Tweede Kamer der Staten-Generaal

36 120 VIII Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2022 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

Vergaderjaar 2021‒2022

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2022 wijzigingen aan te brengen in:

  • 1. de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • 2. de begrotingsstaat inzake het agentschap DUO van dit ministerie.

Vanwege de spoedeisende maatregelen zijn verscheidene Incidentele Suppletoire Begrotingen naar de Tweede Kamer verzonden. De behandeling van sommige van die Incidentele Suppletoire Begrotingen in de Eerste- en Tweede Kamer der Staten-Generaal heeft nog niet plaatsgevonden. Om deze reden is de in de begrotingsstaat opgenomen stand nog niet door beide Kamers bekrachtigd. Vanwege de snelle opeenvolging van begrotingswetsvoorstellen, om het budgetrecht van de Staten Generaal te waarborgen, bevat de kolom ‘vastgestelde begroting’ zowel de vastgestelde stand bij ontwerpbegroting als de mutaties die bij Incidentele Suppletoire Begrotingen zijn opgenomen.

Normaliter wordt nieuw beleid pas in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. De Eerste Suppletoire Begroting bevat enkele maatregelen die niet kunnen wachten tot autorisatie. Het betreft de coalitieakkoordreeksen van het kabinet-Rutte IV, de extra middelen voor de Oekraïense vluchtelingen en de middelen voor de Regeringscommissaris voor de Nationale Aanpak Seksueel Overschrijdend Gedrag. Dit komt doordat de middelen die naar onderwijsinstellingen gaan verplicht moeten worden aan de instelling voor aanvang van het school-/academisch jaar, zodat deze doelmatig kunnen worden uitgegeven. Dit geldt ook voor de middelen voor examens in het voortgezet onderwijs. De uitgaven voor cultuur zijn noodzakelijk voor het herstel van de sector en dienen daarom zo snel mogelijk beschikbaar te worden gesteld aan de instellingen. De uitgaven gerelateerd aan de oorlog in Oekraïne zijn voor een acute noodsituatie. Tot slot, is de Regeringscommissaris Seksueel Grensoverschrijdend Gedrag inmiddels aan het werk en moet voor de uitvoering van haar taken al financiële verplichtingen aangaan. Daarom zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Met het voorgaande wordt gehandeld conform artikel 2.27, tweede lid, van de Comptabiliteitswet.

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

R.H. Dijkgraaf

De Minister voor Primair en Voorgezet Onderwijs,

A.D. Wiersma

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1 Leeswijzer

In deze Eerste Suppletoire Begroting van OCW zijn de effecten van besluiten van het Kabinet over de Voorjaarsnota verwerkt. Deze suppletoire wet moet dan ook in samenhang worden bezien met de Voorjaarsnota. Allereerst is de begrotingsstaat voor de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten voor de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap opgenomen. Hierin wordt inzicht gegeven in de financiële wijzigingen die op (beleids)artikelniveau worden voorgesteld in de begroting voor het jaar 2022.

De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs is verantwoordelijk voor Artikel 1 (primair onderwijs), Artikel 3 (voortgezet onderwijs) en Artikel 9 (arbeidsmarkt- en personeelsbeleid). De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is verantwoordelijk voor de overige artikelen. De verdeling van de beleidsterreinen tussen de Ministers en de Staatssecretaris is vastgelegd in de portefeuilleverdeling van Kabinet Rutte IV.

Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een algemeen deel en een artikelsgewijs deel. Het algemeen deel bevat de belangrijkste suppletoire mutaties op de OCW-begroting (paragraaf 2.1). Ook bevat dit deel (paragraaf 2.2) een overzicht van alle Corona-gerelateerde uitgaven in 2022. Vervolgens wordt per beleidsartikel een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting (paragraaf 3). Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:

Omvang begrotingsartikel

Beleidsmatige mutaties

Technische mutaties

(stand ontwerpbegroting in € miljoen)

(ondergrens in € miljoen)

(ondergrens in € miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 < 1000

5

10

=> 1000

10

20

De toelichtingen op de uitgaven gelden ook voor de verplichtingen. Alleen indien er sprake is van een groot verschil van de verplichtingenmutaties ten opzichte van de uitgavenmutaties, wordt dit verschil apart toegelicht. Deze verschillen ontstaan bijvoorbeeld doordat er verplichtingen zijn aangegaan die niet tot een uitgavenmutatie leiden (zoals het aangaan van garantieverplichtingen in het kader van schatkistbankieren) of door regelingen waarvoor de verplichtingen dit jaar worden aangegaan terwijl de uitgaven pas volgend jaar (of in de jaren daarna) plaatsvinden.

2 Het beleid

2.1 Overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties

In onderstaande tabel worden de belangrijkste suppletoire mutaties ten opzichte van de vastgestelde stand begroting 2022 voor het jaar 2022 weergegeven.

Deze mutaties worden hieronder nader toegelicht.

Tabel 1 Belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2022 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Artikelnr.

Uitgaven 2022

Ontvangsten 2022

Vastgestelde begroting 2022

 

48.810.026

1.607.953

Belangrijkste suppletoire mutaties

   

1

Incidentele Suppletoire Begrotingen

diverse

1.097.540

44.000

2

Coalitieakkoord

diverse

2.027.528

 

3

Ontvangen relevante loon- en prijsbijstelling

alle

1.346.710

 

4

Nationaal Groeifonds (NGF)

diverse

58.019

 

5

Oekraïne

diverse

230.882

 

6

Leerlingen- en studentenontwikkeling (inclusief studiefinanciering)

diverse

12.345

‒ 25.595

7

Compensatie vervallen btw-vrijstelling

 

30.000

 

8

Saldo mee- en tegenvallers

diverse

4.724

5.500

9

Overige problematiek en dekking

diverse

4.147

 

10

Kasschuiven

diverse

‒ 11.269

 

11

Niet-kaderrelevante mutaties

11

‒ 245.353

‒ 23.351

12

Desalderingen

14, 15

31.625

31.625

13

Overige mutaties

diverse

144.340

 
 

Stand 1e suppletoire begroting 2022

Totaal

53.541.264

1.640.132

Toelichting

1. Incidentele Suppletoire Begrotingen

Sinds het vaststellen van de begroting zijn er zes Incidentele Suppletoire Begrotingen additioneel gepubliceerd aan de OCW-begroting. Hieronder een kort overzicht van de bijgeboekte bedragen.

Tabel 2 Incidentele Suppletoire Begrotingen (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitgaven 2022

Ontvangsten 2022

14

1e ISB: Verwerven kunstwerk

175.000

44.000

14

2e ISB: Tegemoetkoming musea

5.600

0

3, 14

3e ISB: Examens en steunpakket cultuur

138.949

0

Diverse

4e ISB: Overlopende verplichtingen 2021

282.247

0

4, 11, 14

5e ISB: Maatschappelijke diensttijd, kwijtschelding publieke schulden toeslagengedupeerden en ondersteuning culturele sector

242.177

0

Diverse

6e ISB: NP Onderwijs, ventilatie en suppletieregeling cultuur

253.567

0

 

Totaal

1.097.540

44.000

2. Coalitieakkoordreeksen

Het coalitieakkoord van het kabinet-Rutte IV bevat diverse maatregelen op het gebied van OCW. In tabel 3 zijn de bedragen weergegeven die in deze Eerste Suppletoire Begroting worden toegevoegd aan de OCW-begroting alsook een beknopte toelichting per reeks. Voor de reeksen versterken onderwijskwaliteit, vervolgopleidingen en onderzoek, kansengelijkheid, fonds onderoek en wetenschap, cultuur en media, afschaffen leenstelsel en invoering studiebeurs en de tegemoetkoming leenstelsel worden de resterende middelen van de AP op een later moment overgeheveld naar de OCW-begroting.

Tabel 3 Coalitieakkoord reeksen kabinet-Rutte IV (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

2022

2023

2024

2025

2026

Diverse

Leraren/schoolleiders

762.000

838.000

800.000

800.000

800.000

Diverse

Versterken onderwijskwaliteit

455.517

500.000

398.014

389.914

389.914

Diverse

Vervolgopleidingen en onderzoek

248.704

626.594

644.153

646.178

646.025

Diverse

Kansengelijkheid

198.000

202.000

200.000

200.000

200.000

Diverse

Fonds Onderzoek en Wetenschap

205.090

437.755

436.405

433.905

433.905

Diverse

Cultuur en Media

150.000

0

0

0

0

11

Herinvoering basisbeurs

5.000

0

0

0

0

4, 95

Reeksen van andere departementen

3.217

2.000

2.000

2.000

2.000

 

Totaal

2.027.528

2.606.349

2.480.572

2.471.997

2.471.844

Leraren/schoolleiders

In de reeks leraren zijn middelen opgenomen die eraan bij moeten dragen dat er meer en goede leraren komen. Over de maatregelen uit deze reeks zijn afspraken gemaakt met sociale partners in het onderwijsakkoord. Hierover is de Tweede Kamer geïnformeerd op 22 april 2022 in een brief ‘Het onderwijsakkoord: Samen voor het beste onderwijs’ (Kamerstukken 2021/22, 31293 VIII, nr 615). Er komen middelen om de aantrekkelijkheid van het beroep te vergroten door het dichten van de loonkloof tussen primair onderwijs en voortgezet onderwijs en door het verlichten van de werkdruk in het voortgezet onderwijs. Daarnaast komen er structurele middelen beschikbaar voor een arbeidsmarkttoelage voor scholen met relatief veel leerlingen met een risico op een onderwijsachterstand omdat goed personeel juist daar nu hard nodig is. Ook krijgen onderwijsprofessionals meer tijd en middelen voor bij- en nascholing (de professionaliseringsmiddelen). Schoolleiders in het primair onderwijs ontvangen een arbeidsmarkttoelage en voor de schoolleiders in het voortgezet onderwijs komen extra middelen beschikbaar voor hun professionele ontwikkeling. Tot slot worden er middelen ingezet voor het versterken van de regionale aanpak, samen opleiden en om op Caribisch Nederland ook te kunnen werken aan dezelfde doelen als op Europees Nederland. Hieronder in tabelvorm een overzicht waar deze middelen op de OCW-begroting landen:

Leraren/schoolleiders (bedragen x € 1.000)

2022

2023

2024

2025

2026

Artikel 1

424.182

493.103

549.992

541.992

541.992

Artikel 3

328.230

335.309

240.420

248.420

248.420

Artikel 9

4.500

4.500

4.500

4.500

4.500

Artikel 95

5.088

5.088

5.088

5.088

5.088

Totaal

762.000

838.000

800.000

800.000

800.000

Versterken onderwijskwaliteit

Om de onderwijskwaliteit te versterken zijn middelen opgenomen voor een masterplan basisvaardigheden. Onderdeel hiervan zijn een subsidieregeling voor scholen om gericht te werken aan basisvaardigheden, middelen voor extra professionalisering van docenten, middelen voor interventies gericht op het bevorderen van leesmotivatie en leesvaardigheden en ondersteuning voor scholen op het gebied van burgerschap en digitale geletterdheid. Hierover is op 4 maart 2022 een brief naar de Tweede Kamer gestuurd ‘Veilig en vrij onderwijs’ (Kamerstukken II 2021/22, 31293 VIII, nr. 611) en op 12 mei 2022 ‘Masterplan basisvaardigheden en eindrapportage: analyse en evaluatie referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen’ (Kamerstukken II 2021/22, ... VIII, nr. ...). Ook zijn middelen toegevoegd om de capaciteit van de Inspectie van het Onderwijs te verhogen, zodat zij onder andere meer scholen kunnen bezoeken. Hieronder in tabelvorm een overzicht waar deze middelen op de OCW-begroting landen:

Versterken onderwijskwaliteit (bedragen x € 1.000)

2022

2023

2024

2025

2026

Artikel 1

238.626

278.313

126.500

126.800

126.800

Artikel 3

185.289

202.867

252.946

244.566

244.566

Artikel 4

8.585

8.585

8.585

8.585

8.585

Artikel 14

12.890

0

0

0

0

Artikel 95

10.127

10.235

9.983

9.963

9.963

Totaal

455.517

500.000

398.014

389.914

389.914

Vervolgopleidingen en onderzoek

De middelen uit de reeks vervolgopleidingen en onderzoek worden ingezet voor zowel vo, mbo als hoger onderwijs en onderzoek. In het vo wordt geïnvesteerd in de doorontwikkeling van de techniekhavo (vo). De bekostiging (vooral niveau 2) van het mbo wordt structureel opgehoogd waardoor mbo-instellingen kleinere klassen in kunnen richten en extra begeleiding en nazorg kunnen bieden aan studenten. Er worden ook middelen beschikbaar gesteld om de doorstroom in de beroepsonderwijskolom, vmbo-mbo-hbo te verbeteren. Om de aanpak van voortijdig schoolverlaten (vsv) te versterken wordt de Regionale Meld- en Coördinatiefunctie (RMC) uitgebreid naar de leeftijd van 27 jaar zodat jongeren zonder startkwalificatie in beeld blijven en RMC kan schakelen tussen school en gemeente om te voorkomen dat jongeren tussen wal en schip vallen. Er wordt ingezet op verbetering van studiekeuzevoorlichting (LOB) en een experiment gericht op schakelprogramma’s / oriëntatieprogramma’s die studenten effectief gaat helpen de juiste studie te kiezen. Daarnaast wordt er ingezet op het stimuleren van het aanbod van arbeidsmarktrelevante beroepsopleidingen, kleinschalig vakonderwijs en het verbeteren van de digitale veiligheid. Hierover wordt de Tweede Kamer voor de zomer geïnformeerd middels een beleidsbrief over de werkagenda van het middelbaar beroepsonderwijs.

In het hoger onderwijs en onderzoek wordt, in samenhang met de tijdelijke reeks van het fonds voor onderzoek wetenschap, structureel geïnvesteerd in het inhalen van achtergebleven investeringen in onderzoek, het versterken van de kwaliteit van hoger onderwijs en wetenschap, het verlagen van de werkdruk en in ruimte voor ongebonden onderzoek, het verbeteren van studentenwelzijn, het stimuleren van arbeidsmarktrelevante beroepsopleidingen en schakelprogramma’s en een betere balans tussen eerste en tweede geldstroom. Voor de zomer wordt de Kamer geïnformeerd over de voorgenomen inzet van instrumenten via de beleidsbrief hoger onderwijs en onderzoek. Hieronder in tabelvorm een overzicht waar deze middelen op de OCW-begroting landen:

Vervolgopleidingen en onderzoek (bedragen x € 1.000)

2022

2023

2024

2025

2026

Artikel 3

0

9.090

9.090

9.090

8.080

Artikel 4

86.257

148.921

156.350

156.350

156.350

Artikel 6

48.000

107.000

115.000

117.000

117.000

Artikel 7

61.000

201.000

201.000

201.060

201.000

Artikel 16

50.130

156.000

157.190

157.190

157.190

Artikel 95

3317

4583

5523

5488

6405

Totaal

248.704

626.594

644.153

646.178

646.025

Kansengelijkheid

Onder de reeks kansengelijkheid investeren we in een schooldag, waarbij scholen zelf bepalen wat zij nodig achten om de kansenongelijkheid te verkleinen doordat kinderen hun talenten kunnen ontwikkelen door middel van bijvoorbeeld sport en cultuur. We beginnen bij de scholen waar de nood het hoogst is. Daarnaast gaan we verder aan de slag met de verbeteraanpak passend onderwijs om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk leerlingen met een ondersteuningsbehoefte de ondersteuning krijgen die zij nodig hebben en zo veel mogelijk samen naar school kunnen gaan. We bevorderen doorstroom en differentiatie om leerlingen maximale kansen te geven in het onderwijs. Het stagepact en het aanpakken van stage discriminatie worden ook binnen deze reeks aangepakt. De bekostiging voor niveau 2 van mbo is opgehoogd waarmee tegemoet wordt gekomen aan het belangrijkste knelpunt dat is geconstateerd voor het mbo in het onderzoek naar de toereikendheid van de bekostiging van PWC. Tot slot worden middelen toegevoegd voor de versterking van de Maatschappelijke Diensttijd. Hieronder in tabelvorm een overzicht waar deze middelen op de OCW-begroting landen:

Kansengelijkheid (bedragen x € 1.000)

2022

2023

2024

2025

2026

Artikel 1

55.195

55.195

55.295

55.295

55.295

Artikel 3

8.500

8.500

8.400

8.400

8.400

Artikel 4

133.805

137.805

135.805

135.805

135.805

Artikel 95

500

500

500

500

500

Totaal

198.000

202.000

200.000

200.000

200.000

Fonds onderzoek en wetenschap

Met de middelen uit het fonds voor onderzoek en wetenschap wordt de komende tien jaar geïnvesteerd in hoger onderwijs, wetenschap en hoger onderwijs en wetenschapinnovatie. Hierover wordt de Tweede Kamer geïnformeerd middels een beleidsbrief in de tweede helft van juni 2022. Deze middelen geven een krachtige impuls aan onze kennisintensieve samenleving. De opgaven van het fonds, in samenhang met de opgave voor de structurele reeks vervolgopleidingen en onderzoek, zijn het inhalen van achtergebleven investeringen in onderzoek, verdere versterking van de onderzoeksinfrastructuur, versterken van de kwaliteit van hoger onderwijs en wetenschap, verlagen van de werkdruk en ruimte voor ongebonden onderzoek. De instrumenten (en bijbehorende middelen) voor onder meer talentontwikkeling, netwerkvorming tussen organisaties en tussen mensen, onderzoeksfaciliteiten en de transitie naar open science/education, adresseren gezamenlijk de genoemde opgaven. Met deze instrumenten wordt ingezet op zowel korte als lange termijn effecten. Het gaat om het aanjagen van veranderingen die ook na tien jaar effect zullen hebben. Vanuit deze pijler zijn ook middelen overgeheveld naar de EZK-begroting. Deze middelen worden ingezet om de Nederlandse deelname aan Europese partnerschappen binnen Horizon Europe, en aanpalende EU onderzoeks-en innovatieprogramma’s te versterken. Hieronder in tabelvorm een overzicht waar deze middelen op de OCW-begroting landen:

Fonds onderzoek en wetenschap (bedragen x € 1.000)

2022

2023

2024

2025

2026

Artikel 6

0

35.000

35.000

35.000

35.000

Artikel 16

199.792

387.492

388.902

386.902

386.902

Artikel 95

5.298

15.263

12.503

12.003

12.003

Totaal

205.090

437.755

436.405

433.905

433.905

Overboeking naar EZK

‒ 16.994

‒ 136.494

‒ 87.994

‒ 135.494

‒ 89.554

Cultuur en Media

In het coalitieakkoord zijn structurele middelen beschikbaar gesteld voor cultuur. In 2022 stelt het kabinet middelen beschikbaar voor het bevorderen van het herstel van de sector, onder andere door investeringen in de verbetering van de arbeidsmarktpositie, jongerencultuur en innovatie. Deze impuls moet bijdragen aan een goede herstart van de culturele- en creatieve sector na de coronacrisis. De extra middelen voor media gaan naar het uitbreiden van het beschikbare budget voor onderzoeksjournalistiek, de versterking van de kwaliteit van de lokale omroepen en de financiering van lokale omroepen via de OCW-begroting. Over de exacte invulling van de intensiveringen wordt de Tweede Kamer geïnformeerd via de hoofdlijnenbrieven van cultuur (voor 1 juni) en media (juni). Hieronder in tabelvorm een overzicht waar deze middelen op de OCW-begroting landen:

Cultuur en media (bedragen x € 1.000)

2022

2023

2024

2025

2026

Artikel 14

134.920

0

0

0

0

Artikel 15

13.190

0

0

0

0

Artikel 95

1.890

0

0

0

0

Totaal

150.000

0

0

0

0

Herinvoering basisbeurs

Het kabinet kiest ervoor om de basisbeurs in het hoger onderwijs in te voeren. Op 25 maart heeft het kabinet een brief aan de Tweede Kamer over de ‘Hoofdlijnen herinvoering basisbeurs en tegemoetkoming studenten’(Kamerstukken II 2021/22, 24724 VIII, nr. 176) gestuurd. In de brief wordt ingegaan op de mogelijke invulling van de basisbeurs en tegemoetkomingen de keuzes en dilemma’s die daaraan ten grondslag liggen. Op 4 april heeft ook een debat in de Tweede Kamer plaatsgevonden. Inmiddels is een wetsvoorstel in internetconsultatie. Het wetsvoorstel van de herinvoering van de basisbeurs zal na het zomerreces aan de Tweede Kamer worden aangeboden.

