Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 februari 2026
Met deze brief bied ik uw Kamer het onlangs uitgevoerde onderzoek «Gezondheidseffecten
van slavernij» aan, dat is gedaan door Dr. Alana Helberg-Proctor van de Universiteit
van Amsterdam. Dit onderzoek is eerder aangekondigd in de voortgangsrapportage van
de VWS-brede aanpak discriminatie en gelijke kansen.1
Het Ministerie van VWS zet zich in om de doorwerking van het slavernijverleden in
zorg en welzijn zichtbaar te maken en tegen te gaan. Uit het onderzoek blijkt dat
er een directe en indirecte doorwerking is van het slavernijverleden op de mentale
en fysieke gezondheid van nazaten van tot slaaf gemaakte mensen en in de gezondheidzorg
als geheel. Dit werkt door via transgenerationele overdracht van trauma’s uit het
verleden, alsmede door sociaalmaatschappelijke omstandigheden waarin nazaten zich
in het heden nog bevinden.
De belangrijkste aanbevelingen die uit dit onderzoek naar voren komen, zijn om:
-
1. Méér onderzoek te financieren naar de ervaringen van tot slaaf gemaakte mensen ten
tijde van de trans-Atlantische slavernij in relatie tot (mentale) gezondheid, om een
helderder beeld te krijgen van de intergenerationele trauma’s die nazaten meedragen.
-
2. Méér bewustzijn en kennis te creëren van deze geschiedenis en de doorwerking hiervan
binnen de zorgsector in training en onderwijs van zorgprofessionals.
-
3. Racisme en discriminatie binnen het zorgsysteem actief tegen te gaan.
Uw Kamer is op 22 april 20242 geïnformeerd dat het Ministerie van VWS in gezamenlijkheid met partijen in het zorg-
en welzijnsdomein en nazaten van tot slaaf gemaakten een aantal concrete interventies
zal ontwikkelen met het doel om de doorwerking van slavernij op de gezondheid en het
welzijn van nazaten tegen te gaan. Indachtig deze toezegging start in maart 2026 een
denktank met nazaten van tot slaaf gemaakte mensen die over expertise beschikken op
verschillende, relevante gebieden. Deze groep zal in de komende drie jaar voorstellen
doen voor concrete beleidsinterventies die de doorwerking van het slavernijverleden
in zorg en welzijn kunnen tegengaan en gelijkwaardigheid kunnen bevorderen. Het is
aan de leden van de denktank om hierbij gebruik te maken van de aanbevelingen van
dit onderzoek als input. Het kan dus zo zijn dat de voorstellen van de denktank voortborduren
op de aanbevelingen, maar dit is geen vereiste.
De verdere beleidsopvolging van het onderzoek laat ik aan een nieuw kabinet.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, J.A. Bruijn