Het wetsvoorstel heeft de commissie aanleiding gegeven tot het maken van de volgende
opmerkingen en het stellen van de volgende vragen.
1. Inleiding
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel. Naar aanleiding hiervan stellen
zij graag enkele vragen.
De leden van de JA21-fractie hebben met enige zorg kennisgenomen van het wetsvoorstel. Naar aanleiding
hiervan hebben zij een aantal vragen.
2. Baten en lasten
De regeldrukkosten komen per gereglementeerde entiteit naar verwachting uit op éénmalig
ca. € 9.823 en structureel ca. € 4.467 per jaar. In het impact-assessment heeft de
Europese Commissie aangegeven dat de administratieve lasten voor de scheepvaartbedrijven
gemiddeld € 7.000 per schip per jaar zullen bedragen. De leden van de BBB-fractie vragen in hoeverre bedrijven in de gelegenheid worden gesteld de werkelijke
regeldrukkosten aan te geven. Wat gaat de regering doen om deze zo laag mogelijk te
houden?
Als de energieprijzen hoog zijn kan de wet één jaar uitgesteld worden. Het ziet ernaar
uit dat de energieprijzen hoog zullen blijven. De leden van de BBB-fractie vragen de regering wat de gevolgen zijn voor bedrijven en consumenten als
de wet na dat jaar uitstel alsnog wordt ingevoerd.
De leden van de JA21-fractie vernemen graag van de regering wat op Europees en nationaal niveau de verwachte
opbrengsten en kosten zullen zijn bij de uitbreiding van de werkingssfeer van EU-richtlijnen
2023/958 en 2023/959.
Zij vragen de regering ook toe te lichten in hoeverre de sectoren voldoende kunnen
inspelen op de aangekondigde maatregelen. Wat zijn op nationaal niveau hiervan de
geraamde administratieve lasten?
3. Internationale markt
De leden van de BBB-fractie vragen de regering hoe de door de Minister voor Klimaat en Energie in zijn
brief van 17 januari 20242 geschetste situatie voorkomen kan worden, dat door het overschrijden van de implementatiedeadline
via Nederland een deel van de EU ETS-regelgeving kan worden omzeild. Kan de regering
in internationale markten een ongelijke concurrentiepositie voorkomen tussen landen
met en landen zonder deze wet?
In hoeverre benadeelt de beoogde implementatie van voornoemde EU-richtlijnen het internationale
level playing field voor de sectoren scheepvaart en brandstofleveranciers zo vragen
de leden van de JA21-fractie.
Zij vragen de regering ook in hoeverre verplaatsing naar buiten de EU is voorzien
voor de sectoren brandstofleveranciers en scheepvaart. Zo ja, hoe denkt de regering
dergelijke verplaatsing van activiteiten naar buiten de EU te mitigeren?
4. Afval
Ook huisvuilcentrales gaan onder de EU ETS vallen, zo merken de leden van de BBB-fractie op. Wat betekent dat voor de consument? Zou dat kunnen betekenen dat er meer
wordt gekozen voor het storten van afval, in plaats van verbranding? Wordt dit gemonitord?
Wat gaat de regering doen als dit zich voordoet?
5. Uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en monitoring
De leden van de BBB-fractie vragen hoe de effecten van deze wet worden gemonitord. Hiermee worden zowel
de milieu als de economische effecten bedoeld. Zij verzoeken de regering op dit punt
om een toelichting.
Het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor
een formeel advies omdat de regeldruk 1 op 1 volgt uit Europese wetgeving. Dat stelt
de leden van de BBB-fractie niet bij voorbaat gerust. Kan de regering enig inzicht geven in de regeldruk
die deze wet met zich meebrengt? In hoeverre wordt dit gemonitord?
Deze leden stellen dat zij worden geacht te beoordelen of dit wetsvoorstel uitvoerbaar
en handhaafbaar is. In de toelichting wordt echter herhaaldelijk benoemd dat op veel
punten uitwerking bij ministeriële regeling plaatsvindt. Wat is er op dit moment bekend
over deze regeling? Betekent dit dat op basis van de nu voorliggende stukken nog onvoldoende
te zeggen is over de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van de EU ETS?
De vaste commissie voor Economische Zaken ziet de nota naar aanleiding van het verslag
met belangstelling tegemoet; bij voorkeur vóór 9 februari 2024.
De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat, Kluit
De waarnemend griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat, De Boer