Voor het jaar 2022 zijn er reeds kosten op Artikel 11 in het kader van de uitvoering. De middelen voor deze uitvoeringskosten worden naar de OCW-begroting gehaald.

Reeksen van andere departementen

OCW krijgt voor diverse onderwerpen ook middelen uit reeksen van andere departementen. Het gaat om bijvoorbeeld cybersecurity en kennisveiligheid. Er worden ook middelen beschikbaar gesteld voor het mbo in Caribisch Nederland voor de aansluiting onderwijs arbeidsmarkt en arbeidsbemiddeling. Hieronder in tabelvorm een overzicht waar deze middelen op de OCW-begroting landen:

Reeksen van andere departementen (bedragen x € 1.000)

2022

2023

2024

2025

2026

Artikel 4

500

1.000

1.000

1.000

1.000

Artikel 95

2.717

1.000

1.000

1.000

1.000

Totaal

3.217

2.000

2.000

2.000

2.000

3. Ontvangen relevante loon- en prijsbijstelling

Het kabinet besluit dit jaar alle loon- en prijsontwikkeling (lpo), exclusief lpo op de coalitieakkoordreeksen, uit te keren over de departementale begrotingen, ter compensatie van stijgende lonen en prijzen. In tabel 4 is de verdeling van de lpo over de artikelen te zien. De relevante lpo-tranche 2022 die OCW ontvangt bedraagt in 2022 € 1.346,7 miljoen.

Tabel 4 Uitgekeerde relevante loon- en prijsontwikkeling tranche 2022 (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

2022

2023

2024

2025

2026

2027

1

Primair onderwijs

398.559

394.555

391.405

392.366

390.359

388.962

3

Voortgezet onderwijs

286.293

285.580

285.035

283.984

282.578

280.620

4

Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

156.568

170.807

161.459

159.647

158.959

158.397

6

Hoger beroepsonderwijs

130.839

133.834

136.590

139.014

139.828

137.550

7

Wetenschappelijk onderwijs

198.547

202.220

205.657

208.483

210.082

211.019

8

Internationaal beleid

484

484

490

484

483

483

9

Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid

6.240

5.639

5.514

5.334

5.308

5.310

11

Studiefinanciering

24.820

77.445

78.237

78.811

78.815

78.612

12

Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten

3.440

3.379

3.365

3.369

3.383

3.417

13

Lesgelden

467

469

479

479

512

516

14

Cultuur

41.628

41.193

41.251

41.042

41.168

41.292

15

Media

47.067

47.271

47.433

48.136

48.410

48.669

16

Onderzoek en wetenschapsbeleid

42.097

41.423

41.297

41.175

41.090

41.090

25

Emancipatie

538

595

598

625

628

628

91

Nog onverdeeld

0

0

0

0

0

0

95

Apparaat Kerndepartement

9.123

9.196

9.275

9.652

9.585

9.620

 

Totaal

1.346.710

1.414.090

1.408.085

1.412.601

1.411.188

1.406.185

4. Nationaal Groeifonds

In april 2022 heeft het kabinet het advies van de adviescommissie van het NGF overgenomen voor wat betreft verschillende toekenningen en omzettingen van investeringsvoorstellen. Hierover is op 14 april 2022 de Tweede Kamer geïnformeerd middels een algemene brief ‘Bekostiging investeringsvoorstellen tweede ronde Nationaal Groeifonds’ (Kamerstukken II 2021/22, 35925 XIX, nr 12). Voor OCW betekent dit een toevoeging van € 58,0 miljoen aan de begroting. Daarnaast zullen er naar verwachting later in het jaar nog middelen naar de OCW-begroting worden overgeheveld waar nu een advies op is gegeven van voorwaardelijke toekenning. Dit betekent dat hier nog aan enkele voorwaarden moet worden voldaan tot kan worden overgegaan op onvoorwaardelijke toekenning. Het gaat om middelen voor het Nationaal Platform Leren en Ontwikkelen. In tabel 5 is de verdeling over de verschillende projecten opgenomen. Kanttekening hierbij is dat de projecten nationale LLO Katalysator en de digitaliseringsimpuls onderwijs NL voor zowel het middelbaar als het hoger beroepsonderwijs bedoeld zijn.

Tabel 5 Nationaal Groeifonds (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

2022

2023

2024

2025

2026

2027

1, 3, 95

Open leermateriaal

1.783

7.125

11.586

0

0

0

1, 3, 95

Ontwikkelkracht

4.197

17.536

27.657

31.367

20.474

0

3, 95

Digitaal onderwijs goed geregeld

599

3.508

5.733

5.583

3.083

3.083

4

Collectief laagopgeleiden en laaggeletterden

300

3.400

3.900

0

0

0

6

Nationale LLO Katalysator

40.000

127.000

0

0

0

0

6

Digitaliseringsimpuls onderwijs NL

10.000

45.000

45.000

40.000

0

0

16

Biotech booster reeks

1.140

19.720

28.740

0

0

0

 

Totaal

58.019

223.289

122.616

76.950

23.557

3.083

5. Oekraïne

Er wordt € 230,9 miljoen toegevoegd aan de OCW-begroting voor Oekraïense ontheemden. Hierover bent u geïnformeerd in de verzamelbrief van 26 april 2022 over ‘Opvang ontheemden uit Oekraïne’ (Kamerstukken II 2021/22, 19637 VI, nr. 2887). Scholen in zowel het primair als het voortgezet onderwijs waar nieuwkomers uit Oekraïne les krijgen komen in aanmerking voor de nieuwkomersbekostiging. Dit budgettaire beslag geldt voor de periode van 1 maart 2022 tot 16 juli 2022 (einde schooljaar). De subsidie voor de ondersteuningsorganisatie voor het nieuwkomersonderwijs (LOWAN) om scholen te ondersteunen om kinderen uit Oekraïne zo snel mogelijk les te kunnen geven wordt verhoogd. Een aantal van de Oekraïense leerlingen komt nog op reguliere scholen terecht. Deze scholen hebben vaak niet de expertise om een nieuwkomersleerling les te geven zoals een nieuwkomersschool dat wel heeft. Er worden daarom middelen ingezet voor ambulante begeleiding vanuit de nieuwkomersscholen voor deze reguliere scholen, wat ervoor zorgt dat ook reguliere scholen expertise tot hun beschikking hebben. Ook worden gemeenten gesteund in het organiseren van leerlingenvervoer voor nieuwkomersonderwijs. Dit betreft een eenmalige decentralisatie-uitkering voor de periode 1 maart 2022 ‒ 16 juli 2022 (exclusief schoolvakanties). Daarnaast worden gemeenten financieel gesteund bij het regelen van extra onderwijshuisvesting in gevallen waar de bestaande onderwijshuisvesting niet toereikend is om de Oekraïense leerlingen op te vangen. Dit betreft een specifieke uitkering voor de periode 1 maart 2022 ‒ 16 juli 2022 (einde schooljaar). Tot slot wordt aan instellingen een tijdelijke compensatie aan Oekraïense studenten in het studiejaar 2021-2022 in het ho en mbo beschikbaar gesteld. Deze compensatie bedraagt maximaal 1.000 euro (betreft de kosten voor leefgeld en studie, bedrag conform Nibudnorm) per student per maand voor in beginsel drie maanden (maart – mei). In tabel 6 een overzicht van de verschillende maatregelen. 

Tabel 6 Vluchtelingen Oekraïne (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

2022

2023

2024

2025

2026

1, 3

Bekostiging nieuwkomers

79.304

0

0

0

0

1, 3

LOWAN

600

0

0

0

0

1, 3

Ambulante begeleiding

3.000

0

0

0

0

1

Oekraine leerlingvervoer

9.200

0

0

0

0

1, 3

Oekraine huisvesting/noodlocaties

136.278

0

0

0

0

4, 7

Tegemoetkoming voor Oekraïnse studenten

2.500

0

0

0

0

 

Totaal

230.882

0

0

0

0

6. Leerlingen- en studentenontwikkeling (inclusief studiefinanciering)

De Referentieraming is de jaarlijkse raming van leerlingen- en studentenaantallen. Uit de Referentieraming 2022 blijkt dat het aantal leerlingen en studenten tot 2025 iets lager ligt dan in de vorige raming. Vanaf 2026 neemt het aantal leerlingen in het primair onderwijs fors toe ten opzichte van de Referentieraming 2021. Dit komt met name door een toename in het geboortecijfer. Mede als gevolg hiervan ontstaan in het primair onderwijs in de eerste jaren meevallers en vanaf 2026 tegenvallers op de uitgaven. Daarnaast wordt er in het mbo een verschuiving geraamd van de beroepsopleidende leerweg (bol) naar de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) vanwege het werkloosheidseffect. De arbeidsmarkt is momenteel gunstig, waardoor studenten vaker kiezen voor een bbl-opleiding. Doordat de bekostiging van bbl-studenten lager ligt, heeft dit budgettaire consequenties in het mbo, zoals ook is te zien in de tabel.

Uit de ramingen blijkt dat in het hoger onderwijs, met name het hoger beroepsonderwijs, zich minder studenten hebben ingeschreven. Dit wordt met name veroorzaakt door mbo-bolgediplomeerden die vaker uitstromen naar de arbeidsmarkt en havo-gediplomeerden die vaker een tussenjaar nemen. Dit zorgt voor een meevaller vanaf 2023. In het wetenschappelijk onderwijs is de raming van 2022 van niet-EER studenten naar boven bijgesteld. In eerdere jaren was hier sprake van een onderraming, hetgeen nu zorgt voor een meevaller.

Op de raming van de uitgaven voor studiefinanciering doet zich per saldo een tegenvaller voor van € 33,6 miljoen in 2022. Deze per saldo tegenvaller wordt veroorzaakt door hoger geraamde omzettingen in het hoger onderwijs. In de jaren daarna betreft het een meevaller. Dit komt voornamelijk door de lagere raming van studentenaantallen in het ho.

In tabel 7 zijn de mutaties als gevolg van de nieuwe Referentieraming en de studiefinancieringsraming te zien. De bedragen voor de studiefinancieringsraming zijn een saldo van uitgaven en ontvangstenmutaties. Voor 2022 telt de uitgaventegenvaller van € 33,6 miljoen en de ontvangstentegenvaller van € 20,4 miljoen op tot een tegenvaller van € 54,1 miljoen (dit is exclusief de rente).

Tabel 7 Leerlingen- en studentenontwikkeling en studiefinanciering (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

2022

2023

2024

2025

2026

1

Primair onderwijs

‒ 10.400

‒ 7.800

‒ 4.200

‒ 4.200

71.400

3

Voortgezet onderwijs

‒ 11.300

36.300

45.100

44.300

50.700

4

Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

404

‒ 112.896

‒ 78.296

‒ 44.296

‒ 20.496

6

Hoger beroepsonderwijs

0

‒ 91.434

‒ 141.970

‒ 171.605

‒ 191.769

7

Wetenschaps onderwijs

0

‒ 28.948

‒ 39.152

‒ 43.420

‒ 47.815

11, 12

SF (relevant)

54.137

‒ 109.205

‒ 74.669

‒ 78.709

‒ 64.317

 

Totaal

32.841

‒ 313.983

‒ 293.187

‒ 297.930

‒ 202.297

7. Compensatie vervallen btw-vrijstelling

Bij de invoering van het passend onderwijs was de detachering van personeel naar of vanuit het samenwerkingsverband vrijgesteld van btw. Als gevolg van Europese regelgeving (eind 2018) is de btw-regelgeving aangescherpt en is deze btw-vrijstelling niet meer mogelijk. Dit levert extra kosten op voor samenwerkingsverbanden en deze opbrengst vloeit terug naar de schatkist. Met deze middelen worden zij gecompenseerd. Dit heeft betrekking op Artikel 1 van de OCW-begroting.

8. Saldo mee- en tegenvallers

Het saldo aan mee- en tegenvallers binnen de OCW-begroting is € 4,7 miljoen in 2022. De tegenvallers bestaan onder andere uit:

  • diverse contributies voor Europese organisaties die onderzoek doen;

  • de structurele kosten voor het IV-landschap van de RCE.

De hoogste meevaller die hiervoor is ingezet zijn de ontvangsten van het SIVON ter hoogte van € 5,5 miljoen. Het betreft ontvangsten die voor 2021 ingeboekt waren, maar pas in 2022 tot realisatie bleken te komen. Dit werd reeds aangekondigd in de brief van 13 december 2021 over ‘Budgettaire mutaties van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) sinds de Tweede Suppletoire Begroting 2021’ (Kamerstukken II 2021/22, 35925, nr. 142). 

De tegenvallers in de jaren 2023 tot en met 2026 worden gecompenseerd door de meevaller uit de referentieraming en de studiefinancieringsraming.

9. Overige problematiek en dekking

De overige problematiek en dekking op de OCW-begroting bedragen per saldo € 4,1 miljoen in 2022. Er zijn meerdere kleine technische in- en extensiveringen uitgevoerd, maar ook resterende problematiek uit eerdere jaren is opgelost. Het betreft onder andere:

  • Een intensivering voor de regeringscommissaris die is aangesteld voor de Nationale Aanpak Seksueel Overschrijdend Gedrag;

  • De rentemaatstaf: In 2019 werd besloten het Wetsvoorstel Wijziging van de Wet studiefinanciering 2000 in verband met een wijziging van de rentemaatstaf voor de lening hoger onderwijs in te trekken. De gederfde generale opbrengsten zijn specifiek gedekt met een taakstelling op de OCW-begroting, oplopend tot structureel € 226,0 miljoen in 2060. Voor deze kabinetsperiode (meerjarenperiode tot en met 2029) is de keuze gemaakt om de taakstelling te verdelen naar rato van de begrotingsomvang van de drie bewindspersonen en in te boeken op de Artikelen 1, 3, 4, 6, 7, 8, 14 en 16 voornamelijk als korting op de bekostiging. De totale taakstelling over deze artikelen is in 2026 structureel € 3,0 miljoen, in 2027 structureel € 7,0 miljoen, in 2028 structureel € 16,0 miljoen en in 2029 structureel € 26,0 miljoen. De oploop na 2029 blijft staan op de onderwijsbekostiging in het hoger onderwijs (Artikel 6 & 7);

  • De resterende problematiek uit de voorjaarsbesluitvorming van 2019 die geparkeerd stond op Artikel 7. De dekking vanaf 2026 en verder is in deze Eerste Suppletoire Begroting ingevuld door op de Artikelen 1, 3, 4, 6, 7, 8, 14 en 16 extensiveringen in te boeken naar rato van de begrotingsomvang. Het betreft € 38,0 miljoen in 2026 oplopend naar € 41,3 miljoen in 2030.

10. Kasschuiven

Op de begroting worden diverse meerjarige kasschuiven doorgevoerd, om de budgetten in overeenstemming te brengen met het verwachte bestedingsritme.

11. Niet-kaderrelevante mutaties

De niet-kaderrelevante mutaties hebben betrekking op de studiefinanciering. Het betreft hier enerzijds een bijstelling van € 359,9 miljoen naar beneden vanwege de per saldo tegenvaller in de studiefinancieringsraming. Daarnaast wordt er ook € 114,5 miljoen toegevoegd wegens lpo uitkering op de niet-kaderrelevante budgetten onder deze post.

12. Desalderingen

Dit betreft desalderingen van uitgaven en ontvangsten. De grootste desaldering binnen dit bedrag betreft de dotatie aan de Algemene Mediareserve van € 22,0 miljoen. Hiermee wordt aansluiting gevonden op de geactualiseerde Ster-raming.

13. Overig

Dit saldo bestaat uit verschillende mutaties:

  • Naar aanleiding van de kabinetsreactie op de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag wordt in totaal € 17,3 miljoen beschikbaar gesteld voor het op orde brengen van de informatiehuishouding;

  • In dit saldo zitten overboekingen van de Aanvullende Post, waaronder de reeks van aanpak jeugdwerkloosheid en de kwartiermakers Zeeland;

  • Overboekingen met andere departementen;

  • Technische mutaties en interne overboekingen vallen onder dit saldo;

  • Mutaties met betrekking tot de eindejaarsmarge. In onderstaande alinea wordt hier dieper op ingegaan.

