36 200 VII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2023

36 200 IV Vaststelling van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2023

B1 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 6 december 2022

De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal heeft op 4 oktober 2022 een brief gestuurd aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties inzake de halfjaarlijkse stand van zaken ten aanzien van de toezeggingen die door de bewindspersonen aan de Eerste Kamer zijn gedaan.

De Minister heeft op 2 december 2022 gereageerd.

De commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning2 brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning, Bergman

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE EERSTE KAMER DER STATEN-GENERAAL

Aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Den Haag, 4 oktober 2022

De Eerste Kamer maakt halfjaarlijks de stand van zaken op ten aanzien van de toezeggingen die door de bewindspersonen aan deze Kamer zijn gedaan.

Door middel van deze brief attendeer ik u op het gebruikelijke halfjaarlijkse overzicht van openstaande en deels voldane toezeggingen. Vandaag ontvangt u digitaal een overzicht van de toezeggingen waarvan de termijn volgens onze informatie op 1 juli 2022 is verstreken. Daarbij treft u tevens, ter informatie, een overzicht aan van de openstaande of deels voldane toezeggingen waarvan de termijn op 1 januari 2023 verloopt. Beide lijsten zijn terug te vinden via de volgende links:

Rappel: https://www.eerstekamer.nl/rappel?rappel=vlwsc78qjbm1&ministerie=vghyngkof7kr

Vooruitblik: https://www.eerstekamer.nl/rappel?rappel=vlwsd4ph28ol&ministerie=vghyngkof7kr

Teneinde een geactualiseerd overzicht aan de verantwoordelijke commissie(s) voor te kunnen leggen, verneemt de Kamer graag vóór vrijdag 18 november 2022 eventuele correcties en een prognose van de termijnen waarop de toezeggingen zullen worden nagekomen. Het betreft daarbij voornamelijk de toezeggingen waarvan de deadline reeds is verstreken.

De Eerste Kamer tracht de toezeggingenregistratie zo actueel mogelijk te houden. De Kamer en de regering zijn er derhalve bij gebaat als brieven, nota’s en dergelijke, die samenhangen met toezeggingen aan de Eerste Kamer, rechtstreeks aan deze Kamer worden gezonden, onder vermelding van het toezeggingenregistratienummer.

Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal J.A. Bruijn

BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 december 2022

Op 4 oktober jl. zond u mij, ter verificatie, een halfjaarlijks overzicht van openstaande en deels voldane toezeggingen waarvan de termijn is verstreken.

In de bijlage treft u een prognose aan van de termijnen waarop deze toezeggingen zullen worden nagekomen.

Ik verzoek u – mede namens de Staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Digitalisering – de termijn van een aantal toezeggingen te verschuiven.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, H.G.J. Bruins Slot

Rappelabele toezeggingen EK Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

1) De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen en opmerkingen van de leden De Graaf (D66), Barth (PvdA) en Bikker (ChristenUnie), toe om het Huis voor klokkenluiders in kaart te laten brengen waar er een reële benadeling van niet-werknemers ontstaat of zou kunnen ontstaan waartegen met een benadelingsverbod wellicht een wapen zou kunnen worden gegenereerd. Vervolgens komt hij ofwel met een wetsvoorstel ofwel met een toelichting waarom het buiten de wet om zou moeten worden opgelost. Binnen een maand komt de Minister met een brief over hoe hij de motie-Bikker c.s. over deze materie uit gaat voeren (34.588) (T02238)

Afgedaan. Aan deze toezegging is voldaan met de Kamerbrief inzake Reactie evaluatie Wet Huis voor klokkenluiders van 21 december 2020 (Kamerstukken I 2020/21, 34 105, nr. V).

