Tweede Kamer der Staten-Generaal

36 201 Homogene Groep Internationale Samenwerking 2023 (HGIS-nota 2023)

Nr. 1 HGIS NOTA 2023

Ontvangen 20 september 2022

Vergaderjaar 2022–2023

INHOUDSOPGAVE

AanbiedingsbriefBrief van de Minister van Buitenlandse Zaken Geachte voorzitter,Graag bied ik u de HGIS-nota 2023 aan. In de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) worden de uitgaven van de verschillende ministeries op het gebied van het buitenlandbeleid gebundeld, waarmee de onderlinge samenhang geïllustreerd wordt. Het uitgangspunt van de HGIS is het bevorderen van de samenwerking en de afstemming tussen de betrokken ministeries op het terrein van internationale samenwerking. De HGIS is daarmee een belangrijk instrument voor een geïntegreerd en coherent buitenlandbeleid. De Minister van Buitenlandse ZakenW.B.Hoekstra
Blz.
    

Leeswijzer

    

Inleiding: Nederland en de wereld in 2023

    

HGIS 2023 naar beleidsthema's

Beleidsthema 1: Versterkte internationale rechtsorde, eerbiediging van mensenrechten en gastlandbeleid

Beleidsthema 2: Vrede, veiligheid en stabiliteit

Beleidsthema 3: Effectieve Europese samenwerking

Beleidsthema 4: Consulaire belangenbehartiging en het internationaal uitdragen van Nederlandse waarden en belangen

Beleidsthema 5: Duurzame economische ontwikkeling, handel en investeringen

Beleidsthema 6: Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid, water en klimaat

Beleidsthema 7: Sociale vooruitgang (incl. onderwijs)

Beleidsthema 8: Versterkte kaders voor ontwikkeling

Beleidsthema 9: Apparaatskosten (incl. postennet) en overige uitgaven

    

Bijlagen

Bijlage 1: De HGIS verticaal: wijzigingen na de Miljoenennota 2022

Bijlage 2a: De HGIS uitgaven horizontaal: meerjarencijfers per begroting

Bijlage 2b: De HGIS ontvangsten horizontaal: meerjarencijfers per begroting

Bijlage 3: De non-ODA uitgaven naar beleidsthema

Bijlage 4: De ODA-uitgaven naar beleidsthema

Bijlage 5: De geplande ODA-uitgaven binnen de BHOS-begroting per regio in 2023

Bijlage 6: Berekening ODA-plafond 2022-2027, realisatie ODA-prestatie 2021 en raming ODA-prestatie 2022-2027

Bijlage 7: Internationale klimaatfinanciering voor ontwikkelingslanden 2023

Bijlage 8: Internationale inspanningen voor migratie in 2023

Brief van de Minister van Buitenlandse Zaken

Geachte voorzitter,

Graag bied ik u de HGIS-nota 2023 aan. In de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) worden de uitgaven van de verschillende ministeries op het gebied van het buitenlandbeleid gebundeld, waarmee de onderlinge samenhang geïllustreerd wordt. Het uitgangspunt van de HGIS is het bevorderen van de samenwerking en de afstemming tussen de betrokken ministeries op het terrein van internationale samenwerking. De HGIS is daarmee een belangrijk instrument voor een geïntegreerd en coherent buitenlandbeleid.

De Minister van Buitenlandse ZakenW.B.Hoekstra

LEESWIJZER

Wat is de HGIS?

De Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) is sinds 1997 een budgettaire constructie binnen de rijksbegroting. In de HGIS worden de uitgaven van de verschillende ministeries op het gebied van het buitenlandbeleid gebundeld, waarmee de onderlinge samenhang geïllustreerd wordt. Dit bevordert de samenwerking en de afstemming tussen de betrokken ministeries. De HGIS vormt daarmee een belangrijk instrument voor een geïntegreerd en coherent buitenlandbeleid. Binnen de HGIS worden de uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking die voldoen aan de criteria voor officiële ontwikkelingssamenwerking (Official Development Assistance, ODA) expliciet zichtbaar gemaakt.

De minister van Buitenlandse Zaken coördineert het Nederlandse buitenlandbeleid en daarmee de HGIS. De minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking heeft een coördinerende bevoegdheid voor de uitgaven aan ODA binnen de HGIS.

Twee keer per jaar wordt het parlement geïnformeerd over de ontwikkelingen binnen de HGIS. Op Prinsjesdag wordt de HGIS-nota aangeboden en op Verantwoordingsdag wordt het HGIS-jaarverslag aangeboden aan de Staten-Generaal. Deze documenten geven een integraal overzicht van alle uitgaven op het terrein van internationale samenwerking, die op de verschillende departementale begrotingen staan.

Buitenlandse betrekkingen zijn een zaak van het Koninkrijk der Nederlanden: Nederland in Europa, Aruba, Curaçao en Sint-Maarten, alsmede de Nederlandse openbare lichamen in het Caribisch gebied (Bonaire, Sint-Eustatius en Saba). Waar de HGIS-nota spreekt over ‘Nederland’ of ‘Nederlands’ wordt daarmee bedoeld: ‘(van) het Koninkrijk der Nederlanden’, tenzij het gaat om zaken die specifiek het land Nederland betreffen, zoals het EU-lidmaatschap en ontwikkelingssamenwerking.

Opzet HGIS-nota 2023

HGIS-Beleidskader

De HGIS-nota 2023 geeft inzicht in de begrote middelen voor internationale samenwerking in 2023. De HGIS is ingericht langs negen beleidsthema’s. Deze indeling is gebaseerd op de begrotingen van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en de internationale paragrafen van overige begrotingen. De toelichtende teksten zijn ontleend aan de Memories van Toelichting bij de begrotingen voor 2023 van de verschillende ministeries en geven een overzicht in vogelvlucht.

Meer uitgebreide toelichtingen worden in de begrotingen van de betrokken departementen weergegeven.

In de nota wordt eerst een aantal kaders geschetst ten aanzien van het buitenlandbeleid. Vervolgens wordt per beleidsthema de algemene beleidsdoelstelling gememoreerd en wordt op hoofdlijnen verder ingegaan op de geplande beleidsinzet in 2023 voor dit specifieke thema. Deze inzet is ontleend uit de beleidsagenda’s van de departementale begrotingen zoals deze tijdens Prinsjesdag 2022 zijn gepresenteerd. Een drietal onderwerpen wordt specifiek toegelicht, namelijk de oorlog in Oekraïne, voedselzekerheid en sancties. Omdat de beleidsinzet meestal gepaard gaat met een financiële inspanning, wordt dit in een tabel weergegeven waarbij de ODA-component specifiek wordt benoemd. Deze tabel geeft inzicht in de realisatiecijfers van 2021 en de ramingen voor 2022 en 2023. Ten slotte volgt een toelichting op de instrumenten zoals weergegeven in de tabel.

Bijlagen

Na de beleidsthema’s volgen acht bijlagen. In deze bijlagen worden gegevens, die verspreid staan over verschillende departementale begrotingen, gebundeld tot een overzichtelijk geheel:

Bijlage 1

Deze geeft een overzicht van de begrotingsontwikkelingen binnen de HGIS tussen de HGIS nota 2022 en HGIS nota 2023.

Bijlagen 2a en 2b

Hierin worden alle buitenlanduitgaven en -ontvangsten gepresenteerd per departement.

Bijlage 3

Een overzicht van de non-ODA uitgaven per beleidsthema.

Bijlagen 4 en 5

Hierin wordt een totaaloverzicht gegeven van de buitenlanduitgaven die als officiële ontwikkelingshulp (ODA) kwalificeren, respectievelijk per beleidsthema en per regio.

Bijlage 6

Geeft een berekening van het ODA-plafond voor de periode 2022-2027.

Bijlage 7

Hierin wordt een raming van de verwachte publieke klimaatuitgaven voor ontwikkelingslanden in 2023 gepresenteerd.

Bijlage 8

Betreft een uiteenzetting van de internationale inspanningen in 2023 op het terrein van migratie.

Landen-bijlage (bijlage 5): De HGIS-nota toont de allocatie van het gedelegeerde budget naar landen. Daarbij is de ordening op thema gehandhaafd, in lijn met het thematische karakter van de BHOS-begroting. De landen zijn ingedeeld in de prioritaire focusregio’s en overige regio’s. De focusregio’s zijn West-Afrika/Sahel, Hoorn van Afrika, Midden-Oosten en Noord-Afrika (MENA). Het centrale budget is ter illustratie per regio toegevoegd.

INLEIDING: NEDERLAND EN DE WERELD IN 2023

Nederland en de wereld in 2023

Op 24 februari 2022 viel Rusland Oekraïne binnen. Het was het begin van een grootschalig conventioneel conflict waarin een militaire grootmacht met bruut geweld probeert een ander land in Europa zijn wil op te leggen. De oorlog in Oekraïne vergroot de toch al grote instabiliteit in de ring rondom Europa. De ontwikkelingen in Oekraïne kunnen zich in spanningen op de Westelijke Balkan vertalen. In delen van Noord-Afrika en het Midden-Oosten is de situatie fragiel en dreigen voedseltekorten. Klimaatverandering draagt verder bij aan instabiliteit en migratie, met name in Sub-Sahara Afrika waar negen van de tien meest kwetsbare landen voor klimaatverandering liggen. In de Hoorn en de Sahel dreigt de situatie zich verder te destabiliseren. China en Rusland maken gebruik van die instabiliteit door hun invloed in die landen verder uit te breiden. Ondanks diverse beloften, perken in Afghanistan de Taliban de mensenrechten, met name van vrouwen en meisjes, steeds verder in en zijn duurzame oplossingen voor de conflicten in Libië, Syrië en Jemen nog niet in beeld.

Tegelijkertijd voelt de internationale gemeenschap nog de naweeën van een pandemie die fundamentele economische schade toebracht en mondiale spanningen vergrootte, tegen de achtergrond van een verschuivende machtsbalans waar het Westen zich toe heeft te verhouden. Westerse normen en waarden staan al langer onder druk.

Deze uitdagingen kunnen alleen het hoofd geboden worden via nauwe samenwerking met partners en bondgenoten en Europese samenwerking. Er rust een steeds grotere verantwoordelijkheid op Europese schouders om bij te dragen aan de veiligheid van onze burgers. Daarom heeft het kabinet zich ten volste ingezet voor daadkrachtige maatregelen van de EU in reactie op de Russische agressie, variërend van de gezamenlijke financiering van wapenleveranties, tot verregaande economische sancties. Deze maatregelen illustreren het potentieel van het Europees handelingsvermogen en sluiten aan bij de ambitie van het kabinet om een voortrekkersrol te spelen binnen de Europese Unie. Trans-Atlantische eenheid en samenwerking is en blijft cruciaal voor de veiligheid op het Europese continent. EU-NAVO samenwerking is essentieel gebleken in deze oorlog, waarin beide organisaties aan dezelfde dreigingen worden blootgesteld.

Het is in het belang van Nederland dat de EU zich verder ontwikkelt tot een geopolitieke speler die in de wereld zijn belangen kan behartigen. Zoals ook omschreven in de beleidsbrief van 8 maart jl. ziet het kabinet de EU als primair handelingspodium voor het buitenlandbeleid. Om sterker uit deze crisis te komen zullen de Unie en de lidstaten meer verantwoordelijkheid moeten nemen voor de Europese veiligheid. Nederland levert daar zijn bijdrage aan door de defensie-uitgaven voor 2023 te verhogen tot uiteindelijk de 2 procent NAVO-norm voor 2024 en 2025. Naast investeringen is het ook nodig de synergie tussen de krijgsmachten van de lidstaten te vergroten, alsook werk te maken van samenwerking tussen de EU en de NAVO.

Een geopolitieke rol van betekenis vraagt ook dat de EU haar weerbaarheid over de gehele breedte van de beleidsdossiers versterkt. Op die manier kan invulling worden gegeven aan het streven naar meer open strategische autonomie. Dat doen we door risicovolle strategische afhankelijkheden te verminderen en het groei- en investeringsmodel te versterken, uitgaande van de eigen sterktes van de Unie. Het is nodig de Unie slagvaardiger, economisch sterker, groener en veiliger te maken. Daarbij is een leidende rol van Nederland niet alleen passend, maar ook nodig.

Hulp en handel

In de BHOS-nota ‘Doen waar Nederland goed in is’, brengt het kabinet meer focus aan in het BHOS-beleid op het gebied van de synergie tussen hulp en handel. Concreet betekent dit dat het kabinet 14 landen heeft gekozen waarin een combinatie van Nederlandse ontwikkelingssamenwerking, handel en investeringen grote kansen biedt.

In verschillende lage- en middeninkomenslanden liggen kansen op het snijvlak van handel, investeringen en ontwikkelingssamenwerking om in samenwerking met het Nederlandse bedrijfsleven mondiale uitdagingen aan te pakken. De focus van Nederland komt hierbij te liggen op veertien - vooral - opkomende markten: acht in Afrika (Egypte, Marokko, Senegal, Ivoorkust, Ghana, Nigeria, Zuid-Afrika en Kenia) en zes daarbuiten (Vietnam, Bangladesh, India, Indonesië en Colombia, Oekraïne). In deze landen wordt publiek-private samenwerking met het Nederlandse en lokale bedrijfsleven geïntensiveerd.

De samenwerking richt zich op de verbetering van het ondernemingsklimaat in de meest kansrijke sectoren waar duidelijk is dat het Nederlandse bedrijfsleven ook actief wil en kan zijn.

Het kabinet richt zich daarbij op de twee transities van verduurzaming en digitalisering. Bij de verduurzamingstransitie wordt onder andere ingezet op hernieuwbare energie, schoon transport, vergroenen van de agri-foodsector, stimuleren van de circulaire economie, verduurzamen van handelsketens en versnellen van klimaatadaptatie. Voor digitalisering wordt onder andere ingezet op handelsmissies gericht op kansen voor Nederlandse en lokale bedrijven in tech sectoren als fintech, agritech, smart logistics, cyber/e-commerce, digitale gezondheidszorg en het bevorderen van banen in de digitale economie.

Klimaat, energie en digitalisering

We zijn het aan volgende generaties verplicht om een klimaatneutraal, fossielvrij en circulair Nederland over te dragen. Dit is ook de basis van de kabinetsinzet t.a.v. de Europese Green Deal. Het kabinet zet in op spoedige afronding van onderhandelingen met het Europees Parlement over het wetgevende Fit-for-55 pakket, met behoud van ambitie, zodat 2023 in het teken kan staan van start van de implementatie. De oorlog in Oekraïne maakt glashelder dat de EU zo snel mogelijk onafhankelijk moet worden van Russische fossiele brandstoffen én vaart moet maken met ambitieus klimaat- en energiebeleid. Dit vraagt om verdere intensivering om het aandeel hernieuwbare energie en energie-efficiëntie te verbeteren, en tevens om de Europese interne energiemarkt verder te versterken. De voorstellen uit het Fit-for-55 en REPowerEU pakket vormen de basis van deze hervormingen.

De Commissie voert een ambitieuze beleidsagenda om de digitale transitie verder vorm te geven met veel impactvolle wetgevingsvoorstellen, zoals de AI act, Data Act, Digital Market Act en Digital Services Act en de EU Chips Act. Het kabinet wil een voortrekkersrol te nemen in de vormgeving van de Europese digitale agenda en zet in op digitaal en technologisch leiderschap van de EU.

HGIS 2023 NAAR BELEIDSTHEMA'S

De HGIS is ingedeeld langs een 9-tal beleidsthema’s (incl. een categorie apparaatskosten en overige uitgaven, waarbij ook de kosten voor het postennet zijn opgenomen). Het totale HGIS-budget voor 2023 komt uit op omstreeks EUR 7,8 miljard. Hiervan kwalificeert ongeveer EUR 6,1 miljard als Official Development Assistance (ODA). In onderstaande overzichten zijn de totale uitgaven per beleidsthema schematisch weergegeven voor de totale HGIS, voor de ODA uitgaven specifiek en tenslotte voor de non-ODA uitgaven.

Figuur 1 HGIS totaal per thema

Figuur 2 HGIS ODA per thema

Figuur 3 HGIS non-ODA per thema

Per beleidsthema wordt hierna specifiek ingegaan op de algemene doelstelling, de beleidsinzet voor 2023, de budgettaire gevolgen en een korte toelichting op de tabellen. Per onderdeel is expliciet het ODA-aandeel in de uitgaven inzichtelijk gemaakt. In bijlage 2 van deze nota is een totaaloverzicht opgenomen waarin per departement aangegeven is welk deel van de uitgaven en inkomsten ODA en non-ODA betreft.

Beleidsthema 1: Versterkte internationale rechtsorde, eerbiediging van mensenrechten en gastlandbeleid

Algemeen

Het bevorderen van een goed functionerende internationale rechtsorde inclusief gastlandbeleid, met een blijvende inzet op mensenrechten, als integraal onderdeel van het buitenlandbeleid.

Een sterke internationale rechtsorde en eerbiediging van mensenrechten maken de wereld stabieler, veiliger, vrijer en welvarender. Dit vereist goed functionerende internationale instellingen en organisaties met een breed draagvlak, naleving en waar nodig aanvulling van de internationale wet- en regelgeving en voortdurende inzet tegen straffeloosheid voor de meest grove mensenrechtenschendingen en het voorkomen van deze schendingen. Omdat de mensenrechten het best worden gewaarborgd in goed functionerende democratieën, zet Nederland zich in om het krimpen van de democratische ruimte wereldwijd tegen te gaan De positie van Nederland als gastland voor Internationale Organisaties (IO’s) en diplomatieke missies, in het bijzonder organisaties met een mandaat op het gebied van vrede en recht, biedt een goed uitgangspunt voor de bevordering van de ontwikkeling van internationale rechtsorde. Deze rechtsorde is onlosmakelijk verbonden met universele mensenrechten. De bevordering van mensenrechten is een kernelement van het Nederlands buitenlandbeleid.

Beleidsinzet toegelicht

Mensenrechten, de internationale rechtsorde en democratie

Mensenrechten, de internationale rechtsorde en democratie zijn nauw aan elkaar verbonden en vormen een belangrijk fundament van stabiele en welvarende samenlevingen. Het bevorderen hiervan is niet alleen een moreel imperatief, maar leidt ook tot een voor Nederland meer voorspelbare en veilige internationale omgeving. De bevordering van mensenrechten, de internationale rechtsorde en democratie in een geïntegreerde benadering vormt daarom de basis van de Nederlandse inzet.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 1 Versterkte internationale rechtsorde, eerbiediging van mensenrechten en gastlandbeleid (bedragen x EUR 1 000)

Begroting/beleidsterrein/artikel/omschrijving

2021

2022

2023

 

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

BZ

      

01.01 Goed functionerende internationale instellingen met een breed draagvlak

51.060

17.316

54.942

16.889

49.305

16.889

01.02 Bescherming en bevordering van mensenrechten

62.853

36.202

69.902

37.555

67.402

37.555

01.03 Gastlandbeleid internationale organisaties

12.486

0

15.665

0

14.138

0

Algemeen

      

55.02 Reservering Vredespaleis

0

0

0

0

0

0

JenV

      

33.03.01 Opsporing en vervolging; NFI

802

0

821

0

821

0

33.03.03 Opsporing en vervolging; drugsbestrijding Suriname

5

5

200

200

200

200

91.01.02 WIPO

231

0

386

0

386

0

91.01.02 Europol en Eurojust

14.027

0

23.237

0

23.237

0

Financiën

      

02.00.44 Financiële markten; opdrachten

0

0

850

0

0

0

IenW

      

17.01 Luchtvaart (ICAO)

1.454

0

1.311

0

1.311

0

18.01 Scheepvaart en havens (CCR)

1.079

0

1.081

0

1.081

0

SZW

      

02.24 Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet; Contributie CASS

7

0

9

0

9

0

VWS

      

02.10 Curatieve zorg; Kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg

2.166

0

657

0

0

0

04.40 Zorgbreed beleid; inrichten uitvoeringsactiviteiten

0

0

0

0

0

0

Totaal

146.170

53.523

169.061

54.644

157.890

54.644

Financiële instrumenten

BZ

  • Verplichte bijdragen (verdragscontributies) aan de VN waarin de afdrachten aan het Restmechanisme voor Internationale Strafhoven (MICT) zijn inbegrepen.

  • Bijdragen aan de OESO en het Internationaal Strafhof (ICC).

  • Jaarlijkse huurbijdrage aan het Permanente Hof van Arbitrage.

  • Bijdragen voor diverse initiatieven op het gebied van draagvlakversterking voor het Internationaal Strafhof en andere kleinschalige initiatieven gericht op de strijd tegen straffeloosheid en ter bevordering van de ontwikkeling van de internationale rechtsorde.