Eindejaarsmarge

De eindejaarsmarge betreft het deel van de OCW-begroting dat in 2021 per saldo niet tot besteding is gekomen en bedraagt € 310,4 miljoen. Dit bedrag wordt in 2022 weer toegevoegd aan de begroting. Van dit bedrag wordt € 110,1 miljoen ingezet voor overlopende verplichtingen die in 2021 waren gepland maar pas in 2022 tot betaling komen. De overige eindejaarsmarge wordt ingezet voor:

  • de per saldo tegenvaller op de OCW-begroting (voornamelijk veroorzaakt door de studiefinancieringsraming);

  • de regeringscommissaris voor Aanpak Seksueel Overschrijdend Gedrag;

  • het aanvullen van het Museaal Aankoopfonds;

  • het uitvoeren van motie Westerveld met betrekking tot het versnellen van de uitvoering verbeteraanpak passend onderwijs (Kamerstukken 2021/22, 35925, nr 54).

De overige € 142,4 miljoen wordt ingezet om de taakstelling op het NP Onderwijs uit het coalitieakkoord te dekken. In tabel 8 is uitgesplitst zichtbaar hoe de eindejaarsmarge is opgedeeld

Tabel 8 Inzet eindejaarsmarge (Bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

2022

91

Coalitieakkoord korting NP Onderwijs

142.447

Diverse

Overlopende verplichtingen

110.149

Diverse

Tegenvallers

32.065

25, 95

Regeringscommissaris voor aanpak seksueel overschrijdend gedrag

3.739

14

Aanvullen Museaal Aankoopfonds

19.000

1

Motie Westerveld

3.000

 

Saldo eindejaarsmarge

310.400

De taakstelling NP Onderwijs is opgenomen in het coalitieakkoord en bedraagt € 230,0 miljoen. Na inzet van de eindejaarsmarge blijft er € 87,6 miljoen over om te dekken. Dit deel wordt gedekt uit de CA-reeksen. Dit betreft € 43,8 miljoen uit de reeks Versterken onderwijskwaliteit, € 41,9 miljoen uit de reeks Vervolgopleidingen en onderzoek en € 1,9 uit de reeks Fonds onderzoek en wetenschap.

2.2 Overzicht Coronamaatregelen

Ook in het jaar 2022 heeft het kabinet weer diverse (nood)maatregelen genomen om de coronacrisis het hoofd te bieden. Deze paragraaf geeft een overzicht van de spoedeisende maatregelen waarvoor generale middelen beschikbaar zijn gesteld via Incidentele Suppletoire Begrotingen en Nota's van Wijziging.

Tabel 9 Extracomptabele tabel overzicht Coronamaatregelen (bedragen x € 1.000)

Art.

Naam maatregel/regeling

Bedrag verplichtingen 2022

Bedrag uitgaven 2022

Bedrag ontvangsten 2022

Relevante Kamerstukken

diverse

Nationaal Programma Onderwijs

1.388.636

178.317

0

(Kamerstukken II 2021/22, 36022 VIII, nr. 2), (Kamerstukken 2021/22, 36082 VIII, nr. 2)

3

Examens

51.449

51.449

0

(Kamerstukken II 2021/22, 36014 VIII, nr. 2)

14

Steunpakket cultuur

259.342

259.342

0

(Kamerstukken II 2021/22, 36005 VIII, nr. 2), (Kamerstukken II 2021/22, 36014 VIII, nr. 2), (Kamerstukken II 2021/22, 36024 VIII, nr. 2), (Kamerstukken II 2021/22, 36082 VIII, nr. 2), (Kamerstukken II 2021/22, 35925 VIII, nr. 122)

1, 3

Ventilatie

130.000

130.000

0

(Kamerstukken II 2021/22, 36022 VIII, nr. 2), (Kamerstukken 2021/22, 36082 VIII, nr. 2)

diverse

Zelftesten

183.356

185.755

0

(Kamerstukken II 2021/22, 36022 VIII, nr. 2)

1. Nationaal Programma Onderwijs maatregelen (€ 178,3 miljoen)

In de 4e Incidentele Suppletoire Begroting zijn diverse mutaties op het Nationaal Programma Onderwijs (NP Onderwijs) gedaan. Het betreft hier voornamelijk overlopende verplichtingen om bijvoorbeeld het juiste betaalritme te bewerkstelligen. Of om niet-bestede middelen uit 2021 over te hevelen naar 2022. In de 6e Incidentele Suppletoire Begroting is het tweede deel van het NP Onderwijs dat nog op de Aanvullende Post stond, overgeheveld naar de OCW-begroting. Tevens zijn in die ISB de middelen van Artikel 91 (Onverdeeld) naar de juiste begrotingsartikelen geboekt.

2. Examens (€ 51,4 miljoen)

In de 3e Incidentele Suppletoire Begroting zijn middelen voor de examens toegevoegd aan de OCW-begroting. Dit betreft middelen waarmee aanpassingen kunnen worden gedaan aan het eindexamen.

3. Steunpakket cultuur (€ 259,3 miljoen)

Via diverse Incidentele Suppletoire Begrotingen zijn extra middelen toegevoegd aan de OCW-begroting om de culturele en creatieve sector tegemoet te komen vanwege de gevolgen van de beperkende maatregelen door covid-19.

4. Ventilatie (€ 130,0 miljoen)

In de 4e Incidentele Suppletoire Begroting is € 20,0 miljoen beschikbaar gesteld voor onder andere CO2-meters voor in elk klaslokaal in het funderdend onderwijs. Daarna is in de 6e Incidentele Suppletoire nog eens € 110,0 miljoen beschikbaar gesteld voor 2022 om de bestaande SUViS-regeling die via de begroting van BZK liep, voort te zetten via de begroting van OCW. In diezelfde 6e Incidentele Suppletoire Begroting is voor 2023 € 30,0 miljoen beschikbaar gesteld.

5. Zelftesten (€ 185,8 miljoen)

Met betrekking tot het onderwerp zelftesten zijn er op verschillende momenten in 2021 middelen aan de OCW-begroting toegevoegd. In 2021 bleef budget over. Omdat OCW ook in 2022 door zou gaan met het inzetten van zelftesten in het onderwijs, zijn alle niet uitgeputte middelen op het gebied van zelftesten op de OCW-begroting van 2021 bijgeboekt in 2022.

3 De beleidsartikelen

3.1 Beleidsartikel 1. Primair onderwijs

Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 10 Budgettaire gevolgen van beleid art.1 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbe-groting 2022 (1)

Mutaties via NvW, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2022 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Verplichtingen

12.593.171

1.650.085

14.243.256

1.660.200

15.903.456

1.195.834

1.212.226

1.136.810

1.192.615

     

0

    

Totale uitgaven

13.432.668

1.025.053

14.457.721

1.240.488

15.698.209

1.243.189

1.166.798

1.153.807

1.208.837

waarvan juridisch verplicht (%)

         
          

Bekostiging

12.607.996

895.534

13.503.530

974.794

14.478.324

1.026.662

1.084.601

1.076.442

1.136.995

Bekostiging po-instellingen

11.480.147

508.400

11.988.547

963.718

12.952.265

957.202

1.017.311

1.009.145

1.069.700

Bekostiging Caribisch Nederland

21.446

4.051

25.497

3.060

28.557

5.478

5.598

5.605

5.605

Prestatiebox

0

0

0

 

0

0

0

0

0

Aanvullende bekostiging

155.536

0

155.536

4.783

160.319

60.783

60.783

60.783

60.781

Aanpak lerarentekort G5

30.696

0

30.696

909

31.605

909

909

909

909

Aanvullende bekostiging Nationaal Programma Onderwijs

920.171

383.083

1.303.254

2.324

1.305.578

2.290

0

0

0

Subsidies (regelingen)

113.785

970

114.755

211.980

326.735

193.709

45.806

44.946

42.921

Onderwijsvoorziening jonggehandicapten

23.724

0

23.724

749

24.473

749

749

749

749

Nederlands onderwijs buitenland

13.319

170

13.489

420

13.909

420

420

420

420

Humanistisch vormend en godsdienstonderwijs

14.408

600

15.008

973

15.981

989

1.006

1.006

1.006

Inhaal- en ondersteuningsprogramma's

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Extra hulp voor de klas

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Rijke schooldag

0

0

0

34.000

34.000

34.000

34.000

34.000

34.000

Basisvaardigheden

0

0

0

168.726

168.726

151.113

0

0

0

Nationaal Groeifonds

0

0

0

0

0

3.988

7.056

6.154

4.085

Overige subsidies

62.334

200

62.534

7.112

69.646

2.450

2.575

2.617

2.661

Opdrachten

28.692

22.582

51.274

3.001

54.275

8.965

9.545

9.639

9.685

Opdrachten

28.692

‒ 6.661

22.031

3.001

25.032

8.965

9.545

9.639

9.685

Zelftesten

0

29.243

29.243

0

29.243

0

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

32.246

0

32.246

8.500

40.746

2.913

2.010

2.265

2.336

Dienst Uitvoering Onderwijs

32.246

0

32.246

8.500

40.746

2.913

2.010

2.265

2.336

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

7.260

0

7.260

86

7.346

86

86

86

86

Stichting Vervangingsfonds en Particpatiefonds

4.702

0

4.702

0

4.702

0

0

0

0

UWV

2.558

0

2.558

86

2.644

86

86

86

86

Bijdragen aan medeoverheden

642.536

105.967

748.503

42.122

790.625

16.884

24.380

20.059

16.444

Gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid

521.212

0

521.212

15.125

536.337

15.142

15.150

15.150

15.150

Caribisch Nederland

20.394

0

20.394

‒ 3.041

17.353

1.653

9.141

4.820

1.205

Scholenprogramma Groningen

3.000

0

3.000

89

3.089

89

89

89

89

Nationaal Programma Onderwijs

97.930

‒ 4.033

93.897

0

93.897

0

0

0

0

Ventilatie in scholen

0

110.000

110.000

0

110.000

0

0

0

0

SPUK huisvesting noodlocaties PO

0

0

0

29.949

29.949

0

0

0

0

Bijdragen aan (andere) begrotingshoofdstukken

153

0

153

5

158

‒ 6.030

370

370

370

Brede scholen

0

0

0

0

0

370

370

370

370

BES(t)4kids

153

0

153

5

158

‒ 6.400

0

0

0

     

0

    

Ontvangsten

9.308

0

9.308

5.500

14.808

0

0

0

0

Tabel 11 Uitsplitsing verplichtingen
 

Ontwerpbe-groting 2022 (1)

Mutaties via NvW, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2022 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Verplichtingen

12.593.171

1.650.085

14.243.256

1.660.200

15.903.456

1.195.834

1.212.226

1.136.810

1.192.615

waarvan garantieverplichtingen

    

0

    

waarvan overig

12.593.171

1.650.085

14.243.256

1.660.200

15.903.456

1.195.834

1.212.226

1.136.810

1.192.615

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2022" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 1.660,2 miljoen verhoogd. Het verschil tussen de verplichtingen- en uitgavenmutaties wordt voornamelijk veroorzaakt door de loon- en prijsbijstelling tranche 2022 ten behoeve van het bekostigingsjaar 2023 die in het najaar van 2022 al wordt verplicht.

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het budget wordt per saldo met € 974,8 miljoen verhoogd. De verhoging wordt voornamelijk veroorzaakt door:

  • de middelen die beschikbaar zijn gekomen in het kader van het coalitieakkoord (€ 500,0 miljoen) en ten behoeve van de po-leerlingen uit Oekraïne (€ 58,7 miljoen);

  • de doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2022 van circa € 380 miljoen;

  • de compensatie voor het vervallen van de btw-vrijstelling bij detachering van personeel naar of vanuit het samenwerkingsverband door aangescherpte Europese regelgeving (structureel € 30,0 miljoen);

  • een in de veegbrief aangekondigde overlopende verplichting van € 17,1 miljoen vanuit 2021 naar 2022 inzake de extra loonruimte van 0,16%.

Zie het algemene deel voor een verdere toelichting op loon- en prijsbijstelling, middelen uit het coalitieakkoord en middelen ten behoeve van de po-leerlingen uit Oekraïne.

Subsidies

Het budget voor het instrument subsidies wordt per saldo met € 212,0 miljoen verhoogd. Dit wordt met name verklaard door de toevoeging van loon- en prijsbijstelling van € 2,3 miljoen, de toevoeging van middelen uit het coalitieakkoord van € 203,4 miljoen en de toevoeging van middelen ten behoeve van de po-leerlingen uit Oekraïne van € 1,8 miljoen. Zie het algemene deel voor een verdere toelichting op deze onderwerpen en op de honorering van de voorstellen voor het Nationaal Groeifonds vanaf 2023.

Bijdrage aan medeoverheden

Het budget wordt per saldo met € 42,1 miljoen verhoogd. De verhoging wordt voornamelijk veroorzaakt door:

  • de specifieke uitkering aan gemeenten in het kader van de huisvesting van de po-leerlingen uit Oekraïne (€ 29,9 miljoen; zie het algemene deel);

  • de doorverdeling van de loonbijstelling tranche 2022: € 15,8 miljoen (zie het algemene deel).

3.2 Beleidsartikel 3. Voortgezet onderwijs

Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 12 Budgettaire gevolgen van beleid art. 3 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbe-groting 2022 (1)

Mutaties via NvW, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2022 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Verplichtingen

9.092.260

1.080.117

10.172.377

1.550.290

11.722.667

893.247

871.601

868.381

851.528

          

Totale uitgaven

9.665.622

499.330

10.164.952

959.194

11.124.146

890.120

878.527

868.444

851.465

waarvan juridisch verplicht (%)

         
          

Bekostiging

9.265.929

402.355

9.668.284

691.614

10.359.898

731.149

786.878

785.011

780.828

Bekostiging vo-instellingen

8.846.103

49.374

8.895.477

683.783

9.579.260

723.008

779.592

777.726

773.683

Resultaatafhankelijke bekostiging vsv aan vo-instellingen

18.057

0

18.057

0

18.057

0

0

0

0

Bekostiging Caribisch Nederland

17.336

3.975

21.311

3.201

24.512

3.246

3.361

3.360

3.360

Prestatiebox

0

0

0

535

535

535

535

535

535

Aanvullende regeling strategisch personeelsbeleid, begeleiding starters en thuiszitters

109.931

0

109.931

0

109.931

0

0

0

0

Aanvullende regelingen leerlingendaling1

4.540

0

4.540

3.390

7.930

3.390

3.390

3.390

3.250

Aanvullende bekostiging Nationaal Programma Onderwijs

269.962

349.006

618.968

705

619.673

970

   

Subsidies (regelingen)

210.479

200

210.679

131.098

341.777

136.643

52.265

44.553

34.724

Stichting Kennisnet (basissubsidie) po, vo, mbo

19.755

0

19.755

2.719

22.474

4.870

7.663

529

529

Pilots lente- en zomerscholen vo

9.000

0

9.000

4.039

13.039

267

267

267

273

Nieuwe leerweg

9.825

0

9.825

‒ 306

9.519

316

0

0

0

Inhaal- en ondersteuningsprogramma's

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Extra hulp voor de klas

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Regeling brede brugklas

102.000

0

102.000

‒ 201

101.799

0

0

0

0

Basisvaardigheden

0

0

0

107.874

107.874

96.614

0

0

0

Nationaal Groeifonds

0

0

0

310

310

6.984

15.439

14.027

7.291

Overige subsidies

69.899

200

70.099

16.663

86.762

27.592

28.896

29.730

26.631

Opdrachten

23.080

89.805

112.885

13.310

126.195

15.378

33.521

33.180

30.576

Opdrachten

23.080

‒ 4.060

19.020

13.421

32.441

15.378

33.521

33.180

30.576

Zelftesten

0

93.865

93.865

‒ 111

93.754

0

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

56.086

9.000

65.086

4.865

69.951

5.520

4.433

4.270

3.907

Dienst Uitvoering Onderwijs

56.086

9.000

65.086

4.865

69.951

5.520

4.433

4.270

3.907

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

47.151

549

47.700

11.968

59.668

1.420

1.420

1.420

1.420

College voor Toetsen en Examens

4.478

289

4.767

10.342

15.109

40

40

40

40

SLOA: onderwijs ondersteunende instellingen

42.673

260

42.933

1.626

44.559

1.380

1.380

1.380

1.380

Bijdragen aan medeoverheden

62.611

‒ 2.579

60.032

106.329

166.361

0

0

0

0

Nationaal Programma Onderwijs

62.611

‒ 2.579

60.032

0

60.032

0

0

0

0

SPUK huisvesting noodlocaties VO

0

0

0

106.329

106.329

0

0

0

0

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

286

0

286

10

296

10

10

10

10

GRAZ (ECML) en PISA

286

0

286

10

296

10

10

10

10

          

Ontvangsten

7.391

0

7.391

0

7.391

0

0

0

0

X Noot
1

Dit budget is in 2020 ook beschikbaar en maakt onderdeel uit van de regel: 'bekostiging vo-instellingen'

Tabel 13 Uitsplitsing verplichtingen
 

Ontwerpbe-groting 2022 (1)

Mutaties via NvW, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2022 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Verplichtingen

9.092.260

1.080.117

10.172.377

1.550.290

11.722.667

893.247

871.601

868.381

851.528

waarvan garantieverplichtingen

   

‒ 25.814

     

waarvan overig

9.092.260

1.080.117

10.172.377

1.576.104

11.722.667

893.247

360.745

357.905

342.062

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2022" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 1.550,3 miljoen verhoogd. Het verschil tussen de verplichtingen- en uitgavenmutaties wordt veroorzaakt door een opwaartse bijstelling op de verplichtingenruimte voor het NP Onderwijs van € 295,1 miljoen. Daarnaast wordt de loon- en prijsbijstelling tranche 2022 ten behoeve van het bekostigingsjaar 2023 in het najaar van 2022 al verplicht. Dit verklaart € 274,8 miljoen van het verschil in de verplichtingen- en uitgavenmutaties.