2) De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Bikker (ChristenUnie), toe in de evaluatie na vijf jaar expliciet aandacht te besteden aan de toepassing van de nieuwe technieken en de gevolgen daarvan voor de persoonlijke levenssfeer, en de Kamer daarover openbaar of vertrouwelijk te informeren. Als de lichamelijke integriteit in het geding is bij de inzet van deze technieken, dient eerst een ethische discussie in het parlement plaats te vinden (34.588) (T02471)

Afgedaan. Aan deze toezegging is voldaan met de Kabinetsreactie inzake het rapport van de Evaluatiecommissie Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv 2017) van 5 maart 2021 (Kamerstukken I 2020/21, 34 588, nr. O).

3) De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van opmerkingen van het lid Bikker (ChristenUnie), toe het beleggen van de klachtbehandeling bij de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) in plaats van bij de Ombudsman bij de evaluatie te betrekken en om daarbij vanuit het burgerperspectief te bekijken of dit het indienen van klachten belemmert (34.588) (T02474)

Afgedaan. Aan deze toezegging is voldaan met de Kabinetsreactie inzake het rapport van de Evaluatiecommissie Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv 2017) van 5 maart 2021 (Kamerstukken I 2020/21, 34 588, nr. O).

4) De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen en opmerkingen van diverse leden toe, de Kamer ieder kwartaal te informeren over de voorzieningen die bij de Tijdelijke wet taakverwaarlozing Sint Eustatius zijn en worden getroffen. De eerste kwartaalrapportage zal uiterlijk 1 juni 2018 met de Kamer worden gedeeld (in het kader van toezegging T02531). Daarbij gaat het onder andere over de voortgang in de criteria en indicatoren die zijn ontwikkeld om de afbouw van het bijzondere regime mogelijk te maken. De resultaten op bestuurlijk vlak, de infrastructuur en op sociaaleconomisch terrein, waaronder de bestrijding van armoede. En om de stappen die de regeringscommissaris, de Staatssecretaris en het bewindspersonenoverleg Caribisch Nederland zetten of mogelijk maken (34.877) (T02532)

Het informeren van uw Kamer is inmiddels staand beleid. De eerstvolgende rapportage zal uw Kamer in het vierde kwartaal van 2022 ontvangen.

De Eerste Kamer wordt verzocht de termijn te verschuiven naar 1 januari 2024.

5) De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen en opmerkingen van diverse leden toe, de Raad van State op korte termijn om voorlichting te vragen over de wijze waarop de Nederlandse regering met Caribisch Nederland omgaat (inclusief de rol van de gezaghebber, het Cft en de Rijksvertegenwoordiger in relatie tot de bewindspersoon) en over de coördinerende rol van de Staatssecretaris van BZK ten aanzien van Caribisch Nederland. De voorlichtingsaanvraag zal met de Kamer worden gedeeld (34.877) (T02533)

Het programma voor uitvoering van de kabinetsreactie Raad van State (RvS) / Interdepartementaal Beleidsonderzoek KR (IBO) is afgerond. Vervolgstappen zijn de wijzigingen van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, en het verder uitwerken van ‘comply or explain’.

De Eerste Kamer wordt verzocht de termijn te verschuiven naar 1 januari 2024.

6) De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Verkerk (ChristenUnie), toe haar de tussentijdse evaluatie in 2022 van het programma «Samen aan de slag voor een vaardig Nederland» te sturen (35.218) (T02944)

De Eerste Kamer is over de stand van zaken geïnformeerd middels een uitstelbrief op 11 juli 2022 (Kamerstukken I 2021/22, 35 218, nr. M). Daarin is de Kamer gemeld dat de tussentijdse rapportage over «Samen aan de slag voor een vaardiger Nederland» toe te sturen, niet binnen de termijn voltooid kan worden. De Kamer ontvangt de rapportage voor 1 maart 2023.

De Eerste Kamer wordt verzocht de termijn te verschuiven naar 1 april 2023.

