36 145 Voorstel voor een Verordening van het Europees parlement en de Raad tot tijdelijke liberalisering van de handel bovenop de handelsconcessies die op Oekraïense producten van toepassing zijn krachtens de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds

B VERSLAG VAN EEN NADER SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 15 februari 2023

De leden van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking1 hebben kennisgenomen van de brief2 van 25 november 2022, in reactie op de brief van de commissie van 24 juni 2022 over de appreciatie van het voorstel voor een Verordening tot tijdelijke liberalisering van de handel tussen Europa en Oekraïne. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben naar aanleiding hiervan een aantal aanvullende vragen.

Naar aanleiding hiervan is op 10 januari 2023 een brief gestuurd aan de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

De Minister heeft op 15 februari 2023 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde nader schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking, Van Luijk

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR BUITENLANDSE ZAKEN, DEFENSIE EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Aan de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

Den Haag, 10 januari 2023

De leden van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief3 van 25 november 2022, in reactie op de brief van de commissie van 24 juni 2022 over de appreciatie van het voorstel voor een Verordening tot tijdelijke liberalisering van de handel tussen Europa en Oekraïne. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben naar aanleiding hiervan nog enkele aanvullende vragen.

In uw beantwoording geeft u aan dat het tijdelijk opschorten van de resterende importheffingen over Oekraïense producten ervoor zorgt dat het goedkoper wordt voor Europese importeurs om Oekraïense producten te importen, waar eerder tarieven over werden geheven. Op de vraag van de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren of dit zou kunnen leiden tot extra hongersnood in Afrika, antwoordt u dat de impact van deze maatregel op de voedselcrisis in de Hoorn van Afrika «lastig te duiden, maar naar verwachting beperkt [is].»4 Inmiddels is duidelijk dat het grootse gedeelte van het graan is geïmporteerd naar Europa (via Nederland) en slechts een klein deel terecht is gekomen in de Hoorn van Afrika. Deze leden merken hierbij op dat het extra pijnlijk is dat het graan in Europa wordt gebruikt om dieren te voeden in de vorm van veevoer, terwijl het in de Hoorn van Afrika gebruikt zou worden om mensen te voeden. Kunt u daarop reflecteren? En bent u bereid in de Europese Unie aandacht te vragen voor dit probleem?

De leden van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag binnen vier weken na dagtekening van deze brief.

De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking, E.B. van Apeldoorn

BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 februari 2023

Hierbij doe ik u de beantwoording toekomen van de nadere vragen van de leden van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking naar aanleiding van de brief van 13 mei jl. inzake het voorstel voor de tijdelijke opschorting van heffingen op de invoer van Oekraïense producten5 en de beantwoording van 25 november jl. eerdere vragen inzake dit voorstel.6

Vragen van de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren

In uw beantwoording geeft u aan dat het tijdelijk opschorten van de resterende importheffingen over Oekraïense producten ervoor zorgt dat het goedkoper wordt voor Europese importeurs om Oekraïense producten te importen, waar eerder tarieven over werden geheven. Op de vraag van de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren of dit zou kunnen leiden tot extra hongersnood in Afrika, antwoordt u dat de impact van deze maatregel op de voedselcrisis in de Hoorn van Afrika «lastig te duiden, maar naar verwachting beperkt [is].»7 Inmiddels is duidelijk dat het grootse gedeelte van het graan is geïmporteerd naar Europa (via Nederland) en slechts een klein deel terecht is gekomen in de Hoorn van Afrika. Deze leden merken hierbij op dat het extra pijnlijk is dat het graan in Europa wordt gebruikt om dieren te voeden in de vorm van veevoer, terwijl het in de Hoorn van Afrika gebruikt zou worden om mensen te voeden. Kunt u daarop reflecteren? En bent u bereid in de Europese Unie aandacht te vragen voor dit probleem?

Antwoord

Zoals gesteld in de Kamerbrief ter beoordeling van het voorstel voor de tijdelijke opschorting van importheffingen op Oekraïense producten8, verwelkomde het kabinet het voorstel, omdat het wegnemen van handelsbarrières mogelijk een deel van de negatieve economische consequenties voor Oekraïne als gevolg van de oorlog kan mitigeren. Ook kan de tariefliberalisering de uitvoer faciliteren van schaarse landbouwproducten, zoals tarwe, maïs en plantaardige oliën, en daarmee bijdragen aan alternatieve handelsstromen voor deze producten.