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het budget voor het instrument bekostiging wordt per saldo met € 691,6 miljoen verhoogd. Dit is grotendeels het gevolg van de toevoeging van loon- en prijsbijstelling van € 279,5 miljoen, de toevoeging van middelen uit het coalitieakkoord van € 381,2 miljoen en middelen voor onderwijs aan leerlingen uit Oekraïne van € 29,8 miljoen. Zie voor een verdere toelichting op loon- en prijsbijstelling, middelen uit het coalitieakkoord en middelen voor onderwijs aan vo-leerlingen uit Oekraïne de toelichting in het algemene deel.

Subsidies

Het budget voor het instrument subsidies wordt per saldo met € 131,1 miljoen verhoogd. Dit wordt verklaard door de toevoeging van loon- en prijsbijstelling van € 3,2 miljoen, toevoeging van middelen uit het coalitieakkoord van € 117,2 miljoen en de honorering van voorstellen voor het Nationaal Groeifonds van € 3,7 miljoen. Daarnaast zijn middelen toegevoegd door een overlopende verplichting van € 4,0 miljoen op de regeling onnodig zittenblijven. Zie voor een verdere toelichting op loon- en prijsbijstelling, middelen uit het coalitieakkoord en het Nationaal Groeifonds de toelichting in het algemene deel.

Opdrachten

Het budget voor het instrument opdrachten wordt per saldo met € 13,3 miljoen verhoogd. Dit wordt verklaard door de toevoeging van loon- en prijsbijstelling van € 0,2 miljoen, toevoeging van middelen uit het coalitieakkoord van € 23,1 miljoen en de honorering van voorstellen voor het Nationaal Groeifonds van € 1,6 miljoen. Daarnaast is € 7,5 miljoen overgeboekt naar het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) voor effectonderzoek en monitoring van het NP Onderwijs. Zie voor een verdere toelichting op middelen uit het coalitieakkoord en het Nationaal Groeifonds de toelichting in het algemene deel.

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

Het budget voor het instrument bijdragen aan ZBO's/RWT's wordt per saldo met € 12,0 miljoen verhoogd. Dit wordt verklaard door overboekingen van Artikel 1 (po) en Artikel 4 (mbo) van € 10,2 miljoen ten behoeve van het werkprogramma van het CvTE. Daarnaast is € 1,5 miljoen toegevoegd voor de loon- en prijsbijstelling.

Bijdrage aan medeoverhedenHet budget voor het instrument bijdragen aan medeoverheden wordt met € 106,3 miljoen verhoogd. Dit is te verklaren door de toevoeging van € 106,3 miljoen voor huisvesting en noodlocaties voor het onderwijs aan leerlingen uit Oekraïne. Zie voor een verdere toelichting op middelen voor onderwijs aan vo-leerlingen uit Oekraïne de toelichting in het algemene deel.

3.3 Beleidsartikel 4. Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 14 Budgettaire gevolgen van beleid art. 4 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbe-groting 2022 (1)

Mutaties via NvW, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2022 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Verplichtingen

4.936.643

112.971

5.049.614

591.326

5.640.940

448.394

438.669

435.975

417.724

          

Totale uitgaven

5.065.898

117.471

5.183.369

389.094

5.572.463

396.694

406.221

413.338

420.528

waarvan juridisch verplicht (%)

    

99,8%

    
          

Bekostiging

4.477.645

0

4.477.645

242.185

4.719.830

171.757

178.146

210.685

231.020

Bekostiging mbo-instellingen

4.030.302

0

4.030.302

147.573

4.177.875

36.160

154.862

187.450

205.908

Bekostiging Caribisch Nederland

8.616

0

8.616

2.091

10.707

2.282

2.275

2.275

2.275

Bekostiging vavo

69.883

0

69.883

2.278

72.161

2.278

2.278

2.278

2.278

Kwaliteitsafspraken investeringsbudget

252.785

0

252.785

88.362

341.147

215.318

11.919

11.919

11.919

Kwaliteitsafspraken resultaatafhankelijk budget

0

0

0

0

0

‒ 97.845

3.586

3.586

3.586

Regionaal Investeringsfonds

22.345

0

22.345

139

22.484

1.322

419

370

2.247

Salarismix Randstadregio's

52.664

0

52.664

1.742

54.406

1.742

1.742

1.742

1.742

Regionaal Programma

30.550

0

30.550

0

30.550

0

1.065

1.065

1.065

Begeleidingsgesprekken jeugdwerkloosheid

10.500

0

10.500

0

10.500

10.500

0

0

0

Tegemoetkoming schoolkosten MBO

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Subsidies (regelingen)

349.847

98.141

447.988

132.570

580.558

201.264

181.398

156.030

142.795

Praktijkleren

295.358

0

295.358

22.439

317.797

43.187

22.618

1.500

‒ 12.501

Leven lang ontwikkelen

6.782

0

6.782

309

7.091

‒ 226

‒ 290

‒ 290

310

Actieplan Laaggeletterdheid/Tel mee met Taal

15.283

0

15.283

‒ 1.439

13.844

392

371

298

298

Loopbaanoriëntatie

1.809

0

1.809

‒ 542

1.267

33.051

33.044

33.044

33.044

Vakwedstrijden mbo

4.191

0

4.191

136

4.327

136

34

0

0

Inhaal- en ondersteuningsprogramma's

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Extra hulp voor de klas

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Zelftesten

0

3.364

3.364

0

3.364

0

0

0

0

Maatschappelijke diensttijd

0

94.677

94.677

105.000

199.677

105.000

105.000

105.000

105.000

Doorstroom beroepskolom

0

0

0

8.000

8.000

8.000

8.000

8.000

8.000

NGF Laaggeletterdheid

0

0

0

0

0

3.400

3.900

0

0

Overige subsidies

26.424

100

26.524

‒ 1.333

25.191

8.324

8.721

8.478

8.644

Opdrachten

19.016

19.330

38.346

7.294

45.640

7.318

7.437

7.409

7.412

Opdrachten

19.016

2.800

21.816

7.183

28.999

7.318

7.437

7.409

7.412

Zelftesten

0

16.530

16.530

111

16.641

0

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

20.989

0

20.989

2.764

23.753

682

672

672

703

Dienst Uitvoering Onderwijs

17.439

0

17.439

2.645

20.084

578

568

568

599

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

3.550

0

3.550

119

3.669

104

104

104

104

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

72.938

0

72.938

‒ 4.744

68.194

6.749

4.644

4.618

4.674

College voor Toetsen en Examens

9.638

0

9.638

‒ 9.135

503

198

220

220

220

Wet SLOA

1.127

0

1.127

‒ 863

264

37

37

36

92

SBB

62.173

0

62.173

5.254

67.427

6.514

4.387

4.362

4.362

Bijdragen aan medeoverheden

125.463

0

125.463

9.025

134.488

8.924

33.924

33.924

33.924

RMC's

42.703

0

42.703

1.963

44.666

1.862

26.206

26.206

26.206

Educatie

63.560

0

63.560

7.062

70.622

7.062

7.062

7.062

7.062

Caribisch Nederland

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Regionaal Programma

19.200

0

19.200

0

19.200

0

656

656

656

          

Ontvangsten

4.000

0

4.000

0

4.000

0

0

0

0

Tabel 15 Uitsplitsing verplichtingen
 

Ontwerpbe-groting 2022 (1)

Mutaties via NvW, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2022 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Verplichtingen

4.936.643

112.971

5.049.614

486.326

5.535.940

343.394

333.669

330.975

312.724

waarvan garantieverplichtingen

0

0

 

40.632

40.632

0

0

0

0

waarvan overig

4.936.643

112.971

5.049.614

445.694

5.495.308

343.394

333.669

330.975

312.724

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2022" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden in 2022 met € 591,3 miljoen verhoogd. Het verschil tussen de verplichtingen- en uitgavenmutaties (€ 202,2 miljoen) wordt veroorzaakt door:

  • De garantieverplichtingen die met € 40,6 miljoen worden verhoogd. Dit is het saldo van de tot nu toe in 2022 verleende en vervallen leningen en rekening-courant kredieten aan onderwijsinstellingen via schatkistbankieren;

  • Bijstelling van circa € 160,0 miljoen van de verplichtingenraming omdat bij de instrumenten bekostiging en kwaliteitsafspraken de loon- en prijsbijstelling tranche 2022, budgettair effect van de referentieraming en de intensiveringen uit het coalitieakkoord voor zowel 2022 als 2023 in het jaar 2022 worden verplicht aan de mbo-instellingen.

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het budget voor de bekostiging wordt per saldo met € 242,2 miljoen verhoogd in 2022.

Deze verhoging wordt veroorzaakt door:

  • De doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2022 (zie ook algemene toelichting), waardoor de bekostiging voor circa € 141,2 miljoen structureel wordt opgehoogd;

  • De budgettaire gevolgen van de referentieraming 2022 ten opzichte van de referentieraming 2021. Vanwege het werkloosheidseffect worden minder bol-studenten t.o.v. bbl-studenten geraamd. Dit betekent dat hoewel per saldo het aantal studenten gelijk blijft, het macrobudget van de bekostiging hierdoor wel vanaf 2023 neerwaarts bijgesteld wordt omdat de bekostiging van bbl-studenten lager ligt (zie ook algemene toelichting);

  • De bekostiging voor niveau 2 in het mbo wordt vanaf 2024 opgehoogd met € 95,0 miljoen structureel vanuit de CA-enveloppes vervolgopleidingen en kansengelijkheid (zie ook algemene toelichting). Hiermee komen we tegemoet aan het belangrijkste knelpunt dat is geconstateerd voor het mbo in het onderzoek naar de toereikendheid van de bekostiging van PWC. In de zomer 2022 zal een integraal besluit worden genomen over de resterende middelen in de enveloppes kansengelijkheid en kwaliteit. De mbo-bekostiging zal voor deze CA-maatregel aangepast moeten worden via wetgeving;

  • De verhoging van het instrument kwaliteitsafspraken investeringsbudget met € 80,0 miljoen in 2022 en € 95,0 miljoen in 2023 voor de ophoging van de bekostiging van niveau 2. Een groot deel van deze middelen worden beschikbaar gesteld uit de CA-enveloppes vervolgopleidingen en kansengelijkheid (zie ook algemene toelichting). Daarnaast vindt in 2023 een incidentele overboeking van € 108,4 miljoen plaats van het resultaatafhankelijk budget naar het investeringsbudget van de kwaliteitsafspraken. Deze overboeking vindt plaats omdat de middelen in 2023 worden uitbetaald via het investeringsbudget in plaats van het resultaatafhankelijk budget;

  • De maatregelen in het kader van de aanpak jeugdwerkloosheid worden in 2023 verlengd met € 25,0 miljoen;

  • De verhoging van de bekostiging Caribisch Nederland met € 0,5 miljoen voor 2022 en vanaf 2023 structureel met € 1,0 miljoen. Deze middelen worden beschikbaar gesteld voor de aansluiting onderwijs arbeidsmarkt en arbeidsbemiddeling uit de CA-enveloppe Caribisch Nederland van BZK (zie ook algemene toelichting);

  • Diverse mutaties om dekking te realiseren voor het programma racisme en discriminatie in 2022 (€ 0,2 miljoen), het terugdraaien van de verhoging van de rentemaatstafmaatregel bij studiefinanciering in 2026 en verder (€ 4,7 miljoen oplopend naar € 7,8 miljoen in 2029) en de problematiek uit het voorjaar van 2019. Zie ook algemene toelichting.

Subsidies

Het budget voor subsidies wordt per saldo met € 132,6 miljoen verhoogd in 2022. Deze verhoging wordt veroorzaakt door:

  • Het instrument maatschappelijke diensttijd wordt vanaf 2022 structureel met € 105,0 miljoen verhoogd. Deze middelen worden gefinancierd uit de CA-enveloppe kansengelijkheid (zie ook algemene toelichting);

  • Uit de CA-enveloppe vervolgopleidingen wordt vanaf 2023 structureel € 33,0 miljoen geïnvesteerd in de intensivering van loopbaanoriëntatie om de studiekeuze van studenten verder te verbeteren in het mbo (zie ook algemene toelichting);

  • De doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2022 (zie ook algemene toelichting) voor circa € 8,4 miljoen;

  • Een toevoeging van € 13,4 miljoen aan de regeling praktijkleren in 2022. In het kader van de Aanpak Jeugdwerkloosheid en het NP Onderwijs zijn er voor de jaren 2021 en 2022 extra middelen toegevoegd aan de regeling praktijkleren om een vergoeding van € 2.700 (het maximum) per leerwerkplek uit te betalen aan bedrijven. In 2022 is er € 13,4 miljoen extra beschikbaar gesteld om, op basis van de huidige ramingen, het budget voor de subsidieregeling praktijkleren voor 2022 weer naar € 2.700 (het maximum) per leerwerkplek te brengen. Daarnaast vindt er een kasschuif plaats op het budget voor de regeling praktijkleren. Voor de jaren vanaf 2023 is het budget voor de regeling niet toereikend voor € 2.700 per leerwerkplek. Er heeft een kasschuif plaatsgevonden zodat er vanaf 2023 en verder een stabiele vergoeding voor het bedrijfsleven zal ontstaan op basis van de beschikbare middelen. De vergoeding voor alle sectoren over deze jaren is gemiddeld circa € 2.300. Door deze kasschuif worden de beschikbare middelen in relatie gezet met het verwachte aantal leerwerkplekken in de verschillende jaren op basis van de nieuwe referentieraming;

  • Het instrument doorstroom beroepskolom wordt vanaf 2022 structureel met € 8,0 miljoen verhoogd. Het betreft de uitvoering van de maatregel om de doorstroom in de gehele beroepskolom te verbeteren van vmbo t/m hbo uit de CA-enveloppe kansengelijkheid (zie ook algemene toelichting) en een aandeel voor hbo voor doorstroom in de beroepskolom van circa € 20,0 miljoen staat op Artikel 6 uit de enveloppe vervolgopleidingen (zie ook algemene toelichting);

  • Uit de toekenning van middelen uit het Nationaal Groeifonds voor het collectief opleiden van laagopgeleiden en laaggeletterden is in totaal € 7,6 miljoen beschikbaar gekomen in 2023 en 2024. Hiervan is € 7,3 miljoen bestemd als subsidie en staat € 0,3 miljoen bij opdrachten voor de voorbereiding van het traject;

  • Een structureel bedrag van ongeveer € 8,0 miljoen wordt vanaf 2023 gefinancierd uit de CA-enveloppes vervolgopleidingen voor loopbaanoriëntatie en veilig digitaal onderwijs (zie ook algemene toelichting);

  • Tenslotte is er € 0,2 miljoen additioneel toegevoegd voor de tegemoetkoming voor Oekraïense studenten (zie ook algemene toelichting).

Opdrachten

Het budget voor opdrachten wordt per saldo met € 7,3 miljoen verhoogd in 2022. Deze verhoging wordt veroorzaakt door:

  • De doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2022 (zie ook algemene toelichting) voor circa € 0,2 miljoen structureel opgehoogd;

  • Diverse structurele mutaties van ongeveer € 4,7 miljoen voor de financiering van de uitvoeringskosten, oriëntatieprogramma’s, masterplan basisvaardigheden en docenten burgerschap uit de CA-enveloppes vervolgopleidingen, kansengelijkheid en kwaliteit (zie ook algemene toelichting).

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

Het budget voor bijdragen aan ZBO’s/RWT’s wordt per saldo met € 4,7 miljoen verlaagd in 2022. Deze verlaging wordt veroorzaakt door:

  • De doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2022 (zie ook algemene toelichting) voor circa € 2,3 miljoen structureel opgehoogd;

  • De verlaging van het budget van College voor Toetsen en Examens met € 9,1 miljoen in 2022. Dit betreft onder andere een overboeking van ruim € 8,0 miljoen van Artikel 4 naar Artikel 3 voor het werkprogramma CvTE 2022;

  • De verhoging van het budget van SBB met € 1,9 miljoen voor 2022, € 4,5 miljoen in 2023 en vanaf 2024 structureel met € 2,5 miljoen. Deze middelen worden beschikbaar gesteld voor de oriëntatieprogramma’s uit de CA-enveloppe vervolgopleidingen en het stagepact en aanpakken stagediscriminatie uit de CA-enveloppe kansengelijkheid (zie ook algemene toelichting).

Bijdragen aan medeoverheden

Het budget voor bijdragen aan medeoverheden wordt per saldo met € 9,0 miljoen verhoogd in 2022. Deze verhoging wordt veroorzaakt door:

  • De doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2022 (zie ook algemene toelichting) voor circa € 3,9 miljoen structureel opgehoogd;

  • Uit de CA-enveloppes vervolgopleidingen wordt vanaf 2024 na wetswijziging € 25,0 miljoen structureel beschikbaar gesteld. Het betreft hier de uitvoering van de CA-maatregel dat de Regionale Meld- en Coördinatiefunctie (RMC) van gemeenten wordt uitgebreid van 23 jaar naar 27 jaar zodat jongeren zonder startkwalificatie in beeld blijven (zie ook algemene toelichting);

  • Het instrument educatie wordt structureel met € 5,0 miljoen verhoogd. Het betreft de uitvoering van de aanpak laaggeletterdheid uit de CA-enveloppe kwaliteit (zie ook algemene toelichting).

