Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2020-202135730 nr. 3

35 730 Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (XIV) voor het jaar 2021 (Incidentele suppletoire begroting inzake noodpakket banen en economie)

Nr. 3 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 1 juni 2021

De vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden.

De vragen zijn op 21 april 2021 voorgelegd aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Bij brief van 10 mei 2021 zijn ze door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit beantwoord.

Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.

De fungerend voorzitter van de commissie, Kuiken

De griffier van de commissie, Jansma

1

Is het correct dat de investeringsmodule van de Subsidie brongerichte verduurzaming stal- en managementmaatregelen (Sbv) alleen bedoeld is voor pluimveestallen? Zo ja, waarom staat deze module niet open voor rundvee- en varkenshouders?

Antwoord

De investeringsmodule van de Subsidiemodules brongerichte verduurzaming stal- en managementmaatregelen (Sbv) wordt meermaals opengesteld de komende jaren en is bedoeld voor alle veehouderijsectoren. Het klopt inderdaad dat de Sbv-investeringsmodule op dit moment alleen is opengesteld voor de pluimveehouderijsector. Zodra ook bewezen technieken beschikbaar zijn voor andere veehouderijsectoren die passen bij het doel van de Sbv, namelijk brongerichte en integrale emissiereductie, worden deze toegevoegd aan de investeringsmodule in een eerstvolgende openstelling.

2

Wordt de Maatlat duurzame veehouderij gebruikt als basis voor de verstrekking van de Subsidie brongerichte verduurzaming stal- en managementmaatregelen (Sbv)? Zo ja, op welke manier wordt het gebruikt? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

De Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV) wordt als voorbeeld en richtlijn gebruikt bij de innovatiemodule van de Subsidiemodules brongerichte verduurzaming stal- en managementmaatregelen (Sbv). Het gaat binnen de Sbv-innovatiemodule om nieuwe ideeën en ontwikkelingen (innovaties) van ondernemers. De criteria die in de Maatlat Duurzame Veehouderij staan benoemd, worden als richtlijn aangeboden aan aanvragers, bijvoorbeeld extra m2’s per dierplaats. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) maakt bij de inhoudelijke beoordeling van de subsidieaanvragen gebruik van externe deskundigen, die de MDV hierbij mede als uitgangspunt hanteren. Deze deskundigen hebben geen betrokkenheid bij de projectvoorstellen.

3

Wordt de Maatlat duurzame veehouderij gebruikt als basis voor de verstrekking van andere subsidies voor de verduurzaming van stallen? Zo ja, welke?

Antwoord

De Subsidie brongerichte verduurzaming stal- en managementmaatregelen (Sbv) is de enige subsidie van LNV voor de verduurzaming van stallen en voor de innovatiemodule van deze (Sbv) wordt de Maatlat duurzame veehouderij als voorbeeld en richtlijn gebruikt.

4

Wat is de totale waarde van alle beschikkingen voor (mono- en co-) mestvergisters die onder de SDE, SDE+ en SDE++ exploitatiesubsidies hebben ontvangen voor de productie van hernieuwbare energie?

Antwoord

De SDE-regeling ging in op 1 januari 2008. Per 1 februari 2021 zijn er binnen de SDE en SDE+ 232 gerealiseerde projecten in beheer voor mestvergisting of co-vergisting op 146 verschillende locaties1.

De totale waarde van de afgegeven beschikkingen voor deze installaties bedraagt circa 2,4 miljard euro. De daadwerkelijke kasuitgaven zijn naar verwachting aanzienlijk lager doordat niet alle installaties maximaal produceren en de subsidie afhangt van de ontwikkeling van de energieprijzen.

5

Wat is de totale waarde van alle beschikkingen die zijn afgegeven voor mestverbranding?

