verbeteren van de bestaanszekerheid van mensen met een laag inkomen, vergroten van kansengelijkheid, participatie en zelfredzaamheid en het versterken van de samenwerking, ook in de uitvoering. Ook wordt gezamenlijk de één loket gedachte uitgewerkt.

De Commissie wil de kosten voor kinderen drukken door voorzieningen zoals kleding, voeding en sporten gratis aan te bieden aan sociale minima huishoudens. Dit vergroot de participatiekansen van kinderen op de eilanden. Zij adviseert om in het lokale armoedebeleid een zogenoemde «kindpas» te introduceren met een bestedingsdoel, zodat minima gratis kunnen deelnemen en andere inwoners korting kunnen krijgen. Het openbaar lichaam Bonaire zal in het hierboven genoemde armoedeprogramma een kindpas en kindpakket ontwikkelen, zodat kinderen uit minima huishoudens gratis kunnen meedoen aan naschoolse activiteiten en kunnen gebruikmaken van voorzieningen van het openbaar lichaam.

De Commissie heeft de waarde van lokale regelingen niet in één apart geldbedrag uitgedrukt, noch meegenomen in haar toetsing van de toereikendheid van de inkomens op Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Dit bleek binnen het tijdsbestek van de Commissie geen haalbare opgave, onder meer omdat minima-effectrapportages voor Caribisch Nederland niet voorhanden zijn. In Europees Nederland heeft de Commissie sociaal minimum Europees Nederland in haar onderzoek door Nibud opgestelde minima-effectrapportages gebruikt om de waarde van lokale regelingen vast te stellen. Deze rapportages bevatten een gedetailleerde onderbouwing van alle lokale regelingen die een bepaalde gemeente in Europees Nederland heeft. De Commissie sociaal minimum Caribisch Nederland geeft als overweging mee om een dergelijke rapportage ook voor Caribisch Nederland uit te voeren. Het is aan de openbare lichamen zelf om te beoordelen of zij al dan niet de meerwaarde van een minima-effectrapportage zien, maar de Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen doet bij dezen graag de handreiking om met hen hierover in gesprek treden en is bereid om hen daar desgewenst in te ondersteunen.

Onderdeel van de eilandelijke taken is schuldhulpverlening. De afgelopen jaren hebben de openbare lichamen met steun vanuit het Ministerie van SZW een start gemaakt met de ontwikkeling van schuldhulpverlening. Momenteel ontbreekt een Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en een wettelijke schuldsanering in Caribisch Nederland. Zowel de eilanden als het Rijk willen dat schuldhulpverlening structureel en duurzaam toegankelijk is voor de inwoners van Caribisch Nederland. De behoefte tot en noodzaak aan schuldhulpverlening in Caribisch Nederland wordt ook door de Nationale ombudsman in zijn reflectie «De eindjes aan elkaar knopen» onderstreept.

Voor Europees Nederland heeft het kabinet zich gecommitteerd aan de doelstelling om het aantal huishoudens met problematische schulden te halveren.17 In Caribisch Nederland hebben we onvoldoende zicht op de aard en omvang van problematische schulden. Om goed beleid en goede wetgeving te kunnen maken heeft het Ministerie van SZW het Nibud gevraagd om de aard en omvang van de schuldenproblematiek te onderzoeken. Wij bieden u met deze brief het rapport van het Nibud «Zicht op schulden in Caribisch Nederland» aan (bijlage 2). Het onderzoek laat zien dat de informatie over schulden in Caribisch Nederland slechts zeer beperkt beschikbaar is. Toch biedt het Nibud een goede analyse van de situatie per eiland en Caribisch Nederland breed. Allereerst laat het Nibud zien dat schulden ontegenzeggelijk zijn verbonden aan het niet kunnen rondkomen. Dit onderstreept het belang nogmaals van wat de Commissie sociaal minimum Caribisch Nederland aanbeveelt. Tegelijkertijd biedt het Nibud een volgend kabinet een aantal concrete aanknopingspunten voor beleid en wetgeving. Kort samengevat beveelt het Nibud aan om te zorgen voor een structurele wijze om informatie over betalingsachterstanden en schulden inzichtelijk te maken. Uit het rapport blijkt dat verder werkgevers en vaste lastenpartijen, zoals energie- en drinkwaterleveranciers, goede vindplekken zijn voor een vroege signalering van schulden. Ook ziet het Nibud noodzaak voor duidelijkere richtlijnen voor incasso en invordering.

De aanbevelingen van het Nibud, de Commissie sociaal minimum Caribisch Nederland en de Nationale ombudsman geven duidelijke handvatten om samen met de openbare lichamen aan de slag te gaan met wetgeving en de professionalisering van schuldhulpverlening. Het Ministerie van SZW heeft daar een eerste stap in gezet met dit onderzoek en heeft het voornemen een subsidie aan de NVVK18 te verstrekken om de openbare lichamen te ondersteunen. De NVVK kan aan de slag met de concrete ondersteuningswensen van de openbare lichamen. Dit gaat bijvoorbeeld om het professionaliseren van de hulpverlening, het maken van afspraken met schuldeisers zoals de leveranciers van de nutsvoorzieningen en het eerder in beeld krijgen van de mensen met schulden.