  • Mensenrechtenfonds: inzet van het mensenrechtenfonds ter ondersteuning van de volgende prioritaire thema’s: vrijheid van meningsuiting en internetvrijheid, vrijheid van religie en levensovertuiging, gelijke rechten voor vrouwen en meisjes, mensenrechtenverdedigers, gelijke rechten voor lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, transgender, intersekse en queer personen (LHBTIQ+) en bevordering internationale rechtsorde/strijd tegen straffeloosheid. Er is een verdeling tussen de financiële instrumenten subsidies en bijdragen aan (inter)nationale organisaties. Subsidies zijn bedoeld voor inzet van het mensenrechtenfonds binnen Europa en bijdragen aan (inter)nationale organisaties zijn bedoeld voor inzet van het mensenrechtenfonds buiten Europa.

  • Mensenrechten multilateraal: bijdragen aan internationale organisaties ten behoeve van verdere bescherming en bevordering van mensenrechten, met name de jaarlijkse bijdrage aan de Office of the High Commissioner for Human Rights (OHCHR) van de VN waarbij tevens specifiek wordt ingezet op de ondersteuning van de speciale procedures en verdragscomités en prioriteiten van het Nederlands mensenrechtenbeleid.

  • Bijdrage aan huisvesting van Internationale Organisaties (IO’s) zoals het Speciaal Tribunaal voor Libanon, Het Internationaal Strafhof, het Internationaal Gerechtshof en het Permanente Hof van Arbitrage.

  • Bijdragen aan campagnes en lobbyactiviteiten bij acquisitie van IO’s.

  • Bijdragen aan bijeenkomsten van in Nederland gevestigde IO’s en aan bezoeken van hoge functionarissen, voor zover die de internationale zichtbaarheid van Nederland als gastland van IO’s bevorderen.

  • Financiering van activiteiten met als doel dat de in Nederland gevestigde IO’s en diplomatieke missies goed kunnen functioneren binnen de kaders van de Weense verdragen en zetelovereenkomsten, alsmede de toepasselijke Nederlandse wet- en regelgeving.

  • Bijdrage aan de renovatie van het Vredespaleis.

JenV

  • Contributie aan de World Intellectual Property Organization (WIPO).

  • Bijdrage aan opsporing en vervolging Nederlands Forensisch Instituut (NFI).

  • Bijdrage aan opsporing en vervolging drugbestrijding Suriname.

  • Bijdrage aan de huisvestingskosten van Europol en Eurojust.

IenW

  • Contributies en bijdragen aan diverse internationale organisaties mede gericht op de versterking van de Nederlandse handels- en ondernemingspositie voor lucht- en scheepvaart:

  • Contributie aan International Civil Aviation Organization (ICAO).

  • Contributie aan de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR).

  • Contributie aan de International Maritime Organization (IMO).

  • Bijdrage aan de International Association of Marine Aids to Navigation and Lighthouse Authorities (IALA)

  • Bijdrage aan de Donaucommissie

  • Bijdrage aan de North Atlantic Ice Patrol.

SZW

  • Bijdrage aan het Administratief Centrum voor de Sociale Zekerheid voor de Rijnvarenden (CASS).

VWS

  • Bijdrage aan het aCBG voor het bij de komst van de EMA afgesloten Memorandum of Understanding & de EU grondstoffendatabase voor geneesmiddelen, het zogenaamde European Substance Registration System (EU-SRS).

Beleidsthema 2: Vrede, veiligheid en stabiliteit

Algemeen

Het bevorderen van de Nederlandse en internationale veiligheid en stabiliteit door doelgerichte bilaterale en multilaterale samenwerking en het bevorderen van democratische transitie in prioritaire gebieden, vooral in de ring rond Europa. Veiligheid is geen vanzelfsprekendheid. De internationale omgeving verandert snel en ingrijpend. Wat er in de wereld om ons heen gebeurt, heeft direct gevolgen voor onze eigen veiligheid en voor onze welvaart. Veel van de grensoverschrijdende dreigingen waaraan Nederland bloot staat, zijn van een dusdanige omvang en complexiteit dat een geïntegreerde aanpak en samenwerking in internationaal verband geboden is. Voorbeelden zijn de proliferatie van massavernietigingswapens, terrorisme en gewelddadig extremisme, ongewenste buitenlandse inmenging door statelijke actoren, grensoverschrijdende criminaliteit en cyberdreigingen.

Beleidsinzet toegelicht

GBVS

De basis voor de inzet van het kabinet op internationaal veiligheidsbeleid lag tot dusver besloten in de Geïntegreerde Buitenland- en Veiligheidsstrategie (GBVS) die in het voorjaar van 2018 aan de Tweede en Eerste Kamer is aangeboden en in 2020 is geactualiseerd. Op dit moment wordt gewerkt aan een nieuwe rijksbrede veiligheidsstrategie. De GBVS-aanpak beschrijft drie pijlers: onveiligheid voorkomen waar mogelijk, verdedigen tegen urgente dreigingen waar noodzakelijk en het versterken van ons veiligheidsfundament. Om de daarbij benoemde 13 doelen te behalen is de samenhangende inzet nodig van defensie, diplomatie, economie, ontwikkelingssamenwerking, politie, inlichtingendiensten, en justitie. Dit onderwerp strekt zich dus uit naar andere beleidsterreinen, zoals Defensie, Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking, Justitie en Veiligheid, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Economische Zaken en Klimaat. Onze veiligheidsbelangen vergen een wereldwijde inzet voor de veiligheid van Nederlanders, Nederland en het Koninkrijk.

Cyberdiplomatie als prioriteit

Het belang van cyberdiplomatie is naar aanleiding van de COVID-19 pandemie en door de toegenomen geopolitieke strijd alleen maar toegenomen. De dreigingen voor burgers, bedrijven en staten nemen toe. Na de zomer van 2022 zal het kabinet een nieuwe Internationale Cyberstrategie presenteren. Deze heeft als doel de geopolitieke cyberdreigingen te verminderen door onder meer te komen tot een normatief kader voor verantwoord statelijk gedrag in het cyberdomein, afspraken te maken over maatregelen die ingezet kunnen worden tegen landen die deze normen overtreden en kwetsbare derde landen te ondersteunen in de opbouw van hun cyberweerbaarheid. Aandacht voor mensenrechten en rechtsstaat staat hierbij centraal.

OekraïneOekraïne strijdt voor eigen vrijheid en onze waarden. Nederland blijft Oekraïne steunen met wapens, militaire en humanitaire hulp zolang als dat nodig is. Nederland zet zich daarnaast in voor waarheidsvinding en gerechtigheid, dit is belangrijk voor de toekomst van Oekraïne maar is ook een signaal aan anderen dat straffeloosheid niet bestaat. Ook zal Nederland Oekraïne steunen bij wederopbouw; de EU en internationale financiële instellingen nemen het voortouw. Op basis van een behoefte beoordeling bekijkt Nederland hoe bij te dragen aan de wederopbouw van Oekraïne.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 2 Vrede, veiligheid en stabiliteit (bedragen x EUR 1 000)

Begroting/beleidsterrein/artikel/omschrijving

2021

2022

2023

 

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

BZ

      

02.01 Goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid

13.504

0

15.810

0

15.455

0

02.02 Bestrijding internationale criminaliteit en terrorisme

12.135

0

15.250

0

15.400

0

02.03 Wapenbeheersing

9.199

2.869

18.471

3.252

11.022

3.252

02.04 Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband

164.903

72.643

188.644

70.463

211.797

70.167

02.05 Bevordering van transitie in prioritaire gebieden

26.437

10.575

30.054

11.929

29.822

11.929

BHOS

      

04.01 Humanitaire hulp

431.360

427.918

512.279

511.262

554.017

553.000

04.02 Opvang en bescherming in de regio en migratiesamenwerking

174.060

174.060

219.000

219.000

304.000

304.000

04.03 Veiligheid en rechtstaatontwikkeling

179.102

179.097

220.635

220.635

215.695

215.695

JenV

      

31.03.02 Kwaliteit, Arbeidsvoorwaarden en ICT politie; internationale samenwerkingsoperaties

7.501

7.501

8.600

8.600

8.600

8.600

33.01.01 Apparaat Openbaar ministerie

0

0

0

0

0

0

36.02.05 Nat. Veiligheid en Terrorismebestrijding

0

0

423

0

423

0

Defensie

      

01.01.23 Internationale inzet (BIV)

149.442

3.000

275.610

0

202.751

0

09 Algemeen; Civielrechtelijke regeling Srebrenica 2020

10.726

0

31.140

0

300

0

Totaal

1.178.369

877.663

1.535.916

1.045.141

1.569.282

1.166.643

Financiële instrumenten

BZ

  • Jaarlijkse verplichte bijdrage aan de NAVO.

  • Jaarlijkse bijdrage aan het EU-Satellietcentrum en het Institute for Security Studies ten behoeve van de financiële verplichtingen (uitkering pensioengelden ex-WEU personeel) van de in juli 2011 opgeheven West Europese Unie (WEU).

  • Jaarlijkse subsidie aan de Atlantische Commissie, ter ondersteuning van het maatschappelijk debat over de nationale en bondgenootschappelijke veiligheid.

  • Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid (POBB) en Veiligheidsfonds, voor kleinschalige activiteiten met een katalyserende werking die het Nederlandse veiligheidsbeleid ondersteunen.

  • Jaarlijkse bijdrage aan het in Den Haag gevestigde onafhankelijke International Centre for Counter-Terrorism (ICCT).

  • Nederlandse inspanningen in multilateraal verband, onder andere als lid van het Global Counterterrorism Forum en de Global Coalition to Counter/Defeat ISIS. De projecten en programma’s op dit artikelonderdeel zijn gericht op de versterking van capaciteit in voor Nederland prioritaire regio’s om terrorisme, gewelddadig extremisme en radicalisering te voorkomen en te bestrijden.

  • Het bevorderen van een normatief internationaal kader voor cyberactiviteiten en versterking van de kennispositie van de medewerkers op het gebied van cyber.

  • Capaciteitsopbouw op het gebied van cyber security, cyber crime, data protectie en e-governance door middel van financiering van Nederlandse initiatieven onder het Global Forum on Cyber Expertise.

  • Jaarlijkse bijdragen aan het IAEA, de OPCW en de CTBTO.

  • Ondersteuning van kleinschalige initiatieven gericht op uitvoering van het Biologische en Toxische Wapens Verdrag (BTWC), Non-Proliferatie Verdrag (NPV) en de Ottawa Conventie.

  • Organisatie van een tweedaagse ministeriële conferentie over verantwoordelijke militaire toepassing van Artificial Intelligence, ter uitvoering van motie Koopmans c.s. uit april 2019 (motie 33694, nr. 43).

  • Verdragscontributies aan de VN-crisisbeheersingsoperaties (vredesmissies).

  • Bijdragen uit het Stabiliteitsfonds voor de inzet op het snijvlak van vrede, veiligheid en ontwikkeling. Het fonds spitst zich toe op een select aantal thema’s en landen en kan o.a. worden ingezet om activiteiten te financieren op het gebied van preventie van gewelddadig extremisme, ontmijning en early warning, early action. Daarnaast worden een aantal lopende activiteiten uit het fonds gefinancierd, zoals het uitzenden van experts via de civiele missiepool (CMV), training voor Afrikaanse peacekeepers (GPOI), en bijdragen aan de VN op specifieke thema’s.

  • Het Makandra-programma is naar aanleiding van het amendement van het lid Sjoerdsma c.s., het amendement van het lid Van Helvert c.s. en een hoogambtelijke interdepartementale missie gestart (zoals geïntroduceerd in Kamerstuk 20 361, nr. 194 ). Dit programma is gericht op technische assistentie aan Suriname met als doel het versterken van de rechtsstaat, het verbeteren van goed bestuur en het ondersteunen van de Surinaamse overheid en overheids-agentschappen bij het opstellen van de juiste kaders en randvoorwaarden voor duurzame ontwikkeling en economische groei.

  • Er is structureel EUR 25 miljoen beschikbaar voor de beveiliging van diplomaten en ambassades in gebieden met een hoog-risicoprofiel. Deze taken worden grotendeels uitgevoerd door Defensie. Daarom worden deze middelen jaarlijks overgeheveld naar de Defensie-begroting.

  • Bijdragen ten behoeve van de trainingen van buitenlandse diplomaten in Nederland.

  • Het Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen (NFRP) wordt gebruikt om organisaties en mensen te ondersteunen bij het verbeteren en versterken van democratische processen, institutionele capaciteit en de rechtsstaat. Het NFRP bestaat uit het Matra programma (Matra: maatschappelijke transformatie) gericht op het Oostelijk Partnerschap en Pre-accessie regio (de Westelijke Balkan en Turkije) en het Shiraka-programma, gericht op het Midden-Oosten en Noord-Afrika, elk met eigen beleidsaccenten.

BHOS

  • Ongeoormerkte bijdragen aan het wereldwijde VN-noodhulpfonds Central Emergency Response Fund (CERF), UN-OCHA en het Internationale Comité van het Rode Kruis (ICRC) ten behoeve van de snelle beschikbaarheid en flexibiliteit van de humanitaire hulp.

  • Ongeoormerkte bijdragen aan UNHCR, UNRWA, UNICEF, WHO en WFP, eveneens ten behoeve van snelle beschikbaarheid en flexibiliteit.

  • Crisisspecifieke bijdragen aan VN-organisaties, het Internationale Rode Kruis en subsidies aan Nederlandse NGO’s (Dutch Relief Alliance-DRA).

  • Bijdragen ten behoeve van versterking van de responscapaciteit van lokale actoren en innovatie van het humanitaire systeem.

  • Bijdragen ten behoeve van de integratie van specifieke thema’s in humanitaire hulp, zoals -geestelijke gezondheid en psychosociale steun en onderwijs.

  • Bijdragen ten behoeve van de hervorming van het systeem voor internationale humanitaire hulpverlening.

  • Bijdragen aan van programma’s voor migratie en ontwikkeling van IOM en maatschappelijke organisaties in Nederland ter bevordering van vrijwillige terugkeer en herintegratie van ex-asielzoekers uit ontwikkelingslanden.

  • Bevorderen van dataverzameling –analyse inzake migratiestromen.

  • Nederland subsidieert activiteiten gericht op migratiesamenwerking.

  • Bijdragen aan een partnerschap met Wereldbank/IFC/ILO/UNICEF/UNHCR in een strategisch samenwerkingskader waarbinnen landen specifieke programma’s worden uitgewerkt, met de focus op onderwijs en werk voor vluchtelingen en kwetsbare lokale bevolking. Het partnerschap voorziet eveneens in een meer strategische beleidsdialoog met deze organisaties die een voortrekkersrol spelen bij de transformatie van een humanitaire naar een ontwikkelingsaanpak in landen die veel vluchtelingen opvangen. De bijdrage wordt in 2023 vernieuwd.

  • Nederland werkt met ngo’s gericht op opvang en bescherming in de regio.

JenV

  • In opdracht van het kabinet voert de politie activiteiten uit in het kader van internationale politiesamenwerking en de uitzending van politiefunctionarissen naar internationale (civiele) missies en operaties. Die activiteiten zijn voor een groot deel gebaseerd op de visie internationale politiesamenwerking en de bijbehorende strategische agenda. De politie zet hiervoor verschillende instrumenten in.

Defensie

  • Voor een overzicht van de missies en operaties wordt verwezen naar de begroting van het ministerie van Defensie.

Beleidsthema 3: Effectieve Europese samenwerking

Algemeen

De algemene doelstelling is een effectieve Europese samenwerking om bij te dragen aan een slagvaardige, economisch sterke, weerbare en concurrerende Unie, want Europa is essentieel voor onze welvaart, vrijheid en veiligheid. Een proactieve en constructieve voortrekkersrol van Nederland, waarbij we samenwerken met andere lidstaten en internationale partners, is hierbij nodig. Door consequent en constructief optreden kan Nederland zijn invloed binnen de Europese Unie vergroten. Zo kan Nederland mede vorm geven aan ontwikkelingen in Europa die direct van invloed zijn op onze economische, sociale en politieke toekomst.

Beleidsinzet toegelicht

Europese samenwerking

Een assertieve opstelling van de EU is nodig om mondiale uitdagingen zoals klimaatverandering het hoofd te bieden en om impact te bereiken in landen buiten Europa. Om belangrijke maatschappelijke uitdagingen aan te gaan en weerbaar te zijn tegen de verschuivingen in het internationale speelveld zet het kabinet in op het versterken en eerlijker maken van de interne markt en het versnellen van de groene en digitale transities. De basis om deze uitdagingen het hoofd te bieden is: weerbare lidstaten die zich blijven versterken door middel van het doorvoeren van structurele hervormingen en voldoende investeringen van hoge kwaliteit met houdbare publieke overheidsfinanciën. Nederland staat constructief tegenover de modernisering van het Stabiliteits- en Groeipact (SGP) wanneer deze is gericht op de houdbaarheid van de schulden en gezamenlijke economische groei. Effectieve handhaving is hierbij een vereiste. De interne markt is de grootste afzetmarkt van de wereld. Een sterke interne markt is de basis van de economische groei en concurrentievermogen van de EU Met de interne markt als grootste afzetmarkt van de wereld is het de motor van de economische groei en concurrentievermogen van de EU. Om een sterk vestigingsklimaat voor internationale bedrijven, start-ups en scale-ups te behouden zet Nederland zich er voor in dat de EU een aantrekkelijke markt blijft voor (innovatieve) technologieën, producten en diensten. Deze opwaartse sociale en economische convergentie is van belang zodat lidstaten buffers opbouwen om ook in tijden van crisis te kunnen blijven investeren in zaken die bijdragen aan de welvaart van de EU, zoals de dubbele transitie of nieuwe uitdagingen op veiligheidsgebied. De economische weerbaarheid van de Unie staat opnieuw voor een grote uitdaging als gevolg van de oorlog in Oekraïne. Het kabinet wil een voortrekkersrol nemen in de EU waarbij we samenwerken met andere lidstaten en internationale partners om bij te dragen aan een slagvaardige, economisch sterke, weerbare en concurrerende Unie.

Sancties

Nederland is voorstander van de versterking van het Europese sanctie-instrumentarium en draagt daaraan bij door de versterking van de sanctiecapaciteit op het Ministerie van Buitenlandse Zaken, zowel voor het ontwikkelen van nieuwe restrictieve maatregelen als voor de implementatie en naleving ervan in Nederland en de EU. Deze extra capaciteit biedt Nederland de mogelijkheid meer invloed uit te oefenen op een effectiever gebruik van het EU sanctie-instrumentarium als belangrijke pijler van het Europese buitenlandbeleid. Ook onderzoekt het kabinet de mogelijkheden om EU-sancties meer extraterritoriaal in te zetten en om secundaire sancties aan te nemen. Tot slot blijft het kabinet zich onverminderd inzetten voor frequenter gebruik van gekwalificeerde meerderheidsbesluitvorming (QMV) binnen het GBVB op onder andere het terrein van sancties.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 3 Effectieve Europese samenwerking (bedragen x EUR 1 000)

Begroting/beleidsterrein/artikel/omschrijving

2021

2022

2023

 

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

BZ

      

03.01 Afdrachten aan de Europese Unie (HGIS-toerekening)

0

0

938.733

863.000

938.733

863.000

03.02 Europees ontwikkelingsfonds

179.482

179.482

131.506

131.506

100.313

100.313

03.03 Een hechtere Europese waardengemeenschap

10.899

4.360

11.000

4.400

11.000

4.400

03.04 Versterkte Nederlandse positie in de Unie

4.511

0

4.993

0

4.788

0

03.05 Europese vredesfaciliteit

12.694

0

30.429

0

32.403

0

Toerekeningen

      

EU-begroting

421.305

357.212

0

0

0

0

Totaal

628.891

541.054

1.116.661

998.906

1.087.237

967.713

Financiële instrumenten

Toerekening EU afdrachten aan HGIS

  • De EU-toerekening betreft het aan de HGIS toegeschreven «Nederlandse aandeel» van de begroting van de Europese Commissie. Hiervan worden diverse programma’s van de EU voor internationale samenwerking gefinancierd, waaronder het Nabuurschapsbeleid, het instrument voor Ontwikkelingssamenwerking, het budget voor Gemeenschappelijk Buitenland en Veiligheidsbeleid (GBVB) en Humanitaire hulp. Een deel van de uitgaven valt onder de ODA-criteria.

BZ

  • Bijdrage aan het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF). Dit fonds is het instrument waarmee de Europese Unie de ontwikkelingssamenwerking met de landen in Afrika, het Carïbisch gebied en de Stille Oceaan (ACS) en de landen en gebieden overzee (LGO) uitvoert, tot 2021. Het grootste deel van het EOF is bestemd voor de financiering van de steun aan nationale, regionale en lokale projecten en programma’s gericht op de economische en sociale ontwikkeling van die gebieden. Voor de financiering van programma’s in LGO is met ingang van 2021 een apart budget voorzien onder de EU-begroting. De aflopende bijdragen aan het EOF in 2022 en de jaren daarna betreffen betalingen op reeds aangegane verplichtingen vanuit het 10e en 11e EOF.