Antwoord

Per 1 februari 2021 is van 2 SDE-projecten bekend dat ze energie opwekken door de verbranding van vooral mest. De totale waarde van de afgegeven beschikkingen voor deze installaties bedraagt circa 149 miljoen euro. De daadwerkelijke kasuitgaven zijn naar verwachting aanzienlijk lager doordat niet alle installaties maximaal produceren en de subsidie afhangt van de ontwikkeling van de energieprijzen.

6

Wat is het totale budget dat is uitgekeerd aan (investerings)subsidies voor mestverwerking?

Antwoord

In de afgelopen vijf jaar (2016–2021) heeft het Ministerie van LNV één subsidieregeling ter stimulering van mestverwerking gehad. Deze regeling werd betaald uit de nationale envelop Europese middelen melkvee- en varkenshouderij. Er was 9.980.000 euro beschikbaar, waarvan 7.344.660 euro is uitgekeerd. In totaal hebben 13 projecten een beschikking gehad. De regeling had als doel de verwerkingscapaciteit (in kg fosfaat) uit te breiden en maakte geen onderscheid in verwerkingstechnieken (vergisten, composteren of verbranden).

7

Wat is het totale budget dat is toegekend aan innovatie- en onderzoeksprogramma’s ten behoeve van mestverwerking of mestvergisting?

Antwoord

Hieronder staan de lopende projecten in 2021. Een deel is al eerder gestart.

In de beide laatste kolommen is de publieke bijdrage uit de LNV-begroting vermeld, zowel over de totale looptijd van de projecten als de geleverde publieke bijdrage uit de LNV-begroting in 2021.

Omdat deze projecten 50/50 publiek/privaat worden gefinancierd is de totale inzet een factor 2 hoger.

Project

Looptijd

LNV bijdrage totaal (x € 1.000)

LNV bijdrage in 2021 (x € 1.000)

Meerwaarde Mest en mineralen

2017–mei 2021

2.000

250

Next Level Mestverwaarden

2019–2022

400

100

Beter (dan) vergisten

2019–2022

660

165

Impact regionale vergisting

2020–2024

280

70

Betere stal, betere mest, betere oogst

2021–2024

1.480

370

Verbeteren stikstofkringloop MEZT

2021–2024

1.454

390

Valorisatie van biomassastromen

2021–2024

1.360

315

Ionselectieve electrodialyse

2021–2024

310

101

Leerreis nutriëntenkringloop

2020–2022

176

100

TOTAAL LNV BIJDRAGE

 

8.120

1.861

8

Hoeveel subsidie heeft het Nederlands Centrum voor Mestverwaarding (NCM) reeds ontvangen voor de stimulering van mestverwaarding?

Antwoord

De Stichting Nederlands Centrum voor Mestverwaarding (NCM) heeft in de afgelopen drie jaar (2018, 2019 en 2020) een jaarlijkse subsidie van 100.000 euro per jaar van het Ministerie van LNV ontvangen. Het NCM is recent een nieuwe beschikking toegekend van opnieuw 100.000 euro per jaar voor de komende drie jaar (2021, 2022 en 2023).

9

Is er een subsidieplafond voor mestvergisters in de SDE++-subsidie? Zo ja, op welk bedrag staat dat plafond?

Antwoord

Nee.

10

Hoeveel monomestvergisters en hoeveel co-vergisters zijn er momenteel in Nederland?

Antwoord

Binnen de SDE en SDE+ zijn er per 1 februari 2021 197 co-vergisting en 35 monomestvergistingprojecten gerealiseerd op 146 verschillende locaties.

11

Hoeveel mestverbranders zijn er momenteel in Nederland?

Antwoord

Mestverwerkers dienen te zijn aangemeld en erkend bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) in het kader van de verordening Dierlijke Bijproducten. Momenteel zijn er in totaal 4 bedrijven erkend door de NVWA voor het verbranden van mest.

12

Hoe groot is het huidige Nederlandse landbouwareaal?