7) De Minister van BZK zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Koole (PvdA), toe te gaan kijken naar een beter functionerend stelsel, dat meer budgettaire stabiliteit en autonomie geeft voor de gemeente (35.570 VII / 35.570 B / 35.570 C) (T03207)

Afgedaan. In het coalitieakkoord (Kamerstukken II 2021/22, 35 788, nr. 77) is een nieuwe financieringssystematiek aangekondigd voor medeoverheden voor de periode na 2025, om een stabielere financiering voor de medeoverheden te realiseren en hun autonomie te vergroten. In de Contourennota Financieringssystematiek (Kamerstukken II 2021/22, 35925, nr. VII-170) en de Kamerbrief Vervolg Contourennota en Integraal Overzicht Financiën Gemeenten (Kamerstukken II 2022/23, 36 200, nr. B-10) is uitwerking gegeven aan dit voornemen.

8) De Minister van BZK zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Koole (PvdA), toe een aanvullende integrale rapportage te maken over de trends van alle uitkeringen aan de decentrale overheden en over de gevolgen van die uitkeringen voor de financiële positie van de gemeenten. Tevens zegt zij toe bij de begroting BZK een overzicht toe te voegen van alle rijksuitgaven aan decentrale overheden (35.570 VII / 35.570 B / 35.570 C) (T03208)

Afgedaan. In de Kamerbrief Vervolg Contourennota en Integraal Overzicht Financiën Gemeenten (Kamerstukken II 2022/23, 36 200, nr. B-10), die per afschrift aan de Eerste Kamer is toegezonden, is een integrale rapportage opgenomen over de trends van alle uitkeringen aan de decentrale overheden en de financiële positie.

9) De Minister van BZK zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag opmerking van het lid Koole (PvdA), toe te overwegen of (de vastlegging van de) medeondertekening door de Minister van BZK bij wetten die het lokaal en provinciaal openbaar bestuur aangaan, van toegevoegde waarde is (35.570 VII / 35.570 B / 35.570 C) (T03209)

Medeondertekening zal als onderwerp worden betrokken bij de voorbereiding van de actieagenda sterk bestuur, die de komende maanden samen met medeoverheden verder zal worden uitgewerkt. Het voornemen is om uw Kamer hierover begin 2023 te informeren.

De Eerste Kamer wordt verzocht de termijn te verschuiven naar 1 mei 2023.

10) De Minister van BZK zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Dittrich (D66) en Nicolaï (PvdD), toe Conventie 108+ te ratificeren en het Rijkswetsvoorstel daartoe na het zomerreces in te dienen (35.242) (T03247)

Het voorstel is nog aanhangig bij de Raad van State, indiening van het Rijkswetsvoorstel wordt hierdoor dit jaar niet meer voorzien.

De Eerste Kamer wordt verzocht de termijn te verschuiven naar 1 juli 2023.

11) De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Recourt (PvdA), toe de Kamer te informeren over de exacte invulling van de dialoogtafels in het kader van het Adviescollege dialooggroep slavernijverleden (35.570 IV) (T03274)

Afgedaan. De Eerste Kamer is op 1 juli 2021 per brief geïnformeerd (Kamerstukken I 2020/21, 35 300 VI, nr. BM).

12) De Staatsecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Gerkens (SP), toe in gesprek te treden met de Caribische Landen van het Koninkrijk over de uitvoering van de Eerste Kamermotie-De Graaf en de Tweede Kamermotie-Van Raak inzake de verantwoordelijkheidsverdeling binnen het Koninkrijk der Nederlanden (35.570 IV) (T03275)

In januari 2023 staan bestuurlijke gesprekken met de Landen gepland over het traject-Van Raak. Hier maakt ook de uitvoering van de motie-De Graaf deel van uit.

De Eerste Kamer wordt verzocht de termijn te verschuiven naar 1 maart 2023.

13) De Minister van BZK zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Gerkens, toe de Kamer, eind 2021 dan wel begin 2022, te informeren over het aansluitplan voor PLOOI en de verschillende organisaties daarbij (33.328/35.112) (T03360)

Dit jaar zal het Adviescollege ICT-toetsing een BIT-toets afronden over PLOOI. De uitkomsten van dit advies zullen worden meegenomen in het verdere implementatietraject. Het aansluitplan (de technische aansluitvoorwaarden) kunnen daarom na deze toets verder worden vormgegeven.

