36 145 Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot tijdelijke liberalisering van de handel bovenop de handelsconcessies die op Oekraïense producten van toepassing zijn krachtens de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds

D VERSLAG VAN EEN NADER SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 3 mei 2023

De leden van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking1hebben kennisgenomen van de brief2 van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 15 februari 2023, in reactie op de brief van de commissie van 10 januari 2023 met nadere vragen over de appreciatie van het voorstel voor een Verordening tot tijdelijke liberalisering van de handel tussen Europa en Oekraïne. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben nog enkele aanvullende vragen.

Naar aanleiding hiervan is op 24 maart 2023 een brief gestuurd aan de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

De Minister heeft op 26 april 2023 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde nader schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking, Van Luijk

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR BUITENLANDSE ZAKEN, DEFENSIE EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Aan de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

Den Haag, 24 maart 2023

De leden van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief3 van 15 februari 2023, in reactie op de brief van de commissie van 10 januari 2023 met nadere vragen over de appreciatie van het voorstel voor een Verordening tot tijdelijke liberalisering van de handel tussen Europa en Oekraïne. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben naar aanleiding hiervan nog enkele aanvullende vragen.

In uw beantwoording schrijft u dat de tariefliberalisering de uitvoer van schaarse landbouwproducten kan faciliteren. Als producten schaars zijn – aanbod kleiner dan de vraag – is tariefliberalisering (prijsverlaging) toch juist niet nodig voor de uitvoer vanuit Oekraïne? Deze leden verzoeken u om een toelichting.

Verder schrijft u dat de extra import door de EU juist kan bijdragen aan de voedselzekerheid in Afrika omdat de EU een deel van de import doorvoert naar die regio. Kunt u toelichten welke rol de tariefsverlaging hierbij heeft gespeeld? Met andere woorden, waar is de kostendaling door de tariefsverlaging terechtgekomen?

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hadden gewezen op het feit dat een deel van de import wordt gebruikt als veevoer en vroeg u daarop te reflecteren en hiervoor aandacht te vragen in de EU. Zij missen deze reflectie en zouden die nog graag van u willen ontvangen.

De leden van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag binnen vier weken na dagtekening van deze brief.

Voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking, E.B. van Apeldoorn

BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 april 2023

Hierbij doe ik u de beantwoording toekomen van de nadere vragen van de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking naar aanleiding van de brief van 13 mei jl. inzake het voorstel voor de tijdelijke opschorting van heffingen op de invoer van Oekraïense producten4 en de beantwoording van de eerdere vragen inzake dit voorstel die uw Kamer 25 november jl. en 15 februari jl. zijn toegekomen.5

Vraag 1

In uw beantwoording schrijft u dat de tariefliberalisering de uitvoer van schaarse landbouwproducten kan faciliteren. Als producten schaars zijn – aanbod kleiner dan de vraag – is tariefliberalisering (prijsverlaging) toch juist niet nodig voor de uitvoer vanuit Oekraïne? Deze leden verzoeken u om een toelichting.

Antwoord

Het hoofddoel van de verordening is om de Oekraïense economie een steun in de rug te bieden.

Een tariefopschorting zorgt ervoor dat Oekraïense uitvoer gerealiseerd kan worden die met importheffingen niet of minder rendabel zou zijn en dient daarmee het hoofddoel. De wig die het tarief kan drijven tussen de prijs die de exporterende partij wil ontvangen en de prijs die de importerende partij bereid is te betalen voor het product wordt dan weggenomen. Daarnaast kan het wegnemen van de heffing een deel van de extra transportkosten compenseren wanneer Oekraïense uitvoer via de EU doorgevoerd wordt. Daarmee heeft de tijdelijke tariefopschorting een (beperkt) faciliterend effect op de Oekraïense uitvoer naar of via de EU.

Een ander effect is dat de opschorting van importtarieven voor een bepaald Oekraïens product een drukkend effect heeft op de prijs die de EU marktpartij hiervoor betaalt. Onder andere middels doorvoer of een afname van EU import van dit product uit andere landen, zal de tariefopschorting ook enig drukkend effect hebben op de wereldwijde prijs van dit product. Zo daalden afgelopen jaar bijvoorbeeld de graanprijzen. De graanprijzen waren als gevolg van de situatie in Oekraïne sterk gestegen. Onder andere door de beschikbaarheid van granen uit Oekraïne weer te vergroten, door zeetransport of door landtransport via de EU, zijn de wereldwijde graanprijzen in de tweede helft van 2022 gedaald. Andere initiatieven zoals de solidariteitscorridors en het Black Sea Grain Initiative (de graandeal) droegen hier ook aan bij.