3.4 Beleidsartikel 6. Hoger onderwijs

Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 16 Budgettaire gevolgen van beleid art. 6 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbe-groting 2022 (1)

Mutaties via NvW, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2022 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Verplichtingen

4.068.668

2.899

4.071.567

260.073

4.331.640

310.108

135.096

518.273

‒ 6.437

          

Totale uitgaven

4.479.775

2.899

4.482.674

226.170

4.708.844

358.530

163.675

538.484

5.216

waarvan juridisch verplicht (%)

    

100,00%

    
          

Bekostiging

4.447.971

0

4.447.971

224.169

4.672.140

353.869

159.074

537.183

3.888

Bekostiging onderwijsdeel1

4.036.677

0

4.036.677

130.283

4.166.960

79.766

37.979

13.945

‒ 6.083

Bekostiging ontwerp en ontwikkeling

89.904

0

89.904

32.950

122.854

52.950

52.949

52.950

52.950

Studievoorschot kwaliteitsafspraken2

314.840

0

314.840

10.330

325.170

10.893

12.326

13.293

8.432

Studievoorschotvouchers

1.228

0

1.228

435

1.663

3.165

‒ 24.238

381.995

‒ 86.411

Bekostiging flexibel hoger onderwijs voor volwassenen

5.322

0

5.322

171

5.493

95

58

  

NGF Katalysator

0

0

0

40.000

40.000

127.000

   

NGF Digitale impuls

0

0

0

10.000

10.000

45.000

45.000

40.000

 

Fonds onderzoek en wetenschap

0

0

0

0

0

35.000

35.000

35.000

35.000

Subsidies (regelingen)

3.340

2.899

6.239

837

7.076

3.729

3.660

360

360

Tegemoetkoming 2e lerarenopleiding

2.556

0

2.556

‒ 1.946

610

82

82

82

82

Zelftesten

0

2.899

2.899

 

2.899

    

Overige subsidies

784

0

784

2.783

3.567

3.647

3.578

278

278

Bijdrage aan agentschappen

13.443

0

13.443

440

13.883

442

450

452

479

Dienst Uitvoering Onderwijs

13.443

0

13.443

440

13.883

442

450

452

479

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

15.021

0

15.021

724

15.745

490

491

489

489

NWO: Praktijkgericht onderzoek

0

0

0

 

0

    

NWO: Promotiebeurs voor leraren

10.371

0

10.371

334

10.705

334

334

334

334

Nederland-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO)

4.650

0

4.650

390

5.040

156

157

155

155

     

0

    

Ontvangsten

1.213

0

1.213

0

1.213

0

0

0

0

X Noot
1

Inclusief de studievoorschotmiddelen voor specifieke stimulering van landelijke prioriteiten (10% van de studievoorschotmiddelen).

X Noot
2

90% van de studievoorschotmiddelen die gekoppeld zijn aan de kwaliteitsafspraken.

Tabel 17 Uitsplitsing verplichtingen
 

Ontwerpbe-groting 2022 (1)

Mutaties via NvW, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2022 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Verplichtingen

4.068.668

2.899

4.071.567

260.073

4.331.640

310.108

135.096

518.273

‒ 6.437

waarvan garantieverplichtingen

   

‒ 4.790

     

waarvan overig

4.068.668

2.899

4.071.567

264.863

4.331.640

310.108

135.096

518.273

‒ 6.437

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2022" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 260,1 miljoen verhoogd. Het verschil tussen de verplichtingen- en uitgavenmutaties (€ 33,9 miljoen) wordt met name veroorzaakt door:

  • Bijstelling van de verplichtingenraming omdat bij het instrument bekostiging de loon- en prijsbijstelling tranche 2022 voor zowel 2022 als 2023 in het jaar 2022 verplicht worden;

  • Bijstelling van de verplichtingenraming omdat de aanpassing van de studentenaantallen uit de referentieraming 2022 voor 2023 in het jaar 2022 verplicht wordt;

  • Garantieverplichtingen/rekening-courant kredieten aan hogescholen die in 2022 zijn aangegaan of vervallen en waar OCW garant voor staat (saldo ‒ € 4,8 miljoen).

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het budget voor de bekostiging wordt per saldo met € 224,2 miljoen verhoogd. De verhoging is het gevolg van de volgende mutaties:

  • de doorverdeling (€ 129,8 miljoen) van de loon- en prijsbijstelling tranche 2022 (zie het algemeen deel);

  • de toedeling van de middelen (€ 48,0 miljoen) uit het coalitieakkoord ten behoeve van vervolgopleidingen voor de onderdelen mentale gezondheid, onderwijs&arbeidsmarkt en onderzoek (zie het algemeen deel);

  • de toedeling van middelen uit het Nationaal Groeifonds ten behoeve van de Digitaliseringsimpuls onderwijs Nederland (€ 10,0 miljoen) en de Nationale LevenLangOntwikkelen Katalysator (€ 40,0 miljoen) (zie het algemeen deel);

  • diverse overige mutaties (met name overboekingen van en naar andere beleidsinstrumenten en -artikelen) die het budget per saldo in totaal verlagen met € 3,6 miljoen.

De meerjarige mutatie op de studievoorschotvouchers betreft een kasschuif waardoor oud-studenten, die aanspraak maken op deze in te wisselen vouchers, deze nu als ze daarvoor kiezen in 2025 als bedrag op hun studieschuld in mindering kunnen laten brengen of (deels) contant uitbetaald krijgen als er geen studieschuld meer is.

Subsidies

Het budget voor subsidies wordt per saldo met € 0,8 miljoen verhoogd. Het betreft:

  • een verlaging (€ 2,0 miljoen) op de subsidieregeling Tegemoetkoming 2e lerarenopleiding in verband met het feit dat er minder beroep op de regeling werd gedaan dan geraamd;

  • een verhoging (€ 2,8 miljoen), met name in verband met de toevoeging van middelen ten behoeve van de subsidieregeling Virtuele Internationale Samenwerkingsprojecten en enkele ad-hoc subsidies.

3.5 Beleidsartikel 7. Wetenschappelijk onderwijs

Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 18 Budgettaire gevolgen van beleid art. 7 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbe-groting 2022 (1)

Mutaties via NvW, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2022 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Verplichtingen

5.993.862

36.705

6.030.567

426.502

6.457.069

367.241

359.957

544.550

366.628

          

Totale uitgaven

6.271.242

39.104

6.310.346

260.424

6.570.770

374.123

361.638

547.836

372.503

waarvan juridisch verplicht (%)

    

99,96%

    
          

Bekostiging

6.240.270

0

6.240.270

257.257

6.497.527

374.188

362.632

548.976

374.301

Bekostiging onderwijsdeel1

3.006.191

0

3.006.191

150.036

3.156.227

263.468

255.710

253.429

288.389

Bekostiging onderzoeksdeel

2.284.607

0

2.284.607

75.835

2.360.442

75.776

75.765

75.592

75.578

Bekostiging ondersteuning geneeskunde onderwijs en onderzoek

757.944

0

757.944

24.933

782.877

24.967

25.003

25.040

25.079

Studievoorschot kwaliteitsafspraken2

191.511

0

191.511

6.470

197.981

6.827

7.703

8.304

5.333

Studievoorschotvouchers

17

0

17

‒ 17

0

1.703

‒ 2.996

185.164

‒ 21.525

Profilering en zwaartepuntvorming3

0

0

0

0

0

1.447

1.447

1.447

1.447

Subsidies (regelingen)

24.928

1.531

26.459

2.336

28.795

‒ 1.043

‒ 1.972

‒ 1.971

‒ 2.029

Nuffic4

14.507

0

14.507

‒ 1.544

12.963

‒ 2.445

‒ 3.364

‒ 3.364

‒ 3.364

Studiekeuze1234

2.616

0

2.616

1.220

3.836

1.143

1.143

1.143

1.143

Vluchteling Studenten UAF4

2.511

0

2.511

83

2.594

83

83

83

83

Studentenwelzijn (Ecio)4

794

0

794

100

894

100

100

100

42

Interstedelijk Studentenoverleg (ISO)4

271

0

271

63

334

9

69

8

68

Landelijke Studenten Vakbond (LSVb)4

255

0

255

8

263

8

8

8

8

Open en online onderwijs

2.008

0

2.008

66

2.074

68

68

68

68

Zelftesten

0

1.531

1.531

0

1.531

0

0

0

0

Overige subsidies

1.966

0

1.966

2.340

4.306

‒ 9

‒ 79

‒ 17

‒ 77

Opdrachten

3.153

37.573

40.726

770

41.496

917

917

770

170

Opdrachten

3.153

0

3.153

770

3.923

917

917

770

170

Sneltesten

0

37.573

37.573

0

37.573

0

0

0

0

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

2.891

0

2.891

61

2.952

61

61

61

61

Europees Universitair Instituut Florence (EUI)

1.859

0

1.859

61

1.920

61

61

61

61

United Nations University (UNU)

1.032

0

1.032

0

1.032

0

0

0

0

Nuffic, SK123, UAF, Ecio, ISO en LSVb4

0

0

0

0

0

0

0

0

0

          

Ontvangsten

16

0

16

0

16

0

0

0

0

X Noot
1

Inclusief de studievoorschotmiddelen voor specifieke stimulering van landelijke prioriteiten (10% van de studievoorschotmiddelen).

X Noot
2

90% van de studievoorschotmiddelen die gekoppeld zijn aan de kwaliteitsafspraken.

X Noot
3

De 2%-middelen profilering en zwaartepuntvorming die conform de kwaliteitsafspraken tot en met 2022 zijn overgeheveld naar het onderwijsdeel van de hoofdbekostiging.

X Noot
4

Tot en met 2020 opgenomen onder bijdragen aan (inter)nationale organisaties, vanaf 2021 ondergebracht bij het instrument subsidies omdat dit de basis is op grond waarvan de instellingen worden bekostigd.

Tabel 19 Uitsplitsing verplichtingen
 

Ontwerpbe-groting 2022 (1)

Mutaties via NvW, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2022 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Verplichtingen

5.993.862

36.705

6.030.567

426.502

6.457.069

367.241

359.957

544.550

366.628

waarvan garantieverplichtingen

   

95.226

     

waarvan overig

5.993.862

36.705

6.030.567

331.276

6.457.069

367.241

359.957

544.550

366.628

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2022" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 426,5 miljoen verhoogd. Het verschil tussen de verplichtingen- en uitgavenmutaties (€ 166,1 miljoen) wordt met name veroorzaakt door:

  • Bijstelling van de verplichtingenraming omdat bij het instrument bekostiging de loon- en prijsbijstelling tranche 2022 voor zowel 2022 als 2023 in het jaar 2022 verplicht worden;

  • Bijstelling van de verplichtingenraming omdat de aanpassing van de studentenaantallen uit de referentieraming 2022 voor 2023 in het jaar 2022 verplicht wordt;

  • Garantieverplichtingen/rekening-courant kredieten aan universiteiten die in 2022 zijn aangegaan of vervallen en waar OCW garant voor staat (saldo +€ 95,2 miljoen).

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het budget voor de bekostiging wordt per saldo met € 257,3 miljoen verhoogd. De verhoging is het gevolg van de volgende mutaties:

  • de doorverdeling (€ 197,8 miljoen) van de loon- en prijsbijstelling tranche 2022 (zie het algemeen deel);

  • de toedeling van middelen (€ 60,0 miljoen) uit het coalitieakkoord ten behoeve van vervolgopleidingen voor het onderdeel onderzoek via sectorplannen (zie het algemeen deel);

  • diverse overige mutaties (met name overboekingen van en naar andere beleidsinstrumenten/-artikelen en andere departementen) die het budget in totaal verlagen met € 0,5 miljoen.

De meerjarige mutatie op de studievoorschotvouchers betreft een kasschuif waardoor oud-studenten, die aanspraak maken op deze in te wisselen vouchers, deze nu als ze daarvoor kiezen in 2025 als bedrag op hun studieschuld in mindering kunnen laten brengen of (deels) contant uitbetaald krijgen als er geen studieschuld meer is.

Subsidies

Het budget voor subsidies wordt per saldo met € 2,3 miljoen verhoogd. De verhoging is het gevolg van de volgende mutaties:

  • een verlaging van het ho-budget (€ 1,6 miljoen) als gevolg van de afbouw van het netwerk van Netherlands Education Support Offices (NESO’s) ten faveure van de inzet op hoger onderwijs en wetenschap via de aanstelling van Onderwijs en Wetenschaps Attachés en lokale medewerkers op posten in de landen die in de Internationale Kennis- en Talentstrategie als prioritair zijn genoemd. De ho-middelen die via Nuffic voor de NESO-kantoren werden gebruikt zullen daarmee op een andere manier via de buitenlandpool van Artikel 8 (Internationaal beleid);

  • de toedeling van middelen (€ 1,0 miljoen) uit het coalitieakkoord ten behoeve van vervolgopleidingen voor het onderdeel onderwijs&arbeidsmarkt aan SK123 (zie het algemeen deel);

  • de door het kabinet beschikbaar gestelde financiële ondersteuning (€ 2,3 miljoen) aan ho-studenten uit Oekraïne, om te voorkomen dat deze terug moeten naar de onveilige situatie in hun eigen land of asiel moeten aanvragen;

  • diverse overige mutaties die het budget in totaal verhogen met € 0,6 miljoen, met name vanwege de doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling 2022 (zie het algemeen deel).

3.6 Beleidsartikel 8. Internationaal beleid

Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 20 Budgettaire gevolgen van beleid art. 8 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbe-groting 2022 (1)

Mutaties via NvW, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2022 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Verplichtingen

14.368

0

14.368

6.115

20.483

4.811

4.784

4.695

4.678

          

Totale uitgaven

14.368

0

14.368

5.890

20.258

4.811

4.784

4.695

4.678

waarvan juridisch verplicht (%)

         
          

Subsidies (regelingen)

7.588

0

7.588

512

8.100

403

402

403

386

Stichting Ons Erfdeel

185

0

185

 

185

    

Stichting Nuffic

824

0

824

175

999

175

175

175

175

Nationaal Agentschap Erasmus+ Onderwijs & Training

3.957

0

3.957

132

4.089

132

132

132

132

Internationalisering onderwijs

1.020

0

1.020

42

1.062

42

42

42

42

Duitsland Instituut Amsterdam

760

0

760

86

846

26

26

26

26

Netherlands house for Education and Research (Neth-ER)

600

0

600

25

625

25

24

25

24

Incidentele subsidies voor het uitwisselen van cultuur

157

0

157

 

157

    

Overige incidentele subsidies

85

0

85

52

137

3

3

3

‒ 13

Opdrachten

2.801

0

2.801

1.064

3.865

94

101

94

94

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

3.499

0

3.499

4.314

7.813

4.314

4.281

4.198

4.198

Nederlandse Taalunie

2.941

0

2.941

4.291

7.232

4.291

4.258

4.175

4.175

Stichting Nuffic

 

0

0

 

0

    

Europa College Brugge

31

0

31

1

32

1

1

1

1

Unesco

51

0

51

2

53

2

2

2

2

OESO CERI

88

0

88

4

92

4

4

4

4

Fulbright Commission The Netherlands

368

0

368

15

383

15

15

15

15

EU-programma's en activiteiten

20

0

20

1

21

1

1

1

1

Bijdragen aan (andere) begrotingshoofdstukken

480

0

480

0

480

0

0

0

0

Vlaams-Nederlandshuis DeBuren (Hoofdstuk 5 BuZa)

480

0

480

 

480

    
   

0

 

0

    

Ontvangsten

99

0

99

0

99

0

0

0

0

Tabel 21 Uitsplitsing verplichtingen
 

Ontwerpbe-groting 2022 (1)

Mutaties via NvW, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2022 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Verplichtingen

14.368

0

14.368

6.115

20.483

4.811

4.784

4.695

4.678

waarvan garantieverplichtingen

         

waarvan overig

14.368

0

14.368

6.115

20.483

4.811

4.784

4.695

4.678

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2022" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 6,1 miljoen verhoogd.

Uitgaven

De uitgaven worden met € 5,9 miljoen verhoogd. Deze verhoging wordt grotendeels verklaard door een ophoging (€ 4,2 miljoen) van de bijdrage aan de Nederlandse Taalunie. In overleg met de ADR is er voor gekozen om de gereserveerde middelen voor de NTU op de Artikelen 6 en 7, 14, 15 en 16 bij voorjaarsnota 2022 structureel over te boeken naar Artikel 8. Daarna is er een ophoging inzake bijdrage van de Artikel 3 voor een bedrag van € 1,0 miljoen aan de Artikel 8 voor de opdracht aan Nuffic voor bevordering internationalisering.

3.7 Beleidsartikel 9. Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid

Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 22 Budgettaire gevolgen van beleid art. 9 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbe-groting 2022 (1)

Mutaties via NvW, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2022 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Verplichtingen

207.719

‒ 500

207.219

8.942

216.161

7.911

8.514

8.034

8.908

          

Totale uitgaven

205.719

‒ 500

205.219

5.942

211.161

8.911

9.514

9.034

8.908

waarvan juridisch verplicht (%)

         
          

Bekostiging

49.484

0

49.484

876

50.360

1.827

1.829

1.829

1.829

Tegemoetkoming kosten opleidingsscholen

49.484

0

49.484

876

50.360

1.827

1.829

1.829

1.829

Subsidies (regelingen)

149.330

‒ 500

148.830

5.401

154.231

6.824

7.427

6.947

6.816

Lerarenbeurs

76.586

 

76.586

2.295

78.881

1.825

1.784

1.635

1.634

Zij-instroom

49.405

 

49.405

1.519

50.924

1.519

1.432

1.401

1.371

Wet Beroep leraar en Lerarenregister

2.711

‒ 500

2.211

‒ 14

2.197

‒ 1.136

‒ 405

‒ 705

‒ 805

Aanpak lerarentekort

19.439

0

19.439

580

20.019

4.580

4.580

4.580

4.580

Overige subsidies

1.189

 

1.189

1.021

2.210

36

36

36

36

Opdrachten

3.831

 

3.831

‒ 436

3.395

159

155

155

155

Bijdragen aan agentschappen

3.074

0

3.074

101

3.175

101

103

103

108

Dienst Uitvoering Onderwijs

3.074

 

3.074

101

3.175

101

103

103

108

          

Ontvangsten

6.500

0

6.500

0

6.500

0

0

0

0

Tabel 23 Uitsplitsing verplichtingen
 

Ontwerpbe-groting 2022 (1)

Mutaties via NvW, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2022 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Verplichtingen

207.719

‒ 500

207.219

8.942

216.161

7.911

8.514

8.034

8.908

waarvan garantieverplichtingen

  

0

 

0

    

waarvan overig

207.719

‒ 500

207.219

8.942

216.161

7.911

8.514

8.034

8.908

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2022" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 8,9 miljoen verhoogd. Het verschil tussen de verplichtingen- en uitgavenmutaties (€ 3,0 miljoen) wordt veroorzaakt door de regeling onderwijsassistenten. Bij deze regeling kan er voor meerdere jaren subsidie worden aangevraagd en dit wordt dan ook direct verplicht.

