35 899 Goedkeuring van het koninklijk besluit van 16 augustus 2021, houdende de derde verlenging van de geldingsduur van bepalingen van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 (Stb. 2021, 393) (Goedkeuringswet derde verlenging geldingsduur Twm covid-19)

F MOTIE VAN HET LID VAN HATTEM C.S.

Voorgesteld op 23 november 2021

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,;

constaterende, dat de goedkeuringswet de formele grondslag vormt voor de voortduring van de inzet van tijdelijke regels in het kader van de Wet publieke gezondheid;

constaterende, dat het demissionaire kabinet gelet op de ingediende en aangekondigde wetsvoorstellen betreffende de verbrede inzet van coronatoegangsbewijzen voornemens is de inzet van deze tijdelijke regels uit te breiden1;

overwegende, dat deze voorgenomen verbrede inzet van coronatoegangsbewijzen zodanig specifieke beperkingen op zal leggen aan ongevaccineerden dat sprake is van (indirecte) drang en dwang tot vaccineren;

overwegende, dat deze voorgenomen maatregelen daarmee in strijd zijn met de door de Tweede Kamer aangenomen motie van het lid Wilders die stelt dat slechts sprake kan zijn van vrijwillige vaccinatie, dus dat een directe of indirecte vaccinatieplicht uitgesloten is, evenals dwang- of drangmaatregelen2;

overwegende, dat het demissionaire kabinet door de optie van de inzet van 2G-beleid te overwegen in strijd handelt met de unaniem door de Tweede Kamer aangenomen motie van de leden Segers en Wilders die het kabinet oproept in zijn beleid en wetgeving te garanderen dat een vaccinatiebewijs in geen geval als exclusief toegangsbewijs voor voorzieningen of locaties mogelijk wordt;3

overwegende, dat de voorgenomen maatregelen ongeoorloofd onderscheid maken in de behandeling van gevaccineerden en ongevaccineerden en daarmee in strijd zijn met artikel 1 van de Grondwet;

overwegende, dat de voorgenomen voor met name ongevaccineerden beperkende maatregelen in onevenredige inbreuken voorzien in artikel 11 Grondwet aangaande de lichamelijke integriteit, artikel 19 Grondwet ten aanzien van de bevordering van werkgelegenheid en de vrije arbeidskeuze en artikel 20 Grondwet aangaande de bestaanszekerheid van de bevolking,

spreekt uit af te zien van maatregelen die onderscheid maken in de behandeling van gevaccineerden en ongevaccineerden;

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Hattem

Faber

Van Kesteren (PVV)

Van Strien

Bezaan


X Noot
1

Kamerstukken I, 2021–2022, 35 526/35 961/25 295, CS

X Noot
2

Kamerstukken II, 2020–2021, 25 295, 720

X Noot
3

Kamerstukken II, 2020–2021, 25 295, 1045

Naar boven