De Eerste Kamer wordt verzocht de einddatum van de toezegging te verschuiven naar 1 juli 2023.

14) De Minister van BZK zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Ganzevoort, toe de belemmeringen voor het Verdrag van Tromsø in kaart te brengen en dit in het voorjaar van 2022 gereed te hebben (33.328/35.112) (T03361)

In november van dit jaar is de Eerste Kamer geïnformeerd over de voortgang van de standpuntbepaling over het wel of niet partij worden bij het verdrag van Tromsø. In die brief is aangegeven dat er meer tijd nodig is om tot een goed afgewogen kabinetsstandpunt te komen. De standpuntbepaling zal daarom betrokken worden bij een beleidsbrief open overheid. Deze beleidsbrief is voorzien in 2024.

De Eerste Kamer wordt verzocht de einddatum van de toezegging te verschuiven naar 1 juli 2024.

15) De Minister van BZK zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Backer, toe de Kamer te informeren over de gefaseerde inwerkingtreding van de actieve openbaarmaking (33.328/35.112) (T03362)

In juli van dit jaar is de Eerste Kamer geïnformeerd over de actieve openbaarmaking van de eerste informatiecategorieën. Bij de actieve openbaarmaking van deze categorieën is gekozen voor een stapsgewijze en lerende aanpak. De ervaringen die worden opgedaan bij de eerste categorieën zullen daarom worden meegenomen bij het actief openbaar maken van de overige informatiecategorieën. Het Adviescollege ICT-toetsing zal dit jaar nog een advies uitbrengen op het programma PLOOI dat naar alle waarschijnlijkheid ook impact zal hebben op de verdere ontwikkeling van het platform en het verdere tempo mede bepalen. Halverwege 2023 zal ik uw Kamer informeren over de voortgang hiervan.

De Eerste Kamer wordt verzocht de einddatum van de toezegging te verschuiven naar 1 juli 2023.

16) De Minister van BZK zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Koole, toe onderzoek te starten naar het al dan niet ratificeren van het Verdrag van Tromsø (33.328/35.112) (T03364)

In november van dit jaar is de Eerste Kamer geïnformeerd over de voortgang van de standpuntbepaling over het wel of niet partij worden bij het verdrag van Tromsø. In die brief is aangegeven dat er meer tijd nodig is om tot een goed afgewogen kabinetsstandpunt te komen. De standpuntbepaling zal daarom betrokken worden bij een beleidsbrief open overheid. Deze beleidsbrief is voorzien in 2024.

De Eerste Kamer wordt verzocht de einddatum van de toezegging te verschuiven naar 1 juli 2024.

17) De Minister van BZK zegt de Kamer, naar aanleiding van een opmerking van het lid Koole, toe de wet te wijzigen zodat ook waterschappen onder artikel 5.2, derde lid, Wet open overheid vallen, zodra zich daartoe een gelegenheid voordoet De Minister van BZK zegt de Kamer, naar aanleiding van een opmerking van het lid Koole, toe de wet te wijzigen zodat ook waterschappen onder artikel 5.2, derde lid, Wet open overheid vallen, zodra zich daartoe een gelegenheid voordoet (33.328/35.112) (T03366)

In 2023 zal een verzamelwet BZK in procedure worden gebracht. Deze toezegging zal daarbij worden meegenomen.

De Eerste Kamer wordt verzocht de einddatum van de toezegging te verschuiven naar 31 december 2023.

