Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36045 nr. 311 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36045 nr. 311 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 juli 2026
Mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid informeer ik uw Kamer over een besluit van het kabinet over een Nederlands gastlandschap voor de operationele fase van het Speciaal Tribunaal voor het Misdrijf Agressie tegen Oekraïne (hierna: STCA of tribunaal).
De grootschalige Russische agressieoorlog tegen Oekraïne houdt al meer dan vier jaar aan; een oorlog op het Europese continent waarbij dagelijks op een nauwelijks te bevatten schaal militairen de dood vinden en dagelijks burgerslachtoffers vallen. De Russische agressie en flagrante schendingen van het internationaal recht mogen niet zonder gevolgen blijven.
Mede op verzoek van de Oekraïense president Zelensky zet Nederland zich in voor het tegengaan van straffeloosheid, als voortrekker in het streven naar gerechtigheid voor Oekraïne. De inspanningen gericht op de totstandbrenging van het STCA nemen daarin een prominente plaats in. Het tribunaal is van grote betekenis, niet alleen als signaal aan Rusland – waarvan het leiderschap verantwoordelijk is voor het misdrijf agressie tegen Oekraïne – en uit solidariteit met Oekraïne, maar ook als bevestiging van de grondbeginselen van de internationale rechtsorde dat het misdrijf agressie niet onbestraft kan blijven.
Bij eerdere brieven aan uw Kamer informeerde ik u, mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid, over de voortgang van de oprichting van het STCA en de Nederlandse rol daarin.1 In februari 2023 nam het kabinet een principebesluit over de Nederlandse bereidheid tot gastlandschap hiervoor, mits aan drie voorwaarden is voldaan: (a) brede internationale politieke en financiële steun voor het tribunaal; (b) geen ondermijning van het mandaat en de werkzaamheden van het Internationaal Strafhof; en (c) voldoende capaciteit voor Nederland als gastland, waaronder voldoende financiële dekking en steun van andere staten om het tribunaal te huisvesten en effectief te laten functioneren.
Op 17 oktober 2025 besloot het kabinet gastlandschap aan te bieden voor de initiële fases van het STCA (fase 0 en fase 1), zonder daarmee vooruit te lopen op een besluit over een gastlandaanbod voor de operationele fase (fase 2) van het tribunaal. Als voorwaarde daarbij werd gesteld dat alle kosten voor het tribunaal worden omgeslagen naar de deelnemende landen.
Op 15 mei jl. is het uitvoeringsinstrument voor het STCA, het zogenaamde Enlarged Partial Agreement on the Management Committee (hierna: EPA) voor het agressietribunaal door 36 landen en de EU ondertekend. Bij die gelegenheid kondigde Nederland aan dat een locatie voor het skelettribunaal is geïdentificeerd in de internationale zone van Den Haag, maar dat het met het oog op veiligheid eerst op een later tijdstip mededelingen kan doen over de precieze locatie.
In aansluiting op deze eerdere principebesluiten spreekt het kabinet, met inachtneming van de moties die uw Kamer hierover heeft aangenomen, de bereidheid uit om gastland te zijn voor operationele fase van het tribunaal. In het aanbod dat daartoe aan de Raad van Europa en bij het STCA aangesloten landen wordt gedaan, zijn mogelijke opties geïdentificeerd met de noodzakelijke randvoorwaarden die daarvoor vervuld moeten worden. Deze behelzen dat alle kosten voor het beheer van het tribunaal over de deelnemende landen aan de overeenkomst worden omgeslagen en het borgen van nationale capaciteit voor bewaken en beveiligen.2
Hoewel er in het traject nog onzekerheden en risico’s liggen besloten, wil Nederland met dit besluit duidelijkheid geven aan de Raad van Europa, Oekraïne en andere betrokken spelers over mogelijke opties voor een gastlandschap in de operationele fase en de daaraan verbonden kosten. De Raad van Europa heeft indicatieve ramingen nodig om een begroting voor het tribunaal op te stellen, zodat de landen die het bovengenoemde EPA hebben ondertekend, hun nationale goedkeurings- of parlementaire (ratificatie)procedures kunnen opstarten met het oog op inwerkingtreding daarvan. Het kabinet acht het van groot belang dat momentum in de voorbereidingen behouden blijft, gezien de omvang en ernst van de voortdurende agressie tegen Oekraïne. Tot dusverre zijn er geen andere landen die bereidheid tot het huisvesten van het tribunaal kenbaar hebben gemaakt.