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Subsidies

De subsidies worden met € 5,4 miljoen verhoogd. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door:

  • de doorverdeling van de loon-en prijsbijstelling op de lerarenbeurs (€ 2,2 miljoen), de zij-instroom (€ 1,3 miljoen) en aanpak lerentekort (€ 0,6 miljoen);

  • een overboeking van bekostiging naar subsidies voor het Platform Samen Opleiden & Professionaliseren (€ 1,1 miljoen).

3.8 Beleidsartikel 11. Studiefinanciering

Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 24 Budgettaire gevolgen van beleid art. 11 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbe-groting 2022 (1)

Mutaties via NvW, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2022 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Verplichtingen

4.836.822

131.617

4.968.439

‒ 134.358

4.834.081

‒ 134.267

‒ 60.549

‒ 12.949

42.382

          

Totale uitgaven

4.836.822

131.617

4.968.439

‒ 134.358

4.834.081

‒ 134.267

‒ 60.549

‒ 12.949

42.382

waarvan juridisch verplicht (%)

         
          

Inkomensoverdracht

1.328.826

129.517

1.458.343

98.703

1.557.046

‒ 69.076

‒ 24.948

‒ 17.820

6.703

Basisbeurs gift (R)

423.616

0

423.616

80.617

504.233

‒ 25.307

‒ 25.191

‒ 27.365

‒ 28.894

Aanvullende beurs gift (R)

769.726

0

769.726

‒ 22.786

746.940

‒ 35.961

‒ 25.971

‒ 17.818

‒ 11.863

Reisvoorziening gift (R)

‒ 42.705

0

‒ 42.705

‒ 458

‒ 43.163

‒ 5.176

29.131

29.896

47.493

Caribisch Nederland gift (R)

2.894

0

2.894

77

2.971

77

77

77

77

Overige uitgaven (R)

175.295

129.517

304.812

41.253

346.065

‒ 2.709

‒ 2.994

‒ 2.610

‒ 110

Leningen

3.367.673

0

3.367.673

‒ 245.353

3.122.320

‒ 68.836

‒ 39.360

‒ 529

30.385

Basisbeurs prestatiebeurs (NR)

‒ 193.415

0

‒ 193.415

‒ 62.611

‒ 256.026

21.739

31.511

45.854

125.098

Aanvullende beurs prestatiebeurs (NR)

120.024

0

120.024

20.151

140.175

7.930

9.717

16.348

21.865

Reisvoorziening (NR)

160.180

0

160.180

16.019

176.199

2.365

10.146

17.390

20.787

Rentedragende lening (NR)

2.972.723

0

2.972.723

‒ 230.061

2.742.662

‒ 110.852

‒ 98.311

‒ 85.547

‒ 141.305

Collegegeldkrediet (NR)

254.231

0

254.231

‒ 14.136

240.095

‒ 12.189

‒ 14.625

‒ 16.876

‒ 18.853

Leven lang leren krediet (NR)

25.834

0

25.834

1.549

27.383

‒ 2.860

‒ 2.793

‒ 2.725

‒ 2.725

Overige uitgaven (NR)

28.096

0

28.096

23.736

51.832

25.031

24.995

25.027

25.518

Bijdrage aan agentschappen

140.323

2.100

142.423

12.292

154.715

3.645

3.759

5.400

5.294

Dienst Uitvoering Onderwijs

140.323

2.100

142.423

12.292

154.715

3.645

3.759

5.400

5.294

Ontvangsten

1.211.951

0

1.211.951

‒ 29.635

1.182.316

‒ 32.702

‒ 28.592

‒ 27.157

‒ 28.466

Ontvangsten (R)

73.432

0

73.432

‒ 6.284

67.148

‒ 3.269

‒ 1.970

457

192

Ontvangen rente (R)

52.280

0

52.280

‒ 5.099

47.181

‒ 3.085

‒ 1.786

641

376

Overige ontvangsten (R)

20.932

0

20.932

‒ 1.290

19.642

‒ 289

‒ 289

‒ 289

‒ 289

Ontvangsten Caribisch Nederland (R)

220

0

220

105

325

105

105

105

105

          

Ontvangsten (NR)

1.138.519

0

1.138.519

‒ 23.351

1.115.168

‒ 29.433

‒ 26.622

‒ 27.614

‒ 28.658

Terugontvangen lening (NR)

1.138.519

0

1.138.519

‒ 23.351

1.115.168

‒ 29.433

‒ 26.622

‒ 27.614

‒ 28.658

Toelichting: R = relevant, NR = niet-relevant

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2022" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Toelichting instrumenten (algemeen):

Het onderscheid relevant en niet-relevant is in onderstaande toelichting als uitgangspunt genomen. Relevant betekent relevant voor het begrotingstekort/EMU-saldo. De relevante uitgaven worden hoofdzakelijk gevormd door studiefinanciering die meteen als gift wordt toegekend en door de omzetting van uitgekeerde prestatiebeurs in gift (na behalen van het diploma binnen 10 jaar). Onder de niet-relevante uitgaven vallen vooral de betalingen van prestatiebeurzen (zolang die nog niet omgezet zijn in een gift) en verstrekte rentedragende leningen.

De relevante ontvangsten worden vooral gevormd door de ontvangen rente op verstrekte studieleningen. De niet-relevante ontvangsten betreffen hoofdzakelijk aflossingen op de hoofdsom van rentedragende leningen.

Toelichting mutaties:

Uitgaven

In deze paragraaf wordt de ontwikkeling op de studiefinancieringsraming beschreven. De totale uitgaven op Artikel 11 worden met € 134,4 miljoen naar beneden bijgesteld. Het betreft een bijstelling van de inkomensoverdrachten naar boven van € 98,7 miljoen, een bijstelling omlaag van de leningen met € 245,4 miljoen en een bijstelling omhoog van het budget voor de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) met € 12,3 miljoen. Hieronder wordt per instrument toegelicht hoe de bijstellingen tot stand zijn gekomen.

Toelichting per instrument:

Inkomensoverdrachten

De relevante uitgaven worden met € 98,7 miljoen verhoogd. Dit bestaat uit de volgende elementen:

  • De uitgaven aan de basisbeurs worden per saldo met € 80,6 miljoen verhoogd. Dit betreft met name de bijstelling omhoog van € 86,9 miljoen op de omzettingen. Het grootste deel van de omzettingen vindt in januari plaats, voor 2022 zijn deze uitgaven al bekend. Daarnaast zijn de uitgaven aan basisbeurs die direct als gift uitgekeerd wordt € 8,8 miljoen lager, als gevolg van een lager dan geraamd aantal studenten in het mbo. Door de loon- en prijsbijstelling wordt het bedrag met € 2,5 miljoen verhoogd;

  • De relevante uitgaven aan de aanvullende beurs worden per saldo met € 22,8 miljoen verlaagd. De uitgaven aan aanvullende beurs die direct als gift wordt uitgekeerd zijn, voornamelijk als gevolg van de lagere referentieraming, omlaag bijgesteld met € 26,8 miljoen. Verder betreft dit lagere omzettingen dan geraamd (€ 4,7 miljoen). Door de loon- en prijsbijstelling wordt het bedrag met € 8,6 miljoen verhoogd;

  • De reisvoorziening wordt per saldo met € 0,5 miljoen verlaagd. Hier liggen de volgende verklaringen aan ten grondslag:

    • Het budget kosten ov-contract is met € 18,4 miljoen verlaagd. Dit is het gevolg van lagere aantallen;

    • De omzettingen van prestatiebeurs in gift zijn per saldo met € 15,4 miljoen omlaag bijgesteld op basis van realisatiegegevens;

    • De bijdrage studerenden aan ov is met € 24,3 miljoen naar boven bijgesteld. Dit betreft een tegenboeking waarmee voorkomen wordt dat de waarde van de ov-kaart dubbel geboekt wordt (enerzijds door toekenning aan de student, anderzijds door de betaling aan de ov-bedrijven). Doordat het een tegenboeking betreft, betekent deze positieve mutatie dus eigenlijk een lager bedrag aan toekenningen. Dit wordt veroorzaakt door lager geraamde aantallen in de referentieraming;

    • Door de loon- en prijsbijstelling wordt de reisvoorziening met € 9,1 miljoen omhoog bijgesteld.

  • Het budget voor Caribisch Nederland is met € 0,1 miljoen verhoogd op basis van de loon- en prijsbijstelling;

  • De relevante overige uitgaven worden per saldo met € 41,3 miljoen verhoogd. Het budget wordt met € 44,0 miljoen verhoogd voor middelen ten behoeve van de kwijtschelding van studieschulden van toeslagengedupeerden. Daarnaast worden de overige uitgaven met € 2,7 miljoen naar beneden bijgesteld, dit betreft een bijstelling van de kwijtscheldingen op basis van de realisatiegegevens.

Leningen

De niet-relevante uitgaven worden per saldo met € 245,4 miljoen verlaagd. Dit bestaat uit de volgende onderdelen:

  • De niet-relevante uitgaven aan de basisbeurs worden met € 62,6 miljoen omlaag bijgesteld. Dit betreft allereerst de toekenningen prestatiebeurs. Deze worden omlaag bijgesteld met € 14,7 miljoen vanwege lagere aantallen studenten. Daarnaast zorgen de tegenboekingen van de omzettingen van prestatiebeurs in gift en lening voor een neerwaartse bijstelling van in totaal € 55,1 miljoen (€ -86,9 miljoen omzetting gift en € 31,8 miljoen omzetting lening). Tot slot is er voor € 7,2 miljoen aan prijsbijstelling voor 2022 toegekend;

  • De niet-relevante uitgaven aanvullende beurs zijn met € 20,2 miljoen naar boven bijgesteld. Dit betreft een neerwaartse bijstelling van € 16,7 miljoen op de toekenningen prestatiebeurs, als gevolg van de lagere aantallen studenten. Hiertegenover staat een opwaartse bijstelling van € 16,9 miljoen doordat het aandeel gebruikers van de aanvullende beurs omhoog is bijgesteld. Daarnaast zijn de omzettingen van prestatiebeurs naar gift, die hier tegen geboekt worden, omhoog bijgesteld met € 4,7 miljoen (dit betreffen dus minder omzettingen in gift). De omzettingen naar lening, die hier worden tegen geboekt, zijn omlaag bijgesteld met € 1,0 miljoen. Tot slot is er voor € 16,3 miljoen aan prijsbijstelling voor 2022 toegekend;

  • De niet-relevante uitgaven ov worden met € 16,0 miljoen naar boven bijgesteld. Dit betreft voornamelijk lagere toekenningen prestatiebeurs, € 11,9 miljoen, als gevolg van lagere aantallen studenten. Daarnaast zijn de omzettingen naar gift € 15,4 miljoen hoger. Aangezien de omzettingen op deze post negatief worden tegen geboekt, betekent dit dat er minder reisvoorziening naar gift zal worden omgezet. De omzettingen naar lening zijn met € 12,0 miljoen opwaarts bijgesteld. Tot slot is er voor € 0,5 miljoen aan prijsbijstelling voor 2022 toegekend;

  • De uitgaven op de post rentedragende lening (niet-relevant) zijn per saldo neerwaarts bijgesteld met € 230,1 miljoen. Deze bijstelling wordt allereerst veroorzaakt door lagere aantallen leerlingen (neerwaartse bijstelling van € 44,8 miljoen). Daarnaast is er sprake van een dalende trend in het percentage leners wat zorgt voor lagere uitgaven aan de rentedragende lening (neerwaartse bijstelling van € 218,4 miljoen). Ook is de tegenboeking van de post omzettingen naar lening met € 42,8 miljoen naar beneden bijgesteld. Tot slot is er voor € 75,9 miljoen aan prijsbijstelling voor 2022 toegekend;

  • De uitgaven aan het collegegeldkrediet zijn verlaagd met € 14,1 miljoen. Deze bijstelling komt, evenals bij de rentedragende lening, door de dalende trend in het percentage studenten dat naar verwachting gebruik gaat maken van het krediet (neerwaartse bijstelling van € 27,3 miljoen). Daarnaast is er voor € 13,2 miljoen aan prijscompensatie voor 2022 toegekend;

  • Het budget voor het levenlanglerenkrediet wordt met € 1,5 miljoen opwaarts bijgesteld op basis van realisatiegegevens. Er wordt meer gebruik gemaakt van het krediet dan verwacht (opwaartse bijstelling van € 0,2 miljoen). Daarnaast is er voor € 1,3 miljoen aan prijscompensatie voor 2022 toegekend;

  • De niet-relevante overige uitgaven zijn met € 23,7 miljoen omhoog bijgesteld op basis van realisatiegegevens.

Bijdrage aan agentschappen

Het budget voor de Dienst Uitvoering Onderwijs wordt per saldo met € 12,3 miljoen verhoogd. Als gevolg van de lagere volumes uit de referentieraming wordt het budget met € 1,0 miljoen verlaagd. Door de doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2022 stijgt het budget met € 4,6 miljoen. Daarnaast is het budget met € 5,0 miljoen naar boven bijgesteld voor de uitvoering van het herinvoeren van de basisbeurs. Als laatste wordt dit budget verhoogd met € 3,7 miljoen voor de uitvoeringskosten ten behoeve van het kwijtschelden van studieschulden in verband met de toeslagengedupeerden.

Ontvangsten

De ontvangsten worden met € 29,6 miljoen verlaagd. Dit wordt veroorzaakt door een daling van de relevante ontvangsten van € 6,3 miljoen en een daling van de niet-relevante ontvangsten met € 23,4 miljoen.

  • De relevante ontvangsten worden omlaag bijgesteld met € 6,3 miljoen. Dit wordt veroorzaakt door:

    • Renteontvangsten: deze post is met € 5,1 miljoen verlaagd. Dit betreft lagere renteontvangsten als gevolg van de lage rente;

    • Overige ontvangsten: deze post is met € 1,2 miljoen verlaagd op basis van realisatiegegevens.

  • De niet-relevante ontvangsten worden gevormd door de terugontvangen lening en worden omlaag bijgesteld met € 23,4 miljoen op basis van realisatiegegevens. Dit is het gevolg van lager dan verwachte extra ontvangsten (ontvangsten bovenop de reguliere termijnontvangsten).

3.9 Beleidsartikel 12. Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten

Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 25 Budgettaire gevolgen van beleid art. 12 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbe-groting 2022 (1)

Mutaties via NvW, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2022 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Verplichtingen

67.116

 

67.116

3.590

70.706

7.624

8.538

8.217

8.308

          

Totale uitgaven

67.116

0

67.116

3.590

70.706

7.624

8.538

8.217

8.308

waarvan juridisch verplicht (%)

         
          

Inkomensoverdracht

64.578

0

64.578

3.508

68.086

7.541

8.453

8.130

8.217

Minderjarige deelnemers bol (R )

0

 

0

0

0

0

0

0

0

Tegemoetkoming lerarenopleiding (tlo) (R)

3.641

 

3.641

344

3.985

344

344

344

344

Deeltijd vo (R)

2.001

 

2.001

‒ 165

1.836

‒ 165

‒ 165

‒ 165

‒ 165

Volwassenenonderwijs (vavo) (R)

5.149

 

5.149

607

5.756

810

1.088

1.186

1.188

Meerderjarige scholieren vo (R)

49.999

 

49.999

2.747

52.746

6.572

7.175

6.736

6.831

Meerderjarige scholieren vso (R)

3.788

 

3.788

‒ 25

3.763

‒ 20

11

29

19

Leningen

14

0

14

0

14

0

0

0

0

STOEB/ALR (NR)

14

 

14

0

14

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

2.524

0

2.524

82

2.606

83

85

87

91

Dienst Uitvoering Onderwijs

2.524

 

2.524

82

2.606

83

85

87

91

          

Ontvangsten

2.174

0

2.174

‒ 177

1.997

‒ 51

‒ 23

‒ 33

‒ 31

Minderjarige deelnemers bol (R)

0

 

0

0

0

0

0

0

0

Tegemoetkoming lerarenopleiding en deeltijd vo (R)

285

 

285

‒ 96

189

‒ 96

‒ 96

‒ 96

‒ 96

Meerderjarige scholieren v(s)o en vavo (R)

1.889

 

1.889

‒ 81

1.808

45

73

63

65

Toelichting: R = relevant, NR = niet-relevant

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2022" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Uitgaven

De uitgaven aan de WTOS worden per saldo met € 3,6 miljoen verhoogd. Dit betreft een opwaartse bijstelling € 3,5 miljoen op de inkomensoverdrachten en van € 0,1 miljoen op de bijdrage aan agentschappen. Hieronder zal per instrument worden toegelicht wat de oorzaken van de bijstellingen zijn.

Toelichting per instrument:

Inkomensoverdracht

De raming wordt per saldo met € 3,5 miljoen verhoogd. Dat de uitgaven naar boven zijn bijgesteld komt voornamelijk door de toekenning van de prijscompensatie voor 2022 van € 3,4 miljoen. De overige bijstelling (in totaal € 0,1 miljoen) wordt veroorzaakt door de som van enerzijds een hoger aantal WTOS-gerechtigden dan geraamd en anderzijds een bijstelling op basis van realisatiegegevens.

3.10 Beleidsartikel 13. Lesgeld

Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 26 Budgettaire gevolgen van beleid art. 13 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbe-groting 2022 (1)

Mutaties via NvW, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2022 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Verplichtingen

14.249

0

14.249

467

14.716

469

479

479

512

          

Totale uitgaven

14.249

0

14.249

467

14.716

469

479

479

512

waarvan juridisch verplicht (%)

         
          

Bijdrage aan agentschappen

14.249

0

14.249

467

14.716

469

479

479

512

Dienst Uitvoering Onderwijs

14.249

 

14.249

467

14.716

469

479

479

512

          

Ontvangsten

215.480

 

215.480

‒ 19.134

196.346

‒ 29.169

‒ 19.355

‒ 7.457

2.639

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2022" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Uitgaven

Het budget voor de Dienst Uitvoering Onderwijs wordt per saldo met € 0,5 miljoen verhoogd.

Ontvangsten

Het ontvangstenbudget wordt met € 19,1 miljoen verlaagd op basis van de lagere gerealiseerde lesgeldontvangsten in 2021 en een verwachte daling van het aantal mbo-studenten.