Vraag 2

Verder schrijft u dat de extra import door de EU juist kan bijdragen aan de voedselzekerheid in Afrika omdat de EU een deel van de import doorvoert naar die regio. Kunt u toelichten welke rol de tariefsverlaging hierbij heeft gespeeld? Met andere woorden, waar is de kostendaling door de tariefs-verlaging terechtgekomen?

Antwoord

Het is niet mogelijk om specifiek voor de autonome maatregelen te bepalen welke bijdrage deze hebben geleverd aan de voedselzekerheid in Afrika middels doorvoer via de EU. Er zijn verschillende maatregelen genomen die als doel hebben om de uitvoer van schaarse landbouwgoederen uit Oekraïne te faciliteren, zoals de solidariteitscorridors en het Black Sea Grain Initiative.

Zoals uiteengezet in antwoord 1 zullen de baten van de autonome maatregelen bij verschillende partijen terechtkomen. Dit zullen Oekraïense marktpartijen zijn, maar ook EU marktpartijen en marktpartijen uit derde landen die baat hebben bij een drukkend effect op grondstofprijzen voor schaarse landbouwproducten waarvoor de importtarieven tijdelijk zijn opgeschort. Ook partners als het World Food Programme (WFP) die granen inkopen ten behoeve van de mondiale voedselzekerheid hebben baat bij lagere prijzen.

Vraag 3

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hadden gewezen op het feit dat een deel van de import wordt gebruikt als veevoer en vroeg u daarop te reflecteren en hiervoor aandacht te vragen in de EU. Zij missen deze reflectie en zouden die nog graag van u willen ontvangen.

Antwoord

Zoals uiteengezet in de beantwoording van uw vragen op 25 november jl. is het besluit tot het tijdelijk opschorten van de importheffingen voor Oekraïense producten hoofdzakelijk genomen om de Oekraïense economie een steun in de rug te bieden. Het Black Sea Grain Initiative is gericht op het herstellen van een ernstig verstoorde graanmarkt om zo te helpen de wereldmarktprijzen voor granen weer omlaag te brengen en ook de toegang tot die markt voor lage- en middeninkomenslanden te herstellen. Beide initiatieven zijn niet bedoeld om in te grijpen in de Oekraïense graanmarkt zodanig dat deze zich uniek zou richten op uitvoer van granen voor menselijke consumptie naar Afrika. Het Black Sea Grain Initiative heeft volgens de Europese Commissie een positief effect op de mondiale graanmarkt. Zoals beschreven in antwoord 1 en antwoord 2 en Kamerbrief ter beoordeling van de autonome maatregelen, kunnen de autonome maatregelen hier ook een (beperkte) bijdrage aan leveren.

Oekraïne voert zowel granen uit die geschikt zijn voor menselijke consumptie als granen van veevoerkwaliteit. Een deel van de gefaciliteerde Oekraïense uitvoer van granen zal daarom inderdaad voor veevoer gebruikt worden. Dit was voor de oorlog ook zo. Een deel van de Oekraïense uitvoer naar de EU kan de vraag naar granen voor veevoer geïmporteerd uit derde landen substitueren. Daarbij geldt bovendien dat niet alle granen van voldoende kwaliteit zijn zodat deze geschikt zijn voor menselijke consumptie.

Het kabinetstandpunt over de autonome maatregelen staat los van de discussie over de relatie tussen voedsel voor menselijke consumptie en voedsel voor dierlijk gebruik en de invloed daarvan op de mondiale voedselzekerheid.

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, E.N.A.J. Schreinemacher


X Noot
1

Samenstelling:

Faber-Van de Klashorst (PVV), Ganzevoort (GL), Van Apeldoorn (SP) (voorzitter), Van Dijk (SGP),

Jorritsma-Lebbink (VVD), Atsma (CDA), Oomen-Ruijten (CDA), Koole (PvdA), Prast (PvdD), Van Rooijen (50PLUS), Arbouw (VVD), Van Ballekom (VVD) (1e ondervoorzitter), Beukering (Fractie-Nanninga), Bezaan (PVV), Dittrich (D66), Huizinga-Heringa (CU) (2e ondervoorzitter), Dessing (FVD), Karimi (GL), Kluit (GL), Moonen (D66), Otten (Fractie-Otten), Vos (PvdA), Van Wely (Fractie-Nanninga), Raven (OSF) en Krijnen (GL).

X Noot
2

Zie verslag schriftelijk overleg: Kamerstukken I, 2022–2023, 36 145, B.

X Noot
3

Zie verslag schriftelijk overleg: Kamerstukken I, 2022–2023, 36 145, B.

X Noot
4

Kamerstuk 22 112, nr. IU

X Noot
5

Kamerstuk 36 145, nr. A en nr. B

Naar boven