Antwoord

Het totale areaal cultuurgrond bedroeg volgens de meest recente cijfers van het CBS (CBS Statline: Landbouw; gewassen, dieren, grondgebruik en arbeid op nationaal niveau, laatst gewijzigd 19 maart 2021) in 2020 1.814.450 hectare.

13

Hoe groot is, binnen het landbouwareaal, het huidige areaal aan grasland?

Antwoord

Het totale areaal grasland bedroeg volgens de meest recente cijfers van het CBS (CBS Statline: Landbouw; gewassen, dieren, grondgebruik en arbeid op nationaal niveau, laatst gewijzigd 19 maart 2021) in 2020 977.540 hectare.

14

Hoe groot is het huidige areaal aan groenvoedergewassen?

Antwoord

Het totale areaal groenvoedergewassen2 bedroeg volgens de meest recente cijfers van het CBS (CBS Statline: Landbouw; gewassen, dieren, grondgebruik en arbeid op nationaal niveau, laatst gewijzigd 19 maart 2021) in 2020 206.860 hectare.

15

Hoe groot is het huidige areaal aan overige veevoergewassen (zoals granen bestemd voor veevoer)?

Antwoord

Deze statistieken zijn niet beschikbaar. In de Landbouwtelling wordt namelijk niet het teeltdoel (bijvoorbeeld veevoeder, menselijke consumptie, etc.) van het gewas bijgehouden, mede omdat tijdens de primaire productie vaak nog niet vaststaat hoe het gewas uiteindelijk gebruikt zal worden. Daardoor is niet bekend welk deel van het gewasareaal (van bijvoorbeeld granen) bestemd is voor veevoer.

16

Op welke manier worden de landelijke mestexcretiecijfers berekend?

Antwoord

Het CBS berekent jaarlijks de mestproductie en de excretie van stikstof en fosfaat van de Nederlandse veestapel. De mestproductie en mineralenexcretie worden berekend door factoren in kilogram per dier en per jaar te vermenigvuldigen met het aantal dieren in de Landbouwtelling. De excretiefactoren worden jaarlijks en met ingang van dit jaar vastgesteld door een werkgroep van experts samengesteld door de Commissie van Deskundigen Meststoffenwet (CDM) op basis van een balans per dier: excretie = opname met voer – vastlegging in dierlijke producten. Verder wil ik u verwijzen naar mijn brief van 12 augustus 2019 (Kamerstuk 33 037, nr. 361) en bijbehorende bijlagen in reactie op het verzoek van de vaste commissie van 7 augustus 2019 om gehanteerde rekenregels en uitgangspunten voor de actualisatie van de excretieforfaits openbaar te maken.

17

Gaat het bij de berekening van de stikstofexcretie uit de veehouderij om de bruto uitscheiding van stikstof (dus inclusief de stikstof die in de stal mogelijk vervliegt in de vorm van ammoniak)?

Antwoord

De basis voor de berekening van de stikstofexcretie uit de veehouderij wordt gevormd door de bruto uitscheiding van stikstof («onder de staart») zoals berekend door de Werkgroep Uniformering berekening Mest- en Mineralencijfers (WUM). Tijdens de opslag van mest vindt er vervluchtiging van ammoniak en overige stikstofverbindingen plaats, waardoor de samenstelling verandert. De hoeveelheid stikstof in de mest op het moment van uitrijden of toepassen wordt aangeduid met de term stikstofproductie en is gelijk aan de (bruto) uitscheiding van stikstof verminderd met de gasvormige verliezen in stal en opslag.

18

Waarom is er voor de innovatiemodule van de Sbv 17,6 miljoen euro aan verplichtingen vanuit 2024 (7,6 miljoen euro) en 2025 (10 miljoen euro) verschoven naar 2021?

Antwoord

Met het oog op de nieuwe openstelling van de innovatiemodule van de Subsidiemodules brongerichte verduurzaming stal- en managementmaatregelen (Sbv) per 24 februari 2021 en vanwege de afhandeling van aanvragen uit de openstelling van 2020 is extra verplichtingenruimte gecreëerd in 2021 door deze ruimte naar voren te halen.