3.11 Beleidsartikel 14. Cultuur

Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 27 Budgettaire gevolgen van beleid art. 14 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbe-groting 2022 (1)

Mutaties via NvW, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2022 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Verplichtingen

348.266

436.642

784.908

422.208

1.207.116

142.108

685.002

9.165

7.773

          

Totale uitgaven

1.014.937

436.642

1.451.579

211.659

1.663.238

44.559

45.003

41.881

40.367

waarvan juridisch verplicht (%)

97,0%

        
          

Bekostiging

901.624

100.699

1.002.323

37.474

1.039.797

34.577

35.116

34.237

33.107

Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse instellingen

218.040

24.927

242.967

7.575

250.542

7.690

7.696

7.681

5.436

Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse fondsen

229.726

42.975

272.701

10.067

282.768

8.879

8.938

7.967

7.967

Huisvesting erfgoed

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Beheer en onderhoud collecties erfgoed

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Museale instellingen met een wettelijke taak

218.614

28.997

247.611

10.527

258.138

10.527

10.527

10.526

10.529

Stelseltaken openbare bibliotheekvoorzieningen

24.092

0

24.092

939

25.031

939

939

939

939

Digitale openbare bibliotheek

16.868

1.500

18.368

3.658

22.026

658

658

658

658

Bibliotheekvoorziening leesgehandicapten

12.537

0

12.537

489

13.026

489

489

489

489

Monumentenzorg

146.283

2.300

148.583

3.410

151.993

4.108

4.271

4.736

5.798

Archieven incl. Regionale Historische Centra

29.650

0

29.650

505

30.155

983

983

183

233

Flankerend beleid huisvesting

5.813

0

5.813

304

6.117

304

304

304

304

Cultuureducatie met Kwaliteit

1

0

1

0

1

0

311

754

754

Subsidies (regelingen)

46.502

160.943

207.445

144.455

351.900

1.195

1.207

263

213

Verbreden inzet cultuur

9.331

0

9.331

4.907

14.238

346

404

584

534

Internationaal cultuurbeleid (incl. HGIS)

8.356

0

8.356

1.089

9.445

1.089

1.089

138

138

Programma leesbevordering

3.967

0

3.967

13.041

17.008

131

131

131

131

Creatieve Industrie

1.728

0

1.728

125

1.853

66

66

77

77

Monumentenzorg

0

0

0

 

0

0

0

0

0

Erfgoed en fysieke leefomgeving

0

0

0

 

0

0

0

0

0

Specifiek cultuurbeleid

20.708

160.943

181.651

122.413

304.064

‒ 152

‒ 198

‒ 172

‒ 172

Subsidies Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

2.412

0

2.412

2.880

5.292

‒ 285

‒ 285

‒ 495

‒ 495

Opdrachten

19.416

175.000

194.416

6.614

201.030

6.275

5.834

4.670

4.213

Beleidsonderzoek, evaluaties en kennisbasis

2.068

0

2.068

‒ 349

1.719

72

72

72

72

Monumentenzorg

0

 

0

 

0

0

0

0

0

Archeologie

0

0

0

 

0

0

0

0

0

Opdrachten Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

10.024

0

10.024

3.371

13.395

5.911

5.581

4.462

4.005

Overige opdrachten

7.324

175.000

182.324

3.592

185.916

292

181

136

136

Bijdragen aan agentschappen

44.438

0

44.438

6.051

50.489

3.568

3.904

3.769

3.892

Nationaal Archief

44.438

0

44.438

6.051

50.489

3.568

3.904

3.769

3.892

Bijdrage aan medeoverheden

0

0

0

18.100

18.100

    

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

2.957

0

2.957

‒ 1.035

1.922

‒ 1.056

‒ 1.058

‒ 1.058

‒ 1.058

     

0

0

0

0

0

Ontvangsten

3.043

44.000

47.043

9.585

56.628

1.494

506

0

0

Tabel 28 Uitsplitsing verplichtingen
 

Ontwerpbe-groting 2022 (1)

Mutaties via NvW, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2022 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Verplichtingen

348.266

436.642

784.908

422.208

1.207.116

142.108

685.002

9.165

7.773

waarvan garantieverplichtingen

0

‒ 147.810

0

45.704

45.704

0

0

0

0

waarvan overig

348.266

584.452

784.908

376.504

1.161.412

142.108

685.002

9.165

7.773

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2022" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden per saldo met € 422,2 miljoen verhoogd. Het verschil van € 210,5 miljoen tussen de saldi van de verplichtingen- en uitgavenmutaties wordt grotendeels veroorzaakt door:

  • een verhoging van de garantieverplichtingen met € 45,7 miljoen;

  • een verhoging van € 45,2 miljoen voor de loon- en prijsbijstelling tranche 2022. Dit is nodig omdat de uitkering van de loon- en prijsbijstelling 2022 voor een groot deel van de cultuurbegroting in 2022 ook al wordt verplicht voor de jaren 2023 en 2024;

  • een verhoging van € 116,6 miljoen wegens een administratieve fout in de verplichtingenraming. In de bedrijfsvoeringsparagraaf van het departementale jaarverslag over 2021 is toegelicht dat de verplichtingenramingen voor 2021-2024 door een administratieve fout niet juist waren. Voor de jaren 2022-2024 is dit nu gecorrigeerd.

Uitgaven

Toelichting algemeen: Coalitieakkoordmiddelen

Het kabinet kiest in het coalitieakkoord voor een structurele investering in de culturele- en creatieve sector en stelt dit jaar € 135,0 miljoen beschikbaar. Een belangrijk deel van de maatregelen is dit jaar gericht op het herstel van de culturele- en creatieve sector na de coronacrisis. Over de exacte invulling van de € 135,0 miljoen wordt u voor 1 juni geïnformeerd via de hoofdlijnenbrief cultuur. Aanvullend wordt er vanuit de enveloppe onderwijskwaliteit in 2022 € 12,9 miljoen beschikbaar gesteld voor leesbevordering.

Toelichting per instrument

Bekostiging

Het budget voor de bekostiging wordt per saldo met € 37,5 miljoen verhoogd. Dit saldo bestaat uit diverse mutaties, maar vooral uit de loon- en prijsbijstelling 2022. Uit de coalitieakkoordmiddelen wordt € 4,3 miljoen toegevoegd.

Subsidies

Het budget voor subsidies wordt per saldo met € 144,5 miljoen verhoogd. Daarvan is € 122,4 miljoen afkomstig uit de coalitieakkoordmiddelen. Naast loon- en prijsbijstelling en diverse andere kleinere mutaties, bestaat het saldo verder vooral uit een bedrag van € 19,0 miljoen dat bestemd is voor aanvulling van het Museaal Aankoopfonds. Deze aanvulling is gewenst na de inzet van middelen uit het fonds voor de aanschaf van De Vaandeldrager.

Opdrachten

Het budget voor opdrachten wordt per saldo met € 6,6 miljoen verhoogd. Daarvan bestaat € 3,4 miljoen uit toevoegingen aan het opdrachtenbudget voor de Rijksdienst voor het Cultureel erfgoed, afkomstig uit interne overboekingen binnen dit begrotingsartikel. Daarnaast wordt het opdrachtenbudget verhoogd met € 3,0 miljoen uit de coalitieakkoordmiddelen.

Bijdrage aan medeoverheden

Voor bijdragen aan medeoverheden wordt € 18,1 geraamd, dit bedrag is afkomstig uit de coalitieakkoordmiddelen en wordt ingezet ten behoeve van een impuls voor jongerencultuur.

Ontvangsten

De ontvangstenraming wordt per saldo verhoogd met € 9,6 miljoen door drie desalderingen. De eerste (€ 4,9 miljoen) wordt uitgevoerd in verband met herverdeling van middelen voor het archiefstelsel. De tweede (€ 3,2 miljoen) is bedoeld voor toevoeging van middelen aan het Nationaal Archief (uit eerder afgeroomde bedragen) in verband met vertragingen van projecten. De derde (€ 1,5 miljoen) betreft ontvangsten van het ministerie van Buitenlandse Zaken die bestemd zijn voor het Stimuleringsfonds voor de Creatieve Industrie.

3.12 Beleidsartikel 15. Media

Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 29 Budgettaire gevolgen van beleid art. 15 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbe-groting 2022 (1)

Mutaties via NvW, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2022 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Verplichtingen

1.053.522

0

1.053.522

121.071

1.174.593

50.771

58.160

52.320

48.639

          

Totale uitgaven

1.053.522

0

1.053.522

82.536

1.136.058

47.271

47.433

48.136

48.410

waarvan juridisch verplicht (%)

         
          

Bekostiging

1.040.773

0

1.040.773

66.801

1.107.574

44.265

46.427

47.130

47.404

Landelijke publieke omroep

824.968

 

824.968

26.672

851.640

25.503

25.628

26.011

26.160

Regionale omroep

153.850

 

153.850

9.020

162.870

8.992

8.992

8.992

8.992

Stichting Omroep Muziek

17.130

 

17.130

1.121

18.251

1.118

1.118

1.118

1.118

Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid (NIBG)

24.313

 

24.313

1.264

25.577

1.260

1.260

1.260

1.260

Stimuleringsfonds voor de Journalistiek

2.276

 

2.276

118

2.394

118

118

118

118

Filmfonds van de omroep en Telefilm (CoBO)

3.737

 

3.737

‒ 1.213

2.524

87

87

87

87

Mediawijsheid Expertisecentrum (Bewust mediagebruik)

1.620

 

1.620

84

1.704

84

84

84

84

Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen (NLPO)

1.673

 

1.673

87

1.760

87

87

87

87

Dotatie/onttrekking Algemene Mediareserve

10.395

 

10.395

29.367

39.762

6.974

9.011

9.331

9.456

Overige bekostiging media

811

 

811

281

1.092

42

42

42

42

Subsidies (regelingen)

7.132

0

7.132

10.604

17.736

2.226

226

226

226

Subsidies (regelingen)

7.132

0

7.132

10.604

17.736

2.226

226

226

226

Steunfonds Lokale Informatievoorziening

0

 

0

 

0

    

Opdrachten

649

0

649

4.874

5.523

24

24

24

24

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

4.903

0

4.903

255

5.158

754

754

754

754

Commissariaat voor de Media

4.903

 

4.903

255

5.158

754

754

754

754

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

65

0

65

2

67

2

2

2

2

European Audiovisual Observatory

65

 

65

2

67

2

2

2

2

          

Ontvangsten

146.110

 

146.110

22.040

168.150

0

0

0

0

Tabel 30 Uitsplitsing verplichtingen
 

Ontwerpbe-groting 2022 (1)

Mutaties via NvW, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2022 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Verplichtingen

1.053.522

0

1.053.522

121.071

1.174.593

50.771

58.160

52.320

48.639

waarvan garantieverplichtingen

    

0

    

waarvan overig

1.053.522

0

1.053.522

121.071

1.174.593

50.771

58.160

52.320

48.639

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2022" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 121,1 miljoen verhoogd. Deze verhoging wordt veroorzaakt door de hieronder toegelichte uitgavenmutaties (€ 82,5 miljoen). Daarnaast wordt de verplichtingenstand aangesloten op de voorgenomen uitgaven uit de mediabegrotingsbrief.

Uitgaven

Toelichting algemeen: Coalitieakkoordmiddelen

Het kabinet kiest voor een structurele investering in media en stelt dit jaar € 13,4 miljoen (inclusief uitvoeringskosten) beschikbaar. De maatregelen zijn een uitwerking van de opgaves uit het coalitieakkoord, namelijk voor het uitbreiden van het budget voor onderzoeksjournalistiek en voor de overheveling van de financiering van lokale omroepen. Over de exacte invulling hiervan wordt u in juni geïnformeerd via de hoofdlijnenbrief media.

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het budget voor bekostiging wordt per saldo met € 66,8 miljoen verhoogd. De verhoging wordt veroorzaakt door:

  • Toevoeging van de loon en prijsbijstelling tranche 2022 (€ 46,5 miljoen, zie het algemene deel);

  • Een overboeking naar subsidies van (- € 2,0 miljoen) voor de verlenging van de pilot NOS / Regio- / Lokale omroepen;

  • Een verhoging van de dotatie aan de Algemene Media reserver (AMr) als gevolg van de geactualiseerde raming van de reclameopbrengsten voor 2022 in de mediabegrotingsbrief 2021 (€ 22,0 miljoen).

Subsidies

Het budget voor subsidies wordt per saldo met € 10,6 miljoen verhoogd. De verhoging wordt veroorzaakt door:

  • Een overboeking uit bekostiging van € 2,0 miljoen voor de verlenging van de pilot NOS / Regio- / Lokale omroepen;

  • Toevoeging van de loon en prijsbijstelling tranche 2022 (€ 0,3 miljoen, zie het algemene deel);

  • Daarnaast wordt het subsidiebudget verhoogd met € 6,0 miljoen uit de coalitieakkoordmiddelen voor investeringen in de verdere versterking van de lokale omroepen vooruitlopend op de overheveling van de financiering van de lokale omroepen van het Gemeentefonds naar de Rijksbegroting en € 2,3 miljoen voor investering in onderzoeksjournalistiek.

Opdrachten

Het budget voor opdrachten wordt als gevolg van de coalitieakkoordmiddelen voor de voorbereiding van de overheveling van de financiering van de lokale omroepen naar de Rijksoverheid en voor verdere versterking van de lokale journalistiek met € 4,9 miljoen verhoogd.

Bijdragen aan ZBO's / RWT's

Het budget voor bijdragen aan ZBO's / RWT's wordt als gevolg van de loon en prijsbijstelling tranche 2022 (€ 0,3 miljoen, zie het algemene deel) verhoogd.

Ontvangsten

Het ontvangstenbudget wordt met € 22,0 miljoen verhoogd. Hiermee wordt de raming aangepast aan de raming van de reclameopbrengsten in de mediabegrotingsbrief 2022.

Dotatie Algemene Mediareserve

De AMr wordt op basis van de huidige ramingen eind 2022 gedoteerd met € 39,8 miljoen en mutaties rechtstreeks uit de AMr zijn geraamd op ‒ € 21,5 miljoen.

Tabel 31 Raming ontwikkeling liquiditeit AMr (bedragen x € 1.000)

Saldo AMr per 01-01-2022

89.417

Directe mutaties AMr

‒ 21.485

Mutaties AMr via begroting

39.762

Verwacht saldo AMr per 31-12-2022

107.694

3.13 Beleidsartikel 16. Onderzoek en wetenschapsbeleid

Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 32 Budgettaire gevolgen van beleid art. 16 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbe-groting 2022 (1)

Mutaties via NvW, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2022 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Verplichtingen

1.236.172

0

1.236.172

341.158

1.577.330

621.856

621.243

590.786

590.146

          

Totale uitgaven

1.241.629

0

1.241.629

304.008

1.545.637

621.982

621.363

590.883

590.171

waarvan juridisch verplicht (%)

99,6%

        
          

Bekostiging

1.102.425

0

1.102.425

196.816

1.299.241

214.334

201.662

201.241

199.917

NWO

493.335

 

493.335

39.872

533.207

32.452

31.326

31.238

30.007

KNAW

94.934

 

94.934

3.444

98.378

3.142

3.142

3.131

3.131

KB

50.335

 

50.335

2.296

52.631

1.705

1.705

1.684

1.684

NWO Talentenontwikkeling

169.561

 

169.561

‒ 3.676

165.885

0

0

0

0

NWO TTW

8.177

 

8.177

‒ 177

8.000

0

0

0

0

NWO Grootschalige researchinfrastructuur

56.608

 

56.608

‒ 1.228

55.380

0

0

0

0

NWO Praktijkgericht Onderzoek

57.278

 

57.278

1.450

58.728

0

0

0

0

Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek

30.834

 

30.834

8.187

39.021

11.546

0

0

0

Poolonderzoek

3.181

 

3.181

‒ 34

3.147

0

0

0

0

Caribisch Nederland

2.555

 

2.555

‒ 55

2.500

0

0

0

0

NWO NWA

135.627

 

135.627

‒ 2.263

133.364

489

489

188

95

NWO Fonds Onderzoek en Wetenschap

0

 

0

134.000

134.000

150.000

150.000

150.000

150.000

NWO Praktijkgericht onderzoek Fonds Onderzoek en Wetenschap

0

 

0

15.000

15.000

15.000

15.000

15.000

15.000

Subsidies (regelingen)

27.783

0

27.783

101.744

129.527

320.577

329.597

300.854

300.874

Stichting NLBIF

0

 

0

0

0

0

0

0

0

Naturalis Biodiversity Center

7.230

 

7.230

259

7.489

259

259

259

259

BPRC

10.918

 

10.918

392

11.310

392

392

392

392

NCWT/NEMO

3.534

 

3.534

127

3.661

127

127

127

127

STT

231

 

231

8

239

8

8

8

8

Stichting AAP

1.084

 

1.084

40

1.124

40

40

40

40

Nationale coördinatie

4.786

 

4.786

‒ 222

4.564

31

31

28

48

Subsidie Fonds Onderzoek en Wetenschap

0

 

0

100.000

100.000

300.000

300.000

300.000

300.000

Nationaal Groeifonds

0

 

0

1.140

1.140

19.720

28.740

0

0

Opdrachten

536

0

536

1.007

1.543

3.512

6.112

4.114

4.106

Opdrachten

536

 

536

215

751

20

1.210

1.212

1.204

Opdrachten Fonds Onderzoek en Wetenschap

0

 

0

792

792

3.492

4.902

2.902

2.902

Bijdrage aan agentschappen

881

0

881

81

962

75.030

75.030

75.030

75.030

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

881

 

881

81

962

30

30

30

30

RVO Fonds Onderzoek en Wetenschap

0

 

0

 

0

75.000

75.000

75.000

75.000

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

110.004

0

110.004

4.360

114.364

8.529

8.962

9.644

10.244

EMBC

1264

 

1.264

52

1.316

52

55

39

39

EMBL

5.329

 

5.329

418

5.747

818

1.218

1.818

2.418

ESA

33.387

 

33.387

1.365

34.752

1.365

1.365

1.365

1.365

CERN

51.417

 

51.417

4.502

55.919

8.526

8.524

8.524

8.524

ESO

15.869

 

15.869

649

16.518

394

394

413

413

NTU/INL

2.738

 

2.738

‒ 2.626

112

‒ 2.626

‒ 2.594

‒ 2.515

‒ 2.515

          

Ontvangsten

101

 

101

0

101

0

0

0

0

Tabel 33 Uitsplitsing verplichtingen
 

Ontwerpbe-groting 2022 (1)

Mutaties via NvW, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2022 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Verplichtingen

1.236.172

0

1.236.172

341.158

1.577.330

621.856

621.243

590.786

590.146

waarvan garantieverplichtingen

  

0

 

0

    

waarvan overig

1.236.172

0

1.236.172

341.158

1.577.330

621.856

621.243

590.786

590.146

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2022" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 341,2 miljoen verhoogd.