18) De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Koole (PvdA), toe om in het experimentenbesluit op te nemen dat een stem die op een partij en niet specifiek op een kandidaat wordt uitgebracht, toch een geldige stem is. Tevens zal de Minister naar aanleiding van een vraag van het lid Dittrich (D66) bekijken of dit ook andersom kan gelden zodat alleen een stem op een kandidaat nummer ook een geldige stem is. Dit zal, naar aanleiding van opmerkingen van de leden Kox (SP) en Schalk (SGP), in een brief worden uitgewerkt, die voor de stemming naar de Kamer zal worden verzonden. Ook zal in deze brief bekeken worden of dit juridisch de beste manier van vastleggen is, of dat een novelle wenselijker is (35.455/35.670) (T03426)

Deze toezegging hangt samen met het Experimentenbesluit nieuwe stembiljetten. Voor de uitwerking van dit experimentenbesluit is meer tijd nodig. Uiterlijk 1 maart 2023 zal het Experimentenbesluit aan de Kamer worden verzonden, waarmee aan de toezegging wordt voldaan.

De Eerste Kamer wordt verzocht de termijn te verschuiven naar 1 maart 2023.

19) De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van opmerkingen van de leden Baay-Timmerman (50PLUS) en Van Hattem (PVV), toe om te bekijken of een experiment in een middelgrote gemeente ook mogelijk is (35.455) (T03427)

Deze toezegging hangt samen met de voorbereiding van het eerste experiment met een nieuw stembiljet. Recent heb ik bij de evaluatie van de gemeenteraadsverkiezing kenbaar gemaakt bij de aankomende Europees Parlementsverkiezing in mei 2024 voor het eerst te willen experimenteren. In het kader van de voorbereiding van dat experiment zal bekeken worden welke gemeenten daarvoor in aanmerking komen en of een experiment in een middelgrote gemeente mogelijk is.

De Eerste Kamer wordt verzocht de termijn te verschuiven naar 1 mei 2024.

20) De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Koole (PvdA), toe in het experimentenbesluit terug te komen op een mogelijk kader met richtlijnen betreffende het aantal ongeldige stemmen waarbij een herstemming uitgeroepen moet worden (35.455) (T03428)

Deze toezegging hangt samen met het Experimentenbesluit nieuwe stembiljetten. Voor de uitwerking van dit experimentenbesluit is meer tijd nodig. Uiterlijk 1 maart 2023 zal het Experimentenbesluit aan de Kamer worden verzonden, waarmee aan de toezegging wordt voldaan.

De Eerste Kamer wordt verzocht de termijn te verschuiven naar 1 maart 2023.

Rappelabele toezeggingen EK Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Vooruitblik)

1) De Staatssecretaris voor Europese Zaken zegt de Kamer, naar aanleiding van een verzoek van de commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis der Koningin, toe dat, wanneer het richtlijnvoorstel in de besluitvormende fase komt, het kabinet voorafgaande aan de desbetreffende Raad de definitieve (concept)versie van de richtlijn aan de Eerste Kamer opstuurt (22.112 / 31.544, CK) (T01237)

De richtlijn wordt vooralsnog door een aantal lidstaten geblokkeerd.

De Eerste Kamer wordt verzocht de einddatum van de toezegging te verschuiven naar 1 januari 2024.

2) De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen en opmerkingen van de leden Schouwenaar (VVD), Koole (PvdA), Van Bijsterveld (CDA), De Boer (GroenLinks), Kuiper (ChristenUnie) en Holdijk (SGP), toe om bij de volgende de evaluatie van de Algemene wet gelijke behandeling een voorstel te doen om artikel 5, lid 2, onderdeel d te schrappen (33.344) (T01970)

De toezegging is bij de vorige evaluatie van de Algemene wet gelijke behandeling (Awgb) in 2017 aangehouden omdat er onvoldoende ervaringen waren opgedaan met dit artikel om te kunnen beslissen of het inderdaad moet worden geschrapt. De eerstvolgende evaluatie is naar verwachting is eind 2022 gereed. Het kabinet streeft ernaar voor 1 juli 2023 op die evaluatie te reageren.

De Eerste Kamer wordt verzocht de termijn te verschuiven naar 1 juli 2023.

3. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Flierman (CDA), Postema (PvdA) en Schalk (SGP), toe dat:

  • de Minister van Economische Zaken naar de problematiek van de provincie Zeeland kijkt en de Kamer daarover een brief stuurt;

  • de Minister zelf na het verschijnen van het advies van de commissie-Jansen II met het IPO zal overleggen en naar verdere ontwikkeling van het verdeelmodel van het Provinciefonds zal kijken (34.568) (T02425)

Het technisch onderzoek naar het nieuwe verdeelmodel van het provinciefonds wordt voor eind 2022 afgerond. Hierbij is gekeken naar wat vanuit de leefwereld van provincies belangrijke kostendrijvers zijn en hoe het nieuwe model aansluit bij de uitgaven van provincies. Bij de invoering van het nieuwe verdeelmodel is echter niet alleen aandacht voor de technische kant van het model belangrijk, maar is het ook van belang oog te hebben voor wat de invoering van het model betekent voor provincies. Daarom wordt samen met het IPO een vervolgtraject ingezet. Het voornemen is de Eerste Kamer begin 2023 te informeren over de voortgang van het nieuwe verdeelmodel.

De Eerste Kamer wordt verzocht de termijn te verschuiven naar 1 mei 2023.

4) De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Van Hattem (PVV), toe bij de heroverweging van de verdeelmaatstaven van het Provinciefonds naar de inkomsten uit de motorrijtuigenbelasting te kijken (34.568) (T02426)

Het technisch onderzoek naar het nieuwe verdeelmodel van het provinciefonds wordt voor eind 2022 afgerond. Hierbij is gekeken naar wat vanuit de leefwereld van provincies belangrijke kostendrijvers zijn en hoe het nieuwe model aansluit bij de uitgaven van provincies. Bij de invoering van het nieuwe verdeelmodel is echter niet alleen aandacht voor de technische kant van het model belangrijk, maar is het ook van belang oog te hebben voor wat de invoering van het model betekent voor provincies. Daarom wordt samen met het IPO een vervolgtraject ingezet. Het voornemen is de Eerste Kamer begin 2023 te informeren over het nieuwe verdeelmodel.

De Eerste Kamer wordt verzocht de termijn te verschuiven naar 1 mei 2023.

5) De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen en opmerkingen van het lid Kok (PVV) toe, de discussie over autonomie in Caribisch Nederland en wat de Commissie van Wijzen daarover in haar rapport heeft geschreven, te willen voeren maar niet voor de zomer van 2018 (34.877) (T02536)

Op Sint Eustatius wordt momenteel gewerkt aan het herstellen van de bestuurlijke verhoudingen.

De Eerste Kamer wordt verzocht de termijn te verschuiven naar 1 januari 2024.

6) De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Bikker (ChristenUnie), Lintmeijer (GroenLinks) en Nooren (PvdA), toe om contact te houden met de betrokken sectoren om de effecten van de wet, inclusief het effect op het aantal personen dat gezichtsbedekkende kleding draagt, in kaart te brengen. Ontwikkelingen in andere Europese landen worden hierbij betrokken. De Kamer wordt over 2–3 jaar geïnformeerd (34.349) (T02615)

Vanwege de maatregelen ter bestrijding van Covid-19 heeft de wet nog niet lang onder normale omstandigheden gefunctioneerd en is een evaluatie van de werking van de wet nog niet goed mogelijk. Daarom is de evaluatie uitgesteld tot zomer 2023. Uw Kamer zal in het najaar van 2023 worden geïnformeerd over de uitkomsten van de evaluatie.

De Eerste Kamer wordt verzocht de termijn te verschuiven naar 31 december 2023.

7) De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Verkerk (ChristenUnie), toe te gaan meten of het gebruik van beelden in de overheidscommunicatie tot een beter begrip leidt (35.218) (T02947)

De Eerste Kamer wordt – conform toezegging – voor 1 januari 2023 geïnformeerd.

8) De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Rosenmöller (GroenLinks), toe zich ervoor in te spannen om de Caribische landen van het Koninkrijk, op basis van aanbevelingen in het AIV-rapport, getiteld «Fundamentele rechten in het Koninkrijk: eenheid in bescherming», aan te spreken op de implementatie van een aantal internationale verdragen, waaronder het EVRM-proof uitwerken van de vluchtelingenprocedure op Curaçao (35.570 IV) (T03272)

Het onderwerp implementatie van mensenrechtenverdragen zal aan de orde komen in het bestuurlijk overleg van januari 2023. Uw Kamer zal daarna worden geïnformeerd over de resultaten.

