Tweede Kamer der Staten-Generaal

35 830 XIV Jaarverslag en slotwet van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (XIV) 2020

Nr. 4 MEMORIE VAN TOELICHTING

Vergaderjaar 2020–2021

A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 afzonderlijk bij wet vastgesteld en ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2020 wijzigingen aan te brengen in:

  • 1. de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ;

  • 2. de begrotingsstaat inzake het agentschap van dit ministerie;

  • 3. de begrotingsstaat van het Diergezondheidsfonds (F)

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,C.J. Schouten

B ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN (SLOTVERSCHILLEN)

1 Leeswijzer

De beleidsmatige mutaties en technische mutaties groter of gelijk aan de ondergrenzen in onderstaande staffel worden op het niveau van de financiële instrumenten (en eventueel artikelonderdeel) toegelicht.

Omvang begrotingsartikel (stand ontwerp-begroting) in € miljoen

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 < 1000

5

10

=> 1000

10

20

2 Beleidsartikelen

Algemeen

In de begrotingsstaat zijn de realisatiestanden van uitgaven, verplichtingen en ontvangsten en de resulterende slotverschillen ten opzichte van de tweede suppletoire begroting opgenomen op artikelniveau. Hieronder worden per artikel de slotverschillen op het niveau van de financiele instrumenten weergeven en waar nodig toegelicht.

2.1 Artikel 11 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens

Toelichting

Tabel 1 Slotverschillen Artikel 11 per instrument (Bedragen x € 1 mln).
 

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Totaal Artikel 11

‒ 430.698

‒ 168.661

4.263

Waarvan instrument:

   

Subsidies

‒ 237.637

‒ 126.954

 

Opdrachten

‒ 9.540

‒ 31.462

 

Garanties

‒ 179.822

‒ 1.632

 

Bijdrage aan agentschappen

‒ 1.912

‒ 4.102

 

Bijdrage aan ZBO/RWT's

611

275

 

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

1.069

‒ 2.081

 

Storting/onttrekking begrotingsreserves

‒ 624

138

 

Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken

‒ 2.843

‒ 2.843

 

Verplichtingen

Subsidies

De verlaging van het verplichtingenbudget met € 238 mln. is een saldo van verhogingen en verlagingen. Het saldo wordt met name (€ 150,4 mln.) veroorzaakt door een vertraging in het moment van uitfinanciering van de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen (Srv). Daarnaast door een verlaging van het verplichtingenbudget voor de regeling tegemoetkoming land- en tuinbouwondernemers (€ 74, 8 mln.). Over deze verlagingen is de Tweede Kamer eerder geinformeerd in de zogenaamde Veegbrief (Kamerstuk 35 650, XIV, nr. 4). Daarnaast zijn er in 2020 minder verplichtingen aangegaan op de subsidieregeling brongerichte aanpak emmissies (€ 8,9 mln.).

Opdrachten

De verlaging van het verplichtingenbudget met € 9,5 mln. wordt met name veroorzaakt doordat er minder verplichtingen zijn aangegaan voor het omschakelprogramma (€ 10 mln.). Hierover is de Tweede Kamer eerder geïnformeerd in de eerder genoemde Veegbrief.

Garanties

De verlaging van het verplichtingenbudget met € 179,8 mln. is een saldo van verhogingen en verlagingen. Het saldo wordt met name veroorzaakt doordat het totale verplichtingenbudget dat beschikbaar was voor deze verliesdeclaraties niet volledig is uitgeput in 2020 (€ 208,3 mln.). Daarnaast is het verplichtenbudget verhoogd met € 28,5 mln. vanwege een hogere storting in de reserve borgstellingsfaciliteit dan begroot in de 2e suppletoire begroting. Over zowel de lagere uitputting met betrekking tot de verliesdeclaraties als de hogere storting in de borgstellingsreserve is de Tweede Kamer eerder geinformeerd via de Veegbrief.

Uitgaven

Subsidies

De verlaging van het uitgavenbudget met € 127 mln. wordt m.n. veroorzaakt door lagere uitgaven (€ 102,2 mln.) aan de regeling tegemoetkoming land- en tuinbouwondernemers. Daarnaast zijn er minder uitgaven met betrekking tot de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen (Srv) (€ 17,8 mln.). Over beide verlagingen is de Tweede Kamer eerder geïnformeerd in de Veegbrief. Tot slot vallen diverse subsidies < € 5 mln. lager uit dan eerder begroot.