In het Nederlandse aanbod voor het gastlandschap voor de operationele fase blijven de eerdere geformuleerde randvoorwaarden van toepassing. Aangezien gastlandschap van het operationele tribunaal, waarin onderzoek en vervolging van verdachten plaatsvindt, een hoog dreigingsniveau en additionele veiligheidsrisico’s met zich meebrengen, zal nadrukkelijk worden gesteld dat de invulling van de verantwoordelijkheid van het gastland voor veiligheid niet onderhandelbaar is. De beschikbaarheid van voldoende capaciteit om als gastland te fungeren weegt dienaangaande als belangrijke vereiste mee, zoals in de Kamerbrief van 28 oktober 2025 is opgenomen. Additionele randvoorwaarden bij het aanbod voor de vervolgfase houden in dat een operationeel tribunaal met volledige modaliteiten, zoals we dat kennen bij eerdere en bestaande hoven en tribunalen, alleen gerealiseerd zou kunnen worden op een nieuw te bouwen compoundlocatie. Een operationeel tribunaal in afgeschaalde vorm – waarbij Nederland geen mogelijkheid tot detentie aanbiedt – is alleen mogelijk als in ieder geval uitgesloten kan worden dat er gedetineerden naar Nederland zullen komen en in voorkomende gevallen verdachten het proces op andere wijze kunnen bijwonen.
De voorkeursoptie is, ook met het oog op tijdpad en financiële haalbaarheid, een operationeel tribunaal in afgeschaalde vorm zonder detentiemogelijkheid in Nederland waarbij tevens de gelijktijdige aanwezigheid van te beschermen personen, waaronder principalen en getuigen, in Nederland zoveel mogelijk wordt beperkt. Deze optie zou kunnen worden gerealiseerd op een nieuw te bouwen locatie met mogelijkheid voor woonruimte voor te beschermen personen, of op een aan te passen bestaande locatie. Verkend dient te worden of de reeds geïdentificeerde locatie voor het skelettribunaal hiervoor geschikt kan worden gemaakt.
In het kabinetsbesluit van 17 oktober 2025 is vastgesteld dat kosten voor het STCA, met inbegrip van bewaking en veiligheidsmaatregelen, dienen te worden omgeslagen over de deelnemende landen en niet structureel ten laste komen van de rijksbegroting. In lijn met deze afspraak is de randvoorwaarde dat de omslag dekkend is en dat nationale middelen alleen als buffer en vangnet worden ingezet indien en voor zover kosten niet tijdig kunnen worden omgeslagen. Pas wanneer het EPA, het uitvoeringsinstrument voor het STCA, in werking is getreden, kunnen met de Raad van Europa juridisch bindende afspraken worden gemaakt over de doorbelasting van deze kosten. Vanaf dat moment zal Nederland – net als andere aangesloten landen – een jaarlijkse contributie betalen conform de van toepassing zijnde verdeelsleutel van de Raad van Europa. Voor deze contributie is op de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken een structurele bijdrage van (maximaal) EUR 16 miljoen gereserveerd.
Met dit aanbod en de daarbij behorende randvoorwaarden denkt het kabinet dat verdere stappen gezet kunnen worden op weg naar de verwezenlijking van het tribunaal.
De Minister van Buitenlandse Zaken, T.B.W. Berendsen
Kamerstukken II 2025–26, 36 045, nr. 208, d.d. 24 juli 2025; Kamerstukken II 2025–26, 36 045, nr. 240, d.d. 28 oktober 2025, Kamerstukken II 2025–26, 36 045, nr. 266, d.d. 27 januari 2026; Kamerstukken II 2025–26, 36 045, nr. 294, d.d. 15 mei 2026.
Kamerstukken II 2022–23, 21 501-20, nr. 1841 (motie Sjoerdsma); Kamerstukken II 2024–25, 21 501-20, nr. 2229 (motie Yeşilgöz-Omtzigt); Kamerstukken II 2025–26, 36 045, nr. 225 (motie Paternotte c.s.); Kamerstukken II 2025–26, 36 800 V, nr. 46 (motie Van der Werff c.s.).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36045-311.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.