  • Raad van Europa: Nederland beschouwt de Raad van Europa als een belangrijke hoeder van mensenrechten, democratie en rechtsstaat in heel Europa. Ook wil Nederland bijdragen aan verdergaande hervorming van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en aan een zorgvuldig voorbereide toetreding van de EU tot het EVRM. De Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging in Straatsburg speelt daarbij een centrale rol door goede betrekkingen en, indien opportuun, regelmatig overleg met het secretariaat van de Raad van Europa, permanente vertegenwoordigingen van andere lidstaten en met de Nederlandse delegatie in de Parlementaire Assemblee (PACE) van de Raad van Europa.

  • Jaarlijkse bijdrage aan de Benelux Unie. De Benelux Unie dient twee doelen: het vervullen van een voortrekkersrol binnen de Europese Unie en grensoverschrijdende samenwerking, vooral op het gebied van economie, duurzame ontwikkeling en justitie/binnenlandse zaken. Daarnaast werkt Nederland in Benelux-verband ook samen op buitenlandpolitiek terrein.

  • Subsidie aan European Institute for Public Administration (EIPA). Het EIPA heeft als doel het ontwikkelen van de capaciteiten van ambtenaren in het omgaan met EU-aangelegenheden.

  • Bijdrage aan de Europese Vredesfaciliteit (EVF) voor de financiering van de gemeenschappelijke kosten van EU-missies en operaties, EU-bijdragen aan vredesoperaties en militaire capaciteitsopbouw in derde landen. De faciliteit dient ter versterking van het EU extern optreden en, conform de Nederlandse inzet, een bijdrage te leveren aan een meer geïntegreerde benadering van conflicten en crises binnen het EU-buitenlandbeleid.

Beleidsthema 4: Consulaire belangenbehartiging en het internationaal uitdragen van Nederlandse waarden en belangen

Algemeen

Het verlenen van goede consulaire diensten aan Nederlanders in nood in het buitenland, evenals het verstrekken van reisdocumenten aan Nederlanders in het buitenland. Daarnaast levert het kabinet een bijdrage aan een gereguleerd personenverkeer door de Nederlandse inbreng in het Europese visumbeleid en is het kabinet verantwoordelijk voor de visumverlening kort verblijf.

Het versterken van de Nederlandse cultuursector door internationale uitwisseling en presentatie; verbindingen leggen met economische diplomatie en andere prioriteiten van geïntegreerd buitenlandbeleid, zoals het mensenrechtenbeleid en veiligheidsbeleid.

Beleidsinzet toegelicht

Consulaire dienstverlening

Crisissituaties zoals Afghanistan, Oekraïne en de COVID-19 pandemie, hebben de noodzaak van goede en moderne consulaire dienstverlening onderstreept. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken blijft daarom werken aan het verbeteren van de consulaire dienstverlening aan Nederlandse reizigers en vakantiegangers, Nederlanders in nood en Nederlanders die buiten Nederland (gaan) wonen.

Nederlanders in het buitenland worden geconfronteerd met nieuwe veiligheidsrisico’s en regels rondom het internationale reisverkeer zijn aan veranderingen onderhevig. Dat zorgt voor een forse stijging van burgervragen en een veranderende informatiebehoefte. Ook in 2023 zullen de effecten hiervan nog steeds zichtbaar zijn. Ook al wordt er weer meer gereisd worden, sommige landen zullen reisrestricties blijven opleggen zolang de COVID-19 pandemie niet overal ter wereld onder controle is. In de reisadviezen wordt verwezen naar de overheidswebsite van het land zelf voor de meest actuele informatie. Samen met andere EU-lidstaten wordt gewerkt aan meer eenheid in de reisadviezen. Daarnaast zal het Ministerie van Buitenlandse zaken, gezien de grote impact van de pandemie en meerdere crises, de kwaliteit, helderheid en vindbaarheid van de reisadviezen verbeteren.

In 2023 worden de crisisprotocollen, de -infrastructuur en het evacuatiebeleid aangescherpt op basis van inzichten vanuit intern en extern uitgevoerde evaluaties. Zo werkt het Ministerie van Buitenlandse Zaken naar een crisisorganisatie zodat Nederlanders snel en efficiënt de hulp en informatie krijgen die ze nodig hebben. In 2023 wordt een kernteam opgeleid en zijn mensen getraind voor het geval een nieuwe crisis uitbreekt. Ook op dit vlak wordt ingezet op samenwerking met andere EU-lidstaten.

Cultuur

Kunst en cultuur geven betekenis aan onze internationale relaties; ze zorgen voor onderlinge verbondenheid en kweken goodwill. Met het vierjarig kader internationaal cultuurbeleid wordt dit gezocht in de (samenwerkings)relaties met Europese landen, grensoverschrijdende samenwerking en een aantal voor Nederland prioritaire landen in de rest van de wereld. Hiermee worden onder meer de (economische) belangen van de kunstensector en de creatieve industrie in het buitenland behartigd. Daarnaast speelt de internationale culturele samenwerking een rol ter bevordering van de SDG’s, versteviging van bilaterale relaties (mede in het kader van het restitutiebeleid ten aanzien van collecties met een koloniale context), alsmede andere prioriteiten van buitenlandbeleid.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 4 Consulaire belangenbehartiging en het internationaal uitdragen van Nederlandse waarden en belangen (bedragen x EUR 1 000)

Begroting/beleidsterrein/artikel/omschrijving

2021

2022

2023

 

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

BZ

      

04.01 Consulaire dienstverlening in het buitenland

17.974

0

14.792

0

9.223

0

04.02 Samen met (keten)partners het personenverkeer reguleren

19.762

0

26.392

0

18.170

0

04.03 Grotere buitenlandse bekendheid met de Nederlandse cultuur

6.496

0

6.975

0

7.475

0

04.04 Uitdragen Nederlandse waarden en belangen

21.884

1.943

22.885

136

20.110

136

OCW

      

08.77 Internationaal onderwijs; Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken

480

0

480

0

480

0

14.71/76 Cultuur; subsidies

5.934

0

6.017

0

5.523

0

Totaal

72.530

1.943

77.541

136

60.981

136

Financiële instrumenten

BZ

  • Verlenen van financiële- en niet financiële consulaire bijstand aan Nederlanders in nood en/of schrijnende gevallen.

  • (Stille) diplomatie met oog op eerlijke rechtsgang voor Nederlandse gedetineerden en het adviseren en ondersteunen van Nederlandse gedetineerden door gedifferentieerde bezoekfrequentie.

  • Verstrekken van reisadviezen en het bijstaan van Nederlanders in geval van crises; als dat noodzakelijk en mogelijk is, organiseren, waar mogelijk met partnerlanden, van evacuaties.

  • Verstrekken van reisdocumenten en opmaken van consulaire akten en verklaringen.

  • Consulaire informatiesystemen om de primaire consulaire processen te kunnen afhandelen.

  • Loket buitenland: opzetten van een one-stop shop voor overheid gerelateerde zaken voor Nederlanders die in het buitenland verblijven.

  • Behandelen van aanvragen voor visa kort verblijf en het beleid op dit terrein waaronder de inname van aanvragen voor MVV’s en het afnemen van inburgeringsexamens.

  • Verrichten van legalisaties en uitvoeren van verificatieonderzoeken.

  • Op verzoek van het Ministerie van Justitie en Veiligheid worden algemene en individuele ambtsberichten opgesteld, waarop door J&V mede het toelatings- en terugkeerbeleid wordt gebaseerd.

  • Samenwerking met instanties in en buiten Nederland, de EU en internationale organisaties over o.a. wederzijdse visumvertegenwoordiging.

  • Voor het beschermen van de mensenrechten van migranten, het voorkomen van irreguliere migratie, het tegengaan van mensensmokkel en -handel en het bevorderen van terugkeer en herintegratie is Nederland actief in onder meer de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM).

  • Subsidieverlening via de posten aan Nederlandse cultuurmakers en -instellingen.

  • Via publieksdiplomatie verstevigt Buitenlandse Zaken het netwerk van beleidsbeinvloeders die de besluitvorming op voor Nederland relevante beleidsterreinen kunnen beïnvloeden.

  • De strategische inzet van Publieksdiplomatie door het postennetwerk en BZ versterkt de reputatie van Nederland bij een buitenlands publiek en daarmee de politieke- en economische positie. Zo waarborgen we de Nederlandse belangen en kunnen we ons waardenstelsel uitdragen.

  • Subsidie ten behoeve van Instituut Clingendael voor trilateraal onderzoeksprogramma met Defensie en JenV. Daarnaast ook een opdracht ter ondersteuning van het China Kennisnetwerk en het Oost-Europa/Rusland Kennisplatform.

  • Vanuit het Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid (POBB) worden eenmalige katalyserende activiteiten gefinancierd ter ondersteuning van de doelstellingen van het Nederlandse buitenlandbeleid. Dat kunnen ook activiteiten zijn voor COVID-19 ondersteuning.

  • Voor bezoeken, ontvangsten en overige uitgaven hoogwaardigheidsbekleders, Corps Diplomatique en internationale organisaties wordt EUR 1 miljoen geraamd.

  • Voor uitgaven ten behoeve van staatsbezoeken, officiële bezoeken en werkbezoeken van het Koninklijk Huis wordt EUR 2 miljoen geraamd.

  • Opdrachtverlening aan CJIB voor verkeersnotificaties (vrijwillige bijdrage) na overtredingen buitenlandse diplomaten in Nederland.

OCW

  • Het internationaal cultuurbeleid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de bewindspersonen van OCW en Buitenlandse Zaken. In de periode 2021-2024 gelden voor het internationaal cultuurbeleid drie doelen:

    • 1. een sterke positie van de Nederlandse culturele sector in het buitenland door zichtbaarheid, uitwisseling en duurzame samenwerking;

    • 2. het met Nederlandse cultuuruitingen ondersteunen van de bilaterale relaties met andere landen;

    • 3. het benutten van de kracht van de culturele sector en creatieve industrie voor de Sustainable Development Goals (SDG’s), met name in de verbinding met de BHOS-agenda in de focusregio’s.

  • Voor de verwezenlijking van bovenstaande doelen wordt gekozen voor een meerjarige strategische inzet op 23 landen. Per land worden nadere afspraken gemaakt tussen betrokken spelers (o.a. diplomatieke posten, fondsen en Dutch Culture) over samenwerking en uitvoering. Door maatwerk per land worden cultuur en buitenlandprioriteiten met elkaar verbonden.

Beleidsthema 5: Duurzame economische ontwikkeling, handel en investeringen

Algemeen

Versterken van het internationaal verdienvermogen van Nederland, nu en in de toekomst, verminderen van armoede en maatschappelijke ongelijkheid, bevorderen van duurzame inclusieve groei wereldwijd, waarbij wordt ingespeeld op mondiale transities. Nederland werkt aan een toekomstbestendig handels- en investeringssysteem, gebaseerd op hoge standaarden, Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO), vergroening van het handelsinstrumentarium, bevordering van de economische weerbaarheid en versterking van de private sector en arbeidsmarkt in ontwikkelingslanden.

Beleidsinzet toegelicht

Investeren in een toekomstbestendig handels- en investeringssysteem

De nasleep van de COVID-pandemie en de invasie van Rusland in Oekraïne leiden tot negatieve economische gevolgen en zetten wereldwijd leveringsketens onder druk. Daarnaast blijft de EU en dus Nederland zich gesteld zien voor langetermijn-uitdagingen op handelspolitiek terrein. Nederland zal zich bilateraal, in EU-verband, plurilateraal en multilateraal blijven inzetten voor versterking van het op regels gebaseerde internationale handelssysteem, onder meer via hervorming van de WTO. In onze handelspolitieke inzet in 2023 hebben we aandacht voor het gelijke speelveld, open markten en open strategische autonomie. Daarbij hebben we ook oog voor twee transities (digitalisering en vergroening) die de potentie hebben om de wereldhandel de komende jaren stevig te veranderen.

Verdienvermogen en kracht van NL: verdienkansen nu en in de toekomst

Onze economische diplomatie en ons open handelsbeleid zorgen voor een krachtige economie, waarin een derde van ons BBP wordt verdiend aan de uitvoer van goederen en diensten. Om zo effectief mogelijk te zijn met onze publieke inzet leggen we de focus op 25 prioritaire markten met het meeste potentieel voor internationale handel. Daarbinnen hebben we extra aandacht voor kansen voor het midden en kleinbedrijf (MKB), startups/scale-ups en vrouwelijke ondernemers. Duurzaamheid en digitalisering zijn leidende thema’s in onze economische diplomatie en handelsinstrumentarium. Beide transities hebben de potentie om de wereldhandel en de concurrentiepositie van Nederland in de komende jaren stevig te beïnvloeden. Door met name hierop in te spelen kunnen we internationaal kansen ontwikkelen voor het Nederlandse verdienvermogen van overmorgen. De Nederlandse handelsinzet wordt duurzamer en toekomstgerichter. Zo worden exportkredieten voor fossiele energieprojecten in internationaal verband uitgefaseerd en wordt het handelsinstrumentarium vergroend. Innovatie, digitalisering en verduurzaming zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en vormen een integraal onderdeel van de handelsinzet van BHOS, in nauwe samenwerking met EZK, LNV en IenW. In de uitvoering zijn de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland voor handelsbevordering (RVO), Invest International en Atradius Dutch State Business voor internationale financiering en verzekering belangrijke partners voor het internationale bedrijfsleven. Bij de ontwikkeling en uitvoering van ons beleid werken we samen met partners uit het bedrijfsleven, binnen een geoptimaliseerd systeem van Publiek-Private Samenwerking op basis van een recent uitgevoerde evaluatie van het publiek-private landschap.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 5 Duurzame economische ontwikkeling, handel en investeringen (bedragen x EUR 1 000)

Begroting/beleidsterrein/artikel/omschrijving

2021

2022

2023

 

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

BHOS

      

01.01 Duurzaam handels- en investeringssyteem, incl. MVO

28.939

20.968

31.669

21.425

35.089

23.175

01.02 Versterkte Nederlandse Handels- en Investeringspositie

105.214

0

93.567

0

86.665

0

01.03 Versterkte private sector en arbeidsmarkt in ontwikkelingslanden

415.502

413.504

430.509

428.229

517.910

515.630

EZK

      

1.55 Opdrachten

12

0

167

0

167

0

1.95 Bijdragen (inter)nationale organisaties

2.481

0

2.848

0

2.835

0

2 Bedrijvenbeleid: innovatie en duurzaam ondernemen

0

0

0

0

0

0

2.95 Bijdragen (inter)nationale organisaties

1.900

0

2.657

0

1.426

0

Totaal

554.048

434.472

561.417

449.654

644.092

538.805

Financiële instrumenten

BHOS

  • Contributies aan internationale organisaties zoals OESO en WTO.

  • Programma's ter bevordering van maatschappelijk verantwoord ondernemen.

  • Bijdragen aan beleidsondersteuning en –onderzoek en -evaluatie, alsmede incidentele projecten.

  • Via verschillende kanalen wordt bijgedragen aan de bestrijding van kinderarbeid.

  • Uitgaven ten behoeve van de bestrijding kinderarbeid vallen onder MVO en beleidsondersteuning ODA. Er wordt ingezet op drie terreinen: Een bijdrage aan de International Labour Organisation; subsidies via het door RVO uitgevoerde Fonds Bestrijding Kinderarbeid en een subsidie aan de Alliantie Stop Kinderarbeid.

  • De regeling Starters International Business (SIB) bestaat uit individuele coaching-, missie- en kennisvouchers voor startende mkb-ondernemingen die de stap willen maken naar buitenlandse markten.

  • Het Programma Strategische Beurzen voor steun aan collectieve promotionele activiteiten voor een succesvolle positionering van Nederlandse topsectoren en clusters in buitenlandse markten.

  • Het instrument Partners for International Business (PIB) ondersteunt de structurele positionering van clusters van Nederlandse bedrijven, met name uit topsectoren, op voor Nederland kansrijke markten.

  • Het Dutch Trade and Investment Fund (DTIF) biedt financiering voor investeringen en export van MKB en grote bedrijven, indien banken en andere financiële instellingen deze financiering niet bieden en er voldaan wordt aan de criteria die gelden voor publieke interventie.

  • Het structurele budget voor projectontwikkeling van Invest International wordt gebruikt voor een subsidie aan Invest International. Via Invest International wordt DRIVE en haar voorganger ORIO ondersteund.

  • Inzet op het terrein van (jeugd)werkgelegenheid met als hoofddoel het

    creëren van toekomstperspectief, middels fatsoenlijk werk en inkomen,

    voor 200.000 jongeren in het Midden-Oosten, Noord-Afrika, West-

    Afrika/Sahel en de Hoorn van Afrika. In lijn hiermee is het subsidieprogramma LEAD (Local Employment in Africa for Development) verlengd.

  • Bijdrage aan het Dutch Good Growth Fund (DGGF) welke een revolverend fonds is, dat financiering verschaft voor ontwikkelingsrelevante en risicodragende investeringen en exporttransacties.

EZK

  • Bijdragen aan internationale organisaties zoals de Universal Postal Union (UPU), de International Telecommunications Union (ITU) en de internationale organisaties Metrologie. Deze internationale organisaties hebben betrekking op postovergangen, radiofrequenties en metrologie.

  • Bijdrage aan het permanente ondersteunende bureau van European Conference of Postal and Telecommunications Administrations (CEPT).

  • Een jaarlijkse donatie aan het secretariaat van het Internet Governance Forum (IGF). Dit forum is een uitvloeisel van het VN-top World Summit on Information Society in 2005.

  • Bijdragen aan internationale organisaties zoals de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en de World Intellectual Property Organization (WIPO).

Beleidsthema 6: Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid, water en klimaat

Algemeen

Verminderen armoede, duurzame ontwikkeling en het nakomen van de klimaatafspraken door: Toegenomen landbouwproductie en voedselzekerheid; Verbeterd waterbeheer, toegang tot veilig drinkwater en sanitatie; Ondersteunen klimaatacties ontwikkelingslanden: groene doorstart, energietransitie; verbeterde toegang tot energie en voorkomen ontbossing; Klimaatdiplomatie: verhogen mondiale ambities en versnellen acties; Verbeteren duurzaam gebruik natuurlijke hulpbronnen

Beleidsinzet toegelicht

Internationale klimaatactie

Klimaatverandering vergt een mondiale aanpak. Daarom heeft Nederland een internationale klimaatstrategie als actieplan om de uitvoering van het Akkoord van Parijs te versnellen. De nadruk ligt op terreinen waar Nederland relatief het grootste verschil kan maken, zoals klimaatweerbaarheid in Afrika, de energietransitie in Afrika en Azië en bosbehoud in de tropen.

De klimaatcrisis raakt ontwikkelingslanden het hardst. Extra investeringen in klimaatbestendige en koolstofarme ontwikkeling zijn dan ook noodzakelijk. Daarom zet Nederland internationaal in op het mobiliseren van private klimaatfinanciering, op vergroening van het beleid van multilaterale banken en op meer financiering voor klimaatadaptatie. Nederland financiert klimaatprojecten in de armste en meest kwetsbare landen, bijv. via het Groene Klimaatfonds (GCF) en het nationale klimaatfonds (DFCD). Versterking van weerbaarheid tegen de gevolgen van klimaatverandering, het tegengaan van ontbossing en verbetering van toegang tot hernieuwbare energie zijn prioritair.

Voedselzekerheid en landbouw

Door klimaatverandering, conflict en COVID-19 zijn de doelen van SDG 2 (Zero Hunger) steeds verder uit zicht geraakt. Stijgende prijzen van voedsel, brandstof en kunstmest versterkten vanaf 2020 die trend. De oorlog in Oekraïne leidt tot verdere prijsstijgingen. Opvolging van de VN-voedseltop, met nadruk op een transitie naar meer duurzame voedselsystemen, is daarmee urgenter dan ooit.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 6 Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid, water en klimaat (bedragen x EUR 1 000)

Begroting/beleidsterrein/artikel/omschrijving

2021

2022

2023

 

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

BHOS

      

02.01 Voedselzekerheid

328.812

328.812

328.672

328.672

403.554

403.554

02.02 Water

189.997

189.997

187.619

187.619

201.367

201.367

02.03 Klimaat

238.681

237.402

290.269

288.439

308.589

306.994

IenW

      

11.01 Integraal waterbeleid (Partners voor Water/Blue Deal)

11.575

0

24.447

0

18.697

0

14.01/03 Wegen en verkeersveiligheid

954

0

100

0

0

0

19.02 Uitvoering Milieubeleid en Internationaal

6.371

0

3.469

0

3.602

0

23.01 Meteorologie, seismologie en aardobservatie (contributie WMO en ECMWF)

5.251

35

3.992

35

4.090

35

EZK

      

4.55 Opdrachten

156

0

840

0

297

0

4.95 Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

1.484

0

1.925

0

1.681

0

LNV

      

21.95 Bijdragen (inter)nationale organisaties (w.o. FAO en UNEP)

10.850

4.333

11.686

7.544

11.486

7.544

22.95 Bijdragen (inter)nationale organisaties

1.740

0

1.934

0

1.774

0

23.75 Wageningen Research

0

0

3.704

0

3.304

0

Totaal

795.871

760.579

858.657

812.309

958.441

919.494

Financiële instrumenten

BHOS

  • Via de bilaterale programma’s wordt door ambassades en hun publieke, private en maatschappelijke partners geïnvesteerd in de verduurzaming van de voedselproductie.