Opdrachten

De verlaging van het uitgavenbudget ten opzichte van de 2e suppletoire begroting met € 31,4 mln. wordt met name veroorzaakt door minder uitgaven inzake het omschakelprogramma (€ 10 mln.). Deze middelen worden gestort in de begrotingsreserve stikstof. Daarnaast zijn niet alle begrote middelen voor een bijdrage aan de Floriade in 2022 tot besteding gekomen (€ 7,5 mln.) Over beide zaken is de Tweede Kamer eerder geinformeerd in de Veegbrief. Tot slot vallen diverse opdrachten < € 5 mln. lager uit dan eerder begroot.

2.2 Artikel 12 Natuur en biodiversiteit

Toelichting

Tabel 2
 

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Totaal Art 12

60.914

7.124

‒ 2.664

Uitgesplitst per instrument:

   

Subsidies

58.073

‒ 409

 

Opdrachten

‒ 105.327

‒ 101.496

 

Storting begrotingsreserve

109.761

109.761

 

Bijdrage aan internationale organisaties

‒ 694

‒ 87

 

Bijdrage baten-lasten diensten

‒ 80

‒ 80

 

Bijdrage ZBO/RWT

‒ 773

‒ 773

 

Bijdrage aan mede-overheden

‒ 46

208

 

Verplichtingen

Subsidies

Deze verhoging (€ 58 mln.) wordt met name veroorzaakt door een verhoging van het verplichtingenbudget voor de Regiodeals (€ 49,8 mln. ) vanwege aangegane verplichtingen in 2020. Hiertoe wordt verplichtingenruimte uit 2021 naar voren gehaald. De kasuitgaven volgen in 2021. Daarnaast betreft het een verhoging van het verplichtingenbudget voor het agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb) (€ 3,9 mln.) . Daarnaast door het vastleggen van de subsidies van de Regeling tijdelijke ondersteuning nationale parken waarvoor de verplichtingenruimte uit 2021 en 2022 naar voren is gehaald (€ 5,4 mln). Over bovenstaande drie verhogingen van het verplichtingenbudget is de Tweede Kamer geinformeerd in de zogenaamde Veegbrief (Kamerstuk 35650, XIV, nr. 4)

Opdrachten

Deze verlaging van het verplichtingenbudget wordt m.n. (€ 99,5 mln.) veroorzaakt door onderuitputting bij de Regeling provinciale aankoop veehouderijen nabij natuurgebieden (gerichte opkoop). Deze middelen worden gestort in de begrotingsreserve stikstof, zodat deze middelen in 2021 beschikbaar blijven. Daarnaast zijn er minder verplichtingen aangegaan voor de NURG (€ 5,7 mln.) en aan de opdracht voor de RVO (€ 3,7 mln.).

Storting begrotingsreserve

Deze verhoging van het verplichtingenbudget betreft de storting in de Begrotingsreserve stikstof. Hierover is de Tweede Kamer geïnformeerd in de eerder genoemde Veegbrief.

Uitgaven

Opdrachten

Deze verlaging van het opdrachtenbudget wordt m.n. veroorzaakt (€ 99,5 mln.) door onderuitputting bij de Regeling provinciale aankoop veehouderijen nabij natuurgebieden (gerichte opkoop). Deze middelen worden gestort in de begrotingsreserve stikstof. Zie hiervoor ook de eerder genoemde Veegbrief. Tot slot vallen de uitgaven aan diverse kleinere opdrachten < € 2 mln. lager uit dan begroot.

Storting begrotingsreserve

Deze verhoging van het verplichtingenbudget betreft de storting in de Begrotingsreserve stikstof. Hierover is de Tweede Kamer geinformeerd in de eerder genoemde Veegbrief.

Ontvangsten

De ontvangsten op Artikel 12 vallen € 2,6 mln. lager uit dan begroot ten tijde van de 2e suppletoire begroting. Dit betreft een saldo van meerdere ontvangsten. Het saldo wordt m.n. verklaard door een ontvangstentegenvaller op de landinrichtingsrente. Hierover bent u geïnformeerd in de eerder genoemde Veegbrief.

3 Niet-Beleidsartikelen

3.1 Artikel 50 Apparaat Kerndepartement

Toelichting

Op dit artikel is ten opzichte van de 2e suppletoire begroting 2020 € 7,9 mln. minder uitgegeven op het verplichtingenbudget. De onderuitputting is grotendeels toe te schrijven aan de gevolgen van de Corona-crisis, waardoor op diverse uitgaven, gerelateerd aan de bedrijfsvoering van LNV, een lagere uitputting is gerealiseerd.

Naar boven