Uitgaven

De uitgaven worden met € 304,0 miljoen verhoogd. Deze verhoging heeft te maken met onderstaande mutaties.

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het budget voor bekostiging wordt per saldo met € 196,8 miljoen verhoogd. Deze verhoging is een gevolg van onder meer de volgende mutaties:

  • het toevoegen van de loon- en prijsbijstelling (€ 36,5 miljoen). Zie hiervoor de toelichting in het algemene deel;

  • diverse overboekingen ten behoeve van het NRO budget (€ 8,2 miljoen). Het gaat hierbij onder andere om Effectenonderzoek NP Onderwijs (€ 5,8 miljoen) en Monitoringsplan NP Onderwijs (€ 1,7 miljoen);

  • diverse overboekingen ten behoeve van het budget Praktijkgericht Onderzoek (€ 1,5 miljoen);

  • overboekingen in het kader van de coalitieakkoordmiddelen voor het Fonds Onderzoek en Wetenschap. Hiermee wordt de komende tien jaar geïnvesteerd in hoger onderwijs, wetenschap en innovatie. Deze middelen geven een krachtige impuls aan de brede kennisbasis, een kennisintensieve samenleving en de economie. De opgaven van het fonds, in samenhang met de opgave voor de structurele reeks vervolgopleidingen en onderzoek, zijn: het inhalen van achtergebleven investeringen in onderzoek, verdere versterking van de onderzoeksinfrastructuur, versterken van de kwaliteit van hoger onderwijs en wetenschap, verlagen van de werkdruk en ruimte voor ongebonden onderzoek. U wordt hierover geïnformeerd in een beleidsbrief in de tweede helft van juni 2022.

Subsidies

Het budget voor subsidies wordt per saldo met € 101,7 miljoen verhoogd. Dit betreft een verhoging voor loon- en prijsbijstellingen (€ 0,8 miljoen) en een verhoging voor Fonds Onderzoek en Wetenschap, zie hiervoor toelichting bij instrument Bekostiging.

Opdrachten

Het budget voor Opdrachten wordt met € 1,0 miljoen verhoogd. Het gaat hier met name om een verhoging voor de uitvoering van de instrumenten die volgen uit het Fonds Onderzoek en Wetenschap.

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

Het budget voor (inter-)nationale organisaties wordt per saldo met € 4,4 miljoen verhoogd.

3.14 Beleidsartikel 25. Emancipatie

Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 34 Budgettaire gevolgen van beleid, beleid art. 25 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbe-groting 2022 (1)

Mutaties via NvW, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2022 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Verplichtingen

7.099

 

7.099

56.742

63.841

‒ 9.550

‒ 9.547

‒ 9.520

‒ 9.517

          

Uitgaven

14.541

0

14.541

6.017

20.558

595

598

625

628

waarvan juridisch verplicht (%)

         
          

Bekostiging

8.791

0

8.791

‒ 1.677

7.114

1.432

1.432

1.432

1.432

Kennisinfrastructuur: Gender- en LHBTI- gelijkheid

8.791

 

8.791

‒ 1.677

7.114

1.432

1.432

1.432

1.432

Subsidies (regelingen)

3.111

0

3.111

7.037

10.148

218

218

237

236

Vrouwenemancipatie

0

 

0

 

0

    

LHBTI

66

 

66

 

66

    

Gender- en LHBTI- gelijkheid 2017-2022

3.045

 

3.045

7.037

10.082

218

218

237

236

Opdrachten

1.073

 

1.073

1.999

3.072

69

159

372

376

Bijdrage aan medeoverheden

1.566

0

1.566

‒ 1.342

224

‒ 1.124

‒ 1.211

‒ 1.416

‒ 1.416

Gemeentefonds gender- en LHBTI- gelijkheid

1.566

 

1.566

‒ 1.342

224

‒ 1.124

‒ 1.211

‒ 1.416

‒ 1.416

          

Ontvangsten

0

 

0

 

0

0

0

0

0

Tabel 35 Uitsplitsing verplichtingen
 

Ontwerpbe-groting 2022 (1)

Mutaties via NvW, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2022 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Verplichtingen

7.099

 

7.099

56.742

63.841

‒ 9.550

‒ 9.547

‒ 9.520

‒ 9.517

waarvan garantieverplichtingen

  

0

 

0

    

waarvan overig

7.099

 

7.099

56.742

63.841

‒ 9.550

‒ 9.547

‒ 9.520

‒ 9.517

In de kolom «Mutaties 1e suppletoire begroting 2022» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Bij Voorjaarsnota 2022 zijn de verplichtingen met € 56,7 miljoen verhoogd. De uitgaven zijn met € 6,0 miljoen verhoogd. Daarnaast heeft een budget neutrale herschikking binnen het artikel plaatsgevonden.

Bekostiging

Op basis van de nieuwe regeling gender- en lhbti-gelijkheid 2022-2027 is het voornemen eind 2022, voor een periode van vijf jaar, nieuwe verplichtingen aan te gaan met acht allianties. Daarnaast is het voornemen twee instellingssubsidies te beschikken voor de erfgoed- en archieffunctie. De verplichtingenruimte, € 49,0 miljoen, is hiervoor uit latere jaren naar voren gehaald. De totale uitgaven voor de periode 2023-2027 bedragen € 50,0 miljoen.

De uitgaven zijn per saldo met € 1,7 miljoen verlaagd. Naast de ophoging in het kader van de loon- en prijsbijstelling is sprake van een meevaller van € 2,0 miljoen. De meevaller is ontstaan over alle allianties gezamenlijk doordat in het aanvangsjaar (2017) van de huidige periode er eenmalig een voorschot is verstrekt van in totaal € 2,0 miljoen. Uiteindelijk is dat voorschot ingelopen in het laatste jaar, 2022.

Subsidies

De uitgaven zijn verhoogd met € 7,0 miljoen. Dit betreft de overlopende verplichting van de Tegemoetkomingsregeling «Wet wijziging geregistreerd geslacht 1985-2014».

Opdrachten

De uitgaven zijn verhoogd met € 2,0 miljoen. Dit betreft een intensivering, in 2022, in het kader van het Nationaal Actieplan grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld onder verantwoordelijkheid van de hiervoor benoemde Regeringscommissaris.

Bijdrage aan medeoverheden

De uitgaven zijn met € 1,3 miljoen verlaagd.

Voor actieve gemeenten op het gebied van gender- en LHBTI- emancipatiebeleid wordt via een decentralisatie-uitkering budget overgeheveld naar het Gemeentefonds. De verantwoordelijkheid voor deze middelen is belegd bij de gemeenten zelf. Een bedrag van € 0,6 miljoen is overgemaakt naar het Gemeentefonds voor het programma ‘Veilige Steden’ dat met 1 jaar is verlengd.

Een bedrag van € 0,8 miljoen is overgeboekt naar de overige instrumenten in het kader van de herschikking binnen het artikel.

4 De niet-beleidsartikelen

4.1 Niet beleidsartikel 91. Nog onverdeeld

Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 36 Budgettaire gevolgen van beleid, niet-beleidsartikel 91 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbe-groting 2022 (1)

Mutaties via NvW, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2022 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Verplichtingen

585.126

‒ 585.126

0

0

0

230.000

0

0

0

          

Uitgaven

585.126

‒ 585.126

0

0

0

230.000

0

0

0

          

Loonbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

0

0

waarvan programma

  

0

 

0

    

waarvan apparaat

  

0

 

0

    

Prijsbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

0

0

waarvan programma

  

0

 

0

    

waarvan apparaat

  

0

 

0

    

Onvoorzien

585.126

‒ 585.126

0

0

0

230.000

0

0

0

          

Ontvangsten

0

 

0

 

0

    

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2022" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

4.2 Niet-beleidsartikel 95. Apparaat Kerndepartement

Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 37 Budgettaire gevolgen van beleid, niet-beleidsartikel 95 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbe-groting 2022 (1)

Mutaties via NvW, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2022 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Verplichtingen

276.492

1.350

277.842

72.577

350.419

64.466

62.335

63.138

62.096

          

Uitgaven

276.492

1.350

277.842

72.577

350.419

64.466

62.335

63.138

62.096

          

Personele uitgaven

216.309

1.350

217.659

66.434

284.093

60.253

57.998

57.277

57.459

waarvan eigen personeel

206.028

1.350

207.378

65.468

272.846

59.334

57.081

56.360

56.542

waarvan inhuur externen

6.029

 

6.029

840

6.869

793

793

793

793

waarvan overige personele uitgaven

4.252

 

4.252

126

4.378

126

124

124

124

Materiële uitgaven

60.183

0

60.183

6.143

66.326

4.213

4.337

5.861

4.637

waarvan ICT

10.170

 

10.170

3.311

13.481

1.964

1.980

3.074

1.857

waarvan bijdrage aan SSO's

21.155

 

21.155

861

22.016

831

831

831

831

waarvan overige materiële uitgaven

28.858

 

28.858

1.971

30.829

1.418

1.526

1.956

1.949

Begrotingsreserve schatkistbankieren

0

0

0

0

0

0

0

0

0

          

Ontvangsten

567

0

567

0

567

0

0

0

0

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2022" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Toelichting per instrument:

Personele uitgaven

Het budget wordt per saldo met € 66,4 miljoen verhoogd. De verhoging wordt grotendeels veroorzaakt door:

  • Er wordt € 27,3 miljoen toegevoegd in verband met de uitvoeringskosten van de CA-reeksen die worden overgeboekt naar de begroting van OCW (zie het algemeen deel);

  • diverse interdepartementale overboekingen: naar aanleiding van de kabinetsreactie op de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag is € 14,8 miljoen toegevoegd aan de begroting voor het op orde brengen van de informatiehuishouding; 

  • een aantal interne overboekingen (€ 6,8 miljoen): het betreft hier voornamelijk de kosten van uitvoering van programma’s waarvoor het budget nog niet aan het apparaatsbudget was toegevoegd voor Gelijke Kansen Alliantie en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed(RCE);

  • doorverdeling van de loonbijstelling tranche 2022: € 6,4 miljoen (zie het algemeen deel);

  • diverse overlopende verplichtingen (€ 2,6 miljoen): Met name het programma rondom de maatregelen binnen OCW naar aanleiding van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) heeft vorig jaar vertraging opgelopen, deze middelen worden nu aan de begroting toegevoegd;

  • Vanuit het programmabudget NP Onderwijs is € 1,8 miljoen beschikbaar gesteld om invulling te kunnen geven aan de extra werkzaamheden op het departement die vanuit dit programma zijn ontstaan;

  • Van de begroting van VWS zijn de uitvoerings- en de apparaatskosten die samenhangen met Maatschappelijke Diensttijd (MDT) overgeheveld ( € 2,1 miljoen). Daarnaast is € 1,7 miljoen toegevoegd voor de apparaatskosten voor het bureau van de regeringscommissaris grensoverschrijdend gedrag;

  • Diverse kleine overboekingen die per saldo hebben geleid tot een verhoging van het budget van € 3,0 miljoen.

Materiële uitgaven

Het budget wordt per saldo met € 6,1 miljoen verhoogd. De verhoging wordt grotendeels veroorzaakt door:

  • doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2022: € 2,8 miljoen (zie het algemeen deel);

  • diverse programma’s en projecten die in 2021 vertraging hebben opgelopen door corona en nu in 2022 doorgang zullen vinden (€ 3,3 miljoen).

5 Agentschappen

5.1 Agentschap Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)

In deze paragraaf is de Eerste Suppletoire Begroting opgenomen van de Dienst Uitvoering Onderwijs. De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is de uitvoeringsorganisatie van de Rijksoverheid voor het onderwijs. DUO levert producten en diensten op het terrein van bekostiging van instellingen, financiering van studenten, informatievoorziening alsmede diensten gericht op de verbetering van de verbinding tussen beleid en uitvoering. Daarnaast verricht DUO werkzaamheden voor overige departementen en derden.

Tabel 38 Exploitatieoverzicht DUO (Eerste suppletoire begroting 2022) (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

(1)Vastgestelde begroting

(2)Mutaties1e suppletoirebegroting

(3)=(1)+(2) Totaalgeraamd

Baten

   

Omzet moederdepartement

269.766

40.348

310.114

Omzet overige departementen

78.724

0

78.724

Omzet derden

4.930

0

4.930

Rentebaten

0

 

0

Vrijval voorzienigen

0

 

0

Bijzondere baten

0

 

0

Totaal baten

353.420

40.348

393.768

Lasten

   

Apparaatskosten

324.495

40.348

364.843

 

Personele kosten

  

229.208

23.687

252.895

 

waarvan eigen personeel

191.720

9.036

200.756

 

waarvan inhuur externen

30.386

14.413

44.799

 

waarvan overige personele kosten

7.102

238

7.340

 

Materiele kosten

  

95.287

16.661

111.948

 

waarvan apparaat ICT

26.335

885

27.220

 

waarvan bijdrage aan SSO's

24.350

818

25.168

 

waarvan overige materiële kosten

44.602

14.958

59.560

Rentelasten

100

0

100

Afschrijvingskosten

27.225

0

27.225

 

Materieel

  

13.000

0

13.000

 

waarvan apparaat ICT

12.500

0

12.500

 

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

500

0

500

 

Immaterieel

  

14.225

0

14.225

Overige lasten

1.500

0

1.500

 

waarvan dotaties voorzieningen

1.500

0

1.500

 

waarvan bijzondere lasten

0

0

0

Totaal lasten

353.320

40.348

393.668

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

100

0

100

Agentschapdeel Vpb lasten

   

100

0

100

Saldo van baten en lasten

0

0

0

Toelichting

De baten van de Eerste Suppletoire Begroting laten een stijging zien van € 40,3 miljoen ten opzichte van oorspronkelijk vastgestelde begroting 2022 (€ 353,4 miljoen).

Baten

Omzet moederdepartement

De omzet moederdepartement is € 40,3 miljoen hoger dan de oorspronkelijk vastgestelde begroting. De stijging heeft betrekking op de toegekende loon- en prijsbijstelling 2022 (€ 9,0 miljoen), extra incidentele middelen voor de uitvoering van examens (€ 11,0 miljoen), diverse beleidstrajecten waaronder de stimulering van de arbeidsmarktpositie (€ 2,9 miljoen) en bijstellingen in zogenoemde overige taken te weten de digitalisering examens FACET (€ 2,5 miljoen) en de uitvoering eindtoets primair onderwijs (€ 2,4 miljoen). Daarnaast zijn er middelen toegekend ten behoeve van het kwijtschelden van kinderopvangtoeslagschulden (€ 5,7 miljoen) en is het effect als gevolg van de volume afhankelijke bijstelling (€ -1,0 miljoen) meegenomen. Volgend uit het coalitie akkoord zijn er middelen toegekend ten behoeve van het afschaffen van het leenstelsel (€ 5,0 miljoen) en het versterken van de onderwijskwaliteit (€ 0,8 miljoen). In het kader van het NP Onderwijs zijn eveneens middelen toegekend (€ 2,0 miljoen).

Lasten

Apparaatskosten

De kosten van de Eerste Suppletoire Begroting laten een stijging zien van € 40,3 miljoen ten opzichte van oorspronkelijk vastgestelde begroting 2022. De personele begroting laat een stijging zien van € 23,7 miljoen en de materiële begroting een stijging zien van € 16,7 miljoen. In de stijging zijn de toekenning van de eerder genoemde loon- en prijsbijstelling (€ 9,0 miljoen), extra incidentele werkzaamheden voor de uitvoering van examens (€ 11,0 miljoen), het kwijtschelden van kinderopvangtoeslagschulden (€ 5,7 miljoen) en de bijstellingen voor diverse beleidstrajecten (€ 2,9 miljoen), verwerkt. Ook is rekening gehouden met de volume afhankelijke bijstelling (€ -1,0 miljoen), de zogenoemde overige taken (€ 4,9 miljoen), de gevolgen van het coalitieakkoord (€ 5,8 miljoen) en het NP Onderwijs (€ 2,0 miljoen).

Kasstroomoverzicht

Tabel 39 Kasstroomoverzicht DUO (Eerste suppletoire begroting 2022)(bedragen x € 1.000)

Omschrijving

(1)Vastgestelde begroting

(2)Mutaties 1esuppletoirebegroting

(3)=(1)+(2)Stand1 suppletoirebegroting

1.

Rekening courant RHB 1 januari 2020

14.794

 

14.794

 

Totaal ontvangen operationele kasstroom (+)

353.420

40.348

393.768

 

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

‒ 324.495

‒ 40.348

‒ 364.843

2.

Totaal operationele kasstroom

28.925

0

28.925

 

Totaal investeringen (-/-)

‒ 50.800

‒ 20.900

‒ 71.700

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

  

0

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 50.800

‒ 20.900

‒ 71.700

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

  

0

 

Eenmalig storting van moederdepartement (+)

  

0

 

Aflossingen op leningen (-/-)

‒ 14.200

‒ 2.592

‒ 16.792

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

38.800

20.900

59.700

4.

Totaal financieringskasstroom

24.600

18.308

42.908

5.

Rekening courant RHB 31 december 2020 (=1+2+3+4)

17.519

‒ 2.592

14.927

Toelichting

Het kasstroomoverzicht is aangepast ten opzichte van de oorspronkelijke begroting met de eerder genoemde loon- en prijsbijstelling en overige bijstellingen. Daarnaast is verwerkt de aangevraagde leenfaciliteit en daarbij behorende investeringen en zijn de verwachte aflossingen op eerdere leningen aangepast.

Naar boven