  • Belangrijke activiteiten zijn het SNV-programma Climate Resilient Agriculture For Tomorrow, CRAFT (subsidie), het Pro-ARIDES Programma in West-Afrika (subsidie) en twee regionale programma’s van resp. IFAD en Wereldbank

  • Via diverse internationale NGO’s worden programma’s gesteund die werken aan landbouwontwikkeling in meerdere landen, zoals het 2-Scale programma dat geleid wordt door het International Fertilizer Development Center (IFDC).

  • Er wordt geïnvesteerd in samenwerkingsverbanden die kennis en kunde van de Nederlandse private sector, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties koppelen aan capaciteitsversterking in lage inkomenslanden, zoals via het kennisprogramma van het Netherlands Food Partnership en het door RVO uitgevoerde Land@scale programma.

  • Met de bijdrage aan de Consultative Group on International Agricultural Research (CGIAR) wordt internationaal landbouwkundig- en voedingsonderzoek uitgevoerd.

  • Via delegated cooperation worden EU-middelen (Desira) gecombineerd met Nederlandse middelen verstrekt aan WUR en World Vegetable Center voor onderzoek naar verbeterde groententeelt.

  • Via de bilaterale programma’s in de focuslanden wordt door ambassades met subsidies en bijdragen aan publieke, private en maatschappelijke partners geïnvesteerd in vergroting van toegang tot gezond en nutriëntenrijk voedsel. Zo worden bijvoorbeeld in Benin en Burundi schoolkinderen dagelijks van gezonde maaltijden voorzien die geleverd worden door lokale boer(inn)en.

  • Met de Global Alliance for Improved Nutrition (GAIN) en CARE (subsidies) wordt in Benin, Nigeria, Uganda, Kenia, Ethiopië en Mozambique ingezet op het substantieel vergroten van het aantal kwetsbare consumenten dat het gehele jaar door gezonde diëten kan consumeren.

  • Met UNICEF (bijdrage) wordt in Niger, Burkina Faso, Sudan en Burundi gewerkt aan betere voeding voor jonge kinderen en hun moeders.

  • Samenwerking met andere donoren en versterken van lokaal beleid wordt gestimuleerd door een Nederlandse bijdrage aan de Scaling Up Nutrition (SUN) movement.

  • Met het nieuwe programma Reversing the Flow is een instrument ontwikkeld om de waterveiligheid van gemeenschappen in kwetsbare situaties te versterken. Activiteiten die door deze gemeenschappen zelf worden ontwikkeld, zullen in 2022 zijn gericht op het vergroten van weerbaarheid, incl. ‘bouwen met de natuur’.

  • Het Wereldbank Global Water and Sanitation Partnership blijft in de huidige COVID-19 crisis een belangrijke speler bij het mobiliseren van kennis om de water- en sanitatie respons binnen de WB emergency respons (USD 14 miljard) en de daarop volgende recovery (USD 160 miljard) vorm te geven en lopende programma’s te herstructureren. Dit programma is binnen de WB ook van groot belang bij het adresseren van de water- en sanitatie- problematiek in de post-COVID-19 crisis.

  • Binnen de Nederlandse inzet om klimaatverandering tegen te gaan staan adaptatie en weerbaarheid voorop. Hiervoor worden onder andere bijdrages gedaan aan programma's op het gebied van water, voedselzekerheid en ontbossing.

  • Het blijft ook nodig kennis te ontwikkelen over de relatie tussen klimaatverandering, ontwikkelingssamenwerking en armoede. Daartoe wordt onder andere samengewerkt met WRI, PBL en de Commissie MER.

  • Het nationale klimaatfonds Dutch Fund for Climate and Development (DFCD) versterkt de weerbaarheid van ontwikkelingslanden tegen klimaatverandering en draagt bij aan emissiereductie.

  • Om klimaatdiplomatie te ondersteunen doet Nederland een bijdrage aan de Global Environment Facility, het Groene Klimaatfonds en de Climate Investment Funds. Nederland draagt voorts bij aan UN Environment (UNEP).

  • Nederland benadrukt het belang van de transitie naar een circulaire economie voor het behalen van de klimaatdoelen.

  • Nederland zet in op internationale multi-stakeholder partnerschappen om verantwoorde grondstoffenwinning in ontwikkelingslanden te vergroten en de klimaat-impact ervan te verkleinen.

IenW

  • Uitvoering van Partners voor Water ten behoeve van het vergroten van waterveiligheid en waterzekerheid in de wereld met accent op negen deltalanden.

  • Uitvoering Blue Deal, een internationaal programma van 21 waterschappen. Het doel van het programma Blue Deal heeft als doel: 20 miljoen mensen in 40 stroomgebieden wereldwijd helpen aan schoon, voldoende en veilig water. De focus ligt op het bieden van hulp, maar ook op het creëren van kansen voor het bedrijfsleven en leren van andere landen om het eigen werk in Nederland te blijven verbeteren.

  • In het kader van de transities Circulaire Economie, Slimme en Duurzame Mobiliteit en Klimaatadaptatie draagt IenW op grond van internationale verdragen of andere internationale afspraken bij aan internationale organisaties, zoals aan UNEP, UNECE, het International Resource Panel (IRP) en het International Transport Forum (ITF). Tevens zijn er middelen gereserveerd voor de Nederlandse bijdrage in de gebruiksvergoeding van het Estec / Galileo Reference Center (GRC).

  • Op grond van wet- en regelgeving en internationale afspraken betaalt Nederland contributiegelden aan de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) en het European Centre for Medium-Range Weather Forecasts (ECMWF). Deze intergouvernementele organisaties zijn van groot belang voor internationale samenwerking op het gebied van weer, klimaat, modelontwikkeling en data.

EZK

  • Opdrachten rondom mondiale klimaatprojecten, zoals de jaarlijkse Conference of Parties (COP).

  • Bijdragen en contributies aan internationale organisaties waardoor Nederland een actieve participatie heeft in diverse internationale energie- en klimaatgerelateerde organisaties en netwerken.

LNV

  • Er zijn middelen gereserveerd ten behoeve van de jaarlijkse contributies voor internationale organisaties. De grootste contributie die hieruit bekostigd wordt, is die aan de Food and Agriculture Organization of the United Nations (FAO). Daarnaast zijn er middelen gereserveerd voor kleinere contributies aan verschillende internationale organisaties, zoals het United Nations Environment Program (UNEP).

Beleidsthema 7: Sociale vooruitgang (incl. onderwijs)

Algemeen

Menselijke ontplooiing en het bevorderen van sociale gelijkheid en inclusieve ontwikkeling, door: het bijdragen aan seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR) voor iedereen en een halt toe te roepen aan de verspreiding van hiv/aids; het versterken van primaire gezondheidssystemen voor betere toegang tot essentiële dienstverlening en weerbaarheid tegen pandemieën; het verbeteren van betaalbaarheid en toegankelijkheid van primaire gezondheidszorg; het bevorderen van vrouwenrechten en gendergelijkheid; versterking van het maatschappelijk middenveld en bevordering en bescherming van de politieke ruimte voor maatschappelijke organisaties; versterken van de meest gemarginaliseerde en gediscrimineerde groepen, zodat zij hun stem kunnen laten horen; versterken van het onderwijs en daarmee bijdragen aan het vergroten van kansen en perspectieven voor jongeren; een toename van het aantal goed opgeleide professionals, versterking van beroeps en hoger onderwijs en het bevorderen van beleidsrelevant onderzoek.

Beleidsinzet toegelicht

Mondiale Gezondheid en SRGR

Het kabinet zet op het terrein van mondiale gezondheid extra in op Seksuele & Reproductieve Gezondheid en Rechten (SRGR), het verbeteren van betaalbaarheid en toegankelijkheid van primaire gezondheidszorg. Dit wordt nader uitgewerkt in een Nederlandse Global Health Strategie. Vooruitgang, internationale verworvenheden en financiering op het terrein van SRGR inclusief hiv/aids, staan onder grote druk. Nederland blijft een donor met durf en zet nog sterker in op thema’s en doelgroepen die cruciaal zijn maar voor anderen vaak (te) gevoelig liggen, zoals veilige abortus, seksuele voorlichting en risicogroepen zoals LHBTIQ+-personen. Dit doen we door het financieren van (internationale) ngo’s en VN-organisaties als UNFPA en UNAIDS, die zich wereldwijd inzetten voor keuzevrijheid en via SRGR-partnerschappen (2021-2025). Er wordt naar mogelijkheden gekeken om impactvolle SRGR programma’s die in focuslanden en -regio’s worden uitgevoerd op te schalen.

Het kabinet combineert de extra financiële inzet met diplomatieke en politieke actie in EU, VN en op landenniveau. Voor versterking van veerkrachtige primaire gezondheidssystemen onderzoeken we hoe Nederland meer kan samenwerken met het bedrijfsleven, en investeren in innovatieve oplossingen. Het kabinet intensiveert in dat kader de samenwerking met de Global Financing Facility for Every Woman, Every Child (GFF) Ook zal het kabinet extra bijdragen aan versterking van de WHO, opdat die haar coördinerende rol binnen de mondiale gezondheidsarchitectuur beter kan vervullen. Middels inzet op versterking van gezondheidssystemen, draagt het kabinet ook bij aan pandemieparaatheid en -respons.

Gendergelijkheid en empowerment van vrouwen en meisjes

Het Nederlands buitenlands beleid kiest met het feministisch buitenlandbeleid voor gendergelijkheid gericht op 4 R’en: rechten (het beschermen van vrouwenrechten), resources (fondsen moeten ook vrouwen ten goede komen), representation (vrouwen moeten actief betrokken worden bij beleidsvorming en -uitvoering) en reality check (er zijn geen onverhoopte negatieve gevolgen voor vrouwen). Vrouwenrechten zijn mensenrechten. Daarom zorgen we ook voor een genderlens in programma’s die niet specifiek gericht zijn op vrouwen (gendermainstreaming). Daarnaast wordt ingezet op het bevorderen van kansen voor LHBTIQ+ groepen.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 7 Sociale vooruitgang (incl. onderwijs) (bedragen x EUR 1 000)

Begroting/beleidsterrein/artikel/omschrijving

2021

2022

2023

 

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

BHOS

      

03.01 Mondiale gezondheid en seksuele en reproductieve gezondheid en rechten

533.472

532.047

579.119

577.508

530.578

528.967

03.02 Vrouwenrechten en gendergelijkheid

52.077

52.077

51.643

51.643

51.667

51.667

03.03 Maatschappelijk middenveld

165.842

165.842

205.144

205.144

197.242

197.242

03.04 Onderwijs

74.042

74.042

69.550

69.550

69.550

69.550

OCW

      

06.70 Hoger beroepsonderwijs

2.873

2.873

2.873

2.873

2.873

2.873

07.70/76 Wetenschappelijk onderwijs

55.289

47.953

55.737

49.570

54.837

49.570

08.71 Internationaal onderwijs; Subsidies

235

0

342

0

342

0

08.76 Internationaal onderwijs; Bijdragen (inter)nationale organisaties: overige

0

0

0

0

0

0

16.70 Onderzoek en wetenschappen; NOW

454

454

454

454

454

454

VWS

      

09.10 Algemeen; Internationale samenwerking

3.868

0

3.868

0

3.868

0

Totaal

888.152

875.288

968.730

956.742

911.411

900.323

Financiële instrumenten

BHOS

  • Een aantal internationale organisaties met mandaat op het gebied van gezondheid krijgt algemene vrijwillige en/of geoormerkte bijdragen (WHO, UNFPA, UNAIDS, GFATM, UNICEF, GAVI, GFF/WB).

  • Onder subsidies wordt via het SRGR-partnerschappen programma gedurende de periode 2021-2025 zeven partnerschappen ondersteund, bestaande uit het Nederlands en zuidelijk maatschappelijk middenveld. Deze partnerschappen zijn gericht op capaciteitsversterking, waarbij de nadruk ligt op pleitbezorging voor het vergroten van kennis en toegang tot SRGR voor jongeren alsmede op meer respect voor SRGR van mensen aan wie deze nog wordt onthouden.

  • Nederland blijft in ieder geval op korte termijn bijdragen aan het indammen van de COVID-19 pandemie via de Access to COVID-19 Tools Accelerator (ACT-A) en draagt bij aan het verbeteren van pandemieparaatheid en preventie.

  • In 2021 zijn onder het SDG5 fonds (2021 ‒ 2025) drie nieuwe programma’s van start gegaan die zich specifiek richten op vrouwenrechten en gendergelijkheid: Leading from the South (LFS) II, Power of Women (POW) en Women, Peace and Security (WPS).

  • Het POW programma is de opvolging van Funding Leadership Opportunities for Women (FLOW) II en wordt uitgevoerd door zes consortia van vrouwenrechtenorganisaties.

  • Via het Accountability fonds worden lokale partners direct gesteund. Het Voice-fonds, geeft de meest gemarginaliseerde en gediscrimineerde groepen een stem in tien geselecteerde landen en ondersteunt leeftijd-gediscrimineerde groepen.

  • Het WPS programma is de opvolger van het Nationaal Actieplan 1325 (NAP)-programma en wordt uitgevoerd door consortia van NGO’s in het kader van het vierde Nationaal Actieplan 1325 (2021 ‒ 2025).

  • De Nederlandse onderwijsinzet krijgt een verscherpte focus op beroeps- en hoger onderwijs. In 2023 wordt een nieuw, meerjarig beroeps- en hoger onderwijsprogramma gestart, gericht op de groei van een ondernemende, jonge en weerbare generatie met meer perspectief op de arbeidsmarkt en in de samenleving.

  • Via het Global Partnership for Education (GPE) steunt Nederland onderwijsbeleid en structurele veranderingen in ontwikkelingslanden.

  • Het Orange Knowledge Programme (OKP) wordt in 2023 afgerond.

  • De Nederlandse bijdrage aan het Global Partnership for Education (GPE) wordt na afloop van het lopende contract (in 2025) beëindigd.

OCW

  • Bijdragen aan internationale onderwijsinstellingen en organisaties ten behoeve van internationaal wetenschappelijk onderwijs en onderzoek.

  • Bijdrage aan internationaal programma Wageningen UR International Soil and information Centre (ISRIC); Deze middelen zijn bij de start van het kabinet Rutte III overgeheveld vanuit het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

VWS

  • In 2019 is door VWS een meerjarig partnerschap programma met de

    WHO gestart met als doel om samenwerking op de vraagstukken van

    antimicrobiële resistentie, grensoverschrijdende gezondheidsbedreigingen,

    niet-overdraagbare ziekten (NCDs), veiligheid van geneesmiddelen

    en medische hulpmiddelen en effectieve gezondheidssystemen

    te bevorderen.

Beleidsthema 8: Versterkte kaders voor ontwikkeling

Algemeen

Multilaterale samenwerking en inclusieve groei door versterkte multilaterale betrokkenheid en overige inzet; de inzet van cultuur en sport in ontwikkelingslanden om een sociale en kansrijke samenleving te stimuleren en het bevorderen van maatschappelijke betrokkenheid in Nederland. Tevens zetten we in op het bevorderen van migratiesamenwerking, het verbeteren van de perspectieven van vluchtelingen en gastgemeenschappen (met focus op bescherming, onderwijs en werk) en het verlenen van noodhulp ter leniging van humanitaire nood wereldwijd, via internationale en nationale partners.

Beleidsinzet toegelicht

Internationale Financiële Instellingen

Nederland draagt via algemene bijdragen aan multilaterale ontwikkelingsbanken en ontwikkelingsfondsen bij aan ontwikkelingssamenwerking.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 8 Versterkte kaders voor ontwikkeling (bedragen x EUR 1 000)

Begroting/beleidsterrein/artikel/omschrijving

2021

2022

2023

 

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

BHOS

      

05.01 Multilaterale samenwerking

178.163

178.163

155.090

155.090

214.972

214.972

05.02 Overig armoedebeleid

93.067

87.495

135.470

124.696

98.100

94.447

05.04 Nog te verdelen i.v.m. wijzigingen BNI en/of toerekeningen

0

0

43.972

43.972

72.917

72.917

Financiën

      

04.50.07 IBRD (onderdeel Wereldbank)

0

0

22.287

22.287

22.022

22.022

04.50.08 IFC (onderdeel Wereldbank)

0

0

19.917

19.917

19.679

19.679

04.50.09 IDA (onderdeel Wereldbank)

44.200

44.200

219.550

219.550

266.480

266.480

04.52.01 Technische assistentie

1.133

0

1.881

0

1.881

0

Eerstejaarsopvang asielzoekers

      

Eerstejaarsopvang asielzoekers (toerekening)

0

0

0

0

0

0

37.02.20 COA (Eerstejaarsopvang asielzoekers)

302.637

302.637

699.570

699.570

590.320

590.320

01.70/01.75 Primair onderwijs (eerstejaarsopvang asielzoekers)

31.773

31.773

29.781

29.781

28.213

28.213

03.70 Voortgezet onderwijs (eerstejaarsopvang asielzoekers)

10.297

10.297

9.592

9.592

9.087

9.087

Totaal

661.270

654.565

1.337.110

1.324.455

1.323.671

1.318.137

Financiële instrumenten

BHOS

  • Bijdragen aan VN-instellingen, zoals UNDP, UNICEF en UNIDO.

  • Bijdragen aan de begrotingen van Internationale Financiële Instellingen (IFI's), waaronder regionale ontwikkelingsbanken zoals de African Development Bank (AfDB) en fondsen via middelenaanvullingen en kapitaalverhogingen.

  • Bijdragen aan specifieke programma's, assistent deskundigenprogramma's en trustfondsen.

  • Compensatie van de Wereldbank (IDA) en de regionale ontwikkelingsbanken voor schuldverlichting geeft ontwikkelingslanden de financiële ruimte om een sterker eigen armoedebeleid te voeren.

  • Middelen die, in het licht van het AIV-advies (Sociale Bescherming in Afrika), zijn bedoeld voor het opzetten van een duurzaam programma omtrent cash transfers.

  • Het ODA-budget wordt gecorrigeerd voor ontwikkelingen van het BNI. In het kader van behoedzaamheid en stabiliteit in de begroting worden groei en krimp niet direct vertaald in de OS-programmalijnen. Deze zogeheten BNI-ruimte kan immers weer toenemen of afnemen als in de loop van het jaar de raming wordt bijgesteld.

Financiën

  • Bijdragen aan de begroting van de Internationale Financiële Instellingen (IFI’s) via middelen aanvulling, kapitaalverhogingen en specifieke programma’s of trustfondsen ter bestrijding van armoede in ontwikkelingslanden over een breed spectrum aan sectoren, o.a. op terrein van economische en sociale sectoren.

  • Nederland ondersteunt een aantal multilaterale systeemorganisaties die, behalve dat zij direct werkzaam zijn op het terrein van armoedebestrijding, ook van groot belang zijn voor het effectief functioneren van het multilaterale kanaal en het versterken van armoedebeleid in ontwikkelingslanden. Het betreft de Wereldbank, UNDP en UNICEF.

  • Daarnaast verleent het Ministerie van Financiën technische assistentie aan haar counterparts in de landen die behoren tot de Nederlandse kiesgroeplanden bij IMF, Wereldbank en European Bank for Reconstruction and Development (EBRD).

Eerstejaarsopvang asielzoekers

  • Dit betreft de kosten van de eerstejaarsopvang van asielzoekers uit DAC-landen, die aan het ODA-budget worden toegeschreven. De uitgaven worden verantwoord op de begrotingen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid en Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Met ingang van 2021 is de toerekening zichtbaar bij JenV en OCW.

Beleidsthema 9: Apparaatskosten (incl. postennet) en overige uitgaven

Algemeen

Onder overige uitgaven zijn de uitgaven gegroepeerd die niet onder één van de beleidsinhoudelijke hoofdstukken kunnen worden ondergebracht. Dit betreft vooral de apparaatsuitgaven voor het Ministerie van Buitenlandse Zaken waarbij het merendeel van de uitgaven bestemd is voor het postennet en de uitgaven voor attachés, die vanuit de verschillende vakdepartementen worden uitgezonden naar de Nederlandse vertegenwoordigingen in het buitenland om met hun specifieke kennis mede invulling te geven aan het buitenlands beleid.