Tot slot

In deze brief hebben we uiteengezet wat dit kabinet, in lijn met de korte termijnadviezen van de Commissie sociaal minimum Caribisch Nederland, voor maatregelen heeft getroffen in de Miljoenennota en de geamendeerde initiatieven van de Kamer bij de verschillende begrotingsbehandelingen. Het advies van de Commissie biedt geen langetermijnperspectief over in hoeverre de inkomens verder kunnen worden verhoogd en de kosten van levensonderhoud verlaagd. Bovendien geeft het kabinet met de in deze brief toegelichte maatregelen in 2024 een forse impuls aan de inkomens en kosten van levensonderhoud van inwoners in Caribisch Nederland. De relevante stakeholders op de eilanden verwelkomden deze stappen weliswaar, maar hebben ook aandacht gevraagd voor eventuele neveneffecten voor economie en arbeidsmarkt. Samen met de eilanden zullen we de effecten van de genomen maatregelen in 2024 nauw monitoren.

Uw Kamer heeft dit kabinet in de motie Wuite/Ceder19 verzocht om inzichtelijk te maken wat mogelijke vervolgstappen zijn om bestaanszekerheid in Caribisch Nederland veder te verbeteren. In de motie Palland20 is daarnaast verzocht om ook het verlagen van de kosten van levensonderhoud en/of belastingtarieven daar expliciet in mee te nemen. Vanwege bovengenoemde lange termijnkeuzes die een nieuw kabinet nog kan maken, kunnen we momenteel alleen de financiële consequenties van losse maatregelen schetsen waaraan kan worden gedacht bij het opvolgen van de lange termijnaanbevelingen van het rapport. Daarbij kan in de maatvoering nog gevarieerd worden. In bijlage 3 van deze brief geven we uitwerking aan beide moties, met de bovenstaande beperkingen in acht genomen.

De Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, C.J. Schouten

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, A.C. van Huffelen


X Noot
1

Bijlage bij Kamerstukken II, 2022/23, 36 410 IV, nr. 7.

X Noot
2

Bijlages bij Kamerstukken II, 2022/23, 36 200 XV, nr. 95 en Kamerstuk 36 410 XV, nr. 6.

X Noot
3

Kamerstukken II, 2022/23, 36 200 IV, nr. 74 en Kamerstuk 36 410 XV, nr. 56.

X Noot
4

Commissie sociaal minimum Caribisch Nederland, «Een waardig bestaan. Een sociaal minimum dat voorziet in toenemend perspectief op zelfredzaamheid» (2023).

X Noot
5

Commissie sociaal minimum Europees Nederland, «Een zeker bestaan. Naar een toekomstbestendig stelsel van het sociaal minimum. Rapport I» (2023), p. 67 e.v.

X Noot
6

Nationale ombudsman, «De eindjes aan elkaar knopen. Een reflectie op armoede-gerelateerde problematiek in Caribisch Nederland» (2023), p. 8.

X Noot
7

Op de aanbevelingen van de onderliggende rapporten hebben wij en ambtsvoorgangers eerder een reactie gegeven. Zie Kamerstukken II, 2019/20, 24 515, nr. 495; Kamerstukken II, 2020/21, 35 570 IV, nr. 14; Kamerstukken II, 2021/22, 24 515, nr. 645.

X Noot
8

Kamerstukken I, 2022/2023, 36 200 IV, X.

X Noot
9

Kamerstukken II, 2023/24, 36 410 XV, nr. 25.

X Noot
10

Kamerstukken II, 2023/24, 36 419, nr. 9.

X Noot
11

Kamerstukken II, 2023/24, 36 418, nr. 86.

X Noot
12

Kamerstukken II, 2022/23, 36 410 IV, nr. 20.

X Noot
13

Bijlage bij Kamerstukken II, 2021/22, 31 936 en 35 420, nr. 896.

X Noot
14

Kamerstukken II, 2022/23, 31 936, nr. 1082.

X Noot
15

Kamerstukken II, 2022/23, 36 200 IV, nr. 85.

X Noot
16

Economisch Bureau Amsterdam, «Koopkracht van huishoudens in Caribisch Nederland. Effecten van maatregelen om de koopkracht van huishoudens in Caribisch Nederland te verbeteren», (mei 2023).

X Noot
17

Bijlage bij Kamerstukken II, 2023/24, 24 515, nr. 733.

X Noot
18

De branchevereniging voor financiële hulpverleners, waaronder gemeenten, schuldhulpverleningsorganisaties en kredietbanken.

X Noot
19

Kamerstukken II, 2022/23, 36 200 IV, nr. 74.

X Noot
20

Kamerstukken II, 2022/23, 36 410 XV, nr. 56.

Naar boven