36 378 Regels over energiemarkten en energiesystemen (Energiewet)

D BRIEF VAN MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 oktober 2024

Op 2 oktober jongsleden ontving ik het verslag met vragen over het wetsvoorstel Energiewet1, welke opgesteld is door de vaste commissie voor Economische Zaken/Klimaat en Groene Groei. Parallel aan dit verslag is vanuit de vaste commissie gevraagd of een spoedige behandeling van het voorliggende wetsvoorstel vanuit het kabinet noodzakelijk wordt geacht. Ik had u mijn antwoord daarop graag spoediger doen toekomen.

In reactie hierop zou ik willen verzoeken om een spoedige behandeling, maar van acute spoed is geen sprake. De belangrijkste reden hiervoor is dat duidelijkheid gewenst is, zodat betrokken partijen in de sector (leveranciers, netbeheerders, de nieuwe gegevens-uitwisselingsentiteit, etc.) zich daadwerkelijk kunnen gaan voorbereiden op het nieuwe regime. Dit speelt niet alleen op het niveau van de wet zelf, maar ook de verdere voorbereiding van de gedelegeerde regelgeving (de algemene maatregel van bestuur en ministeriële regelingen) is gebaat bij duidelijkheid over de wet. Meer in het algemeen speelt ook mee dat (i) de Energiewet de basis vormt voor twee recent gestarte wetgevingstrajecten waarmee nieuwe Europese afspraken zullen worden geïmplementeerd op het gebied van gas en waterstof (het Decarbonisatiepakket) en elektriciteit (het EMD-pakket, Electricity Market Design) en (ii) dat de Energiewet onderdeel is van de door Nederland voorgestelde hervormingen in het Herstel- en Veerkrachtplan. Ook hiervoor is een spoedige behandeling behulpzaam.

Het betrokken projectteam is inmiddels bezig met de beantwoording van de ruim 150 vragen in het verslag. Ik beoog u de nota naar aanleiding van het verslag eind deze maand te sturen, conform de door de vaste commissie voorgestelde datum.

De Minister van Klimaat en Groene Groei, S.Th.M. Hermans


X Noot
1

Kamerstukken I 2024/25 36 378, nr. B

Naar boven