Beleidsinzet toegelicht

Postennet

Om in de komende kabinetsperiode de belangen van Nederland, Nederlandse burgers en ondernemers wereldwijd nog beter te bevorderen, is een veilig en sterk postennet noodzakelijk. Wij kijken daarbij naar de hele internationale keten: van posten tot aan de ankerpunten en ondersteuning bij Buitenlandse Zaken en rijksbreed. Dit vertaalt zich in prioritaire thema’s waarop personele versterking vanuit de coalitiemiddelen nodig is, binnen de posten in de EU-landen, in de ring rondom Europa, op de samenwerking met de VS maar ook in relatie tot China.

Het kabinet zet in op uitbreiding van de capaciteit op de posten en in het Ministerie van Buitenlandse Zaken langs de lijn van de belangrijke thema’s uit het coalitieakkoord: mensenrechten, veiligheid (cybersecurity, economische veiligheid), consulaire dienstverlening, economische diplomatie (internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen; IMVO en duurzaam internationaal verdienvermogen) en een focus op migratie, klimaat en Global Health. De extra capaciteit creëren we binnen het postennet maar ook bij directies. Bij de invulling wordt nadrukkelijk ook de behoefte, expertise en beschikbaarheid van de andere departementen op deze prioriteiten betrokken. Verder is besloten om het ambassadekantoor in Chisinau, Moldavië op te waarderen naar een ambassade.

Nederland heeft de afgelopen jaren internationaal voor grote uitdagingen gestaan. Dat vraagt om een permanente crisisstructuur, extra capaciteit die flexibel ingezet kan worden in het geval van een internationale crisis en versterking van de capaciteit voor de consulaire dienstverlening. De inrichting van een adequaat bemenst Departementaal Crisis Centrum, dat het Ministerie van Buitenlandse Zaken op dit moment niet heeft, zorgt samen met een flexibele schil van medewerkers voor hogere gereedheid en paraatheid bij crises.

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken versterkt bestaande posten door investeringen in informatiebeveiliging en cybersecurity, extra fysieke beveiligingsmaatregelen, meer capaciteit voor het ICT netwerk, ook bij uitval van reguliere verbindingen, meer aandacht voor informatiemanagement en meer beheer- en uitvoeringscapaciteit op de posten. Een sterker postennet is onlosmakelijk verbonden met de (beleids)ondersteuning vanuit Den Haag en heeft hier een sterk anker nodig. Dat betekent capaciteitsversterking voor een aantal directies voor een sterkere diplomatieke gereedstelling en bedrijfsvoeringsdirecties die ondersteunende diensten verlenen aan de posten.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 9 Apparaatskosten (incl. postennet) en overige uitgaven (bedragen x EUR 1 000)

Begroting/beleidsterrein/artikel/omschrijving

2021

2022

2023

 

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

BZ

      

05.01 Geheim

0

0

0

0

0

0

06.01 Nog onverdeeld (HGIS; reservering loon- en prijsbijstelling)

0

0

13.668

0

60.465

0

07.01 Apparaat (personeel en materieel)

822.922

298.286

1.034.782

314.908

921.949

314.908

JenV

      

91.01.01 Eigen personeel/attachés

2.165

0

2.095

0

2.095

0

BZK

      

02.01 Nationale veiligheid

314

0

433

0

541

0

11.01 Centraal apparaat (attachés)

209

0

216

0

216

0

OCW

      

95.01 Eigen personeel/attachés

589

0

2.405

0

3.305

0

FIN

      

01.03.03 Belastingdienst; eigen personeel (attachés)

1.152

0

1.192

0

1.192

0

01.04.04 Belastingdienst; ICT materieel (attachés)

371

0

384

0

384

0

21.01.01 Centraal apparaat (attachés)

1.167

0

1.208

0

1.208

0

DEF

      

08.02.11/12 Apparaatsuitgaven; Attachés

18.009

0

22.347

0

23.139

0

10 Centraal apparaat

0

0

0

0

0

0

11 Geheim

4.459

0

5.000

0

5.000

0

IenW

      

98.01 Apparaatsuitgaven (attachés personeel en materieel)

2.515

0

3.502

0

2.972

0

EZK

      

2.65 Baten- en lastendiensten (attachés innovatie)

7.057

0

10.617

0

9.808

0

2.65 Baten- en lastendiensten (attachés NFIA)

13.004

0

13.967

0

13.176

0

LNV

      

21.65 Bijdragen aan baten-lastendiensten (attachés)

0

0

0

0

0

0

24.65 Bijdrage aan agentschappen (attachés)

12.842

0

20.310

0

19.232

0

50 Apparaat (attachés)

5.652

0

2.237

0

2.237

0

SZW

      

96.20 Apparaatsuitgaven

543

0

809

0

809

0

VWS

      

10.30.21 Apparaatsuitgaven; Personele uitgaven (attachés)

1.367

0

1.520

0

1.720

0

10.30.22 Apparaatsuitgaven; Materiele uitgaven

1

0

250

0

1.000

0

Totaal

895.398

298.286

1.136.942

314.908

1.070.448

314.908

Financiële instrumenten

BZ

  • Betreft de uitgaven die samenhangen met de HGIS-indexering en onvoorziene uitgaven.

  • De apparaatsuitgaven van zowel het postennetwerk in het buitenland als het departement in Den Haag, exclusief de personele uitgaven voor de politieke leiding en vak-attachés van andere ministeries zijn hierin opgenomen. Het omvat de verplichtingen voor en uitgaven aan het ambtelijk personeel, de overige personele uitgaven en het materieel.

Diverse ministeries

  • Uitgaven ten behoeve van attachés van verschillende ministeries. Het attaché-netwerk biedt Nederland permanente aanwezigheid in de wereld waarin attachés kansen identificeren en creëren, voorzien in informatie en kennis, relaties onderhouden en bouwen met verschillende partners, en de belangen van Nederland behartigen. Diverse ministeries zijn via vak-attachés vertegenwoordigd in het buitenland.

  • Gezamenlijke aansturing van het Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) door EZK en BHOS. De NFIA helpt en adviseert bedrijven uit het buitenland bij het opzetten, uitrollen en/of uitbreiden van hun internationale activiteiten in Nederland. De NFIA focust daarbij op het aantrekken van buitenlandse investeringen die bijdragen aan bestaande Nederlandse ecosystemen en clusters. De NFIA richt zich daarnaast op de promotie van Nederland in het buitenland als een land met een aantrekkelijk investerings- en vestigingsklimaat en speelt een actieve rol bij het in stand houden daarvan.

BIJLAGEN

Bijlage 1: De HGIS verticaal: wijzigingen na de Miljoenennota 2022

Tabel 10 De HGIS verticaal: wijzigingen na de Miljoenennota 2022 (bedragen in miljoenen euro's)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

HGIS-uitgaven

      

Stand Miljoenennota 2022

6.286,8

6.607,6

6.792,4

7.052,8

7.285,0

0,0

Macrobijstellingen (BNI/BBP-mutaties)

268,7

489,5

568,7

675,1

726,8

787,2

Eindejaarsmarge

169,5

30,7

15,0

0,0

0,0

0,0

Overboekingen van/naar HGIS

855,9

782,5

795,8

1.191,6

1.190,7

8.464,41

Intertemporele kasschuiven

178,9

‒ 128,0

‒ 82,0

0,0

31,1

0,0

Desalderingen

2,3

1,1

94,1

3,1

‒ 3,7

‒ 3,7

Totaal uitgaven stand Miljoenennota 2023 (1)

7.762,0

7.783,5

8.184,1

8.922,6

9.229,9

9.247,9

       

HGIS-ontvangsten

      

Stand Miljoenennota 2022

152,1

129,1

151,4

152,9

149,5

0,0

Desalderingen en overboekingen

2,2

1,0

94,1

3,1

36,2

141,71

Totaal ontvangsten stand Miljoenennota 2023 (2)

154,3

130,1

245,4

156,0

185,8

141,8

       

Saldo HGIS-uitgaven en ontvangsten (1-2)

7.607,7

7.653,3

7.938,6

8.766,6

9.044,1

9.106,1

X Noot
1

Inclusief extrapolatie van het voorgaande jaar.

Bijlage 2a: De HGIS uitgaven horizontaal: meerjarencijfers per begroting

Tabel 11 De HGIS horizontaal: meerjarencijfers per begrotingsartikel

Begroting/beleidsterrein/artikel/omschrijving

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

 

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

V Buitenlandse Zaken

              

01 Versterkte internationale rechtsorde

              

01.01 Goed functionerende internationale instellingen met een breed draagvlak

51.060

17.316

54.942

16.889

49.305

16.889

49.265

16.889

49.345

16.889

49.345

16.889

49.345

16.889

01.02 Bescherming en bevordering van mensenrechten

62.853

36.202

69.902

37.555

67.402

37.555

67.402

37.555

67.402

37.555

67.402

37.555

67.402

37.555

01.03 Gastlandbeleid internationale organisaties

12.486

 

15.665

 

14.138

 

11.354

 

10.225

 

10.225

 

10.225

 

02 Veiligheid en stabiliteit

              

02.01 Goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid

13.504

 

15.810

 

15.455

 

15.455

 

15.230

 

15.140

 

15.140

 

02.02 Bestrijding internationale criminaliteit en terrorisme

12.135

 

15.250

 

15.400

 

14.755

 

13.950

 

13.251

 

13.451

 

02.03 Wapenbeheersing

9.199

2.869

18.471

3.252

11.022

3.252

10.982

3.252

10.794

3.252

10.794

3.252

10.794

3.252

02.04 Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband

164.903

72.643

188.644

70.463

211.797

70.167

211.804

70.167

215.007

73.500

215.571

73.624

215.699

73.644

02.05 Bevordering van transitie in prioritaire gebieden

26.437

10.575

30.054

11.929

29.822

11.929

29.822

11.929

29.822

11.929

29.822

11.929

29.822

11.929

03 Effectieve Europese samenwerking

              

03.01 Afdrachten aan de Europese Unie (HGIS-toerekening)

  

938.733

863.000

938.733

863.000

938.733

863.000

938.733

863.000

938.733

863.000

938.733

863.000

03.02 Europees ontwikkelingsfonds

179.482

179.482

131.506

131.506

100.313

100.313

85.983

85.983

43.421

43.421

75.000

75.000

41.000

41.000

03.03 Een hechtere Europese waardengemeenschap

10.899

4.360

11.000

4.400

11.000

4.400

11.000

4.400

11.000

4.400

11.000

4.400

11.000

4.400

03.04 Versterkte Nederlandse positie in de Unie

4.511

 

4.993

 

4.788

 

5.168

 

4.598

 

4.598

 

4.598

 

03.05 Europese vredesfaciliteit

12.694

 

30.429

 

32.403

 

40.496

 

44.059

 

44.959

 

48.742

 

04 Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden

              

04.01 Consulaire dienstverlening in het buitenland

17.974

 

14.792

 

9.223

 

12.723

 

12.823

 

12.823

 

12.823

 

04.02 Samen met (keten)partners het personenverkeer reguleren

19.762

 

26.392

 

18.170

 

16.034

 

15.262

 

15.262

 

15.934

 

04.03 Grotere buitenlandse bekendheid met de Nederlandse cultuur

6.496

 

6.975

 

7.475

 

7.500

 

8.794

 

8.794

 

8.794

 

04.04 Uitdragen Nederlandse waarden en belangen

21.884

1.943

22.885

136

20.110

136

19.660

136

17.910

136

17.910

136

17.802

136

05.01 Geheim

0

 

0

 

0

 

0

 

0

 

0

 

0

 

06.01 Nog onverdeeld (HGIS; reservering loon- en prijsbijstelling)

0

 

13.668

 

60.465

 

59.964

 

86.246

 

101.947

 

127.228

 

07.01 Apparaat (personeel en materieel)

822.922

298.286

1.034.782

314.908

921.949

314.908

971.540

314.908

949.409

310.408

945.051

310.408

944.288

310.408

Totaal

1.449.201

623.676

2.644.893

1.454.038

2.538.970

1.422.549

2.579.640

1.408.219

2.544.030

1.364.490

2.587.627

1.396.193

2.582.820

1.362.213

               

VI Justitie en Veiligheid

              

31 Nationale politie

              

31.03.02 Kwaliteit, Arbeidsvoorwaarden en ICT politie; internationale samenwerkingsoperaties

7.501

7.501

8.600

8.600

8.600

8.600

8.600

8.600

8.600

8.600

8.600

8.600

8.600

8.600

33 Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

              

33.03.01 Opsporing en vervolging; NFI

802

 

821

 

821

 

821

 

821

 

821

 

821

 

33.03.03 Opsporing en vervolging; drugsbestrijding Suriname

5

5

200

200

200

200

200

200

200

200

200

200

200

200

36 Contraterrorisme en Nationaal veiligheidsbeleid

              

36.02.05 Nat. Veiligheid en Terrorismebestrijding

0

 

423

 

423

         
               

37 Migratie

              

37.02.20 COA (Eerstejaarsopvang asielzoekers)

302.637

302.637

699.570

699.570

590.320

590.320

595.802

595.802

595.040

595.040

600.443

600.443

608.518

608.518

               

91 Apparaatsuitgaven kerndepartement

              

91.01.02 Europol en Eurojust

14.027

 

23.237

 

23.237

 

23.237

 

23.237

 

23.237

 

23.237

 

91.01.02 WIPO

231

 

386

 

386

 

386

 

386

 

386

 

386

 

91.01.01 Eigen personeel/attachés

2.165

 

2.095

 

2.095

 

2.095

 

2.095

 

2.095

 

2.095

 

Totaal

327.368

310.143

735.332

708.370

626.082

599.120

631.141

604.602

630.379

603.840

635.782

609.243

643.857

617.318

               

VII Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

              

02.01 Nationale veiligheid

314

 

433

 

541

         

11.01 Centraal apparaat (attachés)

209

 

216

 

216

 

216

 

216

 

216

 

216

 

Totaal

523

0

649

0

757

0

216

0

216

0

216

0

216

0

               

VIII Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

              

01 Primair onderwijs

              

01.70/01.75 Primair onderwijs (eerstejaarsopvang asielzoekers)

31.773

31.773

29.781

29.781

28.213

28.213

27.429

27.429

27.429

27.429

27.429

27.429

27.429

27.429

03 Voortgezet onderwijs

              

03.70 Voortgezet onderwijs (eerstejaarsopvang asielzoekers)

10.297

10.297

9.592

9.592

9.087

9.087

8.835

8.835

8.835

8.835

8.835

8.835

8.835

8.835

06 Hoger Beroepsonderwijs

              

06.70 Hoger beroepsonderwijs

2.873

2.873

2.873

2.873

2.873

2.873

2.873

2.873

2.873

2.873

2.873

2.873

2.873

2.873

07 Wetenschappelijk Onderwijs

              

07.70/76 Wetenschappelijk onderwijs

55.289

47.953

55.737

49.570

54.837

49.570

53.918

49.570

53.918

49.570

53.918

49.570

53.918

49.570

08 Internationaal onderwijsbeleid

              

08.71 Internationaal onderwijs; Subsidies

235

 

342

 

342

 

342

 

342

 

342

 

342

 

08.77 Internationaal onderwijs; Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken

480

 

480

 

480

 

480

 

480

 

480

 

480

 

14.71/76 Cultuur; subsidies

5.934

 

6.017

 

5.523

 

6.511

 

4.617

 

4.617

 

4.617

 

16 Onderzoek en wetenschappen

              

16.70 Onderzoek en wetenschappen; NOW

454

454

454

454

454

454

454

454

454

454

454

454

454

454

95 Apparaatskosten

              

95.01 Eigen personeel/attachés

589

 

2.405

 

3.305

 

3.957

 

3.957

 

3.957

 

3.957

 

Totaal

107.924

93.350

107.681

92.270

105.114

90.197

104.799

89.161

102.905

89.161

102.905

89.161

102.905

89.161

               

IXB Financiën

              

01 Belastingen

              

01.03.03 Belastingdienst; eigen personeel (attachés)

1.152

 

1.192

 

1.192

 

1.192

 

1.192

 

1.192

 

1.192

 

01.04.04 Belastingdienst; ICT materieel (attachés)

371

 

384

 

384

 

384

 

384

 

384

 

384

 

02 Financiële markten

              

02.00.44 Financiële markten; opdrachten

  

850

           

04 Internationale financiële betrekkingen

              

04.50.07 IBRD (onderdeel Wereldbank)

0

0

22.287

22.287

22.022

22.022

0

0

0

0

0

0

0

0

04.50.08 IFC (onderdeel Wereldbank)

0

0

19.917

19.917

19.679

19.679

19.080

19.080

0

0

 

0

 

0

04.50.09 IDA (onderdeel Wereldbank)

44.200

44.200

219.550

219.550

266.480

266.480

315.290

315.290

361.080

361.080

359.438

359.438

270.894

270.894

04.52.01 Technische assistentie

1.133

 

1.881

 

1.881

 

1.881

 

1.881

 

1.881

 

1.881

 

21.01.01 Centraal apparaat (attachés)

1.167

 

1.208

 

1.208

 

1.208

 

1.208

 

1.208

 

1.208

 

Totaal

48.023

44.200

267.269

261.754

312.846

308.181

339.035

334.370

365.745

361.080

364.103

359.438

275.559

270.894

               

X Defensie

              

01 Opdracht inzet

              

01.01.23 Internationale inzet (BIV)

149.442

3.000

275.610

 

202.751

 

209.163

 

413.412

 

443.857

 

189.488

 

08 Defensie Ondersteuningscommando

              

08.02.11/12 Apparaatsuitgaven; Attachés

18.009

 

22.347

 

23.139

 

21.482

 

21.506

 

21.448

 

21.448

 

09 Algemeen; Civielrechtelijke regeling Srebrenica 2020

10.726

 

31.140

 

300

 

300

 

300

 

300

 

300

 

11 Geheim

4.459

 

5.000

 

5.000

 

5.000

 

5.000

 

5.000

 

5.000

 

Totaal

182.636

3.000

334.097

0

231.190

0

235.945

0

440.218

0

470.605

0

216.236

0

               

XII Infrastructuur en Waterstaat

              

11.01 Integraal waterbeleid (Partners voor Water/Blue Deal)

11.575

 

24.447

 

18.697

 

14.452

 

13.452

 

13.252

 

13.252

 

14.01/03 Wegen en verkeersveiligheid

954

 

100

           

17.01 Luchtvaart (ICAO)

1.454

 

1.311

 

1.311

 

1.311

 

1.311

 

1.311

 

1.311

 

18.01 Scheepvaart en havens (CCR)

1.079

 

1.081

 

1.081

 

1.081

 

1.081

 

1.081

 

1.081

 

19.02 Uitvoering Milieubeleid en Internationaal

6.371

 

3.469

 

3.602

 

4.344

 

4.344

 

4.344

 

4.344

 

23.01 Meteorologie, seismologie en aardobservatie (contributie WMO en ECMWF)

5.251

35

3.992

35

4.090

35

4.087

35

4.087

35

3.387

35

3.387

35

98.01 Apparaatsuitgaven (attachés personeel en materieel)

2.515

 

3.502

 

2.972

 

2.264

 

2.264

 

2.264

 

2.264

 

Totaal

29.199

35

37.902

35

31.753

35

27.539

35

26.539

35

25.639

35

25.639

35

               

XIII Economische Zaken en Klimaat

              

1 Goed functionerende economie en markten

              

1.55 Opdrachten

12

 

167

 

167

 

167

 

167

 

167

 

167

 

1.95 Bijdragen (inter)nationale organisaties

2.481

 

2.848

 

2.835

 

2.835

 

2.849

 

2.849

 

2.849

 

2 Bedrijvenbeleid: innovatie en duurzaam ondernemen

              

2.65 Baten- en lastendiensten (attachés innovatie)

7.057

 

10.617

 

9.808

 

9.340

 

9.235

 

9.235

 

9.235

 

2.65 Baten- en lastendiensten (attachés NFIA)

13.004

 

13.967

 

13.176

 

11.700

 

11.380

 

11.380

 

11.380

 

2.95 Bijdragen (inter)nationale organisaties

1.900

 

2.657

 

1.426

 

1.426

 

1.426

 

1.426

 

1.426

 

4 Een doelmatige en duurzame energievoorziening

              

4.55 Opdrachten

156

 

840

 

297

 

347

 

347

 

347

 

347

 

4.95 Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

1.484

 

1.925

 

1.681

 

1.681

 

1.681

 

1.681

 

1.681

 

40 Apparaat (attachés)

1.060

             