Gelet op de toegenomen uitvoer van Oekraïne naar de EU sinds de inwerkingtreding van de verordening per 4 juni jl., lijkt de tariefopschorting de Oekraïense economie inderdaad enige steun in de rug te bieden. Uit recente handelsdata blijkt ook dat de EU invoer van o.a. granen en plantaardige olie(zaden) uit Oekraïne sinds juni 2022 is toegenomen.9 Het is echter lastig om vast te stellen in welke mate de tariefopschorting bijgedragen heeft aan deze uitvoerstijging, omdat verschillenden initiatieven waaronder de solidariteitscorridors en het Zwarte Zee initiatief gelijktijdig tot doel hebben de uitvoer van Oekraïense producten te faciliteren om zo de beschikbaarheid en prijzen op de wereldmarkt te stabiliseren.

Een stijging van de uitvoer van Oekraïense granen naar de EU gaat niet per definitie ten koste van de voedselzekerheid in de Hoorn van Afrika. In veel gevallen kunnen alternatieve handelsstromen juist een bijdrage leveren aan de voedselzekerheid in de regio. Ten eerste zullen ingevoerde granen door de EU deels doorgevoerd worden naar andere bestemmingen. Dit zal ook ten goede komen aan Afrikaanse landen. Zo ging in augustus 2022 bijvoorbeeld 34% van de EU granen uitvoer naar sub-Sahara Afrika en 48% naar de MENA-regio.10 Ten tweede wordt de afname van Oekraïense uitvoer van o.a. granen hoofdzakelijk veroorzaakt door transportbelemmeringen vanwege de oorlog, die de toegang van Oekraïense producten tot de wereldmarkt beperken. Alternatieve handelsroutes via de EU zullen marktfricties verminderen en een mitigerende werking hebben op grondstofprijzen wanneer Oekraïense granen (via de EU) de wereldmarkt bereiken. Zelfs als deze granen gebruikt worden in de EU, zal dit de EU vraag naar granen geïmporteerd vanuit andere derde landen substitueren. Dit zal het resterende wereldaanbod van granen voor landen in de Hoorn van Afrika bevorderen. Ten derde is het onzeker of Oekraïense granen die naar de EU worden geëxporteerd de Hoorn van Afrika (direct) hadden kunnen bereiken. De verordening kan de kosten van uitvoer via de EU verlagen en het daarmee makkelijker maken om gebruik te maken van alternatieve handelsroutes via de EU, waarmee Oekraïense export gerealiseerd kan worden die zonder de verordening niet of minder rendabel zou zijn.

De oorlog in Oekraïne heeft de al bestaande voedseltoegangscrisis verergerd. In de brief «Stappenplan mondiale voedselzekerheid» van 23 december jl. hebben de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en ik de Tweede Kamer geïnformeerd over de stappen die Nederland zet in directe respons op de crisis en onze inzet om de wereldwijde voedselzekerheid te versterken, waarbij het accent wordt gelegd op het vergroten van de schokbestendigheid van voedselsystemen.11 In EU-verband heeft het kabinet opgeroepen om voedselsysteemplannen van ontwikkelingslanden te ondersteunen.

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, E.N.A.J. Schreinemacher


X Noot
1

Samenstelling:

Faber-Van de Klashorst (PVV), Ganzevoort (GL), Van Apeldoorn (SP) (voorzitter), Van Dijk (SGP),

Jorritsma-Lebbink (VVD), Atsma (CDA), Oomen-Ruijten (CDA), Koole (PvdA), Prast (PvdD), Van Rooijen (50PLUS), Arbouw (VVD), Van Ballekom (VVD) (1e ondervoorzitter), Beukering (Fractie-Nanninga), Bezaan (PVV), Dittrich (D66), Huizinga-Heringa (CU) (2e ondervoorzitter), Dessing (FVD), Karimi (GL), Kluit (GL), Moonen (D66), Otten (Fractie-Otten), Vos (PvdA), Van Wely (Fractie-Nanninga),Raven (OSF) en Krijnen (GL).

X Noot
2

Zie verslag schriftelijk overleg: Kamerstukken I, 2021–2022, 36 145, A.

X Noot
3

Zie verslag schriftelijk overleg: Kamerstukken I, 2021–2022, 36 145, A.

X Noot
4

Idem, blz. 7.

X Noot
5

Kamerstuk 22 112, nr. IU

X Noot
6

Kamerstuk 36 145, nr. A

X Noot
7

Kamerstuk 36 145, nr. A, blz. 7

X Noot
8

Kamerstuk 22 112, nr. IU

X Noot
9

Monitoring EU Agri-Food Trade: Developments in June, July and August 2022.

X Noot
11

Kamerstuk 2022Z26319 (Tweede Kamer).

Naar boven