19

Uit welke onderdelen is het steunpakket van 39 miljoen euro voor dierentuinen opgebouwd?

Antwoord

Het doel van de tijdelijke regeling subsidie dierentuinen is om dierenwelzijn en de maatschappelijke waarde van dierentuinen te waarborgen. Daarom zijn de kosten die gemaakt zijn voor de noodzakelijke verzorging van de dieren en noodzakelijk onderhoud van park en dierverblijven subsidiabel. Concreet betekent dit dat een deel van de personeelskosten, de kosten voor noodzakelijk, regulier onderhoud, en andere dierverzorgingskosten zoals voer of diergeneesmiddelen subsidiabel zijn. Hoeveel van de subsidiabele kosten wordt vergoed, wordt bepaald op basis van het omzetverlies dat een dierentuin heeft geleden. Voor meer informatie over dit steunpakket verwijs ik u naar de brief hierover (Kamerstuk 35 420 nr. 229).

20

Hoeveel dierentuinen kunnen gebruik maken van het steunpakket van 39 miljoen euro?

Antwoord

Er zijn in totaal 67 instellingen met een dierentuinvergunning in Nederland. Deze vergunninghouders komen in aanmerking voor de subsidie, mits zij aan de gestelde voorwaarden voldoen.

21

Hoeveel dierentuinen zullen naar verwachting gebruik maken van het steunpakket van 39 miljoen euro en waar baseert u deze verwachting op?

Antwoord

Er zijn in totaal 44 subsidieaanvragen bij RVO.nl ingediend. Daarvan zijn twee aanvragen afgewezen, één omdat het een dubbele aanvraag betrof en één omdat de betreffende instelling geen dierentuinvergunning had. Er hebben 40 dierentuinen een voorschot van 90% op de subsidie ontvangen. De overige twee aanvragen worden nog beoordeeld.

22

Zijn er voorwaarden verbonden aan het steunpakket voor dierentuinen? Zo ja welke? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Om de subsidie te kunnen ontvangen, moeten dierentuinen aan een aantal voorwaarden voldoen. Ten eerste moet de dierentuin in het bezit zijn van een dierentuinvergunning, zoals bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van het Besluit houders van dieren. Daarnaast moet de dierentuin als gevolg van COVID-19 omzetverlies hebben gelden ten opzichte van het jaar 2019 en heeft de dierentuin, zodra de coronamaatregelen het toestonden, weer betalende bezoekers ontvangen. Ook komen enkel dierentuinen die op 31 december 2019 financieel gezond waren in aanmerking voor de subsidie. Ten slotte moet iedere dierentuin een transitieplan opstellen.

23

Komt de genoemde 17 miljoen euro die is gereserveerd op de Aanvullende Post van het Ministerie van Financiën boven op de 39 miljoen euro van het steunpakket voor dierentuinen? Verwacht u dat hier nog aanvullende middelen aan toegevoegd zullen worden?

Antwoord

De 17 miljoen euro die is gereserveerd op de Aanvullende Post kan worden aangesproken wanneer blijkt dat de 39 miljoen euro uit de eerste openstelling van de dierentuinregeling niet voldoende is om dierenwelzijn te blijven waarborgen. Momenteel bekijk ik of een nieuwe openstelling van de dierentuinregeling noodzakelijk is en of hier aanvullende middelen voor nodig zijn.


X Noot
1

In de antwoorden op vragen van de leden Van Raan en Wassenberg over «de onzin van subsidieslurpende mestfabrieken»(2021Z01794) is aangegeven dat het 157 locaties betreft. Dit had, overeenkomstig dit antwoord, 146 moeten zijn.

X Noot
2

De categorie groenvoedergewassen bevat de volgende gewassen: luzerne, snijmaïs, voederbieten en «overige groenvoedergewassen» (waaronder voederwikke, klavers, esparcette en seradelle).