Totaal

27.154

0

33.021

0

29.390

0

27.496

0

27.085

0

27.085

0

27.085

0

               

XIV Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

              

21 Land- en tuinbouw

              

21.65 Bijdragen aan baten-lastendiensten (attachés)

              

21.95 Bijdragen (inter)nationale organisaties (w.o. FAO en UNEP)

10.850

4.333

11.686

7.544

11.486

7.544

11.486

7.544

11.486

7.544

11.486

7.544

11.486

7.544

22 Natuur, visserij en gebiedsgericht werken

              

22.95 Bijdragen (inter)nationale organisaties

1.740

 

1.934

 

1.774

 

1.774

 

1.774

 

1.774

 

1.774

 

23 Kennis en Innovatie

              

23.75 Wageningen Research

  

3.704

 

3.304

 

3.704

 

3.704

 

3.704

 

3.704

 

24 Uitvoering en toezicht

              

24.65 Bijdrage aan agentschappen (attachés)

12.842

 

20.310

 

19.232

 

19.232

 

19.263

 

19.324

 

19.324

 

50 Apparaat (attachés)

5.652

 

2.237

 

2.237

 

2.237

 

2.237

 

2.237

 

2.237

 

Totaal

31.084

4.333

39.871

7.544

38.033

7.544

38.433

7.544

38.464

7.544

38.525

7.544

38.525

7.544

               

XV Sociale Zaken en Werkgelegenheid

              

02.24 Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet; Contributie CASS

7

 

9

 

9

 

9

 

9

 

9

 

9

 

96.20 Apparaatsuitgaven

543

 

809

 

809

 

809

 

556

 

556

 

556

 

Totaal

550

0

818

0

818

0

818

0

565

0

565

0

565

0

               

XVI Volksgezondheid, Welzijn en Sport

              

02.10 Curatieve zorg; Kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg

2.166

 

657

           

09.10 Algemeen; Internationale samenwerking

3.868

 

3.868

 

3.868

 

3.868

 

3.868

 

3.868

 

3.868

 

10.30.21 Apparaatsuitgaven; Personele uitgaven (attachés)

1.367

 

1.520

 

1.720

 

1.720

 

1.320

 

1.320

 

1.320

 

10.30.22 Apparaatsuitgaven; Materiele uitgaven

1

 

250

 

1.000

         

Totaal

7.402

0

6.295

0

6.588

0

5.588

0

5.188

0

5.188

0

5.188

0

               

XVII Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking

              

01 Duurzame economische ontwikkeling, handel en investeringen

              

01.01 Duurzaam handels- en investeringssyteem, incl. MVO

28.939

20.968

31.669

21.425

35.089

23.175

34.874

23.175

32.904

23.175

33.139

23.175

33.356

23.175

01.02 Versterkte Nederlandse Handels- en Investeringspositie

105.214

 

93.567

 

86.665

 

86.165

 

86.165

 

86.165

 

86.165

 

01.03 Versterkte private sector en arbeidsmarkt in ontwikkelingslanden

415.502

413.504

430.509

428.229

517.910

515.630

482.357

480.077

504.850

502.570

561.350

559.070

571.350

569.070

02 Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid, water en klimaat

              

02.01 Voedselzekerheid

328.812

328.812

328.672

328.672

403.554

403.554

404.688

404.688

439.295

439.295

439.295

439.295

439.295

439.295

02.02 Water

189.997

189.997

187.619

187.619

201.367

201.367

207.026

207.026

223.014

223.014

233.714

233.714

233.714

233.714

02.03 Klimaat

238.681

237.402

290.269

288.439

308.589

306.994

338.755

336.755

459.088

457.318

483.873

482.318

470.873

469.318

03 Sociale vooruitgang

              

03.01 Mondiale gezondheid en seksuele en reproductieve gezondheid en rechten

533.472

532.047

579.119

577.508

530.578

528.967

536.899

535.288

561.784

560.173

551.784

550.173

556.784

555.173

03.02 Vrouwenrechten en gendergelijkheid

52.077

52.077

51.643

51.643

51.667

51.667

51.743

51.743

52.439

52.439

52.439

52.439

52.439

52.439

03.03 Maatschappelijk middenveld

165.842

165.842

205.144

205.144

197.242

197.242

197.434

197.434

199.206

199.206

219.206

219.206

219.206

219.206

03.04 Onderwijs

74.042

74.042

69.550

69.550

69.550

69.550

69.550

69.550

69.550

69.550

69.550

69.550

69.550

69.550

04 Vrede, veiligheid, en duurzame ontwikkeling

              

04.01 Humanitaire hulp

431.360

427.918

512.279

511.262

554.017

553.000

520.017

519.000

520.017

519.000

520.017

519.000

520.017

519.000

04.02 Opvang en bescherming in de regio en migratiesamenwerking

174.060

174.060

219.000

219.000

304.000

304.000

304.000

304.000

354.000

354.000

357.000

357.000

357.000

357.000

04.03 Veiligheid en rechtstaatontwikkeling

179.102

179.097

220.635

220.635

215.695

215.695

218.295

218.295

240.443

240.443

235.243

235.243

235.243

235.243

05 Multilaterale samenwerking en overige inzet

              

05.01 Multilaterale samenwerking

178.163

178.163

155.090

155.090

214.972

214.972

223.585

223.585

234.751

234.751

234.751

234.751

234.751

234.751

05.02 Overig armoedebeleid

93.067

87.495

135.470

124.696

98.100

94.447

114.329

108.693

114.545

107.664

113.001

107.635

112.972

107.606

05.04 Nog te verdelen i.v.m. wijzigingen BNI en/of toerekeningen

0

0

43.972

43.972

72.917

72.917

350.683

350.683

649.169

649.169

781.118

781.118

1.136.543

1.136.543

Totaal

3.188.330

3.061.424

3.554.207

3.432.884

3.861.912

3.753.177

4.140.400

4.029.992

4.741.220

4.631.767

4.971.645

4.863.687

5.329.258

5.221.083

               

LXXXVI Algemeen

              

55.02 Reservering Vredespaleis

      

53.000

       

55.02 Reservering kasschuif IDA

              

Totaal

      

53.000

       
               

Toerekeningen

              

EU-begroting

421.305

357.212

            

Eerstejaarsopvang asielzoekers (toerekening)

              

Totaal

421.305

357.212

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

               

TOTAAL UITGAVEN

5.820.699

4.497.373

7.762.035

5.956.895

7.783.453

6.180.803

8.184.050

6.473.923

8.922.554

7.057.917

9.229.885

7.325.301

9.247.853

7.568.248

Bijlage 2b: De HGIS ontvangsten horizontaal: meerjarencijfers per begroting

Tabel 12 De HGIS ontvangsten horizontaal: meerjarencijfers per ministerie en per begrotingsartikel

Begroting/beleidsterrein/artikel/omschrijving

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

        

V Buitenlandse Zaken

       

2 Veiligheid en stabiliteit

       

10 Doorberekening Defensie diversen

    

242

242

242

40 Restituties contributies

0

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

3 Europese samenwerking

       

30 Restitutie Raad van Europa

196

250

250

250

250

250

250

4 Consulaire belangenbehartiging en het internationaal uitdragen van Nederlandse waarden en belangen

       

10 Consulaire dienstverlening aan Nederlanders

13.975

9.200

9.200

21.000

21.000

21.000

21.000

20 Consulaire dienstverlening aan vreemdelingen

13.768

37.500

34.300

45.600

51.500

51.500

51.500

40 Doorberekening Defensie diversen

74

74

74

874

874

874

874

41 Ontvangsten verkeersnotificaties

265

200

200

200

200

200

200

5 Geheim

       

10 Geheim

       

7 Apparaat

       

10 Diverse ontvangsten

56.147

49.471

31.671

124.671

33.671

28.571

28.571

11 Koersverschillen

       

Totaal

84.425

97.695

76.695

193.595

108.737

103.637

103.637

        
        

IXB Financiën

       

04.50.03 Ontvangsten IFI's

2.387

1.998

1.954

1.876

1.719

1.639

1.639

Totaal

2.387

1.998

1.954

1.876

1.719

1.639

1.639

        

X Defensie

       

01.01.01 Internationale inzet/BIV

5.476

1.407

1.407

1.407

1.407

54.407

1.408

Totaal

5.476

1.407

1.407

1.407

1.407

54.407

1.408

        

XIII Economische Zaken en Klimaat

       

01 goed functionerende markten/04 Een doelmatige energievoorziening

39

      

Totaal

39

0

0

0

0

0

0

        

XIV Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

       

11 Voedselzekerheid

1

      

Totaal

1

0

0

0

0

0

0

        

XVII Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

       

1 Duurzame economische ontwikkeling, handel en ontwikkeling

       

1.10 ontvangsten internationaal ondernemen

10.176

3.264

3.264

3.264

3.264

3.264

3.264

1.30/40 ontvangsten DGGF

9.054

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

5 Multilaterale samenwerking en overige inzet

       

5.20 Ontvangsten en restituties m.b.t. leningen

25.019

24.134

20.960

16.174

15.002

11.712

7.658

5.21 Ontvangsten OS

16.028

21.176

21.176

24.426

21.176

21.176

21.176

5.22 koersverschillen

       

5,23 Diverse ontvangsten non-ODA

1.723

1.730

1.730

1.730

1.730

  

Totaal

62.000

53.304

50.130

48.594

44.172

39.152

35.098

        

TOTAAL ONTVANGSTEN

154.328

154.404

130.186

245.472

156.035

198.835

141.782

Bijlage 3: De non-ODA uitgaven naar beleidsthema

Tabel 13 De non-ODA uitgaven naar beleidsthema

Begroting

Omschrijving

2021

2022

2023

Artikel

1. Versterkte internationale rechtsorde, eerbiediging van mensenrechten en gastlandbeleid

BZ

01.01 Goed functionerende internationale instellingen met een breed draagvlak

33.744

38.053

32.416

V-01.01

 

01.02 Bescherming en bevordering van mensenrechten

26.651

32.347

29.847

V-01.02

 

01.03 Gastlandbeleid internationale organisaties

12.486

15.665

14.138

V-01.03

Algemeen

55.02 Reservering Vredespaleis

0

0

0

LXXXVI-55.02

JenV

33.03.01 Opsporing en vervolging; NFI

802

821

821

VI-33.03.10

 

91.01.02 WIPO

231

231

386

VI-91.01.09

 

91.01.02 Europol en Eurojust

14.027

23.237

23.237

VI-91.01.07

Financiën

02.00.44 Financiële markten; opdrachten

0

850

0

IX-02.00.44

IenW

17.01 Luchtvaart (ICAO)

1.454

1.311

1.311

XII-17.01

 

18.01 Scheepvaart en havens (CCR)

1.079

1.081

1.081

XII-18.01

SZW

02.24 Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet; Contributie CASS

7

9

9

XV-02.24

VWS

02.10 Curatieve zorg; Kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg

2.166

657

0

XVI-02.11

 

04.40 Zorgbreed beleid; inrichten uitvoeringsactiviteiten

0

0

0

XVI-04.40

 

Subtotaal

92.647

114.262

103.246

 
      

2. Vrede, veiligheid en stabiliteit

BZ

02.01 Goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid

13.504

15.810

15.455

V-02.01

 

02.02 Bestrijding internationale criminaliteit en terrorisme

12.135

15.250

15.400

V-02.02

 

02.03 Wapenbeheersing

6.330

15.219

7.770

V-02.03

 

02.04 Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband

92.260

118.181

141.630

V-02.04

 

02.05 Bevordering van transitie in prioritaire gebieden

15.862

18.125

17.893

V-02.05

BHOS

04.01 Humanitaire hulp

3.442

1.017

1.017

XVII-04.01

JenV

33.01.01 Apparaat Openbaar ministerie

0

0

0

VI-31.02.21

 

36.02.05 Nat. Veiligheid en Terrorismebestrijding

0

423

423

VI-36.02.58

Defensie

01.01.23 Internationale inzet (BIV)

146.442

275.610

202.751

X-01.01.01

 

09 Algemeen; Civielrechtelijke regeling Srebrenica 2020

10.726

31.140

300

X-09.01

 

Subtotaal

300.701

490.775

402.639

 
      

3. Effectieve Europese samenwerking

BZ

03.01 Afdrachten aan de Europese Unie (HGIS-toerekening)

0

75.733

75.733

 
 

03.03 Een hechtere Europese waardengemeenschap

6.539

6.600

6.600

V-03.03

 

03.04 Versterkte Nederlandse positie in de Unie

4.511

4.993

4.788

V-03.04

 

03.05 Europese vredesfaciliteit

12.694

30.429

32.403

V-03.05

Toerek.

EU-begroting

64.093

0

0

Toerekening

 

Subtotaal

87.837

117.755

119.524

 
      

4. Consulaire belangenbehartiging en het internationaal uitdragen van Nederlandse waarden en belangen

BZ

04.01 Consulaire dienstverlening in het buitenland

17.974

14.792

9.223

V-04.01

 

04.02 Samen met (keten)partners het personenverkeer reguleren

19.762

26.392

18.170

V-04.02

 

04.03 Grotere buitenlandse bekendheid met de Nederlandse cultuur

6.496

6.975

7.475

V-04.03

 

04.04 Uitdragen Nederlandse waarden en belangen

19.941

22.749

19.974

V-04.04

OCW

08.77 Internationaal onderwijs; Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken

480

480

480

XIII-08.77

 

14.71/76 Cultuur; subsidies

5.934

6.017

5.523

XIII-14.71

 

Subtotaal

70.587

77.405

60.845

 
      

5. Duurzame economische ontwikkeling, handel en investeringen

BHOS

01.01 Duurzaam handels- en investeringssyteem, incl. MVO

7.971

10.244

11.914

XVII-01.01

 

01.02 Versterkte Nederlandse Handels- en Investeringspositie

105.214

93.567

86.665

XVII-01.02

 

01.03 Versterkte private sector en arbeidsmarkt in ontwikkelingslanden

1.998

2.280

2.280

XVII-01.03

EZK

1.55 Opdrachten

12

167

167

XIII-11.55

 

1.95 Bijdragen (inter)nationale organisaties

2.481

2.848

2.835

XIII-11.95

 

2.95 Bijdragen (inter)nationale organisaties

1.900

2.657

1.426

XIII-13.95

 

Subtotaal

119.576

111.763

105.287

 
      
      

6. Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid, water en klimaat

BHOS

02.03 Klimaat

1.279

1.830

1.595

XVII-02.03

IenW

11.01 Integraal waterbeleid (Partners voor Water/Blue Deal)

11.575

24.447

18.697

XII-11.01

 

19.02 Uitvoering Milieubeleid en Internationaal

6.371

3.469

3.602

XII-19.02

 

23.01 Meteorologie, seismologie en aardobservatie (contributie WMO en ECMWF)

5.216

3.957

4.055

XII-23.01

 

14.01/03 Wegen en verkeersveiligheid

954

100

0

 

EZK

4.55 Opdrachten

156

840

297

XIII-04.55

 

4.95 Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

1.484

1.925

1.681

XIII-04.95

LNV

21.95 Bijdragen (inter)nationale organisaties (w.o. FAO en UNEP)

6.517

4.142

3.942

XIV-21.95

 

22.95 Bijdragen (inter)nationale organisaties

1.740

1.934

1.774

XIV-22.95

 

23.75 Wageningen Research

0

3.704

3.304

XIV-23.75

 

Subtotaal

35.292

46.348

38.947

 
      

7. Sociale vooruitgang (incl. onderwijs)

BHOS

03.01 Mondiale gezondheid en seksuele en reproductieve gezondheid en rechten

1.425

1.611

1.611

XVII-03.01

 

03.02 Vrouwenrechten en gendergelijkheid

0

0

0

 
 

03.04 Onderwijs

0

0

0

XVII-03.04

OCW

07.70/76 Wetenschappelijk onderwijs

7.336

6.167

5.267

VIII-07.70/76

 

08.71 Internationaal onderwijs; Subsidies

235

342

342

VIII-08.71

VWS

09.10 Algemeen; Internationale samenwerking

3.868

3.868

3.868

XVI-09.12.10

 

Subtotaal

12.864

11.988

11.088

 
      

8. Versterkte kaders voor ontwikkeling

BHOS

05.02 Overig armoedebeleid

5.572

10.774

3.653

XVII-05.02

Financiën

04.52.01 Technische assistentie

1.133

1.881

1.881

IX-04.52.01

 

Subtotaal

6.705

12.655

5.534

 
      

9. Apparaatskosten (incl. postennet) en overige uitgaven

BZ

05 Geheim

0

0

0

V-05.01

 

06 Nominaal en onvoorzien

0

13.668

60.465

V-06.01

 

07 Apparaat

524.636

719.874

607.041

V-07.01

Div. dept.

Attachés

72.476

88.492

88.034

Div. Begrotingen

 

Subtotaal

597.112

822.034

755.540

 
      

Totaal non-ODA

 

1.323.321

1.804.985

1.602.650

 

Bijlage 4: De ODA-uitgaven naar beleidsthema

Tabel 14 De ODA-uitgaven naar beleidsthema (bedragen x EUR 1000)

Begroting

Omschrijving

2021

2022

2023

Artikel

1. Versterkte internationale rechtsorde, eerbiediging van mensenrechten en gastlandbeleid

BZ

01.01 Goed functionerende internationale instellingen met een breed draagvlak

17.316

16.889

16.889

V-01.01

 

01.02 Bescherming en bevordering van mensenrechten

36.202

37.555

37.555

V-01.02

JenV

33.03.03 Opsporing en vervolging; drugsbestrijding Suriname

5

200

200

VI-33.03.39

 

Subtotaal

53.523

54.644

54.644

 
      

2. Vrede, veiligheid en stabiliteit

BZ

02.01 Goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid

0

0

0

V-02-01

 

02.03 Wapenbeheersing

2.869

3.252

3.252

V-02.03

 

02.04 Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband

72.643

70.463

70.167

V-02.04

 

02.05 Bevordering van transitie in prioritaire gebieden

10.575

11.929

11.929

V-02.05

BHOS

04.01 Humanitaire hulp

427.918

511.262

553.000

XVII-04.01

 

04.02 Opvang en bescherming in de regio en migratiesamenwerking

174.060

219.000

304.000

XVII-04.02

 

04.03 Veiligheid en rechtstaatontwikkeling

179.097

220.635

215.695

XVII-04.03

 

04.04 Noodhulpfonds

0

0

0

XVII-04.04

JenV

31.03.02 Kwaliteit, Arbeidsvoorwaarden en ICT politie; internationale samenwerkingsoperaties

7.501

8.600

8.600

VI-31.03.21

Defensie

01.01.23 Internationale inzet (BIV)

3.000

0

0

X-01.01.23

 

Subtotaal

877.663

1.045.141

1.166.643

 
      

3. Effectieve Europese samenwerking

BZ

03.01 Afdrachten aan de Europese Unie (HGIS-toerekening)

0

863.000

863.000

V-03.01

 

03.02 Europees ontwikkelingsfonds

179.482

131.506

100.313

V-03.02

 

03.03 Een hechtere Europese waardengemeenschap

4.360

4.400

4.400

V-03.03

Toerek.

EU-begroting

357.212

0

0

Toerekening

 

Subtotaal

541.054

998.906

967.713

 
      

4. Consulaire belangenbehartiging en het internationaal uitdragen van Nederlandse waarden en belangen

BZ

04.04 Uitdragen Nederlandse waarden en belangen

1.943

136

136

V-04.04

 

Subtotaal

1.943

136

136

 
      

5. Duurzame economische ontwikkeling, handel en investeringen

BHOS

01.01 Duurzaam handels- en investeringssyteem, incl. MVO

20.968

21.425

23.175

XVII-01.01

 

01.02 Versterkte Nederlandse Handels- en Investeringspositie

0

0

0

XVII-01.02

 

01.03 Versterkte private sector en arbeidsmarkt in ontwikkelingslanden

413.504

428.229

515.630

XVII-01.03

 

Subtotaal

434.472

449.654

538.805

 
      

6. Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid, water en klimaat

BHOS

02.01 Voedselzekerheid

328.812

328.672

403.554

XVII-02.01

 

02.02 Water

189.997

187.619

201.367

XVII-02.02

 

02.03 Klimaat

237.402

288.439

306.994

XVII-02.03

IenW

23.01 Meteorologie, seismologie en aardobservatie (contributie WMO en ECMWF)

35

35

35

XII-23.01

LNV

21.95 Bijdragen (inter)nationale organisaties (w.o. FAO en UNEP)

4.333

7.544

7.544

XIV-21.95

 

Subtotaal

760.579

812.309

919.494

 
      

7. Sociale vooruitgang (incl. onderwijs)

BHOS

03.01 Mondiale gezondheid en seksuele en reproductieve gezondheid en rechten

532.047

577.508

528.967

XVII-03.01

 

03.02 Vrouwenrechten en gendergelijkheid

52.077

51.643

51.667

XVII-03.02

 

03.03 Maatschappelijk middenveld

165.842

205.144

197.242

XVII-03.03

 

03.04 Onderwijs

74.042

69.550

69.550

XVII-03.04

OCW

06.70 Hoger beroepsonderwijs

2.873

2.873

2.873

VIII-06.70

 

07.70/76 Wetenschappelijk onderwijs

47.953

49.570

49.570

VIII-07.70/76

 

16.70 Onderzoek en wetenschappen; NOW

454

454

454

VIII-16.70

 

Subtotaal

875.288

956.742

900.323

 
      

8. Versterkte kaders voor ontwikkeling

BHOS

05.01 Multilaterale samenwerking

178.163

155.090

214.972

XVII-05.01

 

05.02 Overig armoedebeleid

87.495

124.696

94.447

XVII-05.02

 

05.04 Nog te verdelen i.v.m. wijzigingen BNI en/of toerekeningen

0

43.972

72.917

XVII-05.04

Financiën

04.50.07 IBRD (onderdeel Wereldbank)

0

22.287

22.022

IXB-04.50.07

 

04.50.08 IFC (onderdeel Wereldbank)

0

19.917

19.679

IXB-04.50.08

 

04.50.09 IDA (onderdeel Wereldbank)

44.200

219.550

266.480

IXB-04.50.09

Toerek.