De Eerste Kamer wordt verzocht de termijn te verschuiven naar 1 maart 2023.

9) De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Dittrich (D66), toe met de Caribische landen van het Koninkrijk te bespreken dat in het Caribisch deel van het Koninkrijk de mogelijkheid wordt geboden tot het aangaan van een huwelijk tussen partners van gelijk geslacht en de Kamer daarover te informeren (35.570 IV) (T03273)

De besprekingen zitten nog in de inventariserende en informele fase. Over de resultaten zal de Kamer begin 2023 worden geïnformeerd.

De Eerste Kamer wordt verzocht de termijn te verschuiven naar 1 april 2023.

10) De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Huizinga-Heringa (CU) en Oomen-Ruijten (CDA), toe de Eerste Kamer te informeren over extra acties die, samen met de Staatssecretaris van Koninkrijksrelaties en Digitalisering, worden ondernomen ten aanzien van desinformatie (35.295) (T03397)

Er is meer tijd benodigd voor afstemming. Uw Kamer zal najaar 2022 worden geïnformeerd.

De Eerste Kamer wordt verzocht de termijn te verschuiven naar 1 april 2023.

11) De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van de leden Koole (PvdA) en Baay-Timmerman (50PLUS), toe om de evaluatie van de eerste stemming met model 2 aan de Kamer te sturen. Na deze evaluatie zal de Minister de mogelijke vervolgstappen afwegen, waaronder de mogelijkheid om na bevredigend resultaat niet meer te experimenteren met model 1. Voorts zal de evaluatie van de gemeenteraadsverkiezingen met de Kamer worden gedeeld (35.455/35.670) (T03429)

De toezegging heeft betrekking op de evaluatie na het houden van het eerste experiment met een nieuw stembiljet. Het eerste experiment zal worden gehouden tijdens de verkiezing van de leden van het Europees Parlement in mei 2024. De evaluatie kan pas na afloop daarvan worden opgesteld en zal conform de motie van Tweede Kamerlid Van der Plas (BBB) binnen twee maanden aan de Kamer worden toegezonden.

De Eerste Kamer wordt verzocht de termijn te verschuiven naar 1 augustus 2024.

12) De Minister van BZK zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Dittrich (D66), toe de Kamer in het najaar van 2022 een brief over 175 jaar Grondwet te sturen (35.786) (T03453)

De Eerste Kamer wordt – conform toezegging – voor 1 januari 2023 geïnformeerd.

13) De Minister van BZK zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Van Hattem (PVV), toe een reactie op het rapport «Ketenen van het verleden» van de Dialooggroep Slavernijverleden in het najaar van 2022 aan de Kamer te sturen (36.120 B) (T03458)

De Eerste Kamer wordt – conform toezegging – voor 1 januari 2023 geïnformeerd.


X Noot
1

De letter B heeft alleen betrekking op 36 200 VII.

X Noot
2

Samenstelling:

Kox (SP), Ganzevoort (GL), De Boer (GL), Van Hattem (PVV), Pijlman (D66), Rombouts (CDA), Schalk (SGP), Koole (PvdA), Klip-Martin (VVD), Baay-Timmerman (50PLUS), Bezaan (VVD), Van den Berg (VVD), Crone (PvdA), Dittrich (D66) (voorzitter), Doornhof (CDA), Frentrop (Fractie-Frentrop), Meijer (VVD), Nicolaï (PvdD) (ondervoorzitter), Rietkerk (CDA), Rosenmöller (GL), De Vries (Fractie-Otten), Keunen (VVD), Van der Linden (Fractie-Nanninga), Van Pareren (Fractie-Nanninga), Raven (OSF), Talsma (CU) en Dessing (FVD).

Naar boven