Eerstejaarsopvang asielzoekers (toerekening)

0

0

0

Toerekening

 

37.02.20 COA (Eerstejaarsopvang asielzoekers)

302.637

699.570

590.320

VI-37.02.20

 

01.70/01.75 Primair onderwijs (eerstejaarsopvang asielzoekers)

31.773

29.781

28.213

VIII-01.70/75

 

03.70 Voortgezet onderwijs (eerstejaarsopvang asielzoekers)

10.297

9.592

9.087

VIII-03.70

 

Subtotaal

654.565

1.324.455

1.318.137

 
      

9. Apparaatskosten (incl. postennet) en overige uitgaven

BZ

07.01 Apparaat (personeel en materieel)

298.286

314.908

314.908

V-07.01

 

Subtotaal

298.286

314.908

314.908

 
      
 

Totaal ODA binnen HGIS

4.497.373

5.956.895

6.180.803

 
 

ODA buiten HGIS

    
 

TOTAAL ODA

4.497.373

5.956.895

6.180.803

 

Bijlage 5: De geplande ODA-uitgaven binnen de BHOS-begroting per regio in 2023

Zoals aangekondigd in de BHOS-beleidsnota 2022 ‘Doen waar Nederland goed in is’, blijft het kabinet zich de komende periode richten op de drie focusregio’s: Sahel, Hoorn van Afrika, en Midden-Oosten en Noord-Afrika (MENA). Binnen deze regio’s gaat bijzondere aandacht uit naar de meest fragiele en arme landen. Deze HGIS-bijlage geeft jaarlijks een overzicht van de thematische gedelegeerde budgetten per land en van de toegerekende verwachte centrale bestedingen per regio, uitgesplitst naar de beleidsthema’s van de BHOS-begroting.

De tabel toont bij elke regio eerst de landen waar sprake is van een naar de ambassade te delegeren thematisch landenbudget (en soms ook een gedelegeerd regionaal budget). Vervolgens worden voor de hele regio per thema de verwachte centrale bestedingen aangegeven. Naast uitgaven in de focusregio’s, zijn de gedelegeerde middelen en de verwachte centrale bestedingen opgenomen voor «Overig Afrika», «Overig Azië» en «Overige landen». Aangevuld met de categorie «Wereldwijd/niet gespecificeerd» omvat de tabel het totaal van de ODA-uitgaven binnen de BHOS-begroting.

De in de tabel opgenomen inzet van centrale middelen in de regio’s moet gezien worden als een indicatie. Deze beperking heeft te maken met de aard van de bestedingen. Centrale thematische programma’s zijn doorgaans niet op één land of regio gericht (in tegenstelling tot de gedelegeerde middelen) en hebben meestal een meerjarig karakter. Veel programma’s werken met een landenlijst waarbij vooraf niet vast staat in welke landen van de lijst deze middelen zullen worden benut.

De toerekening aan regio’s van centrale bestedingen is op basis van de samenstelling van het huidige portfolio van projecten en programma’s. Er is geen rekening gehouden met eventuele nieuwe initiatieven naar aanleiding van bijvoorbeeld de BHOS-beleidsnota 2022 in de focusregio’s die in de loop van 2022 en in 2023 worden gestart. Om in deze situatie toch een realistische inschatting te maken, is voor elke lopende activiteit van meer dan EUR 1 miljoen de huidige geografische verdeling nagegaan1, rekening houdend met zowel gerealiseerde en lopende uitgaven als verwachte uitgaven in de pijplijn. Deze indicatieve verdeling over landen en regio’s van de huidige portefeuille is vervolgens toegepast op de betreffende centrale thematische budgetten voor 2023.

Een belangrijk deel van de centrale middelen wordt ingezet voor programma’s en organisaties waarbij de geografische focus vanwege de aard van het werk niet (vooraf) is vastgesteld. Deze thematische inzet is in de tabel opgenomen onder de categorie Wereldwijd/niet gespecificeerd. Binnen deze categorie vormt humanitaire hulp de grootste post; besteding hiervan is flexibel en gebeurt in principe waar dit in de loop van het jaar het hardst nodig blijkt te zijn. Andere voorbeelden van bestedingen in deze categorie zijn de bijdragen aan het vaccinatiefonds GAVI, het Global Fund to Fight AIDS, Tuberculosis and Malaria, de multilaterale klimaatfondsen en bijdragen aan multilaterale organisaties

Bij de berekening is geen rekening gehouden met nieuwe initiatieven in de focusregio’s die nog in de loop van 2021 en in 2022 worden ontwikkeld. Daardoor is een zekere onderschatting van de verschuiving naar de focusregio’s mogelijk; deze beweging is nog in volle gang en krijgt met name bij nieuwe programma’s en nieuwe fases van bestaande programma’s z’n beslag.

Tabel 15 De geplande ODA-uitgaven binnen de BHOS-begroting per regio in 2022 (x 1.000 EUR)

HGIS regio

HGIS indeling

Thema

ODA kasbudget

Focusregio Sahel

Burkina Faso

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

5.800

2.1 Voedselzekerheid

6.500

2.2 Water

5.000

3.1 SRGR en HIV/aids

6.900

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

7.500

Totaal

31.700

Mali

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

4.500

2.1 Voedselzekerheid

5.500

2.2 Water

8.000

3.1 SRGR en HIV/aids

17.700

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

16.000

Totaal

51.700

Niger

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

5.000

2.1 Voedselzekerheid

11.000

2.2 Water

5.000

3.1 SRGR en HIV/aids

8.900

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

4.950

Totaal

34.850

Nigeria

2.1 Voedselzekerheid

4.700

Totaal

4.700

Senegal

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

1.000

Totaal

1.000

Inzet in deze regio vanuit centrale budgetten

1.1 Duurzaam handels- en investeringssysteem

2.203

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

12.663

2.1 Voedselzekerheid

32.128

2.2 Water

14.885

2.3 Klimaat

21.532

3.1 SRGR en HIV/aids

22.350

3.2 Vrouwenrechten en gendergelijkheid

753

3.3 Maatschappelijk middenveld

19.165

3.4 Onderwijs

5.638

4.2 Opvang en bescherming in de regio

8.429

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

2.734

Totaal

142.479

Regio totaal

 

266.429

Focusregio Hoorn van Afrika

Ethiopië

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

5.500

2.1 Voedselzekerheid

40.000

2.2 Water

16.600

3.1 SRGR en HIV/aids

21.000

3.2 Vrouwenrechten en gendergelijkheid

1.500

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

3.500

Totaal

88.100

Kenia

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

1.000

2.1 Voedselzekerheid

1.850

2.2 Water

2.000

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

1.250

Totaal

6.100

Oeganda

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

1.000

2.1 Voedselzekerheid

18.000

3.1 SRGR en HIV/aids

10.000

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

10.000

Totaal

39.000

Regionaal Hoorn van Afrika

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

2.000

Totaal

2.000

Soedan

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

2.000

2.1 Voedselzekerheid

7.750

Totaal

9.750

Somalië

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

2.000

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

12.500

Totaal

14.500

Zuid-Soedan

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

2.000

2.1 Voedselzekerheid

9.000

2.2 Water

9.500

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

7.500

Totaal

28.000

Inzet in deze regio vanuit centrale budgetten

1.1 Duurzaam handels- en investeringssysteem

1.535

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

21.717

2.1 Voedselzekerheid

41.374

2.2 Water

15.297

2.3 Klimaat

11.274

3.1 SRGR en HIV/aids

51.062

3.2 Vrouwenrechten en gendergelijkheid

7.374

3.3 Maatschappelijk middenveld

36.887

3.4 Onderwijs

11.475

4.2 Opvang en bescherming in de regio

76.334

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

4.927

Totaal

279.255

Regio totaal

 

466.705

Focusregio's Midden-Oosten & Noord-Afrika

Egypte

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

600

2.1 Voedselzekerheid

4.000

2.2 Water

4.000

3.1 SRGR en HIV/aids

1.900

3.2 Vrouwenrechten en gendergelijkheid

1.500

Totaal

12.000

Jemen

2.2 Water

3.800

3.1 SRGR en HIV/aids

10.000

3.2 Vrouwenrechten en gendergelijkheid

1.000

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

5.000

Totaal

19.800

Jordanië

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

5.000

2.1 Voedselzekerheid

1.500

2.2 Water

1.500

Totaal

8.000

Libanon

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

5.500

3.2 Vrouwenrechten en gendergelijkheid

1.000

Totaal

6.500

Palestijnse Gebieden

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

2.000

2.2 Water

10.500

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

6.475

Totaal

18.975

Tunesië

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

4.730

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

7.500

Totaal

12.230

Inzet in deze regio vanuit centrale budgetten

1.1 Duurzaam handels- en investeringssysteem

1.370

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

9.820

2.1 Voedselzekerheid

6.403

2.2 Water

4.215

2.3 Klimaat

9.838

3.1 SRGR en HIV/aids

21.890

3.2 Vrouwenrechten en gendergelijkheid

6.723

3.3 Maatschappelijk middenveld

15.450

3.4 Onderwijs

3.366

4.2 Opvang en bescherming in de regio

155.225

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

6.025

Totaal

240.326

Regio totaal

 

317.831

Overig Afrika

Benin

2.1 Voedselzekerheid

12.000

3.1 SRGR en HIV/aids

8.000

Totaal

20.000

Burundi

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

1.200

2.1 Voedselzekerheid

18.100

3.1 SRGR en HIV/aids

5.400

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

3.000

Totaal

27.700

Democratische Republiek Congo

3.2 Vrouwenrechten en gendergelijkheid

800

Totaal

800

Ghana

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

2.000

Totaal

2.000

Mozambique

2.1 Voedselzekerheid

6.500

2.2 Water

10.100

Totaal

16.600

Regionaal Afrika

3.1 SRGR en HIV/aids

10.000

Totaal

10.000

Regionaal Grote Meren

2.1 Voedselzekerheid

10.500

2.2 Water

5.500

2.3 Klimaat

3.500

3.1 SRGR en HIV/aids

4.500

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

8.200

Totaal

32.200

Rwanda

2.1 Voedselzekerheid

850

2.2 Water

500

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

425

Totaal

1.775

Inzet vanuit centrale budgetten

1.1 Duurzaam handels- en investeringssysteem

2.204

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

37.525

2.1 Voedselzekerheid

23.892

2.2 Water

20.082

2.3 Klimaat

14.271

3.1 SRGR en HIV/aids

61.309

3.2 Vrouwenrechten en gendergelijkheid

5.141

3.3 Maatschappelijk middenveld

24.732

3.4 Onderwijs

15.767

4.2 Opvang en bescherming in de regio

981

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

961

5.1 Multilaterale samenwerking

2.896

Totaal

209.760

Regio totaal

 

320.835

Overig Azië

Afghanistan

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

30.000

Totaal

30.000

Bangladesh

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

3.000

2.1 Voedselzekerheid

650

2.2 Water

16.177

3.2 Vrouwenrechten en gendergelijkheid

2.500

Totaal

22.327

Indonesië

2.3 Klimaat

1.390

3.4 Onderwijs

165

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

500

Totaal

2.055

Inzet vanuit centrale budgetten

1.1 Duurzaam handels- en investeringssysteem

1.349

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

25.671

2.1 Voedselzekerheid

6.623

2.2 Water

12.097

2.3 Klimaat

6.880

3.1 SRGR en HIV/aids

22.001

3.2 Vrouwenrechten en gendergelijkheid

9.139

3.3 Maatschappelijk middenveld

30.175

3.4 Onderwijs

11.806

4.2 Opvang en bescherming in de regio

3.258

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

1.936

5.1 Multilaterale samenwerking

384

Totaal

131.319

Regio totaal

 

185.701

Overige landen

Suriname

3.3 Maatschappelijk middenveld

700

5.2 Overig armoedebeleid

435

Totaal

1.135

Inzet vanuit centrale budgetten

1.1 Duurzaam handels- en investeringssysteem

110

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

13.802

2.1 Voedselzekerheid

307

2.2 Water

1.632

2.3 Klimaat

5.396

3.1 SRGR en HIV/aids

7.561

3.2 Vrouwenrechten en gendergelijkheid

3.940

3.3 Maatschappelijk middenveld

11.264

3.4 Onderwijs

3.190

4.2 Opvang en bescherming in de regio

18.475

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

108

Totaal

65.787

Regio totaal

 

66.922

Niet gespecificeerd Wereldwijd

Inzet vanuit centrale budgetten

1.1 Duurzaam handels- en investeringssysteem

14.404

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

290.602

2.1 Voedselzekerheid

109.428

2.2 Water

34.982

2.3 Klimaat

232.912

3.1 SRGR en HIV/aids

238.494

3.2 Vrouwenrechten en gendergelijkheid

10.296

3.3 Maatschappelijk middenveld

58.868

3.4 Onderwijs

18.143

4.1 Humanitaire Hulp

519.000

4.2 Opvang en bescherming in de regio

41.298

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

72.704

5.1 Multilaterale samenwerking

211.693

5.2 Overig armoedebeleid

94.012

5.4 Nog te verdelen BNI en/of toerekeningen

8.989

Totaal

1.955.825

Regio totaal

 

1.955.825

Totaal generaal

3.580.249

Bijlage 6: Berekening ODA-plafond 2022-2027, realisatie ODA-prestatie 2021 en raming ODA-prestatie 2022-2027

Tabel 16 Berekening ODA-plafond 2022-2027 (bedragen in miljoenen EUR)

Berekening ODA-plafond 2022-2027 (bedragen in miljoenen EUR)

  

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Raming BNI

 

928.184

988.520

1.033.808

1.077.901

1.116.110

1.155.673

        

OESO-richtlijn: 0,7% BNI

 

6.497

6.920

7.237

7.545

7.813

8.090

        

A: Maatregelen vorige kabinetten

 

‒ 1.502

‒ 1.434

‒ 1.457

‒ 1.434

‒ 1.434

‒ 1.434

B: geraamde aflossingen op ODA-leningen en ontvangsten OS

 

46

46

46

45

45

45

C: Intensivering ODA Rutte IV

 

300

300

300

500

500

500

D: Actualisatie EU-toerekening Rutte IV

 

470

427

426

401

401

367

E: Kasschuif t.b.v. Oekraïne

 

150

‒ 75

‒ 75

   

F: Voorjaarsbesluitvorming

 

‒ 4

‒ 2

‒ 2

   

G: ODA-plafond 2022-2027

 

5.957

6.181

6.474

7.058

7.325

7.568

        
        

Realisatie netto ODA prestatie 2021 en Raming netto ODA-prestatie 2022-2027 (bedragen in miljoenen EUR)

 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

        

Bruto ODA-totaal

4.497

5.957

6.181

6.474

7.058

7.325

7.568

Af: geraamde ontvangsten OS

‒ 26

‒ 26

‒ 26

‒ 26

‒ 26

‒ 26

‒ 26

Netto ODA / ODA Grand Equivalent (in miljoenen euro)

4.472

5.931

6.155

6.448

7.032

7.299

7.542

        

Raming BNI (in miljarden euro)

853,8

928,2

988,5

1.033,8

1.077,9

1.116,1

1.155,7

        

Netto ODA in % van het BNI

0,52

0,64

0,62

0,62

0,65

0,65

0,65

In bovenstaande tabel wordt een overzicht gepresenteerd van de opbouw van het ODA-budget en de hieraan gekoppelde ODA-prestatie. Hieronder volgt een toelichting op de onderdelen, die gezamenlijk de omvang van het totale ODA-budget bepalen, waarbij wordt gerekend vanuit de OESO-richtlijn:

  • A. Som van incidentele en structurele maatregelen van voorgaande kabinetten op het ODA-plafond.

  • B. Aflossingen op ODA-leningen en overige ontvangsten worden aan het ODA-plafond toegevoegd. Deze worden jaarlijks bijgesteld. Het gaat daarbij om structureel ca. EUR 46 miljoen per jaar.

  • C. Het kabinet Rutte IV heeft structureel middelen aan het ODA-plafond toegevoegd, oplopend tot EUR 500 miljoen per jaar.

  • D. Het kabinet Rutte IV heeft de ODA toerekening van de EU-afdrachten geactualiseerd, wat resulteert in een hoger ODA-plafond. Aangezien dit een toerekening van bestaande uitgaven betreft, zijn deze middelen niet vrij te besteden.

  • E. ODA draagt in 2022 eenmalig EUR 150 miljoen bij om de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne te bekostigen. Dit wordt gefinancierd middels een kasschuif, waarmee middelen uit 2023 en 2024 naar voren worden gehaald.

  • F. Vanwege de effecten van de voorjaarsbesluitvorming wordt het ODA-plafond licht verlaagd.

  • G. Bovenstaande resulteert in de raming van het ODA-plafond 2022 ‒ 2027.

Bijlage 7: Internationale klimaatfinanciering voor ontwikkelingslanden 2023

Internationale klimaatfinanciering richt zich op het helpen van ontwikkelingslanden met de transitie naar koolstofarme, klimaatweerbare ontwikkelingspaden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen vergroting van de weerbaarheid van mensen en gemeenschappen tegen de gevolgen van klimaatverandering (klimaatadaptatie) en het tegengaan van klimaatverandering en voorkomen van emissies (klimaatmitigatie).

In 2009 hebben de ontwikkelde landen in Kopenhagen toegezegd om vanaf 2020 USD 100 miljard per jaar te mobiliseren uit publieke en private bronnen om ontwikkelingslanden te ondersteunen bij klimaatadaptatie en klimaatmitigatie. Deze afspraak werd bij de Klimaattop in Parijs in 2015 herbevestigd en is belangrijk voor de wereldwijde commitment aan de klimaatdoelen van het Parijsakkoord. Daarbij is afgesproken dat de ontwikkelde landen geleidelijk naar dit bedrag zouden toewerken en dat vanaf 2025 een nader te bepalen, hoger doel zal gelden.

Op basis van deze afspraken heeft Nederland sinds 2010 gewerkt aan een stijging van zijn publieke en private klimaatfinanciering. In 2021 bedroeg de Nederlandse klimaatfinanciering in totaal EUR 1.258 miljoen.

Tijdens de VN-klimaattop in Glasgow in november 2021 werd (op basis van 2019 cijfers) duidelijk dat het 100 miljard doel in 2020 hoogstwaarschijnlijk niet gehaald is en hebben ontwikkelde landen een plan gepubliceerd hoe het doel alsnog zo snel mogelijk te halen2. Ook werd afgesproken dat ontwikkelde landen financiering voor klimaatadaptatie collectief gaan verdubbelen per 2025 ten opzichte van 20193. In Glasgow werd tevens een begin gemaakt met de besprekingen over een nieuw lange termijn klimaatfinancieringsdoel per 2025.

Mede in het licht van deze laatste ontwikkelingen heeft de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking in haar beleid (de beleidsnotitie «Doen waar Nederland goed in is») de inzet op vergroening en klimaatfinanciering een extra impuls gegeven. Nederland wil hiermee een betekenisvolle bijdrage leveren aan het klimaatfinancieringsdoel én concrete ontwikkelingsresultaten bereiken in ontwikkelingslanden, die ook ten goede komen van de armste en meest kwetsbare landen, in lijn met motie van der Lee4. De beleidsnotitie beschrijft de doorvertaling van deze ambitie in het brede BHOS beleid.

Het streven is om in 2025 ten minste EUR 1.800 miljoen klimaatfinanciering te genereren aan publieke klimaatfinanciering en met publieke middelen gemobiliseerde private klimaatfinanciering. Voor dit streven worden de klimaatrelevante budgetten binnen ontwikkelingssamenwerking verhoogd en de integratie van klimaat binnen ontwikkelingssamenwerking verder versterkt. Hierbij wordt door Nederland samengewerkt met het bedrijfs­leven, ngo’s, kennisinstellingen, FMO, multilaterale klimaatfondsen en multilaterale ontwikkelingsbanken. Wanneer in door Nederland gefinancierde projecten met publieke middelen private financie­ring wordt gemobiliseerd, mogen deze private investeringen worden meegeteld als Nederlandse klimaatfinanciering. Een sterkere inzet op deze mobilisatie moet ook bijdragen aan het nagestreefde totaalbedrag aan klimaatfinanciering. Om de omvang van die gemobiliseerde financiering te berekenen past Nederland een in OESO-verband ontwikkelde methode toe5.

De verwachting is dat Nederland in 2023 EUR 750 miljoen aan publieke klimaat­financiering zal realiseren. Deze verwachting ligt ruim EUR 100 miljoen boven de laatste realisatie ad EUR 638 miljoen in 2021 en is daarmee een eerste stap naar het streven voor 2025. Daarnaast zal naar schatting EUR 640 miljoen aan private klimaat­financiering worden gemobiliseerd met een deel van de publieke inzet. Deze inschatting is hoger dan de laatste realisatie ad EUR 620 miljoen in 2021. De totale Nederlandse klimaatfinanciering in 2023 zou hiermee op EUR 1.390 miljoen komen, afgerond EUR 130 miljoen meer dan wat in 2021 werd gerealiseerd.

Binnen artikel 1 duurzame economische ontwikkeling, handel en investeringen levert een deel van het bedrijfsleveninstrumentarium een bijdrage aan de vermindering van broeikasgasemissies en aan de versterking van weerbaarheid tegen de gevolgen van klimaatverandering, bijvoorbeeld door het gebruik van hernieuwbare energie, het tegengaan van ontbossing, het aanbieden van verzekeringen tegen de risico’s van klimaatverandering en de bevordering van innovatie. Conform motie Van der Lee6 wordt actief ingezet op verdere vergroening van de programma’s binnen dit begrotingsartikel. Dit gebeurt op diverse manieren, waaronder:

  • Programma’s die zich richten op financiële inclusie, gaan intensiever inzetten op klimaatadaptatie en/of -mitigatie, onder meer door te sturen op het vergroten van de financiële weerbaarheid van het micro-, midden- en kleinbedrijf tegen de gevolgen van klimaatverandering. Daarbij is onder andere aandacht voor de weerbaarheid van kleinschalige boeren en bedrijven in rurale gebieden: deze kan bijvoorbeeld worden vergroot door het aanbieden van klimaatverzekeringen. 

  • De bilaterale infrastructuurprogramma’s DRIVE en D2B gaan verder vergroenen door onder meer in de ontwerpfase explicieter duurzame, groene varianten te laten onderzoeken en door aanvullende financieringsopties te bieden om bij te dragen aan de eventuele meerkosten van de meest duurzame alternatieven. Building with nature zal hier nadrukkelijker een rol bij gaan spelen.

  • Programma’s die gericht zijn op duurzame economische ontwikkeling, zoals het Challenge Fund for Youth Employment, zullen doelgerichter gaan sturen op het creëren van ‘groene banen’ en het ondersteunen van een rechtvaardige energietransitie in de allerarmste landen.

Voor een deel van de programma’s binnen artikel 1 vertaalt een verdere vergroening zich vanwege de systematiek van de berekening van de klimaatfinanciering met klimaatmarkers overigens niet of niet direct in een toegenomen percentage klimaatrelevantie7.

Artikel 2 Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid, water en klimaat bestaat uit 3 sub-artikelen. Vanuit sub-artikel 2.3 (klimaat) zet Nederland in op ondersteuning van internationale klimaat­fondsen zoals het Green Climate Fund (GCF), bevordering van toegang tot hernieuw­bare energie, tegengaan van ontbossing en landdegradatie, en versterken van kennis, capaciteit en beleidsontwikkeling over de relatie tussen klimaat en ontwikkel­ing. Ook worden publieke middelen ter beschikking gesteld aan fondsen zoals bijvoorbeeld het Dutch Fund for Climate and Development (DFCD) om private investeringen te bevorderen. De intensivering van dit sub-artikel loopt op tot EUR 290 miljoen in 2027 en zijn beschreven in de bijlage van de beleidsnotitie8.

Binnen het thema Voedselzekerheid (sub-artikel 2.1) zet Nederland in op duurzame productiviteitsverhoging en verster­­­king van weerbaarheid en adaptatie. Aanpassing aan de gevolgen van klimaatverandering staat ook centraal binnen het thema Water (sub-artikel 2.2) met aan­­dacht voor verhoogde waterproductiviteit in de landbouw, verbeterd stroomgebiedbeheer en veilige delta’s, en klimaatbestendige toegang tot drinkwater en sanitaire voorzieningen.

Enkele van de vanuit artikel 3 gefinancierde Strategische Partnerschappen met het maatschappelijk middenveld dragen bij aan klimaatmitigatie en/of klimaatadaptatie, met name door te lobbyen voor beter beleid en betere beleidsuitvoering, waarbij de belangen van de meest kwetsbare mensen voorop staan.

Daarnaast zijn ook bijdragen aan organisaties die zich op humanitaire hulp richten en sommige door Nederland gefinancierde projecten voor opvang van vluchtelingen in de regio klimaatrelevant (artikel 4).

VN-instellingen als UNDP, UN Environment, WFP en UNICEF ontplooien in hun programma’s klimaatrelevante activiteiten die Nederland vanuit artikel 5 met ongeoormerkte financiële bijdra­gen ondersteunt. Het kabinet blijft zich ook inzetten voor verhoging van de klimaatrelevantie van deze bijdragen en van de bijdragen van het ministerie van Financiën en het ministerie van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking aan multilaterale ontwikkelingsbanken. Zo heeft mede dankzij druk van Nederland de Wereldbankgroep haar klimaatdoel verhoogd tot 35% over de periode 2021-2025, waarvan minimaal de helft voor klimaatadaptatie en heeft het IMF de Resilience and Sustainability Trust (RST) ingericht, onder andere voor het doorlenen van Special Drawing Rights aan kwetsbare lage-middeninkomenslanden die hun economieën beter bestand maken tegen de gevolgen van klimaatverandering.

In onderstaande tabel wordt op hoofdlijnen een indicatie gegeven van de publieke en met publieke middelen gemobiliseerde private klimaatfinanciering die in 2023 zal worden gerealiseerd.

Voor de publieke klimaatfinanciering wordt per beleidsartikel van de BHOS-begroting aangegeven welk deel van de totale middelen naar verwachting publieke klimaatfinanciering betreft. Berekend volgens de systematiek van de drie thematische klimaatmarkers (mitigatie, adaptatie, cross-cutting) zal naar verwachting circa 50 procent van de publieke klimaatfinanciering worden uitgegeven aan aanpassing aan klimaatverandering (adaptatie) en ongeveer 22 procent aan het tegengaan van klimaatverandering (mitigatie) en de overige uitgaven, voornamelijk klimaatfinanciering via multilaterale instellingen, worden door hun klimaatmarker cross-cutting niet gespecificeerd naar deze doelstellingen. Circa een-derde van de publieke klimaatfinanciering zal worden gerealiseerd in activiteiten die klimaat als hoofddoelstelling hebben. De overige financiering zal worden gerealiseerd in activiteiten die klimaat als nevendoelstelling hebben.

Tabel 17 Verwachte klimaatfinanciering voor ontwikkelingslanden 2023 (bedragen x EUR mln.)

Prognose publieke klimaatfinanciering

Begroting

Begrotingsartikel

Indicatie klimaat­uitgaven 2023

Indicatie klimaat­relevantie van begrotings­artikel (percentage)

BHOS

1.Duurzame economische ontwikkeling, handel en investeringen

80

13%

2.1 Voedselzekerheid

140

35%

2.2 Water

90

45%

2.3 Klimaat1

280

91%

3. Sociale vooruitgang

50

6%

4. Vrede, veiligheid en duurzame ontwikkeling

50

5%

5. Multilaterale samenwerking en overige inzet

25

8%

 

Totaal voor BHOS

715

19%

Financiën

IDA en IBRD

35

 

Totale publieke klimaatfinanciering

750

 

Prognose gemobiliseerde private financiering

 

Indicatie private financiering 2023

Nederlandse klimaatfondsen en programma’s

80

Multilaterale ontwikkelingsbanken

320

FMO-A

130

Overige instrumenten en multidonorprogramma’s

110

Totale gemobiliseerde private financiering

640

X Noot
1

Dit begrotingsartikel omvat tevens duurzaam gebruik natuurlijke hulpbronnen.

In het HGIS-jaarverslag over 2023 zal in een bijlage worden gerapporteerd over de werkelijk gerealiseerde klimaatuitgaven ten behoeve van ontwikkelingslanden. Daarbij zullen zich ongetwijfeld verschillen voordoen ten opzichte van de hierboven genoemde geschatte bedragen, zeker bij gemobiliseerde private klimaatfinanciering. De schommelingen en onzekerheid bij gemobiliseerde private investeringen zijn veel groter dan bij publieke klimaatfinanciering, zeker uitgedrukt in jaarschijven. Dit komt onder andere door de sterke invloed van wijzigende marktomstandigheden en doordat de tijdsduur van het sluiten van transacties met commerciële partijen bij elke deal anders is en de hoogte van de private investeringen vooraf niet bekend is. Vanwege de aanmerkelijke jaarlijkse schommelingen wordt een gemiddelde over de laatste 4 jaar voor de inschatting van de gemobiliseerde private klimaatfinanciering voor 2023 gebruikt.

Bijlage 8: Internationale inspanningen voor migratie in 2023

In deze bijlage worden de HGIS-uitgaven in 2023 op het gebied van (het tegengaan van irreguliere) migratie, asielopvang en humanitaire hulp toegelicht. Eerst wordt per begrotingsartikel een overzicht gegeven van de financiële inspanningen die volledig gericht zijn op de eerste twee onderwerpen. Vervolgens wordt stilgestaan bij instrumenten en programma’s die gedeeltelijk aan vluchtelingen of het tegengaan van irreguliere migratie gerelateerd zijn.

1. Begrotingsartikelen die volledig gericht zijn op eerstejaaropvang van asielzoekers uit DAC-landen, (irreguliere) migratie en opvang in de regio

Artikel

Budget

2023

Totaal

Wv. ODA

6.37.02

JenV begroting: toerekening eerstejaars-opvangkosten asiel

590

590

08.03.01

OCW toerekening: eerstejaarsopvangkosten asiel (primair en secundair onderwijs)

37

37

17.04.02

Migratiesamenwerking en ontwikkeling

34

34

Opvang in de regio

270

270

Asieltoerekening: eerstejaarsopvang van asielzoekers uit DAC-landen in Nederland.

De eerstejaarsopvang van asielzoekers in Nederland wordt conform richtlijnen van de OESO Development Assistance Committee (DAC) deels uit ODA-middelen gefinancierd. Deze uitgaven op de JenV- en de OCW-begroting worden aan ODA toegerekend. Wijzigingen van de hoogte van de toerekening lopen via het verdeelartikel op begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS). Het betreft uitgaven voor asielzoekers die afkomstig zijn uit landen die volgens de OESO-DAC gelden als ontwikkelingslanden (de zogenaamde DAC-landen). De asieltoerekening is gesplitst in een JenV-deel en een OCW-deel.

  • JenV-begroting: In de begroting van Justitie en Veiligheid staan de uitgaven voor opvang van asielzoekers en alleenstaande minderjarige vreemdelingen door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) en Stichting Nidos. Daarnaast worden ook kosten voor tolken bij de IND, voorlichting van Vluchtelingenwerk Nederland en rechtsbijstandskosten deels toegerekend. In de JenV-begroting is aangegeven welk deel wordt toegerekend aan ODA. Voor 2023 houdt het kabinet rekening met een totale instroom in het COA van 38,600 (afkomstig uit DAC-landen en niet-DAC-landen), resulterend in een aan ODA toe te rekenen gemiddelde bezetting van 23,500 (uit DAC-landen) bij het COA. De aan ODA toegerekende kosten worden onder andere berekend op basis van de kostprijzen van het COA en Nidos, het verwachte aantal asielzoekers uit DAC-landen en de verwachte verblijfsduur. In 2024 zal een nacalculatie plaatshebben op basis van de in 2022 in werkelijkheid gerealiseerde cijfers.

  • OCW-begroting: De geschatte uitgaven voor (primair en voortgezet) onderwijs zijn gebaseerd op in Nederland leerplichtige asielzoekers afkomstig uit DAC-landen tijdens de eerstejaarsopvang.

Opvang en bescherming in de regio

Wereldwijd blijf het aantal vluchtelingen en intern ontheemden stijgen, inmiddels gaat het om meer dan 100 miljoen mensen. Het kabinet heeft speciale aandacht voor het duurzaam opvangen van mensen die langdurig van huis zijn. Extra middelen worden vrijgemaakt voor versterkte inzet op sociaaleconomische integratie van ontheemden en steun aan kwetsbare gastgemeenschappen ter bevordering van hun perspectieven en zelfredzaamheid. Onderdak en basisvoorzieningen vormen waar nodig ook onderdeel van de hulp. Dat gebeurt in de Syrië-regio en de Hoorn van Afrika o.a. via het Prospects partnerschap met UNHCR, ILO, UNICEF, IFC, en de Wereldbank. Mede op basis van de tussentijdse evaluatie in 2022 worden in 2023 waar nodig aanpassingen in programmering gemaakt en zal een vervolg op dit partnerschap worden vormgegeven.

Nederland zal in 2023 actief bijdragen aan het tweede Global Refugee Forum dat beoogt om de implementatie van het VN Global Compact on Refugees (2018) kracht bij te zetten en onder meer beloftes voor steun aan vluchtelingen en opvanglanden te monitoren. Nederland zal ervaringen en resultaten van het Prospects Partnerschap delen en aandacht vragen voor de aanbevelingen van de door Nederland in 2019 georganiseerde conferentie over Geestelijke Gezondheid en Psychosociale Steun in crisis situaties (Mental Health and Psychosocial Support (MHPSS)).

Migratiesamenwerking

Het kabinet zet zich extra in voor versterken van migratiesamenwerking met landen van herkomst en transit. Doel is om mensenhandel en –smokkel tegen te gaan en terugkeer en herintegratie te bevorderen. Hiertoe worden meer bilaterale middelen vrijgemaakt en de bilaterale samenwerking met relevante landen geïntensiveerd. Daarnaast zal meer aansluiting worden gezocht bij beleid, initiatieven en programma’s van de EU, in het bijzonder bij de versterkte samenwerking binnen de EU-brede migratiepartnerschappen zoals geformuleerd in het EU Migratie Pact. Dit alles met het oog op vergroting van slagkracht en verbetering van coördinatie en coherentie waarbij het bereiken van resultaten centraal staat.

Daarnaast werkt het kabinet de inzet op legale en circulaire migratie uit, conform het coalitieakkoord. Dit is ook een wens van de belangrijkste landen van herkomst en transit en dient te worden gezien in het kader van het opzetten van brede – bilaterale en Europese - migratiepartnerschappen.

Uit de middelen voor opvang in de regio en migratiesamenwerking worden zowel inspanningen binnen als buiten Nederland gefinancierd:

  • Nederland financiert het Prospects Partnerschap met Wereldbank/IFC/ILO/UNICEF/UNHCR. In dit strategisch samenwerkingskader worden landspecifieke programma’s uitgewerkt, met de focus op onderwijs en werk, en waar nodig onderdak en basisvoorzieningen, voor vluchtelingen en kwetsbare lokale bevolking. Het partnerschap voorziet eveneens in een meer strategische beleidsdialoog met deze organisaties die een voortrekkersrol spelen bij de transformatie van een humanitaire naar een ontwikkelingsaanpak in landen die veel vluchtelingen opvangen.

  • Nederland steunt via subsidies (internationale en lokale) NGO’s die tevens gericht zijn op een ontwikkelingsgerichte aanpak van langdurige ontheemding in de beide focusregio’s.

  • Bijdragen aan programma’s voor migratie en ontwikkeling van IOM en maatschappelijke organisaties in Nederland ter bevordering van vrijwillige terugkeer en herintegratie van ex-asielzoekers uit ontwikkelingslanden. Aanscherping van de ODA regels hebben ertoe geleid dat activiteiten ten behoeve aan vertrek en re-integratie buiten de EU (alleen DAC-landen) niet meer als ODA worden geclassificeerd.

  • Het ondersteunen van brede partnerschappen op migratieterrein met prioritaire herkomst-, transit- en opvanglanden, door financiering van activiteiten die belangrijk zijn voor betrokken ontwikkelingslanden en die bijdragen aan beter migratiemanagement, betere bescherming en perspectieven voor vluchtelingen en gastgemeenschappen, tegengaan van uitbuiting en mishandeling van migranten, bestrijding mensensmokkel/-handel, datacollectie en onderzoek, voorkomen van irreguliere migratie en het bevorderen van terugkeer en herintegratie.

  • Bevorderen van dataverzameling

  • Analyse inzake migratiestromen.

2. Begrotingsartikelen die deels aan vluchtelingen of migratie gerelateerd zijn

Naast bovengenoemde middelen kan humanitaire hulp ingezet worden ten behoeve van vluchtelingen die besluiten hun land te verlaten wegens conflict of onveiligheid. Het is op voorhand niet aan te geven welke bedragen voor vluchtelingen zullen worden ingezet. Daarom wordt in plaats van de specifieke uitgaven voor vluchtelingen de begrotingsstand van het artikel genoemd.

Artikel

Budget

2023

Totaal

Wv. ODA

17.04.01

Humanitaire hulp, inclusief bijdragen aan UNHCR, UNWRA en WFP

520

519

Noodhulp en humanitaire diplomatie

Het aantal crises en de omvang van humanitaire noden neemt toe, de kosten van noodhulp stijgen en de omgeving waarin humanitaire hulp wordt geboden, wordt complexer. Mensen wereldwijd ondervinden de gevolgen van de stijgende kosten voor onder meer voedsel, energie en kunstmest, met grote gevolgen voor mensen in nood, in een wereld die ook getekend wordt door (de gevolgen van) de COVID-19 pandemie en klimaatverandering. Daarom zal het kabinet extra middelen beschikbaar maken voor humanitaire hulp. Net als voorheen spant Nederland zich er daarbij internationaal voor in dat de effectiviteit en efficiëntie van hulp wordt versterkt, met aandacht voor preventie en paraatheid, en dat getroffen mensen en gemeenschappen veerkracht behouden en daardoor mogelijkheden aan kunnen grijpen om een zelfstandig leven te hervatten (o.m. door integratie van psychosociale steun te faciliteren).

Helaas is er ook een trend waarbij staten en niet-statelijke actoren het internationaal humanitair oorlogsrecht en de humanitaire principes steeds vaker schenden. De Nederlandse diplomatieke inspanningen blijven daarom gericht op eerbiediging van het internationale humanitaire recht rond humanitaire crises, de bescherming van burgers en ongehinderde toegang voor hulpverlening. Tevens besteedt Nederland bijzondere aandacht aan lokalisering, integratie van MHPSS in crisisrespons en het tegengaan van seksuele exploitatie, misbruik en gender-based violence.


X Noot
1

Voor activiteiten met budget kleiner dan EUR 1 miljoen is uitgegaan van een evenredige verdeling over de landen waarvoor de activiteit open staat

X Noot
7

Dat programma’s klimaatrelevanter worden terwijl het percentage klimaatrelevantie van het artikel niet of niet direct stijgt, heeft meerdere redenen. Zo kennen de klimaatmarkers waarop de berekeningssystematiek is gebaseerd slechts 2 gradaties: en , wat inhoudt dat programma’s ofwel het (bijdragen aan het) bereiken van de klimaatdoelen als nevendoelstelling hebben ofwel als hoofddoelstelling. Indien een programma al een marker heeft en verder vergroent, betekent dit in de meeste gevallen niet dat het bijdragen aan het bereiken van de klimaatdoelen de hoofddoelstelling van het programma wordt. Hierdoor zullen de uitgaven van dit programma niet zwaarder meetellen in de berekening van publieke klimaatfinanciering terwijl er wel een grotere bijdrage wordt geleverd. Ten tweede wordt de bijdrage aan klimaatfinanciering (pas) zichtbaar in het jaar dat de uitgaven daadwerkelijk worden gedaan door het ministerie van Buitenlandse Zaken. Vooral bij de infrastructuurprogramma’s betekent dit dat beleid fors vooruit loopt op de realisatie, tot wel enkele jaren. 

Naar boven